Beleidsplan Groen 2026-2030

Samenvatting

Het Groenbeleid van de gemeente Maasdriel voor 2026-2030 richt zich op het behouden en versterken van de leefomgeving door zorgvuldig beheer en uitbreiding van het gemeentelijk groen. Groen wordt gezien als essentieel voor gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en het welzijn van inwoners. De gemeente bouwt voort op bestaand beleid en legt met dit plan een stevige bestuurlijke en financiële basis voor de komende jaren.

 

De belangrijkste ambitie is het vergroten van de waarde van groen in de samenleving. Dit gebeurt door het verbeteren van de kwaliteit van het openbaar groen, het stimuleren van biodiversiteit en waar mogelijk het toepassen van ecologisch beheer. Klimaatadaptatie en duurzaamheid zijn leidende principes: vergroening wordt ingezet tegen hittestress, droogte en wateroverlast, en het beheer wordt steeds duurzamer en circulairder ingericht.

 

Waardevolle en monumentale bomen krijgen extra bescherming en bij kap wordt altijd gecompenseerd. Bomen worden vanaf het begin geïntegreerd in ruimtelijke plannen. Het beheer is cyclisch en inwoners worden betrokken via communicatie en meldingen. Bewonersinitiatieven worden gefaciliteerd als er voldoende draagvlak is. De gemeente houdt beheerdata actueel en past het beleid aan op basis van trends.

 

Het beleid hanteert ook duidelijke normen: bij nieuwe ontwikkelingen moet er minimaal 75 m² openbaar groen per woning zijn en minimaal 1 boom per woning. Er wordt gestreefd naar de 3-30-300-regel voor bomen (zicht op 3 bomen, 30% bladerdak, maximaal 300 meter tot openbaar groen).

 

Het onderhoudsniveau is basisniveau B, met hotspots op A-niveau. Samen met de planmatige vervanging van groenvakken en bomen is er jaarlijks gemiddeld €1.716.000 nodig om het groen te beheren conform de ambitie.

 

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

In hoge mate bepaalt groen de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving. Groen begeleid de aangename en dorpse sfeer, het vormt de beleving van natuur, groei en seizoenen en verbindt de kernen met het omliggende landschap. Inwoners wonen graag in een omgeving die uitnodigt om naar buiten te gaan. Het is daarom voor de gemeente van belang deze kwaliteiten te ontwikkelen en borgen door het uitvoeren van gedegen beheer en onderhoud. Uiteraard is het wenselijk om de groene waarden te verbreden en verbeteren. Dit kan door inwoners en ondernemers meer bewust te maken van de natuur en het klimaat en daarin samen op trekken.

 

Voor u ligt het Beleidsplan Groen 2026-2030. Met het beleidsplan Groen geeft de gemeente vorm aan haar ambities op het gebied van groen en bomen. Het doel van dit beleidsplan Groen is het vastleggen van de visie, ambities en kaders voor het doelmatige beheer en het onderhoud van het groenareaal voor de periode 2026-2030. Het beleidsplan is een voortzetting van het huidige groenbeleid, de Deelvisie bomen en groen Maasdriel 2019, en het Boomstructuurplan Maasdriel. Met het beleidsplan wordt een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis gelegd voor het beheer van groen in de komende jaren.

 

Amendement en kadernota

In mei 2025 is er een presentatie aan de raad gegeven waarin onder andere verschillende scenario’s voor het groenonderhoud gepresenteerd zijn. Naar aanleiding van de presentatie heeft de gemeenteraad het via het amendement A2025-05 vastgesteld. Er is extra budget van € 500.000 voor groenonderhoud toegekend om het groenareaal op kwaliteitsniveau B te onderhouden, we onderhouden hotspots op kwaliteitsniveau A en we stellen een gebiedsconciërge aan. Hiermee kunnen we het verwachtingspatroon van onze inwoners managen

 

1.2 Doelstelling

Het doel van dit Beleidsplan Groen is om de maatschappelijke en bestuurlijke doelen te vertalen naar de uitvoering, waarin:

  • Met dit groenbeleid wordt voortgegaan op het huidige beleid; namelijk de Deelvisie bomen en groen Maasdriel, en het Boomstructuurplan Maasdriel.

  • Er meer bewustzijn en waardering wordt gecreëerd met betrekking tot de waarde van groen en maatschappelijke opgaven;

  • De kwaliteit van de groene ruimte wordt verbeterd;

  • Er een basis wordt gelegd voor goed functionerend groen in de toekomst;

  • De benodigde kosten in beeld worden gebracht, inclusief de wijze van financieren en vervolgacties op basis van de ideeën die er nu zijn;

  • Er kaders zijn om het beheer en onderhoud in praktijk uit te voeren en beheerders handvatten te bieden;

  • Met het groenbeleid intern en extern goede communicatie en verantwoording kan plaatsvinden;

  • Het groenbeleid bestuurlijk wordt vastgesteld.

1.3 Verhouding met omgevingsvisie en omgevingsprogramma

In 2026 werkt de gemeente aan de doorontwikkeling van de huidige omgevingsvisie Maasdriel. Naar verwachting zal de nieuwe omgevingsvisie Maasdriel 2.0 eind 2026 ter vaststelling worden voorgelegd. Het strategisch deel van dit groenbeleid zal worden opgenomen in die omgevingsvisie. Het uitvoeringsdeel gaat binnen afzienbare tijd op in het omgevingsprogramma Groen, natuur en biodiversiteit.

 

Het omgevingsprogramma is een instrument om het strategische beleid uit de Omgevingsvisie verder uit te werken. Het omgevingsprogramma is een op uitvoering gericht beleidsdocument van het college van B&W waarin de in de omgevingsvisie vastgelegd beleid van de gemeenteraad verder is uitgewerkt. Het college van B&W stelt het omgevingsprogramma vast. De raad wordt door het college gevraagd om hiervoor financiële middelen beschikbaar te stellen.

 

Totdat dit programma is vastgesteld zal het groenbeleid 2026-2030 vigerend zijn.

 

1.4 Afbakening

Het Beleidsplan Groen gaat over het openbaar groen binnen en buiten de bebouwde kom in de gemeente Maasdriel. Het gaat hierbij om de volgende beheergroepen:

  • Bomen

  • Bos

  • Bosplantsoen

  • Hagen

  • Heesters (bodembedekkend en solitair)

  • Cultuurlijke beplanting: struikrozen, vaste planten en wisselperken

  • Grassen: gazon, ruw en kruidenrijk gras

Groen bij speelplaatsen en begraafplaatsen is opgenomen in dit plan, evenals bosplantsoenen en bomen bij sportparken.

 

1.5 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de (wettelijke) kaders voor het groenonderhoud en de uitdagingen die er zijn voor groen beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de ruimtelijke kenmerken van de gemeente Maasdriel en geeft een globaal beeld van de huidige stand van het groene areaal. In hoofdstuk 4 volgt de visie voor het groenbeleid. Hoofdstuk 5 behandelt de strategie en het beleid. In hoofdstuk 6 wordt het uitvoeringsprogramma 2026-2030 beschreven. En als laatste behandelt hoofdstuk 7 de financiële paragraaf.

2. Kaders en uitdagingen

Groen is waardevol voor de leefomgeving. Een groene omgeving draagt bij aan een betere gezondheid, een hoger welzijn, meer biodiversiteit, beter omgaan met de gevolgen van klimaatverandering (minder hittestress en wateroverlast), aantrekkelijke sport- en recreatievoorzieningen en het versterken van de sociale cohesie. De aanwezigheid van groen in de buurt verhoogt de kwaliteit van leven. Maasdriel wil deze waarden behouden en versterken en met haar groen bijdragen aan de maatschappelijke uitdagingen van deze tijd.

 

2.1 Opgave voor groen

De opgave die er ligt is om het groenbeleid vast te stellen om de beoogde effecten, maatschappelijke wensen en beeldkwaliteit te bereiken binnen een vast te stellen budget. Het plan richt zich op al het gemeentelijk groen binnen en buiten de bebouwde kom. Het Beleidsplan Groen heeft een looptijd van 5 jaar en is in lijn met het gemeentelijk beleid en landelijke wet- en regelgeving.

 

Daarnaast biedt het nieuwe Beleidsplan Groen een kader voor de beheerplannen (programmeren en voorbereiden). Het plan is zo opgesteld dat er kan worden aangehaakt bij andere beleidsvelden/ kapitaalgoederen die een relatie hebben met groen.

 

2.2 Wettelijke kaders

2.2.1 Omgevingsvisie

Sinds 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze stelt provincies en gemeenten verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Dit is een integrale beschrijving op hoofdlijnen van al het beleid voor de fysieke leefomgeving, gericht op de lange termijn en het stellen van doelen voor de uiteindelijke staat van die fysieke leefomgeving.

 

In de huidige Omgevingsvisie Bommelerwaard (2022) staan het volgende thema die uitgewerkt wordt in het Beleidsplan Groen:

 

Thema: Klimaat, duurzaamheid en landschap

Kernopgave 1: Onze leefomgeving is zoveel mogelijk klimaatbestendig, circulair, groen, biodivers en natuurinclusief

 

De kernopgave 1 heeft een relatie met kernopgave 9: We hebben kwalitatief goede woningen voor alle doelgroepen in een goed woonklimaat/ Een kwantitatief en kwalitatief verantwoorde groei van woningaanbod.

2.2.2. Zorgplicht: een veilige openbare ruimte

Als algemeen uitgangspunt geldt er een zorgplicht voor het handhaven en bevorderen van de veiligheid in de openbare ruimte. Ten behoeve van de gemeentelijke zorgplicht moet worden aangetoond dat door inspecties en onderhoud een goede zorg heeft plaatsgevonden. Bij onvoldoende bewijslast vanuit de gemeente kan de aansprakelijkstelling leiden tot het toekennen van een schadevergoeding. Dit staat opgenomen in artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek.

2.2.3 Kapitaalgoederen in de Gemeentewet

De provincie houdt jaarlijks toezicht op de gemeentelijke begroting en of er sprake is van achterstallig onderhoud. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de verplichting opgenomen om in de begroting en jaarrekening een paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen op te nemen. Deze paragraaf dient ten minste in te gaan op het onderhoud van de kapitaalgoederen groen, wegen, riolering, water en gebouwen. De andere kapitaalgoederen zijn facultatief op te nemen. Het BBV bepaalt dat van de genoemde kapitaalgoederen in de begroting moet worden aangegeven:

  • Het beleidskader.

  • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële gevolgen.

  • De vertaling van de financiële gevolgen in de begroting.

2.3 Uitdagingen

Veranderend klimaat

Het klimaat is zichtbaar aan het veranderen. Er is voldoende groen en schaduwplekken nodig omdat het steeds warmer wordt. De droge en natte periodes leiden tot extra werk in het openbaar groen. Zo heeft jonge aanplant extra water nodig, is er meer inboet op plekken waar planten en bomen wegvallen en komen ziekten en plagen steeds vaker voor. Dat gaat gepaard met meer schades, hogere kosten en soortenverlies.

 

Vergroening van de openbare ruimte

Vergroening van de openbare ruimte wordt toegepast als maatregel tegen hitte, droogte en extreme neerslag. Dit betekent meer parken met groen aanleggen, meer bomen aanplanten en meer groen op particulier terrein. Daarbij is groenmassa minstens zo belangrijk als aantallen. De toename van arealen heeft invloed op de beheerkosten en capaciteit.

 

Ecologisch (boom)beheer

Ecologisch boombeheer zal steeds meer de norm worden. Dit vraagt om specialistische kennis, veel maatwerk en een goede afstemming met de uitvoerders en inwoners. Voor bermen en grasvelden binnen en buiten de bebouwde kom hanteren gemeenten een extensiever maaibeheer. Bij bomen is het de uitdaging om het principe van schoon, heel en veilig beheer om te buigen naar een planmatig beheer dat zich richt op optimale functievervulling van bomen. Bijvoorbeeld door minder vaak te snoeien en snoeihout, dode bomen en stronken te laten liggen of te verwerken in takkenrillen.

