Gemeenteblad van Lingewaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lingewaard | Gemeenteblad 2026, 316251 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lingewaard | Gemeenteblad 2026, 316251 | beleidsregel |
Nota Verbonden Partijen gemeente Lingewaard 2026
Samenwerking kan niet los gezien worden van de ontwikkelingen in de samenleving. Hierin zien we een toenemende tendens van samenwerking om doelen te bereiken en resultaten te boeken.
Een gemeente kan taken op verschillende manieren (laten) uitvoeren: zelf doen, uitbesteden of samen werken met andere partijen via de zogenaamde verbonden partijen. Zij dragen bij aan onze gestelde doelen en te behalen resultaten. En daarmee aan onze te bereiken (maatschappelijke) effecten.
Uitgangspunt is dat we ervoor kiezen een zelfstandige en zelfbewuste gemeente te blijven. Soms kunnen we onze taken niet zelfstandig uitvoeren. In wetgeving is voor een aantal gemeentelijke taken bepaald dat deze in een verplichte samenwerking uitgevoerd worden: bijvoorbeeld de veiligheidsregio’s en de omgevingsdiensten. Naast de wettelijk verplichte samenwerking besteden we alleen taken uit als we bijvoorbeeld in de uitvoering te kwetsbaar zijn, het tot meer efficiency of kostenbesparing leidt en niet ten koste gaat van het niveau van dienstverlening aan onze inwoners. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar samenwerking met andere (buur)gemeenten.
Als samenwerking geformaliseerd moet worden hebben we een voorkeur voor een publieke rechtsvorm (gemeenschappelijke regeling) boven een private rechtsvorm zoals een NV of stichting. Dit omdat het publiekrecht meer waarborgen biedt voor het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, toezicht, controle en openbaarheid.
Uit artikel 160 lid 2 van de Gemeentewet volgt dat het college slechts kiest voor een privaatrechtelijke samenwerking, als dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
In de Nota verbonden partijen regelen we wanneer, waarom en hoe we samenwerken met andere partijen. Dit doen we, omdat het samenwerken in verbonden partijen een samenwerkingsvorm is waarbij het lokaal bestuur op afstand wordt gezet. Daarmee zetten we ook onze kaderstelling, sturing en controle op afstand. In deze nota regelen we hoe we het bestuur op afstand ook lokaal zo goed mogelijk kunnen borgen.
1.2 Aanleiding actualisatie nota
Deze Nota vervangt de Nota verbonden partijen uit 2020. Een belangrijke aanleiding om de nota te actualiseren is de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze wet biedt meer sturingsmogelijkheden voor gemeenteraden. Gemeenten hebben een overgangsperiode gekregen om de bestaande gemeenschappelijke regelingen aan te passen op de gewijzigde wet. Dit is inmiddels voor alle gemeenschappelijke regelingen geregeld waar Lingewaard aan deelneemt. De Nota verbonden partijen 2020 sluit echter op onderdelen niet goed meer aan op de Wgr.
Daarnaast zijn ook de effecten van de wijzigingen in de Wgr verwerkt in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het BBV bevat de kaders voor de wijze waarop de gegevens van verbonden partijen worden verwerkt in de begroting en jaarstukken van gemeenten.
In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de wettelijke kaders die van toepassing zijn op dit onderwerp.
Hoofdstuk 2 Definities en rollen verbonden partijen
2.1. Definitie verbonden partij
De definitie van een verbonden partij is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): “Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.”
Er is géén sprake van een verbonden partij indien:
Als gemeente volgen we de definitie van het BBV.
In de BBV worden de begrippen bestuurlijk en financieel belang ook gedefinieerd. Hieronder lichten we beide definities kort toe.
Er is sprake van een bestuurlijk belang als een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente namens de gemeente of een bestuursorgaan in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt en/-of stemt.
Van een financieel belang is grofweg sprake wanneer de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de organisatie, of wanneer financiële problemen bij de organisatie kunnen worden verhaald bij de gemeente.
2.2 Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke organisatievormen
Verbonden partijen kennen drie vormen:
1. Publiekrechtelijke organisaties
Bij deze samenwerkingen gaat het om deelname aan gemeenschappelijke regelingen. Dit kan verschillende vormen krijgen: een gemeenschappelijk orgaan, een centrum-constructie, een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een regeling zonder meer. De Wgr bepaalt hiervoor de kaders.
