Gedragscode integriteit volksvertegenwoordigers gemeente Bunschoten 2026

De gemeenteraad van BUNSCHOTEN;

 

Gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

voor raadsleden de navolgende gedragscode integriteit vast te stellen:

 

GEDRAGSCODE INTEGRITEIT VOLKSVERTEGENWOORDIGERS GEMEENTE BUNSCHOTEN 2026

 

1 Algemene bepalingen

Wettelijke grondslag

De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor zijn leden (artikel 15, derde lid, Gemeentewet).

 

1.1  

De gedragscode geldt voor de raadsleden en burgerleden, maar richt zich ook tot de gemeenteraad als bestuursorgaan.

Waar hierna wordt verwezen naar raadsleden, wordt tevens gedoeld op burgerleden.

 

1.2  

De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

 

1.3  

De gedragscode heeft tot doel de integriteit van gemeenteraadsleden en de zuiverheid van de besluitvorming te bevorderen en in stand te houden.

 

1.4  

Raadsleden bejegenen elkaar, collegeleden, ambtenaren, burgers en vertegenwoordigers van organisaties waardig, correct en respectvol, zowel in woord als geschrift.

 

1.5  

Ter gelegenheid van het afleggen van de eed of belofte ontvangt het raadslid een exemplaar van de gedragscode en van de bepalingen van de Gemeentewet die betrekking hebben op het handelen en op de rechten en plichten van het raadslid.

 

1.6  

De raad, de raadsleden en de burgemeester zijn door iedereen aanspreekbaar op de naleving van de gedragscode.

 

Toelichting

Het lijkt een overbodige bepaling maar dat is zij toch niet. Op deze wijze worden raadsleden scherp doordrongen van de consequenties van hun publieke taakuitoefening. Het gaat hierbij om het borgen van de naleving en de handhaving van belangrijke verplichtingen.

2 Voorkomen van belangenverstrengeling

Wettelijk kader

Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet)

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur naar eer en geweten zal vervullen.”

 

Persoonlijke belangen:

  • Een lid van een gemeenteraad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over

    • een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

    • de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort

  • (artikel 28 Gemeentewet)

Incompatibiliteiten en nevenfuncties:

  • Verboden overeenkomsten/handelingen: leden van de gemeenteraad mogen in geschillen, waar de gemeente partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.

    (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet)

  • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet).

  • Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis ( artikel 12 Gemeentewet).

 

2.

  • 1.

    Raadsleden voorkomen elk persoonlijk belang bij enig door de raad te nemen besluit.

  • 2.

    Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel binnen 30 dagen na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door.

  • 3.

    De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 4.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 5.

    Het raadslid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn raadslidmaatschap uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. Van de werkzaamheden zijn het burgemeester- of wethouderschap en een dienstbetrekking bij de gemeente uitgezonderd.

Toelichting 1

Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.

 

Toelichting 2

Om elke schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan worden oud-raadsleden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstverband tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente, uitgezonderd het burgemeester- of wethouderschap. Werkzaamheden op grond van een dienstverband zijn toelaatbaar, omdat aangenomen wordt dat een dienstverband mede vanwege de geldende rechtspositievoorschriften, voldoende transparantie in de verhouding tot het bestuur verzekert.

3 Informatie

Wettelijk kader

Informatieplicht

Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.

De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet)

 

Geheimhouding

  • Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

  • Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid.

  • Ook de gemeenteraad dan wel (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (87, 88 en 89 Gemeentewet).

  • De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft.

  • Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

 

3.1  

Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Raad beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.

 

Toelichting

Met de tegenwoordige stand van zaken op het terrein van digitale gegevensopslag en communicatiemogelijkheden wordt extra zorgvuldigheid betracht bij het omgaan met en transporteren van (digitale) informatie. Het raadslid is hiervoor verantwoordelijk en kan hierop worden aangesproken.

Wachtwoorden delen met anderen, de tablet of telefoon niet vergrendelen bij korte afwezigheid etc.; het zijn allemaal voorbeelden van het raadslid te verwijten handelingen.

