Verordening kleinschalig kamperen gemeente Sluis 2026

DE RAAD VAN DE GEMEENTE SLUIS

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 mei 2026;

 

gelet op de artikelen 147 en 149 Gemeentewet;

 

gezien het advies van de Commissie Ruimte/AB van 9 juni 2026;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de: 'Verordening kleinschalig kamperen gemeente Sluis 2026;

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    college: burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis.

  • b.

    groepskamperen: de gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen op een kleinschalig kampeerterrein, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie, gerelateerd aan een evenement of activiteit in besloten kring.

  • c.

    kampeermiddel: een niet-vast kampeermiddel of vast kampeermiddel dat naar zijn aard en inrichting is bedoeld is voor recreatief nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.

  • d.

    niet-vast kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander niet-grondgebonden onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan voor zover geen bouwwerk zijnde, zonder een met de grond verbonden constructie, en dat dat naar zijn aard en verschijningsvorm niet bedoeld is om duurzaam ter plaatse blijven.

  • e.

    vast kampeermiddel: een op de grond staand of vast met de grond verbonden bijzonder bouwwerk in elk geval niet zijnde een chalet, stacaravan of daarmee vergelijkbaar bouwwerk, en dat naar zijn aard en verschijningsvorm bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en direct of middels een ondersteuningsvoorziening steun vindt in of op de grond en daardoor als bouwwerk is aan te merken

  • Op een kleinschalig kampeerterrein heeft een vast kampeermiddel een maximale oppervlakte van 55 m².

  • f.

    kampeerseizoen: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

  • g.

    kustgebied: het gebied binnen de gemeente Sluis zoals is aangeduid op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte overzichtskaart (bijlage 1).

  • h.

    landschappelijke inpassing: inpassing van het kleinschalig kampeerterrein door middel van bij voorkeur streekeigen beplantingssoorten, een en ander zoals is vastgesteld in de bij deze verordening gevoegde en vastgestelde beleidsnota "Richtlijnen landschappelijke inpassing gemeente Sluis" (bijlage 2).

  • i.

    ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 2.2 van deze verordening.

  • j.

    stacaravan of chalet: een kampeermiddel uit één al dan niet- samengesteld geheel, dat in zijn geheel (over de weg) vervoerd kan worden.

  • k.

    standplaats: het gedeelte van een kampeerterrein bestemd voor de plaatsing van één kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten.

  • l.

    terrein voor kleinschalig kamperen/kleinschalig kampeerterrein: een terrein of plaats, gelegen op een (voormalig) agrarisch bouwvlak en/of op direct daaraan grenzende gronden, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens de inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van maximaal 35 standplaatsen.

  • m.

    bijzonder kampeermiddel: een kampeermiddel dat aantoonbaar een uniek, niet seriematig vervaardigd karakter heeft, waarbij zowel het ontwerp, de constructie, het materiaalgebruik als het uiterlijk wezenlijk afwijken van gangbare, commercieel verkrijgbare kampeermiddelen.

  • n.

    vereveningsplan: een plan gericht op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse, een en ander zoals is vastgesteld in de bij deze verordening gevoegde en vastgestelde "Toetsingscriteria verevening en overige voorwaarden uitbreiding kleinschalig kamperen gemeente Sluis"(bijlage 3)

  • o.

    vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van deze verordening.

Artikel 1.2. Indieningsvereisten aanvraag kampeervergunning en - ontheffing

  • 1.

    De aanvraag voor een vergunning wordt schriftelijk ingediend via een door het college vastgesteld formulier en moet voldoen aan de vereisten van dit artikel.

  • 2.

    Bij de aanvraag van een vergunning moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:

    • a.

      een situatietekening in 2-voud van het kampeerterrein op schaal van ten minste 1: 1.000 met een kadastrale omschrijving van het perceel waarop, indien van toepassing, is aangegeven:

  • de plaats van de bestaande en op te richten gebouwen met hun functie;

  • de aanwezige en aan te brengen randbeplanting, alsmede het assortiment waaruit deze randbeplanting bestaat;

  • In het geval de aanvraag om meer dan 15 eenheden gaat bevat de aanvraag eveneens een vereveningsplan;

  • het verloop van de wegen en paden;

  • de parkeergelegenheid;

  • de begrenzing van de standplaatsen op een kampeerterrein, van de vaste kampeermiddelen alsmede de begrenzing van de plaatsen bedoeld voor sport en spel;

  • de aanwezige en te realiseren voorzieningen ter bestrijding van brand, een en ander zoals is vastgelegd in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen;

    • a.

      een toelichting waaruit blijkt welke sanitaire voorzieningen er zijn en hoe de afvoer van vaste en vloeibare afvalstoffen is geregeld.

