Gemeenteblad van Woerden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Woerden | Gemeenteblad 2026, 314044 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Woerden | Gemeenteblad 2026, 314044 | beleidsregel |
Toetsingskader grootschalige zonnevelden Woerden
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2026;
het gewenst is om een beleidsregel[s] vast te stellen om zo het OER A12 project een zo groot mogelijke kans tot slagen te bieden, terwijl de ruimtelijke impact van het project beperkt wordt en de ruimtelijke kwaliteiten zoveel mogelijk wordt behouden.
Gelet op het bepaalde in de Gemeentewet; van: artikel 147, tweede lid, juncto artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet
b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel[s]:
De elektriciteit die we in Woerden gebruiken wordt steeds vaker gewonnen met behulp van decentrale duurzame energie opwek. In Woerden willen we ook graag zelf hernieuwbare energie opwekken uit zon en wind. Deze overgang is noodzakelijk om de CO2-uitstoot te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan. In 2019 werd het Nederlandse Klimaatakkoord gesloten met als doel de CO2-uitstoot tegen 2030 met 49% en tegen 2050 met 95% te verminderen. Dit wordt verder uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie, waarbij Woerden deel uitmaakt van de regio U16 (RES U16). De gemeente Woerden heeft de ambitie om in 2030 minimaal 118-138 GWh duurzame energie op te wekken, waarvan 76-88 GWh grootschalig. Er is besloten dat dit laatste gegenereerd zal worden uit een combinatie van 50% windenergie en 50% zonne-energie. Het beleid voor zonnevelden speelt daarom een belangrijke rol bij het behalen van deze doelstelling.
Het doel van dit tijdelijke toetsingskader is om helderheid te bieden aan initiatiefnemers die willen werken aan de opwekking van duurzame energie door de ontwikkeling van zonnevelden in Woerden. Uit gesprekken met initiatiefnemers en intern met collega’s is gebleken dat het Afwegingskader Grootschalige Duurzame Energie (D/21/022924) op sommige aspecten op meerdere manieren uitlegbaar is. Dit toetsingskader wil aan die onduidelijkheid een einde maken. Dit toetsingskader is gebaseerd op het afwegingskader; dit document werkt uit en vult aan om helderheid te scheppen. Dit toetsingskader is een tijdelijk toetsingskader. De verschillende opgaven in het landelijk gebied ontwikkelen zich snel en dit vraagt andere afwegingen. De gemeente Woerden ziet de noodzaak hiertoe, deze afweging vraagt echter meer tijd, terwijl de duidelijkheid ook gewenst is. Daarom nu dit tijdelijke toetsingskader, waarbij we ernaar streven om in 2025 een nieuw toetsingskader vast te stellen. Totdat het nieuwe toetsingskader is vastgesteld, geldt dit tijdelijke toetsingskader. De Woerdense doelstelling voor de opwek van duurzame energie middels zonnevelden voor 2030 is 38-44 GWh. Dit komt neer op ongeveer 40 hectare aan zonnevelden. Deze doelstelling is door de raad vastgesteld op 15 juli 2021 (D/21/022924 Afwegingskader Grootschalige Duurzame Energie). De polder Barwoutswaarder is opengesteld voor vergunningverlening voor zonnevelden tot een totaal van 25 hectare (zie afbeelding 1). (Raadsbesluit D/22/080193 Gebiedskeuze voor grootschalige windenergie). Ook langs spoor en snelweg zijn al zonnevelden mogelijk (zie afbeelding 1). In andere gebieden zijn grote zonnevelden (>1 ha) tot 2030 niet toegestaan, totdat de raad hier een ander besluit over neemt.
Afbeelding 1: Alle gebieden die op dit moment voor zonnevelden in de Gemeente Woerden zijn opengesteld.
De basis voor dit document is het Afwegingskader grootschalige duurzame energie (2021) dat is opgesteld door de Gemeente Woerden. Dit is op 26 januari 2023 aangevuld met het Raadsbesluit – Snel aan de slag met zon-op-land in Barwoutswaarder (D/22/080193 Raadsbesluit Gebiedskeuze voor grootschalige windenergie).
