Nadere regel subsidie verslavingspreventie gemeente Utrecht 2027

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • gelet op artikel 156 Gemeentewet;

  • gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;

Gezien:

  • het Nationaal Preventieakkoord, ondertekend op 23 november 2018;

  • de nota ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027’ en de stedelijke ambitie ‘Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen’;

  • het Preventie- en handhavingsplan alcohol 2023-2027;

  • AZWA ontwikkelagenda: Nicotinevrij en Kansrijke Start: Rookvrije Start;

Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie verslavingspreventie gemeente Utrecht 2027:

Artikel 1 Definities

Deze nadere regel verstaat onder:

  • ASV: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • Burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • ervaringsdeskundigen:

  • We onderscheiden drie vormen van ervaringsdeskundigen:

  • ervaringswerkers: in de regel MBO of HBO opgeleide professionals die hun ervaring als specialisme inzetten;

  • ervaringscoaches: mensen (w.o. vrijwilligers of stagiaires), die vanuit hun ervaring een functie vervullen tussen de professional en de cliënt;

  • ervaringsvrijwilligers: mensen die vanuit hun eigen ervaring, activering stimuleren en de eigen veerkracht van cliënten ondersteunen;

  • FTIR: Fourier-Transform Infrarood. FTIR is een techniek die helpt bij het testen van drugs bij een testservice.

  • intermediairs: volwassenen die direct met de doelgroep in contact staan, zowel vrijwilligers als professionals, inclusief ervaringsdeskundigen en sleutelpersonen;

  • jeugd: jongeren tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 t/m 25 jaar;

  • KOPP/KOV-kinderen: kinderen van ouders met psychische problemen (KOPP) en kinderen van ouders met verslavingsproblemen (KOV);

  • middelengebruik: het gebruik van middelen, waarin stoffen zitten met een psychoactieve werking, dat wil zeggen een stof die de gemoedstoestand verandert, de mate van actief of ontspannen zijn verandert, of een stof die de manier van denken, waarnemen en beleven verandert, zoals alcohol, nicotine of andere drugs;

  • ongelijk investeren: de gezondheidsverschillen in de stad worden groter en daarom moet meer geïnvesteerd worden in de inwoners die dit het hardst nodig hebben;

  • risicogroepen: jeugd en volwassenen die door een opeenstapeling van risicofactoren extra kwetsbaar zijn voor (problematisch) middelengebruik;

  • selectieve preventie: preventie gericht op het voorkomen dat personen met één of meerdere risicofactoren (determinanten) voor een bepaalde aandoening daadwerkelijk ziek worden;

  • setting: de fysieke en sociale omgeving waarin middelengebruik en/of gokken plaatsvindt;

  • sleutelpersoon: iemand die door actieve betrokkenheid bij het aanpakken van problemen in wijk of stad, vertrouwen binnen een gemeenschap heeft verworven en daardoor op creatieve of sociaal vernieuwende manieren mensen samen weet te brengen. Dit kan ook een ervaringsdeskundige en/of iemand uit de doelgroep zelf zijn;

  • universele preventie: preventie gericht op het bewaken, beschermen en bevorderen van een gezonde bevolking;

  • vroegsignalering: het zo vroeg mogelijk opsporen van problemen met middelengebruik en/of gokken om daar zo tijdig mogelijk op in te grijpen;

Artikel 2 Doel

Met deze regel dragen burgemeester en wethouders bij aan het realiseren van de ambities in de nota ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027’ op het gebied van verslavingspreventie. Deze nadere regel draagt bij aan het doel om gezond gedrag met betrekking tot middelengebruik en gokken van jeugd en specifieke risicogroepen te stimuleren en te ondersteunen.

Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan worden aangevraagd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.

Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat. De subsidiestaat kent subsidieplafonds voor elk van de drie activiteiten zoals beschreven in artikel 5. De subsidieplafonds voor 2027 kunnen nog wijzigen door indexeringen voor 2027 en andere raadsbesluiten. De subsidie wordt beschikt op basis van een begrotingsvoorbehoud.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

Uitsluitend de noodzakelijke kosten voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. De volgende activiteiten, die aansluiten op de doelen zoals genoemd in artikel 2 en die u uitvoert in de gemeente Utrecht ten behoeve van haar inwoners, komen voor subsidie in aanmerking:

  • 1.

    Verslavingspreventie basis:

    • a.

      Activiteiten op het gebied van verslavingspreventie gericht op jongeren onder de 18 jaar, jongvolwassenen (18 t/m 25 jaar), risicogroepen (dit kunnen ook volwassenen zijn) en hun sociale omgeving, waaronder:

      • i.

