Gemeenteblad van Maastricht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2026, 311327 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2026, 311327 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Professionele instellingen sociale basis gemeente Maastricht 2027
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Maastricht; overwegende dat het gemeentebestuur Maastricht inzet op een sterke sociale, pedagogische basisinfrastructuur en in dat kader professionele organisaties ondersteunt die hieraan bijdragen, door subsidies te verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het bevorderen van het welzijn, de gezondheid, gezond opvoeden en opgroeien; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Professionele instellingen sociale basis gemeente Maastricht 2027.
In deze regeling wordt verstaan onder:
Breed welzijnswerk: een brede, geïntegreerde vorm van ondersteuning die zich richt op het versterken van individuen, gezinnen en gemeenschappen. Het gaat om een samenhangend geheel van activiteiten dat mensen helpt om mee te doen in de samenleving, problemen vroeg te signaleren en hun kwaliteit van leven te verbeteren;
Meldpunt: een voorziening waar burgers, professionals en organisaties meldingen kunnen doen over (vermoedens van) incidenten, misstanden of personen in een kwetsbare positie, waarna het meldpunt de melding registreert, een eerste risico inschatting maakt, zo nodig eerste opvang of informatie biedt en gericht doorverwijst of overdraagt aan passende hulp of zorgvoorzieningen, met afstemming in de keten waar nodig;
Signaalpunt: een voorziening waar signalen, zorgen of aanwijzingen over mogelijke problemen, worden gemeld en geregistreerd, een eerste risico inschatting wordt gemaakt, zo nodig eerste opvang of informatie wordt geboden en gericht wordt doorverwezen aan passende hulp, of zorgvoorzieningen, met afstemming in de keten waar nodig;
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Artikel 5. Laagdrempelige ondersteuning
Activiteiten voor slachtofferhulp die voor subsidie in aanmerking komen zijn gericht op het bieden van hulp aan slachtoffers (waartoe ook nabestaanden, naasten, getuigen en betrokkenen worden gerekend) van misdrijven, verkeersongelukken en calamiteiten op praktisch, juridisch en psychosociaal gebied.
Subsidie op grond van deze regeling kan alleen worden aangevraagd door een professionele organisatie, zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, zonder winstoogmerk, die haar kernactiviteiten uitvoert met beroepskrachten, eventueel ondersteund door vrijwilligers; waarbij:
Artikel 10. Wijze van verdeling
Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door burgemeester en wethouders vastgestelde rangschikking per subcategorie in de categorieën I en II, en voor categorie III, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Artikel 12. De aanvraagtermijn
Een aanvraag om subsidie wordt uiterlijk op 1 september van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar ingediend.
Het college beslist op een aanvraag om subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
Artikel 14. Aanvullende weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 9 van de Asv kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren indien:
Naast de verplichtingen op grond van artikel 12 van de Asv worden aan de subsidieverlening de volgende verplichtingen verbonden:
Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 19 mei 2026
De Secretaris a.i. ,
G.G.H.M Haanen
1. Bijdrage aan beleidsdoelen en maatschappelijke impact (0–30 punten)
De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen van de subsidieregeling en leiden tot aantoonbare impact.
2. Aanbod: kwaliteit, onderscheidend & innovatie (0–30 punten)
De mate waarin het aanbod aanvullend, passend en toekomstgericht is.
3. Lokale, regionale verankering & samenwerking (0–30 punten)
De mate waarin sprake is van verankering in lokale danwel regionale bestaande, duurzame netwerken en waarbij sprake is van effectieve samenwerking met relevante partners die bijdraagt aan samenhang, bereik en kwaliteit van de dienstverlening.
4. REALISTISCH, UITVOER – EN HAALBAARHEID.
De mate waarin een realistische, haalbare en uitvoerbare aanpak wordt beschreven voor de uitvoering
5. Prijs-kwaliteitverhouding (0–30 punten)
De mate waarin middelen doelmatig worden ingezet.
