Gemeenteblad van Valkenburg aan de Geul
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Valkenburg aan de Geul | Gemeenteblad 2026, 313340 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Valkenburg aan de Geul | Gemeenteblad 2026, 313340 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 Gemeente Valkenburg aan de Geul
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenburg aan Geul 2026
De raad van de gemeente Valkenburg aan Geul
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van vierentwintig maart tweeduizendzesentwintig;
gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid, 2.1.4a, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.5, eerste lid 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikelen 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
gezien het advies van de domeinvergadering Sociaal van de gemeenteraad d.d. achtentwintig mei tweeduizendzesentwintig.
dat inwoners een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven;
dat van inwoners verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan;
dat inwoners die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen;
dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet;
dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving;
Waar in deze verordening “hij” staat, wordt tevens “zij”, “die”, “hen” of een andere passende persoonsaanduiding bedoeld.
Heeft in zijn vergadering van vijftien juni tweeduizendzesentwintig besloten de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenburg aan Geul 2026 vast te stellen.
Hoofdstuk 1: begripsbepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
algemeen gebruikelijke voorziening: Voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau;
budgetbeheerder: persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van het budget als de budgethouder hier zelf niet toe in staat is. Dit kan bijvoorbeeld een wettelijk vertegenwoordiger zijn, zoals een ouder, voogd, curator, bewindvoerder of mentor. De budgetbeheerder zorgt ervoor dat het pgb correct wordt besteed aan passende zorg en dat alle administratieve verplichtingen worden nageleefd. Dit kunnen ook meerdere personen zijn;
cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen (artikel 1.1.1 Wmo2015);
fraude: het met opzet verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens waarvan het voor de belanghebbende, waaronder mede begrepen de zorgaanbieder, redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze informatie van invloed kan zijn op het recht, op de hoogte of de duur van een (maatwerk)voorziening. Vaststelling hiervan geschiedt door de strafrechter en/of Openbaar Ministerie;
tegemoetkoming meerkosten: een forfaitair of gemaximeerd bedrag gebaseerd op artikel 2.1.7 van de wet. De tegemoetkoming is bedoeld voor personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben. Hierbij wordt rekening gehouden met de werkelijke kosten en/of het inkomen;
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet of de Algemene Wet Bestuursrecht. Alle bedragen die in deze verordening worden genoemd, betreffen prijspeil 2026 en zijn inclusief btw, tenzij anders is vermeld.
Hoofdstuk 2: melding en onderzoek
De cliënt verschaft het college, voor of tijdens het gesprek, alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage (artikel 2.3.2 lid 7 Wmo2015).
Het college onderzoekt in een gesprek, zo mogelijk plaats bij de cliënt thuis, tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie of cliëntondersteuner, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig (artikel 2.3.2 lid 4 Wmo2015).:
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
De cliënt is op basis van artikel 2.3.8, derde lid van de wet verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet. Hieronder begrepen is de aanwezigheid van de cliënt en/of diens vertegenwoordiger bij het gesprek. Op het moment dat de cliënt en/of diens vertegenwoordiger aangeeft zelf niet te willen of kunnen deelnemen aan (onderdelen van) het onderzoek dient er een zorgvuldige beoordeling plaats te vinden in hoeverre dit redelijkerwijs noodzakelijk is. In voorkomende gevallen wordt in het ondersteuningsplan verplicht aandacht besteed aan onderstaande punten. Daarbij zijn de volgende aspecten van belang:
De cliënt komt pas in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als hij zelf geen oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp. Dit is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, indien ze samen een duurzaam huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar.
Artikel 8. Beoordelingskader voor een maatwerkvoorziening
Het college onderzoekt de noodzaak van de inzet van een maatwerkvoorziening aan de hand van de volgende stappen:
Hoofdstuk 3: Proceswaarborgen voor cliënt
Artikel 11. Periodiek onderzoek en nazorg
Het college onderzoekt in beginsel om de drie jaar of er aanleiding is een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet te heroverwegen. Heronderzoek kan vaker of minder vaak plaatsvinden afhankelijk van de situatie van de cliënt, de aard van de ondersteuning en de vorm waarin deze wordt verstrekt.
Hoofdstuk 4: Aanvraag en beschikking
Artikel 13. Criteria voor een maatwerkvoorziening
ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 6 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Voor zover belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning waarbij de verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat, zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden (primaat van verhuizing). Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de nu en in de toekomst verwachte maatwerkvoorzieningen een bedrag van € 10.000,- te boven gaat, rekening houdend met nu bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. Het college kan in voorkomende gevallen een verhuisindicatie en een financiële tegemoetkoming verstrekken voor verhuis- en inrichtingskostenkosten. Het in dit lid genoemde bedrag wordt jaarlijks per 1 januari aangepast met maximaal de jaarmutatie oktober van de inputprijsindex bouwkosten nieuwbouwwoningen (laatst vastgestelde basisjaar) zoals gepubliceerd door het CBS.