In dit document wordt het afwegingskader verder uiteengezet in criteria met betrekking tot de ontwikkeling van zonnevelden. Deze zijn onderverdeeld in eisen en wensen met de volgende thema’s: Ruimtelijk; water en bodem; einde exploitatie; financiële participatie en lokaal eigendom; en technisch. Het document sluit af met een indieningsvereistenlijst in bijlage 1.
Als een initiatiefnemer een principeverzoek indient wordt dit beoordeeld aan de hand van dit toetsingskader. Als de uitkomst van het principeverzoek positief is kan een aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit worden ingediend. Een principeverzoek is niet verplicht onder de Omgevingswet, maar heeft wel de voorkeur omdat binnen dit verzoek meer duidelijkheid kan worden verkregen over de eisen en wensen uit toetsingskader. Dit kan het proces versnellen. De aanvraag zal getoetst worden aan alle relevante wet- en regelgeving door de gemeente en de Commissie Omgevingskwaliteit en Erfgoed Woerden en worden behandeld middels de uitgebreide procedure. Dit houdt in dat wij niet direct een definitieve beslissing kunnen nemen, maar eerst een ontwerpbesluit maken. De aanvraag met bijbehorende stukken worden voor zes weken ter inzage gelegd. Een definitief, rechtsgeldig besluit wordt pas genomen na de terinzagelegging van het ontwerpbesluit.
De gemeente Woerden onderschrijft met haar beleid de landelijke zonneladder (zie afbeelding 2) uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het idee van de zonneladder is om geschikte en minder geschikte locaties voor zonne-energie te rangschikken in voorkeurs volgorde. Daarbij komen landbouw en natuurgronden als laatste in beeld. Woerden zet in op de treden 1-3 en trede 4. Om trede 1 zo goed mogelijk te benutten zetten we in op zon op dak. Van alle daken in Woerden is 30- 50% geschikt, dat levert een mogelijke opwek van 25,9-43.2 GWh op. Trede 2, de onbenutte terreinen in bebouwd gebied zijn er in Woerden erg beperkt. Juist vanwege de druk om woningen te bouwen en dit soort plekken te benutten worden dit soort plekken al benut in Woerden. Trede 3, in landelijk gebied is in Woerden beperkt. Een vuilnisbelt hebben we niet en langs de A12 werken we in samenwerking met Rijkswaterstaat om deze gronden te benutten. De opbrengst hiervan is meegenomen in wat we nog in trede 4 moeten opwekken. Omdat de opgave niet kan worden ingevuld met enkel projecten in treden 1-3, heeft Woerden ook een ambitie vastgesteld voor trede 4. Dit toetsingskader is van toepassing op zonnevelden van 1 hectare en groter. Daaronder kunnen projecten vallen in treden 3 en 4.
Dit toetsingskader heeft uitsluitend betrekking op zonnevelden van minimaal 1 hectare aan oppervlakte en minimaal 1 MWh aan opbrengst. Zonnevelden kleiner dan 1 hectare of met minder dat 1MWh aan opbrengst vallen onder “middelgrote opwek” zoals gedefinieerd in het Afwegingskader grootschalige duurzame energie (2021).
Het is verplicht om een combinatie te maken met minimaal één van de andere thema’s die in de betreffende zone spelen: agrarisch gebruik, natuurontwikkeling, waterberging of recreatieve mogelijkheden. Welke ambities er zijn op gebiedsniveau zijn terug te vinden in de Omgevingsvisie. Locatie specifiek kunnen er aanvullende voorwaarden gesteld worden tijdens de Omgevingstafel.
De afstand tussen omvormers en woningen dient minimaal 50 meter te zijn. De afstand tussen transformatoren en woningen dient minimaal 30 meter te zijn. Als dit niet mogelijk is moet er een onderzoek worden uit gevoerd waarbij de effecten op omliggende woningen naar voren komen. Hierbij is het van belang dat de omvormers, transformatorhuisjes en energieopslag maximaal 45 dB (etmaalwaarde) produceren op de gevel van de omliggende woningen. Dit moet worden meegenomen in het inpassingsplan.
