Beleidsregels Ontheemden Oekraïne gemeente Oldambt

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt,

 

overwegende dat het gewenst is beleidsregels vast te stellen betreffende de uitvoering van de inning eigen bijdrage Oekraïense ontheemden in de gemeentelijke opvang en aanverwante regelgeving aan het college van burgemeester en wethouders verleende taken en bevoegdheden;

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (Tw Oek), de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO);

 

 

B E S L U I T:

 

vast te stellen de “Beleidsregels Ontheemden Oekraïne gemeente Oldambt”

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • a.

    Eigen bijdrage: De financiële bijdrage die de ontheemde verschuldigd is aan de gemeente voor de kosten van opvang, huisvesting en/of voorzieningen, zoals vastgesteld op grond van de geldende regelgeving en gemeentelijke beleidsregels.

  • b.

    Ontheemde (Oekraïner): Een persoon die onder de tijdelijke beschermingsregeling valt zoals vastgesteld door de Europese Unie en geïmplementeerd in Nederland, naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne.

  • c.

    Opvangvoorziening: Een door of namens de gemeente georganiseerde locatie waar ontheemden tijdelijk worden gehuisvest, inclusief gemeentelijke opvanglocaties en particuliere opvang die onder gemeentelijke regie valt.

  • d.

    Leefgeld: De financiële ondersteuning die door de gemeente wordt verstrekt aan ontheemden voor levensonderhoud, zoals voeding, kleding en persoonlijke uitgaven.

  • e.

    Inkomen: Alle middelen in geld of natura waarover de ontheemde beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, waaronder loon, uitkeringen, toeslagen en andere vergoedingen.

  • f.

    Inningsplicht: De verplichting van de gemeente om de eigen bijdrage vast te stellen en te innen conform de toepasselijke wet- en regelgeving.

  • g.

    Betalingsverplichting: De verplichting van de ontheemde om de vastgestelde eigen bijdrage tijdig en volledig te voldoen.

  • h.

    Draagkracht: De financiële capaciteit van de ontheemde om de eigen bijdrage te betalen, rekening houdend met inkomen, vermogen en noodzakelijke kosten van bestaan.

  • i.

    Vrijstellingsgrens: Het inkomensniveau waaronder geen eigen bijdrage verschuldigd is, zoals vastgesteld in landelijke richtlijnen of gemeentelijk beleid.

  • j.

    Peildatum: De datum waarop het inkomen en/of de gezinssamenstelling wordt vastgesteld ten behoeve van de berekening van de eigen bijdrage.

  • k.

    Terugvordering: Het (gedeeltelijk) terughalen van ten onrechte niet betaalde of kwijtgescholden eigen bijdragen.

  • l.

    Hardheidsclausule: Een bepaling die de gemeente de mogelijkheid geeft om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de regeling indien toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 2. Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de RooO, de Tw Oek en de Awb.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet tijdelijke opvang ontheemden Oekraïne (Tw Oek);

  • b.

    regeling: Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO);

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt;

  • d.

    belanghebbende: de ontheemde bedoeld in artikel 1 sub c van de Regeling, die in Nederland verblijft op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming;

  • e.

    inlichtingenplicht: de verplichting om onverwijld uit eigen beweging een mededeling te doen over inkomen en gezinssamenstelling voor het bepalen van het recht op leefgeld en het vaststellen van de eigen bijdrage zoals bedoeld in de RooO;

  • f.

    eigen bijdrage: een vergoeding in de kosten van de gemeentelijke opvang;

  • g.

    exploitatiekosten: kosten voor gas, water, elektriciteit en overige kosten verbonden aan de gemeentelijke opvang, waarvoor een eigen bijdrage kan worden opgelegd.;

  • h.

    gezinsleden: In artikel 1, aanhef en sub f van de RooO is het begrip gezinsleden beschreven. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt bij de beoordeling van de feitelijke gezinssituaties aangesloten bij de feitelijke leefeenheid, waarbij duurzame gezamenlijke huishouding wordt betrokken in de beoordeling;

  • i.