 

3.2  

Een raadslid brengt geen informatie naar buiten die geheim is.

 

Toelichting

Een raadslid heeft, anders dan een burger, de mogelijkheid tot het verkrijgen van geheime of vertrouwelijke informatie. Dit is nodig om hem in staat te stellen goede afwegingen te maken tijdens besluitvorming. Hij mag evenwel geen informatie die hem op grond van de Gemeentewet onder geheimhouding is verstrekt aan anderen verstrekken zolang geheimhouding rust op de betreffende stukken.

Overtreding van deze verplichting is strafbaar op grond van artikel 272 Wetboek van Strafrecht.

 

3.3  

  • 1.

    Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

3.4  

Een raadslid gaat verantwoord en zorgvuldig om met de e-mail- en internetfaciliteiten van de gemeente.

 

3.5  

Een raadslid gaat verantwoord en zorgvuldig om met social media en zijn uitingen daarop. Het raadslid is zelf verantwoordelijk voor het beheer van zijn eventuele social media-accounts en is altijd aanspreekbaar op zijn gedrag en uitlatingen hierop. Bij uitingen op social media wordt geen onderscheid gemaakt tussen het raadslid en de privépersoon.

4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

Wettelijk kader

De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

 

4.1  

  • 1.

    Een raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 2.

    Het raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.

  • 3.

    Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.

  • 4.

    De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 5.

    Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.

4.2  

Een raadslid accepteert geen lunches, diners, recepties, excursies, evenementen, reizen en andere uitnodigingen uit hoofde van zijn functie die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid gezien kan worden als functioneel.

 

Toelichting

Het beste uitgangspunt is het niet aanvaarden van geschenken of aanbiedingen. Onder geschenken kan ook worden verstaan kortingen of privédiensten of -goederen. Het raadslid kan alsnog besluiten een al aanvaard geschenk – gelet op de aard hiervan of op de hiermee beoogde bedoeling – niet te aanvaarden en aan de gever terug te geven.

Er zijn gevallen denkbaar dat een geschenk of faciliteit voor de gemeente als zodanig een publiek goed te verdedigen, nuttig en oorbaar te achten oogmerk heeft. Voor dat doel is het denkbaar dat het raadslid weliswaar aanvaardt, maar hij dit dan zo snel mogelijk meldt en de gift of de aangeboden faciliteit zo snel mogelijk aan de gemeente ten goede doet komen. Hierbij wordt volstrekte openheid betracht. Het is van belang ter voorkoming van elke verkeerde schijn dat het raadslid dit direct meldt aan de gever of aanbieder.

Ook zijn er gevallen denkbaar dat een geschenk op het woon-/huisadres een publiek goed te verdedigen oogmerk heeft. Hierbij valt te denken aan een bos bloemen of een presentje bij gebeurtenissen in de categorie lief en leed (bijvoorbeeld een verhuizing, huwelijk of geboorte). Voor dat doel is het denkbaar dat het raadslid weliswaar aanvaardt, maar hij dit dan zo snel mogelijk meldt aan de griffier.

Er wordt op gewezen dat een raadslid er goed aan doet om bij twijfel over de juiste toepassing van deze regels intervisie te plegen binnen zijn eigen fractie en ook de griffier en/of de burgemeester om advies te vragen.

5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente

Wettelijk kader

Procedure van declaratie (modelverordening VNG)

Er zijn voor raadsleden voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten.

 

Buitenlandse excursie of reis voor raadsleden (modelverordening VNG)

De gemeenteraad kan een raadscommissie (of een delegatie uit de gemeenteraad) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de gemeente. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente.

De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.

 

5.1  

  • 1.

    Burgemeester en wethouders richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • 2.

    Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

5.2.  

Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

 

5.3  

Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.

 

Toelichting

5.1 Aan raadsleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen:

  • a.

    in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;

  • b.

    indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald;

  • c.

    het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;

  • d.

    voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.

Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.

6 Uitvoering gedragscode

6.1  

De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.

 

6.2  

  • a.

