Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over subsidieverlening in het sociaal domein (Subsidieregeling sociaal domein Den Helder)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;

 

gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Den Helder;

 

overwegende dat het gemeentebestuur een laagdrempelige sluitende zorgketen voor de inwoners wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;

 

besluit:

 

de volgende nadere regels vast te stellen.

 

Subsidieregeling sociaal domein Den Helder

 

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • -

    Asv: de Algemene subsidieverordening Den Helder;

  • -

    Doelgroep: inwoners van de gemeente Den Helder die baat of belang hebben bij de in hoofdstuk 2 tot en met 7 beschreven activiteiten;

  • -

    LEA: het verplichte overleg van de gemeente Den Helder met schoolbesturen en bestuurders van kinderopvang en samenwerkingsverband over de Lokale Educatieve Agenda, als bedoeld in de artikelen 160 en 161 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 3.42 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • -

    Wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in hoofdstuk 2 tot en met 7 bedoelde activiteiten voor inwoners van de gemeente Den Helder.

Artikel 3 Subsidieplafonds

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks voor de activiteiten genoemd in de artikelen 6 tot en met 22 een subsidieplafond vast. Het subsidieplafond voor de activiteiten wordt per artikel vastgesteld.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 geldt voor artikel 17 lid 3 een subsidieplafond van €120.000,- binnen het vastgestelde subsidieplafond voor dit artikel.

Artikel 4 Aanvraag

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een rechtspersoon.

  • 2.

    Aanvragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op subsidies die per kalenderjaar of per boekjaar worden verstrekt.

  • 3.

    Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend via het digitale subsidieloket op de website van de gemeente Den Helder, tenzij het college in een individueel geval anders besluit.

  • 4.

    In de aanvraag wordt gemotiveerd voor welke subsidiabele activiteiten als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 22 subsidie wordt aangevraagd. Daarbij maakt de aanvrager onderscheid tussen hoofdactiviteit en eventuele nevenactiviteiten.

  • Indien sprake is van meerdere hoofdactiviteiten die betrekking hebben op verschillende artikelen, wordt per artikel een afzonderlijke aanvraag ingediend. De subsidieaanvraag bevat een toelichting op de beoogde resultaten en de bijdrage van de activiteiten aan de doelstellingen van het betreffende artikel.

  • 5.

    Het college kan besluiten dat de subsidieaanvraag niet past binnen het in de aanvraag genoemde artikel van deze subsidieregeling. Het college kan in dat geval bepalen, voor zover dat mogelijk is, dat de aanvraag past binnen een andere doelstelling.

  • 6.

    Een subsidieaanvraag dient te passen binnen het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders en de daarbij behorende nadere uitwerking(en) die door het college zijn vastgesteld.

Artikel 5 Hoogte van de subsidie en wijze van verdelen

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die voldoen aan de bepalingen van deze regeling.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie per aanvraag wordt door het college bepaald, met inachtneming van het subsidieplafond, op basis van:

    • a.

      de aard, inhoud en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstelling;

    • c.

      een redelijke verhouding tussen de kosten van de activiteiten en de te verwachten resultaten.

  • 3.

    Het college kan een lager subsidiebedrag vaststellen dan is aangevraagd indien:

    • a.

      de aangevraagde subsidie niet in redelijke verhouding staat tot de aard, omvang of inhoud van de daarmee beoogde activiteiten; en/of

    • b.

      de aard, omvang of inhoud van de beoogde activiteiten niet in redelijke verhouding staan tot de doelstelling.

  • 4.

    Indien het totaal van de aanvragen die voldoen aan deze regeling het voor de betreffende activiteiten vastgestelde subsidieplafond overschrijdt, rangschikt het college de aanvragen op basis van een beoordeling van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van het betreffende artikel. Daarbij worden de volgende criteria betrokken:

    • a.

      het beoogd effect van de activiteiten en de mate waarin de beoogde doelgroep wordt bereikt;

    • b.

      de doelmatigheid van de activiteiten;

    • c.

      de mate van aansluiting bij gemeentelijk beleid;

    • d.

      de samenwerking met relevante netwerkpartners.

  • 5.

