Gemeenteblad van Haarlemmermeer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlemmermeer | Gemeenteblad 2026, 311272 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlemmermeer | Gemeenteblad 2026, 311272 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels warmtenetten Haarlemmermeer 2026
Voor u liggen de Nadere Regels Warmtenetten gemeente Haarlemmermeer (verder: Nadere Regels).
Deze Nadere Regels zijn van toepassing op alle warmtenetten die in openbare grond van de gemeente Haarlemmermeer (komen te) liggen. Deze Nadere Regels gelden in alle gevallen waarin het college een vergunning verleent voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van warmtenetten. Ook gelden deze Nadere Regels voor opbrekingen bij werkzaamheden van niet-ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden.
De gemeente onderschrijft het belang van warmtenetten. Zij wil controle houden over het gebruik en inrichting van de openbare ruimte en de bodem. Tevens wil zij ook de bewoners en bedrijven een duurzame warmteoplossing bieden en waar mogelijk de belanghebbenden ook middels participatie betrekken in het ontwerpproces. Ook wil zij de overlast ten tijde van de (aanleg)werkzaamheden beperken. Daarom hecht zij belang aan een zorgvuldig ontwerpproces en een te sluiten overeenkomst over de door de gemeente en door de initiatiefnemer te maken kosten en af te geven garanties. Ook schrijft zij voor dat voor het ontwerp van de vergunningsplichtige warmtenetten, zij het schetsontwerp (SO), voorlopig ontwerp (VO) en definitief ontwerp (DO) toetst en dat de initiatiefnemer de Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC)-aspecten van het project in kaart brengt en beheerst voordat de initiatiefnemer de vergunning aanvraagt.
Deze Nadere Regels omvatten nadrukkelijk geen bepalingen betreffende de warmtebron. Voor regels en bepalingen omtrent de warmtebron, bovenop de reeds geldende wet- en regelgeving, wordt (anno 2026) door de gemeente nog een nadere visie en beleid ontwikkeld.
Op grond van de Verordening warmtenetten Haarlemmermeer 2026 (hierna: de Verordening) is voor alle werkzaamheden aan warmtenetten, behoudens die van een niet-ingrijpende aard en voor spoedeisende werkzaamheden, een warmtenetvergunning vereist. Voor het behandelen van een initiatief tot aanleg van een warmtenet en een aanvraag om een vergunning zijn leges verschuldigd (zie de Tarieventabel bij de Legesverordening). De Verordening bevat voorts onder meer bepalingen over de vergunningprocedure en de beslistermijnen, intrekking en wijziging van de vergunning en over handhaving en toezicht.
Deze Nadere Regels zijn mede gebaseerd op artikel 2.3 van de Verordening Warmtenetten dat bepaalt dat het college in ieder geval nadere regels stelt met betrekking tot:
Daarom hebben deze Nadere Regels tot doel om:
Om deze doelstellingen te bereiken, bevatten deze Nadere Regels uniforme voorbereidings- en uitvoeringsvoorschriften voor alle warmtenetten in het openbare gebied van de gemeente Haarlemmermeer. De Nadere Regels gelden uitdrukkelijk ook voor de werkzaamheden van niet-ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden, waarvoor op grond van artikel 2.9 van de Verordening Warmtenetten een melding moet worden gedaan.
Dit document met Nadere Regels is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden veel gebruikte begrippen nader omschreven. Hoofdstuk 3 bevat de algemene voorschriften en beperkingen voor ontwerp- en graafwerkzaamheden en een beschrijving van de verschillende procedures. De hoofdstukken 4, 5 en 6 bevatten respectievelijk voorschriften voor het ontwerp van het tracé, uitvoeringsvoorschriften en voorschriften voor het werken in de openbare ruimte. Onderdeel van deze Nadere Regels zijn bijlagen, zoals de poster boombescherming bij graafwerkzaamheden.
2.1 Betrokken partijen & rolverdeling
In de praktijk zijn er vaak verschillende partijen in verschillende rollen betrokken bij werkzaamheden aan warmtenetten: initiatiefnemer, warmtenetexploitant (warmtebedrijf/warmtenetbeheerder), vergunningaanvrager, vergunninghouder, opdrachtgever en aannemer. Ook kunnen meerdere van deze rollen door één en dezelfde partij worden vervuld.
Voor de gemeente is tijdens de SO-, VO- en DO-fases de initiatiefnemer het aanspreekpunt en tijdens de uitvoeringsfase alleen de vergunninghouder aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) naleven van het bepaalde bij of krachtens de Verordening, ongeacht de relatie tussen initiatiefnemer cq. vergunninghouder enerzijds en een eventueel ingenieursbureau cq. warmtebedrijf/-netbeheerder en aannemer anderzijds. De gemeente behoudt zich echter het recht voor om in dringende gevallen tijdens de uitvoering handhavingsmaatregelen rechtstreeks met de aannemer af te handelen en de vergunninghouder naderhand, maar zo snel mogelijk, daarvan in kennis te stellen.
Middels het aangaan van een overeenkomst met de initiatiefnemer wordt geborgd dat de gemeentelijke kosten en eventuele risico’s voor het te ontwerpen en uit te voeren werk worden afgedekt.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer.
Het rechtspersoonlijkheid bezittende overheidslichaam de gemeente Haarlemmermeer.
De personen die bij of krachtens de Verordening zijn aangewezen om toezicht te houden over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Verordening.
De medewerkers van de gemeente Haarlemmermeer die op grond van de Verordening fysiek domein en de Algemene wet bestuursrecht door het college zijn aangewezen om toezicht te houden op de uitvoering van werkzaamheden in de openbare ruimte.
De natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de feitelijke (graaf)werkzaamheden worden verricht (ook wel de uitvoerende partij of grondroerder genoemd).
De natuurlijke of rechtspersoon welke zijn of haar voornemen voor de aanleg van een warmtenet kenbaar maakt bij de gemeente en de in deze Nadere Regels opgenomen processtappen doorloopt en opgenomen voorschriften opvolgt.
De natuurlijke of rechtspersoon die opdracht geeft tot het uitvoeren van een werk waarbij graafwerkzaamheden worden verricht.
De natuurlijke persoon of rechtspersoon die een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Verordening aanvraagt.
De natuurlijke of rechtspersoon, in de regel een warmtebedrijf/-netbeheerder, aan wie het college een vergunning heeft verleend als bedoeld in artikel 2.1 van de Verordening.
Degene die als natuurlijk persoon, handelend in de uitvoering van een beroep of een bedrijf, dan wel als rechtspersoon een warmtenet beheert.
Het realiseren van een (wijziging van het) warmtenet, inclusief het ontwerp(proces), voorbereiding, uitvoering en overdracht.
Een gewaarmerkte tekening die de gerealiseerde ligging aangeeft, welke warmteleidingen, kabels, mantelbuizen en overige leidingen, expansielussen, verdeelstations, huisaansluitingen en alle overige aanverwante onderdelen aangebracht zijn in X-, Y- en Z-coördinaten volgens het RD-stelsel, alsmede hoeveel kabels en leidingen gelegd zijn in een sleuf(deel). De Z-coördinaat wordt over het algemeen alleen in die gevallen gebruikt waarin de warmteleidingen niet op de door de gemeente aangegeven of wettelijk bepaalde profieldiepte zijn gelegd. Tevens zijn alle zichtbare en onzichtbare mutaties (zoals wijzigingen in funderingsmaterialen en laagdiktes hiervan) in de openbare ruimte ingemeten en gedefinieerd, zoals voorgeschreven in het bij start van de uitvoeringswerkzaamheden geldende versie van het objectenhandboek BGT-IMgeo.
