Nota Verbonden Partijen gemeente Lingewaard 2026

De gemeenteraad heeft op 3 juni 2026 de Nota Verbonden Partijen gemeente Lingewaard 2026 vastgesteld.

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Visie op samenwerking

Samenwerking kan niet los gezien worden van de ontwikkelingen in de samenleving. Hierin zien we een toenemende tendens van samenwerking om doelen te bereiken en resultaten te boeken.

Een gemeente kan taken op verschillende manieren (laten) uitvoeren: zelf doen, uitbesteden of samen werken met andere partijen via de zogenaamde verbonden partijen. Zij dragen bij aan onze gestelde doelen en te behalen resultaten. En daarmee aan onze te bereiken (maatschappelijke) effecten.

 

Uitgangspunt is dat we ervoor kiezen een zelfstandige en zelfbewuste gemeente te blijven. Soms kunnen we onze taken niet zelfstandig uitvoeren. In wetgeving is voor een aantal gemeentelijke taken bepaald dat deze in een verplichte samenwerking uitgevoerd worden: bijvoorbeeld de veiligheidsregio’s en de omgevingsdiensten. Naast de wettelijk verplichte samenwerking besteden we alleen taken uit als we bijvoorbeeld in de uitvoering te kwetsbaar zijn, het tot meer efficiency of kostenbesparing leidt en niet ten koste gaat van het niveau van dienstverlening aan onze inwoners. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar samenwerking met andere (buur)gemeenten.

 

Als samenwerking geformaliseerd moet worden hebben we een voorkeur voor een publieke rechtsvorm (gemeenschappelijke regeling) boven een private rechtsvorm zoals een NV of stichting. Dit omdat het publiekrecht meer waarborgen biedt voor het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, toezicht, controle en openbaarheid.

Uit artikel 160 lid 2 van de Gemeentewet volgt dat het college slechts kiest voor een privaatrechtelijke samenwerking, als dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

 

In de Nota verbonden partijen regelen we wanneer, waarom en hoe we samenwerken met andere partijen. Dit doen we, omdat het samenwerken in verbonden partijen een samenwerkingsvorm is waarbij het lokaal bestuur op afstand wordt gezet. Daarmee zetten we ook onze kaderstelling, sturing en controle op afstand. In deze nota regelen we hoe we het bestuur op afstand ook lokaal zo goed mogelijk kunnen borgen.

 

1.2 Aanleiding actualisatie nota

Deze Nota vervangt de Nota verbonden partijen uit 2020. Een belangrijke aanleiding om de nota te actualiseren is de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze wet biedt meer sturingsmogelijkheden voor gemeenteraden. Gemeenten hebben een overgangsperiode gekregen om de bestaande gemeenschappelijke regelingen aan te passen op de gewijzigde wet. Dit is inmiddels voor alle gemeenschappelijke regelingen geregeld waar Lingewaard aan deelneemt. De Nota verbonden partijen 2020 sluit echter op onderdelen niet goed meer aan op de Wgr.

 

Daarnaast zijn ook de effecten van de wijzigingen in de Wgr verwerkt in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het BBV bevat de kaders voor de wijze waarop de gegevens van verbonden partijen worden verwerkt in de begroting en jaarstukken van gemeenten.

 

In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de wettelijke kaders die van toepassing zijn op dit onderwerp.

Hoofdstuk 2 Definities en rollen verbonden partijen

2.1. Definitie verbonden partij

De definitie van een verbonden partij is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): “Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.”

Er is géén sprake van een verbonden partij indien:

  • er wel financiële betrokkenheid is, maar geen financieel belang (o.a. subsidieverstrekking en/of exploitatiebijdrage)

  • er uitsluitend een financieel risico is (bijv. lening of garantstelling)

  • er uitsluitend bestuurlijk belang is (bijv. commissarispositie)

  • er uitsluiten financieel belang en bestuursfunctie op persoonlijke titel is

Als gemeente volgen we de definitie van het BBV.

 

 

In de BBV worden de begrippen bestuurlijk en financieel belang ook gedefinieerd. Hieronder lichten we beide definities kort toe.

 

Bestuurlijk belang

Er is sprake van een bestuurlijk belang als een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente namens de gemeente of een bestuursorgaan in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt en/-of stemt.

 

Financieel belang

Van een financieel belang is grofweg sprake wanneer de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de organisatie, of wanneer financiële problemen bij de organisatie kunnen worden verhaald bij de gemeente.