  • 3.

    Bij de aanvraag van een ontheffing voor groepskamperen worden vermeld: de naam en adres van de rechthebbende en de beheerder van het kampeerterrein en een opgave van het totaal aantal plaatsen op het kampeerterrein.

Artikel 1.3. Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een volledige aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het college kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

  • 3.

    Indien een aanvraag voor een vergunning of een ontheffing wordt ingediend minder dan acht weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of de ontheffing nodig heeft, kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.

  • 4.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op deze verordening.

Artikel 1.4. Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan een vergunning of ontheffing kunnen (wettelijke) voorschriften en (wettelijke) beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  • 2.

    Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1.5. Inzage vergunning of ontheffing

De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze op eerste vordering van een ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van één of meer bepalingen van deze verordening ter inzage af te geven aan deze ambtenaar.

Artikel 1.6. Termijnen

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

Hoofdstuk 2 Kleinschalig kamperen

Artikel 2.1. Vergunning kleinschalig kamperen

  • 1.

    Het is verboden een terrein voor kleinschalig kamperen in te richten zonder daartoe benodigde vergunning(en) van het college.

  • 2.

    Het college kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden.

  • 3.

    De vergunning kan worden verleend als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    standplaatsen worden binnen of direct grenzend aan het bouwvlak gesitueerd;

  • b.

    het kleinschalige kampeerterrein is voorzien van een goede landschappelijke inpassing. Een en ander zoals is vastgesteld in de bij deze verordening gevoegde en vastgestelde beleidsnota "Richtlijnen landschappelijke inpassing gemeente Sluis";

  • c.

    het kleinschalige kampeerterrein is gesitueerd op of grenzend aan een bouwvlak, een en ander zoals is vastgelegd in het Omgevingsplan gemeente Sluis. De bouwmogelijkheden op het perceel zijn eveneens vastgelegd in het Omgevingsplan gemeente Sluis;

  • d.

    vaste kampeermiddelen bevinden zich uitsluitend binnen het bouwvlak. Niet-vaste kampeermiddelen mogen ook geplaatst worden aangrenzend aan het bouwvlak;

  • e.

    het maximale aantal bijzondere vaste kampeermiddelen bedraagt niet meer dan 20% van het totale aantal kampeermiddelen tot een maximum van 5;

  • f.

    De minimale perceeloppervlakte voor 1 tot 25 standplaatsen bedraagt 7.500 m2, de minimale perceeloppervlakte voor 26 tot 35 standplaatsen bedraagt 10.000 m² terrein; de minimale omvang van een standplaats is 100 m²;

  • g.

    per uit te breiden eenheid boven de 15 eenheden, wordt een vereveningsbijdrage van € 800,- vastgesteld. Een en ander wordt uitgewerkt in een vereveningsplan waarbij de gemaakte afspraken tussen ondernemer en gemeente vastgelegd worden in een overeenkomst.

  • 4.

    Het college weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien het maximale aantal van 20 vergunningen in het kustgebied wordt overschreden. Voorts kan het college de vergunning weigeren wanneer de aanvraag niet voldoet aan de vereisten in artikel 2.1 van deze verordening of wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden, zoals genoemd in het vorige lid.

  • 5.

    Het college kan de vergunning intrekken:

  • a.

    bij beëindiging van de kampeeractiviteiten op een terrein voor kleinschalig kamperen;

  • b.

    indien geconstateerd wordt dat het terrein voor kleinschalig kamperen langer dan één jaar niet meer als zodanig in gebruik is met dien verstande dat het college van de termijn van één jaar kan afwijken op basis van bijzondere omstandigheden welke ter beoordeling zijn van het college tot een maximum van drie jaar;

  • c.

    indien de houder dit verzoekt;

  • d.

    indien achteraf blijkt dat de aanvraag of vergunning (feitelijke) onjuistheden of onwaarheden bevat;

  • e.

    indien de vergunning is verleend op basis van een onjuiste opgave of voorstelling van feiten;

  • f.

    indien er sprake is van een of herhaaldelijke overtreding van wettelijke voorschriften, of van voorschriften verbonden aan de vergunning.

Artikel 2.2. Ontheffing groepskamperen

  • 1.

    Het college kan, in het geval dat een kampeervergunning is verleend, ontheffing verlenen voor groepskamperen.

  • 2.

    De aanvraag om ontheffing wordt schriftelijk ingediend en moet voldoen aan de vereisten in artikel 1.2, lid 3 van deze verordening.

  • 3.