Bij een Gemeenschappelijke Regeling (GR) verandert de rol van de raad en het college, omdat het college en de gemeenteraad niet meer op zichzelf staand zijn. De democratische legitimatie is afhankelijk van alle deelnemende partijen gezamenlijk.
Er zijn verschillende varianten van een GR:
In de praktijk is het zo dat raadsregelingen en burgemeestersregelingen zeer beperkt voorkomen. Meestal betreft het collegeregelingen.
2. Privaatrechtelijke organisaties
Deze zijn geregeld in het Burgerlijk Wetboek en betreft samenwerkingen in stichtingen, verenigingen, coöperaties en vennootschappen.
3. Publiek-private samenwerkingen (PPS)
Een publiek-private samenwerking (PPS) is een samenwerkingsverband tussen overheid en private partijen.
Gelet op het bovenstaande, heeft deze nota vooral betrekking op publiekrechtelijke organisaties en in het bijzonder de deelname in gemeenschappelijke regelingen.
Bestuursorganen binnen de gemeente hebben verschillende bevoegdheden. Daarnaast heeft ook de ambtelijke organisatie een rol.
De gemeenteraad heeft binnen de gemeente een kaderstellende en controlerende taak. Hij stelt de bestuurlijke kaders vast door middel van de gemeentelijke begroting. De gemeentelijke begroting vormt samen met de gemeentelijke jaarrekening de basis voor de controlerende taak. De verbonden partij is een (gezamenlijk) middel om de (lokale) bestuurlijke ambities te realiseren.
De controlerende taak met betrekking tot verbonden partijen houdt in, dat de gemeenteraad controleert of de verbonden partij de afgesproken taak binnen de gestelde kaders uitvoert én of het college dit goed bewaakt en waar nodig bijstuurt.
Kernvragen voor de raad zijn in deze context of de doelstellingen van de verbonden partij (nog steeds) corresponderen met die van de gemeente. En of de doelstellingen van de gemeente via de verbonden partijen binnen de kaders worden gerealiseerd en of er aanleiding is om de deelname aan of sturing op de verbonden partij te wijzigen of te beëindigen.
Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke begroting binnen de bestuurlijke kaders. Het college kiest er in enkele gevallen vanuit efficiency, effectiviteit of andere overwegingen voor om de uitvoering van dat beleid over te laten aan een verbonden partij.
Indien het college kiest voor uitvoering door een verbonden partij is het de taak van het college om als opdrachtgever zicht te houden op de uitvoering, prestaties, kosten en risico’s van de verbonden partij. In relatie tot verbonden partijen heeft het college bovendien als eigenaar de taak om de continuïteit en de risico’s van de verbonden partij te bewaken en te beheersen en hier waar nodig op bij te sturen.
Tegelijkertijd komt het college bij verbonden partijen meer op afstand te staan van de uitvoering. Hierdoor heeft het college in verhouding tot de interne organisatie minder directe invloed en meer aandacht voor toezicht en verantwoording.
Het college heeft daarnaast de taak om de gemeenteraad goed te informeren over het reilen en zeilen van de verbonden partijen.
Bovendien is het belangrijk dat zij de gemeenteraad vroegtijdig betrekt bij belangrijke besluiten of ontwikkelingen. In feite is er voor de informatieplicht van het college richting de gemeenteraad geen verschil tussen taken die zijn belegd binnen de eigen organisatie of die van een verbonden partij.
De ambtelijke organisatie heeft een belangrijke rol om het bestuur optimaal in staat te stellen om op verbonden partijen te sturen. Zij ondersteunt het bestuur met informatieverstrekking, advisering en onderhoudt contact met de verbonden partij.
Naast de bestuurlijke afstemming met de verbonden partij vindt er ambtelijke afstemming en beheersing over producten en diensten plaats. Medewerkers treden op als accounthouder en komen tot gedetailleerde afspraken met de verbonden partij. De ambtelijke organisatie werkt hierbij met betrekking tot publiekrechtelijke participaties waar mogelijk actief samen met de andere deelnemende gemeenten en organiseert regionale samenwerking.
De gemeente vervult doorgaans twee rollen binnen de verbonden partijen: de rol van eigenaar en de rol van opdrachtgever. In de eigenaarsrol beslist de gemeente over de oprichting, de missie, de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verbonden partij. De eigenaarsrol richt zich vooral op de continuïteit en de levensvatbaarheid van de (samenwerkings)organisatie.