Deze toelichting maakt integraal onderdeel uit van de Subsidieregeling professionele instellingen, Sociale Basis Maastricht 2027 (verder de subsidieregeling)
De toelichting begint met het beschrijven van de beleidsdoelen van het gemeentelijk beleidskader sociale basis. Omdat het beleidsplan jeugd en het beleidsplan maatschappelijke ondersteuning ook raken aan de sociale basis worden deze beleidsplannen hier eveneens bij betrokken. In dit gedeelte wordt uiteengezet welke maatschappelijke opgaven centraal staan en de doelen die de gemeente met dit beleidskader nastreeft, zoals het versterken van welzijn, gezondheid, veerkracht, gezond opvoeden en opgroeien, en het voorkomen van zwaardere zorg. Deze beleidsdoelen vormen het inhoudelijke uitgangspunt van de subsidieregeling en daarmee het fundament voor welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie.
Vanaf artikel 3 in deze toelichting worden de beleidsdoelen naar de subsidieregeling zelf geconcretiseerd en wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze en onder welke voorwaarden subsidie kan worden verstrekt. Daarbij staat centraal dat de regeling is bedoeld voor professionele instellingen zonder winstoogmerk, die met hun activiteiten bijdragen aan het versterken van de sociale basis. Daarnaast onderstreept dit deel van de toelichting dat van aanvragers wordt verwacht dat zij kwalitatief sterke, uitvoerbare en doelmatige activiteiten aanbieden die aansluiten bij de lokale context en behoeften van inwoners en in samenwerking met ketenpartners.
De sociale basis binnen het sociale stelsel van Maastricht.
De sociale basis is wat inwoners met en voor elkaar doen, aangevuld met professionele en gemeentelijke basisvoorzieningen en de fysieke inrichting van de leefomgeving. Een sterke sociale basis maakt het voor inwoners mogelijk om deel te nemen aan activiteiten en betekenisvolle contacten te leggen met anderen. Op die manier tonen inwoners betrokkenheid voor elkaar en voelen ze dat ze er niet alleen voor staan. De samenleving vormt de sociale basis: inwoners ondersteunen elkaar waar mogelijk, en waar nodig worden zij daarbij aangevuld of ondersteund door professionele hulp. Professionele organisaties maken hiermee onderdeel uit van de sociale basis, waarbij ze primair faciliterend en versterkend werken. Dit vraagt om flexibiliteit, continuïteit en daarmee vertrouwen, een sterke verbinding en samenwerking in de nabijheid.
Beleidsdoelen uit het beleidskader: ‘Sociale Basis, Samen leven in Maastricht’, uitvoeringsplan: ‘Jeugd’ en beleids-en uitvoeringsplan: ‘Maatschappelijke ondersteuning’.
In het beleidskader: ‘Sociale basis, Samen leven in Maastricht’ zijn de ambities voor de sociale basis geformuleerd. Onze ambitie is gericht op vitale en saamhorige gemeenschappen. In het beleidskader zijn daarom de volgende deelambities geformuleerd.
Het draagt enerzijds bij aan het verbeteren kansengelijkheid en het voorkomen dat inwoners onnodig worden uitgesloten of gestigmatiseerd. Anderzijds draagt het bij om minder specialistische hulp in te zetten, zodat de zorglast en zorgkosten dalen en alleen die inwoners specialistische hulp krijgen die het echt nodig hebben.
Beleidsdoelen uit het beleidsplan: ‘Jeugd’ zijn:
Beleidsdoelen uit het beleidsplan: ‘Maatschappelijke ondersteuning’ zijn:
De subsidieregeling richt zich op drie samenhangende categorieën: mantelzorg- en informele ondersteuning, laagdrempelige ondersteuning en breed welzijnswerk. Binnen deze gebieden worden activiteiten gesubsidieerd die gericht zijn op preventie, vroegsignalering, herstel, zelfregie, participatie en het versterken van sociale netwerken. Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die behoren tot een van deze categorieën. Voor 2027 zal deze subsidie voor één boekjaar worden verstrekt. Afhankelijk van de ervaringen met de subsidieregeling in 2027 wordt de subsidieregeling nog mogelijkerwijs aangepast voor de volgende jaren. Het streven is om vanaf 2028 meerjarig te gaan subsidiëren. Dit om meer continuïteit te waarborgen voor de instellingen.