    Het college honoreert de aanvragen in volgorde van rangschikking totdat het vastgestelde subsidieplafond voor de betreffende activiteiten is bereikt.

  • 6.

    Indien aanvragen gelijk eindigen in de rangschikking en het voor de betreffende activiteiten vastgestelde subsidieplafond onvoldoende is om deze volledig te honoreren kan het college de beschikbare middelen naar rato verdelen.

Hoofdstuk 2 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: stimuleren van een stabiel en waardig bestaan voor iedere inwoner

Artikel 6 Financiële problematiek

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor algemeen toegankelijke activiteiten gericht op:

    • a.

      vroegsignalering en preventie van financiële problematiek, waaronder (beginnende) schuldenproblematiek, voor zover dit geen schulddienstverlening betreft als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; en/of;

    • b.

      financiële educatie en ondersteuning gericht op het voorkomen van schulden en het vergroten van financiële zelfredzaamheid.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die niet algemeen toegankelijk zijn, voor zover:

    • a.

      deze activiteiten zijn gericht op inwoners met een laag inkomen of beperkte financiële draagkracht als bedoeld in, of passend binnen, het gemeentelijke minimabeleid;

    • b.

      toegang tot deze activiteiten plaatsvindt op basis van een toets naar inkomen en, voor zover van toepassing, vermogen; en

    • c.

      de activiteiten bestaan uit het bieden van materiële ondersteuning of lichte, niet zorginhoudelijke ondersteuning die direct samenhangt met het verminderen van de gevolgen van armoede en het bevorderen van maatschappelijke participatie, met dien verstande dat geen sprake is van begeleiding, ondersteuning of hulpverlening die naar aard en inhoud is aan te merken als een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet of andere wettelijke regelingen.

  • 3.

    Voor zover het gemeentelijke minimabeleid wordt vastgesteld of geactualiseerd gedurende de looptijd van deze subsidieregeling, kunnen activiteiten die passen binnen de daarin beschreven beleidsontwikkeling voor subsidie in aanmerking komen, mits zij voldoen aan de voorwaarden van dit artikel.

Artikel 7 Opvang en tijdelijke ondersteuning van inwoners in hun woonsituatie

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten gericht op opvang en tijdelijke ondersteuning van inwoners in hun tijdelijke woonsituatie:

  • a.

    het bieden van algemeen toegankelijke dag- en/of nachtopvang;

  • b.

    tijdelijke en niet geïndiceerde begeleiding gericht op stabilisatie van de woonsituatie;

  • c.

    activiteiten die bijdragen aan herstel, dagstructuur en doorstroom naar een stabielere leefsituatie.

Artikel 8 Preventieve jeugdhulp verbonden aan kinderopvang en scholen

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de inzet van jeugdondersteuning zoals beschreven in bijlage 1 “opgave kernteam pedagogische basis op en rond kindcentrum of school”.

  • 2.

    Subsidie kan worden verstrekt voor groepsgerichte activiteiten voor jeugdigen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar met een (risico op) taal- of ontwikkelachterstanden, die door school of wijkteam zijn doorverwezen. De activiteiten, gericht op het verminderen van achterstanden, vinden plaats op een locatie binnen de wijk Nieuw Den Helder. De aanvraag omvat een toelichting op de aanpak, de grootte van de doelgroep en de wijze waarop de ouders worden betrokken.

  • 3.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten voor jeugdigen van 12 tot 18 jaar voor het bewust maken van keuzes voor een profiel, (vervolg)opleiding en beroep door het zoeken van samenwerking met scholen, bedrijven en instellingen binnen en buiten de schoolmuren.

  • 4.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het bevorderen van voorlezen van kinderen en het bevorderen van het lezen door kinderen in de leeftijd van 2 tot 8 jaar. De activiteiten kunnen enkel plaatsvinden in gezinnen, consultatiebureaus en locaties voor- en vroegschoolse educatie.

  • 5.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op indicering voor voorschoolse educatie.

  • 6.

    Subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in lid 1 tot en met 6 kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die aanvullend zijn op bestaande wettelijke taken van scholen en kinderopvangorganisaties.

  • 7.

    In aanvulling op artikel 5 gelden de volgende aanvullende aanvraagvereisten:

    • a.

