Gedoogbeschikking ten behoeve van het realiseren van een crisisnoodnachtopvang voor asielzoekers

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela besluit:

Onder voorwaarden een gedoogbeschikking te verlenen aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor het gebruiken van een crisisnoodnachtopvang aan de Holland Marsh 17 B, voor de periode van 1 juli 2026 tot 30 september 2026.

Achtergrond

De opvangcapaciteit in Ter Apel is volledig benut, waardoor asielzoekers niet direct kunnen worden opgevangen en het risico bestaat dat zij buiten moeten overnachten. Landelijk wordt gewerkt aan uitbreiding van de opvang, maar voor de korte termijn blijft aanvullende noodnachtopvang noodzakelijk. Omdat deze opvang vanwege de afstand in de directe omgeving van Ter Apel moet worden gerealiseerd, is aan de gemeente Pekela gevraagd tijdelijk opvang te faciliteren voor maximaal 200 personen.

Besluit

Wij hebben besloten om onder voorwaarden een gedoogbeschikking af te geven voor de duur van ten hoogste 3 maanden (van 1 juli 2026 tot en met 30 september 2026) voor de noodopvang (nachtverblijf) en de daarbij behorende voorzieningen van maximaal 80 vluchtelingen en/of asielzoekers aan de Holland Marsh 17 B te Nieuwe Pekela, kadastraal bekend als PKL H 1135.

Er zal uitdrukkelijk geen sprake zijn van permanente opvang van vluchtelingen en/of asielzoekers op voornoemde locatie, maar slechts van een tijdelijk verblijf.

Juridisch kader

Uitgangspunt is dat regels worden gehandhaafd. Op grond van artikel 1.2, lid 3, artikel 1.6, artikel 1.7, aanhef onder a, artikel 5.1, lid 1, sub a en lid 2, sub a artikel 5.12 Omgevingswet en artikel 18.1 van de Omgevingswet, artikel 125, lid 2 van de Gemeentewet en artikel 5:21 en 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag ten aanzien van handhaving van handelen in strijd met de genoemde Omgevingswetbepalingen.

Onder bijzondere omstandigheden kan echter worden afgezien van handhaving van de strijdigheid met wet- en regelgeving door tijdelijk gedogen.

Planologisch kader

De gronden waarop de gevraagde noodopvang is gepland valt binnen het tijdelijke ‘Omgevingsplan gemeente Pekela’, dat op 1 januari 2024 van rechtswege is ontstaan. Hierin zijn (onder meer) de bestaande bestemmingsplannen van Pekela gebundeld. Tot eind 2031 krijgen gemeenten de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te vormen tot 1 omgevingsplan voor de hele gemeente.

Op de aangevraagde opvanglocatie is het bestemmingsplan ‘Nieuwe Pekela’ van toepassing. Dit bestemmingsplan is onderdeel van het huidige (tijdelijke) omgevingsplan van Pekela. Volgens het bestemmingsplan valt de betreffende locatie binnen de bestemming ‘bedrijfsdoeleinden. De geplande noodopvang is in strijd met deze bestemming en kan niet worden vergund via de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden.

Omdat het gebruik van de locatie als tijdelijke opvanglocatie voor vluchtelingen in strijd is met het bestemmingsplan en voor de opvangs-/overnachtingsmogelijkheid geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden kent, zou op grond van de Omgevingswet een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gevolgd moeten worden om het gebruik van de locatie als tijdelijke opvanglocatie voor vluchtelingen en/of asielzoekers toe te staan.

Gelet op de (inter)nationale urgentie en ernst van de opvangproblematiek kan deze procedure naar ons oordeel echter niet worden afgewacht.

Handhavingsplicht

Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij overtreding van een wettelijk voorschrift het bevoegde bestuursorgaan, in dit geval wij, in beginsel verplicht zijn om handhavend op te treden, bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder bestuursdwang dan wel een last onder dwangsom.

Onder bijzondere omstandigheden kan worden afgezien van handhaving door tijdelijk te gedogen. Gedogen is - kort samengevat - aanvaardbaar als:

Het gedogen beperkt is in omvang en/of tijd;

Het gedogen expliciet bij een besluit gebeurt;

Sprake is van een zorgvuldige en kenbare belangenafweging;

Duidelijke voorwaarden aan het gedogen worden gesteld;

Regelmatig wordt bezien of de situatie zodanig is dat gedogen nog gerechtvaardigd is en of aan de voorwaarden die aan het gedogen zijn gesteld wordt voldaan.

 

Voorts dient het gedogen beperkt te blijven tot drie uitzonderingssituaties, te weten:

overmachtssituaties;

overgangssituaties;

situaties waarin handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

 

In ons handhavingsbeleid is vastgelegd dat bij gedogen hiervoor de gedoogstrategie conform de Groningse Handhavingsstrategie in de provincie Groningen geldt. Dit beleid is in overeenstemming met het landelijk gedoogkader van het Rijk en de geldende jurisprudentie.

Belangenafweging

Op humanitaire gronden en vanuit maatschappelijk oogpunt zijn wij bereid een substantiële bijdrage te leveren aan de noodopvang voor asielzoekers. Het is ons bekend dat er een acuut tekort is ontstaan aan (tijdelijke) opvangplaatsen. Dit (inter)nationale belang achten wij zwaarder dan het belang van handhaving van wet- en regelgeving. Het woon- en leefklimaat van de inwoners van Pekela (in het bijzonder die van de meest nabij wonende Pekelders) dient hierbij niet uit het oog verloren te worden. De belangen van de inwoners worden gewaarborgd door maatregelen te nemen zodat overlast en onveilige situaties zoveel mogelijk voorkomen worden. Dergelijke zaken -bijvoorbeeld beveiliging op de locatie, de samenstelling en aard van de vluchtelingen, maximum aantal- zijn met het Ministerie van Justitie en Veiligheid besproken en vastgelegd.