Het primaat ligt bij het collectief vraagafhankelijk vervoer (“Omnibuzz”). Het college hanteert bij indicatiestelling de Richtlijn indicatiestelling Collectief Vraagafhankelijk Vervoer “Omnibuzz” zoals opgenomen in het Besluit nadere regels. Dit vervoer wordt uitgevoerd conform de actuele versie van het vervoerreglement van Omnibuzz, welke kenbaar is gemaakt aan de gebruiker. Op kalenderjaarbasis wordt een reisbudget van maximaal 590 zones toegekend aan een cliënt, rekening houdend met de grens van maximaal 5 reiszones per rit. In afwijking hierop kan op aanvraag van een cliënt en na onderzoek door het college in bijzondere individuele gevallen een hoger reisbudget worden toegekend door het college.
Artikel 14. Voorziening gerealiseerd of gekocht voor melding
de voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen en de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kunnen worden vastgesteld;
Artikel 15. Inhoud beschikking
In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura, als pgb of als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt en indien van toepassing welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
Hoofdstuk 5: persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming
Verstrekking van een pgb vindt plaats op basis van een door aanvrager opgesteld en door het college geaccordeerd budgetplan. In het plan staat hoe de budgethouder zijn hulp wil organiseren, wie deze hulp gaat leveren en op welke manier de kwaliteit van de hulp en de veiligheid van de aanvrager zijn geborgd. Het plan bevat alle informatie ten aanzien van:
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de melding heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was, zoals bepaald in artikel 14 van deze verordening.
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en,
Op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt middels een contract tussen college en leverancier, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering.
Indien de zaak geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt de hoogte gebaseerd op ten hoogste de door het college goedgekeurde goedkoopst adequate offerte indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud, reparatie en verzekering.
Afhankelijk van de ondersteuningsvorm en onverminderd het bepaalde in sub a van dit lid, hanteren we voor dienstverlening een tarief per uur (individuele dienstverlening), per dagdeel (groepsbegeleiding) of per etmaal (verblijf), indien van toepassing tevens gespecificeerd naar mate van complexiteit. Een overzicht van de toepasselijke tarieven is opgenomen in bijlage 1.
Bij formele hulp geldt een gewogen prijsindexcijfer dat bestaat uit de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA,90%) en het Prijsindexcijfer Particuliere Consumptie (PPC,10%). Het toe te passen prijsindexcijfer betreft de som van het voorlopig prijsindexcijfer OVA-PPC voor het komende jaar en een correctie van het prijsindexcijfer OVA-PPC van het lopende jaar. Indien deze bedragen wijzigen draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
een Verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG - specifiek screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’) kan overleggen. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag. Bij een eventuele verlenging van een PGB mag de VOG niet ouder zijn dan 3 jaar.
Artikel 17: criteria voor weigering persoonsgebonden budget
als er niet wordt voldaan aan de 10 punten pgb-vaardigheidscheck (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/09/21/infographic-met-toelichting---toetsing-10-punten-pgb-vaardigheid) van het ministerie van VWS;
Artikel 18: uitbetaling en controle van het persoonsgebonden budget
Indien, met de in dit artikel genoemde bescheiden niet of niet volledig de adequate besteding van het persoonsgebonden budget aangetoond kan worden of bij gebleken misbruik dan wel aanwending van het persoonsgebonden budget ten behoeve van andere zaken dan waartoe dit is toegekend, kan het college bij gebleken misbruik (fraude) het al verstrekte persoonsgebonden budget geheel of ten dele intrekken en terugvorderen. In de overige gevallen kan het college het persoonsgebonden budget geheel of ten dele intrekken.
Ingeval een persoonsgebonden budget voor een eenmalige aanschaf vooraf wordt uitbetaald, controleert het college de besteding hiervan achteraf. Cliënt dient binnen 3 maanden na verstrekking van het persoonsgebonden budget desgevraagd een originele nota te overleggen. Het vastgestelde persoonsgebonden budget betreft een maximumvergoeding. Indien de ingediende nota lager is dan het toegekende PGB, zal het PGB worden gelijkgesteld met het bedrag vermeld in de nota.
Indien het een pgb voor een materiele voorziening betreft die wordt uitgekeerd op een andere rekening dan die van het servicecentrum PGB van de Sociale verzekeringsbank, kan het college ervoor kiezen om het pgb in maandelijkse termijnen te betalen. Dit kan aan de orde zijn indien dit de periodiciteit is die bij een soortgelijke materiele voorziening in natura wordt toegepast indien deze via een gecontracteerde aanbieder zou worden verstrekt.
