Gemeenteblad van Steenbergen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenbergen | Gemeenteblad 2026, 313252 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Steenbergen | Gemeenteblad 2026, 313252 | ander besluit van algemene strekking |
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Steenbergen 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.
Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad.
Artikel 6. Benoeming steunfractieleden
Een steunfractielid dient voorafgaande aan zijn benoeming door eed of belofte te verklaren dat hij zich volledig conformeert aan de rechten en plichten die bij of krachtens de Gemeentewet aan een raadslid zijn of worden gesteld en waar de artikelen 10, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet op hem van toepassing zijn. Een steunfractielid dient tijdens de laatste verkiezing van de raad op de kandidatenlijst van de betreffende fractie te hebben gestaan.
De zittingsduur van een steunfractielid eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad, op voorstel van de fractie op wiens voordracht het steunfractielid is benoemd of op het moment dat er niet langer voldaan kan worden aan de eisen die de wet aan het raadslidmaatschap stelt.
Artikel 10. De agendacommissie
De agendacommissie stelt de voorlopige agenda’s voor de beeldvormende en oordeelvormende vergaderingen. Bij de beeldvormende vergadering stelt de agendacommissie de maximale behandelduur van het onderwerp vast. Bij de oordeelvormende vergadering stelt de agendacommissie de maximale spreektijd per onderwerp vast.
Verzoeken van raads- en steunfractieleden om onderwerpen te agenderen voor een oordeelvormende vergadering waar geen stukken aan ten grondslag liggen moeten voorzien van een schriftelijke onderbouwing aan de agendacommissie worden aangeboden. Indien de agendacommissie overgaat tot agendering maakt de schriftelijke onderbouwing deel uit van het agendapunt.
Verzoeken van raads- en steunfractieleden om een ingekomen stuk te agenderen voor een volgende oordeelvormende vergadering dienen voorzien te zijn van een heldere onderbouwing, waarin de motivatie voor agendering en doel van de bespreking zijn beschreven. De agendacommissie adviseert de raad over de agendering van het ingekomen stuk en het moment van bespreking. De schriftelijke onderbouwing maakt vervolgens deel uit van het agendapunt.
Hoofdstuk 3: De BOB van Steenbergen
Artikel 11. De BOB vergaderingen.
De oproep, de voorlopige agenda en bijbehorende stukken van iedere vergadering worden uiterlijk 7 dagen voorafgaande aan de vergadering gepubliceerd op het RIS. In spoedeisende gevallen of in het geval van nagekomen stukken wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, met de deelnemers hierover gecommuniceerd.
Artikel 12. Aantal spreektermijnen, spreektijd en interrupties in de BOB van Steenbergen
Bij de bepaling van de agenda wordt een onderscheid gemaakt tussen een 5- en een 3-minuten debat. Dit betreft de totale spreektijd voor een agendapunt. Indien een lid geen gebruik wenst te maken van een eerste termijn, dan geldt voor een tweede termijn een maximale spreektijd van respectievelijk 2,5 of 1,5 minuut.
Artikel 14. Spreekregels, handhaving van de orde en schorsing van de vergadering
Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde en het maken van een interruptie. De voorzitter kan desgevraagd, indien daar bijzondere redenen voor zijn, meerdere leden van een fractie toestemming geven het woord te voeren bij een agendapunt.
Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort zoals afgesproken in de gedragscode integriteit, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
Een lid van de raad kan ten allen tijde een verzoek doen voor een schorsing van de vergadering voor nader overleg of als de voorzitter het nodig acht. Bij de heropening van de vergadering wordt allereerst het woord gegeven aan degene het verzoek tot schorsing heeft gedaan om verslag te doen wat uit de schorsing is gekomen.
Artikel 15. Mededelingen in de Oordeelvormende en Besluitvormende vergadering
Een lid van de raad, een wethouder of de burgemeester heeft het recht om voorafgaand aan de behandeling van de lijst van ingekomen stukken verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar een volgende oordeelvormende vergadering.