 

Duurzaam & Circulair

Duurzaamheid en circulariteit krijgen een hoge urgentie binnen groenbeheer. Het kost tijd en vraagt doorzettingsvermogen. Samen met de onderhoudspartijen worden stappen in de goede richting gezet. In de toekomst zullen machines overwegend elektrisch worden aangedreven en vindt de verwerking van vrijkomende groenstromen waar mogelijk op locatie plaats.

 

Hogere onderhoudskosten

Op termijn moeten hogere onderhoudskosten en aanneemsommen worden verwacht. De vergroening heeft invloed op de beheerkosten en de benodigde capaciteit. Ook zijn de afgelopen jaren de uitvoeringskosten voor hetzelfde werk sterk toegenomen. Manieren om hiermee om te gaan zijn jaarlijkse indexatie, het opnemen van areaaluitbreidingen in de begroting, het maken van een langetermijnplanning, het zoeken naar efficiëntere werkmethoden en het herzien van beleid.

 

Vervangingsopgave

Ten slotte is te zien dat er vroeger minder oog was voor de vitaliteit van beplanting. Dit zorgt voor een lagere levensverwachting van groenvoorzieningen. Om te komen tot de beoogde beeldkwaliteit is naast planmatig onderhoud, vervanging en daarmee nieuwe aanplant, van belang.

 

Integraal beheer

Een individuele aanpak per discipline levert niet het gewenste resultaat op en biedt geen duurzame oplossing voor de toekomst. Doordat de verschillende beheer disciplines afhankelijk van elkaar zijn, kunnen er conflicten of inefficiënties ontstaan. Door te kiezen voor een integrale beheer aanpak kan de gemeente beter bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en efficiënter omgaan met (beheer)budgetten.

3. Over gemeente Maasdriel

3.1 Landschappelijke kenmerken

De gemeente Maasdriel is gelegen op de zuidoostelijke helft van de Bommelerwaard. Het landschap bestaat uit open, groene polders met daarin verspreid gelegen de dorpen of kernen. De gemeente kent 11 kernen, dit zijn: Alem, Ammerzoden, Hedel, Heerewaarden, Hoenzadriel, Hurwenen, Kerkdriel, Rossum, Velddriel, Well en Wellseind, en enkele buurtschappen: Wordragen, Slijkwell, Californie, Doorning en Veluwe. De gemeente telt ongeveer 26.874 inwoners. Kerkdriel vormt met zo’n 7.000 inwoners de grootste kern. Hoenzadriel is met nog geen 300 inwoners de kleinste kern.

 

Maasdriel kenmerkt zich als een landelijke gemeente waarin nog veel ruimte is. Bovendien bezit de gemeente waardevolle (natuur)landschappen met hoge landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden.

3.1.1 Rivierenlandschap

De rivieren de Maas en de Waal stromen door de gemeente Maasdriel. De rivieren hebben een grote invloed gehad op het ontstaan van het landschap. Het landschap kenmerkt zich als een open en weids agrarisch, cultuur- en rivierenlandschap, dat wordt gekenmerkt door bescheiden hoogteverschillen. Dit rivierenlandschap heeft een karakteristiek van stroomruggen, oeverwallen, komgronden en uiterwaarden. Dichter bij de rivier liggen zavelige oeverwallen, wanneer de rivier zich verlegd blijven deze hoger gelegen stroomruggen achter. Verder van de rivier af liggen de zware kleigronden van de kom. De meeste kernen hebben een directe relatie met de dijkzone en het buitendijkse gebied. Met name de samenhang met de rivier(dijk) is bijzonder karakteristiek in Well, Rossum en Heerewaarden.

 

De waterstand van deze rivieren heeft een sterke invloed op de waterhuishouding in de bodem. In natte perioden kan kwel optreden, in droge perioden drainage. Dit leidt binnendijks in droge perioden, vooral dicht bij de rivier, tot lage grondwaterstanden en droogvallende sloten. In droge perioden worden sloten door middel van het inlaten van water vanuit de Maas op peil gehouden.

3.1.2 ‘Gestrekte esdorp’

In de kernen is de nederzettingsvorm van het ‘gestrekte esdorp’ nog herkenbaar aanwezig. Oorspronkelijk bestonden de meeste keren uit 2 of 3 evenwijdige assen in de lengterichting van de stroomrug. Soms was de ene as belangrijker dan de andere, bijvoorbeeld omdat de doorgaande weg ermee samenviel. De historische (lint)bebouwing in Ammerzoden (kasteel en omgeving), Heerewaarden, Kerkdriel, Rossum, Velddriel, Well en Wellseind worden gezien als waardevolle structuren. Traditioneel kent Maasdriel een krachtige land- en paddenstoel- en tuinbouwsector.

 

 

3.2 Verkenning huidige situatie

Om uitspraken te kunnen doen over het beheer van de openbare ruimte is het van belang inzicht te hebben in de huidige situatie. In dit hoofdstuk behandelen we het globale beeld van de kwaliteit, aard en omvang van de assets groen (zoals bomen, bebossing en gras).

3.2.1 Aard en omvang van het areaal

De gemeente Maasdriel beslaat ongeveer 160.750 hectare. Op het land vinden we onder andere het volgende ruimtegebruik:

  • 5.351 hectare landbouwterrein

  • 635 hectare bebouwd terrein

  • 303 hectare verkeersterrein

  • 135 hectare recreatieterrein

  • 121 hectare bos en natuurlijk terrein

Niet elke kern is even groen, en de verhouding grasland ten opzichte van opgaande beplanting (heesters, bosplantsoen) verschilt ook. Belangrijk hierbij is dat het groene beeld van de kernen en het buitengebied voor een groot deel gevormd wordt door landbouwgrond en particuliere tuinen, en het gemeentelijke groen maar een kleine bijdrage levert aan dit beeld.

3.2.3 Groenvoorzieningen

Het totale groenareaal van de gemeente Maasdriel bedraagt ongeveer 71,8 hectare (slechts 1% van het totale grondgebied). Het overgrote deel bestaat voornamelijk uit gras (bijna 80%), waarvan 39% gazon en 25% ruw gras. 12% is overig gras. Er is zeer weinig bebossing te vinden (5% en 7% bosplantsoen) en cultuurlijke beplanting, zoals hagen, vaste planten en wisselperken (in totaal zo’n 7%).

 

Het beheertype ‘’gras’’ moet in het beheersysteem nog op een goede manier ingedeeld worden. Bovendien zijn de areaalgegevens van het openbaar groen nog niet volledig en up-to-date. Er wordt aan gewerkt om dat met een nieuw beheersysteem op orde te krijgen.

 

Beheertype

Hoeveelheid

Eenheid

Bomen

15.003

stuks

Bos

39.301

Bosplantsoen

54.167

Heesters

44.176

Cultuurlijke beplanting

4709

Hagen

745

Gras

566.441

Oevers/water

8608

Eindtotaal

718.147

 

 

In bovenstaande grafiek is het verschil in groeninrichting per kern te zien. Naar verhouding is bijvoorbeeld in de bebouwde kom van Ammerzoden en Alem veel meer bosplantsoen dan wel gemengd bos te vinden dan in de andere kernen, terwijl in Heerewaarden en Kerkdriel voornamelijk gras- en kruidachtigen het groene beeld bepalen.

3.2.4 Bomen

Het gemeentelijke bomenbestand bevat ruim 15.000 bomen, wat met ongeveer 26.000 inwoners grofweg neerkomt op 0,6 boom per inwoner.

  • In de plaatsen Hedel en Kerkdriel komen de meeste bomen voor: gemiddeld 1729 stuks. In Hoenzadriel en Heerewaarden komen de minste bomen voor (slechts 78 en 404). Binnen de bebouwde kom geldt een boomnorm van 0,4 stuks per inwoner, in het buitengebied is dit 1,4. Het landelijk gemiddelde is 0,5 boom per inwoner. De bomennorm wordt in totaal over de hele gemeente gehaald met 0,56 boom per inwoner. Echter wordt de boomnorm voor heel veel dorpen op zichzelf niet behaald. Dit aantal varieert van 0,33 in Hedel tot slechts 0,08 bomen per inwoner in Velddriel. Alleen in Hurwenen, Rossum en het buitengebied wordt de boomnorm behaald. In maar liefst 80% van alle dorpen staan dus aanzienlijk minder bomen dan in de rest van de gemeente.

  • De bomen zijn voor een groot deel niet vrij uitgroeiend (ruim 85%). Deze staan langs wegen en worden opgekroond om voldoende doorrijhoogte te hebben. 10% van de bomen is vormboom (zoals knotwilg of leilinde) en maar 1,5% van de bomen is vrij uitgroeiend. Dit zijn veelal bomen in parkjes en bosjes waar niet direct een weg langs loopt en er ook geen andere reden is om de boom op te kronen.

  • De meeste bomen verkeren in de halfwasfase of volwassenfase van hun ontwikkeling (ruim 11.000), maar in de afgelopen jaren zijn er een hoop nieuwe (jonge) bomen bij geplant (bijna 4000). Er is slechts een klein aandeel oudere bomen te vinden binnen de gemeente.

  • Gemeente Maasdriel heeft een redelijk divers bomenbestand. De 10 meest voorkomende boomsoorten vormen samen circa 80% van het bomenbestand. De meest voorkomende boomsoorten zijn de eik, es en linde. Daarnaast komen er nog veel diverse andere soorten voor, zoals de esdoorn, els, kastanje en een aantal exotische soorten.

  • Aandachtspunt is dat de es, zomereik en gewone linde, 3 soorten met redelijk wat aantasting- of overlastpotentie, samen al bijna de helft van het bomenbestand vormen. Bovendien heeft de helft van het bomenbestand een onvoldoende of zelfs slechte conditie. Dit heeft te maken met de mogelijke fluctuatie van de grondwaterstand en een ongunstige standplaats. De meeste bomen hebben een standplaats in ruw gras of gazon (68% van de bomen). Dit is op zich een gunstige standplaats, echter kunnen het ook smalle stroken ruw gras of gazon zijn langs wegen (bermen). Onder de wegverharding bevindt zich een cunet met voornamelijk humusarm zand en er is vrijwel altijd sprake van bodemverdichting. Hierdoor is er een tekort aan zuurstof en voedingsstoffen in de ondergrond. Een aantal jaar na aanplant zijn de beschikbare voedingsstoffen op waardoor de conditie van de boom achteruitgaat. De boom stopt dan met groeien en kan gebreken gaan vertonen. Een kleiner deel van de bomen bevindt zich in de beplanting (20%) of verharding (6%).

  • Dit is ook terug te zien in de bereikte hoogte van de bomen, die lager is dan voor diverse soorten mogelijk zou zijn (veelal meer dan 18 meter). Slechts 14% van de bomen is hoger dan 18 meter, dit is een gering percentage. De meest voorkomende boomhoogte in Maasdriel is 12 tot 18 meter (34%).

  • Een van de verklaringen hiervoor is de standplaats: veelal in (smalle) grasstroken langs wegen, waarbij de naastliggende weg nadelige gevolgen heeft op de wortelontwikkeling en de voedselopname van de bomen. Het onderhoud van de bomen (voornamelijk snoei) is op orde.

  • Het kroonvolume van de volwassen bomen is over het algemeen zeer omvangrijk. Bij de helft van alle bomen bedraagt dit wel 250 m3 tot een volume van maar liefst 10.000 m3. Voor het gewenste boomkroonvolume is echter geen richtlijn opgesteld.