        Bewustwording en informatie, waaronder drugstestservice met FTIR;

      • ii.

        Individuele preventieve interventies;

      • iii.

        (Outreachend) veldwerk preventie jeugd.

    • b.

      Activiteiten op het gebied van verslavingspreventie gericht op intermediairs, waaronder:

      • i.

        Monitoring en kennisdeling van trends en risico’s op het gebied van verslavingspreventie en verslavingszorg, zowel vanuit landelijk onderzoek als lokaal opgedane ervaring;

      • ii.

        Vroegsignalering en deskundigheidsbevordering op het gebied van verslavingspreventie en verslavingszorg.

  • 2.

    Verslavingspreventie ongelijk investeren:

    • a.

      Activiteiten gericht op het toeleiden naar preventieve interventies van risicogroepen en hun omgeving (die nu nog onvoldoende bereikt worden). Waaronder:

      • i.

        Bewustwording en informatie;

      • ii.

        Aanvullende rol in het sociaal domein met kennis over verslavingen: verbinden met (in)formele preventie partners jeugd.

    • b.

      Activiteiten op het gebied van verslavingspreventie die betrekking hebben op de risicogroepen genoemd in lid 2.a. gericht op intermediairs, waaronder:

      • i.

        Monitoring en kennisdeling van trends en risico’s op het gebied van verslavingspreventie en verslavingszorg vanuit met deze activiteit opgedane ervaring;

      • ii.

        Vroegsignalering en deskundigheidsbevordering op het gebied van verslavingspreventie.

  • 3.

    Preventie KOPP/KOV-kinderen:

  • Het uitvoeren van (selectieve) preventieve interventies voor KOPP/KOV kinderen en jongvolwassenen en hun ouders, met aandacht voor intergenerationele overdracht van problematiek.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

  • 1.

    De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via Preventie van verslaving, subsidie aanvragen | Gemeente Utrecht.

  • 2.

    Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:

    • a.

      Een toelichting met activiteitenoverzicht, waarin in ieder geval het volgende is opgenomen:

      • i.

        De beoogde impact voor de doelgroep (zo concreet mogelijke onderbouwing van de gekozen interventies en wijze van monitoring van bereik en resultaat);

      • ii.

        Een beschrijving van de gehanteerde methodiek en expertise van medewerkers;

      • iii.

        Een overzicht van de activiteiten die de subsidieaanvrager gaat inzetten voor social return.

  • Voor een aanvraag die ziet op de activiteiten onder artikel 5, lid 1, ‘Verslavingspreventie basis ’ is tevens in het activiteitenoverzicht opgenomen ;

    • i.

      de visie in relatie tot de doelen en uitgangspunten van deze nadere regel;

    • ii.

      de onderbouwing van de keuzes voor de activiteiten waarbij actuele kennis (wetenschappelijke kennis, aangevuld met leefwereld- en ervaringskennis) over middelengebruik en gokken in relatie tot de gebruiker en de setting betrokken is;

    • iii.

      een toelichting op het totaalpakket aan deskundigheid en diensten op het gebied van verslavingspreventie en verslavingszorg;

    • iv.

      een beschrijving van de samenhang met andere interventies die zijn gericht op een gezonde leefstijl en de onderliggende maatschappelijke problematiek van middelengebruik en gokken;

    • v.

      een beschrijving van de manier waarop wordt samengewerkt met partners in de stad en in de wijken om de beoogde effecten te realiseren.

  • Voor een aanvraag die ziet op de activiteiten onder artikel 5, lid 2, ‘Verslavingspreventie ongelijk investeren’ is tevens in het activiteitenoverzicht opgenomen;

    • i.

      de visie in relatie tot de doelen en uitgangspunten van deze nadere regel, in het bijzonder in relatie tot ongelijk investeren;

    • ii.

      de onderbouwing van de keuze voor de specifieke risicogroep, setting en wijk waarbij actuele kennis (evidence informed aangevuld met leefwereld- en ervaringskennis) over middelengebruik en gokken betrokken is;

    • iii.

      een toelichting op het totaalpakket aan deskundigheid en diensten, in het bijzonder in relatie tot verslavingspreventie;

    • iv.

      een beschrijving van de manier waarop wordt samengewerkt met partners in de wijk om de beoogde effecten te realiseren.

  • Voor een aanvraag die ziet op de activiteiten onder artikel 5, lid 3, ‘Preventie KOPP/KOV-kinderen’ is tevens in het activiteitenoverzicht opgenomen.