Artikel 4: Mantelzorgondersteuning en informele ondersteuning
Lid 1 /m 3: De activiteiten op het gebied van mantelzorgondersteuning zijn gericht op het versterken van de positie en het ondersteunen van mantelzorgers, met als doel overbelasting te voorkomen of te verminderen. Verschillende activiteiten kunnen hier een bijdrage aan leveren zoals onder andere individuele als groepsgerichte vormen van ondersteuning en het faciliteren van respijtzorg. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor het bereiken van diverse groepen mantelzorgers, waaronder mantelzorgers met een migratieachtergrond en jonge mantelzorgers. Een subsidieaanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als ze alle activiteiten uit a tot en met e bevatten.
Lid 4: Informele ondersteuning heeft tot doel vrijwillige inzet voor inwoners in kwetsbare positie te faciliteren en te versterken. Daarbij staat een zorgvuldige organisatie van vrijwilligers centraal, inclusief voorbereiding, begeleiding en ondersteuning. Dit draagt bij aan kwalitatieve, betrouwbare en passende ondersteuning voor inwoners die hierop zijn aangewezen. Een subsidieaanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als ze alle activiteiten uit a tot en met d bevatten.
Artikel 5: Laagdrempelige ondersteuning
Artikel 5 bestaat uit een 8-tal subcategorieën. Het gaat hier om essentiële, preventieve voorzieningen die een belangrijke rol spelen in de sociale basis.
Lid 1 t/m 5 Laagdrempelige steunpunten voor volwassenen en jeugd (soms ook wel inloopvoorzieningen genoemd) leveren een belangrijke bijdrage aan de sociale basis doordat zij fungeren als een toegankelijke schakel tussen inwoners, hun netwerk en (formele) ondersteuning. De subsidieaanvraag heeft betrekking op alle onderdelen a t/m c. Voor deze activiteiten is een aantal specifieke voorwaarden geformuleerd waaraan de activiteiten moeten voldoen. De uitwerking van deze voorwaarden moeten terugkomen in de subsidieaanvraag.
Lid 6 t/m 8: Meld –of signaalpunten. De subsidie is bedoeld voor partijen die aantoonbaar verantwoordelijkheid nemen voor een zorgvuldige, samenhangende opvolging van signalen of meldingen en hierin een herkenbaar aanspreekpunt zijn binnen het lokale netwerk. Van aanvragers wordt dan ook meer verwacht dan alleen het ontvangen van meldingen of signalen. Als extra voorwaarden is opgenomen dat er maar 1 meldpunt voor CSGW wordt gesubsidieerd en 1 signaalpunt voor eenzaamheid. Een subsidieaanvraag mag zowel de subcategorie meld –of signaalpunten bevatten als ook de subcategorie voor de JOGG aanpak. Ook mag deze subcategorie worden gecombineerd met de subcategorie informele ondersteuning. In de subsidieaanvraag moeten beide onderdelen apart zijn uitgewerkt.
Lid 9: Onafhankelijke cliëntondersteuning. De activiteiten in het kader van de onafhankelijke cliëntondersteuning hebben tot doel het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk, en inkomen. Subsidie wordt verleend om inwoners onafhankelijk te adviseren, de hulpvraag helder te krijgen en hen waar mogelijk met kortdurende/cyclische hulp te stimuleren zo zelfredzaam mogelijk te zijn. Een subsidieaanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als ze alle activiteiten uit a tot en met d bevatten.