      Voor aanvragen voor activiteiten zoals in lid 1 bedoeld geldt dat de aanvrager in de aanvraag inzichtelijk maakt voor welke reguliere MBO/VO-schoolonderdelen en/of clusters van scholen primair onderwijs met de daaraan verbonden kinderopvang (bijlage 2) jeugdondersteuning wordt ingezet en op welke wijze de samenwerking met het onderwijs wordt vormgegeven. Bij de beoordeling van de aanvragen jeugdondersteuning is een evenwichtige verdeling naar omvang van de clusters en over de schoollocaties en taakvelden van de jeugdondersteuner uitgangspunt.

    • b.

      Voor aanvragen voor activiteiten zoals in lid 1 en 2 bedoeld, geldt dat in de beoordeling van de aanvraag door het college het advies van het LEA kan worden gevraagd en meegewogen.

  • 8.

    In aanvulling op artikel 24 gelden de volgende bijzondere verplichtingen voor subsidieontvangers vanuit artikel 8

    • a.

      Voor lid 1 verantwoordt de subsidieontvanger, aanvullend op het verzoek tot vaststelling, de activiteiten in een rapportage aan het LEA over de bereikte resultaten en effecten per schooljaar.

    • b.

      Voor lid 2 verantwoordt de subsidieontvanger, aanvullend op het verzoek tot vaststelling, de activiteiten aan het LEA in een rapportage over aantallen kinderen per verwijzer en de bereikte resultaten en effecten per groep.

Artikel 9 Bemoeizorg

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op inwoners met complexe sociaal-psychiatrische problematiek die zorg of ondersteuning mijden en waarbij sprake is van risico’s op maatschappelijke uitval, overlast of ontregeling.

  • 2.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor niet‑zorginhoudelijke activiteiten die gericht zijn op het leggen van contact met inwoners die zorg of ondersteuning mijden, het opbouwen van vertrouwen en het toeleiden naar passende ondersteuning.

Artikel 10 Combinatiefuncties

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het versterken van de verbinding tussen sport en cultuur met andere sectoren zoals onderwijs, welzijn en zorg, en zijn gericht op het bevorderen van participatie, gezondheid en ontwikkelingskansen van inwoners.

  • 2.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor zover deze activiteiten passen binnen de doelstellingen en kaders van de landelijke regeling Brede Regeling Combinatiefuncties.

Hoofdstuk 3 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: kansen bieden aan inwoners van Den Helder om zich optimaal te ontwikkelen en deel te nemen aan de maatschappij

Artikel 11 Inclusiviteit

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op:

  • a.

    het vergroten van bewustwording van historische en hedendaagse vormen van ongelijkheid of uitsluiting;

  • b.

    het bevorderen van maatschappelijk bewustzijn tijdens herdenkings- en feestdagen.

Artikel 12 Voorkomen en terugdringen afstand tot de arbeidsmarkt

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en terugdringen van de afstand tot de arbeidsmarkt en aan maatschappelijke participatie van inwoners van de gemeente Den Helder.

  • 2.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die:

    • a.

      inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiden en ondersteunen bij maatschappelijke participatie of arbeidsactivering, passend bij hun mogelijkheden, en/of;

    • b.

      binnen (vrijwilligers)organisaties worden uitgevoerd die zich inzetten voor de doelen die zijn opgenomen in de programmabegroting van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder voor het jaar waarop de aangevraagde subsidie betrekking heeft. De doelen dragen bij aan participatie, ontwikkeling en zelfredzaamheid van inwoners, en/of;

    • c.

      zijn gericht op het verkleinen van achterstanden op de arbeidsmarkt en het vergroten van de mogelijkheden van inwoners om naar vermogen mee te doen in de samenleving, en/of;

    • d.

      bijdragen aan de integratie, participatie en zelfredzaamheid van inwoners met een migratieachtergrond of andere inwoners met een verhoogde kwetsbaarheid voor maatschappelijke uitsluiting.

Hoofdstuk 4 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: voorkomen en vroegtijdig verhelpen van problemen

Artikel 13 Buurt- en wijkhuizen

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten:

    • a.

      die bijdragen aan het functioneel gebruik en beheer van multifunctionele centra; of

    • b.

      ten behoeve van het samenwerkingsverband van buurt- en wijkhuizen.