De maximale hoogte van de zonnepanelen is 2.00 meter gemeten vanaf de omliggende infrastructuur op maaiveld niveau. Transformatorhuisjes en energieopslag zijn toegestaan om hier bovenuit te steken met een maximale hoogte van 3.00 meter gemeten vanaf de omliggende infrastructuur op maaiveld. Op deze manier wordt de visuele impact zo veel mogelijk beperkt. Uitzondering op de hoogte van de zonnepanelen is een combinatie met de opgaven van natuurontwikkeling of agrarisch gebruik. Als het vanuit de combinatie met deze opgaven noodzakelijk is kan hier gemotiveerd van worden afgeweken. Dit is maatwerk.
Het gebruik van zichtbare hekken en hekwerken anders dan een toegangshek van maximaal 6m breed is niet toegestaan. Beveiliging voor toegang wordt bij voorkeur geregeld middels brede sloten of natuurlijke elementen, zoals (lage) hagen of landschapselementen die van nature in het landschap thuishoren tenzij kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is .
Er dient een beheerplan te worden opgesteld. Het beheerplan bevat beheermaatregelen die genomen worden om verslechtering van de ecologische waarde gedurende de exploitatie van het zonnepark te voorkomen. Het beheerplan kan ook beheermaatregelen bevatten die bijdragen aan afgesproken verbeterdoelstellingen voor de bodem, water of ecologische kwaliteit uit het inrichtingsplan.
Het is verplicht om een nulmeting uit te voeren naar de kwaliteit van het water en de bodem. Om de kwaliteit van de bodem te monitoren dient er elke 5 jaar een nieuwe meting te worden uitgevoerd. Indien verslechtering optreedt, dient de eigenaar binnen 8 weken een verbeteringsplan in te dienen. Na akkoord kan het verbeteringsplan worden uitgevoerd. De eigenaar blijft verantwoordelijk voor de resultaten. Bij het aantonen van tweemaal een positief effect kan de frequentie van de monitoring worden geëxtensiveerd.
De eigenaar van het zonneveld moet het zonneveld opruimen na de vergunningsperiode, dit wordt omschreven in het opruimplan. Dit houdt in dat zij verantwoordelijk is voor de verwijdering en hergebruik van panelen op het moment dat deze niet meer in gebruik zijn (conform richtlijn AEEA, bijvoorbeeld via lidmaatschap Stichting Zonne-energie Recycling Nederland). Het opruimplan moet gedetailleerde procedures bevatten voor het verwijderen en recyclen van zonnepanelen, de bijbehorende funderingen, omheiningen en andere infrastructuur die in verband staan met het zonneveld.
Om het participatieproces in beeld te brengen dient de initiatiefnemer een participatie- en communicatieplan op te nemen. Daarbij zijn de omwonenden de belangrijkste groep om nauw contact mee te hebben. Omwonenden wordt mee bedoeld de eigenaren, pachters en beheerders van aangrenzende percelen en degenen die zicht hebben op het zonneveld.
Een algemene informatiebijeenkomst is verplicht in de aanloop naar het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze moet minimaal 3 weken van tevoren worden aangekondigd in de lokale krant en via een brief aan omwonenden. Tijdens deze bijeenkomsten wordt er gewerkt met presentielijsten. Verslagen moeten openbaar (geanonimiseerd) te raadplegen zijn. Aanwezigen moeten de mogelijkheid krijgen om verslagen te controleren op feitelijke onjuistheden.
Financiële participatie en lokaal eigendom
De initiatiefnemer dient een helder en transparant plan in te dienen waarin de wijze van financiële participatie is beschreven en waarin wordt beschreven hoe de lokale gemeenschap wordt betrokken bij de besluitvorming. Verslagen van participatie bijeenkomsten dienen te worden gedeeld in de vergunningaanvraag.