    De gemeenteraad bespreekt minimaal eens per twee jaar het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en de gedragscode in het bijzonder;

  • b.

    De processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente worden beschreven in een protocol dat als bijlage onderdeel uitmaakt van deze gedragscode.

  • c.

    In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.

Toelichting: Voor bureaus die integriteitsonderzoeken uitvoeren, geldt dat zij verplicht een vergunning moeten hebben op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Alleen bureaus met zo’n vergunning die herkenbaar zijn aan een POB-nummer, zijn bevoegd om dit type onderzoek uit te voeren.

Advocaten- en accountantskantoren zijn uitgezonderd van deze vergunningplicht, omdat zij vanwege hun beroepsregels al aan strikte wettelijke kaders zijn gebonden.

 

De afspraken als bedoeld onder 6.2, b, worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode.

 

Toelichting

6.1

De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.

6.2

De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen.

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.

De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.

 

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.

De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt.

 

Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in 6.2, zijn niet uitputtend.

Griffier

E. Hoogstraten

Bijlage 1 bij gedragscode gemeenteraad Bunschoten 2026

 

Protocol handhaving integriteit

Inleiding

De gedragscode heeft tot doel raadsleden en commissieleden te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. In aanvulling op de gedragscode beschrijft het protocol de procedures op welke wijze een raadslid handelt bij (een vermoeden van) schending van de integriteit.

 

Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de gedragscode:

  • 1.

    het bespreken van lastige integriteitskwesties;

  • 2.

    het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode;

  • 3.

    het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode;

  • 4.

    het eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode.

In iedere fase is het van belang om de volgende drie principes te hanteren:

  • 1.

    Onpartijdige handhaving

  • 2.

    Terughoudendheid met publiciteit

  • 3.

    Zorgvuldigheid tegenover vermeende schender.

Hoofdstuk 1 benoemt de rollen van de betrokkenen in de procedure, hoofdstuk 2 beschrijft de procedures en hoofdstuk 3 gaat in op de communicatie rondom een (vermeende) integriteitschending.

 

HOOFDSTUK 1 VIJF ROLLEN: WIE DOET WAT

1. Burgemeester

  • Doet (voor)onderzoek of laat (voor)onderzoek doen naar de vraag of er sprake is van een redelijk vermoeden van een integriteitschending.

  • Geeft indien nodig opdracht voor een integriteitsonderzoek.

  • Beoordeelt de resultaten van het onderzoek, legt deze resultaten van het onderzoek onder geheimhouding voor aan het presidium en vervolgens met advies over mogelijke consequenties voor aan de raad.

  • Doet eventueel aangifte.

  • Stemt waar nodig af met de griffier of vraagt om advies over bovenstaande voor zover het gaat om aangelegenheden van de raad.

2. Griffier

  • Is vraagbaak voor de raadsleden en geeft advies aan raadsleden over de vraag of een handeling een schending is.

  • Ondersteunt de burgemeester, de raad en individuele raadsleden bij de uitvoering van hun rol.

3. Raad

  • Beoordeelt de uitkomsten van het onderzoek indien er sprake is van een integriteitsschending.

  • Bepaalt of het niet naleven van de gedragscode onderdeel wordt van het politieke debat en over mogelijk politieke gevolgen.

4. Presidium

  • Vormt het klankbord voor de burgemeester waarmee deze tussentijds kan overleggen over trajecten rond vermeende schendingen.

  • Zorgt er voor dat raadsleden door hun eigen fractievoorzitter worden gewaarschuwd als zij integriteitsrisico's lopen.

5. Fractievoorzitter

  • Steunt raadslid dat twijfelt, dat aangifte doet (of wil doen), of waartegen een vermoeden van een integriteitsschending bestaat. Dit wordt nader uitgewerkt in Hoofdstuk 2, Procedures.

  • Waarschuwt raadsleden van zijn fractie voor integriteitsrisico's.

