Nadere regel subsidie realiseren scootmobielstallingen woningcorporaties gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • gelet op artikel 156 Gemeentewet;

  • gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;

Overwegende dat:

  • het college van burgemeester en wethouders op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verantwoordelijk is voor het treffen van voorzieningen waardoor inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen;

  • het stallen van scootmobielen in vluchtwegen en algemene ruimten van wooncomplexen sinds 1 juli 2024 niet langer is toegestaan op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • het aantal scootmobielen naar verwachting blijft toenemen, waardoor de behoefte aan brandveilige stallingsvoorzieningen groeit;

  • het van belang is om woningcorporaties te ondersteunen bij het realiseren van structurele en brandveilige stallingsoplossingen;

  • Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie realiseren scootmobielstallingen woningcorporaties gemeente Utrecht.

Artikel 1 Definities

Deze nadere regel verstaat onder:

  • a.

    ASV: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    Bestaand wooncomplex: een woongebouw in de gemeente Utrecht, niet zijnde nieuwbouw waarop de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving voor nieuwbouw van toepassing zijn;

  • d.

    Burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • e.

    DAEB-de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in de DAEB-de-minimisverordening;

  • f.

    DAEB-de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU 2023, L 2023/2832);

  • g.

    DAEB-vrijstellingsbesluit: Besluit (EU) van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU (PbEU 2025, L 2025/2630);

  • h.

    De-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening;

  • i.

    De-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2023, L 2023/2831);

  • j.

    Scootmobielstalling: een (collectieve) voorziening voor het veilig stallen en opladen van scootmobielen;

  • k.

    Stallingsplek: een individuele plaats binnen een (collectieve) scootmobielstalling die is bestemd voor het veilig stallen en opladen van één scootmobiel;

  • l.

    Woningcorporatie: een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.

Artikel 2 Doel

Deze nadere regel heeft tot doel:

  • a.

    het ondersteunen van de realisatie van brandveilige scootmobielstallingen in of bij bestaande wooncomplexen in de gemeente Utrecht;

  • b.

    het bevorderen van de veiligheid en zelfredzaamheid van bewoners die gebruikmaken van een scootmobiel;

  • c.

    het waarborgen van de brandveiligheid en toegankelijkheid van gemeenschappelijke ruimten en vluchtwegen voor alle bewoners en andere gebruikers van het wooncomplex;

  • d.

    het voorkomen dat scootmobielen worden gestald op plaatsen die onveilig zijn voor zowel de gebruiker als voor omwonenden en passanten.

Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door woningcorporaties die eigenaar zijn van bestaande wooncomplexen in de gemeente Utrecht.

Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor het realiseren van een brandveilige scootmobielstalling in of bij een bestaand wooncomplex, waaronder:

    • a.

      aanvullende voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het veilig stallen en opladen van scootmobielen, waaronder oplaadpunten en kabeldoorvoeren;

    • b.

      het verkrijgen van een brandveiligheidsadvies dat noodzakelijk is om te komen tot een passende stallingsoplossing.

  • 2.

    Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a.

      het op orde brengen van de basisbrandveiligheid van het wooncomplex;

    • b.

      regulier onderhoud;

    • c.

      organisatie-, proces- en beheerkosten van de subsidieaanvrager.

  • 3.

    De subsidiabele activiteiten dienen uiterlijk 1 januari 2028 te zijn uitgevoerd.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

  • 1.

    De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via http://www.utrecht.nl/subsidiescootmobielstalling

  • 2.

    Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:

    • a.

      Een overzicht van de activiteiten met daarbij een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en van de doelen die met die activiteiten worden beoogd;

    • b.

      Offertes van de te realiseren scootmobielstallingen;

    • c.

      Een ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

  • 3.

    Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan:

    • a.

      Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn;

    • b.

      Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    • c.

      De statuten of akte van oprichting.

Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag

De subsidieaanvraag kan vanaf datum bekendmaking tot en met 30 september 2026 23:59 uur worden ingediend.

Artikel 8 Maximale subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen.

  • 2.

    Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste € 3.000 per gerealiseerde stallingsplek voor scootmobielen.

  • 3.

    Per aanvrager kan er maximaal € 75.000 worden aangevraagd.

Artikel 9 Verdeling subsidie

  • 1.

    In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de ASV verdelen burgemeester en wethouders het budget op de volgorde van binnenkomst over de volledige aanvragen.

  • 2.

    Als een aanvraag krachtens een verzoek conform artikel 4:5 van de Awb is aangevuld, geldt het moment waarop de aanvraag volledig is aangevuld als het moment van binnenkomst.

Artikel 10 Beslistermijn

Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken over de aanvraag.

Artikel 11 Verplichtingen

In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de ASV gelden de volgende verplichtingen:

  • a.

    De subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd met inachtneming van alle geldende wettelijke eisen.

  • b.

    De scootmobielstalling waarvoor subsidie is verleend behoudt deze functie gedurende ten minste 15 jaar vanaf de vaststelling van de subsidie.

  • c.