Realiseren van ten minste 50% lokaal eigendom is verplicht. Zonnevelden die worden ingezet als structurele teelt ondersteunende voorzieningen hoeven niet te voldoen aan de eisen voor financiële participatie. Structurele voorzieningen zijn bijvoorbeeld een overkapping van het fruit. Als er geen zonnepanelen worden geplaatst is er een andere voorziening nodig zoals folie of netten. Samenwerken met een energie coöperatie màg natuurlijk wel.
Ideeën en wensen vanuit de omwonenden worden in het participatieproces beschreven en ter overweging meegenomen. Wat er met de ideeën gebeurt moet schriftelijk aangetoond worden bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Daarin moet worden opgenomen welke ingebrachte wensen en ideeën verwerkt zijn in het ontwerp en welke niet. Dit inclusief onderbouwing.
Financiële participatie en lokaal eigendom
Ten minste 50% van de netto opbrengst van het zonneveld is bestemd voor lokale eigenaren en lokale participatie. Lokaal zijn inwoners van Woerden of bedrijven gevestigd in Woerden. Initiatiefnemers moeten beschrijven hoe dit gerealiseerd wordt. Belangrijk is dat het gaat om een combinatie van lokaal eigenaarschap en zeggenschap. Het is van belang om bij de keuze voor de participatieoptie(s) rekening te houden met mensen met een smalle beurs. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om geld te investeren. Lokaal eigenaarschap ligt daarbij in handen van een grotere groep inwoners, niet een enkel persoon of bedrijf. Hiervoor zijn verschillende vormen, eventueel in combinatie met elkaar mogelijk: o Mede-eigenaarschap. Omwonenden profiteren mee als mede-eigenaar van en windof zonneproject, via een vereniging of coöperatie.
In het kader van duurzaamheid wordt er gebruik gemaakt van circulair materiaal tenzij kan worden aangetoond dat dit niet mogelijk is. Een initiatief dient rekening te houden met de op dat moment geldende situatie op het elektriciteitsnet. Het heeft de voorkeur dat een zo groot mogelijk deel van de opgewekte energie wordt gebruikt. Dit kan door middel van opslag, Local4Local projecten of via een Power Purchasing Agreement.
Hoofdstuk 1 Algemene ruimtelijke voorwaarden
Dit document geeft een uniform ruimtelijk kader voor de OER-A12 opwekprojecten. Daarmee is er voor de inschrijvers van de tender een eenduidig ruimtelijk kader dat binnen alle betrokken gemeenten wordt gehanteerd bij de toetsing voor de vergunningverlening. Dit ruimtelijk kader gaat expliciet niet in op veiligheids- en (milieu)technische eisen. Deze eisen komen in separate stukken die ook onderdeel zij van het tenderproces. Ook de (financiële) participatie en het lokaal eigendom wordt in een apart document uitgewerkt.
De OER-locaties langs de A12 vallen onder trede 3 van de landelijke zonneladder (bermen van autowegen). Daarmee is dit kader op onderdelen minder streng dan ruimtelijke kaders die door de gemeenten worden gesteld aan projecten die vallen onder trede 4 van de zonneladder (landbouw- en natuurgronden)
Onderstaand wordt ingegaan op voorwaarden ten aanzien van:
1. Multifunctioneel ruimtegebruik
De opwek van duurzame energie in wegbermen is een vorm van multifunctioneel ruimtegebruik. Daarmee zijn OER-projecten in zichzelf multifunctioneel en voldoen ze aan de verplichting voor multifunctioneel ruimtegebruik. Voor zover inpasbaar kan een OER-project aanvullend bijdragen aan biodiversiteit (bijvoorbeeld voldoen aan de natuurinclusief-criteria van de SDE++) of bijdragen aan klimaatadaptatie (waterberging en buffering).
Van de inschrijvers wordt verwacht dat zij een landschappelijk inpassingsplan opstellen waarbij direct omwonenden en belanghebbenden worden betrokken (is onderdeel van het participatietraject). In het landschapsplan wordt gekeken naar de projectlocaties in de context van het omliggende landschap. Het landschapsplan bevat een beschrijving en analyse van het bestaande landschap, inclusief bestaande kwaliteiten. In het landschapsplan moet rekening worden gehouden met zowel het aanzicht vanuit het achterland als vanaf de snelweg.