Lid 11 en 12: JOGG-aanpak. Met deze subsidie wordt een structurele bijdrage beoogd aan een gezonde leefomgeving voor kinderen en jongeren, door in te zetten op een integrale en preventieve aanpak van overgewicht. De JOGG aanpak vormt daarbij het inhoudelijk kader, omdat deze uitgaat van samenwerking tussen verschillende domeinen en leefomgevingen, zoals gezin, school en vrije tijd. Door preventie vroeg in te zetten en verbinding te maken tussen individuele ondersteuning en collectieve voorzieningen, wordt gewerkt aan duurzame gedragsverandering en het verkleinen van gezondheidsrisico’s op latere leeftijd. Een subsidieaanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als ze alle activiteiten uit a tot en met c bevatten.
Lid 13 en 14: Slachtofferhulp Met deze subsidie wordt beoogd dat slachtoffers zo snel mogelijk passende en samenhangende ondersteuning krijgen, afgestemd op hun persoonlijke situatie. Samenwerking met ketenpartners is daarbij essentieel om slachtoffers niet te belasten met versnipperde hulpverlening en om tijdig de juiste expertise in te zetten. Door afstemming tussen hulpverlenende en justitiële organisaties wordt de toegankelijkheid, continuïteit en effectiviteit van de ondersteuning versterkt en wordt bijgedragen aan herstel en het vergroten van de eigen regie van slachtoffers.
Lid 15 t/m 17: POH Jeugd Met het subsidiëren van de POH Jeugd wordt ingezet op het versterken van de mentale gezondheidszorg in de eerste lijnszorg, dicht bij kinderen, jongeren en hun ouders. Door de inzet binnen de huisartsenpraktijk wordt laagdrempelige ondersteuning geboden op een vertrouwde plek, waardoor problemen eerder worden herkend en passende hulp sneller kan worden ingezet. De POH Jeugd vervult daarmee een belangrijke schakelfunctie tussen huisartsenzorg, preventie en jeugdhulp, en draagt bij aan het ontlasten van specialistische zorg door tijdige signalering en kortdurende begeleiding. De gemeentebrede organisatie en uniforme inzet zorgen voor een samenhangende aanpak en gelijke toegankelijkheid voor alle inwoners van Maastricht. Een subsidieaanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als ze alle activiteiten uit a tot en met f bevatten.
Lid 18: mentale gezondheid met focus op verslavingsproblematiek Met deze subsidie wordt ingezet op het versterken van de mentale gezondheid van inwoners door verslavingsproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. Daarbij wordt uitgegaan van een integrale benadering waarin preventie, vroegsignalering en schadebeperking elkaar aanvullen. Door zowel kinderen, jongeren als opvoeders en professionals te ondersteunen, wordt gewerkt aan het vergroten van weerbaarheid en het tijdig bespreekbaar maken van zorgen. Laagdrempelige vormen van ondersteuning dragen eraan bij dat inwoners passende hulp weten te vinden en zwaardere problematiek kan worden voorkomen of niet verergert. Een subsidieaanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als ze alle activiteiten uit a tot en met d bevatten.
Artikel 6: Breed welzijnswerk De categorie Breed welzijnswerk dient integraal te worden aangevraagd. De activiteiten binnen samenlevingsopbouw, jeugd en gezinswerk, schoolmaatschappelijk werk en maatschappelijk werk vormen één samenhangend geheel en versterken elkaar in de uitvoering. Door deze domeinen gezamenlijk te organiseren ontstaat een stevige sociale basis in wijken en buurten, waarin preventie, ondersteuning en participatie logisch op elkaar aansluiten. De subsidiëring is gericht op het duurzaam versterken van de veerkracht van inwoners en gemeenschappen. Daarbij ligt de nadruk op het vergroten van eigen kracht, onderlinge betrokkenheid en zelforganisatie, met professionele ondersteuning waar dat nodig is. De inzet dichtbij inwoners, in wijken, scholen en ontmoetingsplekken, maakt het mogelijk om signalen vroegtijdig op te vangen en passende ondersteuning te bieden voordat zwaardere zorg noodzakelijk wordt. Kenmerkend voor het brede welzijnswerk is de integrale werkwijze: professionals en vrijwilligers werken samen, netwerken worden actief benut en verbindingen tussen het sociaal en zorgdomein worden versterkt. Door deze aanpak wordt niet alleen hulp geboden bij individuele vragen, maar ook bijgedragen aan sterke sociale netwerken en een inclusieve leefomgeving waarin inwoners elkaar weten te vinden en te ondersteunen.