  • 2.

    Activiteiten die voor subsidie in aanmerking kwamen op grond van de Tijdelijke subsidieregeling buurt- en wijkhuizen Den Helder zijn op grond van deze regeling uitgesloten van subsidie.

Artikel 14 Vroegsignalering en brede uitvraag

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor algemeen toegankelijke, preventieve en niet-zorginhoudelijke activiteiten die bijdragen aan vroegsignalering en brede uitvraag van ondersteuningsbehoeften van inwoners. Een en ander is toegelicht in bijlage 3.

  • 2.

    Subsidie kan in het bijzonder worden verstrekt voor activiteiten die zijn gericht op:

    • a.

      vroegsignalering van sociaal-maatschappelijke, psychische of praktische problemen die door wijksteunpunten of via andere laagdrempelige voorzieningen worden geconstateerd;

    • b.

      brede uitvraag en toeleiding door een multidisciplinair team in de wijksteunpunten, gericht op het vroegtijdig herkennen van risico’s en kwetsbaarheden;

    • c.

      verbeteren van samenredzaamheid door ontmoetingsactiviteiten, toegankelijke informatie en lichte ondersteuning die bijdraagt aan een gezonde, veilige en betrokken leefomgeving;

    • d.

      activiteiten die bijdragen aan het voorkomen van isolement, eenzaamheid of ontregeling bij inwoners;

    • e.

      activiteiten die inwoners verbinden met informele netwerken en participatiemogelijkheden zoals vrijwilligers, buurtinitiatieven en sociale activiteiten. Deze activiteiten helpen bij het versterken van samenredzaamheid, sociale samenhang en het eerder bereiken van kwetsbare inwoners.

  • 3.

    Activiteiten die primair zijn gericht op financiële problematiek, ondersteuning van minima of schuldpreventie worden niet gesubsidieerd op grond van dit artikel.

  • 4.

    In afwijking van het gestelde in artikel 2 is het mogelijk voor niet-rechtspersonen om een subsidieaanvraag in te dienen voor activiteiten als bedoeld in lid 2 onder b.

Hoofdstuk 5 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: doelgroepen voorzieningen bieden die inwoners van Den Helder helpen bij het oplossen van problemen, klachten en tegenslagen

Artikel 15 Langer thuiswonen voor mensen met dementie

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan een verantwoord thuiswoonperspectief voor mensen met (beginnende) dementie en hun mantelzorger:

    • a.

      het bieden van veilige, gestructureerde ontmoeting en daginvulling;

    • b.

      fysieke en/of mentale activering gericht op behoud van functioneren, voor zover dit geen behandeling of verpleging betreft;

    • c.

      informatie en praktische ondersteuning voor mantelzorgers, voor zover dit geen casemanagement dementie betreft;

    • d.

      activiteiten die bijdragen aan het uitstellen van de inzet van individuele begeleiding en/of dagbesteding op grond van de Wmo.

  • 2.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor algemeen toegankelijke, groepsactiviteiten en niet zorginhoudelijke activiteiten die een lichte, preventieve ondersteuning bieden aan inwoners met (beginnende) dementie en hun mantelzorgers.

Artikel 16 Preventie verslaving en verslavingszorg

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de ondersteuning van jeugdigen en volwassenen bij het vergroten van bewustzijn van verslavingsrisico’s en/of omgaan met verslavingsproblematiek.

Artikel 17 Voorkomen van verzwaring problematiek

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor algemeen toegankelijke, groepsgerichte en niet zorginhoudelijke activiteiten die zijn gericht op het bieden van lichte ondersteuning ter stabilisatie van het dagelijks leven of het voorkomen van achteruitgang in het sociaal en praktisch functioneren van inwoners.

  • 2.

    De lichte ondersteuning, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

    • a.

      lichte ondersteuning bij sociaal-emotionele of psychosociale ontregeling door ingrijpende gezondheids- of levensgebeurtenissen, en/of;

    • b.

      ondersteuning gericht op behoud van praktische zelfredzaamheid bij bestaande kwetsbaarheid.