Deze beslisboom staat in de door het College van B&W vastgestelde ‘Leidraad Inpassing Middenspanningsruimten’ en omschrijft de volgorde van de te maken afwegingen voor plaatsing van bovengrondse objecten.
Een plan waarin alle maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken zijn beschreven rondom ontwerp, uitvoering, beheer en onderhoud van het Warmtenet. Het is bedoeld om alle belangrijke stadia tijdens het ontwerp, de uitvoering, het beheer en onderhoud van het Warmtenet goed te kunnen beheersen. Hierin wordt vermeld de contactgegevens van degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden voorbereid en verricht, hoe omgegaan wordt met bereikbaarheid (verkeersomleidingsplan en bereikbaarheid voor hulpdiensten), leefbaarheid (beperking overlast omwonenden), veiligheid en communicatie (naar belanghebbenden, zoals participatie).
Buis voor het doorstromen van gassen of vloeistoffen, bestemd bij warmtenetten om een gas of vloeistof als intermediair te gebruiken voor het transport van warmte.
Tijdelijke opschorting van graaf-/opbreekwerkzaamheden op last van de gemeente als gevolg van weersomstandigheden zoals wateroverlast, zware sneeuwval en vorst. Grondslag voor de opschorting is de overlast voor de bewoners, openbare veiligheid of schade aan de openbare ruimte.
Onverwachte verstoring aan het warmtenet, zoals bijv. lekkende verbindingsmof, grote heetwateroverlast door lekkage van de warmteleiding waarbij de omgeving mogelijk grote gevolgen voor openbare orde, veiligheid en/of gezondheid kan ondervinden en per direct tot herstel of reparatie moet worden overgegaan. Voor deze werkzaamheden geldt niet de vergunningplicht van de Verordening.
Terugbrengen van de objecten, groenvoorzieningen, funderings- en verhardingsmaterialen op een vakkundige wijze in hun oorspronkelijke verband, ligging en/of locatie.
De stallingsplaats van uitvoering gerelateerde bedrijfs- en privévoertuigen, vracht-, materiaalwagens, directiekeet, toiletten, boormachines, enz. en de opslag van bouwstoffen, materieel en materialen.
Het ontwerp dat na het voorlopig ontwerp (VO) en voor het uitvoeringsontwerp (UO) komt. Het DO heeft een zeer hoge mate van detaillering. Het DO wordt door de gemeente getoetst en vormt, na volledige goedkeuring, de basis voor de aanvraag van de warmtenetvergunning en bijbehorende (uitvoerings)vergunningen. Na uitvoering wordt het goedgekeurde DO gebruikt bij de overdracht van (onderdelen) van het werk naar de gemeente om te controleren of het werk conform de afspraken in het ontwerp is uitgevoerd. Voor eisen die aan DO gesteld worden wordt verwezen naar het Overdrachtsprotocol.
Een voorziening die in het warmtenet benodigd is en een significant ruimtebeslag in de bodem kent. Deze voorziening is nodig omdat er heet water door het warmtenet stroomt en de leidingen hiervan door het temperatuurverschil gaan uitzetten. Deze uitzetting dient gecontroleerd te gebeuren waarvoor expansievoorzieningen worden aangebracht, bijvoorbeeld middels een expansiebocht of expansielus.
Verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden materiaal.
De locatie waar graafwerkzaamheden worden verricht.
Betreft de melding in MOOR voor het uitvoeren van de graafwerkzaamheden.
Het handmatig en/of mechanisch verrichten van werkzaamheden in de bodem.
Het gebruik van openbare grond ten behoeve van het tijdelijk neerzetten van spullen buiten het werkterrein.
Het gedeelte van de warmteleiding door openbare grond dat een warmtenet verbindt met een netwerkaansluitpunt, zoals een afleverset of -station, ten behoeve van een onroerende zaak zoals bedoeld in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).
Kabels en Leidingen Informatie Centrum van het Kadaster; de instantie die uitvoering geeft aan de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) en zorg draagt voor de uitwisseling van kabel- en leidinggegevens, dit met als doel schade of hinder te voorkomen.
Het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen en verwijderen van warmteleidingen en het verrichten van de hierbij behorende werkzaamheden.
De ten tijde van het ondertekenen van de SOK geldende versie van de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte van de gemeente Haarlemmermeer inclusief de bijbehorende Leeswijzer en eisenset.
Beschermbuis om een kabel of (warmte)leiding, bijvoorbeeld onder een wegkruising.
Afkorting van Meldpunt Opbrekingen Openbare Ruimte. Digitaal Meldsysteem voor het melden van opbrekingen en het aanvragen van vergunningen in de openbare gronden door warmtenetexploitanten of aannemers.
Een door de Stichting Nederlands Normalisatie Instituut uitgegeven norm die ten tijde van het ondertekenen van de SOK geldt.
Afkorting van nadere overeenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten met de gemeente met daarin afspraken over de gemeentelijke kosten, het ontwerp- en/of uitvoeringsproces en zekerheidstellingen voor een bepaald werk. Betreft het vervolg op de SOK.
Het door de gemeente in de LIOR eenzijdig vastgestelde en voor de vergunninghouder verplichte schema in de ligging van kabels en leidingen in openbare gronden voor woningbouw dan wel bedrijfsterreinen.
Openbare grond / Openbare ruimte:
Openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende voetpaden en trottoirs, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken; wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn. Ofwel openbare gronden zoals bedoeld in de begripsomschrijving van de Telecommunicatiewet en die in beheer of eigendom zijn van de gemeente.
Verhardingsconstructie bestaande uit elementen of andere ongebonden materialen, al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd.
De op 04-05-2017 opgestelde en op 10-05-2017 vastgestelde memo getiteld ‘Uitgangspunten toetsen, overdrachten en aanleveren revisiegegevens’, of de opvolger van deze memo die ten tijde van het ondertekenen van de SOK geldt, waarin onder andere de eisen zijn opgenomen voor de aan te leveren toetsdocumenten, het overdrachtsproces en de revisies.
De opening die ontstaat door het verwijderen van verharding en/of grond ten behoeve van het leggen van (warmte)leidingen of kabels.
Voor het aanbrengen van leidingen zonder daarvoor de grond open te graven bestaan verschillende sleufloze technieken. Dit zijn bijvoorbeeld een Open Front Boringen, Gesloten Front Boringen, Horizontaal Gestuurde Boringen, Persingen, Direct Drilling en Pipe Pushing.
Een eerste ontwerp van het initiatief met één tracé op hoofdlijnen en het vervolg van de voorstudie. Het SO heeft een zeer beperkte mate van detaillering. Het SO wordt door de gemeente getoetst. In dit SO is minimaal het volgende opgenomen:
Voor verdere eisen die aan SO gesteld worden wordt verwezen naar het Overdrachtsprotocol.