    Gemeentelijke Opvang Oekraïners (GOO): een gemeentelijke locatie waar ontheemden verblijven;

  • j.

    Particuliere Opvang Oekraïners (POO): een particuliere locatie waar ontheemden verblijven, anders dan een woning van de ontheemde of van een gezinslid van de ontheemde;

  • k.

    Rv: het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Hoofdstuk 2 Leefgeld

Artikel 2. Doelgroep en voorwaarden leefgeld

  • 1.

    De ontheemde uit Oekraïne moet zich bevinden in een gemeentelijke opvang (GOO), een particuliere opvang (POO) of een instelling voor langdurige zorg (overeenkomstig de Regeling Medische zorg Asielzoekers) op grondgebied van de gemeente Oldambt.

  • 2.

    De ontheemde moet zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente en in het bezit zijn van een Burgerservicenummer (BSN), evenals een verblijfsbewijs RTB (sticker of O-document), voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is.

  • 3.

    Er bestaat geen recht op leefgeld voor de belanghebbende:

  • a.

    die niet verblijft in gemeentelijke of particuliere opvang als bedoeld in artikel 7 RooO;

  • b.

    die niet valt onder de werkingssfeer van de Richtlijn 2001/55/EG en de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne;

  • c.

    van wie rechtens de vrijheid is ontnomen;

  • d.

    van wie tijdelijke bescherming is geweigerd of beëindigd op grond van artikel 28 van Richtlijn 2001/55/EG.

Artikel 3. Aanvraag

  • 1.

    Het college verstrekt op de aanvraag van de ontheemde leefgeld aan de ontheemde en zijn gezinsleden.

  • 2.

    De aanvraag geschiedt via het daartoe bestemde formulier.

  • 3.

    Het leefgeld wordt verstrekt met ingang van:

  • a.

    Voor ontheemden die verblijven in gemeentelijke opvang (GOO) vangt het leefgeld aan op de datum van feitelijke binnenkomst in de opvang.

  • b.

    Voor ontheemden die verblijven in particuliere opvang (POO) vangt het leefgeld aan op de datum van inschrijving in de BRP, tenzij bijzondere omstandigheden aanleiding geven hiervan af te wijken.

  • c.

    De eerste van de maand volgend op de maand van aanvraag in het geval de belanghebbende afkomstig is uit een andere gemeente binnen Nederland en aldaar leefgeld ontving.

  • d.

    de eerste van de maand volgend op de laatste dag waarop door de belanghebbende inkomsten uit arbeid of uitkering of toeslag is ontvangen. Na verlies van werk ontstaat mogelijk nieuw recht op leefgeld waarvoor een nieuwe aanvraag kan worden gedaan.

  • e.

    de eerste van de maand volgend op de maand waarin een minderjarig kind in een gezin de leeftijd van 18 jaar bereikt en waarvoor een aanvraag wordt gedaan.

Artikel 4. Hoogte leefgeld

  • 1.

    Het leefgeld wordt verstrekt op grond van artikel 6, eerste lid, onder b, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO).

  • 2.

    De hoogte van het leefgeld wordt vastgesteld overeenkomstig:

  • a.

    artikel 10 RooO voor ontheemden die verblijven in een gemeentelijke opvangvoorziening (GOO);

  • b.

    artikel 12 RooO voor ontheemden die verblijven in een particuliere opvangvoorziening (POO).

  • 3.

    Het leefgeld wordt verstrekt per volledige maand, behoudens in de maand van eerste toekenning van leefgeld, waarbij het leefgeld naar rato van het aantal dagen in de maand waarop de belanghebbende aan de voorwaarden voor leefgeld voldoet wordt verstrekt.

Artikel 5. Onderzoek en verificatie

  • 1.

    Het college verricht bij de beoordeling van het recht op leefgeld en de eigen bijdrage een zorgvuldig onderzoek overeenkomstig artikel 3:2 Awb.

  • 2.