De gemeente is ook opdrachtgever van de verbonden partij. De verbonden partij levert diensten of producten of is uitvoerder van gemeentelijk beleid. Vaak in de vorm van een basispakket dat door alle deelnemers in de samenwerking wordt afgenomen, met daarnaast een aanvullend pakket dat voor afzonderlijke deelnemers op maat wordt afgesproken.
Daarnaast is er nog een derde rol te onderscheiden. Dat is de rol van opdrachtnemer. Deze berust bij het bestuur van de verbonden partij. Bestuurders kunnen door zitting te nemen in bijvoorbeeld een DB dus een derde eigenstandige rol hebben zijnde die van opdrachtnemer.
Hoofdstuk 3 Drie fasen in samenwerking
Deelname op grond van een afwegingskader
Om te bepalen of deelname aan een verbonden partij wenselijk is, hanteren we een afwegingskader als beleidslijn. De toepassing van het afwegingskader levert een objectieve analyse op om vervolgens de politiek-bestuurlijke keuze te kunnen maken om wel of niet deel te nemen. Hierna wordt bepaald welke uitvoeringsvorm hierbij het beste past. Uitgangspunt is dat deelname alleen plaatsvindt als dat noodzakelijk is voor het algemeen belang.
Het afwegingskader is in bijlage 2 opgenomen.
Sturing bij oprichting van een verbonden partij
In de Gemeentewet en de Wgr, is vastgelegd dat wanneer het college een gemeenschappelijke regeling wil oprichten (meestal gaat het namelijk om het uitbesteden van collegetaken en –bevoegdheden), de raad
Als het gaat om deelname aan een privaatrechtelijke verbonden partij, bijvoorbeeld een vennootschap, vereniging, coöperatie of stichting, wordt de raad in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Risico’s bij het aangaan van een verbonden partij
Hoewel het aangaan van een verbonden partij voordelen kent, zijn er ook risico’s.
Bij de oprichting van een verbonden partij moet een beoordeling van deze risico’s gedaan worden. De sturingsbehoefte zal groter zijn, indien de gemeente meer bestuurlijke en financiële risico's loopt bij een verbonden partij. De financiële en bestuurlijke analyse worden uitgevoerd aan de hand van financieel en inhoudelijk georiënteerde vragen. Op basis van de antwoorden op deze vragen wordt het financiële en bestuurlijke risico bepaald op laag, gemiddeld of hoog. Zie bijlage 3.
Als is bepaald hoe groot het bestuurlijke en financiële risico is bij een verbonden partij, kan vervolgens bepaald worden hoe we moeten sturen en monitoren op deze verbonden partij. Dit maken we inzichtelijk met onderstaand schema. Dit leidt tot de toepassing van een bepaald sturingsarrangement (zie 3.3).
Na het besluit om een verbonden partij op te richten, volgt de uitvoeringsfase. De verbonden partij werkt aan de gestelde doelen conform de begroting. De gemeente volgt de verbonden partij in de realisatie daarvan.
Het is niet wenselijk en noodzakelijk om aan iedere verbonden partij evenveel aandacht te besteden. Bij sommige verbonden partijen is het voldoende om het reguliere proces te volgen. In sommige gevallen is meer sturing en toezicht gewenst. In deze paragraaf worden de sturingsmogelijkheden in de uitvoeringsfase beschreven/toegelicht.
Door de uitkomst van de analyse van het financiële en bestuurlijke risico ontstaat het inzicht in het gewenst sturingsarrangement voor een verbonden partij. Dit zijn de volgende sturingsarrangementen.
Passieve sturing – laag tot gemiddeld risicoprofiel
Rapportage in de P&C cyclus via de paragraaf verbonden partijen in de begroting en de jaarstukken
Per verbonden partij een overzicht met kerngegevens, een toelichting met een beschrijving van het algemeen belang en daar waar nodig de risico’s.
De agenda’s en (tussentijdse) rapportages van de gemeenschappelijke regelingen worden ambtelijk gevolgd en ter informatie aan het college gestuurd. Aanvullende bestuurlijke advisering vindt plaats in geval van calamiteiten, wanneer dit wettelijk is voorgeschreven, of wanneer actuele ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. In dat geval wordt ook de raad geïnformeerd.