Afkorting van samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten met de gemeente met daarin afspraken over de gemeentelijke kosten, het ontwerpproces en zekerheidstellingen voor een bepaald werk.
Spoedeisende werkzaamheden, noodzakelijk in verband met een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening van het betreffende warmtenet en waarvan uitstel niet mogelijk is (zie ook Calamiteit).
Verstoring in een ondergronds warmtenet variërend van kleine tot grote impact, waarvan de warmtenetexploitant de urgentie van herstel of reparatie bepaalt en waarbij niet direct tot herstel of reparatie moet worden overgegaan.
Het tijdelijk terugbrengen van de verhardingsmaterialen op een niet noodzakelijke vaktechnische wijze, maar wel zodanig dat het functionele gebruik door het verkeer volledig is hersteld en geen gevaar ontstaat voor de weggebruiker.
De genormeerde kosten verbonden aan het definitieve herstel van de verharding.
Het plan met betrekking tot de werkzaamheden voor de aanleg van het warmtenet, inclusief een opgave van het voorgenomen tijdvak en de eventuele fasering daarbinnen. Dit betreft ook de uitvoeringstekeningen, berekeningen, planning, BLVC-plan, milieuonderzoeken, etc.
Het ontwerp dat na het definitief ontwerp (DO) komt en voor daadwerkelijke uitvoering benodigd is. Het UO heeft voor alle onderdelen van het werk een zeer hoge mate van detaillering. Het UO wordt wel aan de gemeente verstrekt, maar niet door de gemeente getoetst. Het UO is voornamelijk bedoeld voor intern gebruik bij de initiatiefnemer en/of vergunninghouder en/of aannemer. Op basis van het UO wordt door de gemeente, ten behoeve van het houden van toezicht op kwaliteit tijdens de uitvoering, een toezichtsplan opgesteld met bijwoonpunten.
Is een onbekend gebrek aan de openbare ruimte dat pas na voltooiing van de werkzaamheden aan het licht komt en dat de gemeente niet kon opmerken tijdens de uitvoering van het werk ondanks het houden van toezicht. Hieronder vallen bijvoorbeeld buitenproportionele verzakkingen van opgeleverd en goedgekeurd hersteld straatwerk en afwijkende groei, omvallen of sterfte van beplanting. Als norm voor "buitenproportioneel" wordt een verzakking aangehouden van meer dan 0,03 m, die zich binnen één jaar na het eerste herstel voordoet (CROW-norm voor "ernstige schade").
De gemeente kan een verhogingstoeslag verlangen voor het opbreken van jong straatwerk, afhankelijk van de leeftijd van het straatwerk.
De Verordening Warmtenetten Haarlemmermeer 2026.
(Voorbereiding, Toetsing en Administratie) Een gemeentelijke benaming voor de gemeentelijke kosten gemoeid met de toetsing en begeleiding van een werk waar afspraken over worden gemaakt.
Het ontwerp dat na het schetsontwerp en voor het definitieve ontwerp (DO) komt. Het VO heeft een gemiddelde mate van detaillering en is met name gericht op het inzichtelijk maken van de benodigde ruimte voor het warmtenet met alle daartoe behorende onderdelen en de inpassing daarvan in openbaar gebied. Het VO wordt door de gemeente getoetst. Voor eisen die aan VO gesteld worden wordt verwezen naar het Overdrachtsprotocol.
Een globale verkenning van de haalbaarheid en realiseerbaarheid van het initiatief, waarbij vaak meerdere tracés beschouwd worden. De voorstudie komt voor het schetsontwerp (SO). De voorstudie wenst de gemeente wel te ontvangen, maar deze wordt niet door de gemeente getoetst.
warmtenet: geheel van tot elkaar behorende met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen ten behoeve van het transport van warmte of eventueel koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van een collectief warmtesysteem, van en naar een verbruiker of het transport van warmte of eventueel koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van een collectief warmtesysteem, van en naar een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte, met uitzondering van:
degene die als natuurlijk persoon, handelend in de uitvoering van een beroep of een bedrijf, dan wel als rechtspersoon een warmtenet beheert.
Vergunning verleend door het college op grond van de Verordening warmtenetten Haarlemmermeer.
Het gebied waar de vergunde of gemelde werkzaamheden plaatsvinden.
Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard:
Werkzaamheden ten behoeve van warmteleidingen in openbaar gebied met een sleuflengte van maximaal 10 meter, die niet langer dan 3 kalenderdagen duren. Voor deze werkzaamheden geldt niet de vergunningplicht van de Verordening, maar moet minimaal drie werkdagen voor aanvang een digitale graafmelding worden gedaan via MOOR. Separaat hiervan moeten de overige uitvoeringsvergunningen, zoals tijdelijke verkeersmaatregelen, tijdig geregeld worden.
De Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON), die tot doel heeft gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen te voorkomen. Hiertoe zijn leidingexploitanten verplicht om de geografische gegevens van hun belangen te registreren en te delen met grondroerders die hierom vragen.
Een Warmte Overdracht Station waarbij door middel van een warmtewisselaar de warmte overgedragen wordt van een hoofdnetwerk naar een distributienetwerk.
Een door de gemeente bedongen garantie van de vergunninghouder, om te voorkomen dat een vergunninghouder werk niet kan afmaken. Dit kan worden gedaan in de vorm van een bankgarantie. De hoogte van de zekerheidstelling is afhankelijk van de aard en impact van het werk en wordt per initiatief overeengekomen en vastgelegd in een (nadere) overeenkomst.
Bij het ontbreken van een begripsbepaling in deze begrippenlijst, wordt teruggevallen op de begrippenlijst van de Verordening fysiek domein.
Een initiatiefnemer voor de aanleg van een warmtenet dient zich bij de gemeente te melden bij het Ondernemersplein met een voorstudie en SO. Een voorstudie waarin verschillende tracéopties zijn onderzocht en waarin een met argumenten onderbouwd voor een voorkeurstracé is gekozen is op zichzelf niet afdoende. De voorstudie wenst de gemeente wel te ontvangen, maar toetst deze niet. Het melden met de voorstudie en het SO van het warmtenet kan via de website https://haarlemmermeergemeente.nl/voor-ondernemers/contact
Het is aan de initiatiefnemer om een SO te maken waarbij hij rekening houdt met de bepalingen, regels en voorschriften in deze Nadere Regels. Tevens wenst de gemeente een projectplanning op hoofdlijnen, inclusief ontwerpfase, SO-, VO- en DO-toetsingen, vergunningsfase en de uitvoeringsfase, te ontvangen.
Aansluitend op het beoordeelde SO en het uitgebracht GHOW, behoudt de gemeente zich het recht voor het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst (SOK) met de initiatiefnemer in het geval dat er bijvoorbeeld werk-met-werk gemaakt kan worden. In deze SOK wordt nader overeengekomen welke aanvullende afspraken, waaronder financiën, en (afwijkende) regels op de verdere ontwikkeling van het warmtenet van toepassing zijn.