    De belanghebbende verstrekt bij de aanvraag op grond van artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht en gedurende de periode waarin leefgeld of opvang wordt ontvangen op grond van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 2a van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne, alle gegevens en bescheiden die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het recht op leefgeld en/of de vaststelling van de eigen bijdrage, voor zover de belanghebbende daar redelijkerwijs over kan beschikken. Hieronder worden in ieder geval verstaan:

  • a. loonstroken;

  • b. uitkeringsspecificaties;

  • c. bewijs van inkomsten uit zelfstandige arbeid;

  • d. overige relevante financiële bescheiden.

  • 3.

    Het college kan de door de belanghebbende verstrekte gegevens verifiëren voor zover dit noodzakelijk is voor de beoordeling van het recht op leefgeld of de vaststelling van de eigen bijdrage.

  • 4.

    In het kader van deze verificatie kan het college, met inachtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving inzake gegevensbescherming, onder meer:

  • a.

    gegevens raadplegen bij bestuursorganen die belast zijn met de uitvoering van sociale verzekeringswetten, waaronder het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV);

  • b.

    gegevens raadplegen in de polisadministratie als bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI);

  • c.

    gegevens raadplegen via de SUWI-keten (Suwinet) voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wet tijdelijke opvang ontheemden Oekraïne en de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;

  • d.

    gegevens opvragen of uitwisselen met andere bestuursorganen voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de genoemde wet- en regelgeving.

  • 5.

    De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats overeenkomstig artikel 7 van de Wet tijdelijke opvang ontheemden Oekraïne, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en overige toepasselijke regelgeving.

Artikel 6. Uitbetaling

Het college keert het leefgeld uit via een Nederlandse betaalrekening die op naam staat van de aanvrager.

Artikel 7. Intrekken leefgeld

  • 1.

    Het college kan het leefgeld geheel of gedeeltelijk intrekken indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid inkomsten uit arbeid, een loondervingsuitkering of toeslagen ontvangt als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.

  • 2.

    Bij de beoordeling van de mate waarin het leefgeld wordt ingetrokken houdt het college rekening met:

  • a.

    de hoogte en aard van het inkomen;

  • b.

    de samenstelling van het huishouden;

  • c.

    de toepasselijke leefgeldnorm;

  • d.

    de inkomensgrens van 115% van de toepasselijke leefgeldnorm als bedoeld in artikel 2b van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.

  • 3.

    Indien volledige intrekking van het leefgeld zou leiden tot een inkomen onder de 115%-norm als bedoeld in artikel 2b RooO, kan het college het leefgeld geheel of gedeeltelijk verminderen. Bij de berekening van de hoogte van de vermindering kan het college gebruik maken van de door het Rijk beschikbaar gestelde rekentool voor de berekening van leefgeld en eigen bijdrage voor ontheemden uit Oekraïne. De uitkomst wordt vastgelegd in een gemotiveerde beschikking.

  • 4.

    Indien een meerderjarige ontheemde die deel uitmaakt van een gezin inkomsten ontvangt als bedoeld in het eerste lid, worden deze inkomsten betrokken bij de beoordeling van het recht op leefgeld van het gezin.

  • 5.

    Het leefgeld wordt vastgesteld op gezinsniveau, waarbij inkomsten van één of meer meerderjarige gezinsleden kunnen leiden tot gehele of gedeeltelijke vermindering van het leefgeld van het gezin.

  • 6.

    Indien de in het eerste lid bedoelde belanghebbende minderjarig is, dan eindigt uitsluitend de verstrekking van het leefgeld van die minderjarige.

  • 7.

    Indien één of meer personen uit het gezin vertrekken, dan wel langer dan 28 dagen per kalenderjaar zonder melding aan het college niet in de opvangvoorziening verblijven, wordt de hoogte van het leefgeld aangepast aan de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft.

  • 8.

    De beëindiging, herziening of intrekking van het leefgeld gaat in op een door het college te bepalen datum.

  • 9.

    In beginsel wordt daarbij aangesloten bij de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de omstandigheden als bedoeld in dit artikel zijn vastgesteld, tenzij de aard van de situatie aanleiding geeft een andere ingangsdatum te hanteren.