Subsidie is bedoeld voor professionele organisaties zonder winstoogmerk. Dit zijn organisaties die werken met betaalde professionals, eventueel ondersteund door vrijwilligers. De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moeten plaatsvinden in Maastricht of, als het gaat om de gemeente Maastricht die een centrumfunctie vervult, kunnen de activiteiten ook in gemeenten in de regio plaatsvinden. De organisatie moet duidelijk verbonden zijn met Maastricht of de regio en actief samenwerken met lokale of regionale partners. De organisatie moet stabiel en betrouwbaar zijn, met een goed geregelde organisatie en financiën. Zij bestaat minimaal één jaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het adres van de organisatie is geen privé woonadres.
Het is ook mogelijk om gezamenlijk subsidie aan te vragen. Eén organisatie treedt dan op als penvoerder en is het aanspreekpunt en verantwoordelijk voor de uitvoering en de afhandeling van de subsidie.
Er wordt alleen subsidie verleend als hiervoor geld beschikbaar is in de begroting. De subsidies worden verleend voor activiteiten die bijdragen aan drie hoofdcategorieën, die onderverdeeld zijn in subcategorieën. Voor elke subcategorie van categorie I en II wordt een maximumbedrag (een subsidieplafond) vastgesteld. Voor categorie III als geheel wordt een subsidieplafond vastgesteld. Deze bedragen worden jaarlijks door het college vastgesteld. Dit maximumbedrag is het totaal dat beschikbaar is voor de betreffende (sub)categorieën.
Artikel 9. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Alle subsidiebedragen die worden verleend zijn inclusief BTW. Subsidie wordt alleen verleend als het om kosten gaat die redelijkerwijs gemaakt moeten worden om de activiteiten uit te voeren. Subsidie voor: grote aankopen of investeringen, loonkosten hoger dan het wettelijk toegestane maximum of kosten waarvoor al geld wordt ontvangen via een andere regeling of opdracht van de gemeente Maastricht komen niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 10. Wijze van verdeling
Als er meer geld wordt aangevraagd en het subsidieplafond wordt overschreden, worden de aanvragen met elkaar vergeleken. De gemeente bekijkt per subcategorie (in geval van het breed welzijnswerk wordt naar de categorie gekeken) welke aanvragen het beste aansluiten bij de doelen en bijdraagt aan het beleid, de kwaliteit en toekomstbestendigheid van het aanbod, de lokale verankering, de samenwerking met andere organisaties, de uitvoerbaarheid en de prijs kwaliteitverhouding. In de bijlage van de subsidieregeling is opgenomen op welke wijze de score plaatsvindt. Rangschikking vindt plaats op basis van de hoogste score, totdat het beschikbare budget is bereikt.