Alle betrokken belangen tegen elkaar afwegend zijn wij van mening dat het algemeen belang en de acute noodzaak aan opvanglocaties prevaleren boven de andere belangen. Hierbij speelt een grote rol dat het een tijdelijke opvanglocatie betreft van maximaal 2 maanden. De direct omwonenden zijn per brief door gemeente geïnformeerd over de noodzaak van opvang van vluchtelingen en/of asielzoekers.

Voorwaarden gedoogbeschikking

De gedoogbeschikking ziet enkel op het gebruik van het terrein voor de noodopvang van vluchtelingen en/of asielzoekers (tijdelijk tentencomplex) in strijd met voornoemde wet- en regelgeving en meer in het bijzonder (in ieder geval) met artikel 5.1, sub a en lid 2 van de Omgevingswet op grond waarvan het verboden is om zonder omgevingsvergunning bouwactiviteiten te verrichten.

Gedoogvoorwaarden:

De gedoogbeschikking geldt voor een periode van 3 maanden (van 1 juli 2026 tot en met 30 september 2026).

Deze gedoogbeschikking wordt afgegeven voor het gebruik van tijdelijke bouwwerken en het omliggende terrein op bovengenoemd perceel met in ieder geval een maximum van opvang voor 80 personen.

De nodige veiligheidsvoorzieningen dienen getroffen te zijn.

Brandveiligheid: Voor aanvang van ingebruikname dient de noodopvang op brandveiligheid te zijn gecontroleerd door medewerkers van de Gemeente Pekela en/of Veiligheidsregio Groningen.

Constructieve veiligheid: Door middel van een constructieberekening aangetoond worden dat de constructie voldoende sterk is. Tevens dient aangegeven te worden hoe en in welke mate er rekening wordt gehouden met extreem weer. En welke maatregelen er per extreem weertype worden genomen.

Bij constatering van niet naleven van onderhavige voorwaarden zal handhavend worden opgetreden.

Deze gedoogbeschikking vervalt in ieder geval indien het Ministerie van Justitie en Veiligheid zelf geen gebruik meer maakt, dan wel kan maken, van de tijdelijke bouwwerken en het omliggende terrein.

Het college behoudt zich alle rechten voor om de voorliggende gedoogbeslissing op enig moment, indien de omstandigheden naar zijn oordeel hierom vragen, in te trekken.

Bij het vervallen van de gedoogbeschikking dient het strijdige gebruik van de bouwwerken en het omliggende terrein per direct gestaakt te worden.

Alle risico's, van welke aard en in welke omvang dan ook, van het gebruik van gronden en opstallen liggen bij de gebruiker, in dit geval het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Na het passeren van de periode van 2 maanden of zoveel eerder als het gebruik is gestaakt, dient het terrein door de gebruiker (het Ministerie van Justitie en Veiligheid) op korte termijn ontmanteld te worden. Indien dit wordt nagelaten zullen wij tot ontmanteling overgaan op kosten van gebruiker.

Wij kunnen later alsnog aanvullende voorwaarden stellen aan het gedogen.

 

 

 

Bekendmaking en inwerkingtreding gedoogbesluit

Op basis van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) treedt een besluit niet in werking voordat het bekend is gemaakt. Vervolgens bepaalt artikel 3:41, lid 1, Awb dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.

 

Een gedoogbeslissing is volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling geen besluit in de zin van artikel 1:3, lid 1 van de Awb. Aangezien een gedoogbeslissing geen besluit is in de zin van de Awb, is bekendmaking geen voorwaarde voor inwerkingtreding.

In het kader van rechtszekerheid en andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur, wordt naar analogie aangesloten bij de voornoemde regeling omtrent de inwerkingtreding van besluiten zoals bedoeld in de Awb en andere relevante wetgeving. Derhalve wordt deze beslissing wel bekendgemaakt. De bekendmaking van het gedoogbesluit zal, overeenkomstig artikel 3:42 van de Awb en de artikelen 5 en 6 van de Bekendmakingswet, gebeuren door plaatsing van het gedoogbesluit in het elektronisch gemeenteblad van gemeente Pekela op www.officielebekendmakingen.nl. Het gedoogbesluit zal de dag na bekendmaking in werking treden.

Rechtsmiddelen

Een gedoogbeschikking is geen besluit in de zin van artikel 1:3, lid 1 van de Awb. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen tegen een gedoogbeschikking geen rechtsmiddelen, zoals bezwaar en beroep, worden aangewend.

Overige opmerkingen

Naast de gedoogbeschikking blijven de voorschriften, die volgen uit rechtstreeks werkende regelgeving onverkort gelden. De uitoefening van de gedoogde activiteiten vinden geheel plaats voor uw eigen risico. Deze beslissing heft de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van de gedoogde activiteiten niet op. Het gedogen geldt alleen voor zover het de onze handhavingsbevoegdheid betreft.

Deze gedoogbeslissing laat de zelfstandige handhavingsbevoegdheden van andere organen onverlet. In het geval u handelt in strijd met de gedoogvoorwaarden, zijn wij gehouden om te overwegen de gedoogbeslissing in te trekken en alsnog handhavend op te treden vanwege strijdigheid met de Omgevingswet.

Naar boven