  • 3.

    In afwijking van lid 1 en lid 2 kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten gericht op ondersteuning aan Caribische gezinnen, gericht op vroegsignalering, toeleiding naar hulpverlening en voorkoming van sociale uitsluiting. Voor deze activiteiten bedraagt het subsidieplafond €120.000,-.

  • 4.

    Activiteiten die naar hun aard en doelstelling zijn gericht op ondersteuning van inwoners met (beginnende) dementie en hun naasten, worden uitsluitend gesubsidieerd op grond van artikel 15 van deze regeling.

Hoofdstuk 6 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: bijdragen aan een veilige, gezonde en vitale leefomgeving

Artikel 18 Gezond en Vitaal

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor algemeen toegankelijke activiteiten die bijdragen aan het bevorderen van een gezonde leefstijl en het versterken van de fysieke en mentale vitaliteit van inwoners, met bijzondere aandacht voor groepen met een verhoogd risico op gezondheidsachterstanden. Het gaat om de volgende activiteiten, zowel collectieve als laagdrempelig individueel, mits deze een preventief karakter hebben en niet-zorginhoudelijk zijn:

    • a.

      leefstijlbevorderende activiteiten, zoals bewegen, sportaanbod, gezonde voeding, valpreventie of bewustwording rondom gezondheid;

    • b.

      groepsgerichte voorlichtingsactiviteiten over gezond gedrag, mentale gezondheid en het voorkomen van gezondheidsproblemen;

    • c.

      activiteiten die bijdragen aan een veilige, gezonde en vitale leefomgeving, zoals preventieve programma’s gericht op jongeren, volwassenen of senioren.

  • 2.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de methodische aanpak schoolverzuim Mazl.

Artikel 19 Kansrijke start

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor preventieve en ondersteunende activiteiten die bijdragen aan een kansrijke start en kansrijk opgroeien van (ongeboren) kinderen en jeugdigen tot en met 4 jaar, door het tijdig versterken van de gezondheid, het welzijn en de opvoed‑ en ontwikkelomgeving van (aanstaande) ouders en gezinnen in kwetsbare situaties.

  • 2.

    De activiteiten sluiten aan bij het landelijke actieprogramma Kansrijke Start.

  • 3.

    De activiteiten zijn gericht op (aanstaande) ouders en gezinnen die te maken hebben met een verhoogd risico op gezondheids‑, opvoed‑ of ontwikkelproblemen, als gevolg van sociale, psychische, financiële of andere samenhangende kwetsbaarheden.

  • 4.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor preventieve en ondersteunende activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan de doelstellingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en die zijn gericht op één of meer van de volgende onderdelen:

    • a.

      het landelijke programma Nu Niet Zwanger;

    • b.

      het vroegtijdig signaleren en in beeld brengen van kwetsbare (aanstaande) gezinnen en jonge kinderen;

    • c.

      het versterken van samenwerking en afstemming tussen professionals uit het medisch, sociaal en informeel domein via routekaarten of zorgpaden;

    • d.

      activiteiten die bijdragen aan een gezonde leefstijl en een rookvrije, veilige en stimulerende omgeving voor jonge kinderen, voor zover passend binnen Kansrijke Start en Kansrijk Opgroeien.

  • 5.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die aanvullend zijn op bestaande wettelijke taken, gemeentelijke inkoop en reguliere voorzieningen. Activiteiten die naar hun aard en doelstelling vallen onder de Subsidieverordening peuteropvang en voorschoolse educatie Den Helder 2024 komen niet voor subsidie op grond van dit artikel in aanmerking.

  • 6.

    Voor zover het lokale gezondheidsbeleid wordt vastgesteld of geactualiseerd gedurende de looptijd van deze subsidieregeling, kunnen activiteiten die passen binnen de daarin beschreven ontwikkeling van Kansrijke Start naar Kansrijk Opgroeien voor subsidie in aanmerking komen, mits zij voldoen aan de voorwaarden van dit artikel.

Artikel 20 Ondersteunen thuiswonen

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor algemeen toegankelijke, preventieve en niet-zorginhoudelijke activiteiten die bijdragen aan het ondersteunen van zelfstandig thuiswonen van inwoners.