 

2.2 Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke organisatievormen

Verbonden partijen kennen drie vormen:

 

1. Publiekrechtelijke organisaties

Bij deze samenwerkingen gaat het om deelname aan gemeenschappelijke regelingen. Dit kan verschillende vormen krijgen: een gemeenschappelijk orgaan, een centrum-constructie, een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een regeling zonder meer. De Wgr bepaalt hiervoor de kaders.

Bij een Gemeenschappelijke Regeling (GR) verandert de rol van de raad en het college, omdat het college en de gemeenteraad niet meer op zichzelf staand zijn. De democratische legitimatie is afhankelijk van alle deelnemende partijen gezamenlijk.

 

Er zijn verschillende varianten van een GR:

  • een raadsregeling; GR tussen uitsluitend gemeenteraden (en eventueel provinciale staten of het algemeen bestuur van een waterschap);

  • een collegeregeling; GR tussen uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders (en eventueel gedeputeerde staten of een dagelijks bestuur van een waterschap.

  • een burgemeestersregeling; Dit betreft een GR tussen uitsluitend burgemeesters (en eventueel een commissaris van de Koning of Dijkgraaf van een waterschap);

  • een gemengde regeling: een GR tussen de raden en/of colleges, en/of burgemeesters van twee of meer gemeenten.

In de praktijk is het zo dat raadsregelingen en burgemeestersregelingen zeer beperkt voorkomen. Meestal betreft het collegeregelingen.

 

2. Privaatrechtelijke organisaties

Deze zijn geregeld in het Burgerlijk Wetboek en betreft samenwerkingen in stichtingen, verenigingen, coöperaties en vennootschappen.

 

3. Publiek-private samenwerkingen (PPS)

Een publiek-private samenwerking (PPS) is een samenwerkingsverband tussen overheid en private partijen.

 

Gelet op het bovenstaande, heeft deze nota vooral betrekking op publiekrechtelijke organisaties en in het bijzonder de deelname in gemeenschappelijke regelingen.

 

2.3 Bevoegdheden

Bestuursorganen binnen de gemeente hebben verschillende bevoegdheden. Daarnaast heeft ook de ambtelijke organisatie een rol.

 

Gemeenteraad

De gemeenteraad heeft binnen de gemeente een kaderstellende en controlerende taak. Hij stelt de bestuurlijke kaders vast door middel van de gemeentelijke begroting. De gemeentelijke begroting vormt samen met de gemeentelijke jaarrekening de basis voor de controlerende taak. De verbonden partij is een (gezamenlijk) middel om de (lokale) bestuurlijke ambities te realiseren.

De controlerende taak met betrekking tot verbonden partijen houdt in, dat de gemeenteraad controleert of de verbonden partij de afgesproken taak binnen de gestelde kaders uitvoert én of het college dit goed bewaakt en waar nodig bijstuurt.

Kernvragen voor de raad zijn in deze context of de doelstellingen van de verbonden partij (nog steeds) corresponderen met die van de gemeente. En of de doelstellingen van de gemeente via de verbonden partijen binnen de kaders worden gerealiseerd en of er aanleiding is om de deelname aan of sturing op de verbonden partij te wijzigen of te beëindigen.

 

College

Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke begroting binnen de bestuurlijke kaders. Het college kiest er in enkele gevallen vanuit efficiency, effectiviteit of andere overwegingen voor om de uitvoering van dat beleid over te laten aan een verbonden partij.

Indien het college kiest voor uitvoering door een verbonden partij is het de taak van het college om als opdrachtgever zicht te houden op de uitvoering, prestaties, kosten en risico’s van de verbonden partij. In relatie tot verbonden partijen heeft het college bovendien als eigenaar de taak om de continuïteit en de risico’s van de verbonden partij te bewaken en te beheersen en hier waar nodig op bij te sturen.

Tegelijkertijd komt het college bij verbonden partijen meer op afstand te staan van de uitvoering. Hierdoor heeft het college in verhouding tot de interne organisatie minder directe invloed en meer aandacht voor toezicht en verantwoording.

Het college heeft daarnaast de taak om de gemeenteraad goed te informeren over het reilen en zeilen van de verbonden partijen.

Bovendien is het belangrijk dat zij de gemeenteraad vroegtijdig betrekt bij belangrijke besluiten of ontwikkelingen. In feite is er voor de informatieplicht van het college richting de gemeenteraad geen verschil tussen taken die zijn belegd binnen de eigen organisatie of die van een verbonden partij.

