Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over de tegemoetkoming in de eigen bijdrage kinderopvang (Beleidsregel tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang gemeente Den Helder 2026)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;

 

gelet op artikel 1.13 van de Wet kinderopvang;

 

overwegende dat:

 

  • de gemeente Den Helder kinderopvang betaalbaar wil houden voor specifieke doelgroepen, zodat werk, re-integratie, inburgering en studie mogelijk blijven;

  • de aanvraagprocedure voor de vergoeding van de eigen bijdrage eenvoudiger kan door een vaste tegemoetkoming van 4%;

  • het daarom nodig is om duidelijk vast te leggen wanneer recht bestaat op een tegemoetkoming en wanneer deze kan worden herzien, ingetrokken of teruggevorderd;

 

besluit:

 

de volgende beleidsregel vast te stellen.

 

Beleidsregel tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang gemeente Den Helder 2026

 

Artikel 1 Definities

 

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

 

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;

  • -

    wet: de Wet kinderopvang;

  • -

    kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang, waaronder begrepen dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang;

  • -

    kinderopvangtoeslag: de kinderopvangtoeslag van het Rijk;

  • -

    tegemoetkoming: de tegemoetkoming van het college in de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 1.13 van de wet;

  • -

    maximum uurtarief: het uurtarief dat het Rijk voor het betreffende kalenderjaar vaststelt voor de betreffende vorm van kinderopvang;

  • -

    werkelijk uurtarief: het uurtarief dat de kinderopvangorganisatie of voorziening voor gastouderopvang volgens het contract in rekening brengt;

  • -

    maximaal toegelaten uren: het aantal uren kinderopvang per kind dat het college noodzakelijk vindt in verband met werk, re-integratie, inburgering of studie, met een maximum van 230 uur per maand per kind;

  • -

    ouder: de ouder of verzorger die de aanvraag indient en in de gemeente Den Helder woont.

Artikel 2 Doelgroep

 

Het college verstrekt een tegemoetkoming aan een ouder die in de gemeente Den Helder woont en behoort tot één van de volgende doelgroepen:

 

  • a.

    personen die werken en een aanvullende uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet (hierna: Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna: IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna: IAOZ);

  • b.

    personen die een uitkering ontvangen op grond van de Pw, de IOAW of de IAOZ en die een re-integratietraject of een inburgeringscursus volgen;

  • c.

    studerenden die bijstand of bijzondere bijstand ontvangen op grond van de Pw voor de noodzakelijke kosten van het bestaan;

  • d.

    studerenden die studiefinanciering ontvangen.

Artikel 3 Voorwaarden

  • 1.

    Een ouder krijgt alleen een tegemoetkoming als:

    • a.

      de ouder behoort tot een doelgroep als bedoeld in artikel 2;

    • b.

      Het kind staat ingeschreven op het woonadres van de ouder;

    • c.

      de kinderopvang plaatsvindt bij een geregistreerd kindercentrum of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang;

    • d.

      de kinderopvang naar het oordeel van het college nodig is voor werk, re-integratie, inburgering of studie;

    • e.

      de ouder kinderopvangtoeslag ontvangt of aannemelijk maakt dat daarvoor recht bestaat.

  • 2.

    Het college verstrekt geen tegemoetkoming als:

    • a.

      de kosten van kinderopvang redelijkerwijs op een andere manier kunnen worden opgevangen;

    • b.

      de tegemoetkoming samen met de kinderopvangtoeslag en andere vergoedingen hoger zou zijn dan de werkelijke kosten van kinderopvang.

Artikel 4 Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag voor een tegemoetkoming wordt ingediend met een door het college vastgesteld formulier.

  • 2.

    Bij de beoordeling van de aanvraag betrekt het college in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      een offerte, contract of plaatsingsbewijs van de kinderopvangorganisatie of voorziening voor gastouderopvang, waaruit in ieder geval de startdatum, het soort kinderopvang, het aantal uren kinderopvang en het uurtarief blijken;

    • b.

      een beschikking voorschot kinderopvangtoeslag, of een print of schermafdruk uit Mijn Toeslagen waaruit blijkt dat kinderopvangtoeslag is toegekend of aangevraagd;

    • c.

      indien van toepassing: een bewijs van inschrijving bij een opleiding, studie of inburgeringstraject.

  • 3.

    Het college kan nadere gegevens en bewijsstukken opvragen voor zover dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.

Artikel 5 Hoogte van de tegemoetkoming

  • 1.

    De tegemoetkoming bedraagt per kind 4% van het maximum uurtarief, vermenigvuldigd met het aantal maximaal toegelaten uren.

  • 2.

    In de beschikking vermeldt het college de hoogte en de duur van de tegemoetkoming.

  • 3.