Artikel 8. Inkomstenverklaring, inlichtingenplicht en verificatie

  • 1.

    De belanghebbende is verplicht onverwijld uit eigen beweging, dan wel binnen een redelijke termijn van ten minste vijf werkdagen nadat door of namens het college hierom is verzocht, mededeling te doen van feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op leefgeld of de hoogte van de eigen bijdrage.

  • 2.

    Onder feiten en omstandigheden als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan:

  • a.

    inkomsten uit arbeid, waaronder begrepen inkomsten uit loondienst, eigen onderneming of als zelfstandige zonder personeel (zzp), in binnen- of buitenland;

  • b.

    inkomsten uit een loondervingsuitkering als bedoeld in de regeling, alsmede toeslagen op grond van de Toeslagenwet;

  • c.

    wijzigingen in de gezinssamenstelling;

  • d.

    wijzigingen in de huisvestingssituatie of opvangvorm.

  • 3.

    Iedere meerderjarige ontheemde verstrekt op verzoek van het college een volledig ingevuld en ondertekend inkomstenformulier, vergezeld van de noodzakelijke en verifieerbare bewijsstukken.

  • 4.

    Indien sprake is van structureel en maandelijks vergelijkbaar inkomen, wordt een nieuw inkomstenformulier uitsluitend ingediend indien zich wijzigingen voordoen in inkomen, gezinssamenstelling of opvangsituatie.

  • 5.

    Het college kan periodiek om hernieuwde indiening van het inkomstenformulier verzoeken ter verificatie van de actuele inkomenssituatie.

  • 6.

    Indien de belanghebbende niet voldoet aan de in dit artikel bedoelde verplichtingen, kan dit leiden tot opschorting, intrekking of herziening van het leefgeld en/of de eigen bijdrage. 

Hoofdstuk 3. Terug- en invordering en verrekenen

Artikel 9. Terugvordering leefgeld

  • 1.

    Het college vordert teveel of ten onrechte verstrekt leefgeld van de belanghebbende terug conform artikel 7 lid 6 en artikel 13 lid 3 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO).

  • 2.

    Indien leefgeld is verstrekt aan een gezin, dan vordert het college het aan het gezin teveel of ten onrechte verstrekte leefgeld terug van de meerderjarige belanghebbende en/of diens meerderjarige gezinslid.

  • 3.

    Het college vordert niet meer terug dan dat er verstrekt is.

  • 4.

    Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering indien sprake is van dringende redenen. Van dringende redenen is sprake indien (volledige of gedeeltelijke) terugvordering voor de ontheemde, gelet op de bijzondere omstandigheden van het individuele geval, leidt tot onaanvaardbare financiële of sociaal-maatschappelijke gevolgen.

Artikel 10. Verrekenen leefgeld

Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot verrekenen van de terugvordering met het leefgeld. Verrekening vindt plaats met inachtneming van de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475b en verder van het Rv.

Artikel 11. Invordering leefgeld

  • 1.

    Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de in artikel 4:87 Awb genoemde betalingstermijn van zes weken.

  • 2.

    Het gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit afgegeven invorderingsbesluit omvat daarbij het volgende:

  • a.

    de hoogte van (het saldo van) de vordering;

  • b.

    de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel te voldoen;

  • c.

    de datum, waarop de betalingsverplichting in gaat;

  • d.

    de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen 6 weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4:87 Awb een betalingsregeling te treffen;

  • e.

    de rechtsgevolgen bij niet-nakoming van de betalingsverplichting als beschreven in afdeling 4.4.2 Awb (over verzuim) en afdeling 4.4.4 Awb (over aanmaning en invordering bij dwangbevel).

  • 3.

    Bij beëindiging van het leefgeld kan het college het resterende bedrag ineens opeisen, tenzij dit gelet op artikel 3:4 Awb tot onevenredige gevolgen leidt.

  • 4.