Actieve sturing (gemiddeld tot hoog risicoprofiel)
Aanvullend op de passieve sturing:
Maatwerk sturing (gemiddeld risicoprofiel)
Wanneer sprake is van een gemiddeld risicoprofiel, zal een keuze gemaakt worden tussen actieve of passieve sturing. Hierbij zal vooral de actualiteit een belangrijke rol spelen.
Daarnaast zijn er gemeenschappelijke regelingen die in de regeling zelf aanvullende bepalingen hebben opgenomen over het betrekken van raden en colleges voorafgaand aan besluitvorming, zie bijlage 4.
De bepaling van het passende sturingsarrangement vindt (naast de bepaling bij de oprichting) jaarlijks, bij het opstellen van de begroting, plaats. Per verbonden partij wordt ambtelijk het risicoprofiel bepaald. Deze beoordeling legt het college, na instemming, voor aan de raad in de paragraaf verbonden partijen van de begroting. De raad heeft vervolgens bij de raadsbehandeling gelegenheid nadere accenten te leggen aangaande de sturing.
3.4 Verantwoording/evaluatie en uittreding
Verantwoording vindt plaats in de reguliere P&C cyclus in de paragraaf Verbonden Partijen en bij de programma’s waar de taken worden uitgevoerd die aansluiten bij het doel van de verbonden partij.
Jaarlijks vindt een interne controle plaats van verbonden partijen uit het zwaarste sturingsarrangement. Verder schrijft de gewijzigde Wgr voor dat gemeenschappelijke regelingen zelf bepalingen moeten inhouden omtrent de periodieke evaluatie van de regeling (art. 11 Wgr).
Door tussentijdse veranderingen kan besloten worden tot het beëindigen van een verbonden partij. Het beëindigen van deelname aan een verbonden partij verdient een zorgvuldige voorbereiding. De beëindiging kan financiële consequenties hebben. Ook moet helder zijn of en hoe de opdracht die er lag, op een andere manier moet worden voortgezet.
Beëindiging gemeenschappelijke regeling
In iedere GR zijn bepalingen opgenomen over wijziging van, opheffing van, toetreding tot en uittreding uit de regeling. Het ontwerp van een regeling, evenals wijzigingen, opheffing (meest vergaande vorm van wijziging), en toe- en uittreding wordt via een zienswijze procedure voorgelegd aan de raden.
Beëindiging private verbonden partij
Het college beëindigt de relatie met een private verbonden partij niet eerder dan nadat de gemeenteraad zijn wensen en bedenkingen kenbaar heeft gemaakt. Na ontvangst van de reactie van de gemeenteraad neemt het college een besluit tot beëindiging van de relatie met inachtneming van de eventueel geldende afspraken binnen de verbonden partij (statuten, dienstverleningsovereenkomst).
Bij verbonden partijen moeten we rekening houden met een juridisch kader. Dit kader bestaat o.a. uit de Gemeentewet, het BBV, de Wgr en de Wet bestuur en Toezicht.
Grondregel van de Gemeentewet is dat de gemeente publieke taken zelf uitvoert. Op grond van artikel 160 van de Gemeentewet en de Wgr is participatie in een verbonden partij mogelijk ter behartiging van publiek belang.
Het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet geeft aan dat private rechtsvormen slechts toelaatbaar zijn ‘indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
Besluit begroting en verantwoording (BBV)
In het BBV is bepaald dat in de begroting in een afzonderlijke paragraaf de beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot verbonden partijen. In deze paragraaf hoort ten minste:
In de lijst van de verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:
De commissie BBV heeft aangegeven dat de visie (a) en beleidsvoornemens (b) omtrent verbonden partijen vastgelegd moeten worden in een door de raad vastgestelde actuele nota verbonden partijen.
Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)
Een belangrijk juridisch kader voor samenwerking tussen bestuursorganen van gemeenten is de Wgr. In 2022 zijn in de Wgr meerdere wijzigingen doorgevoerd met als doel de democratische legitimiteit te vergroten en de raad beter haar kaderstellende en controlerende rol uit te kunnen laten voeren in gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast richt de wetswijziging zich op het vergroten van participatiemogelijkheden van inwoners en belanghebbenden bij de besluitvorming binnen gemeenschappelijke regelingen.