 

Waardevolle bomen

In totaal zijn 268 bomen aangemerkt als ‘’waardevolle boom’’. Dit zijn de belangrijkste bomen binnen de gemeente. Ze hebben een hoge status vanwege bijvoorbeeld de leeftijd, grootte of standplaats en ze leveren veel waarde voor de omgeving, zoals cultuurhistorie en biodiversiteit. De hoogste rang is een ‘’monumentale boom’’: deze is minstens 80 jaar oud en in redelijke of goede conditie en wordt hierdoor beschermd. Slechts 39 exemplaren in Maasdriel hebben deze status, waarvan 9 in eigendom zijn van de gemeente, 5 hebben geen duidelijke eigenaar en de rest is van particulieren en stichtingen. De meeste waardevolle bomen zijn essen, Hollandse lindes en platanen.

3.2.5 Beeldkwaliteit

Binnen de gemeente Maasdriel worden groenvoorzieningen op niveau B beheerd en onderhouden. Het groen op industrieterreinen en bedrijventerreinen wordt ook beheerd op niveau B.

 

Ieder functiegebied of object in de openbare ruimte kan een ander kwaliteitsniveau hebben. De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW bevat vijf kwaliteitsniveaus, variërend van Zeer Hoog (A+) tot en met Zeer Laag (D). De provincie als toezichthouder ziet erop toe dat de gemeente als beheerder van de openbare ruimte aan zijn zorgplicht voldoet. Dit houdt in dat kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties moeten worden voorkomen. Zie onderstaande figuur.

 

Afbeelding: Kwaliteitsniveaus openbare ruimte

3.2.6 Kwaliteit uit schouw

De schouwresultaten komen voort uiteen steekproefsgewijze check op de kwaliteit en het onderhoud van het groenareaal. Sommige onderdelen scoren slechter dan andere. Ondanks de resultaten dat het kwaliteitsniveau gemiddeld op orde is, geven de vele klachten vanuit bewoners en de gemeenteraad aan dat de kwaliteit en het onderhoud niet op orde is.

 

Uit de schouwrondes (kwartalen 3 en 4 van 2025) blijkt dat er vooral veel is afgekeurd (bijna 20% onder het gewenste niveau) op overgroei randen en onkruidbeheersing bij bosplantsoen, bodembedekkers, hagen en cultuurbeplanting (sierheesters en vaste planten).

 

De kwaliteit van de vaste planten en sierheesters bleef beide kwartalen nagenoeg gelijk. De onkruidbeheersing in sierheesters scoort voor ruim 20% onvoldoende en ongeveer 15% op kwaliteitsniveau B. In het vierde kwartaal was de score nog verder verslechterd naar ruim 30% onder niveau. Hierbij was 20% op niveau B. Ook de onkruidbeheersing in vaste planten was in het derde kwartaal slecht (20% niveau C) en in het kwartaal daarna nog slechter (ruim 10% C en 10% D).

 

Wat betreft de bomen zijn er in totaal ongeveer 90% op niveau en wordt er vooral afgekeurd op waterloten en onkruidbeheersing. In het vierde kwartaal was dit percentage gezakt naar zo’n 80%.

 

Het beheertype gras- en kruidachtigen scoorde in totaal gemiddeld 90% op niveau in beide kwartalen. Voornamelijk de grashoogte (20% onder niveau in kwartaal 3) en overgroei van randen (iets meer dan 10% in kwartaal 4) scoren minder goed. In het vierde kwartaal was de score gestegen naar 90%, wat getolereerd is (maximaal 10% afkeuring).

 

Beeldkwaliteitsscore per beplantingstype (onder niveau)

Beplantingstype

Score kwartaal 3

Score kwartaal 4

Bosplantsoen, heesters, vaste planten en hagen

-9%

-9%

Bomen

-10%

-17%

Gras

-7%

-5%

3.2.7 Beleving en gebruik

Naast de verzorgende en technische staat van de openbare ruimte wordt het beheer en onderhoud steeds vaker beoordeeld op basis van belevingseffecten. Het op deze manier toetsen en evalueren van beheer vraagt een ander uitgangspunt, namelijk: meten vanuit het perspectief van de inwoners in plaats van de beheerder. Naast de monitoring en inspectiegegevens kan de input van inwoners (bijvoorbeeld via klachten en meldingen) gebruikt worden om richting te geven aan het beheer en onderhoud van de gemeente. Op de locaties waar de meeste klachten vandaan komen kan het probleem waarschijnlijk dieper liggen dan alleen een aanpak met regulier onderhoud.

 

Veruit de meeste meldingen worden gedaan in Kerkdriel. Hier wonen ruim 8000 mensen en zijn 802 meldingen gedaan. De kernen met een opeenvolgend aantal meldingen zijn Hedel (434 meldingen) en Ammerzoden (344 meldingen). Hier liggen de inwonersaantallen op zo'n 5000 en 3700.

 

Kern

Aantal

Alem

47

Ammerzoden

344

Hedel

434

Heerewaarden

120

Hoenzadriel

24

Hurwenen

71

Kerkdriel

802

Rossum

173

Velddriel

76

Well

87

Onbekend

2

Totaal

2180

 

 

30% van de meldingen gaat over onkruidoverlast door achterstallig onderhoud. Bovendien zijn een groot aantal meldingen over onkruid onder de categorie Openbaar groen geschaard.

 

25% van de meldingen gaat over het openbaar groen: bermen, bomen, plantsoenen en gazon. Het gaat hierbij wederom om achterstallig onderhoud door de gemeente. Voor de rest zijn zwerfvuil en afval belangrijke aandachtspunten voor bewoners. Deze kunnen onder één categorie geschaard worden, omdat het veelal over de vuilnisbakken gaat. Ruim 20% van de meldingen zijn gemarkeerd als ''overig''. Het gaat dan vooral over overlast door onkruid, zwerfafval en overgroeiende beplanting. Het is onbekend waar de rest van de meldingen zonder toelichting over gaan. Bij 104 meldingen is ook geen onderwerp aangegeven.

 

De grootste aandachtspunten binnen de gemeente zijn dus onkruidoverlast en een ongewenst beeld van het openbaar groen door achterstallig onderhoud. Daarnaast is er veel overlast van zwerfvuil en afval. Opvallend is dat dit niet in lijn is met de schouwresultaten van het groen.

 

 

In 2022 werden er iets meer dan 600 meldingen gedaan over de openbare ruimte in de gemeente Maasdriel. In 2023 kwam er een grote piek in het aantal meldingen (meer dan 950). Het aantal meldingen daalde echter weer sterk in 2024 (514 stuks) en 2025 (427 meldingen t/m 30-10-2025). De oorzaak hiervan is niet eenvoudig te verklaren.

 

4. Visie

Mensen kunnen niet zonder groen in hun leefomgeving. En daarom kan de woonomgeving niet zonder groene inrichting, met bomen als ruggengraat van de groenstructuur. Hieronder gaan we in op het algemene belang van groen en bomen als onderdeel daarvan.

 

4.1 Waarde van groen

Identiteit

Het landschap in en om gemeente Maasdriel heeft een duidelijke groene uitstraling. Het agrarische grondgebruik, afgewisseld met natuurgebieden, vormt het beeld van het uitgestrekte buitengebied. Daarnaast vormt groen een centrale plek waar bewoners elkaar ontmoeten om te sporten, spelen, recreëren, van de natuur te genieten en er te verblijven.

 

Het verhaal van groen

Bomen vertegenwoordigen, als groen inrichtingselement, een belangrijke waarde voor de leefomgeving. Bijzondere bomen vormen herkenningspunten. Bijvoorbeeld omdat ze een specifieke groei- of snoeivorm hebben, ze van een bijzondere soort zijn, of omdat ze zijn geplant om een gebeurtenis te herdenken. Zo vertellen ze de geschiedenis en benadrukken ze de cultuurhistorische waarde van een plek. Ook andere groenelementen dragen bij aan de uitstraling van de woonomgeving en verhogen het woongenot. Zo wordt er door inwoners waarde gehecht aan kleurrijke, goed onderhouden perken.

 

Gezondheid

Een groene omgeving is goed voor de gezondheid. Mensen voelen zich zowel geestelijk als lichamelijk beter in een groene leefomgeving: uit onderzoek blijkt dat gezondheidsklachten dalen in een groene omgeving.

 

Verkeersregulatie

In de openbare ruimte zijn bomen en opgaande hagen meer dan alleen groene aankleding. Ze spelen bijvoorbeeld een rol bij het reguleren van de snelheid en doorstroming van het verkeer. Enerzijds gaan mensen liever wat langzamer rijden (psychologisch effect), anderzijds helpen bomen en hagen bij de oriëntatie, mits de inrichting goed is opgezet.

 

Leefklimaat

Groen zorgt voor een prettig leefklimaat. Een groene inrichting zorgt voor verkoeling op warme dagen. Bomen geven schaduw als de zon fel schijnt, ze weerkaatsen en verstrooien geluidsgolven en helpen bij het filteren van (fijn)stof uit de lucht.

 

Biodiversiteit

Tot slot halen (gemeentelijke) groenvoorzieningen de natuur het dorp in. Niet alleen voor mensen zijn groene elementen van onschatbare waarde, voor vogels, vleermuizen, vlinders en allerlei andere dieren bieden ze een schuil- en nestelplaats. Bomen vormen ook oriëntatiepunten op de route van slaapplaats naar foerageergebied. Tussen het buitengebied en de bebouwing fungeren bomen en groene gebiedjes als ‘groene stapstenen’ waarlangs planten en dieren zich kunnen verplaatsen en verspreiden.

 

Maasdriel kan niet zonder groeninrichting

Kortom: Maasdriel kan niet zonder groeninrichting. Het groene landschap maakt van de gemeente Maasdriel een aangename plek om te wonen en te werken. Daarom wil de gemeente het belang van groen in een passende groenstructuur voor alle kernen en het buitengebied bevestigen en uitdragen.

 

4.2 Het belang van groen

De baten van bomen

Bladoppervlak is een van de meest bepalende factoren voor de hoeveelheid baten die een boom levert. Verder dragen boomsoort, boomgrootte en stamdiameter bij aan deze berekening. Dikke, oudere bomen zijn dus heel belangrijk. Ter illustratie: 6 bomen met een stamdiameter van 60 cm leveren net zoveel groene diensten als 143 kleintjes met een stamdiameter van 11 cm!

 

Waterberging

Het beperken van wateroverlast en het verminderen van hittestress zijn uitdagingen waarop we steeds vaker moeten inspelen. De beste aanpak om wateroverlast te voorkomen bestaat daarom uit 3 stappen: vasthouden, bergen en afvoeren. Bij nieuwe aanplant en herinrichting is nadrukkelijk aandacht voor verbetering van waterberging. Groen en bomen in een open grond situatie zorgen ervoor dat neerslag infiltreert in de bodem en niet alles afstroomt naar het riool.

 

Het belang van bermen oevers, en andere groene gebieden

De tijd dat groen alleen de functie aankleding had, is voorbij. De gemeente streeft naar diversiteit in de functie en inrichting van groenvlakken. Er zijn verschillende functies van het groen waarbij het streven is om ze evenredig in de gemeente te laten terugkomen. Alle kernen beschikken over een divers aanbod, bestaande uit recreatief groen, natuurlijk groen en functioneel groen. De inrichting en het beheer worden afgestemd op basis van deze categorieën.

 

Een groot deel van het buitengebied wordt ontsloten door wegen, watergangen en de daarbij behorende bermen. Deze bermen fungeren, in een steeds intensiever gebruik van de omgeving, een belangrijk toevluchtsoord voor flora en fauna. Sommige zeldzame soorten komen alleen voor in dit soort omgevingen. Bovendien zijn bermen, sloten en taluds een natuurlijke verbinding tussen groene gebieden.