 

Ambtelijke organisatie

De ambtelijke organisatie heeft een belangrijke rol om het bestuur optimaal in staat te stellen om op verbonden partijen te sturen. Zij ondersteunt het bestuur met informatieverstrekking, advisering en onderhoudt contact met de verbonden partij.

Naast de bestuurlijke afstemming met de verbonden partij vindt er ambtelijke afstemming en beheersing over producten en diensten plaats. Medewerkers treden op als accounthouder en komen tot gedetailleerde afspraken met de verbonden partij. De ambtelijke organisatie werkt hierbij met betrekking tot publiekrechtelijke participaties waar mogelijk actief samen met de andere deelnemende gemeenten en organiseert regionale samenwerking.

 

2.4 Rollen

De gemeente vervult doorgaans twee rollen binnen de verbonden partijen: de rol van eigenaar en de rol van opdrachtgever. In de eigenaarsrol beslist de gemeente over de oprichting, de missie, de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verbonden partij. De eigenaarsrol richt zich vooral op de continuïteit en de levensvatbaarheid van de (samenwerkings)organisatie.

 

De gemeente is ook opdrachtgever van de verbonden partij. De verbonden partij levert diensten of producten of is uitvoerder van gemeentelijk beleid. Vaak in de vorm van een basispakket dat door alle deelnemers in de samenwerking wordt afgenomen, met daarnaast een aanvullend pakket dat voor afzonderlijke deelnemers op maat wordt afgesproken.

 

Daarnaast is er nog een derde rol te onderscheiden. Dat is de rol van opdrachtnemer. Deze berust bij het bestuur van de verbonden partij. Bestuurders kunnen door zitting te nemen in bijvoorbeeld een DB dus een derde eigenstandige rol hebben zijnde die van opdrachtnemer.

Hoofdstuk 3 Drie fasen in samenwerking

3.1 Welke 3 fasen kennen we?

Samenwerken in een verbonden partijen kent drie fasen. Binnen deze fasen hebben raad en college verschillende bevoegdheden en rollen.

  • a.

    de oprichtingsfase

  • b.

    de uitvoeringsfase

  • c.

    de verantwoordings/evaluatiefase

3.2 De oprichtingsfase

Deelname op grond van een afwegingskader

Om te bepalen of deelname aan een verbonden partij wenselijk is, hanteren we een afwegingskader als beleidslijn. De toepassing van het afwegingskader levert een objectieve analyse op om vervolgens de politiek-bestuurlijke keuze te kunnen maken om wel of niet deel te nemen. Hierna wordt bepaald welke uitvoeringsvorm hierbij het beste past. Uitgangspunt is dat deelname alleen plaatsvindt als dat noodzakelijk is voor het algemeen belang.

Het afwegingskader is in bijlage 2 opgenomen.

 

Sturing bij oprichting van een verbonden partij

In de Gemeentewet en de Wgr, is vastgelegd dat wanneer het college een gemeenschappelijke regeling wil oprichten (meestal gaat het namelijk om het uitbesteden van collegetaken en –bevoegdheden), de raad

  • 1.

    een zienswijze mag geven op het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling.

  • 2.

    toestemming moet geven om de gemeenschappelijke regeling aan te gaan. Toestemming kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang.

Als het gaat om deelname aan een privaatrechtelijke verbonden partij, bijvoorbeeld een vennootschap, vereniging, coöperatie of stichting, wordt de raad in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

 

Risico’s bij het aangaan van een verbonden partij

Hoewel het aangaan van een verbonden partij voordelen kent, zijn er ook risico’s.

  • 1.

    Bestuurlijk risico: de verantwoordelijkheid voor uitvoering blijft bij de gemeente, maar er is minder invloed op de wijze waarop het wordt uitgevoerd, de informatievoorziening en beïnvloedingsmogelijkheden.

  • 2.

    Financieel risico: de gemeente blijft verantwoordelijk voor de financiële tekorten van de verbonden partij.

  • 3.

    Rolvermengingsrisico: de gemeente als eigenaar/bestuurder heeft soms andere belangen dan gemeente als opdrachtgever/klant.