Artikel 19. Regels voor financiële tegemoetkomingen
De financiële tegemoetkoming voor verhuis- en (her)inrichtingskosten bedraagt in beginsel € 2.045,-. Bij aantoonbare noodzakelijke meerkosten kan dit bedrag in het individuele geval hoger worden vastgesteld. Daarbij geldt dat de hoogte van deze financiële tegemoetkoming definitief wordt bepaald op het moment dat daadwerkelijke verhuizing plaatsvindt, te weten op het bedrag dat op dat moment van toepassing is in de vigerende verordening;
De tarieven in dit artikel – uitgezonderd lid h. - worden, jaarlijks, met ingang van 1 januari, geïndexeerd conform het CPI-indexcijfer, alle huishoudens (laatst gepubliceerde reeks). De aanpassing zal worden berekend op basis van de jaarmutatie van de maand juli en wordt afgerond op één decimaal. Indien deze bedragen wijzigen draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
Hoofdstuk 6: bijdrage aan voorzieningen
Artikel 20. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s of financiële tegemoetkomingen.
De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, pgb of financiële tegemoetkomingen bedraagt 100% van de in artikel 2.1.4a lid 4 of 2.1.4 lid 3 van de wet genoemde bijdrage per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, of op basis van deze verordening geen bijdrage is verschuldigd.
Binnen het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (“Omnibuzz”) is een algemeen gebruikelijke klantbijdrage aan de orde. Deze klantbijdrage is per 1 januari 2025 vastgesteld op €0,99 per (instap)zone, voor maximaal 590 zones per kalenderjaar, behoudens het gestelde in de nadere regels. Vanaf 590 zones geldt een klantbijdrage van € 6,32 per zone. De klantbijdrage wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met de LTI-index en door de uitvoeringsorganisatie ‘Omnibuzz’ kenbaar gemaakt aan reizigers.
De kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening, indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud, verzekering en reparatie, vast te stellen door het college op basis van een offerte.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Zij zijn allen hoofdelijk aansprakelijk.
Hoofdstuk 8: herziening, intrekking, terugvordering, voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015
Artikel 24. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015
Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. (artikel 2.3.8 Wmo2015).
Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, waaronder de zorgaanbieder, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Artikel 25. Opschorting betaling uit het pgb
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet.
Hoofdstuk 9: waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen
Hoofdstuk 10: medezeggenschap en inspraak
Artikel 27. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, onder wie in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Hoofdstuk 11: overige bepalingen
Artikel 28. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen, aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening, instructie over het gebruik van de voorziening, onderhoud van de voorziening, en verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden (bijv. sociaal wijkteams).
Bijlage 1: tarieven persoonsgebonden budgetten Wmo
Tabel 1a: Tarieven vanaf inwerkingtreding Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 voor nieuwe aanvragers en na herindicatie bestaande cliënten
De tarieven van bovenstaande ambulante dienstverlening zijn als volgt tot stand gekomen:
-Huishoudelijke hulp informeel: het wettelijk minimumloon te vermeerderen met vakantietoeslag (8%) en de tegenwaarde van de verlofuren (237 uren). In dit tarief is geen rekening gehouden met mogelijke aanpassing per 1 januari 2026 van de Regeling dienstverlening aan Huis (zie hieronder).
-Begeleiding individueel informeel: het wettelijk minimumloon te vermeerderen met vakantietoeslag (8%) en de tegenwaarde van de verlofuren (237 uren). In dit tarief is geen rekening gehouden met mogelijke aanpassing per 1 januari 2026 van de Regeling dienstverlening aan Huis (zie hieronder).
-Persoonlijke verzorging informeel: het wettelijk minimumloon te vermeerderen met vakantietoeslag (8%) en de tegenwaarde van de verlofuren (237 uren). In dit tarief is geen rekening gehouden met mogelijke aanpassing per 1 januari 2026 van de Regeling dienstverlening aan Huis (zie hieronder).
-Groepsbegeleiding informeel: het informeel uurtarief begeleiding individueel als dagdeeltarief. Hulpverlener is zelf verantwoordelijk voor een minimale groepsgrootte van 4 personen.
-Kortdurend verblijf informeel: 2 uur informele begeleiding/ADL per etmaal (informeel begeleidingstarief) + 0,5 uur informeel toezicht per etmaal (informeel begeleidingstarief). Verblijfskosten worden niet vergoed.