Zowel voor het SO, VO als het DO dient de initiatiefnemer op een overzichtelijke wijze, middels een plantoelichting, inzichtelijk te maken of en op welke wijze voldaan is aan de ontwerpvoorschriften zoals opgenomen in hoofdstuk 4. Indien van voorschriften is afgeweken, dan moet dit specifiek onderbouwd worden. Voor afwijkingen op de LIOR moet, conform de eisen van de LIOR en het overdrachtsprotocol, een separate lijst bijgehouden worden waarbij met redenen onderbouwd wordt aangegeven waarom de afwijking op de LIOR noodzakelijk is. Realisatie van afwijkingen op de LIOR is alleen mogelijk als alle afwijkingen akkoord zijn bevonden door cluster B&O.
Bij het DO wordt, in aanvulling op hetgeen voorgeschreven in de LIOR en het overdrachtsprotocol, van de initiatiefnemer verlangt dat hij ook de volgende stukken aanlevert:
Technische uitwerking en detaillering van kruisingen, zoals met dijken, met watergangen en met andere K&L en riolen evenals een uitwerking van de wijze waarop deze kruisingen worden uitgevoerd. Hierbij specifieke aandacht voor de in de openbare ruimte benodigde (opstel)ruimte om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren;
Het vastgestelde DO kan gebruikt worden voor het aanvragen van een recht van opstal van de objecten behorende tot het warmtenet die bijvoorbeeld boven- en ondergronds in de openbare ruimte worden geplaatst en aanbracht of welke onder overhangingen of overbouwingen van gemeente of derden geplaatst worden. Voor het aangaan van een recht van opstal met derden is de gemeente geen partij, maar zij wenst wel van de resultaten op de hoogte gebracht te worden.
Verdere technische uitwerking van het ontwerp, zoals bijvoorbeeld de inpandige technische installaties, kan de initiatiefnemer verder uitwerken in een uitvoerings- of technisch ontwerp (UO of TO). Deze ontwerpelementen dienen te voldoen aan de geldende (NEN-)normen en wet- en regelgeving, maar deze worden niet door de gemeente binnen de te verlenen warmtenetvergunning getoetst of specifiek vergund.
Conform de Verordening Warmtenetten dient voor alle werkzaamheden aan warmteleidingen in openbare grond voorafgaand aan de werkzaamheden een vergunning voor de aanleg, instandhouding en verwijdering van warmtenetten te worden aangevraagd. De aanvraag moet gaan over het complete tracé vanaf warmteleverancier tot afnemer, tenzij het college hierover anders heeft beslist. Deze vergunningsplicht geldt niet indien het werkzaamheden van niet-ingrijpende aard (graafwerkzaamheden met een sleuflengte van maximaal 10 meter en een maximale duur van 3 dagen) of een calamiteit of spoedeisende werkzaamheden betreft, zie paragraaf 2.3. Hier kan volstaan worden met een melding.
De volgens de Verordening Warmtenetten verkregen vergunning voor de aanleg, instandhouding en verwijdering van het warmtenet is ook een vergunning in de aard van artikel 6.2 lid 1 Verordening Fysiek Domein, namelijk voor een weg aanleggen, de verharding daarvan opbreken, in een weg graven of spitten, aard of breedte van de wegverharding veranderen of anderszins verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Voor het leggen van het warmtenet in gemeentegrond moet tijdig een melding worden gedaan bij het Meldpunt Opbrekingen Openbare Ruimte. De melding wordt digitaal gedaan via de website van het Meldpunt Opbrekingen Openbare Ruimte (MOOR), www.opbrekingen.nl.
Er zijn naast de warmtenetvergunning ook andere vergunningen en meldingen benodigd voor (het mogelijk maken van) de werkzaamheden. Via het Omgevingsloket kan een vergunningencheck gedaan worden. Mogelijk benodigde vergunningen en meldingen zijn onder andere:
Tijdelijke verkeersmaatregelen (TVM). Ten behoeve van de werkzaamheden moet een vergunning worden aangevraagd via MELVIN. Hiervoor geldt een proceduretijd van 28 dagen. Voor meer informatie zie de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/tijdelijke-verkeersmaatregel
Gebruik openbare grond. Voor het gebruik van openbare grond buiten het werkterrein dient separaat toestemming te worden gevraagd aan de gemeente. Afhankelijk van de duur van het gebruik is hiervoor een melding of een omgevingsvergunning benodigd. Voor meer informatie zie de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/gebruik-openbare-grond
Omgevingsvergunning voor bouw. Dit is niet altijd nodig. Voor meer informatie zie de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/vergunningsvrij-bouwen.
Omgevingsvergunning voor de kap van bomen. Voor meer informatie zie de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/kappen-van-een-boom
3.3 Meldingsprocedure spoedeisende werkzaamheden en calamiteiten
Spoedeisende werkzaamheden en calamiteiten worden voorafgaand aan de start van de werkzaamheden aan de gemeente gemeld, dit kan via MOOR. Als een melding vooraf niet mogelijk is, wordt de melding uiterlijk voor 9:00 uur op de eerste werkdag na de start van de uitvoering per e-mail en digitaal meldsysteem gemeld.
3.6 Meldingsprocedure einde graafwerkzaamheden
Als het werk in MOOR gereed is gemeld dan kan op verzoek van de gemeentelijke toezichthouder een schouw plaatsvinden waarin de staat en kwaliteit van de openbare ruimte samen met een vertegenwoordiger van de aannemer gecontroleerd worden. De formele gereedmelding van einde werk kan alleen na oplossen restpunten gedaan worden, zoals omschreven in paragraaf 6.1.
3.7 Overschrijding van de datum van beëindiging werk
Bij dreigende overschrijding van de aangegeven dan wel toegestane tijdsduur van het werk dient voor verlenging ervan toestemming te worden aangevraagd middels een melding aan alle vergunningsverleners. Voor de contactgegevens en wijze waarop deze melding moet worden gedaan wordt verwezen naar de desbetreffende vergunningen. Tevens moet de gemeentelijke toezichthouder middels een melding in MOOR verwittigd worden.
3.8 Tijdelijk opschorten van de warmtenetvergunning (breekverbod)
Bij bepaalde weersomstandigheden, bijv. wateroverlast, zware sneeuwval of vorst, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast voor de bewoners en/of schade voor de gemeente leidt, of andere veiligheidsomstandigheden kan de gemeente overgaan tot het tijdelijk opschorten van een verleende vergunning (“Breekverbod”). De gemeente bepaalt, mede op basis van de plaatselijke weersomstandigheden/condities en de beschikbare meteo informatie en veiligheidsinstructies vanuit hulpdiensten, veiligheidsregio of Burgemeester, of er omstandigheden zijn die het instellen of opheffen van een breekverbod rechtvaardigen.
Indien de warmtenetexploitant en de gemeente vooraf overeenkomen dat, tijdens een opschortingperiode als bedoeld in lid 1, reguliere werkzaamheden aan warmtenetwerken voor levering van warmte niet langer kunnen worden uitgesteld, kan de gemeente onder voorwaarden een ontheffing voor het betreffende werk verlenen. Aanvullend dienen tussen de gemeente en de warmtenetexploitant afspraken te worden gemaakt over tijdelijk - en/of definitief herstel van de openbare weg.
3.9 Aansprakelijkheid en schade
Bij reconstructies of herontwikkeling van bestaande gebieden waarin een bestaand warmtenet aanwezig is, dient de initiator hiervan, bijvoorbeeld de projectontwikkelaar of de gemeente, een geschikt nieuw tracé aan te bieden en overeen te komen met de warmtenetexploitant voor de (her)aanleg van de warmteleidingen. Compensatie van de kosten die gemoeid zijn met deze (her)aanleg worden verrekend volgens de vastgestelde en dan geldende versie van de Nadeelcompensatie kabels en leidingen.