Bij de oprichting van een verbonden partij moet een beoordeling van deze risico’s gedaan worden. De sturingsbehoefte zal groter zijn, indien de gemeente meer bestuurlijke en financiële risico's loopt bij een verbonden partij. De financiële en bestuurlijke analyse worden uitgevoerd aan de hand van financieel en inhoudelijk georiënteerde vragen. Op basis van de antwoorden op deze vragen wordt het financiële en bestuurlijke risico bepaald op laag, gemiddeld of hoog. Zie bijlage 3.

 

Als is bepaald hoe groot het bestuurlijke en financiële risico is bij een verbonden partij, kan vervolgens bepaald worden hoe we moeten sturen en monitoren op deze verbonden partij. Dit maken we inzichtelijk met onderstaand schema. Dit leidt tot de toepassing van een bepaald sturingsarrangement (zie 3.3).

 

3.3 De uitvoeringsfase

Na het besluit om een verbonden partij op te richten, volgt de uitvoeringsfase. De verbonden partij werkt aan de gestelde doelen conform de begroting. De gemeente volgt de verbonden partij in de realisatie daarvan.

Het is niet wenselijk en noodzakelijk om aan iedere verbonden partij evenveel aandacht te besteden. Bij sommige verbonden partijen is het voldoende om het reguliere proces te volgen. In sommige gevallen is meer sturing en toezicht gewenst. In deze paragraaf worden de sturingsmogelijkheden in de uitvoeringsfase beschreven/toegelicht.

 

Door de uitkomst van de analyse van het financiële en bestuurlijke risico ontstaat het inzicht in het gewenst sturingsarrangement voor een verbonden partij. Dit zijn de volgende sturingsarrangementen.

 

Passieve sturing – laag tot gemiddeld risicoprofiel

Rapportage in de P&C cyclus via de paragraaf verbonden partijen in de begroting en de jaarstukken

  • o

    Indeling sturingsprofielen n.a.v. analyse financieel en bestuurlijk risico

  • o

    Per verbonden partij een overzicht met kerngegevens, een toelichting met een beschrijving van het algemeen belang en daar waar nodig de risico’s.

    • Iedere verbonden partij heeft een ambtelijk accounthouder.

    • Portefeuillehouders kunnen indien nodig actief mondelinge mededelingen doen tijdens iedere raadscyclus bij de Politieke Avond.

    • Indien van toepassing: mondelinge terugkoppeling bij de raadsvergadering door de raadsrapporteurs.

    • Bij alle gemeenschappelijke regelingen leggen we de conceptbegroting voor aan de raad voor zienswijzen.

    • De agenda’s en (tussentijdse) rapportages van de gemeenschappelijke regelingen worden ambtelijk gevolgd en ter informatie aan het college gestuurd. Aanvullende bestuurlijke advisering vindt plaats in geval van calamiteiten, wanneer dit wettelijk is voorgeschreven, of wanneer actuele ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. In dat geval wordt ook de raad geïnformeerd.

Actieve sturing (gemiddeld tot hoog risicoprofiel)

Aanvullend op de passieve sturing:

  • Hierbij worden, zowel ambtelijk als bestuurlijk, ontwikkelingen bij partijen, nauwlettend gevolgd. Inzet hierbij is tijdig signaleren en bijsturen en informeren.

  • Er zijn ambtelijke voorbereidings- en afstemmingsgroepen van accounthouders van deelnemende gemeenten.

  • Advisering op (stukken bij) bestuurlijke vergaderingen/overleggen.

Maatwerk sturing (gemiddeld risicoprofiel)

Wanneer sprake is van een gemiddeld risicoprofiel, zal een keuze gemaakt worden tussen actieve of passieve sturing. Hierbij zal vooral de actualiteit een belangrijke rol spelen.

Daarnaast zijn er gemeenschappelijke regelingen die in de regeling zelf aanvullende bepalingen hebben opgenomen over het betrekken van raden en colleges voorafgaand aan besluitvorming, zie bijlage 4.

 

Procedure

De bepaling van het passende sturingsarrangement vindt (naast de bepaling bij de oprichting) jaarlijks, bij het opstellen van de begroting, plaats. Per verbonden partij wordt ambtelijk het risicoprofiel bepaald. Deze beoordeling legt het college, na instemming, voor aan de raad in de paragraaf verbonden partijen van de begroting. De raad heeft vervolgens bij de raadsbehandeling gelegenheid nadere accenten te leggen aangaande de sturing.