    • i.

      een toelichting op de keuze van de in te zetten interventies in relatie tot de aard en omvang van de Utrechtse KOPP/KOV-doelgroep, met specifieke aandacht voor doelgroepen en/of wijken die momenteel minder goed worden bereikt;

    • ii.

      een toelichting op de deskundigheid op het gebied van interventies KOPP/KOV;

    • iii.

      een beschrijving van de manier waarop wordt samengewerkt met partners in de stad en in de wijken (zoals jeugdpartners, huisartsen, (volwassen) GGZ) om de beoogde effecten te realiseren;

    • b.

      Een financiële onderbouwing van de aanvraag die aansluit op het overzicht van de activiteiten. In deze onderbouwing staat per activiteit opgenomen welke personele en materiele middelen waarbij inzicht wordt gegeven in opgenomen overheadkosten nodig zijn voor de activiteiten. Tevens is het gevraagde subsidiebedrag helder onderbouwd met daarbij een sluitende begroting met daarin alle (overige) inkomsten.

    • c.

      Aanvrager geeft aan hoe hij omgaat met gezonde leefgewoontes binnen zijn activiteiten en organisatie. Gezonde leefgewoonten zijn: bewegen, aanbod van gezond eten en drinken, rookvrij, weinig tot geen alcohol drinken, verstandig omgaan met hitte en zon en geen kinder- en jongerenmarketing en sponsoring van ongezonde voeding of ongezonde merken.

  • 3.

    Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan:

    • a.

      Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn;

    • b.

      Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    • c.

      De statuten of akte van oprichting.

Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag

De subsidieaanvraag moet voor 1 oktober 2026 zijn ingediend.

Artikel 8 Maximale subsidie

Per subsidieplafond zoals vermeld in de subsidiestaat wordt aan één aanvrager subsidie verstrekt.

Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag

  • 1.

    In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de ASV verdelen burgemeester en wethouders het budget over de aanvragen die volledig en tijdig zijn ontvangen op volgorde van het hoogste aantal punten.

  • 2.

    Aan de volledig en tijdig ontvangen aanvragen worden punten toegekend aan de hand van de volgende criteria:

  • Alle(en) tijdig aangeleverde en volledige aanvragen worden beoordeeld op basis van een puntensysteem. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet een aanvraag ten minste 60% scoren voor elk afzonderlijk criterium. De organisatie met de meeste punten krijgt de subsidie verleend.

    • a.

      Voor activiteiten bedoeld onder artikel 5, lid 1 ‘Verslavingspreventie basis’: Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag wordt getoetst aan de volgende criteria:

      • i.

        de mate waarin de aanvraag aansluit op de doelen in artikel 2 (maximaal 30 punten);

      • ii.

        de mate waarin en de manier waarop de aanvrager eigen expertise op het gebied van verslavingspreventie en verslavingszorg en wetenschappelijke kennis, aangevuld met leefwereld- en ervaringskennis over de actuele problematiek benut bij de onderbouwing van de aanvraag (maximaal 25 punten);

      • iii.

        De hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag en de mate waarin er een realistisch en duidelijk verband bestaat tussen de activiteiten en de daarvoor benodigde financiële middelen (maximaal 20 punten);

      • iv.

        de mate waarin de onderlinge samenhang tussen de verschillende activiteiten bijdraagt aan de gestelde doelen, d.w.z. hoe het aanbod verslavingspreventie dat de aanvrager aanbiedt (universele en selectieve preventie) samenhangt met en aansluit op de aanpak verslavingen in de brede zin, i.h.b. de verslavingszorg (maximaal 15 punten);

      • v.

        de (mate van) samenhang van de geplande activiteiten met interventies van andere partijen, waaruit afstemming en samenwerking met formele en informele samenwerkingspartners in de gemeente Utrecht blijkt: De plek/positie in de samenwerkingsketen is helder beschreven (maximaal 10 punten).

    • b.