5. Strategie en beleid

Voor het thema Klimaat, duurzaamheid en landschap volgt in dit hoofdstuk de ambitie voor deze opgave en de daaraan gekoppelde beleidsregels. De kernopgave voor dit thema is:

 

Onze leefomgeving is zoveel mogelijk klimaatbestendig, circulair, groen, biodivers en natuurinclusief

 

5.1 Streven naar kwantiteit

Om een gezonde, groene leefomgeving te waarborgen bij ruimtelijke ontwikkelingen, hebben we beleidsnormen voor bomen en groen ingesteld. We communiceren in makkelijk toetsbare aantallen en getallen hoeveel openbaar groen we minimaal willen hebben:

  • een mimimaal aantal bomen in de openbare ruimte, en;

  • een minimaal oppervlak groen per woning.

Als de normen niet gehaald kunnen worden, kan dit tekort financieel gecompenseerd worden op basis van de aanlegwaarde van bomen en groen. Hiervoor is het streven om de voorwaarden voor een groenfonds te onderzoeken.

 

Na oplevering van een project komt het beheer en onderhoud bij de gemeente terecht. Dit betekent een uitbreiding van het groen- en bomenareaal en extra werk voor de aannemer die het onderhoudsbestek voor de buitenruimte doet en de aannemer die het cyclisch boombeheer uitvoert.

5.1.1 Beleidsregel: Groennorm

De groennorm heeft betrekking op de openbare ruimte, niet op eigen terreinen. Uiteraard heeft een groen ingericht perceel de voorkeur boven een versteend perceel, vanwege de positieve effecten op onder andere de waterhuishouding, verkoeling en biodiversiteit.

 

Situatie

Oppervlakte openbaar groen per woning

Uitbreidingsproject

75 m²

Grote inbreiding

(Vanaf 4 woningen)

75 m²

5.1.2 Beleidsregel: Boomnorm

Bij ruimtelijke ontwikkelingen streven we voor bomen naar de landelijke ‘3-30-300-regel’ als beleidsnorm voor de openbare ruimte. De 3-30-300-regel is geen regel in juridische zin, maar een ontwerpprincipe dat voornamelijk bij uitbreidingsprojecten en grote inbreidingen een streven is voor het eindbeeld van een ontwerp.

  • Vanuit iedere woning zijn 3 bomen (van de eerste/tweede/derde grootte) zichtbaar;

  • 30% van het wijkoppervlak is overdekt met bladerdak;

  • iedere woning bevindt zich op maximaal 300 meter van een openbaar toegankelijke groenvoorziening.

 

Als dit ontwerpprincipe niet haalbaar is binnen de projectgrenzen, hanteren we een minimum aantal gemeentelijke bomen in de openbare ruimte: 1 per woning.

 

Situatie

3-30-300-regel hanteren we als…

Alternatief

Uitbreidingsproject

Ontwerpprincipe

1 boom per woning

Grote inbreiding

(vanaf 4 woningen)

Ontwerpprincipe

1 boom per woning

Kleine inbreiding

(1-3 woningen of minder)

Streven

1 boom per woning

Buitengebied

Ontwerpprincipe

3,5 per woning

5.1.2.1 Termijn van 40 jaar

Bomen die gezond oud worden, genereren het grootste boomkroonvolume. De kwaliteit van bomen en hun groeiplaatsen zijn onlosmakelijk verbonden. Na ongeveer 40 jaar moet de beoogde schaduwprojectie zijn bereikt. Bij groeiplaatsen die ingericht zijn voor een hogere ambitieleeftijd, groeit de boom langer door en wordt meer kroonvolume ontwikkeld.

5.1.2.2 Zonnepanelen

Het streven naar meer kroonbedekking kan conflicteren met de bezonning van zonnepanelen. Vanwege de verkoelende werking maar ook de bijdrage aan biodiversiteit en de waardestijging van huizen in de nabijheid van (grote) bomen worden bomen niet weggehaald als er nieuwe zonnepanelen worden aangelegd. Er wordt wel rekening gehouden met de ligging van zonnedaken en te planten bomen in geval van nieuwe ontwikkelingen.

5.1.3 Beleidsregel: Groennormen voor industrie- en bedrijventerreinen

De industrie- en bedrijventerreinen in gemeente Maasdriel zijn ingericht met functioneel groen in bermen en plantsoenen. Maasdriel richt zich met dit programma op de toegevoegde waarde van groen en bomen voor natuur en biodiversiteit en het vergroten daarvan. Uiteraard heeft groen op bedrijventerreinen een meerwaarde als vestigingslocatie voor bedrijven en werkomgeving voor de medewerkers. Voor industrieterreinen liggen kansen om het groen uit te breiden en te revitaliseren. Dit draagt tevens bij aan het water- en rioleringsplan, waarin staat dat bij alle toekomstige uitbreidingen het regenwater op eigen terrein moet worden opgevangen

 

De groennormen voor woongebieden zijn niet toepasbaar op bedrijventerreinen omdat er nauwelijks woonadressen zijn.

 

Om toch een duidelijk kader te stellen streven we voor bedrijventerreinen naar het volgende:

 

Groennormen voor nieuwe ontwikkelingen en herinrichting van industrie- en bedrijventerreinen

10% van het oppervlak dient een groenvlak te zijn.

Iedere 75 vierkante meter groen heeft 1 boom.

 

5.2 Streven naar kwaliteit

Aanleg en beheer is gericht op het behouden en waar mogelijk vergroten van biodiversiteit en deze meetbaar maken en voorkomen van beheerproblemen op de lange termijn (realisatie en reguleren).

 

Het belang van biodiversiteit is groot voor onze inwoners. Dit gaat over gezondheid maar ook over het weerbaar maken van de openbare ruimte tegen plagen zoals de eikenprocessierups. We zetten daarom in op meer kwalitatief en biodivers groen en bomen die een hoge toekomstverwachting hebben. Conflicterende situaties van deze opgave en de activiteiten in het kader van de warmtetransitie moeten voorkomen worden.

5.2.1 Ecologisch beheer

Bermen, oevers en gazons binnen de bebouwde kom en andere natuurlijke gebieden worden ecologisch beheerd waar het kan. Ecologisch maaibeheer richt zich op het in stand houden en bevorderen van biodiversiteit. Dit kan door bij het maaien rekening te houden met de behoeften van verschillende plant- en diersoorten en de ecologische balans van het gebied.

 

Inheemse flora en fauna worden beschermd door ecologisch bermbeheer, begrazingsbeheer en het beheer van natuurvriendelijke oevers. Ecologisch bermbeheer is veelal toegepast op zandgronden waar verschraling leidt tot grotere biodiversiteit. Maasdriel heeft echter vooral kleigrond waar het beheer zich het beste kan richten op het in stand houden van de vegetatiestructuur en samenstelling van de bermvegetatie en minder op verschraling.

 

Optimaal beheer op klei zijn twee gefaseerde maaibeurten per jaar met afvoer van het maaisel.

 

Om de diversiteit binnen de gemeente te vergroten, kunnen gazons binnen de bebouwde kom omgevormd worden naar ecologisch beheerd ruw gras waar zich kruiden kunnen ontwikkelen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met speellocaties, verkeer en algehele uitstraling en publieke opinie.

 

Acties en ontwikkelingen

  • In 2027 wordt een plan ontwikkeld voor ecologisch bermbeheer door gefaseerd maaien toe te passen waarbij ook de kostenefficiëntie wordt meegenomen.

5.2.2 Soortenlijst

We stimuleren het gebruik van inheemse bomen met begeleidende soorten. Maasdriel is een gemeente op de klei. Dat betekent dat er bepaalde soorten beter gedijen dan andere. Een soortenlijst van geschikte bomen zal dan ook met een projectontwikkelaar worden gedeeld. Afwijken van de lijst mag, mits onderbouwd. De lijst is bedoeld als leidraad waarbij men kan zien wat werkt. De lijst bevat ook informatie over de eindgrootte van bomen.

 

Inheemse soorten zoals wilg, eik en es komen van nature in Nederland voor. Dit zijn gewenste bomen vanwege de bijdrage die ze leveren aan de biodiversiteit en de insecten en dieren die ze aantrekken.

 

 

Zie ook: https://bomentabel.nl/

 

In de bebouwde kom kan de keuze echter ook vallen op een boomsoort die goed bestand is tegen hitte, droogte, strooizout, verhardingsdruk en andere invloeden. Hier komen weer andere insecten en diersoorten op af. Maar sommige soorten staan nog niet op de menukaart van onze insecten. Moeten we nu alle platanen en amberbomen kappen? Nee! Die trekken wellicht weinig insecten aan, maar zorgen wel voor verkoeling en een groene omgeving waar mensen van genieten. Bovendien kunnen diersoorten en insecten zich aanpassen en nieuwe gerechten leren eten.

5.2.3 Toekomstbestendige bomenlanen

Bij de herinrichting van laanstructuren kijken we naar voldoende diversiteit in soorten en cultivars, zodat ziekten en plagen zich minder snel verspreiden.

 

Monoculturen zijn niet meer van deze tijd: lanen en grote groepen van dezelfde individuen zijn kwetsbaar voor ziekten en plagen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de iepziekte en essentaksterfte. Als er een boom is aangetast is de rest van de laan vaak ook ten dode opgeschreven. Bovendien kan het zijn dat een begeleidende vogelsoort van bijvoorbeeld een eik, een ziekmakend beestje van een es of kastanje als prooi heeft. Dat betekent dat een soortenmix van bomen een onderdrukkende werking heeft op ziekten en plagen. Daarom worden bomen langs lanen nu zo aangeplant dat een soortenmix ontstaat. Hierdoor worden ziekten en plagen beter onderdrukt en verbetert het de gezondheid van alle bomen in de gemeente, net zoals in een natuurlijk bos.

 

Achterdijk Hedel, Laanstructuur van essen

 

In het Boomstructuurplan staan normen en richtlijnen voor ontwerp. In dit groenbeleid leggen we aanvullende eisen neer. Zo moeten bomen in hoofd- en nevenstructuren een eenduidige uitstraling hebben. Er mogen maximaal 5 verschillende boomsoorten in een laan aangeplant worden, waarbij maximaal 100 bomen van dezelfde soort in dezelfde laan voorkomen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

 

Eisen boomsoortkeuze laanstructuren

Maximaal 5 verschillende boomsoorten in één laan

Maximaal 100 bomen van dezelfde soort in dezelfde laan

Zelfde eindleeftijd

Zelfde kroonstructuur

Zelfde stamstructuur

Zelfde bladkleur

 

Qua uitstraling wordt gestreefd naar doorlopende boomstructuren, maar dit is niet op alle locaties haalbaar. Er moet rekening worden gehouden met de minimale inrichtingseisen. Op plekken waar geen ruimte is voor bomen, kunnen onderbroken boomstructuren met structuurgroen worden aangevuld (bijvoorbeeld in de vorm van hagen). Het Groenblauw Raamwerk Rivierenland1 is leidend. In het landschapsplan Bommelerwaard (2003)2 zijn ook aanknopingspunten te vinden voor passende beplanting.

 

Acties:

  • Het bomenstructuurplan wordt geactualiseerd nadat de strategie voor groen via de omgevingsvisie is vastgesteld

  • Voor het behouden en versterken van bomenlanen wordt een vervangingsplan opgesteld.

5.2.4 Boombescherming

We beschermen waardevolle bomen, bomen die onderdeel zijn van de bomenstructuur en gemeentelijke bomen. Een boom kan meer dan 80 jaar oud worden, maar de meeste bomen halen die leeftijd niet. Dit heeft vele oorzaken, variërend van herinrichting, rioolvervanging, schade door verkeer of verkeerde snoei tot ziekten en plagen. Als ook schaduw in de tuin, voor zonnepanelen, overlast door bladeren of andere overlast een reden zouden zijn om bomen weg te halen, houden de inwoners van Maasdriel erg weinig groen en schaduw over. Een boom van 80 jaar veroorzaakt altijd wel ergernis tijdens een moment in het leven van die boom en dat mag geen reden zijn om geen grote bomen van waarde in de gemeente te hebben. Het feit dat er gestreefd wordt naar voldoende schaduw in de bebouwde kom betekent dat alle bomen maximaal beschermd worden.

