Gemeenteblad van Westerveld
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerveld | Gemeenteblad 2026, 313547 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerveld | Gemeenteblad 2026, 313547 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Leidingenverordening Westerveld 2026
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. aanvraag: de aanvraag van een vergunning;
b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld;
c. kabels en leidingen: één of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen telecomkabels alsmede lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;
d. kunstwerken: bruggen, tunnels, viaducten en specifiek voor de geleiding van een leiding aangebrachte infrastructuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan leidingentunnels en leidingenviaducten, en in infrastructuur aanwezige voorzieningen ten behoeve van de geleiding van leidingen;
e. melding: een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen vergunning noodzakelijk is;
f. nadere regels: Handboek kabels en leidingen gemeente Westerveld;
g. netbeheerder: degene die als natuurlijk dan wel rechtspersoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf en is aangewezen bij wet dan wel via gemeentelijke regeling als netbeheerder beheerder is van een al dan niet openbaar netwerk;
h. niet- openbare kabels en leidingen: kabels en leidingen die niet vallen onder één van de categorieën openbare werken als bedoeld in hoofdstuk 10 van de Omgevingswet en kabels en leidingen die niet ten dienste staan van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet;
i. ondergrondse obstakels: materialen, objecten en stoffen in de bodem die de staat van de aan te leggen of aangelegde leiding nadelig kunnen beïnvloeden;
j. ondergrondse ordening: regulerend optreden van de gemeente voor het bepalen van de ligging/ legging (plaats en ruimte) van netten in de ondergrond;
k. openbare gronden: openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet; (openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken en wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor een ieder toegankelijk zijn;
l. openbaar water: water dat voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk is;
m. pre-toets: beoordeling door het college, aan de hand van vooraf gevraagde specifieke informatie, met als doel het vaststellen van de indieningsvereisten voor een aanvraag;
n. Private netbeheerder met algemeen belang: degene die als natuurlijk dan wel rechtspersoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, niet is aangewezen als netbeheerder bij wet dan wel specifiek vanuit gemeentelijke regelgeving, een werk of activiteit uitvoert als bedoeld in hoofdstuk 10 van de Omgevingswet, waarvoor de Minister die het aangaat aan een rechthebbende een gedoogplicht kan opleggen voor het tot stand brengen of opruimen van een werk van algemeen belang voor zover dit kabels en leidingen betreft;
o. projecten: alle werken vanuit gemeentelijk initiatief in openbare gronden met impact op kabels en leidingen;
p. spoedeisende werkzaamheden: werkzaamheden waarvan uitstel niet mogelijk is ten gevolge van een calamiteit of ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening;
q. vergunning: een vergunning voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden, niet zijnde telecomkabels;
r. vergunning voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard: werkzaamheden van niet ingrijpende aard die samenlopen met een of meer andere activiteiten in de openbare ruimte en hierdoor afstemming nodig is om redenen van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening;
s. warmtenet: het geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden, leidingen behorende bij installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van warmte behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binnen installatie of een gebouw of werk van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binnen installatie of dat gebouw of werk van een producent;
t. werkzaamheden van niet ingrijpend aard: werkzaamheden die dusdanig beperkt zijn dat een vergunning op grond van artikel 2.1 eerste lid van de Leidingenverordening niet noodzakelijk is en kan worden volstaan met een melding.
1. Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden met uitzondering van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk.
2. Paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
3. Met uitzondering van artikel 1.1 geldt dat waar gesproken wordt over de netbeheerder, ook bedoeld wordt de netbeheerder met algemeen belang tenzij deze uitdrukkelijk wordt uitgesloten.
4. Een bouwwerk voor een infrastructurele voorziening voor zover het gaat om een nutsvoorziening die valt onder de uitzondering van art. 2.29 onder p van het Bouwbesluit Leefomgeving valt voor wat betreft het bouwen niet onder de werkingssfeer van deze verordening.
2.1. Vereiste van Vergunning en melding
1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het college verleende vergunning werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden.
2. Voor de private netbeheerder met algemeen belang geldt, dat voorafgaande aan de aanvraag om vergunning als bedoeld in lid 1, een pre-toets gevraagd kan worden. De aanvraag om vergunning, als bedoeld in lid 1, kan worden ingediend na goedkeuring door het college van de pre-toets.
3. In afwijking van het eerste lid kan voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden volstaan met een melding aan het college.
4. De private netbeheerder met algemeen belang kan niet volstaan met een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard en dient een aanvraag conform lid 1 in te dienen.
5. Het college kan één of meer gebieden aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding, maar altijd een vergunning moet worden aangevraagd.