Tweede lid: De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria:
Onder a: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoel(en) van de subsidieregeling en leidt tot aantoonbare impact (maximaal 30 punten):
Bij dit criterium beoordelen wij in hoeverre de voorgestelde activiteiten bijdragen aan de beleidsdoel(en) (zie de algemene toelichting) van deze subsidieregeling en wat dit concreet oplevert voor de doelgroep. Van aanvragers verwachten wij dat zij:
Een hogere score wordt toegekend wanneer:
Het gaat hierbij niet alleen om wat u doet, maar vooral om waarom dit bijdraagt aan het beleid en wat het oplevert
Onder b. De mate waarin het aanbod aanvullend, passend en toekomstgericht is (maximaal 30 punten)
Voor een sociale basis in beweging is het niet voldoende om simpelweg meer aanbod te creëren. Minstens zo belangrijk is dat het aanbod passend is, dat er sprake is van een goede spreiding en aansluit bij een mix van doelgroepen. Van aanvragers wordt daarom verwacht dat zij duidelijk kunnen toelichten in hoeverre hun aanbod aanvullend is en daadwerkelijk bijdraagt aan de bestaande voorzieningen. Het kan voorkomen dat het aangevraagde aanbod al zonder gemeentelijke subsidie beschikbaar is en daarmee al voorziet in de vraag. In dat geval heeft de aangevraagde activiteit onvoldoende meerwaarde om voor subsidie in aanmerking te komen. Ook kan uit de weging van de aanvragen blijken dat er voor vergelijkbare activiteiten meerdere subsidieaanvragen zijn ingediend. Wanneer de optelsom van deze aanvragen leidt tot een overaanbod van hetzelfde type activiteiten, worden alleen de best beoordeelde aanvragen gehonoreerd, en wel totdat de vastgestelde vraag is ingevuld. De overige aanvragen worden lager gerangschikt en niet toegekend. Daarnaast kunnen er keuzes nodig zijn om te komen tot een evenwichtige en diverse mix van activiteiten. Het honoreren van méér van hetzelfde, of van meerdere initiatieven met hetzelfde doel, zou betekenen dat er op andere maatschappelijke opgaven onvoldoende aanbod beschikbaar is. Om die reden worden afwegingen gemaakt die bijdragen aan een brede, evenwichtige en effectieve sociale basis.
Onder c. De mate waarin sprake is van verankering in lokale danwel regionale bestaande, duurzame netwerken en waarbij sprake is van effectieve samenwerking met relevante partners die bijdraagt aan samenhang, bereik en kwaliteit van de dienstverlening.(maximaal 30 punten)
Een sociale basis vraagt nabijheid, continuïteit en samenwerking. Met dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de aanvrager is ingebed in bestaande lokale en/of regionale netwerken en effectief samenwerkt met relevante partners. Daarbij wordt gekeken naar de mate van duurzaamheid en structurele aard van deze samenwerkingen, de rol van de aanvrager binnen het netwerk en de bijdrage van de samenwerking aan samenhang, bereik, continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening. Hoe sterker en bestendiger de verankering en samenwerking, des te hoger de score.
Onder d. De mate waarin de voorgestelde activiteiten realistisch, uitvoerbaar en haalbaar zijn binnen de beschikbare tijd, middelen en capaciteit. (maximaal 30 punten)
Het is van belang dat activiteiten realistisch en uitvoerbaar zijn, omdat dit de basis vormt voor betrouwbare en effectieve ondersteuning van inwoners. Niet-realistische plannen leiden vaker tot uitval, bijsturing achteraf of teleurstelling bij inwoners en partners. Realistische en haalbare activiteiten dragen juist bij aan vertrouwen, stabiliteit en duurzaamheid binnen de sociale basis. We beoordelen met dit criterium in hoeverre de voorgestelde activiteiten concreet zijn gepland, proportioneel zijn ten opzichte van de beschikbare inzet en voldoende zijn onderbouwd. Daarbij wordt ook gekeken naar flexibiliteit en de mogelijkheid om bij te sturen.
Onder e. De mate waarin middelen doelmatig worden ingezet. (maximaal 30 punten)
Met dit criterium wordt gekeken of het gevraagde budget op een verstandige manier wordt ingezet voor de geplande activiteiten en resultaten. Daarbij wordt beoordeeld of de kosten passen bij wat er wordt gedaan en bereikt, of de begroting logisch en realistisch is opgebouwd en of de omvang van het aanbod in verhouding staat tot de inzet van middelen. Ook wordt meegenomen of de organisatie zicht houdt op de uitgaven en voortgang en waar nodig kan bijsturen, zodat de middelen zorgvuldig worden besteed.
Bij een subsidieaanvraag moet duidelijk zijn wat de organisatie wil gaan doen en waarom. Daarom beschrijft de aanvrager welke activiteiten worden uitgevoerd en hoe deze passen bij de doelstellingen van de regeling. Ook wordt een overzicht gegeven van de kosten en hoe deze worden betaald, bijvoorbeeld met subsidie, eigen middelen of andere bijdragen.