      Voor activiteiten bedoeld onder artikel 5.2. ‘Verslavingspreventie ongelijk investeren’: Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag wordt getoetst aan de volgende criteria:

      • i.

        de mate waarin en de manier waarop de aanvrager actuele leefwereld- en ervaringskennis benut bij de onderbouwing van de keuze voor de specifieke doelgroep, setting en wijk en vertaalt naar evidenced informed interventies (maximaal 30 punten);

      • ii.

        de mate waarin de aanvraag aansluit op de doelen in artikel 2, in het bijzonder het verkleinen van gezondheidsverschillen (maximaal 20 punten);

      • iii.

        de mate waarin de in de aanvraag voorgestelde aanpak bijdraagt aan het doel om de gekozen doelgroep effectief te bereiken en toe te leiden (maximaal 20 punten);

      • iv.

        de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag en de mate waarin er een realistisch en duidelijk verband bestaat tussen de activiteiten en de daarvoor benodigde financiële middelen (maximaal 20 punten);

      • v.

        de (mate van) samenhang van de geplande activiteiten met interventies van andere partijen, waaruit afstemming en samenwerking met formele en informele samenwerkingspartners in de gemeente Utrecht blijkt. De plek/positie in de samenwerkingsketen is helder beschreven (maximaal 10 punten);

    • c.

      Voor activiteiten bedoeld onder artikel 5.3. ‘Preventie KOPP/KOV-kinderen’: Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag wordt getoetst aan de volgende criteria:

      • i.

        de onderbouwing van de keuze van de ingezette interventies in relatie tot de aard en geschatte omvang van de Utrechtse KOPP/KOV-doelgroep met specifieke aandacht voor doelgroepen en/of wijken die momenteel minder goed worden bereikt (maximaal 55 punten)

      • ii.

        de (mate van) samenhang van de geplande activiteiten met andere interventies in de keten, waaruit afstemming en samenwerking met formele en informele samenwerkingspartners in de gemeente Utrecht blijkt, in het bijzonder de huisarstenzorg, jeugdhulp en volwassenen GGZ (maximaal 25 punten);

      • iii.

        de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag en de mate waarin er een realistisch en duidelijk verband bestaat tussen de activiteiten en de daarvoor benodigde financiële middelen (maximaal 20 punten).

  • 3.

    De beoordeling van aanvragen vindt ambtelijk plaats op basis van consensus.

  • 4.

    Voor het toekennen van een score aan de criteria in het voorgaande lid en de bijbehorende punten wordt de volgende puntenschaal gehanteerd:

Score 

Omschrijving 

Percentage van maximale score

uitstekend

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is volledig. Er zijn geen ontbrekende elementen.  

De beschrijving/aanpak is specifiek, concreet en sluit uitstekend aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Er zijn hierin geen onduidelijkheden geconstateerd.  

De beschrijving/aanpak is op alle aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.  

100% 

 

goed 

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is bijna volledig bevonden.  

De beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten concreet en specifiek beschreven. Uw beschrijving/aanpak is over het algemeen duidelijk en zij sluit op de meeste aspecten aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.  

De beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. 

75% 

voldoende

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is voldoende uitgewerkt, maar niet volledig bevonden.  

De beschrijving/aanpak is voldoende specifiek en/of duidelijk beschreven. Er zijn meerdere aspecten die meer specifiek of duidelijk beschreven hadden mogen zijn. Uw uitwerking sluit voldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.  

De beschrijving/aanpak is op enkele aspecten realistisch en voor de Gemeente voldoende toepasbaar en/of effectief bevonden. 

50% 

onvoldoende 

De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is onvoldoende uitgewerkt en niet volledig bevonden.  

De beschrijving/aanpak is onvoldoende duidelijk en specifiek beschreven en sluit onvoldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium.  

De beschrijving/aanpak is grotendeels niet realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden.  

25% 

slecht  

Geeft geen invulling aan het gunningcriterium of de beschrijving/aanpak ontbreekt.   

0% 

Artikel 10 Beslistermijn

Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken na het verlopen van de indientermijn over de aanvraag.

Artikel 11 Verplichtingen

In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de Asv houdt de subsidieontvanger zich aan de volgende verplichtingen:

  • 1.

    De subsidieontvanger werkt evidence informed op verslavingspreventie en is op de hoogte van de actuele wetenschappelijke inzichten;

  • 2.

    De geplande activiteiten met interventies zijn in afstemming en samenwerking met formele en informele samenwerkingspartners in de gemeente Utrecht. De plek/positie in de samenwerkingsketen is helder;

  • 3.

    Bij “Verslavingspreventie basis” is de subsidieontvanger verantwoordelijk voor de aanschaf (en onderhoud) van een FTIR en voor voldoende drugstestcapaciteit. De aanschaf van een FTIR (en onderhoud) valt niet binnen de subsidie;

  • 4.

    Bij ‘Preventie KOPP/KOV-kinderen’ wordt de “Richtlijn Kinderen van Ouders met Psychische Problemen / Verslavingsproblemen (KOPP/KOV) voor jeugdhulp en jeugdbescherming” (4e druk, 2020, of de meest actuele versie van deze richtlijn) gehanteerd.