De aanleg, instandhouding en opruiming van alle onderdelen van het warmtenet, zowel bovengronds als ondergronds, geschiedt op een zodanige wijze dat de eigendommen van gemeente en derden niet worden beschadigd en de uitvoering van werkzaamheden door gemeente en van derden niet nodeloos wordt bemoeilijkt. De vergunninghouder neemt dus alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen om te voorkomen dat schade wordt toegebracht aan eigendommen van de gemeente of derden.
Kosten van hulpdiensten, aanbieders van openbaar vervoer de gemeente en/of andere benadeelden die voortvloeien uit de werkzaamheden kunnen rechtstreeks bij betreffende vergunninghouder in rekening worden gebracht. Indien van toepassing moet betreffende vergunninghouder deze kosten vervolgens zelf verhalen bij de veroorzaker van de calamiteit /storing.
Er dient voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een gezamenlijke schouw van het werkterrein, de werkomgeving en depots door de vergunninghouder en toezichthouder plaats te vinden waarbij de staat van de gemeentelijke eigendommen (zoals bijvoorbeeld verharding, lichtmasten, verkeersregelinstallaties (VRI’s), beplanting, opstallen en overige objecten) en eigendommen van derden (zoals bijvoorbeeld geparkeerde voertuigen en opstallen) wordt vastgelegd. De bevindingen worden vastgelegd door de vergunninghouder en deze moeten door de gemeentelijke toezichthouder worden geaccordeerd.
4.1 Eisen ten aanzien van de tracébepaling
De ligging van het warmtenet moet, zowel bij herontwikkeling van de openbare ruimte als bij nieuwbouw en private initiatieven, zowel voor de bovengrondse als ondergrondse inpassing, worden afgestemd door de initiatiefnemer met de gemeente op basis van de werkelijke ligging van de overige in de bodem en in de openbare ruimte aanwezige assets en objecten.
Specifieke eisen aan de horizontale ligging:
In bermen langs rijbanen is de afstand van de buitenzijde leidingen tot de zijkant van de verharding (gemeten vanaf onderzijde fundering) ten minste gelijk aan de diepteligging, tenzij door de gemeente anders wordt bepaald. Het is aan de initiatiefnemer om tijdens de totstandkoming van het ontwerp hier onderzoek naar te doen.
Werkzaamheden aan of bij groenvoorzieningen en bomen worden zoveel mogelijk vermeden. Is dit onvermijdelijk dan wordt eerst overleg met de gemeentelijk coördinator gevoerd, ongeacht of er sprake is van een verlegging in een nieuw of een bestaand tracé. Bij de werkzaamheden wordt de bomenposter in acht genomen (Bijlage 1).
Indien voor nieuwe warmteleidingen een tracé buiten de wortelzone niet mogelijk is, kan de gemeente bepalen dat de wortelzone gepasseerd moet worden door het boren van mantelbuizen onder de wortelzone dan wel een andere maatregel te treffen. CROW-publicatie 280 “Combineren onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen” wordt hierbij als uitgangspunt genomen.
Specifieke eisen aan de verticale ligging:
Bij sleufloze technieken, zoals boringen/persingen in welke vorm ook, is de diepteligging afhankelijk van de situatie ter plaatse. De minimale verticale dagmaat ten opzichte van de te kruisen leidingen bedraagt bij persingen ten minste 0,50 m en bij gestuurde boringen ten minste 5 meter, waarbij de te boren/persen warmteleiding waar mogelijk onder de bestaande te kruisen leiding moet worden gevoerd. Genoemde minimale verticale dagmaat moet aantoonbaar worden gegarandeerd om afwijkingen tijdens de uitvoering op te vangen. Bij gebruik van andere sleufleuze technieken worden de uitgangspunten in overleg met de gemeente vastgesteld.
Bij het kruisen van sloten / open watergangen moet, afhankelijk van het type watergang, een minimale gronddekking van 1,00 m ten opzichte van de ontwerpdiepte van de bodem van de watergang (de waterdiepte volgens de legger oppervlaktewater van het Hoogheemraadschap van Rijnland) worden aangehouden. Indien de aanwezige bodem van de watergang lager ligt dan de ontwerpdiepte van de bodem van de watergang moet een gronddekking van 2,00 m ten opzichte van de aanwezige vaste bodem van de watergang worden aangehouden. Een en ander conform de eisen van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
De Haarlemmermeerpolder is door het Hoogheemraadschap van Rijnland aangeduid als een ‘kwetsbaar kwelgebied’. De ten behoeve van de aanleg benodigde ontgraving(en) moet(en) daarom altijd berekend worden op opbarst- en kwelrisico’s. Hiervoor is lokale bodeminformatie benodigd die de initiatiefnemer zelf moet verzamelen. De brongegevens, berekeningen, uitkomsten en beheersmaatregelen hiervan moeten worden ingediend bij de DO-toetsingen. Deze gegevens zijn ook benodigd voor de aanvraag van uitvoeringsvergunningen.
Ligging nabij andere objecten:
Objecten die kunnen worden beïnvloed door de tracering en aanleg van warmteleidingen moeten vooraf door de aanvrager worden geïdentificeerd. Objecten kunnen onder meer zijn: bestaande wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, primaire- en secundaire waterkeringen, kademuren, viaducten, tunnels, naastliggende kabels en leidingen, bomen (wortelzone en gestelwortels) en gebouwen.
4.2 Situering expansievoorzieningen
Initiatiefnemer dient conform paragraaf 4.1 lid 6B voorafgaand op beoogde locatie een proefsleuf te maken om zich ervan te vergewissen dat er sprake is van afdoende inpassingsruimte volgens de bepalingen in deze nadere regels ten opzichte van ondergrondse infrastructuur en andere ondergrondse inrichting.
4.3 Bovengrondse voorzieningen behorend bij het warmtenet
De initiatiefnemer of vergunninghouder is bij het initiëren en/of aanleg van bovengrondse warmtevoorzieningen verantwoordelijk voor het informeren van en afstemmen met de gemeente en andere belanghebbenden over voorgenomen werkzaamheden en het inzichtelijk maken van belangen van derden incl. impact op de omgeving.
4.4 Bepalingen ten aanzien van de vergunningaanvraag
De vergunningaanvrager is bij het initiëren van projecten en/of aanleg van warmtetransportleidingen verantwoordelijk voor het informeren van en afstemmen met andere leidingexploitanten over voorgenomen werkzaamheden en inzichtelijk maken van ondergrondse belangen van derden incl. kruisingen binnen het beoogde tracé(s). Dit dient schriftelijk te worden vastgelegd en bij de vergunningaanvraag ingediend.