Wanneer de organisatie nog niet eerder subsidie heeft aangevraagd, is aanvullende informatie nodig over de organisatie zelf, zoals oprichtingsgegevens en financiële stukken van het vorige jaar.
Per organisatie mag één subsidieaanvraag worden ingediend. Deze aanvraag heeft betrekking op één onderdeel van de regeling. Alleen in specifieke gevallen is een combinatie mogelijk. Als dat zo is, moet per onderdeel apart worden aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd en welke kosten daarbij horen.
Artikel 14. Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan besluiten een subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen wanneer de aanvraag niet past binnen de uitgangspunten van deze regeling. Dit kan onder meer het geval zijn als de aangevraagde kosten al op een andere manier worden vergoed, als kosten al zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend of als de activiteiten onvoldoende bijdragen aan het doel van de regeling. Ook wanneer activiteiten niet goed uitvoerbaar of financieel haalbaar zijn, of wanneer zij niet passen binnen het algemeen belang of de openbare orde, kan dit leiden tot afwijzing. Daarnaast kan een subsidie worden geweigerd als de aanvrager zelf over voldoende middelen beschikt of als er in de stad of wijk al voldoende passend aanbod aanwezig is.
Organisaties die subsidie krijgen, doen activiteiten voor inwoners van Maastricht (of het gebied waarvoor Maastricht centrumgemeente is). Ze werken daarbij samen met andere organisaties in de buurt. Zo zorgen zij samen voor goede afstemming en kunnen inwoners, als dat nodig is, worden doorverwezen. De activiteiten vinden plaats op plekken die goed bereikbaar, veilig en toegankelijk zijn voor iedereen. Ook wordt verwacht dat organisaties letten op signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling en weten wat zij dan moeten doen. Van de subsidieontvanger verwachten we een actieve bijdrage aan inclusie bijvoorbeeld door aan te geven hoe zij ten aanzien van hun cliënten/deelnemersbestand en eigen organisatie bezig zijn met diversiteit om zo ook mensen in kwetsbare posities te bereiken. Tot slot werkt de subsidieontvanger met aanpakken die bewezen goed werken of die in de praktijk effectief zijn, zodat inwoners goede ondersteuning krijgen.
Het college kan een deel van de subsidie vooraf betalen. In de subsidieverlening staat hoe en wanneer dit gebeurt. Bij subsidies tot € 75.000 wordt meestal het grootste deel alvast betaald. Bij hogere bedragen wordt gekeken naar wat de organisatie nodig heeft om de activiteiten uit te voeren. Op basis daarvan wordt afgesproken hoe de subsidie in delen wordt uitbetaald.
Uiterlijk voor 1 juni in het kalenderjaar na afloop van de gesubsidieerde activiteiten dient de organisatie een verzoek tot vaststelling in. Daarbij geeft de organisatie aan wat er is gedaan en hoe het geld is besteed. De manier waarop dit gebeurt, sluit aan bij de regels uit de Algemene subsidieverordening. Hoe uitgebreid de verantwoording is en wanneer deze moet worden ingediend, hangt af van de hoogte van de subsidie. Bij lagere bedragen volstaat een beknopte inhoudelijke toelichting en een financieel overzicht. Bij hogere bedragen is een uitgebreidere verantwoording nodig, inclusief duidelijke financiële onderbouwing. Bij subsidies die meerdere jaren lopen, wordt deze verantwoording jaarlijks ingediend. Als de subsidie betrekking heeft op meerdere onderdelen, moet per onderdeel afzonderlijk inzicht worden gegeven. De indeling van de financiële verantwoording is gelijk aan de indeling van de begroting die bij de subsidieaanvraag is verstrekt.
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026. Subsidie voor activiteiten voor 2027 kunnen vanaf die datum tot uiterlijk 1 september worden aangevraagd. Vanaf 2028 kunnen subsidies nog steeds tot uiterlijk 1 september van het voorafgaande jaar worden ingediend.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-311327.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.