5.2.4.1 Regels over kap

We beschermen waardevolle bomen, bomen die onderdeel zijn van de groenstructuur en gemeentelijke bomen. Op de website van de gemeente Maasdriel is terug te vinden waar de monumentale bomen en groenstructuren zich bevinden. De criteria voor bomen om op de waardevolle bomenlijst te komen is vastgelegd in het Boomstructuurplan uit 2009.

5.2.4.2 Waardevolle bomen

Binnen de gemeente hebben we gekozen voor efficiënt bomenbeheer. Dat betekent dat we onze inwoners niet willen belasten met onnodige procedures en dat de meeste bomen geen kapvergunning nodig hebben. Bomen die aan de gestelde criteria voldoen, worden aangemerkt als waardevol en vastgelegd op de Groene Kaart. Een waardevolle boom kan al in een jong stadium geregistreerd worden als het waarschijnlijk is dat hij op basis van locatie en groeiplaatsinrichting een monumentale leeftijd kan bereiken. Dergelijke bomen worden vaak ook al in een grotere maat aangeplant.

 

Waardevolle bomen moeten worden beschermd en ingepast in ruimtelijke ontwikkelingen. Waardevolle bomen mogen alleen onder strikte voorwaarden worden weggehaald. Denk hierbij aan onoplosbare veiligheidsproblemen, bepaalde plantenziektes of als sprake is van zwaarwegende economische of maatschappelijke belangen.

5.2.4.3 Structuurbomen

Daarnaast zijn ook de laanstructuren op kaart vastgelegd. In principe mogen structuren niet permanent verdwijnen of veranderen, tenzij er zwaarwegende redenen voor zijn, waaronder veiligheid.

5.2.4.4 Gemeentelijke bomen

Functionele gemeentelijke straat- en laanbomen hebben geen bijzondere beleidsstatus. Op basis van de boomveiligheids- en onderhoudsinspectie kunnen ze op de kaplijst komen als de problemen niet duurzaam (en kosten efficiënt) verholpen kunnen worden met behoud van de boom.

5.2.4.5 Afwegingen op basis van beleidsstatus

Voor de bescherming en het beheer van bomen kan op basis van beleidsstatus een andere afweging worden gemaakt. Zo wordt bij waardevolle bomen, meer geïnvesteerd in behoud, kwaliteitsverbetering en boomsparende maatregelen.

 

Afbeelding: Groene Kaart Maasdriel (te vinden onder ‘vergunning bomen kappen’) 3

 

Acties:

  • We actualiseren de juridische regels over het kappen van waardevolle bomen (deze worden omgezet van Algemene plaatselijke verordening (APV) naar het Omgevingsplan Maasdriel.

  • We actualiseren de waardevolle bomenlijst en nemen die op in het omgevingsprogramma.

5.2.4.6 Gemeentelijke bomen

Gemeentelijke bomen zijn beschermd en indien kap noodzakelijk is, moet het verlies gecompenseerd worden.

 

Ook gemeentelijke bomen zonder beleidsstatus mogen niet zonder gegronde reden worden gekapt. Dit zijn bijvoorbeeld beheer- of veiligheidsproblemen die niet duurzaam verholpen kunnen worden met behoud van de boom. Ook gegronde overlast en ruimtelijke ontwikkelingen kunnen reden zijn om een boom te verwijderen.

 

Na kap van gemeentelijke bomen, vindt altijd compensatie plaats om het bomenareaal in stand te houden. Hiervoor zijn diverse mogelijkheden.

 

Mogelijke vormen van compensatie na kap

  • 1.

    1 op 1 vervangen: dezelfde boom op dezelfde plek.

  • 2.

    Een andere boomsoort, uit dezelfde boomgrootteklasse op dezelfde plek terug planten.

  • 3.

    Kiezen voor een andere boomgrootteklasse. Het kroonvolume dat deze boom of bomen na 40 jaar gezonde groei kunnen ontwikkelen is minstens even groot als het (potentiële) kroonvolume dat verwijderd is.

  • 4.

    De boom of het kroonvolume compenseren op een andere locatie.

  • 5.

    Financieel compenseren door bijdrage te storten in een groenfonds (deze mogelijkheid gaan we onderzoeken)

5.2.4.7 Bomenplan bij ruimtelijke ontwikkelingen

Een boom kan alleen honderd jaar worden als hij al die tijd werkzaamheden, projectplannen, schade en ziekten overleeft en voldoende groeimogelijkheden heeft. De kansen hiervoor nemen aanzienlijk toe als er voldoende robuust beleid en visie is om bomen te beschermen.

 

Het begint met de juiste boom op de juiste plek en een goede groeiplaatsinrichting. Zorgvuldig beheer en onderhoud houdt de boom gezond en bij projecten moet zorgvuldig gewerkt worden rondom de boom om geen schade te veroorzaken. De richtlijnen en werkwijzen hiervoor staan beschreven in Handboek Bomen (hoofdstuk 2). Voor uitvoerders in de buitenruimte is de bomenposter uit het Handboek een goede houvast.

 

Bij ruimtelijke ontwikkelingen staan bomen soms in de weg. We gaan in het geval van waardevolle bomen en boomstructuren altijd uit van boom inclusief ontwerp. De bomen en hun groeiplaats vormen het canvas waarmee in het ontwerp en bij uitvoering rekening wordt gehouden.

 

Dit betekent dat bomen vanaf de initiatieffase onderdeel van het planproces moeten zijn. Per projectfase horen hier de volgende acties en keuzemomenten bij:

 

Bomenplan

Fase

Acties

Keuzes

Initiatief

Verkenning projectlocatie

Aanwezige bomen in kaart brengen.

Definitie

Wat is de opgave?

Nulmeting BEA:

  • Algemene boomgegevens

  • Beleidsstatus

  • Conditie

  • Beheerbaarheid

  • Toekomstverwachting

  • Boomwaarde

  • Verplantbaarheid

Welke bomen worden (niet) meegenomen in het ontwerp?

Welke beleidsnormen voor bomen en groen zijn van toepassing?

Ontwerpfase

(VO ➔ DO)

Hoe wordt het?

BEA projectinvloed

Welke boom-beschermende maatregelen worden getroffen?

Welke nieuwe bomen planten we aan, welke groeiplaatsinrichting is nodig?

Is compensatie nodig?

Voorbereiding

Werkplan werken rondom bomen opstellen.

Kapvergunning aanvragen.

Realisatie

Snoeien, verplanten of kappen.

Boombeschermende maatregelen treffen.

Plantmateriaal keuren.

Groeiplaatsinrichting en aanplant.

Is het plantmateriaal van goede kwaliteit?

Nazorg

Watergift, evt. inboet. Oorzaak onderzoeken.

Bij inboet soortkeuze en locatie heroverwegen

Beheer

Boom of beplanting toevoegen aan beheersysteem.

 

Met het bomenplan worden de bomen vroegtijdig onderdeel van het planproces en worden de mogelijkheden onderzocht tijdens de eerste ontwerpfase.

 

De vergunningverlener kan op basis van het bomenplan zien wat de aanvrager voornemens is ten aanzien van inpassing en bescherming van te behouden bomen en compensatie van bomen die verdwijnen na kap, boomnorm, groennorm en biodiversiteit.

 

Acties:

  • Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt gewerkt volgens de methodiek van het bomenplan zodat bomen in alle fasen van een project worden meegenomen.

5.3 Onderhoud en beheer

We willen onze omgeving veilig houden en voldoen aan onze zorgplicht voor groen- en bomenbeheer en tegelijkertijd een duurzaam bomenbestand behouden

5.3.1 Cyclisch boombeheer

We houden het bomenbestand veilig en goed door cyclisch boombeheer. We hebben een minimum standaard met betrekking tot onderhoud en beheer van groen (realiseren). Het onderhoudsniveau voor bomen in de gehele gemeente is basis B.

 

Zorgplicht

In beginsel is iedere boomeigenaar (van rechtswege de eigenaar van de grond waarop de boom zich bevindt) aansprakelijk voor schade veroorzaakt door deze boom als die schade het gevolg is van een onrechtmatige daad. In artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de onrechtmatige daad als volgt omschreven: een inbreuk op een recht; een doen of nalaten in strijd met de wettelijke plicht; een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het kan dus gaan om handelingen aan of bij een boom of juist het nalaten daarvan (onvoldoende onderhoud) waardoor deze boom iemand schade toebrengt.

Een eigenaar van een boom kan aansprakelijkheid voorkomen wanneer hij kan bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.

 

Toelichting beheermethodiek

Een voorwaarde voor een gezond en toekomstbestendig bomen en groenbestand is goed beheer. Voor bomen wordt gewerkt volgens de methodiek van Strategisch Boombeheer.

Strategisch Bomenbeheer is een programmatische aanpak voor cyclisch bomenbeheer, om efficiënt en effectief het bomenbestand te beheren binnen de kaders van de beschikbare tijd, geld en middelen. Alle processen en werkzaamheden rond bomen worden met deze aanpak in beeld gebracht, met elkaar en de benodigde mensen en instrumenten verbonden, om zo in de hele keten de regie te hebben en houden. Het bestrijden van ziekten en plagen is hier een concreet voorbeeld van, waarvan moet worden bepaald hoe dit wordt geborgd in de ketenregie.

 

 

Twee categorieën bomen

We onderscheiden in de gemeente Maasdriel twee categorieën bomen. De reguliere bomen en de vormbomen (knotwilgen, gekandelaberde platanen, leilindes). Voor de eerste categorie passen we cyclisch boombeheer toe en voor de tweede hebben we een apart onderhoudsregime.

 

Werkwijze reguliere bomen

Het cyclisch onderhoud binnen de gemeente volgt een vast schema. Het is een systeem waarbij ieder jaar de bomen van een derde deel van de gemeente wordt geïnspecteerd en waar nodig gesnoeid. Er zijn ook bomen die jaarlijkse inspectie behoeven en indien nodig, jaarlijks onderhouden worden.

 

Werkwijze vormbomen

De gemeente Maasdriel heeft zo’n 700 vormbomen in beheer. Deze bomen ondergaan een snoeicyclus van drie jaar. De bomen die niet geknot worden, ondergaan in bepaalde gevallen toch een veiligheidsnoei. Hiermee voldoet de gemeente aan de zorgplicht.

 

Invloed beleidsstatus

Voor het beheer van bomen kan op basis van beleidsstatus een andere afweging worden gemaakt. Zo wordt bij bomen die als waardevolle boom geregistreerd staan, meer geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering en boomsparende maatregelen.

5.3.2 Groenbeheer

In het verleden werd de buitenruimte door veel gemeenten, ook in Maasdriel op een hoger niveau onderhouden. Het niet meer (mogen) toepassen van chemische bestrijdingsmiddelen maakt dat een dergelijk hoog onderhoudsniveau zeer moeilijk haalbaar en extra duur is. Daarnaast zijn de normen voor kwaliteit (Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte KOR 2018) inmiddels ook bijgesteld. Dit betekent bijvoorbeeld dat er 3 stuks onkruid van meer dan 50 cm mogen. Dus twee distels van maar liefst een meter in een groenstrook mogen, ook al is de beleving dat dit niet netjes is.