HOOFDSTUK 2 PROCEDURES

Hieronder wordt ingegaan op de situaties waarin een raadslid twijfelt over:

  • 1.

    eigen handelingen;

  • 2.

    handelingen van een ander raadslid;

  • 3.

    handelingen van een wethouder;

  • 4.

    handelingen van de burgemeester;

  • 5.

    handelingen van de griffier

1. Twijfels ten aanzien van eigen handelingen

1a. Een raadslid twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling.

Het raadslid vraagt de griffier om advies of de voorgenomen handeling een schending van de integriteit is. De griffier formuleert een advies. Als de griffier aangeeft dat de kwestie niet eenduidig is of als het raadslid het niet met het advies van de griffier eens is, leggen ze de kwestie voor aan de burgemeester. De burgemeester formuleert een advies, eventueel na raadpleging interne en externe deskundigen. Uit het advies van de burgemeester kan blijken dat er geen eenduidige uitspraak mogelijk is over de vraag of een voorgenomen handeling een integriteitschending is of niet. Meestal betekent dit dat ook deskundigen de zaak verschillend beoordelen. Het is aan het raadslid zelf welke keuze hij of zij maakt over de nog uit te voeren handeling.

 

1b. Een raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling.

Hiervoor geldt dezelfde procedure als onder 1a. Mocht de conclusie zijn dat er van een schending geen sprake is, dan is de zaak afgedaan. Mocht de gedeelde conclusie zijn dat de handeling een schending was, dan overleggen de burgemeester en het raadslid over de vervolgstappen. In voorkomende gevallen deelt de burgemeester zijn visie in het seniorenconvent. De burgemeester kan zich daarbij door deskundigen laten adviseren. Het raadslid kan de raad laten weten een schending te hebben begaan en waar mogelijk die ongedaan maken. De raad kan besluiten hierover in debat te gaan.

 

2. Twijfels ten aanzien van het handelen van een ander raadslid

2a. Een raadslid twijfelt over een nog uit te voeren handeling.

Een raadslid twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een ander raadslid. Hij waarschuwt het betreffende raadslid, benoemt zijn twijfels en verwijst naar de gedragscode. Tevens verwijst hij het betreffende raadslid naar de griffier en de burgemeester. Zie verder onder procedure bij 1a.

 

2b. Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling.

Het raadslid heeft diverse mogelijkheden:

  • 1.

    Hij of zij bespreekt de vermeende handeling met het betreffende raadslid. Als de ander hierdoor gaat twijfelen over de al uitgevoerde handeling: zie procedure 1 b. Als het aangesproken raadslid niet twijfelt over de al uitgevoerde handeling, dan bespreekt het raadslid dat twijfelt dit met de griffier. De griffier geeft advies. Wijst dat advies erop dat de vermeende handeling een schending zou zijn, dan wordt het voorgelegd aan de burgemeester.

  • 2.

    Hij of zij vraagt aan de griffier of de handeling van het betreffende raadslid een schending is. De griffier geeft advies. Is het advies dat er sprake kan zijn van een schending dan wordt het voorgelegd aan de burgemeester.

  • 3.

    Hij meldt de vermeende overtreding bij de burgemeester. De burgemeester doet een vooronderzoek. N.B. Het raadslid dat twijfelt aan een ander raadslid doet zelf geen vooronderzoek. Dat is aan de burgemeester. Is na het vooronderzoek de conclusie van de burgemeester dat er geen grond is voor de verdenking, dan is de zaak afgedaan. De burgemeester beoordeelt of hij het seniorenconvent hierover moet informeren. Komt uit het vooronderzoek dat het raadslid zelf erkent een schending te hebben begaan: zie procedure 1b. Komt uit het vooronderzoek dat er gronden zijn voor de verdenking dat er een integriteitschending heeft plaatsgevonden, maar dat er geen sprake is van erkenning door het raadslid, dan gelast de burgemeester een onderzoek door deskundigen. Het onderzoek richt zich in ieder geval op de feiten en op welke wijze de gedraging zich verhoudt tot hetgeen in de wet en gedragscode is vastgelegd. De burgemeester beoordeelt de resultaten van het vervolgonderzoek.

