De burgemeester van Amsterdam
Overwegende:
dat uit onderzoek blijkt dat er reden is om het gebied Delflandpleinbuurt aan te wijzen als algemeen overlastgebied, omdat hier meer dan gemiddeld in Amsterdam sprake is van overlast;
dat het aandeel personen dat overlast ervaart in dit gebied blijkens de Veiligheidsindex relatief veel is en dat in de tweejaarlijkse Monitor overlastgebieden van Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam dit gebied ook meermaals is genoemd;
dat in dit gebied relatief veel relevante overlastregistraties zijn bij de politie en gemeente;
dat de Delflandpleinbuurt een relatief klein gebied is waar de openbare orde onder druk staat en sprake is van gebiedsgebonden problematiek. Het gebied kent excessieve overlast van groepen personen die verschillende vormen van overlast veroorzaken, waaronder drugshandel, openlijk drugsgebruik, agressief bedelen en bedreiging;
dat er in de afgelopen jaren veel is ingezet op de overlastproblematiek in de Delflandpleinbuurt, met name door extra inzet van politie en handhaving, het instellen van cameratoezicht, het aanwijzen van een alcoholverbodsgebied, het inzetten van de Lokale Aanpak Overlastgevende Veelplegers en toeleiding naar zorg.
dat deze problematiek ondanks een verscherpte aanpak van de overlast blijft bestaan. Er worden verschillende maatregelen genomen om de openbare orde in het gebied te herstellen zoals extra inzet van toezichthoudende en handhavende partners. De overlast in dit gebied is evenwel dusdanig ernstig dat het ordelijk verloop van het openbare leven ter plaatse in onvoldoende mate met gebruikmaking van alleen deze handhavingsmiddelen kan worden verzekerd;
dat het om voorgaanden redenen noodzakelijk is om het gebied Delflandpleinbuurt aan te wijzen als algemeen overlastgebied. Conform bestendig beleid worden overlastgebieden buiten Amsterdam Centrum in beginsel voor de duur van één jaar aangewezen;
dat het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van vrijheden anderzijds door de burgemeester tegen elkaar zijn afgewogen;
dat in deze afweging aan het algemeen belang om verstoring van de openbare orde te voorkomen meer gewicht dient te worden toegekend dan aan het belang van een overtreder om niet in zijn bewegingsvrijheid te worden beperkt;
dat daarom het hierna nader omschreven gebied op grond van artikel 2.8, eerste lid van de APV door de burgemeester van Amsterdam per 1 juli 2026 wordt aangewezen als een (algemeen) overlastgebied, waar artikel 2.9 van de APV van toepassing is. Het eerste lid van voornoemd artikel bepaalt welke gedragingen kunnen leiden tot het opleggen van een verwijderingsbevel aan een persoon die de openbare orde verstoort. De betrokken persoon dient zich dan onmiddellijk uit het overlastgebied te verwijderen.
Overwegende voorts:
dat de burgemeester de politie gemandateerd heeft tot het opleggen van verwijderingsbevelen voor de duur van 24 uur;
dat de burgemeester de directeur Openbare Orde en Veiligheid heeft gemandateerd tot het opleggen van verwijderingsbevelen voor de duur van één maand en drie maanden;
Brengt ter algemene kennis dat zij op 1 juli 2026 heeft besloten:
Gelet op:
Artikel 2.8 en 2.9 van de APV