Artikel 12 Evaluatie

  • 1.

    Het beleid waarvoor de subsidie Nadere regel subsidie Verslavingspreventie 2027 wordt ingezet, wordt periodiek geëvalueerd.

  • 2.

    De evaluatie kan leiden tot aanpassing van deze nadere regel.

Artikel 13 Intrekking

De Nadere regel subsidie Verslavingspreventie gemeente Utrecht 2025 t/m 2026 zoals vastgesteld op 28 mei 2024 wordt ingetrokken.

Artikel 14 Overgangsbepalingen

De Nadere regel subsidie Verslavingspreventie gemeente Utrecht 2025 t/m 2026 zoals vastgesteld op 28 mei 2024 blijft van toepassing op aanvragen die onder de werking van die nadere regel zijn ingediend en op subsidiebesluiten die onder de werking van die nadere regel zijn genomen.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking.

Artikel 16 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel subsidie Verslavingspreventie gemeente Utrecht 2027.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 30 juni 2026

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Informatieve toelichting bij Nadere regel subsidie verslavingspreventie gemeente Utrecht 2027

Artikelsgewijs

Artikel 2

Het Utrechtse gezondheidsbeleid richt zich op het voorkomen van gezondheidsschade door roken (inclusief vapen en snus-gebruik), alcohol, drugs en gokken. Doel van deze nadere regel is het stimuleren en ondersteunen van gezond gedrag als het gaat om middelengebruik en gokken. Doelgroepen waar deze nadere regel zich op richt, zijn jeugdigen en jongvolwassen (t/m 25 jaar), risicogroepen en hun sociale omgeving (waaronder ouders). Deze nadere regel gaat over verslavingspreventie (universele en selectieve preventie), die moet worden onderscheiden van de nadere regel over verslavingszorg.

Dit doen we o.a. door het bieden van informatie over de gezondheidseffecten van middelengebruik en gokken. Het gaat om inzet gericht op bewustwording, motivering en gedragsverandering, om mensen in staat te stellen om tot verantwoorde keuzes te komen en om deze keuzes te ondersteunen. In aanvulling daarop is de aandacht ook gericht op mensen met beginnende problematiek om te voorkomen dat de problematiek verergert en om te stimuleren dat het gebruik verminderd wordt.

In deze nadere regel richten we ons primair op jeugd en secundair op specifieke risicogroepen. We richten ons vanuit ongelijk investeren specifiek op risicogroepen die door professionals nog onvoldoende bereikt worden. In deze nadere regel richten we ons tenslotte op kinderen van ouders met psychische problemen en kinderen van ouders met een verslavingsproblemen (Zie definitielijst KOPP/KOV kinderen). Onze inzet is erop gericht om te voorkomen dat deze doelgroep zelf mentale - of verslavingsproblematiek ontwikkelt. De subsidiabele activiteiten richten zich zowel op het kind of de jongvolwassene zelf, alsook op de ouders, waarbij oog is voor intergenerationele overdracht van problematiek.

Burgemeester en wethouders willen flexibel kunnen inspelen op een snel veranderende markt voor verslavende middelen en gokken. We willen trends en risicogroepen snel kunnen identificeren. Uitgangspunt daarbij is dat de kennisbasis van de subsidieaanvragers is gebaseerd op verschillende perspectieven zoals wetenschap, ervarings- en leefwereldkennis (van de doelgroep en de setting), maar ook kennis van partners in de zorg en sociale basis en in de wijken. Goed samenspel tussen partners die zich met andere preventieve interventies richten op dezelfde doelgroepen (bijvoorbeeld vanuit criminaliteitspreventie, sociale basis en gezondheid) en ketenpartners op het gebied van basiszorg en verslavingszorg is daarbij noodzakelijk.

Burgemeester en wethouders willen gezondheidsverschillen verkleinen. Dat vraagt om een aanpak waarbij middelen, gebruiker en setting in onderlinge samenhang worden bezien. We willen investeren in specifieke settings waar veel gebruikt wordt en in risicogroepen die tot nu toe minder goed bereikt worden. Daarnaast wordt zo nodig (gebiedsgericht) ingezet op innovatieve interventies.

Burgemeester en wethouders investeren samen met partners in de sociale infrastructuur van gemeente en regio. Een van de instrumenten om dit te doen is social return. Social return maakt het mogelijk dat investeringen die de gemeente doet naast het financiële rendement, ook een concrete sociale winst opleveren.

Naar boven