Het aanbrengen van opgaande (gebiedseigen) beplanting rond de locatie ligt voor de hand. Met name in het veenweidegebied moet er speciale aandacht worden besteed aan de goede landschappelijke inpassing van de opwekinstallatie met respect voor de specifieke waarde: openheid en beleefbaarheid van het veenweidegebied.
Specifieke aandachtpunten/voorwaarden over toepassing hekken, hoogte panelen en bebouwd openheid in o.a. het veenweidegebied Woerden worden in hoofdstuk 2 toegevoegd.
3. Ecologische en bodemkwaliteit
Van de inschrijvers wordt verwacht dat zij een inrichtings- en beheerplan opstellen. Dit plan bevat een beschrijving van de bestaande ecologische kwaliteit en ecologische structuren, alsook de ecologische (inrichtings)maatregelen en de jaarlijkse onderhouds- en beheersmaatregelen (beheerplan). Bij de (inrichtings)maatregelen kan gedacht worden aan trek- en foerageerroutes en verblijfplaatsen van dieren, passende vegetatie en het voorkomen van barrièrewerking. Bij voorkeur wordt inheemse en gebiedseigen vegetatie toegepast.
Voor de vergunningverlening moet de initiatiefnemer ecologisch onderzoek uitvoeren om aan te tonen dat het project voldoet aan specifieke zorgplicht voor flora en fauna uit de Omgevingswet. Een OER project mag niet leiden tot verslechtering van de ecologische kwaliteit (biodiversiteit en bodem- en waterkwaliteit). Is er toch sprake van een negatief effect op de ecologische waarden dan moeten mitigerende maatregelen worden getroffen. Vanuit de gronduitgifte worden bovendien eisen gesteld aan behoud bodemkwaliteit, welke indirect ook doorwerking heeft voor o.a. biodiversiteit.
Voor de OER-locaties (wegbermen) is er geen verplichting voor het treffen van aanvullende/bovenwettelijke maatregelen op de maatregelen die voortvloeien uit de Omgevingswet en de natuurinclusief-eisen bij gebruik van SDE++ (waaronder 25% open ruimte tussen de tafels).
4. Cultuurhistorie en archeologie
Bij het ontwerp van het zonneveld en het bijbehorende (landschappelijk) inrichtingsplan wordt bij voorkeur zoveel mogelijke aangesloten bij het cultuurhistorische karakter van de plek. Bijvoorbeeld aansluiten bij in het gebied kenmerkende landschapselementen.
De archeologische verwachtingswaarden van de OER-locaties in de A12 zone zijn over het algemeen laag. Van de inschrijvers wordt verwacht dat zij de (gemeentelijke) archeologische verwachtingskaart raadplegen. En dat bij verwachte archeologische waarden door hen passend onderzoek wordt uitgevoerd en zo nodig passende maatregelen worden voorzien.
Zonnevelden zijn een tijdelijke bestemming van de grond. Dat betekent dat zonnevelden een omgevingsvergunning krijgen voor een exploitatietermijn van 25 jaar (conform de gronduitgifte). Dit is exclusief bouw en ontmanteling. Na afloop van de exploitatietermijn dienen de panelen inclusief stellages, fundering en andere ondersteunende bouwwerken en bekabeling, te worden verwijderd. Uitgangspunt is dat de situatie van voor de realisatie van de grondgebonden zon-pv-opstellingen wordt hersteld met uitzondering van investeringen ten behoeve van het versterken van de ecologische en landschappelijk kwaliteit.
De inschrijvers, en de eventuele rechtsopvolgers, zijn verantwoordelijk voor de verwijdering en het hergebruik van de zonnepanelen op het moment dat ze niet meer in gebruik zijn. Dit volgens de regeling AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur). Hiervoor moet een (financiële) voorziening getroffen zijn in het plan. De financiële zekerheid voor het verwijderen van de zon-pv opstelling wordt geborgd in de Tenderovereenkomst
Los van ruimtelijke vereisten moeten plannen voldoen aan de wettelijke bepalingen en regelgeving van landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden. Zo moeten plannen aantoonbaar voldoen aan wettelijke eisen en normen op het gebied van veiligheid en milieu. Het gaat hierbij om zaken als veiligheidsrisico’s (externe veiligheid en verkeersveiligheid), geluidsnormen, milieurisico’s, kwetsbare bestemmingen en hinder voor omwonenden (o.a. schittering).