    De tegemoetkoming is nooit hoger dan nodig om, samen met de kinderopvangtoeslag, de werkelijke kosten te dekken.

Artikel 6 Ingangsdatum en duur

  • 1.

    De tegemoetkoming gaat in op de startdatum van de kinderopvang, maar niet eerder dan de datum waarop de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    De tegemoetkoming wordt toegekend voor een aaneengesloten periode waarin de kinderopvang noodzakelijk is.

  • 3.

    In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het eerste lid en de tegemoetkoming met terugwerkende kracht toekennen tot maximaal drie maanden vóór de aanvraagdatum, voor zover over die periode ook kinderopvangtoeslag is toegekend.

  • 4.

    In bijzondere gevallen kan het college de tegemoetkoming verlengen tot maximaal drie maanden nadat de ouder niet langer behoort tot een doelgroep als bedoeld in artikel 2, voor zover over die periode ook kinderopvangtoeslag is toegekend.

  • 5.

    Het college kan de tegemoetkoming ambtshalve verlengen als nog aan de voorwaarden wordt voldaan.

Artikel 7 Betaling

  • 1.

    Het college betaalt de tegemoetkoming maandelijks aan de ouder.

  • 2.

    Op schriftelijk verzoek van de ouder kan het college de betaling rechtstreeks aan de kinderopvangorganisatie doen.

Artikel 8 Meldplicht bij wijzigingen

  • 1.

    De ouder verstrekt aan het college zo snel mogelijk en in ieder geval binnen 7 werkdagen, alle gegevens en inlichtingen die van belang zijn voor het recht op de tegemoetkoming, de hoogte of de duur daarvan.

  • 2.

    Het college gaat er bij de beoordeling van het recht op de tegemoetkoming vanuit dat de ouder in ieder geval melding maakt van:

    • a.

      wijzigingen in het aantal uren kinderopvang;

    • b.

      wijzigingen van opvanglocatie of soort kinderopvang;

    • c.

      stopzetting van de kinderopvang;

    • d.

      wijzigingen in werk, re-integratie, inburgering of studie;

    • e.

      verhuizing buiten Den Helder;

    • f.

      wijzigingen in de gezinssituatie die van invloed kunnen zijn.

  • 3.

    De ouder meldt bij het college binnen 7 werkdagen wijzigingen die invloed kunnen hebben op:

    • a.

      het recht op de tegemoetkoming;

    • b.

      de hoogte van de tegemoetkoming;

    • c.

      de duur van de tegemoetkoming.

  • 4.

    De ouder meldt in ieder geval:

    • a.

      wijzigingen in het aantal uren kinderopvang;

    • b.

      wijzigingen van opvanglocatie of soort opvang;

    • c.

      stopzetting van de kinderopvang;

    • d.

      wijzigingen in werk, re-integratie, inburgering of studie;

    • e.

      verhuizing buiten Den Helder;

    • f.

      wijzigingen in de gezinssituatie die van invloed kunnen zijn.

Artikel 9 Herziening en intrekking

  • 1.

    Het college herziet of trekt een besluit in als:

    • a.

      de ouder de meldplicht niet nakomt;

    • b.

      de tegemoetkoming ten onrechte of te hoog is vastgesteld;

    • c.

      de ouder niet meer tot de doelgroep behoort;

    • d.

      de kinderopvang niet meer noodzakelijk is;

    • e.

      de ouder niet meer in Den Helder woont.

  • 2.

    Het college kan een besluit herzien als dit is gebaseerd op onjuiste of onvolledige gegevens.

Artikel 10 Terugvordering

  • 1.

    Het college kan te veel of onterecht betaalde tegemoetkoming terugvorderen.

  • 2.

    Het college kan hiervan geheel of gedeeltelijk afzien bij dringende redenen.

Artikel 11 Overgangsrecht

  • 1.

    Op aanvragen die vóór 1 juli 2026 zijn ontvangen blijft de Beleidsregel Vergoeding eigen bijdrage kinderopvang, zoals vastgesteld op 17 maart 2015, van toepassing.

  • 2.

    Lopende tegemoetkomingen worden zoveel mogelijk ambtshalve vastgesteld op basis van beschikbare gegevens.

  • 3.

    Het college kan de afhandeling vereenvoudigen, mits dit niet nadeliger is voor de ouder.

Artikel 12 Inwerkingtreding, intrekking en citeertitel

  • 1.

    De Beleidsregel Vergoeding eigen bijdrage kinderopvang, zoals vastgesteld op 17 maart 2015, wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag van bekendmaking.

  • 3.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang gemeente Den Helder 2026.

     

Aldus besloten in de collegevergadering van 30 juni 2026.

burgemeester,

J.A. (Jan) de Boer MSc.

secretaris,

K. (Koen) van Veen

Naar boven