 

Ook voortschrijdend inzicht over biodiversiteit laat zien dat niet alles op A niet altijd wenselijk is. Vanuit de inwoners hoort de gemeente ook positieve geluiden over de ‘Maai mei niet’ campagne van natuurorganisaties. Andere inwoners zien het liefst dat alles op A++ niveau bijgehouden wordt. We leggen de raad voor te kiezen voor onderhoudsniveau B (basis) en enkele hotspots in en nabij de centra op A-niveau, vanwege financiële middelen en het gewenste beeld. In het groenbestek worden deze hotspots gespecificeerd. Het groen in de openbare ruimte moet minimaal voldoen aan beeldkwaliteit B (conform CROW).

 

 

Voor de verschillende beheertypen groen worden de voorschriften voor aanplant vastgelegd, passend bij de lokale omstandigheden en bij het gewenste beeld ter plaatse. Gewerkt wordt aan doorgaande structuren en groene kernen. Hiervoor worden als hulpmiddel (niet uitputtende) soortkeuzelijsten samengesteld.

 

Actie:

  • Inzet vanuit de gemeentelijke organisatie is nodig om (stedenbouwkundige) ontwerpteams te voorzien van informatie om nieuwe inrichtingsplannen optimaal in te richten met groen.

5.3.3 Verwachtingenmanagement inwoners

We zetten in op actief verwachtingenmanagement bij inwoners over het onderhoudsniveau van groen (informeren) om duidelijk te maken wat de gemeente wel/niet doet. Er is een verschil tussen wat sommige inwoners netjes vinden en wat we als gemeente betalen aan onderhoud. Bovendien kan het zo zijn dat op bepaalde plekken onkruid echt te hoog staat, er vuil gedumpt is of sprake is van andere problemen. Hierover kunnen inwoners meldingen of klachten indienen via de Buiten Beter App Niet alle klachten zijn aanleiding om in te grijpen. Een vaak gehoord argument voor het ingrijpend willen snoeien of kappen van een boom is de verminderde opbrengst van zonnepanelen door schaduwwerking. Echter zien wij het belang van bomen, inclusief schaduw, als belangrijk en daarmee is verminderde opbrengst van zonnepanelen geen reden tot kap.

 

Communicatie ten aanzien van groen en bomen is bedoeld om begrip en draagvlak te creëren, maar ook om tot betere plannen te komen en mensen te activeren om zelf een bijdrage te leveren. Het is van belang dat inwoners van Maasdriel begrijpen wat een onderhoudsniveau inhoudt en wat ze van de gemeente kunnen verwachten met betrekking tot onderhoud. Wat doet de gemeente als er eikenprocessierups in bomen zit, als er problemen zijn door wortelopdruk of als er overlast is door vruchten? Dit willen we duidelijk maken richting bewoners. In bijlage 1 is een overzicht te vinden met afwegingen van de gemeente bij overlast.

 

Actie:

  • We gaan de afhandeling van meldingen optimaliseren door de Buiten Beter App beter in te zetten.

  • We zetten een gebiedsconciërge in voor directer contact met bewoners en ondernemers.

  • We blijven communiceren over het groenonderhoud naar inwoners via de gemeentelijke website, social media en de Bommelerwaardgids.

5.3.4 Faciliteren groene bewonersinitiatieven

We gaan niet actief bewonersinitiatieven stimuleren. Wanneer inwoners zelf met een initiatief komen dan faciliteren wij waar mogelijk, met het oog op het versterken van eigenaarschap, betrokkenheid, sociale cohesie en kwaliteit van de leefomgeving. Door buurtgroen te beheren, kunnen inwoners een positieve bijdrage leveren aan de groene leefomgeving.

 

Overeenkomsten afsluiten

We sluiten overeenkomsten af met inwoners die een openbaar groenvak met de buurt willen onderhouden.

 

Uitgangspunten

Bij het faciliteren van bewonersinitiatieven hanteren we een aantal uitgangspunten die met de initiatiefnemers worden besproken:

 

  • Initiatiefnemers zorgen voor voldoende draagvlak in de buurt, minimaal 4 buren moeten ermee akkoord gaan.

  • Initiatiefnemers schrijven een plan van aanpak met concrete afbakening van het gebied en SMART doelen voor inrichting en onderhoud met onder andere aandacht voor de taakverdeling, planning, materiaal en communicatie.

  • De gemeente ondersteunt met advies over de inrichting, beplanting en op welke subsidies men aanspraak kan maken (bijvoorbeeld subsidie via provincie en waterschap)

  • Afspraken over consequenties bij onvoldoende kwaliteit.

Kwaliteit

Er wordt realistisch ingericht, waarbij gelet wordt op de soortkeuze, aantallen en oppervlakten, de onderhoudsbehoefte en het beschikbare budget. Een uitzondering kan worden gemaakt als inwoners of bedrijven financieel bijdragen.

 

Actie:

  • We ontwikkelen een standaardovereenkomst voor het overdragen van beheer aan inwoners.

  • De groenvakken die participatief worden beheerd, worden in het beheersysteem geregistreerd.

5.3.5 Faciliteren initiatieven voor versterking Groenblauw Raamwerk

We faciliteren initiatieven voor natuurbehoud- en herstel met oog op het vergroten van de biodiversiteit en het recreatief potentieel van natuur. We streven naar het versterken van biodiversiteit, klimaatrobuustheid en het vergroten van de landschappelijke kwaliteit. Het document ‘Groenblauw raamwerk Rivierenland biedt hiervoor inspiratie en richting.’

In december 2024 is het Groenblauw Raamwerk Rivierenland ondertekend door 21 partijen waaronder de gemeente Maasdriel. Het gaat over het strategisch verbinden van groen (vegetatie, natuurgebieden, parken) en blauw (rivieren, weteringen, oevers). Een netwerk van ‘groene en blauwe’ elementen is niet alleen gunstig voor planten en dieren, en daarmee de biodiversiteit, het draagt ook bij aan de belevingswaarde van het landschap.

 

Acties:

  • Meedenken met initiatiefnemers en faciliteren waar mogelijk.

  • Mogelijkheden onderzoeken om een subsidiepot in te richten voor initiatieven die biodiversiteit stimuleren.

  • De initiatieven worden in het beheersysteem geregistreerd.

  • Na 3 jaar wordt de pilot geëvalueerd.

5.3.6 Vervanging en uitbreiding groen en bomen

We zetten in op vervanging (bij einde levensduur) en op uitbreiding van groen en bomen om de kwaliteit van de buitenruimte op niveau te houden (realiseren).

 

Uitbreiding groenareaal en bomenbestand

We nemen uitbreiding van het groenareaal en bomenbestand automatisch mee in beheercontracten en beheerkaarten (realiseren). Extra groen en bomen betekent extra beheer en onderhoudskosten. Areaaluitbreiding wordt jaarlijks doorgevoerd in beheercontracten en beheerkaarten zodat het nieuwe groen ook goed wordt beheerd.

 

Acties:

  • Actueel houden van beheerdata en kosten na ontwikkelingen en uitbreidingen groenareaal en bomenbestand.

Vervangingsbudget en calamiteitenbudget

We reserveren voldoende budget voor vervanging na afschrijving of voor vervanging in het geval van calamiteiten.

 

Vervanging

Net als een weg of verkeersbord, heeft een struik, boom of plantsoen ook een afschrijvingstermijn. Planmatig onderhoud is voor plantvakken wenselijk op basis van gemiddelde omlooptijd. Voor een plantsoen heesters of vaste planten geldt dat deze gemiddeld 20 tot 25 jaar meegaan. Dat betekent dat per jaar 4% tot 5% van het totale oppervlak heesters en vaste planten vervangen moet worden.

Ook bomen moeten na gemiddeld 30 tot 40 jaar vervangen worden, al is het de ambitie om nieuwe bomen voor langere tijd aan te planten (zie 6.1 Algemene richtlijnen en uitgangspunten). Op basis van aanplantjaar en inspectiegegevens kan een prognose gemaakt worden van de vervangingsopgave. Er worden geen gezonde bomen gekapt ten behoeve van het aanplanten van andere boomsoorten.

 

De aanpak wordt beschreven in een vervangingsplan. In het kader van biodiversiteit wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de ecologische impact van boomvervanging. Het behouden van doorgaande vleermuisroutes is voorbeeld een belangrijk uitgangspunt. Bloksgewijze vervanging over een langere periode is dan een manier om laanbeplanting te vervangen. Bij een laan is het vanwege de lichtconcurrentie van nevenstaande bomen vaak geen succes om een enkele boom te vervangen, dus wordt gewacht tot een minimaal percentage is uitgevallen. Om te zorgen dat de nieuwe bomen hun ambitieleeftijd halen, wordt de groeiplaats hiervoor toereikend ingericht.

 

Calamiteiten

In het kader van volksgezondheid kunnen aparte budgetten worden gereserveerd voor ziekte- en plaagbeheersing en maatregelen treffen in geval van calamiteiten. Te denken valt aan eikenprocessierupsbestrijding en ingrijpen bij essentaksterfte en iepenziekte. Iedere gemeente gaat anders om met deze ziekten en plagen, omdat het lastig in te schatten in welke mate het een bedreiging vormt. Met een goede prognose en vervangingsplan zou hierop vooruitgelopen kunnen worden en is calamiteitenbeheer niet nodig.

 

Acties:

  • We stellen een vervangingsplan op voor het behouden en versterken van monumentale bomen en de waardevolle groenstructuren.

  • We ontwikkelen een vervangingsplan waarin we prognosticeren in welke mate calamiteiten een bedreiging vormen.

  • We reserveren apart budget voor calamiteiten.

6. Uitvoeringsprogramma

6.1 Algemene richtlijnen en uitgangspunten

De gemeente Maasdriel is licentiehouder van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Daarin staan minimale richtlijnen met betrekking tot de aanleg, het onderhoud en andere aspecten van bomen en boombeheer. Verder werkt de gemeente op basis van de CROW-systematiek. Er is een moederbestek en een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) met daarin de minimale eisen ten aanzien van groen en werken rond bomen en de aanleg hiervan, overgenomen uit de CROW-systematiek en het Handboek Bomen.

 

Enkele onderdelen uit de algemene richtlijnen die van belang zijn voor het realiseren van de doelen uit het groenbeleid zijn:

6.1.1 Schade voorkomen

We voorkomen dat bomen beschadigd of verwijderd worden bij aanleg- en onderhoudswerkzaamheden van boven- en ondergrondse infrastructuur (realiseren) door het groenvak daarvan gescheiden te houden.

6.1.2 Klimaatadaptief sortiment

Met bomen die veel ecosysteemdiensten leveren, wordt onder andere gewerkt aan een klimaatbestendige leefomgeving. Ecosysteemdiensten zijn bijvoorbeeld verkoeling, CO opslag, wateropvang, verhoging biodiversiteit en versterking culturele waarden. Aan de andere kant moet de boomsoort ook bestand zijn tegen klimaatveranderingen zoals droogte, hitte en piekbuien met wateroverlast.

6.1.3 Duurzame beheerbaarheid van nieuw aangelegd groen

Bij ruimtelijke plannen zoals woningbouwontwikkeling, wordt het belang van groenbeheer vanaf de initiatieffase meegenomen. Dat ziet toe op de groene inrichting, het behoud van bomen en groen, het inpassen van monumentale bomen en structuren en het aanleggen van goede groeiplaatsen.

6.1.4 Toelichting scheiding boven- en ondergrondse infrastructuur van groenvak

Bij aanleg- en onderhoudswerkzaamheden aan zowel boven- als ondergrondse infrastructuur kunnen bomen beschadigd of verwijderd worden. Gemeente Maasdriel zet in op een toekomstbestendige, duurzame ruimtelijke inrichting van met name de ondergrondse ruimte. Mantelbuizen voor kabels en leidingen en een aparte leidingenstrook, gescheiden van het groenvak zijn daarbij de uitgangspunten. Hierbij moet gelet worden op de eventuele aanleg van een warmtenet dat ook de ondergrond, boomwortels en waterleidingen kan opwarmen met negatieve gevolgen.