Hoofdstuk 2: Aanvullend Ruimtelijk Kader OER A12 Woerden
De percelen waar zonnevelden op kunnen worden gerealiseerd in Woerden liggen, anders dan de meeste andere OER A12 percelen, midden in het open veenweidelandschap. Dit landschap is onderdeel van het Groene Hart en is cultuurhistorisch waardvol. Daarom zijn voor deze percelen aanvullende randvoorwaarden opgesteld.
Het Groene Hart kenmerkt zich door het open veenweidelandschap met slotenpatronen. Dit landschap is in de 12e eeuw ontstaan door ontginningen. Door het water via sloten en molens weg te laten stromen kon men hier land verbouwen. De openheid en het slotenpatroon zijn uniek in Nederland. Er is dan ook in verschillende beleidsvelden veel aandacht voor het behouden van de cultuurhistorische waarden in dit gebied en de beleving daarvan. Nieuwe ontwikkelingen in Woerden worden goed in het landschap ingepast en er geldt een verstedelijkingsverbod om het landschap rustig en open te houden.
De beleving van het open veenweidelandschap vanaf de A12
De te realiseren zonnevelden langs de snelweg staan op gespannen voet met het veenweidelandschap omdat de openheid wordt aangetast. Dit wordt versterkt bij een mogelijk hoge opstelling van de zonnepanelen (2 meter) ten behoeve van de efficiëntie en de mogelijke hekwerken van 1,8 m hoog die nodig zijn ten behoeve van een verzekering. Het is een zichtbare blokkade in het open landschap waardoor de beleefbaarheid van de openheid wordt beperkt. Daarnaast kunnen verschillende zonnevelden langs de snelweg een onrustig en versnipperd beeld geven. Echter hanteert de gemeente Woerden wel de zonneladder, wij hebben hiermee de voorkeur aangegeven voor het realiseren van zonnevelden langs infrastructuur boven zon op landbouwgrond.
De ontwikkeling van zonnevelden langs de A12 mogelijk maken en tegelijkertijd de ruimtelijke impact te beperken en de ruimtelijke kwaliteiten zoveel mogelijk te behouden zijn aanvullende ruimtelijke kaders voor Woerden opgesteld. Dit zijn algemene kaders voor de OER A12 zonneveld locaties in Woerden en ook specifieke locatie-gebonden kaders.
De bestaande kernkwaliteiten van het gebied willen we zoveel mogelijk behouden. De kernwaarden die relevant zijn voor de OER A12 locaties in Woerden zijn openheid, het slotenpatroon en kleine landschapselementen. Deze worden hieronder omschreven. In het landschapsontwerp wordt rekening gehouden met deze kernkwaliteiten.
Slotenpatroon: Het slotenpatroon dat is ontstaan door de ontginning bepaalt de ruimtelijke structuur en de richting van het landschap. Het landschap wordt ook wel slagenlandschap of copelandschap genoemd. Nieuwe ontwikkelingen worden veelal parallel aan of soms juist haaks op de richting van het landschap gedaan. De openheid van het water zorgt voor verre zichten.
Kleine landschapselementen: Landschappelijke beplanting in de vorm van geriefbosjes, randbeplanting, houtwallen, knotwilgenrijen en hoogstamboomgaarden komen veel voor in het veenweidelandschap. De beplanting wordt vaak gebruikt om bebouwing op een natuurlijke en zachte manier in te passen, zoals een weg met een knotwilgenrij en randbeplanting langs bebouwing. Ook vormt het soms de overgang tussen sloot en weiland.