Een lid van de raad, een wethouder of de burgemeester kan tevens voorafgaand aan de behandeling van de lijst van ingekomen stukken een mededeling doen van persoonlijke aard. Leden van het college kunnen bij de mededelingen de raad pro-actief informeren over actualiteiten binnen de eigen portefeuille.
Aanvang en verloop van de vergadering
Aan de vergadering nemen zowel raadsleden als steunfractieleden deel. Fracties van één en twee leden hebben het recht maximaal 2 leden af te vaardigen naar de beeldvormende vergadering. Fracties van 3 of meer leden hebben het recht maximaal 3 leden af te vaardigen naar de vergadering. De afvaardiging genoemd dient te bestaan uit ten minste één raadslid. Bij wijze van uitzondering kan een éénmansfractie zich volledig laten vervangen door een steunfractielid.
Nadat de beeldvorming is gesloten geeft de voorzitter een behandeladvies aan de vergadering. Indien geen verdere meningsvorming over de voorstel nodig is, wordt het voorstel rechtstreeks als hamerstuk doorgeleid naar de besluitvormende vergadering. Indien met heldere motivering verdere beraadslaging over een voorstel nodig is, dan wordt het stuk doorgeleid naar de oordeelvormende vergadering. In de geannoteerde agenda van de oordeelvormende vergadering wordt de motivatie van de bespreking en de eventuele openstaande vragen en toezeggingen opgenomen.
Artikel 18. Aanvang en verloop van de vergadering
Aan de vergadering nemen zowel raadsleden als steunfractieleden deel. Fracties van één en twee leden hebben het recht maximaal 2 leden af te vaardigen naar de oordeelvormende vergadering. Fracties van 3 of meer leden hebben het recht maximaal 3 leden af te vaardigen naar de oordeelvormende vergadering. De afvaardiging genoemd bij a. dient te bestaan uit ten minste één raadslid. Dit geldt niet voor eenmansfracties. Bij wijze van uitzondering kan een éénmansfractie zich volledig laten vervangen door een steunfractielid.
Bij aanvang van de vergadering worden de agenda en de spreektijden door de leden vastgesteld. Op voorstel van de voorzitter of door de aanwezige leden kan de volgorde van de agenda en de maximale spreektijd per agendapunt gewijzigd worden. Op de inhoudelijke agenda worden allereerst de raadsvoorstellen behandeld en vervolgens de onderwerpen op initiatief van de leden. Over het wijzigen van de agenda en spreektijden beslist de meerderheid.
Indien over hetzelfde onderwerp meerdere sprekers zich gemeld hebben over een onderwerp op de agenda wordt een maximale tijdsduur van 30 minuten toegepast met een maximum van vijf minuten per inspreker. Indien zich meer dan zes sprekers hebben gemeld wordt de totaal beschikbare tijd evenredig over hen verdeeld.
Het woord kan niet gevoerd worden:
over een onderwerp dat op het moment van de vergadering onderwerp is van een procedure bij de bezwaarschriftencommissie of gerechtelijke procedure en waarbij de gemeente één van de betrokken partijen is. Hierbij geldt dat een (gerechtelijke) procedure ten einde komt op het moment dat een beslissing of uitspraak die voortvloeit uit de procedure onherroepelijk is geworden. Ook in de periode waarbinnen nog een termijn loopt om een (gerechtelijke) procedure te starten over een onderwerp, kan niet het woord gevoerd worden over dit onderwerp,
Artikel 20. Het vragenhalfuur en behandeling ingekomen stukken.
De oordeelvormende vergadering kent een vragenhalfuur tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur één of meerdere vragen wil stellen, dient zijn vraag en deelvragen in uiterlijk op de dag voorafgaand de desbetreffende vergadering om uiterlijk 17 uur.
De leden van de oordeelvormende vergadering dienen gemotiveerd aan te geven een ingekomen stuk voor bespreking te willen agenderen voor een volgende oordeelvormende vergadering. En dienen hiertoe een schriftelijk verzoek in ter beoordeling van de agendacommissie, zoals bepaald in artikel 10, vierde lid.