    Op verzoek van de debiteur kan een betalingsregeling worden getroffen waarin de vordering wordt afgelost in maximaal 36 maandelijkse termijnen.

Artikel 12. Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting

  • 1.

    Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, zal het college de belanghebbende dagvaarden voor de bevoegde rechtbank teneinde een executoriale titel te verkrijgen.

  • 2.

    Nadat een executoriale titel is verkregen, kan het college besluiten om tot dwanginvordering over te gaan, door de vordering in handen van een (gerechts)deurwaarder te stellen.

Hoofstuk 4. Eigen bijdrage

Artikel 13 Opleggen eigen bijdrage

Volwassen kinderen worden bij de beoordeling van de draagkracht in beginsel als zelfstandige leefeenheid aangemerkt. Indien zij feitelijk samen met hun ouders of andere gezinsleden in dezelfde opvangvoorziening verblijven, kan het college hen voor de beoordeling van de draagkracht tot dezelfde leefeenheid rekenen.

  • a.

    Indien de meerderjarige ontheemde, ondanks een schriftelijk verzoek daartoe, niet binnen een redelijke termijn van ten minste twee weken de noodzakelijke en verifieerbare gegevens verstrekt om de inkomenssituatie vast te stellen, stelt het college het recht op leefgeld en de draagkracht voor de eigen bijdrage niet vast, zolang de vereiste gegevens ontbreken.

  • b.

    Indien de meerderjarige ontheemde, ondanks herhaald schriftelijk verzoek en na voorafgaande waarschuwing waarin is gewezen op de mogelijke gevolgen, nalaat volledige en verifieerbare gegevens te verstrekken over zijn inkomenssituatie, kan het college – bij gebreke van vaststelbare draagkracht – de eigen bijdrage vaststellen tot ten hoogste het wettelijk maximum als bedoeld in artikel 8, tweede lid, RooO.

Voordat daartoe wordt besloten:

  • wordt een redelijke hersteltermijn geboden;

  • wordt de belanghebbende schriftelijk gewezen op de gevolgen van het niet voldoen aan de inlichtingenplicht;

  • wordt beoordeeld of toepassing van het maximum, gelet op artikel 3:4, tweede lid, Awb, niet leidt tot onevenredige gevolgen.

De vaststelling geschiedt bij een gemotiveerde beschikking, waarin uitdrukkelijk wordt opgenomen dat de maximale bijdrage wordt toegepast wegens het niet kunnen vaststellen van de draagkracht als gevolg van schending van de inlichtingenplicht.

  • a.

    In afwijking van het derde lid onderdeel a en b, wordt geen eigen bijdrage opgelegd indien het netto inkomen van de meerderjarige belanghebbende en diens meerderjarig gezinslid tezamen minder is dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt (de toepasselijke leefgeldnorm + de maximale eigen bijdrage als bedoeld in artikel 8, tweede lid, RooO) × 115%.

  • b.

    Minderjarige gezinsleden, met of zonder eigen inkomsten, zijn niet bijdrage plichtig.

  • c.

    De eigen bijdrage wordt door middel van een beschikking opgelegd aan de meerderjarige belanghebbende en, indien van toepassing, diens meerderjarige gezinslid.

Artikel 14. Hoogte eigen bijdrage

De hoogte bedraagt maximaal het bedrag zoals vastgesteld in artikel 8 lid 2 RooO.

Artikel 15 Individueel draagkrachtonderzoek, 115%-norm en besluitvorming

  • 1.

    Voorafgaand aan het opleggen van een eigen bijdrage voor gas, water en elektriciteit (exploitatiekosten) verricht het college een individueel draagkrachtonderzoek.

  • 2.

    De eigen bijdrage wordt uitsluitend opgelegd indien het netto-inkomen van de ontheemde, dan wel van het gezin, hoger is dan de toepasselijke inkomensgrens zoals bedoeld in het derde lid.

  • 3.