Er moet voorkomen worden dat de realisatie van verschillende zonnevelden langs de A12 een versnipperd, verrommeld en onrustig beeld veroorzaken in het open landschap, evenals aantasting van de kernkwaliteiten. Door een goed ontwerp te maken, waarin landschappelijke inpassing is geborgd, kan een rustiger beeld ontstaan waarbij de ruimtelijke impact op de kernkwaliteiten wordt beperkt. Hiervoor zijn een aantal algemene randvoorwaarden opgesteld, geldend voor alle percelen in de gemeente Woerden:
Er wordt door de initiatiefnemer een landschapsplan opgesteld door een landschapsarchitect die rekening houdt met de kernkwaliteiten, die voor samenhang zorgt tussen de verschillende zonnevelden (ook nabijgelegen zonnevelden die buiten het OER A12 project gerealiseerd zijn), en voor een rustig beeld vanuit de snelweg de directe omgeving.
Zonnevelden worden landschappelijk en natuurlijk ingepast, rekening houdende met bestaande kwaliteiten en streekeigen beplanting. Dit zorgt voor een zachte en natuurlijke overgang tussen weiland, snelweg en zonnevelden. Dit kan bijvoorbeeld door opgaand groen zoals een rietkraag, door ruig gras/kruiden of een wilgenrij. De zonnevelden hoeven hierbij niet weggestopt te worden, maar wel in het landschap ingebed.
Er is een voorkeur om met betrekking tot perceelafbakening zoveel mogelijk met natuurlijke begrenzingen te werken, zoals sloten en bosschages. Indien er toch sprake is van hekwerken of andere vormen van perceelafbakening worden deze maximaal 1,8 meter hoog en hebben ze een natuurlijke uitstraling. De hekwerken worden zo transparant mogelijk. De kleuren van hekwerken gaan op in de omgeving. Hierdoor wordt de impact van de hekwerken beperkt.
De richting van de zonnepanelen wordt zorgvuldig bepaald voor een rustig beeld. De zonnepanelen op percelen die lange lijnen vormen langs de snelweg nemen de richting aan van de snelweg en liggen hier parallel aan. De percelen die als vlakken langs de snelweg liggen horen meer bij het veenweidelandschap en nemen de richting aan van het ontginningspatroon We voorkomen dat verschillende zonnevelden die dichtbij elkaar liggen in andere richtingen worden geplaatst, omdat dat een onrustig beeld geeft.
Locatie specifieke randvoorwaarden
Voor een aantal locaties zijn locatie specifieke randvoorwaarden van toepassing:
De percelen: 6,8,13 en 19 maken geen onderdeel meer uit van de scope/zijn vervallen. Hiermee wordt het zicht op het open veenweidelandschap niet over (te) grote lengtes weggenomen. Het gaat om lijnvormige, smalle percelen met een relatief klein oppervlak. Door deze locaties te laten vervallen kunnen meer vlakvormige percelen met een relatief groter oppervlak wel worden gerealiseerd met respect voor het landschap. Hierdoor is 2,01 ha weggevallen uit de scope waarvan 0,4 kansrijk en 1,61 beperkt kansrijk. De afgevallen percelen staan in de onderstaande afbeelding in het rood afgebakend.
Perceel 1, op dit perceel kunnen zonnepanelen op het water worden gerealiseerd. De waterkwaliteit en waterecologie worden hier behouden of versterkt. Dit wordt gedaan door tussen de zonnepanelen voldoende ruimte te laten voor voldoende zoninstraling in het water. Daarom wordt maximaal 50 procent van het wateroppervlak bedekt met panelen. Tussen de panelen blijft voldoende open ruimte zodat zonlicht het water bereikt en de waterkwaliteit en ecologie behouden blijven.
De percelen 3, 4, 7, 10, 11 en 18 liggen midden in het open veenweidelandschap. Om de ruimtelijke impact hiervan te beperken worden de zonnepanelen hier maximaal 1,5 meter hoog. Dit betekent dat de hellingshoek van de zonnepalen lager wordt. De impact hiervan is minder zichtbaarheid van de zonnepanelen in het landschap en een betere ruimtelijke inpassing. De opbrengst daalt licht door de lagere hellingshoek, maar dit blijft beperkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-314044.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.