Het in te dienen uitvoeringsplan met betrekking tot de werkzaamheden voor de aanleg van het warmtenet, omvat in ieder geval het volgende:
een door de gemeente akkoord bevonden definitief ontwerp met tekening(en) op een BGT-ondergrond met een schaal van 1:200 (of gedetailleerder) waarop de werkzaamheden ten behoeve van de warmteleidingen of de aanwezigheid daarvan zijn aangegeven en waarop, naast hetgeen is opgenomen in de bepalingen van deze nadere regels, ook de voor beoordeling nodige straatnamen zijn aangeduid;
een plan van aanpak ten behoeve van behoud en bescherming van het openbaar groen, met name bomen, ten tijde van de uitvoering. Hierbij aandacht voor minimaal de aspecten (tijdelijke) grondwaterstand verlagingen, droogte, depotlocaties, kap, verplantingen, boombescherming en voorkomen van aanrijschade;
een BLVC-plan met daarin onder andere vermeld de contactgegevens van degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden verricht, hoe omgegaan wordt met de openbare orde, bereikbaarheid van gronden en gebouwen (verkeersomleidingsplan), leefbaarheid (beperking van overlast), veiligheid en communicatie (een beschrijving van de wijze waarop omwonenden, bedrijven en andere belanghebbenden tijdig vooraf en tijdens het werk in kennis worden gesteld en gehouden van de werkzaamheden);
Voor de inrichting van de openbare ruimte en de gemeentelijke eigendommen, zoals riolering, drainage, verharding en groenvoorzieningen, wordt verwezen naar de bepalingen in de LIOR. Ook de Leeswijzer en het Overdrachtsprotocol zijn van toepassing. Alle ontwerpen dienen te voldoen aan de hieraan gekoppelde bepalingen.
Voor alle in deze nadere regels opgenomen normdocumenten (bijvoorbeeld NEN-normen) of voorgeschreven documenten (zoals LIOR en Overdrachtsprotocol) geldt dat de laatste versie van het betreffende document leidend is. Alleen ingeval van een SOK of ROK waarin specifieke versies van documenten zijn voorgeschreven kan hiervan worden afgeweken.
De initiatiefnemer kan door de gemeente verplicht worden, voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve tracé, op eigen kosten van de initiatiefnemer onderzoek te doen naar de werkelijke ligging van bestaande kabels en leidingen op specifiek aan te geven locaties door middel van proefsleuven. Het resultaat van de proefsleuven (incl. maatvoering) dient bij eerste aanzeggen aan de gemeente verstrekt te worden.
Indien uit de bodem- en funderingsonderzoeken, proefsleuven of tijdens de uitvoering blijkt dat er staalslakken als funderingsmateriaal in de bodem aanwezig zijn, dan dient de initiatiefnemer rekening te houden met hetgeen bepaald in paragraaf 6.3 bepaling 5. De vervangingskosten evenals de stort- en afvoerkosten en andere bijkomende kosten van de staalslakken zijn voor de initiatiefnemer.
Indien tijdens het ontwerpproces de aanwezigheid van staalslakken aan het licht komt, wordt het de initiatiefnemer aanbevolen om direct contact met de gemeente op te nemen. Dan kan vooruitlopend op de toetsprocedure een beoordeling plaatsvinden voor de mogelijkheid van werk-met-werk maken. In geen geval neemt de gemeente de kosten op zich van hetgeen reeds voorzien is in de ontgraving van de sleuf ten behoeve van de aanleg van het warmtenet.
Koppelbalken t.b.v. funderingen mogen alleen worden gekruist als de afstand tussen de bovenkant van de koppelbalken en het maaiveld ten minste 2,00 m bedraagt en de te overbruggen ruimte tussen de koppelbalken is voorzien van een gewapende betonplaat waarboven de leidingen een veilige ligging verkrijgen.
Tijdelijk aan te brengen voorzieningen in de openbare gronden zoals damwanden, heipalen, etc. dienen na voltooiing van de werkzaamheden, overeenkomstig de bepalingen van het Hoogheemraadschap van Rijnland betreffende kwel- en opbarstrisico’s, geheel of deels te worden verwijderd. De toezichthouder van de gemeente dient zowel bij plaatsing als verwijdering tijdig, zijnde twee weken van tevoren, van deze werkzaamheden in kennis te worden gesteld.
Indien voor de uitvoering van de werkzaamheden bemalingen en daarbij behorende retourbemalingen of lozingen benodigd zijn, dan dient de initiatiefnemer de hiervoor benodigde vergunningen of meldingen te doen bij het betreffende bevoegd gezag. Mogelijk moet de samenstelling van het bemalingswater hiervoor nader onderzocht worden. Indien nodig kunnen aanvullende eisen gesteld worden aan het reinigen van het bemalingswater teneinde lozing of retourbemaling mogelijk te maken. Lozing is mogelijk op het DWA-/GWA-riool of oppervlaktewater. Voor DWA-/GWA-riool is gemeente verantwoordelijk, voor oppervlaktewater is dit het Hoogheemraadschap van Rijnland. De initiatiefnemer dient aan te geven hoeveel afvalwater, waar vrijkomt en wat de samenstelling daarvan is. Alle kosten van de onderzoeken, lozing, reiniging en leges etc. zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
Bij het plannen van routes van warmteleidingen en voorzieningen nabij bomen, en in of nabij groenvoorzieningen, dienen de voorschriften uit pararaaf 6.6, 6.7 en 6.8 van deze Nadere Regels in acht genomen te worden. Tevens ter voorbereiding van graafwerkzaamheden nabij bomen dient de handreiking CROW publicatie 280 "Combineren onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen" geraadpleegd te worden.
5.1 Operationele voorschriften
Op het werk moeten minimaal aanwezig zijn de gebiedsinformatie (KLIC-melding, graafmelding), een kopie van de MOOR-melding en (voor zover van toepassing) de warmtenetvergunning met goedgekeurde vergunningstekening en de omgevingsvergunningen zoals bijvoorbeeld kapvergunningen en gebruik openbare grond.
Een samenwerkingsverband van ondernemers (hierna: combinatie) kan de werkzaamheden uitvoeren. Of de werkzaamheden worden door een hoofdaannemer met één of meerdere onderaannemers uitgevoerd. De vergunninghouder dient uiterlijk twee weken voor start van de werkzaamheden aan de gemeente schriftelijk te melden welk persoon van de combinatie of welk persoon van de hoofdaannemer als aanspreekpunt voor de uitvoering zal optreden.
De aannemer van de werkzaamheden aan de warmtenetten heeft tijdens de uitvoering de coördinatieverplichting met de beheerders van aanwezige objecten, zoals dijken, watergangen, spoorlijnen, riolering en parallel of kruisende kabels en leidingen, in bij de gemeente in eigendom of beheer zijnde openbare grond.
Wijzingen in de uitvoering van het werk ten opzichte van de verstrekte gegevens waarop de vergunning is gebaseerd, dienen aan de toezichthouder te worden gemeld. De wijzigingen mogen niet eerder worden gerealiseerd dan nadat hiervoor toestemming is verleend. Bij grote wijzigingen kan van de warmtenetexploitant worden verlangd opnieuw een vergunning aan te vragen.
Volgens de Verordening kan de vergunning ook tijdens de uitvoering worden ingetrokken of gewijzigd. Indien het college wijziging in plaats of samenstelling van de krachtens de vergunning gemaakte werken nodig acht, is de vergunninghouder verplicht op aanschrijving van het college binnen de daarbij te stellen termijn de wijziging uit te voeren, met inachtneming van alle voorschriften en beperkingen.