6. In afwijking van het eerste lid kunnen spoedeisende werkzaamheden volstaan met een onverwijlde melding aan de burgemeester. Na ontvangst van de melding kunnen de werkzaamheden plaatsvinden, tenzij de burgemeester, op grond van het omgevingsplan, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) of een andere hem toekomende bevoegdheid, besluit dat de werkzaamheden op een ander tijdstip moeten plaatsvinden of geheel worden verboden in verband met de openbare orde, gevaar of de vrees voor het ontstaan van gevaar door de uitvoering van de werkzaamheden.
7. Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen voor wat betreft de indiening van een aanvraag, melding en de uitvoering van de werkzaamheden.
8. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak of op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet.
2.2. Vergunning aanleg private netten
1. Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van private netten in openbare gronden is het bepaalde in deze verordening overeenkomstig van toepassing.
2. Het college is bevoegd nadere regels te stellen die verbandhouden met de aanleg van private netten in openbare gronden.
2.3. De aanvraag en de melding
1. Een aanvraag wordt ingediend bij het college.
2. Een melding voor het uitvoeren van werkzaamheden van niet ingrijpende aard wordt minimaal 5 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan het college gedaan.
3. Het college kan besluiten om aan de melding als bedoeld in het vorige lid voorschriften te verbinden in een vergunning voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard.
4. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij een aanvraag of melding te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking.
5. Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen zowel een aanvraag op grond van deze verordening als een aanvraag op grond van een andere wet is ingediend, al dan niet bij een ander bestuursorgaan, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte.
1. Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2. Het college beslist op de aanvraag voor een vergunning voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard binnen vijf werkdagen na de datum van ontvangst van de aanvraag.
3. Het college kan besluiten een aanvraag niet te behandelen als de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking. Het college zal de aanvrager in de gelegenheid stellen om binnen een gestelde termijn de aanvraag aan te vullen.
4. Indien een beschikking op een aanvraag voor een vergunning niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mee en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn, van ten hoogstens acht weken, waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
5. Indien een beschikking op een aanvraag voor een vergunning voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard niet binnen vijf werkdagen kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mee en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn, van ten hoogste vijf werkdagen, waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
6. Op schriftelijk verzoek van de aanvrager stelt het college een aanvraag buiten behandeling.
2.5. Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden
1. Het college kan aan een vergunning of melding voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van:
b. de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het verkeer;
c. het voorkomen of beperken van overlast;
d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen;
e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt de bescherming van reeds in de grond aanwezige werken;
f. de bescherming van eventuele archeologische vondsten en van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen;
g. het uiterlijk aanzien van de omgeving;
2. De voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op:
a. plaats, tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
b. het bevorderen van medegebruik van een voorziening;
c. het afstemmen van werkzaamheden met werkzaamheden van anderen, waaronder die van de gemeente;
3. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen twaalf maanden na aanvang, tenzij in de vergunning anders is bepaald.
4. De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden worden nageleefd.
5. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van uitvoering, de ordening, de planning en de coördinatie van werkzaamheden in verband met de aanleg, aanpassing, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen.
6. Indien binnen drie jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college nadere voorwaarden stellen met betrekking tot de uitvoering.
1. Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien:
a. de netbeheerder niet binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning, of de in de vergunning opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen;
b. de in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;
c. de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens;
d. de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven;
e. de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet naleeft;
2. Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien:
a. de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld;
b. dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.
3. Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de vergunning dan nadat het college de houder van de vergunning in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
4. Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels of leidingen aan te passen of deze te verwijderen.
5. Het college trekt de vergunning in indien de houder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te willen maken.
6. De netbeheerder blijft gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in de openbare grond aanwezig is, verantwoordelijk voor deze leiding.
De netbeheerder is verplicht, indien de vergunning is vervallen of ingetrokken, zijn leiding terstond te verwijderen of op aangeven van het college binnen de daarvoor gestelde termijn, tenzij anders met het college overeengekomen.
Hoofdstuk 3: Overleg, afstemming en overige verplichtingen
3.1. Overleg en afstemming tijdens planvorming
1. De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle betrokken partijen over alle projecten in openbare gronden. Dit overleg vindt periodiek, doch tenminste tweemaal per jaar plaats.
2. Het college initieert in de planfase van een door of vanwege de gemeente uit te voeren project overleg met de desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren. De gemeente doet per bedoeld project een voorstel ten aanzien van het aantal overleggen en de regelmaat daarvan.
3. Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de ondergrondse infrastructuur de noodzakelijke informatie met elkaar uit.
4. Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen ten aanzien van de informatie-uitwisseling tussen gemeente en netbeheerders.
3.2. Verplichtingen netbeheerder
1. De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van kabels en leidingen.
2. De netbeheerder die werkzaamheden verricht als bedoeld in deze verordening en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze werkzaamheden nadelige gevolgen kunnen hebben voor de doelen met het oog waarop de regels in deze verordening zijn gesteld, is verplicht:
a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken en
c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: de werkzaamheden achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
3. De zorgplicht, als bedoeld in lid 1, houdt voor het opbreken van de verharding in openbaar gebied en het aanleggen, aanpassen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied in ieder geval in dat beschadiging van de in de grond aanwezige werken wordt voorkomen.
