Nadere regels Jeugdhulp gemeente Molenlanden 2026

 

Op basis van artikel 11 lid 9, artikel 20 lid 5 en artikel 31 lid 4 van de Verordening jeugdhulp gemeente Molenlanden 2026

 

besluit het college vast te stellen:

 

de navolgende Nadere regels ter uitvoering van de Verordening jeugdhulp gemeente Molenlanden 2026 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder: 

  • verordening: de verordening jeugdhulp gemeente Molenlanden 2026.  

  • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenlanden. 

  • pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. 

  • sociaal netwerk: personen zoals bedoeld in artikel 1 van de verordening. 

Hoofdstuk 2. Nadere regels vervoer

Artikel 2. Voorwaarden vervoersvoorziening

  • 1.

    Het toekennen van een vervoersvoorziening geschiedt alleen aan de jeugdige wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een medische noodzaak bestaat of beperkingen in de zelfredzaamheid zijn. Dit is aannemelijk als: 

    • a.

      aantoonbaar is gebleken dat zelf of met hulp van de ouder(s) of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor het vervoersprobleem kan worden gevonden; en 

    • b.

      geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening; en 

    • c.

      sprake is van een medische noodzaak, omdat de jeugdige bijvoorbeeld een beperking heeft met lopen, instappen of staan of wanneer sprake is van desoriëntatie, en om die reden geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer of eigen vervoer; of 

    • d.

      sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid, omdat: 

      • i.

        de leeftijd van de jeugdige het niet toe laat zelfstandig te reizen met openbaar vervoer, nadat is aangetoond dat de ouder(s) of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor begeleiding; of 

      • ii.

        sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken; of 

      • iii.

        andere redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken. 

    • e.

      door een deskundige de medische beperkingen of beperkende omstandigheden bij de jeugdige die individueel vervoer vereisen, zijn vastgesteld; en 

    • f.

      de jeugdige of de vertegenwoordiger van de jeugdige medewerking hebben verleend aan het college om aantoonbaar te maken dat er sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid; 

  • 2.

    Onder geen enkele omstandigheid wordt het ontbreken van financiële draagkracht van de ouder(s) ten behoeve van de vervoerskosten beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid. 

  • 3.

    De aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt ingediend bij het college door middel van een ondertekend aanvraagformulier vervoer. 

  • 4.

    De vaststelling van de noodzaak van een vervoersvoorziening, zoals gesteld in lid 1 van dit artikel, wordt uitgevoerd door de professionals van het Sociaal Team Molenlanden of de Gecertificeerde Instelling. 

  • 5.

    De beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt opgenomen in het verslag waarin het onderzoek dat voor de aanvraag is uitgevoerd, is weergegeven. 

  • 6.

    De adressen en tijden, die door de jeugdige of de ouder(s) van de jeugdige worden aangegeven op het ondertekende aanvraagformulier vervoer, worden gebruikt voor de planning van het vervoeren kunnen niet worden gewijzigd.  

  • 7.

    Bij incidentele wijzigingen zorgt de jeugdige of de ouder(s) van de jeugdige zelf voor een andere oplossing. Bij een structurele en/of wezenlijke wijziging dient een nieuw aanvraagformulier door de jeugdige of zijn ouder(s) te worden ingediend bij het college. 

     

Artikel 3. Afwegingskader vervoersvoorziening

  • 1.

    Eerst geldt het uitgangspunt uit artikel 11 lid 5 verordening: als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden. 

  • 2.

    Wanneer de noodzaak van het inzetten van een vervoersvoorziening is aangetoond, wordt uit onderstaande rangorde een keuze gemaakt, waarbij voor de best passende eerst beschikbare optie wordt gekozen en waarbij eerst optie a in aanmerking komt, dan pas optie b en zo verder, tot in het uiterste geval optie e.  

    • a.

      zelfstandig reizen met het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel, mits er geen sprake is van: 

      • beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige; 

      • het ontbreken van openbaar vervoer;  

    • b.

      zelfstandig leren reizen met het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel, onder begeleiding van een ouder/netwerk/vrijwilliger/hulpverlener; 

    • c.

      onder begeleiding van een ouder/netwerk/vrijwilliger/hulpverlener met het openbaar vervoer reizen, mits er geen sprake is van: 

      • beperkingen waardoor jeugdige niet onder begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen; 

      • het ontbreken van openbaar vervoer; of 

      • ernstige overbelasting van de ouder(s) vanwege het begeleiden van de jeugdige door henzelf of anderen. 

    • d.

      de inzet van een vervoersvoorziening conform artikel 11 lid 6 en 7 van de verordening jeugdhulp. 

  • 3.

    Indien de inzet van de vervoersvoorziening een km-vergoeding is, dan gelden aanvullend de volgende voorwaarde: 

    • Bij de producten dagbehandeling en dagbesteding worden zowel de onbeladen als beladen kilometers gerekend. Bij andere producten worden alleen de beladen kilometers gerekend 

 

Artikel 4. Begeleiding in het vervoer

  • 1.

    De begeleiding in het vervoer is primair de verantwoordelijkheid van de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s). 

  • 2.

    In de regel kan begeleiding in het vervoer van de jeugdige van meer dan [6] uur per dag niet als redelijk worden beschouwd 

  • 3.

    Het werkzaam zijn van de (beide) ouder(s) ontheft hen niet van de primaire verantwoordelijkheid, als bedoeld in lid 1. 

Hoofdstuk 3. Tarieven persoonsgebonden budget (pgb)

Artikel 5. Tarieven

Het college stelt jaarlijks de tarieven voor pgb vast, conform artikel 20 van de verordening. Deze tarieven worden jaarlijks gepubliceerd op www.jeugdzhz.nl 

Hoofdstuk 4. Nadere regels inspraak en medezeggenschap

Artikel 6. Overleg en informatievoorziening

  • 1.

    Ingezetenen, in het bijzonder jeugdigen en ouder(s), kunnen te allen tijde gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen ten aanzien van (de besluitvorming over) de verordening en het beleid betreffende de uitvoering van de Jeugdwet. Uiterlijk binnen 8 weken zorgt het college voor een reactie. Indien noodzakelijk vindt een toelichtend gesprek plaats.  

  • 2.

    Minimaal 2 keer per jaar vindt er een overleg plaats met de Adviesraad van de gemeente Molenlanden en een ambtelijke afvaardiging. Waarvan 1 keer per jaar over dit onderwerp. De Adviesraad kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen tijdens dit overleg ten aanzien van beleid betreffende de uitvoering van de Jeugdwet, waarbij  

    • a.

      de Adviesraad voorafgaand aan het overleg wordt gevraagd onderwerpen voor de agenda aan te melden. 

    • b.

      de Adviesraad binnen twee weken voor het overleg de benodigde informatie ontvangt voor een adequate deelname. 

       

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 7. Intrekking oude nadere regels

De Nadere regels Jeugdhulp Molenlanden, laatst vastgesteld op 27 september 2022, worden ingetrokken. 

Artikel 8. Overgangsbepaling

Aanvragen die zijn ingediend onder de nadere regels als genoemd in artikel 7 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze nadere regels, worden afgehandeld krachtens deze nadere regels. 

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.  

Artikel 10. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Jeugdhulp gemeente Molenlanden 2026. 

 

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenlanden in de vergadering van 9 juni 2026

de secretaris, 

Marko Doers

de burgemeester, 

Theo Segers

Naar boven