    De inkomensgrens (115%-norm) wordt vastgesteld door de som van:

  • a.

    de toepasselijke leefgeldnorm zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne, waarvan de hoogte wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 10 (gemeentelijke opvang) of artikel 12 (particuliere opvang) van die regeling en;

  • b.

    de maximale eigen bijdrage als bedoeld in artikel 8, tweede lid, RooO te vermenigvuldigen met 115%.

  • 4.

    Indien het netto-inkomen lager is dan of gelijk is aan de in lid 3 bedoelde grens, word geen eigen bijdrage opgelegd.

  • 5.

    Het draagkrachtonderzoek omvat ten minste:

  • a.

    de aard en hoogte van het netto-inkomen;

  • b.

    de structurele dan wel incidentele aard van het inkomen;

  • c.

    de samenstelling van het huishouden;

  • d.

    de opvangvorm (GOO of POO);

  • e.

    bijzondere omstandigheden die van invloed zijn op de financiële draagkracht.

  •  

  • 6.

    Indien toepassing van de eigen bijdrage, ondanks overschrijding van de 115%-norm, leidt tot onevenredig zware gevolgen voor de ontheemde of diens gezinsleden, blijft oplegging geheel of gedeeltelijk achterwege op grond van artikel 3:4, tweede lid, Awb en artikel 8 RooO.

  • 7.

    De uitkomst van het draagkrachtonderzoek wordt vastgelegd in een beschikking.

  • 8.

    In de beschikking wordt in ieder geval opgenomen:

  • a.

    de wettelijke grondslag (artikel 8 RooO);

  • b.

    de gehanteerde leefgeldnorm;

  • c.

    de vastgestelde inkomensgegevens;

  • d.

    de berekening van de 115%-grens;

  • e.

    de berekening van de eigen bijdrage;

  • f.

    de ingangsdatum;

  • g.

    de wijze van betaling;

  • h.

    de mogelijkheid van bezwaar en beroep.

Artikel 16. Innen van de eigen bijdrage

  • 1.

    Iedere meerderjarige ontheemde verstrekt maandelijks een volledig ingevuld en ondertekend inkomstenformulier, vergezeld van de benodigde bewijsstukken, voor zover sprake is van inkomsten.

  • 2.

    Indien sprake is van structureel en maandelijks vergelijkbaar inkomen, wordt het inkomstenformulier uitsluitend opnieuw ingediend indien zich wijzigingen voordoen in het inkomen, de gezinssamenstelling of de opvangsituatie, onverminderd de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 2a RooO.

  • 3.

    De eigen bijdrage wordt maandelijks vastgesteld en is verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarop de bijdrage betrekking heeft.

  • 4.

    Betaling dient plaats te vinden binnen de in de beschikking vermelde termijn.

Artikel 17. Hardheidsclausule

Het college kan, onverminderd artikel 4:84 van de Awb, in bijzondere gevallen ten gunste van de betrokkene afwijken van deze beleidsregels, als toepassing hiervan leidt tot onredelijke gevolgen.

Artikel 18. Inwerkingtreding en overgangsrecht

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug tot 01-12-2025.

  • 2.

    Deze beleidsregels zijn van toepassing op besluiten inzake leefgeld en eigen bijdrage die betrekking hebben op de periode vanaf 1 januari 2025.

  • 3.

    De bevoegdheid tot het opleggen van een eigen bijdrage vloeit rechtstreeks voort uit artikel 8 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne en bestond reeds vóór de vaststelling van deze beleidsregels.

  • 4.

    Deze beleidsregels scheppen geen nieuwe rechtsgrondslag voor de eigen bijdrage, maar geven beleidsmatige invulling aan de reeds bestaande wettelijke bevoegdheid.

  • 5.

    Voor zover deze beleidsregels worden toegepast op perioden gelegen vóór de datum van inwerkingtreding, beoordeelt het college per individueel geval of toepassing, gelet op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel, niet leidt tot onevenredige gevolgen.

Artikel 19. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Ontheemden Oekraïne gemeente Oldambt.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt in de vergadering van d.d. 23 juni 2026.

De secretaris, De burgemeester,

Berlinda Aukema Cora-Yfke Sikkema

Naar boven