Geen integriteitsschending:

Als het vervolgonderzoek tot de conclusie leidt dat er geen integriteitschending is begaan, wordt dat in het seniorenconvent gedeeld. Het vervolgonderzoek blijft in beginsel vertrouwelijk, alleen de melder, betrokken raadslid, burgemeester, griffier en de leden van het seniorenconvent weten ervan.

 

Integriteitsschending:

Als de conclusie van het vervolgonderzoek luidt dat er sprake is van een integriteitschending, legt de burgemeester de resultaten eerst voor aan het seniorenconvent. Hierbij deelt de burgemeester zijn visie over de ernst van de schending en welke consequenties hieraan verbonden kunnen worden. De burgemeester kan, als hij dit nodig acht, aan een expert advies vragen. Vervolgens legt de burgemeester de resultaten en het eventuele advies zoals besproken in het seniorenconvent, voor aan de raad.

 

Oordeel raad:

Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van de gedragscode dan kan dit diverse gevolgen hebben. Hoewel het niet naleven van de gedragscode op zichzelf geen rechtsgevolgen heeft, is de gedragscode niet vrijblijvend. De gedragscode is een vorm van zelfbinding, waarbij de regels in gezamenlijk debat worden vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak van politieke ambtsdragers en zijn om die reden ernstig. De bestuurders kunnen worden aangesproken en dienen zich over de naleving van de gedragscode te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan onderdeel worden van het politieke debat en kan politieke gevolgen hebben. De raad beoordeelt de politieke consequenties. Hierbij wordt het advies zoals besproken in het seniorenconvent voorgelegd.

 

Gevolgen:

Er zijn verschillende gevolgen, die aan de orde kunnen zijn voor gekozen dan wel benoemde politieke ambtsdragers.

 

Strafrechtelijke vervolging kan alleen indien er sprake is van een strafbaar feit, niet sec overtreding gedragscode. Daarnaast kan worden gedacht aan:

  • publiek excuus;

  • afkeuring door fracties;

  • motie van treurnis;

  • motie van wantrouwen (tegen een wethouder).

Daarnaast heeft de partij waartoe betrokkene behoort de volgende mogelijkheid:

  • royement van het lidmaatschap.

3. Twijfels ten aanzien van een vermeende uitgevoerde handeling van een wethouder

Zie procedure 2b. De raad beoordeelt geheel zelfstandig de politieke consequenties die de eventuele schending zou moeten hebben. Daarover adviseert de burgemeester niet. Bij elk dossier over een vermeende schending van de integriteit wordt vastgelegd wie bij afwezigheid van de burgemeester als locoburgemeester toegang heeft tot het dossier.

 

4. Twijfels ten aanzien van een vermeende uitgevoerde handeling van de burgemeester

Zie procedure 2b. In plaats van naar de burgemeester, gaan raadslid en griffier naar de vicevoorzitter van de raad. Na vooronderzoek door de vicevoorzitter wordt de commissaris van de Koning erbij betrokken als er reden is om het onderzoek voort te zetten.

 

5. Twijfels ten aanzien van een vermeende uitgevoerde handeling door de griffier

Zie procedure 2b. Bij twijfel over een vermeende uitgevoerde handeling van de griffier, laat de burgemeester vooronderzoek uitvoeren.

 

HOOFDSTUK 4 COMMUNICATIE

Communicatie over integriteitkwesties of vermeende integriteitkwesties vragen om zorgvuldige communicatie wat betreft moment, toon en informatie. In beginsel wordt geen melding gedaan over kwesties, anders dan naar direct betrokkenen en eventueel senioren. Het betreft lopende het (voor)onderzoek een 'interne kwestie'. Als de pers op de hoogte worden gesteld wordt, dan staat de burgemeester als eerste de pers te woord. Geen van de overige betrokken (indiener, betrokken raadslid, eventueel senioren / raadsleden of griffier) spreekt met de pers, voordat de burgemeester de pers heeft geïnformeerd. Mocht de pers of anderen over de casus berichten lopende een (voor)onderzoek, dan is de burgemeester woordvoerder.

 

Griffier

 

E. Hoogstraten

Naar boven