    Na realisatie komen beheer, onderhoud, reparatie en vervanging van de scootmobielstalling voor rekening van de aanvrager.

Artikel 12 Vaststelling

  • 1.

    In afwijking van hoofdstuk 5 van de ASV moet het verzoek tot vaststelling binnen 3 maanden na afronding van de activiteiten worden ingediend. Het verzoek tot vaststelling bestaat uit:

    • a.

      De facturen van de gerealiseerde stallingsplekken.

    • b.

      Bewijs van betaling.

    • c.

      Foto's van de gerealiseerde stallingsplekken.

Artikel 13 Staatssteun

  • 1.

    Subsidies op grond van deze nadere regel bevatten staatssteun en gerechtvaardigd worden door de De-minimisverordening, de DAEB-de-minimisverordening of het DAEB-vrijstellingsbesluit. Wanneer gebruikgemaakt wordt van de uitzondering van de De-minimisverordening, moet, voordat de subsidie kan worden verleend, een ingevulde de-minimisverklaring worden overgelegd.

  • 2.

    Wanneer gebruikgemaakt wordt van de uitzondering de DAEB-de-minimisverordening, moet, voordat de subsidie kan worden verleend, een ingevulde DAEB-de-minimisverklaring worden overgelegd.

Artikel 14 Evaluatie

  • 1.

    Burgemeester en wethouders evalueren periodiek de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze nadere regel. De evaluatie kan aanleiding geven tot aanpassing van deze nadere regel.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze nadere regel geldt vanaf de dag na bekendmaking in het gemeenteblad tot en met 1 januari 2027 en blijft van toepassing op aanvragen die onder de werking van die nadere regel zijn ingediend en op subsidiebesluiten die onder de werking van die nadere regel zijn genomen.

Artikel 16 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel subsidie realiseren scootmobielstallingen woningcorporaties gemeente Utrecht.

Bijlage 1: Toelichting bij Nadere regel subsidie realiseren scootmobielstallingen woningcorporaties gemeente Utrecht

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 30 juni 2026.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Bijlage 1 Toelichting bij Nadere regel subsidie realiseren scootmobielstallingen woningcorporaties gemeente Utrecht

Algemene toelichting

Burgemeester en wethouders hebben deze nadere regel vastgesteld om de realisatie van brandveilige scootmobielstallingen in bestaande wooncomplexen te bevorderen, zodat inwoners die afhankelijk zijn van een scootmobiel veilig gebruik kunnen maken van hun hulpmiddel en zelfstandig kunnen blijven deelnemen aan de samenleving.

In Utrecht neemt het aantal scootmobielen toe als gevolg van vergrijzing en het beleid om inwoners langer zelfstandig thuis te laten wonen. Tegelijkertijd is de beschikbare brandveilige stallingsruimte in bestaande wooncomplexen beperkt. Door aangescherpte regelgeving in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is het stallen van scootmobielen in gemeenschappelijke ruimten niet langer toegestaan, waardoor het tekort aan geschikte stallingsplekken nadrukkelijk zichtbaar wordt. In de praktijk leidt dit tot situaties waarin scootmobielen onveilig worden gestald of waarin geen scootmobiel kan worden verstrekt, met gevolgen voor de mobiliteit en zelfredzaamheid van inwoners.

De verantwoordelijkheid voor brandveilige voorzieningen ligt primair bij gebouweigenaren. Het realiseren van stallingsvoorzieningen is echter geen expliciete wettelijke verplichting. Tegelijkertijd heeft de gemeente vanuit de Wmo de verantwoordelijkheid om inwoners te ondersteunen bij het behoud van mobiliteit en zelfredzaamheid. Hierdoor ontstaat een gezamenlijke opgave voor gemeente en gebouweigenaren.

Deze nadere regel richt zich op woningcorporaties, omdat de problematiek zich met name voordoet in sociale huurcomplexen, waar relatief veel inwoners wonen die afhankelijk zijn van een scootmobiel. Door deze focus kan met beperkte middelen een zo groot mogelijk maatschappelijk effect worden bereikt en kan op korte termijn worden opgeschaald.

Met deze regeling wordt een tijdelijke impuls gegeven aan de realisatie van stallingsvoorzieningen. Parallel aan de uitvoering wordt gewerkt aan meer inzicht in de totale opgave en mogelijke oplossingsrichtingen, zoals de inzet van deelscootmobielen. Dit biedt de basis voor een integrale afweging over de meest passende aanpak voor de langere termijn, waaronder de inzet van gemeentelijke instrumenten en middelen.

Deze nadere regel vormt daarmee een eerste stap binnen een bredere aanpak van de stedelijke opgave rond scootmobielstallingen.

 

Staatssteun

Subsidies op grond van deze nadere regel vormen staatssteun. Deze subsidies kunnen gerechtvaardigd worden verstrekt wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden van de De-minimisverordening, de DAEB-de-minimisverordening of het DAEB-vrijstellingsbesluit. Welke verordening in het concrete geval wordt toegepast is afhankelijk van de hoogte van het bedrag.

Naar boven