Voor het gebruik van openbare grond buiten het onder de vergunning vallende werkgebied, bijvoorbeeld ten behoeve van opslag van materieel of materiaal of werkgerelateerde voorzieningen zoals keten of toilet, dient separaat toestemming te worden gevraagd aan de gemeente. Afhankelijk van de duur van het gebruik is hiervoor een melding of een omgevingsvergunning benodigd. Actuele informatie staat op de gemeentelijke website. Zie https://haarlemmermeergemeente.nl/gebruik-openbare-grond
Vervallen leidingen moeten worden verwijderd, tenzij schriftelijk anders met de gemeente overeen wordt gekomen. Indien een vervallen buisleiding om gegronde reden in de ondergrond blijft liggen, dient deze te worden volgeschuimd en/of aan de uiteinden afgedicht te worden ter voorkoming van indringend water, grond, vuil etc. en op de revisie te worden opgenomen.
Vóór het aanvullen van de sleuf of een persput wordt de leidingexploitant van de vrijgegraven naastliggende en/of kruisende kabels en leidingen altijd in de gelegenheid gesteld om zijn kabels en leiding(en) te inspecteren. Vergunninghouder is verplicht om de informatie en coördinatie ter zake uit te voeren.
De aannemer moet de verontreiniging, ontstaan als gevolg van zijn werkzaamheden, tijdig verwijderen. Bij locaties waar geen wegafzetting wordt toegepast dient het (snoei-)afval direct te worden verwijderd. Bij locaties waar wel wegafzettingen door de aannemer zijn geplaatst dient het (snoei-)afval ten minste aan het einde van elke werkdag te zijn verwijderd.
5.2 Verkeersmaatregelen, gebruik openbare grond en bereikbaarheid
Voor tijdelijke verkeersmaatregelen moet tijdig een melding gedaan worden en een vergunning worden verkregen. Voor meer informatie zie https://haarlemmermeergemeente.nl/tijdelijke-verkeersmaatregel
De werkzaamheden moeten naar genoegen van de gemeente in tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat het verkeer over de weg zo min mogelijk wordt belemmerd en dat de belemmering van de bereikbaarheid van woningen, bedrijven en openbare voorzieningen tot het minimum wordt beperkt. De gemeente kan hierin voorschrijven dat er qua planning en fasering nadere afstemming moet plaatsvinden tussen de vergunningsaanvrager en andere partijen die werkzaamheden voorzien in de omgeving of op de omleidingsroutes. Ook kan de gemeente voorschrijven dat (delen van) de werkzaamheden in de avonduren of ’s nachts moeten worden uitgevoerd.
Bij melding in MOOR voor de start van de opbreekwerkzaamheden voegt de melder indien nodig het bijbehorende BLVC-plan met verkeersplan dan wel de tijdelijke verkeersmaatregel toe. Zie voor meer informatie https://haarlemmermeergemeente.nl/aanleggen-kabels-en-leidingen
Voor gebruik van de openbare ruimte voor bijvoorbeeld de tijdelijke opslag van materialen, materieel of keten moet afhankelijk van de duur hiervan van het gebruik een melding worden gedaan of vergunning worden verkregen. Voor meer informatie zie https://haarlemmermeergemeente.nl/gebruik-openbare-grond
Het is niet toegestaan om op zaterdagen, zondagen alsmede nationale feestdagen opbreek-, graaf-, kabel-, aanvulling-, verdichting-, en/of bestratingwerkzaamheden in de openbare gronden te verrichten, met uitzondering van een calamiteit of storing of indien in de warmtenetvergunning of vergunning tijdelijke verkeersmaatregelen, zoals in lid 4 is omschreven, anders is aangegeven.
Het is niet toegestaan om op werkdagen vóór 07:00 uur en na 18:00 uur opbreek-, graaf-, kabel-, aanvulling-, verdichting-, en/of bestratingwerkzaamheden in de openbare gronden te verrichten, met uitzondering van een calamiteit of storing of indien in de warmtenetvergunning of vergunning tijdelijke verkeersmaatregelen, zoals in lid 4 is omschreven, anders is aangegeven.
De gemeente kan de vergunninghouder in specifieke gevallen verplichten werkzaamheden in de avonduren en/of ‘s nachts uit te voeren. De vergunninghouder moet hiervoor alsnog een ontheffing op de APV en/of VFD aanvragen. Voor meer informatie zie https://haarlemmermeergemeente.nl/geluidsontheffing
5.4 Informatie en communicatie
Naast de contactgegevens die in het BLVC-plan of uitvoeringsplan moeten worden vermeld, geeft de aannemer of warmtenetexploitant een telefoonnummer door aan de toezichthouder dat gebruikt kan worden in geval van calamiteiten tijdens de voor de uitvoering vergunde werktijden. In specifieke gevallen kan in de vergunning voorgeschreven worden dat de contactpersoon van de aannemer 24/7 beschikbaar is.
De warmtenetexploitant of aannemer stelt belanghebbenden schriftelijk in kennis van voorgenomen werkzaamheden. In deze kennisgeving worden in elk geval vermeld: aard, startdatum en duur van het werk alsmede naam en telefoonnummer van een bereikbaar contactpersoon van de aannemer. Ook van een verlenging van de werkzaamheden stelt de warmtenetexploitant belanghebbenden schriftelijk in kennis, tenzij de verlenging korter is dan twee dagen.
6. Voorschriften werken in openbare gronden
In geval van het opbreken van verharding niet ouder dan 5 jaar moet met de gemeente overlegd worden over de wijze van herstel om de vereiste kwaliteit te bereiken. De gemeente kan verlangen om de verharding over de volle breedte (van band tot band) opnieuw te straten of om de warmteleidingen via een ander tracé aan te leggen.
Ter plaatse van nieuwbouw-, reconstructie- en herbestratingsprojecten kunnen er tussen de gemeente en civiele aannemers garantie-afspraken bestaan inzake de aanwezige verharding. In die gevallen kan gemeente van de warmtenetexploitant verlangen dat het herstel van de verharding op kosten van de leidingexploitant door de betreffende contractpartij wordt uitgevoerd tegen marktconforme tarieven.
Overal, maar met name in gebieden waar reeds klimaatadaptieve maatregelen zijn genomen, moet de (oppervlakkige) afvoer en/of berging van (hemel)water tijdens de werkzaamheden gewaarborgd blijven. Ondergrondse voorzieningen ten behoeve van de berging van (hemel)water moeten vakkundig en zorgvuldig hersteld worden. De wijze van herstel moet schriftelijk worden overeengekomen voorafgaand aan de uitvoering van de herstelwerkzaamheden. De aannemer dient hiertoe een voorstel in bij de toezichthouder van de gemeente.
6.2 Voorschriften voor werken in (verontreinigde) grond
De gemeente heeft in het “Beleidskader bodem onder de Omgevingswet” regels opgenomen over het graven in grond. Hieronder vallen onder andere regels wanneer zonder nader onderzoek graven in de bodem is toegestaan. Bij het omgevingsplan is een bodemkwaliteitskaart gevoegd. Deze bodemkwaliteitskaart geeft indicatieve informatie over de algemene bodemkwaliteit van de bovenste grondlagen. De kaart is te raadplegen via de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/bodemkwaliteit.