 

3.4 Verantwoording/evaluatie en uittreding

Verantwoording

Verantwoording vindt plaats in de reguliere P&C cyclus in de paragraaf Verbonden Partijen en bij de programma’s waar de taken worden uitgevoerd die aansluiten bij het doel van de verbonden partij.

 

Evaluatie

Jaarlijks vindt een interne controle plaats van verbonden partijen uit het zwaarste sturingsarrangement. Verder schrijft de gewijzigde Wgr voor dat gemeenschappelijke regelingen zelf bepalingen moeten inhouden omtrent de periodieke evaluatie van de regeling (art. 11 Wgr).

 

Beëindiging verbonden partij

Door tussentijdse veranderingen kan besloten worden tot het beëindigen van een verbonden partij. Het beëindigen van deelname aan een verbonden partij verdient een zorgvuldige voorbereiding. De beëindiging kan financiële consequenties hebben. Ook moet helder zijn of en hoe de opdracht die er lag, op een andere manier moet worden voortgezet.

 

Beëindiging gemeenschappelijke regeling

In iedere GR zijn bepalingen opgenomen over wijziging van, opheffing van, toetreding tot en uittreding uit de regeling. Het ontwerp van een regeling, evenals wijzigingen, opheffing (meest vergaande vorm van wijziging), en toe- en uittreding wordt via een zienswijze procedure voorgelegd aan de raden.

 

Beëindiging private verbonden partij

Het college beëindigt de relatie met een private verbonden partij niet eerder dan nadat de gemeenteraad zijn wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt. Na ontvangst van de reactie van de gemeenteraad neemt het college een besluit tot beëindiging van de relatie met inachtneming van de eventueel geldende afspraken binnen de verbonden partij (statuten, dienstverleningsovereenkomst).

 

Bijlage 1: Wettelijke kaders

 

Bij verbonden partijen moeten we rekening houden met een juridisch kader. Dit kader bestaat o.a. uit de Gemeentewet, het BBV, de Wgr en de Wet bestuur en Toezicht.

 

Gemeentewet

Grondregel van de Gemeentewet is dat de gemeente publieke taken zelf uitvoert. Op grond van artikel 160 van de Gemeentewet en de Wgr is participatie in een verbonden partij mogelijk ter behartiging van publiek belang.

Het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet geeft aan dat private rechtsvormen slechts toelaatbaar zijn ‘indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

 

Besluit begroting en verantwoording (BBV)

In het BBV is bepaald dat in de begroting in een afzonderlijke paragraaf de beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot verbonden partijen. In deze paragraaf hoort ten minste:

  • a)

    de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;

  • b)

    de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;

  • c)

    de lijst van verbonden partijen;

In de lijst van de verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:

  • a)

    de naam en de vestigingsplaats

  • b)

    het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt

  • c)

    de veranderingen die zich hebben voorgedaan gedurende het begrotingsjaar in het belang dat de gemeente heeft

  • d)

    het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar

  • e)

    het resultaat van de verbonden partij.

De commissie BBV heeft aangegeven dat de visie (a) en beleidsvoornemens (b) omtrent verbonden partijen vastgelegd moeten worden in een door de raad vastgestelde actuele nota verbonden partijen.

 

Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)

Een belangrijk juridisch kader voor samenwerking tussen bestuursorganen van gemeenten is de Wgr. In 2022 zijn in de Wgr meerdere wijzigingen doorgevoerd met als doel de democratische legitimiteit te vergroten en de raad beter haar kaderstellende en controlerende rol uit te kunnen laten voeren in gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast richt de wetswijziging zich op het vergroten van participatiemogelijkheden van inwoners en belanghebbenden bij de besluitvorming binnen gemeenschappelijke regelingen.

 

De belangrijkste wijzigingen in de aangepaste Wgr (die ook zijn doorgevoerd in onze Gemeenschappelijke Regelingen) zijn:

  • Het recht voor gemeenteraden om een zienswijze in te dienen bij onder meer het treffen van een regeling en bij besluiten;

  • Het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie voor raadsleden en afspraken hoe om te gaan met burgerparticipatie;

  • Verplichte afspraken over evaluatie van de regeling en de verplichting om afspraken te maken over (financiële) gevolgen van uittreding voor de uittredende deelnemers;

  • Verruiming van enkele termijnen in de begrotingscyclus. Zo mag voortaan de zienswijze ook ná het zomerreces worden ontvangen;

  • Actieve informatieplicht. Het bestuur van de GR is verplicht actief te informeren. In de GR moeten afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop informatie wordt aangeleverd;

  • Aanvullende controle-instrumenten (recht van onderzoek, onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers).

Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen

De Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen regelt bepalingen in het Burgerlijk Wetboek omtrent de inrichting van bestuur en toezicht van o.a. verenigingen, stichtingen en vennootschappen.

 

Bijlage 2: Afwegingskader

 

In het afwegingskader zijn zes stappen te onderscheiden. Deze worden in onderstaande afbeelding grafisch in beeld gebracht en kort toegelicht.

 

 

Stap 1 Beschrijving doel

Voor het maken van de keuze of een samenwerking wordt aangegaan, is het van belang de aanleiding en het doel vast te stellen. Waarvoor zoeken we een oplossing?

 

Stap 2 Publiek belang

De samenwerking kan alleen worden aangegaan als sprake is van een publiek belang. Het college dient te motiveren welk publiek belang wordt gediend.

 

Stap 3 Is volledige betrokkenheid noodzakelijk en efficiënt?

Volledige gemeentelijke betrokkenheid kan voortkomen uit een wettelijke verplichting om een taak binnen de gemeente uit te voeren. In sommige gevallen kan het zijn dat het strategisch gezien niet handig is de werkzaamheden extern uit te voeren. Daarnaast kan het zijn dat uitbesteden van een taak te hoge kosten met zich meebrengt. Dit vergt per situatie een goede afweging.

 

Stap 4 Kan de gemeente het publieke belang als opdracht- of regelgever voldoende behartigen?

In de huidige tijd komen steeds meer initiatieven vanuit inwoners en of maatschappelijke organisaties. De gemeente kan hierin een faciliterende rol hebben. Verder blijft de maatschappij continu in beweging en ontwikkeling. Het publieke belang kan dan worden gediend met een gemeente als opdrachtgever. Ook kan een samenwerkingsverband het meest geëigende middel zijn om de maatschappelijke effecten en beleidsdoelen van de gemeente te realiseren.

 

Stap 5 Is een publiekrechtelijke rechtsvorm op basis van de Wet gemeenschappelijke regeling mogelijk?

Een publiekrechtelijke samenwerking heeft de voorkeur boven een privaatrechtelijke samenwerking. Deze voorkeur volgt uit de Gemeentewet op basis van artikel 160 lid 2 (zie bijlage 1, waarin het artikel staat beschreven). Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient te worden beoordeeld of een publiekrechtelijke samenwerking mogelijk is.

 

Stap 6 PPS constructie of privaatrechtelijke deelname

Als een samenwerking op grond van de gemeenschappelijke regeling niet mogelijk is, wordt gekeken of samenwerken in een publiek-private samenwerking (PPS) constructie of een privaatrechtelijke deelneming mogelijk is. Ook kan publiekrechtelijke samenwerking nadelen met zich meebrengen. Ten opzichte van privaatrechtelijke samenwerking kan bv. sprake zijn van langere besluitvormingstrajecten. De keuze voor een privaatrechtelijke samenwerking dient een bewuste en goed onderbouwde keuze te zijn. Als de keuze is gemaakt voor het aangaan van de samenwerking, wordt omschreven welke taken worden overgedragen.

 

Bijlage 3: Risicoanalyse tbv van bepaling sturingsarrangementen

 

Financiële analyse

De financiële analyse wordt uitgevoerd aan de hand van de zes onderstaande financieel georiënteerde vragen. Op basis van de antwoorden op deze vragen wordt het financiële belang en risico bepaald op laag, gemiddeld of hoog.

 

Financieel belang

Laag

Gemiddeld

Hoog

1. Omvang jaarlijkse financiële bijdrage

< € 1.000.000

€ 1.000.000 – € 5.000.000

> € 5.000.000

2. Is het weerstandsvermogen van de verbonden partij toereikend?

Volledig

Deels

Niet

3. Benodigd gemeentelijk weerstandsvermogen o.b.v. risico’s bij de verbonden partij

< € 100.000

€ 100.000 – € 500.000

> € 500.000

4. In hoeverre is de gemeente financieel aansprakelijk?

Niet

Gedeeltelijk

Volledig

5. Is de organisatie in staat om financieel bij te sturen?

Volledig

Deels

Niet

6. Is de bedrijfsvoering van de organisatie op orde?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

 

Bestuurlijke analyse

De bestuurlijk (inhoudelijke) analyse wordt uitgevoerd aan de hand van de zes onderstaande inhoudelijke vragen. Op basis van de antwoorden op deze vragen wordt het bestuurlijk belang en risico ook bepaald op laag, gemiddeld of hoog.