    Het college verleent de ontheffing wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    het op basis van de vergunning toegestane aantal kampeermiddelen mag met maximaal 5 eenheden worden overschreden;

  • b.

    de periode van ontheffing bedraagt maximaal 3 aaneengesloten nachten;

  • c.

    een ontheffing mag slechts één keer per kampeerseizoen per terrein voor kleinschalig kamperen worden verleend;

  • d.

    voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;

  • e.

    een ontheffing mag geen nadelige gevolgen hebben met betrekking tot brandveiligheid.

  • 4.

    Het college kan aan de ontheffing als bedoeld in lid 1 voorschriften verbinden.

  • 5.

    Het college kan de ontheffing weigeren in het belang van:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    het voorkomen of beperken van overlast;

  • c.

    de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en goederen;

  • d.

    de zedelijkheid of gezondheid;

  • e.

    de bescherming van natuur en landschap;

  • f.

    als niet voldaan wordt aan het bepaalde in lid 3.

Artikel 2.3. Overdraagbaarheid

  • 1.

    Een vergunning is slechts overdraagbaar met toepassing van de in en krachtens dit artikel gestelde regels.

  • 2.

    Voor het overschrijven van een vergunning dient de vergunninghouder tenminste twee maanden voor de beoogde overdracht bij het college een verzoek tot toestemming in te dienen, onder vermelding van de bij nadere regels aangegeven gegevens.

  • 3.

    Het college beslist op het verzoek binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  • 4.

    Het college verleent toestemming voor de overdracht van een vergunning als bedoeld in het tweede lid, indien bij de overdracht wordt voldaan aan dezelfde voorschriften en nadere eisen welke in deze verordening zijn gesteld.

  • 5.

    Overdracht van een vergunning als bedoeld in het tweede lid vindt slechts plaats aan de eigenaar/ huurder van een woning, welke volgens het Omgevingsplan gemeente Sluis aanwezig is op en behoort bij het bouwvlak. Bij overdracht van een vergunning die is verleend voor inwerkingtreding van deze verordening mag de eventueel op het moment van inwerkingtreding van deze verordening bestaande afwijking ten opzichte van de eisen als gesteld in en krachtens artikel 1.2 en artikel 1.4 van deze verordening niet worden vergroot.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 3.1. Overgangsrecht

  • 1.

    Kampeervergunningen en kampeerontheffingen voor het exploiteren van een kleinschalig kampeerterrein, verleend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, gelden als vergunning in de zin van artikel 2.1. voor zover de op het moment van inwerkingtreding van deze verordening bestaande afwijking ten opzichte van de eisen als gesteld in artikel 2.1. van de verordening niet wordt vergroot.

  • 2.

    Vergunningen of anderszins door het bevoegd gezag gegeven toestemming voor andere vormen van kamperen bij (voormalige) agrarische bedrijven, die niet vallen onder het eerste lid van dit artikel, blijven van kracht onder de voorwaarden en nadere eisen waaronder deze zijn verleend.

  • 3.

    Vergunningen of anderszins door het bevoegd gezag gegeven toestemming als bedoeld in het eerste en tweede lid worden geacht voor onbepaalde tijd te zijn verleend.

  • 4.

    Voorschriften en nadere eisen verbonden aan een tijdelijk verleende vergunning of toestemming als bedoeld in het eerste en tweede lid blijven van kracht (gedurende de looptijd van de vergunning of toestemming).

  • 5.

    Kleinschalige kampeerterreinen welke op peildatum 1 augustus 2014 in werking zijn (en zijn aangegeven op bijgevoegde bijlage 5), worden geacht in overeenstemming te zijn met het gestelde in deze verordening en de eerder aan hen verleende gedoogbeschikking.

Artikel 3.2. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college is bevoegd in die gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar zijn oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager daarvan afwijken.

  • 2.

    In gevallen waarin deze verordening niet, of niet voldoende voorziet, beslist het college.

Artikel 3.3. Toezicht en handhaving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de daartoe aangewezen gemeentelijke toezichthouders en buitengewone opsporingsambtenaren.

Artikel 3.4. Boetebepaling

Overtreding van enig voorschrift uit deze verordening gestelde geboden en verboden en de op grond van artikel 2.1, lid 2 of artikel 2.2, lid 2 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 3 maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 3.5. Inwerkingtreding

  • 1.

    De Verordening kleinschalig kamperen gemeente Sluis, vastgesteld op 28 november 2019 vervalt na het in werking treden van deze verordening.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dag van bekendmaking.

Artikel 3.6. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening kleinschalig kamperen gemeente Sluis 2026‘.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 juni 2026

Sluis,

DE RAAD VOORNOEMD,

De griffier, De voorzitter,

drs. C.S. de Vries-Beeke mr. M.M.D. Vermue

Naar boven