-Huishoudelijke hulp formeel: het uurloon van de gemiddelde periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag (8%), eindejaarsuitkering (8%), opslag sociale lasten (27%) en de correctie voor productiviteit (79%).
-Begeleiding individueel formeel: het uurloon van de periodiekmix van de gemiddelde periodiek behorende bij begeleiding individueel van de voor de betreffende periode geldende cao SW (Sociaal Werk, 50%) en cao GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg, 50%), te vermeerderen met vakantietoeslag (8%), eindejaarsuitkering (8%), opslag sociale lasten (27%) en de correctie voor productiviteit (79%).
-Persoonlijke verzorging formeel: het uurloon van de gemiddelde periodiek behorende bij persoonlijke verzorging (FWG30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag (8%), eindejaarsuitkering (8%), opslag sociale lasten (27%) en de correctie voor productiviteit (79%).
-Groepsbegeleiding formeel (inclusief of exclusief vervoer): het formeel uurtarief begeleiding individueel als dagdeeltarief. Hulpverlener is zelf verantwoordelijk voor een minimale groepsgrootte van 4 personen. Indien vervoer naar de locatie waar groepsbegeleiding plaatsvindt aan de orde is, geldt een forfaitaire opslag van €5,- per dagdeel.
-Kortdurend verblijf formeel: 2 uur formele begeleiding/ADL per etmaal (formeel begeleidingstarief) +0,5 uur formeel toezicht per etmaal (formeel begeleidingstarief) + verblijfskosten forfaitair tarief (€15,-)
-Opslag werkgeverslasten i.v.m. aanpassing Regeling Dienstverlening aan Huis: indien de Regeling Dienstverlening aan Huis wordt aangepast met als gevolg dat informele pgb’s worden belast met werkgeverslasten, dan worden de in de tabel opgenomen tarieven verhoogd met de van toepassing zijnde opslag werkgeverslasten (in het individuele geval). Dit kan een laag of een hoog tarief zijn. De SVB stelt gemeente en inwoner in kennis van het van toepassing zijnde percentage.
Betreft tarieven prijspeil 2025. Tarieven 2026 worden gewijzigd nadat index bekend is
De tarieven zijn gebaseerd op de tarieven zorg in natura. De zorg in natura tarieven zijn vastgesteld op basis van de geldende tarieven voor zorg in natura beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2025. Het tarief voor formele hulp door een ZZP’er of een instelling is bepaald op 85% van het instellingstarief vanwege een korting van 15% voor lagere overheadkosten. Het informele tarief wijzigt niet ten opzichte van het tarief zoals opgenomen in de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenburg aan Geul 2020 geldend vanaf 01-01-2025.
Overgangsregeling pgb-tarieven voor bestaande cliënten
Voor cliënten die op het moment van inwerkingtreding van voorliggende verordening in het bezit waren van een pgb dat toegekend is op basis van de voorgaande Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Valkenburg aan Geul, geldt dat het tarief per eenheid (uur/dagdeel/etmaal) van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Valkenburg aan Geul van toepassing blijft tot het moment van herindicatie. Deze tarieven zijn hieronder in tabel 2a en b (ongewijzigd) opgenomen. Na herindicatie gelden de nieuwe tarieven zoals opgenomen in tabel 1a en b.
Enkel in die gevallen dat het tarief per eenheid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Valkenburg aan Geul (tabel 2a en b) hoger is dan het nieuwe tarief voor een soortgelijk pgb op basis van voorliggende Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 (tabel 1a en b) – waarbij herindicatie zou leiden tot een verlaging van het tarief per eenheid – blijft het hieronder in tabel 2a en b opgenomen tarief van toepassing. Daarbij geldt dat deze tarieven in tabel 2a en b – in afwijking op het gestelde in artikel 16 lid 7 van deze Verordening - niet worden geïndexeerd (tariefbevriezing). Op het moment dat het nieuwe tarief per eenheid (tabel 1a en b) het tarief in tabel 2a en b overschrijdt, wordt bij de betreffende client toepassing gegeven aan het nieuwe tarief conform tabel 1a en b.
Indien van toepassing wordt op onderstaande tarieven een opslag werkgeverslasten verstrekt indien hiertoe in het individuele geval aanleiding bestaat vanuit een aanpassing van de Regeling Dienstverlening aan Huis.
Tabel 2a: Tarieven voor bestaande cliënten die op het moment van inwerkingtreding van voorliggende verordening reeds een pgb ontvangen op basis van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 gemeente Valkenburg aan Geul.
Bijlage 2: richtlijn bestedingsmogelijkheden persoonsgebonden budget
Aldus vastgesteld door de Raad der gemeente Valkenburg aan Geul in zijn openbare vergadering van vijftien juni tweeduizendzesentwintig,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-313340.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.