6.3 Ontgraven en verdichten sleuf of werkgat
Ontgraving binnen de wortelzone (overeenkomstig omvang kruin boom) van bomen dient zo beperkt mogelijk te worden uitgevoerd en zo snel mogelijk te worden aangevuld. Tekortkomende grond dient door de aannemer te worden aangevuld. De opbouw van de grondlagen, de grond- of granulaatsoorten en verwerkingsvoorschriften (zoals verdichtingsgraad) moeten worden overeengekomen met de gemeentelijke toezichthouder Groen.
Funderingsmateriaal dat met de uitkomende grond wordt vermengd, is niet meer geschikt om als fundering te worden gebruikt en vervalt aan de aannemer en moet vervolgens door deze op zijn kosten worden afgevoerd. Ook moet de vergunninghouder op eigen kosten zorgen voor gelijkwaardig herstel van de fundering.
Ontgraven funderingsmateriaal kan worden hergebruikt, mits dit geen staalslakken zijn en mits gescheiden van zand is ontgraven en weer gescheiden wordt aangebracht. Indien het funderingsmateriaal bestond uit staalslakken dient, conform de funderingsopbouw in de LIOR, menggranulaat (0/31,5) als nieuw funderingsmateriaal te worden gebruikt. De keuze voor de nieuwe funderingsopbouw moet tevens onderbouwd worden met een onderbouwd en doorgerekend verhardingsadvies, waarbij ook de interactie en de verschillen in funderingsopbouw met te handhaven fundering wordt beschouwd. De vergunninghouder moet op eigen kosten zorgen voor afvoer van de staalslakken, het verhardingsadvies en het herstel van de fundering.
Om verzakkingen in de weg te voorkomen dient de verdichting in lagen te geschieden van maximaal 30 centimeter, waarbij iedere laag afzonderlijk moet worden afgetrild. Indien bij het verdichten, afhankelijk van de uitvoeringswijze en omstandigheden, meer zand nodig is, dient de warmtenetexploitant of aannemer hier zelf zorg voor te dragen.
De verdichtingsgraad van de aanvulling dient minimaal 95% te zijn en/of 98% van de direct naastgelegen grond. De toezichthouder uitvoering kan hierop, bijvoorbeeld met een handsondeerapparaat of nucleaire verdichtingsmeter, controle uitoefenen. De verdichtingsgraad wordt bepaald volgens proef 3 van de Standaard RAW Bepalingen 2020; Wijziging september 2023, dan wel daarvoor in de plaats tredende latere regelingen of aanvullingen van vergelijkbare strekking. Deze verdichtingsgraad is ook van toepassing op locaties waar opslag van materieel en/of materialen heeft plaatsgevonden. Herstel van de juiste verdichtingsgraad dient op kosten van de vergunninghouder te gebeuren.
Sleuven in bermen, plantsoenen en boomvakken dienen volgens oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel te worden aangevuld met het uitgegraven materiaal. Daar waar nodig wordt met schone (bomen)grond, (bomen)granulaat of teelaarde aangevuld. Voor de te hanteren verdichtingsgraad wordt verwezen naar voorgaande bepaling.
Indien een sleuf door een wadi of daarmee gelijkgestelde constructie wordt gegraven, dient na afloop van de werkzaamheden de gehele wadi-constructie weer in de oorspronkelijke vorm, hoedanigheid en functionaliteit te worden hersteld. Indien noodzakelijk dient vergunninghouder op zijn kosten de gehele wadi opnieuw te construeren.
Wanneer na aanvulling en verdichting de grondslag te hoog blijkt, moet deze op de juiste hoogte worden aangebracht. De overtollige grond moet worden afgevoerd. Alle bestratingsmaterialen, trottoirbanden en opsluitbanden dienen in oorspronkelijke staat en onbeschadigd te worden aangebracht. De aannemer dient bij beschadiging zelf te zorgen voor vervangend materiaal dat van dezelfde soort, afmeting, kleur en kwaliteit moet zijn als het oorspronkelijk aanwezige materiaal.
De gemeente kan via De Waterwolf of haar circulaire depot, indien voorradig, vervangend materiaal leveren. Indien het materiaal van de bestaande open verharding voor aanvang van het werk beschadigd blijkt te zijn (vastlegging hiervan in schouw of vooropname voorafgaande aan start van het werk conform lid 1), dan stelt de gemeente het materiaal kosteloos ter beschikking. Als de uitvoerende partij de schade aan het materiaal veroorzaakt en levering wenst via De Waterwolf of het circulaire depot, dan wordt het vervangende materiaal door de gemeente in rekening gebracht.
Tenzij anders overeengekomen met de toezichthouder van de gemeente geldt dat alle weer aangebrachte open verharding ten opzichte van de ongeroerde elementen met een lichte mate overhoogte (bolling) bestraat dient te worden. Binnen het weer aangebrachte straatwerk mogen geen oneffenheden voorkomen. Het straatwerk dient onder hetzelfde profiel en verband te worden bestraat als voor de werkzaamheden aanwezig was.
De ontstane sleuf in de asfaltverharding moet over de volle breedte worden opgevuld en verdicht conform hetgeen verwijderd is. De verschillende asfaltlagen moeten trapsgewijs hersteld worden, waarbij per traptrede een minimale breedte van 0,50 m wordt aangehouden. De ondergrond van de fundering en de funderingslaag moeten hersteld en verdicht zijn volgens de vigerende RAW standaard. Aanwezige geotextielen, funderings- of asfaltwapeningen moeten met een overlap van minimaal 1,00 m aangebracht worden. De markeringen moeten met thermoplast hersteld worden.
Direct aansluitend aan de verdichting moet de sleuf in de asfaltverharding worden dichtgestraat met betonstenen in blokverband op een straatlaag van 50 mm, in een ligging die geen gevaar oplevert. De bovenzijde van de stenen moeten gelijkliggen met het ingezaagde asfalt. De betonstenen moeten door de vergunninghouder voor diens rekening worden geleverd.
Bij het graven van een sleuf in de lengterichting langs een gefundeerde weg dient minimaal een afstand van 0,50 m tussen de rand van de sleuf en de rand van de wegfundering te worden aangehouden. Ingeval de volledige wegbreedte wordt opgebroken dient op kosten van de initiatiefnemer een verhardingsadvies te worden opgesteld teneinde de constructieopbouw van de nieuw aan te brengen fundering en verharding te bepalen. Voor deze berekening dienen de uitgangspunten in de LIOR evenals de wegcategorisering met bijbehorende verkeersintensiteiten en -prognoses gehanteerd te worden.
6.6 Voorwaarden bij uitnemen van groenvoorzieningen
Indien tijdens de uitvoering een afwijking ontstaat ten opzichte van de in het DO goedgekeurde maatregelen voor de groenvoorzieningen, dient de aannemer de gemeentelijke toezichthouder Groen te informeren. Deze toezichthouder bepaald vervolgens welke beplanting (bomen, planten, struiken, gras) wel of niet mag worden verwijderd of gesnoeid en onder welke voorwaarden. Indien hiervoor een (aanvullende) kapvergunning benodigd is, dient deze te worden aangevraagd door de aannemer.
Voor de locaties van de monumentale bomen in de gemeente wordt verwezen naar de website van de gemeente: https://haarlemmermeergemeente.nl/monumentale-bomen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-311272.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.