Gedragscode Integriteit college van burgemeester en wethouders gemeente Zwijndrecht

De raad van de gemeente Zwijndrecht;

 

gelet op artikel 41c lid 2 en artikel 69 lid 2 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders gemeente Zwijndrecht.

 

Inleiding

Goed bestuur = integer

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen.

Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de inwoners van de gemeente Zwijndrecht.

 

Zich houden aan wetten en regels

In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.

 

Opstellen van een gedragscode

De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur.

Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Deze gedragscode heeft betrekking op de collegeleden van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels.

Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk.

 

Zelfbinding, aanspreken en verantwoorden

Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.

 

Het goede doen ook als niemand kijkt

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om:

‘Doing the right thing, even when no one is watching!’

 

Voorbeeldfunctie

Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer.

 

Respectvolle omgang

Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang is van belang:

  • Met inwoners en organisaties,

  • Tussen politieke ambtsdragers onderling,

  • Tussen politieke ambtsdragers en medewerkers.

Daarbij is ruimte voor behoud van eigen politieke inhoud en stijl. In de omgang met inwoners, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.

 

(boven)Lokale netwerken en oneigenlijke beïnvloeding

Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken.

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Voor wie geldt deze gedragscode

Deze gedragscode geldt voor de burgemeester en de wethouders van de gemeente Zwijndrecht maar richt zich ook tot de bestuursorganen.

 

Artikel 1.2 Openbaar en online beschikbaar

Deze gedragscode is openbaar en via overheid.nl beschikbaar.

 

Hoofdstuk 2 Respectvolle omgang

Respectvol en integer omgaan met elkaar, de ambtelijke organisatie en het algemeen bestuur is essentieel voor een goede samenwerking. Dat komt ten goede aan de inwoners en Zwijndrecht als geheel. Iedereen verdient respect, de politieke ambtsdragers van onze organisatie moeten hierin het goede voorbeeld geven. Respect voor inwoners bevordert het vertrouwen in de overheid en leidt tot betere dienstverlening.

 

Artikel 2.1 We gaan respectvol met elkaar om.

Respectvol omgaan met anderen en met elkaar betekent dat je anderen serieus neemt, naar elkaar luistert en fatsoenlijk met elkaar omgaat. Respectvolle omgang komt in ieder geval als volgt tot uiting:

  • Je behandelt anderen met respect (in woord, gebaar en geschrift).

  • Je respecteert verschillen tussen mensen en discrimineert niet.

  • Je gebruikt geen verbaal of fysiek geweld.

  • Je maakt je niet schuldig aan (seksuele) intimidatie.

  • Je maakt je niet schuldig aan pesten, vernedering of buitensluiting.

  • Je maakt geen misbruik van een machtsverhouding of afhankelijkheidsrelatie.

  • Je spreekt anderen aan op ongewenst gedrag.

  • Je stelt je eigen grenzen en respecteert die van anderen.

  • Je laat anderen uitpraten en hebt aandacht voor elkaar.

  • We voeren discussies op inhoud en niet op persoon.

  • Je bent je bewust van je voorbeeldfunctie.

 

Artikel 2.2 Weerbaar bestuur

De gemeente Zwijndrecht heeft beleid in het kader van de Veilige Publieke Dienstverlening.

Intimidatie, bedreiging en ander agressief gedrag zijn niet normaal en horen niet bij het politieke ambt. Net zoals we respectvol met elkaar en anderen omgaan en voorbeeldgedrag laten zien, doen we dat ook wanneer door externen onze norm wordt overschreden. Agressief gedrag wordt gemeld via de van toepassing zijnde meldprocedure. Het belang van weerbaar bestuur komt in ieder geval als volgt tot uiting:

  • We spreken mensen aan die onze norm overschrijden.

  • Stopt het gedrag niet, dan melden we normoverschrijdend gedrag altijd.

  • Ook wanneer je zelf geen of weinig hinder ondervindt van normoverschrijdend gedrag is melden van belang. Melden kan dus ook namens een ander (bemoeirecht en -plicht).

  • De norm en daarbij de melding van de normoverschrijding is een signaal naar buiten en dient ook als zodanig uitgedragen te worden: wij accepteren agressie en intimidatie nooit!

 

Hoofdstuk 3 Voorkomen van belangenverstrengeling

Op grond van artikel 41a en 65 van de Gemeentewet legt een wethouder respectievelijk de burgemeester voordat hij/zij zijn functie als wethouder of burgemeester kan uitoefenen de eed af. Verder staan in de Gemeentewet ook andere bepalingen opgenomen om de onpartijdigheid van het bestuur te waarborgen, denk aan de artikelen 41b en 67 (openbaar maken nevenfuncties), artikelen 36b en 68 (onverenigbaarheden), en artikel 15 (verboden overeenkomsten) van de Gemeentewet. Een wethouder en/of burgemeester probeert (de schijn van) belangenverstrengeling zoveel mogelijk te voorkomen.

 

Artikel 3.1 Nevenfuncties

  • 1.

    Burgemeester en wethouders leveren de gemeentesecretaris de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft de wijzigingen daarin door.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      de omschrijving van de (neven)functie;

    • b.

      de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht;

    • c.

      of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het ambt;

    • d.

      wat het (verwachte) tijdsbeslag is en

    • e.

      of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is dan wel, voor zover die openbaar gemaakt moeten worden, wat de inkomsten daaruit zijn.

  • 3.

    De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Artikel 3.2 Aanvaarding functies vooruitlopend op aftreden

  • 1.

    De burgemeester en wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden.

  • 2.

    Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester.

  • 3.

    Een burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning, de commissaris van de Koning bespreekt een dergelijke situatie met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

 

Artikel 3.3 Draaideurconstructies

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente.