De belangrijkste wijzigingen in de aangepaste Wgr (die ook zijn doorgevoerd in onze Gemeenschappelijke Regelingen) zijn:
Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen
De Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen regelt bepalingen in het Burgerlijk Wetboek omtrent de inrichting van bestuur en toezicht van o.a. verenigingen, stichtingen en vennootschappen.
In het afwegingskader zijn zes stappen te onderscheiden. Deze worden in onderstaande afbeelding grafisch in beeld gebracht en kort toegelicht.
Voor het maken van de keuze of een samenwerking wordt aangegaan, is het van belang de aanleiding en het doel vast te stellen. Waarvoor zoeken we een oplossing?
De samenwerking kan alleen worden aangegaan als sprake is van een publiek belang. Het college dient te motiveren welk publiek belang wordt gediend.
Stap 3 Is volledige betrokkenheid noodzakelijk en efficiënt?
Volledige gemeentelijke betrokkenheid kan voortkomen uit een wettelijke verplichting om een taak binnen de gemeente uit te voeren. In sommige gevallen kan het zijn dat het strategisch gezien niet handig is de werkzaamheden extern uit te voeren. Daarnaast kan het zijn dat uitbesteden van een taak te hoge kosten met zich meebrengt. Dit vergt per situatie een goede afweging.
Stap 4 Kan de gemeente het publieke belang als opdracht- of regelgever voldoende behartigen?
In de huidige tijd komen steeds meer initiatieven vanuit inwoners en of maatschappelijke organisaties. De gemeente kan hierin een faciliterende rol hebben. Verder blijft de maatschappij continu in beweging en ontwikkeling. Het publieke belang kan dan worden gediend met een gemeente als opdrachtgever. Ook kan een samenwerkingsverband het meest geëigende middel zijn om de maatschappelijke effecten en beleidsdoelen van de gemeente te realiseren.
Stap 5 Is een publiekrechtelijke rechtsvorm op basis van de Wet gemeenschappelijke regeling mogelijk?
Een publiekrechtelijke samenwerking heeft de voorkeur boven een privaatrechtelijke samenwerking. Deze voorkeur volgt uit de Gemeentewet op basis van artikel 160 lid 2 (zie bijlage 1, waarin het artikel staat beschreven). Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen dient te worden beoordeeld of een publiekrechtelijke samenwerking mogelijk is.
Stap 6 PPS constructie of privaatrechtelijke deelname
Als een samenwerking op grond van de gemeenschappelijke regeling niet mogelijk is, wordt gekeken of samenwerken in een publiek-private samenwerking (PPS) constructie of een privaatrechtelijke deelneming mogelijk is. Ook kan publiekrechtelijke samenwerking nadelen met zich meebrengen. Ten opzichte van privaatrechtelijke samenwerking kan bv. sprake zijn van langere besluitvormingstrajecten. De keuze voor een privaatrechtelijke samenwerking dient een bewuste en goed onderbouwde keuze te zijn. Als de keuze is gemaakt voor het aangaan van de samenwerking, wordt omschreven welke taken worden overgedragen.
Bijlage 3: Risicoanalyse tbv van bepaling sturingsarrangementen
De financiële analyse wordt uitgevoerd aan de hand van de zes onderstaande financieel georiënteerde vragen. Op basis van de antwoorden op deze vragen wordt het financiële belang en risico bepaald op laag, gemiddeld of hoog.
|
2. Is het weerstandsvermogen van de verbonden partij toereikend? |
|||
|
3. Benodigd gemeentelijk weerstandsvermogen o.b.v. risico’s bij de verbonden partij |
|||
De bestuurlijk (inhoudelijke) analyse wordt uitgevoerd aan de hand van de zes onderstaande inhoudelijke vragen. Op basis van de antwoorden op deze vragen wordt het bestuurlijk belang en risico ook bepaald op laag, gemiddeld of hoog.
Bijlage 4: Overzicht extra zienswijzen gemeenschappelijke regelingen
Naast de wettelijke verplichte zienswijzeprocedure (bij toetreding, wijziging, uittreding en opheffing GR en de begroting) hebben de verschillende gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de wijzigingen in de Wgr ook opgenomen bij welke andere besluiten de raden zienswijze(n) kunnen indienen. In onderstaand overzicht zijn de mogelijkheden tot indienen van zienswijze(n) per gemeenschappelijke regeling partij opgenomen (stand van zaken 1-1-2026).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-316251.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.