 

Naast deze scheiding is het ook van belang om bomen te planten in goede grond. Een plantgat voorbereiding kan later leiden tot sneller groeiende bomen die bovendien minder (kostbare) onderhoud nodig hebben en minder wortelopdruk vertonen.

 

6.1.5 Bomen gezond tot volle wasdom laten komen

Bij het planten van bomen is het van belang dat de boom past op de locatie. Enerzijds dient te worden gezocht naar een soort, vorm en aantal dat past bij het landschap. Anderzijds dienen de keuze te worden afgestemd op de lokale omstandigheden zoals bodem, grondwater en beschikbare boven- en ondergrondse groeiruimte, zodat de geplante boom zich optimaal kan ontwikkelen. Uiteindelijk dient de conditie van alle bomen minimaal voldoende te zijn.

 

Bomen die gezond oud kunnen worden en volledig kunnen uitgroeien, leveren optimale ecosysteemdiensten. Bij toekomstige ontwikkelingen houden we vanaf de ontwerpfase rekening met de benodigde groeiruimte voor boom- of beplanting, zodat deze hun minimale eindleeftijd kunnen bereiken. Met toezicht op de aanplant en inrichting, werken we aan beter resultaat (realiseren). Hiermee zijn in een later stadium geen extra beheermaatregelen en investeringen nodig.

 

Voldoende ruimte voor bomen en groen betekent dat er vanaf de ontwerpfase rekening gehouden moet worden met de benodigde groeiruimte. De groeiruimte dient zodanig te worden ingericht dat een boom of beplanting zijn minimale eindleeftijd kan bereiken. Voor bomen wordt dan ook een ambitieleeftijd gesteld wat betekent hoe lang een boom moet kunnen doorgroeien.

 

Een boom is bij het bereiken van zijn ambitieleeftijd uitgegroeid en zal vervolgens gezond verder leven maar zonder significante groei. Voor straat- en laanbomen en voor bomen van de 3e grootte wordt 40 jaar als ambitieleeftijd genomen. Voor structuurbomen 60 jaar. Voor monumentale bomen van de toekomst 80 jaar.

 

Aan de hand van boommonitor4 wordt per boomsoort bepaald hoe de groeiplaats moet worden ingericht voor optimale groei tot minimaal de ambitieleeftijd. Op die manier creëren we bomen van formaat die volop ecosysteemdiensten leveren en daarmee bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.

 

Ambitieleeftijd per beleidsklasse

mimimaal

Straat- en laanbomen en bomen van de derde grootte

40 jaar

Structuurbomen

60 jaar

Monumentale bomen van de toekomst

80 jaar

 

6.2 Uitvoeringsprogramma 2026-2030

Bij het groenbeleid wordt onderstaand uitvoeringsprogramma de komende jaren opgestart met als doel een goede basis te leggen voor kwalitatief goed functionerend groen.

 

Kernopgave

Wat willen we bereiken

Maatregel

Periode

Totaal raming (excl. bijdragen derden)

1. Klimaat, natuur/ biodiversiteit, circulariteit

Stimuleren biodiversiteit door o.a. natuurvriendelijk bermbeheer

Ontwikkelen plan ecologisch bermbeheer (bijv. gefaseerd maaien en kosten efficiënt)

2026-2027

-(eigen inzet)

Veilig en gezond groenbestand

Vervanging groenvakken, vervanging en revisie bomen

2026-2030

Investeringskrediet 2026-2030 van totaal: € 1.157.000,- voor groenvakken en € 318.750 voor Bomen

Veilig en gezond groenbestand

Onderzoeken voorwaarden en mogelijkheden Groenfonds

2026-2027

-(eigen inzet)

Veilig, gezond en duurzaam bomenbestand

Voor het behouden en versterken van bomenlanen wordt een vervangingsplan opgesteld

-(eigen inzet)

Veilig, gezond en duurzaam bomenbestand

Actualiseren juridische regels over het kappen van (waardevolle bomen)

2026

-(eigen inzet)

Veilig, gezond en duurzaam bomenbestand

Actualiseren waardevolle bomenlijst

2026

-(eigen inzet)

Veilig, gezond en duurzaam bomenbestand

Het bomenstructuurplan wordt herzien

2026

€ 25.000

Kennis en continuïteit in beheer en onderhoud

Personeel: gebiedsconciërge

2026-2030

€ 100.000,- p.j.

Basis op orde beheermethodiek en continuïteit in beheer

Opstellen operationele beheerplannen

2026-2030

€10.000 p.j.

Basis op orde beheermethodiek

Basis op orde in beheersystemen

2026-2027

€ 40.000 p.j.

Basis op orde beheermethodiek

Inspecties en schouwen voor veiligheids- en kwaliteitsoordeel Bomen en Groen

2026-2030

€25.000 p.j.

 

6.3 Personeel

Zoals benoemd in het uitvoeringsprogramma is een uitbreiding van het personele bestand voor het planmatig en reguliere beheer van groen benodigd. Hoewel een externe partij het meeste van de groentaken uitvoert, is sturing en toezicht belangrijk voor een goed onderhouden groenbestand. De functie van een beheerder zou in de toekomst wenselijk zijn om hier goed sturing aan te geven. Ook is met de Kadernota 2026 de wens uitgesproken om een gebiedsconciërge aan te stellen. Deze gebiedsconciërge kan toezicht houden op de groenaannemer om ervoor te zorgen dat het groenonderhoud overeenkomt met de ambities in dit beleidsstuk. Ook is deze gebiedsconciërge een aanspreekpunt voor bewoners en kunnen hierdoor meldingen voorkomen en afgehandeld worden. Daarnaast zijn bij het beoogde zelfbeheer de gebiedsconciërge en toekomstig beheerder zorgdragers voor een duidelijke koers waar bewonersinitiatieven ondersteund worden.

7. Financiën

De bovenstaande ambities en activiteiten zijn vertaald naar budgetten. Hoewel er een voorkeursscenario is, zijn er ter vergelijking nog alternatieven uitgewerkt.

 

7.1 Kosten

Om te kunnen voldoen aan de zorgplicht moet de gemeente het groen doelmatig beheren en onderhouden. De kosten hiervoor zijn te splitsen in 2 soorten, exploitatiekosten en investeringen. De exploitatiekosten worden met name ingezet om het reguliere onderhoud uit te voeren. De investeringen zijn de uitgaven voor het rehabiliteren en verbeteren van de bestaande groenvakken en bomen.

7.1.1. Omschrijving financiële uitwerking

In mei 2025 is er een presentatie aan de raad gegeven waarin onder andere verschillende scenario’s voor het groenonderhoud gepresenteerd zijn. Naar aanleiding van de presentatie heeft de gemeenteraad een scenario via het amendement A2025-05 vastgesteld. Er is extra budget van € 500.000 voor groenonderhoud toegekend om het groenareaal op kwaliteitsniveau B te onderhouden, we onderhouden hotspots op kwaliteitsniveau A en we stellen een gebiedsconciërge aan. Hiermee kunnen we het verwachtingspatroon van onze inwoners managen. Het vastgestelde scenario D, huidige werkwijze en amendement 2025-05 zonder beheerder is opgenomen in bijlage 2. Dit tezamen maakt de uitgangspunten voor de financiële paragraaf.

7.1.2. Exploitatiekosten

Deze kosten zijn gegroepeerd en weergegeven per type maatregel: planvorming & onderzoek, beheer en onderhoud, facilitair. De gemiddelde kosten per jaar voor de planperiode staan in het onderstaande figuur weergegeven.

 

Gemiddelde algemene exploitatiekosten per jaar

Planvorming & Onderzoek

€ 138.000

Beheer en Onderhoud

€ 1.266.000

Facilitair

€ 274.000

Totaal

€ 1.678.000

 

Deze exploitatielasten zijn benodigd voor het goede basisbeheer van groen. De onderdelen van het uitvoeringsprogramma, in het voorgaande hoofdstuk, zijn opgenomen in deze algemene exploitatielasten.

7.1.3. Investeringen

Investeringen

De gemiddelde investeringen per jaar voor de planperiode staan in het onderstaande figuur. Dit betreft het planmatig rehabiliteren van groenvakken en het planmatig aanplanten en herplanten van bomen.

 

Gemiddelde algemene investeringen per jaar

Investeringen

Kapitaalslasten

Rehabilitatie groenvakken

€ 231.000

€ 32.000

Aanplant en herplant bomen

€ 64.000

€ 6.000

Totaal

€295.000

€ 38.000

8. Aanbevelingen groenareaal en bomenbestand

  • Houdt de beheerdata van het groen en bomenareaal actueel door:

    • o

      Het structureel bijhouden van mutaties van het groenareaal in de beheersystemen (groenvakken & bomen).

    • o

      We nemen uitbreiding van het groenareaal en bomenbestand automatisch mee in beheercontracten en beheerkaarten (realiseren).

    • o

      Extra groen en bomen betekent extra beheer en onderhoudskosten. Areaaluitbreiding wordt dit doorgevoerd in beheercontracten en beheerkaarten zodat het nieuwe groen ook goed wordt beheerd.

  • Borg de ambities van dit beleidsstuk door:

    • o

      Een gedegen bestek met de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het beleid.

    • o

      Toezicht te houden op de uitvoeringswerkzaamheden, waaronder door (onafhankelijke) inspecties en schouwen.

    • o

      Meldingen regelmatig te analyseren op trends en ontwikkelingen.

    • o

      Afspraken over inrichting en beheer vast te leggen met andere (beheer)disciplines.

Bijlage 1. Richtlijn overlast bomen: wat te doen

 

 

Bijlage 2. Scenariostudie

 

1 INLEIDING 

De openbare ruimte is een belangrijke factor voor fijn en veilig wonen en leven. Een prettige woon- en leefomgeving is mooi, schoon, veilig en groen. Groen wordt gezien als essentieel voor gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en het welzijn van inwoners. De gemeente bouwt voort op bestaand beleid. Het groenbeleid 2026-2030 richt zich op het behouden en versterken van de leefomgeving door zorgvuldig beheer en uitbreiding van het gemeentelijk groen.

 

2 BELEIDSPLAN GROEN MAASDRIEL 2026-2030

In het Beleidsplan Groen Maasdriel 2026-2030 geven we aan wat de strategie en het beleid is voor de periode 2026-2030. De daaruit voorkomende opgave is de basis van de beheer en onderhoud activiteiten en/of maatregelen die nodig zijn om invulling te geven aan dit beleid.

 

Nog voor het opstellen van het Groenbeleidsplan is er met de Kadernota al richting gegeven voor het beheer van het groen. Er is voor de begroting van 2026 €500.000 aanvullend budget beschikbaar gesteld. De belangrijkste redenen van deze toename zijn de hogere prijzen voor onderhoud, een hoger beoogd kwaliteitsniveau voor hotspots en de vraag naar een gebiedscoördinator. Hoewel dit extra budget moet zorgen voor impuls van het kwaliteitsniveau groen, zijn er additionele ontwikkelingen die mogelijk zorgen voor een verdere kostenstijging. Voor de begroting 2026 en verder zijn er een viertal scenario’s uitgewerkt met bijpassende budgetten.

 

3 SCENARIO'S

Beheer 

Het doelmatig beheer bevat verschillende taken zoals het onderhouden, onderzoeken, inspecteren, bijhouden en rehabiliteren van groen.

 

Onderhoud  

De “groene” taken in de bebouwde kom worden uitgevoerd in één contract met een aannemer. Naast dit contract, hebben we contracten met aannemers over boominspecties en onderhoud, bermen maaien in het buitengebied, raamcontracten voor calamiteiten, geven we opdrachten voor overlastbestrijding zoals ratten, roeken, eikenprocessierupsen en luizen in lindes.