4. Indien het eigendom, de exploitatie, het beheer of het gebruik van kabels of leidingen wijzigt, stelt de netbeheerder het college onverwijld schriftelijk van deze wijziging in kennis. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij de kennisgeving te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking.
5. De netbeheerder levert op verzoek van het college informatie over een kabel of leiding.
3.3. Medegebruik van voorzieningen
Een aanvrager is verplicht om bij de aanleg van kabels en leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk medegebruik te maken van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of (integrale) kabel- en leidingentunnels.
3.4. Overdracht vergunning op verzoek netbeheerder
1. Een vergunning geldt voor een specifieke kabel of leiding en is overdraagbaar, tenzij in de ` vergunning anders is bepaald.
2. Het college kan de vergunning (die overdraagbaar is) op schriftelijk verzoek van de houder op naam stellen van een andere netbeheerder.
3. De netbeheerder die een schriftelijk verzoek voor overdracht heeft ingediend, blijft verantwoordelijk voor de kabel of leiding tot het moment dat de vergunning aan de andere netbeheerder is overgedragen.
4. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij het schriftelijk verzoek te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking.
3.5. Verontreiniging, gevaar, schade en hinder
1. De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar, schade of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar, schade of hinder kunnen optreden, onmiddellijk te melden aan het college en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, gevaar, schade of hinder te voorkomen.
2. Het college kan de netbeheerder opdragen om op diens kosten een milieutechnisch onderzoek, dan wel een onderzoek naar het risico van verontreiniging, gevaar, schade of hinder bij de exploitatie van een leiding te laten uitvoeren en daarover aan haar te laten rapporteren.
3. Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van kabels en leidingen opschorting gelasten van de aanleg of de exploitatie van de betreffende kabels en leidingen.
4.1. Aanvang van de werkzaamheden
1. De netbeheerder is verplicht binnen een door het college vast te stellen termijn, na verlening van de vergunning en voor de beoogde aanvang van de feitelijke werkzaamheden, door het college opgevraagde (aanvullende) informatie in te dienen.
2. De netbeheerder informeert het college over de aanvang van de vergunde werkzaamheden.
1. Worden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse obstakels aangetroffen dan doet de netbeheerder daarvan onverwijld mededeling aan het college.
2. Indien ondergrondse obstakels in of nabij het tracé van een kabel of leiding worden aangetroffen kan het college de netbeheerder opdragen maatregelen te nemen ter bescherming van de belangen waartoe het bepaalde bij of krachtens deze verordening strekt.
3. Het college kan, indien noodzakelijk vanwege het gestelde in lid 2, opschorting van de werkzaamheden gelasten als:
a. gebleken is dat de netbeheerder geen uitvoering heeft gegeven om een door het college opgedragen maatregel toe te passen;
b. er naar het oordeel van het college geen maatregelen mogelijk zijn.
4. Eventuele kosten van de maatregelen, als bedoeld in lid 2, dan wel van de opschorting, als bedoeld in lid 3, van de werkzaamheden komen voor rekening van de netbeheerder.
Oplevering geschiedt conform de door het college gestelde nadere regels.
Hoofdstuk 5: Financiële bepalingen
1. Het college kent een netbeheerder die schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit van het college als bedoeld in artikel 2.6 tweede lid, onder b, dan wel als gevolg van de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, op verzoek een vergoeding toe, wanneer de schade uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico en hem in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft.
2. Het college stelt een nadeelcompensatieregeling vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.
3. De in het eerste lid genoemde regeling geldt niet voor de private netbeheerder met algemeen belang die gebruik maakt van een gesloten netwerk.
1. Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan kabels of leidingen in of op openbare gronden worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van openbare gronden die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening.
2. Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt teruggebracht in de oude staat.
3. Het college stelt nadere regels vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.
1. Het college wijst de personen aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
2. Indien het college vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan het college besluiten gebruik te maken van haar bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er wordt gewerkt in afwijking van of zonder voorafgaande melding of vergunning, als bedoeld in artikel 2.1 van deze verordening.
Overtreding van de artikelen 2.1 eerste, tweede en derde lid, 2.5 derde lid en 3.2 eerste, tweede en derde lid wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Hoofdstuk 7: Overgangs- en slotbepalingen
1. Voor kabels (niet zijnde openbaar elektronische telecomkabels) en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door de gemeente verleende vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning krachtens deze verordening.
2. Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing.
3. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een vergunning is aangevraagd voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden waarop nog niet is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Leidingenverordening Westerveld 2026.
Het college is bevoegd op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening.
Deze verordening treedt inwerking op de dag na die waarop zij bekend is gemaakt.
Deze verordening wordt aangehaald als: “Leidingenverordening Westerveld 2026”.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-313547.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.