Gemeenteblad van Harderwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Harderwijk | Gemeenteblad 2026, 316581 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Harderwijk | Gemeenteblad 2026, 316581 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling instandhouding monumenten Harderwijk 2026
Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk:
Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene Subsidieverordening Harderwijk 2020, artikel 53 van de EU-verordening nr.651/2014 van de commissie van 17 juni 2014 en het Staatssteunkader monumenten
Vast te stellen de Subsidieregeling instandhouding monumenten Harderwijk 2026
Hoofdstuk 2 Doel, doelgroep en te subsidiëren activiteiten, subsidieplafond en verdeelregels
Artikel 4.2 Hoogte van de subsidie
Voor zover de gemeente Harderwijk van de provincie Gelderland een subsidie ontvangt ten behoeve van de instandhouding van monumenten, kan het college ten laste van deze subsidie, de subsidie verhogen onder de voorwaarden, zoals genoemd in de subsidiebeschikking en de betreffende subsidieverordening/regeling van de provincie Gelderland.
Hoofdstuk 5 Verantwoording en vaststelling
Artikel 5.1 Verantwoording en subsidievaststelling
De vaststelling van de verleende subsidie door het college vindt plaats nadat de werkzaamheden schriftelijk gereed zijn gemeld bij het college. De gereedmelding dient uiterlijk binnen 13 weken na de voltooiing van de activiteiten plaats te vinden. Bij de gereedmelding worden de volgende bewijsstukken aangeleverd:
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 23 juni 2026
de heer C. Klaassen
loco-secretaris
de heer J. Joon
burgemeester
Bijlage 1 Subsidiabele werkzaamheden en kosten
1. Werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die:
2. Niet subsidiabele werkzaamheden:
1. Subsidiabele werkzaamheden:
De werkzaamheden moeten strekken tot instandhouding van het monument of het zelfstandig onderdeel daarvan, ze moeten sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn en gericht op maximaal behoud van monumentale waarden.
Instandhouding kan door het uitvoeren van regulier onderhoud om verval te voorkomen en/of de levensduur te verlengen. Denk hierbij aan het schilderen van houtwerk. Ook het vervangen van materialen/onderdelen, die aan het eind van hun gangbare levensduur zijn, valt onder regulier onderhoud. Denk hierbij aan rieten of bitumendakbedekking. Daarnaast valt het herstel van gebreken ook onder instandhouding. Gebreken zijn bijvoorbeeld, houtrot, loszittend voegwerk, lekkende daken en goten, scheuren in gevels.
Alleen de werkzaamheden die direct verband houden met de instandhouding van de monumentale waarden van het monument kunnen worden gesubsidieerd. De werkzaamheden moeten ook noodzakelijk zijn voor de instandhouding. Zo zal bijvoorbeeld herstel van voegwerk, dat technisch gezien nog goed is, niet subsidiabel zijn. Het onderhoud of vervanging van niet-monumentale onderdelen in het interieur (bijvoorbeeld keuken, badkamer e.d.) is niet subsidiabel, want niet noodzakelijk voor de instandhouding van de monumentale waarden. Vervanging van niet-monumentale onderdelen van de bouwkundige schil van het monument kan daarentegen wel subsidiabel zijn, als dit technisch noodzakelijk is om het bouwwerk wind en waterdicht te houden. Hierbij kan vervanging door beter op de monumentale waarden afgestemde materialen subsidiabel zijn, als dit naar het oordeel van B&W gewenst.
Bij (materiaal)technisch noodzakelijk gebleken vervanging, dienen de nieuwe onderdelen in materiaal, vorm, detaillering, uitvoering, afwerking én kwaliteit zoveel mogelijk overeen te komen met de afkomende, te vervangen onderdelen. In gevallen waar in het verleden onderdelen zijn vervangen met gebruikmaking van niet-passende materialen of afwijkende detaillering, kan hiervan worden afgeweken. Zie hiervoor ook de paragraaf over reconstructie.
Sober en doelmatig houdt in dit verband in dat de werkzaamheden gericht moeten zijn op maximaal behoud van monumentale waarden, dat ze op een vakkundige wijze worden uitgevoerd en dat met de werkzaamheden verval en vervolgschade wordt voorkomen. Behoud gaat hierbij vóór herstel, herstel vóór vervanging en vervanging vóór reconstructie. Een plan wordt op deze punten getoetst aan de hand van de bevindingen in een inspectierapport en/of detailfoto’s van de gebreken en de in het plan opgenomen werkzaamheden. De (blijkens het inspectierapport) meest urgente werkzaamheden zullen normaal gesproken in het plan moeten zijn opgenomen. Is dat niet het geval en wordt subsidie gevraagd voor andere werkzaamheden, dan zal dit in de aanvraag moeten worden onderbouwd om het onderhoud als doelmatig te kunnen aanmerken. De kosten voor een dergelijk inspectierapport zijn subsidiabel.
Uitgangspunt is dat kosten die betrekking hebben op werkzaamheden aan de binnenkant van een monument, slechts subsidiabel zijn indien die werkzaamheden om constructieve reden noodzakelijk zijn en/of strekken tot behoud van de monumentale waarde van het monument. Zo zal het ‘witten’ van binnenmuren in de meeste gevallen niet subsidiabel zijn, omdat dit niet noodzakelijk is voor de bescherming van de monumentale waarde of een constructieve noodzaak heeft.