 

Het onderhoud onderscheidt zich in verzorgend onderhoud, technisch onderhoud en rehabilitatie. Met verzorgend onderhoud hebben we het voornamelijk over het schoonhouden van de groenvakken (bijvoorbeeld verwijderen van afval). Budgettair is dit grotendeels belegd bij Afval.

Technisch onderhoud doelt op alle reguliere onderhoudswerkzaamheden voor de groenvakken, bermen en bomen. Denk hierbij aan snoeien en onkruid verwijderen.

Ten slotte kennen we rehabilitatie van groenvakken en aanplant / herplant van bomen. Daar waar het groen niet langer levensvatbaar is rehabiliteren we de groenvakken of planten we een nieuwe boom.

 

Kwaliteit Groen 

Voor het bepalen van de kwaliteit van de groenvakken en bermen wordt gebruik gemaakt van de CROW-systematiek. Deze systematiek bevat verschillende kwaliteitsniveaus. In figuur 1 zijn deze kwaliteitsniveaus in beeld gebracht.

 

Figuur 1 Kwaliteitsschaal groenvakken o.b.v. CROW-systematiek

 

De afgelopen jaren was kwaliteitsniveau Basis (B) het uitgangspunt. Met de Kadernota 2026 is voor sommige locaties ook kwaliteitsniveau Hoog (A) als wens opgenomen.

 

Voor bomen kijken we voornamelijk naar de veiligheid en dus technische staat van een boom. Dit doen we aan de hand van BoomVeiligheidsControles (BVCs). Op een frequente en structurele wijze brengen we de mogelijke risico’s en beheersmaatregelen met deze controles in beeld.

 

In de navolgende paragrafen worden de kosten en financiële gevolgen per scenario aangegeven.

 

Scenario's

A

B

C

D

Onderhoud BIBEKO op B

X

X

X

X

Onderhoud BIBEKO op A

Voortzetten bestaande activiteiten

X

X

X

X

Zichthoeken maaien

X

X

Bestaande plannen actualiseren

X

X

X

X

Ambities en plannen

X

A kwaliteit centra

X

Natuurvriendelijk maaien gefaseerd

X

Ecologisch bermbeheer

X

Onderhoud centrum op niveau A

X

Burger participatie

X

Groenbeheerder

X

X

X

Communicatieplan

X

Kadernota

Rehabilitatie

X

X

X

X

Motie raad

Hotspots op A (speciale locaties niet zijnde centrum gebieden)

X

X

X

X

Gebiedsconcierge

X

X

X

X

Figuur 1 Overzicht scenario’s.

 

4 FINANCIËN

Om te kunnen voldoen aan de zorgplicht moet de gemeente het groen doelmatig beheren en onderhouden. De kosten hiervoor zijn te splitsen in 2 soorten, exploitatiekosten en investeringen. De exploitatiekosten worden met name ingezet om het reguliere onderhoud uit te voeren. De investeringen zijn de uitgaven voor het rehabiliteren en verbeteren van de bestaande groenvakken en bomen.

 

4.1 Uitgangpunten financiën  

Bij het bepalen van de benodigde financiën voor het doelmatig onderhoud en beheer worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

 

  • ▪︎

    Conform richtlijnen BBV (Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en provincies);

  • ▪︎

    Rentepercentage ten behoeve van de te kapitaliseren kosten is 1,5%;

  • ▪︎

    Er vindt geen indexering plaats van de kosten;

  • ▪︎

    Prijspeil augustus 2025;

  • ▪︎

    De meerjarenplanning houdt geen rekening met toekomstige areaaluitbreidingen omdat hier de eerste jaren geen onderhoud wordt verwacht;

  • ▪︎

    Er is geen rekening gehouden met externe invloeden als werkzaamheden aan kabels en leiding en klimatologische omstandigheden;

  • ▪︎

    De eenheidsprijzen voor de onderhoudswerkzaamheden zijn gebaseerd op de eenheidsprijzen die vermeld staan in het beheersysteem;

  • ▪︎

    In de eenheidsprijzen zijn ook de tijdelijke verkeersmaatregelen en de aannemerskosten, te weten: uitvoeringskosten, algemene bedrijfskosten en winst en risico verwerkt;

  • ▪︎

    De eenheidsprijzen zijn exclusief BTW maar inclusief VAT-kosten (voorbereiding, administratie en toezicht);

De overige uitgangspunten zijn opgenomen in bijlage 1.

 

4.2 Kosten 

4.2.1 Exploitatiekosten 

De exploitatiekosten zijn te splitsen in 2 onderdelen. Een gedeelte van de kosten gelden voor alle scenario’s en een gedeelte van de kosten zijn afhankelijk van het gekozen scenario.

 

Algemene exploitatiekosten

Deze kosten zijn gegroepeerd en weergegeven per type maatregel: planvorming & onderzoek, beheer en onderhoud, facilitair. De gemiddelde kosten per jaar voor de planperiode staan in figuur 2 aangegeven. De financiële planning van de scenario’s is opgenomen in bijlage 2.

 

Deze exploitatielasten zijn benodigd voor het goede basisbeheer van Groen.

 

Gemiddelde algemene exploitatiekosten per jaar in €

Planvorming & onderzoek

138.000

Beheer en Onderhoud

343.000

Facilitair

174.000

Totaal

655.000

Figuur 2 Gemiddelde algemene exploitatiekosten per jaar voor planperiode.

 

Scenario afhankelijke exploitatiekosten

De kosten die scenario afhankelijk zijn, zijn de kosten voor het planmatig onderhoud van groenvakken, het bermbeheer en facilitair. Planmatig onderhoud van groenvakken gaat om het onderhoudsniveau (B of A). Bermbeheer gaat over het wel of niet ecologisch beheren van bermen in de bebouwde kommen en buitengebied. Facilitair gaat over het betrekken van inwoners bij groenonderhoud, het beoordelen van de aannemer en de kwaliteit die geleverd wordt. In figuur 3 zijn de gemiddelde kosten voor deze onderdelen per jaar per scenario weergegeven.

 

Opgenomen middelen programmabegroting 2026 in €

Scenario

Beheer groenvakken

Bermbeheer

Facilitair

Totaal

A

793.000

130.000

200.000

1.123.000

B

793.000

240.000

200.000

1.233.000

C

1.023.000

285.000

335.000

1.643.000

D

793.000

130.000

100.000

1.023.000

Figuur 3 Gemiddelde scenarioafhankelijke exploitatiekosten per jaar voor planperiode.

 

4.2.2 Investeringen  

De voorgestelde investeringen zijn voor alle scenario’s gelijk. We zien deze als benodigd voor goed basisbeheer. De financiële planning van scenario 1 (en dus voor de investeringen gelijkwaardig voor 2 en 3) is opgenomen in bijlage 1.

 

Investeringen

De gemiddelde investeringen per jaar voor de planperiode staan in figuur 4 aangegeven. Dit betreft het planmatig rehabiliteren van groenvakken en het planmatig aanplanten en herplanten van bomen. De kredieten voor de Rehabilitatie groenvakken waren met de Kadernota 2026 al beschikbaar gesteld, het krediet voor aanplant en herplant van bomen is nieuw. Dit laatste investeringskrediet zien we als benodigd om een gedegen bomenareaal te behouden en verder op te bouwen. Met dit krediet hebben we ook oog voor de biodiversiteit (bijvoorbeeld door te kiezen voor inheemse bomen) en de uitstraling van de omgeving. De financiële uitgangspunten zijn opgenomen in bijlage 2

 

Gemiddelde algemene investeringen per jaar

Investeringen

Kapitaallasten

Rehabilitatie groenvakken

231.000

32.000

Aanplant en herplant bomen

64.000

6.000

Totaal

295.000

38.000

Figuur 4 Gemiddelde algemene investeringen per jaar voor planperiode.

 

4.2.3 Totale gemiddelde kosten per jaar    

Onderstaand zijn de gemiddelde kosten per jaar per scenario weergegeven.

 

Scenario

Exploitatiekosten algemeen

Exploitatiekosten scenario afhankelijk

Investeringen (kapitaallasten)

Totaal

A

655.000

1.123.000

38.000

1.816.000

B

655.000

1.233.000

38.000

1.926.000

C

655.000

1.643.000

38.000

2.336.000

D

655.000

1.023.000

38.000

1.716.000

Figuur 5 Gemiddelde kosten per jaar per scenario voor de planperiode.

 

4.3 Kostendekking  

De bekostiging van deze gemeentelijke taken gebeurt uit de algemene dienst. In de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente) is aangegeven welke spelregels gelden voor het financieel verwerken van kosten ten aanzien van het onderhoud van groen.

 

4.3.1 Huidige Kostendekking  

In de begroting 2026 zijn diverse exploitatiebudgetten opgenomen en zijn er nog een aantal investeringskredieten.

 

Voor de komende jaren zijn in de meerjarenbegroting de in figuur 6 weergegeven middelen opgenomen.

 

Opgenomen middelen programmabegroting 2026 in €

Jaar

Exploitatie

2026

1.786.000

2027

1.805.000

2028

1.821.000

2029

1.837.000

2030

1.843.000

Gemiddeld

1.818.000

Figuur 6 Opgenomen middelen in programmabegroting 2026.

 

4.3.3 Kostendekking planperiode 2026-2030 per scenario. 

In figuur 7 is een overzicht gemiddelde kosten en benodigde middelen per jaar per scenario voor planperiode 2026-2030 weergegeven.

 

Overzicht saldo (beschikbaar-kosten) per scenario per jaar voor periode 2026-20 30

Investeringen gekapitaliseerd

Bedragen in €

Scenario

Exploitatie kosten algemeen

Exploitatie kosten scenario

Investeringen

(krediet)

Investeringen

(kapitaallasten)

Kosten

Beschikbaar begroting

Totaal

A

655.000

1.123.000

295.000

38.000

1.816.000

1.818.000

+2.000

B

655.000

1.233.000

295.000

38.000

1.926.000

1.818.000

-108.000

C

655.000

1.643.000

295.000

38.000

2.336.000

1.818.000

-518.000

D

655.000

1.023.000

295.000

38.000

1.716.000

1.818.000

+102.000

Figuur 7 Overzicht gemiddelde kosten en middelen in € per jaar voor planperiode 2026-2030. Investeringen zijn gekapitaliseerd.

 

Het beheer en onderhoud van het groen op basis van de scenario’s heeft financiële consequenties. In de begroting zijn financiële middelen opgenomen ter dekking van de exploitatielasten en kapitaallasten. Niet elk scenario is kostendekkend.

 

Bijlagen   

 

Bijlage 1 FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN

Ten behoeve van de financiële doorrekening zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden gehanteerd.

 

Algemeen

Aspect

Uitgangspunt

Startjaar

2026

Beschouwde periode

5

Prijspeil

Augustus 2025

 

Rente, inflatie en BTW

Aspect

Uitgangspunt

Rente op schulden

1,5 %

Rentetoerekening

1 jaar na oplevering werken

Rente op tegoeden

0%

Indexering

Nee

BTW

21%

 

Vervangingen

Aandachtspunt

Uitgangspunt

Prijspeil eenheidsprijzen

Augustus 2025

Eenheidsprijzen planperiode

Eenheidsprijzen gemeente Maasdriel

Afschrijven

Ja

Afschrijvingsmethode bij activatie

Lineair

 

Afschrijftermijnen

Object

Financiële afschrijvingstermijn

[Jaar]

Openbaar groen

25

Bomen

40

 

Bijlage 2

Uitvoeringsprogramma Scenario A 

 

Uitvoeringsprogramma Scenario B 

 

Uitvoeringsprogramma Scenario C 

 

Uitvoeringsprogramma Scenario D 

Naar boven