Artikel 21. Wijze van behandeling en bereiken van consensus
Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging. Aan de hand van de inbreng van de fracties in de tweede termijn doet de voorzitter, voor zover het een raadsvoorstel betreft, een behandeladvies.
Wanneer uit de oordeelvormende vergadering blijkt dat een onderwerp onvoldoende is voorbereid en niet rijp is voor besluitvorming, kan de vergadering het college verzoeken om nadere informatie of advies vragen of verzoeken te wijzigen met een specifieke opdracht. De agendacommissie bepaalt in welke vergadering het voorstel (al dan niet gewijzigd) opnieuw geagendeerd wordt.
Indien een voorstel als bespreekstuk wordt aangemerkt zonder inhoudelijke motivering of slechts dat het mee teruggenomen wordt naar het fractieoverleg of de beantwoording van een niet-standpuntbepalende toezegging, stelt de voorzitter vast dat het doorgeleid wordt als een hamerstuk, tenzij alsnog een schriftelijke motivering voorafgaand aan de besluitvormende vergadering wordt gegeven.
Artikel 23. Aanvang van de vergadering en bepalen van het quorum
De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats. Dit wordt door de voorzitter na overleg in het presidium, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad, aangewezen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.
Artikel 24. Vaststelling van de agenda
Indien door een lid of door de voorzitter verzocht wordt de agenda te wijzigen dient dit voorstel door een meerderheid ondersteund te worden. De raad beslist niet over het toevoegen van een motie een motie vreemd aan de orde aan de agenda en de spreektijd die de voorzitter aan het onderwerp verbindt.
Iedere fractie kan verzoeken om van een hamerstuk een bespreekstuk te maken indien men dit schriftelijk en met redenen omkleed uiterlijk om 17 uur de dinsdag voorafgaand aan de Besluitvormende vergadering bij de voorzitter van de raad kenbaar maakt. Indien op verzoek van een fractie de status van een hamerstuk gewijzigd wordt naar een bespreekstuk voert deze fractie als enige het woord in twee termijnen. De overige fracties kunnen alleen in tweede termijn het woord voeren.
Artikel 26. Algemene bepalingen over stemmingen
Een hamerstuk wordt zonder stemming aangenomen. Bij een hamerstuk kan een raadslid of fractie zich door middel van een stemverklaring uitspreken tegen het voorstel zonder verdere inhoudelijke beraadslagingen. De voorzitter stelt vervolgens de uitslag vast met de kanttekening van eventuele tegenstemmen.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. Voor de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
Tenzij de vergadering voltallig is, wordt conform artikel 32 van de wet bij staking van de stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kan worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge van artikel 32 vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.
Artikel 27. Stemming over amendementen en moties
leder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen of moties indienen. Elk amendement, subamendement of motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter van oordeel is dat een mondelinge indiening volstaat.
Het toevoegen van een motie vreemd aan de agenda vindt plaats bij de vaststelling van de agenda of gedurende de vergadering. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld of wanneer de voorzitter het ten behoeve van de orde van de orde van de vergadering geschikt vindt.
Artikel 28. Stemming over personen
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes onder zorg van de griffier vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
Artikel 30. Besloten vergaderingen
De verslaglegging van een besloten vergadering wordt op het besloten gedeelte van het RIS geplaatst. Deze wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Hoofdstuk 4: Instrumenten van de raad
Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.
Inhoudelijke en feitelijke vragen over onderwerpen op de agenda kunnen door raadsleden en steunfractieleden via de griffie worden gesteld. Dit kan tot uiterlijk maandag, 13 uur, in de week van een vergadering waarin het onderwerp geagendeerd staat. De beantwoording geschiedt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 12 uur op de dag van de vergadering.
Artikel 40. Schriftelijke vragen
Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd.
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-313252.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.