 

Bestuurlijk belang

Minder

Gemiddeld

Hoog

1. In hoeverre komt Lingewaards belang overeen met het belang van de organisatie?

Volledig

Gedeeltelijk

Minimaal

2. Is er invloed op de samenstelling van het bestuur?

Ja

-

Nee

3. Is Lingewaard vertegenwoordigd in het bestuur?

Dagelijks bestuur

Algemeen bestuur/Overig

Nee

4. Zijn er duidelijk afspraken over doelen en te leveren prestaties?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

5. Zijn er duidelijk afspraken over informatievoorziening?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

6. In hoeverre zijn de te leveren prestaties van invloed op de realisatie van gemeentelijke doelstellingen?

Minimaal

Gemiddeld

Maximaal

 

Bijlage 4: Overzicht extra zienswijzen gemeenschappelijke regelingen

 

Naast de wettelijke verplichte zienswijzeprocedure (bij toetreding, wijziging, uittreding en opheffing GR en de begroting) hebben de verschillende gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de wijzigingen in de Wgr ook opgenomen bij welke andere besluiten de raden zienswijze(n) kunnen indienen. In onderstaand overzicht zijn de mogelijkheden tot indienen van zienswijze(n) per gemeenschappelijke regeling partij opgenomen (stand van zaken 1-1-2026).

 

VGGM

  • Het Algemeen Bestuur besluit, voorafgaand aan het nemen ervan, welke besluiten ter zienswijze aan de raden worden voorgelegd, naast de besluiten waarvan bij of krachtens de wet is bepaald dat deze verplicht aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd en de overige in deze regeling genoemde gevallen.

In ieder geval wordt aan de raden ter zienswijze voorgelegd:

  • a.

    Voorgenomen besluiten van het algemeen bestuur alsmede voorgenomen besluiten van een bestuurscommissie, die voor deelnemende gemeenten ingrijpende effecten hebben voor de gezondheid of veiligheid;

  • b.

    De participatieregeling als bedoeld in artikel 14;

  • c.

    Het informatieprotocol als bedoeld in artikel 26, eerste lid;

  • d.

    De bijdrageregeling als bedoeld in artikel 33;

  • e.

    De algemene financiële en beleidsmatige kaders als bedoeld in artikel 32 onder a en b;

  • f.

    De ontwerpbegroting en meerjarenraming als bedoeld in artikel 32 onder c en d;

ODGM

  • Besluiten van het Algemeen Bestuur worden voor zienswijze aan de gemeenteraden van de deelnemers en Provinciale Staten voorgelegd als het besluiten – naast de wettelijke verplichte – van groot financieel en politiek belang betreft.

  • Bij wijzigingen van de begroting wordt de procedure voor vaststelling van de begroting gevolgd.

  • De raden van de gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen..

BVO-DRAN

Geen extra mogelijkheden tot zienswijze buiten de wettelijke verplichtingen.

Park Lingezegen

  • Onverminderd het bepaalde in artikel 34b van de Wet, zorgt het Dagelijks Bestuur vóór 1 april voor de in dat lid bedoelde toezending van de financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening, ten behoeve van de zienswijzeprocedure.

GMR

  • Het Algemeen Bestuur stelt voor het verstrekken van informatie een Informatieprotocol vast, maar niet nadat raden de gelegenheid is geboden hun zienswijze hierover te geven (art. 18, GR GMR).

  • De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen de in artikel 35, eerste lid, van de wet genoemde termijn, bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting en de regionale agenda naar voren brengen

  • De raden van de gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen.

MGR SD

Geen extra mogelijkheden tot zienswijze buiten de wettelijke verplichtingen.

Euregio

Rijn-Waal

Niet van toepassing aangezien deze verbonden partij statutair in Kleve (Duitsland) is gevestigd en daardoor valt onder de Wet gemeentelijke samenwerking van Noordrijn-Westfalen.

Recreatieschap Overbetuwe

  • Het Algemeen Bestuur legt naast de verplichte besluiten die in de wet of in deze regeling worden genoemd, de besluiten die een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de deelnemers ter zienswijze voor aan de gemeenteraden van de deelnemers.

 

Naar boven