  • 2.

    De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester, dan wel wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oudbestuurders en/of bevriende relaties zijn betrokken.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren de gemeenteraad regelmatig over de toepassing in de praktijk.

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders draagt de burgemeester en/of een wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij.

  • 6.

    Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

 

Artikel 3.4 Bespreekbaar maken van twijfels

  • 1.

    Een collegelid maakt zijn/haar twijfels (tijdig) bespreekbaar aangaande mogelijke belangenverstrengeling van zichzelf of andere politieke ambtsdragers.

    Twijfels over mogelijke belangenverstrengeling van een andere politieke ambtsdrager bespreekt een collegelid bij voorkeur met betrokkene zelf.

  • 2.

    Voor het bespreken van twijfels of voor het vragen van advies kan een collegelid zich in ieder geval wenden tot de burgemeester, de gemeentesecretaris, de integriteitscoördinator en/of een vertrouwenspersoon.

 

Hoofdstuk 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

 

Bij het afleggen van de eed verklaart een collegelid niets aangenomen te hebben of niets aan te zullen nemen of niets te zullen beloven bij het vervullen van de functie ter voorkoming van belangenverstrengeling en/of waarbij de onafhankelijk positie in gevaar komt.

 

Artikel 4.1 Geschenken

  • 1.

    Een burgemeester respectievelijk een wethouder accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 2.

    De burgemeester respectievelijk de wethouder kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.

  • 3.

    Geschenken die de burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.

  • 4.

    De in lid 3 bedoelde geschenken worden zo snel mogelijk overhandigd aan de gemeentesecretaris.

  • 5.

    De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Artikel 4.2 Uitnodigingen

  • 1.

    Een burgemeester respectievelijk een wethouder accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen, anders dan privé, die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.

  • 2.

    Bij twijfel legt de burgemeester respectievelijk de wethouder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 4.3 Excursies, evenementen en buitenlandse reizen

  • 1.

    Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen op rekening van anderen dan de gemeente legt de burgemeester respectievelijk de wethouder vooraf ter bespreking voor aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één week na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, bedoeld in artikel 6.3, tweede lid.

 

Artikel 4.4 Publicatie activiteiten 4.2 en 4.3

Het college publiceert wekelijks een lijst activiteiten als bedoeld onder artikel 4.2 en 4.3 van deze gedragscode met inbegrip van wie de kosten voor deze activiteiten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. De informatie is via internet beschikbaar.

 

Hoofdstuk 5 Informatie

Informatie is voor de uitoefening van de taak collegelid en voor het college als geheel erg belangrijk.

In het openbaar bestuur is het uitgangspunt de openbaarheid van informatie maar in (bij wet) bepaalde gevallen is er sprake van geheime informatie. Het lekken van geheime informatie is strafbaar. Het spreekt voor zich dat er altijd zorgvuldig omgegaan moet worden met informatie.

 

Artikel 5.1 Zorgvuldig omgaan met informatie

Het collegelid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap aan het college beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard en niet in handen van derden terechtkomt.

 

Artikel 5.2 Geen gebruik van informatie voor eigen bate of voor derden

Het collegelid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet-openbare informatie.

 

Artikel 5.3 Beheer van ICT-middelen

Het collegelid laat zijn ICT-middelen niet onbeheerd en onvergrendeld achter en/of laat deze ICT middelen niet gebruiken door vrienden of familieleden.

 

Hoofdstuk 6 Gebruik van voorzieningen van de gemeente

Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk uitgaven door de politieke ambtsdrager zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de politieke ambtsdrager maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het collegelid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.

 

Artikel 6.1 Declaraties

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • 2.

    De burgemeester en de wethouders verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures.

 

Artikel 6.2 Buitenlandse reizen

  • 1.

    Een burgemeester respectievelijk een wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.

  • 2.

    De burgemeester, dan wel de wethouder meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.

 

Artikel 6.3 Register voor buitenlandse reizen

  • 1.

    Een burgemeester respectievelijk een wethouder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente.

  • 2.

    De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Artikel 6.4 Geen buitenlandse dienstreis

Voor de toepassing van de artikelen 6.2 en 6.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland.

 

Artikel 6.5 Spaarzaam omgaan met publieke middelen.

Een burgemeester respectievelijk wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.

 

Artikel 6.6 Gebruik van voorzieningen en eigendommen

Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.

 

Hoofdstuk 7 Uitvoering gedragscode

Artikel 7.1 Bevordering eenduidigheid

De gemeenteraad stelt de gedragscode ten behoeve van het college vast en bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.

 

Artikel 7.2 Integriteitsmanagement ten behoeve van het college

  • 1.

    Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad met hem afspraken over de navolgende onderwerpen:

    • a.

      de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder;

    • b.

      de periodieke bespreking van het overzicht van nevenfuncties en neveninkomsten in de gemeenteraad.

    • c.

      de aanwijzing van vertrouwenspersonen.

    • d.

      de processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitschending van een politieke ambtsdrager van de gemeente.

    • e.

      In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.

  • 2.

    De afspraken als bedoeld onder 1 worden vastgelegd in het reglement van orde van het college van burgemeester en wethouders.

 

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 8.1 Intrekken oude gedragscode

Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht, vastgesteld bij besluit van de raad van de gemeente Zwijndrecht op 16 mei 2017 bekendgemaakt op 19 mei 2017, inwerking getreden op 27 mei 2017 wordt ingetrokken.

 

Artikel 8.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze gedragscode treedt in werking de dag na publicatie.

  • 2.

    Deze gedragscode wordt aangehaald als: Gedragscode Integriteit college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht.

 

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 16 juni 2026

De griffier, De voorzitter

Kim Bijman, Leon Anink

Naar boven