Of interieuronderdelen daadwerkelijk monumentale waarde bezitten, dient in eerste instantie- voor zover mogelijk- beoordeeld te worden aan de hand van hetgeen vermeld is in het besluit tot aanwijzing en/of de redengevende omschrijving van het monument. Biedt dit onvoldoende uitsluitsel, dan zullen de monumentale waarden nader bepaald kunnen worden aan de hand van een cultuurhistorisch of bouwhistorisch onderzoek/rapport. Er kan ook advies worden gevraagd aan de adviescommissie Omgevingskwaliteit of een onderdeel monumentale waarde bezit.
Het interieur van een monument bestaat uit vaste (onroerende) en losse (roerende) onderdelen. Alleen onderhoud en herstel van vaste monumentale onderdelen kan subsidiabel zijn. Het Burgerlijk wetboek is bepalend voor de vraag of iets kan worden aangemerkt als vast interieuronderdeel van een gebouw. De vuistregels zijn in dit verband grofweg: iets is hecht verbonden met het gebouw of iets maakt het gebouw als gebouw compleet.
Losse interieurelementen en de werkzaamheden daaraan, zijn niet subsidiabel. Bij losse interieurelementen (veelal de inrichting) kan gedacht worden aan gebruiksvoorwerpen, gordijnen, kandelaars, los meubilair, kerkschatten, schilderijen, vloerbedekking en tapijten.
Hiermee is uiteraard niet gezegd dat losse voorwerpen en objecten niet van waarde kunnen zijn in relatie tot het monument. Subsidiëring van dergelijke roerende zaken is echter niet mogelijk.
Het reconstrueren van monumenten of onderdelen van monumenten is in beginsel niet subsidiabel. In gevallen waar in het verleden onderdelen zijn vervangen met gebruikmaking van niet-passende materialen of bijvoorbeeld een afwijkende detaillering, is het aan de gemeente om te beoordelen of bij vervanging van deze onderdelen een beter passende uitvoering gewenst is> ter versterking van de monumentale waarden en op die grond subsidiabel kan worden gesteld. Voorbeelden van dergelijke uitzonderlijke gevallen zijn het vervangen van een kunststof hemelwaterafvoer door een zinken uitvoering, het vervangen van een golfplaten dakbedekking door riet of dakpannen, het vervangen van kunststof kozijnen door houten of het terugbrengen van een oude raamindeling. Er is hiervoor ook een positief advies van de adviescommissie Omgevingskwaliteit noodzakelijk en dergelijke wijzigingen zijn vergunningplichtig. In beginsel komt de vraag of reconstructie subsidiabel is alleen aan de orde, indien is gebleken dat het noodzakelijk is dat het betreffende onderdeel/materiaal vervangen moet worden. Het reconstrueren/terugbrengen van onderdelen van een monument die niet meer aanwezig zijn (bijvoorbeeld een luifel, ornamenten, schouw e.d.), zijn per definitie niet subsidiabel.
De meeste onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd door (gespecialiseerde) aannemers, schilders, loodgieters, dakdekkers en dergelijk. Zij werken over het algemeen op basis van een offerte/aanneemsom of op basis van regiewerk.
Bij de directe kosten, zoals uurloon en materiaalkosten, moet worden uitgegaan van de gangbare marktprijzen. Indien de opgegeven prijzen in een begroting of offerte niet aannemelijk zijn, kan er bij de aanvraag voor subsidie worden gevraagd om een tegenofferte/begroting van een andere aannemer of vakspecialist.
Bouwplaatvoorzieningen zijn bijvoorbeeld een bouwkeet, bouwhek, steigers, tijdelijke stroom. Ze zijn tijdgebonden en kunnen direct gekoppeld worden aan het project. Soms vinden onderhoudswerkzaamheden plaats in combinatie met andere niet-subsidiabele werkzaamheden, zoals een verbouwing, renovatie of nieuwe aanbouw. In die gevallen moeten de bouwplaatvoorzieningen worden gerekend naar rato van de subsidiabele kosten via de post algemene bouwplaatsvoorzieningen.
Algemene bedrijfskosten zijn kosten van het aannemersbedrijf die niet direct aan één project toegerekend kunnen worden, bijvoorbeeld kantoorhuur en administratie. Omdat een aannemer met een aanneemsom een zeker risico neemt, is het gebruikelijk om in de aanneemsom een percentage winst/risico post op te nemen.
Bij onderhoud aan bedrijfspanden en dergelijk kan de verschuldigde BTW door de eigenaar vaak worden verrekend. Deze is dan niet subsidiabel.
Eenvoudige klussen, zoals schilderwerk kunnen soms zelf worden uitgevoerd. De eigen uren kunnen dan niet worden gerekend. Ook uren van vrijwilligers en dergelijke, kunnen niet worden gerekend. Wanneer een bedrijf onderhoud uitvoert aan een monument wat in niet in eigendom is van dat bedrijf (bijvoorbeeld privéwoning), is dat geen zelfwerkzaamheid. In de verantwoording op de subsidie moet dan wel duidelijk worden gemaakt, dat de onderhoudskosten van het betreffende pand vanuit de privé rekening worden betaald.
De subsidie is gericht op normaal onderhoud en herstelwerkzaamheden en niet op groot onderhoud en restauraties. Bij normaal onderhoud is over het algemeen geen sprake van advies en architectkosten en dergelijke.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-316581.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.