  • 2.

    De activiteiten zijn in het bijzonder gericht op het voorkomen van eenzaamheid en het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van inwoners in de thuissituatie.

  • 3.

    Activiteiten die naar hun aard en doelstelling zijn gericht op ondersteuning van inwoners met (beginnende) dementie en hun mantelzorgers, worden uitsluitend gesubsidieerd op grond van artikel 15 van deze regeling.

Hoofdstuk 7 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers

Artikel 21 Mantelzorg

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor algemeen toegankelijke, preventieve en niet zorginhoudelijke activiteiten die bijdragen aan de ondersteuning van mantelzorgers in de gemeente Den Helder.

  • De activiteiten zijn gericht op:

    • het bieden van informatie, advies en laagdrempelige ondersteuning aan mantelzorgers;

    • het versterken van de draagkracht en het verminderen van de belasting van mantelzorgers;

    • het bevorderen van erkenning, waardering en zichtbaarheid van mantelzorg;

    • het faciliteren van ontmoeting, lotgenotencontact en onderlinge ondersteuning tussen mantelzorgers.

  • 2.

    Activiteiten die naar hun aard en doelstelling zijn aan te merken als individuele (geïndiceerde) ondersteuning of zorg op grond van de Wmo 2015 of andere wettelijke regelingen komen niet voor subsidie op grond van dit artikel in aanmerking.

Artikel 22 Digitaal platform vrijwilligers

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het faciliteren, ondersteunen en versterken van een lokaal of regionaal digitaal platform voor vrijwilligers.

  • 2.

    Uitsluitend activiteiten die zijn gericht op de combinatie van digitale kennisdeling, samenwerking, deskundigheidsbevordering en het versterken van de vrijwillige inzet binnen het sociaal domein komen voor subsidie in aanmerking.

Hoofdstuk 8 Aanvullende voorwaarden

Artikel 23 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9 van de Asv wordt de subsidie geweigerd wanneer:

  • a.

    de activiteit een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap bevat die voor een bepaalde groep een drempel opwerpt voor deelname;

  • b.

    het behalen van de resultaten van de activiteiten, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, afhankelijk is van voorwaarden waarvan bij de aanvraag onvoldoende aannemelijk is dat hieraan kan worden voldaan;

  • c.

    naar het oordeel van het college sprake is van een activiteit waarvoor reeds, of redelijkerwijs kan worden, voorzien in financiering op grond van een wettelijke regeling, gemeentelijke inkoop, een andere subsidieregeling of een andere, meer passende financieringsbron.

Artikel 24 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1.

    Naast de verplichtingen op grond van artikel 11 en 12 van de Asv worden aan de subsidies op grond van deze subsidieregeling de volgende verplichtingen verbonden:

    • a.

      accommodaties waar de subsidiabele publieksgerichte activiteiten plaatsvinden zijn goed bereikbaar, fysiek toegankelijk, bruikbaar en veilig;

    • b.

      in externe communicatie over activiteiten waarvoor subsidie is verleend wordt rekening gehouden met inwoners die laaggeletterd zijn of visuele of auditieve beperkingen hebben;

    • c.

      de subsidieontvanger verleent medewerking aan door of namens het college georganiseerde lokale of regionale overleggen, pilots of monitoringstrajecten, voor zover deze betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en redelijkerwijs van de subsidieontvanger kunnen worden verlangd.

  • 2.

    Wanneer activiteiten (mede) worden gefinancierd uit specifieke uitkeringen of landelijke programma’s, zoals SPUK-middelen, IZA-middelen of AZW(A)-middelen, voldoet de subsidieontvanger aan de daarvoor geldende inhoudelijke en administratieve verantwoordingsvereisten.

Artikel 25 Slotbepalingen

  • 1.

    Op subsidies die zijn verleend op grond van de in lid 2 genoemde regeling en die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog niet zijn vastgesteld, blijft die regeling van toepassing.

  • 2.

    De Subsidieregeling Sociaal Domein Den Helder, vastgesteld op 28 januari 2025, wordt ingetrokken.

  • 3.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na die van haar bekendmaking in het elektronisch Gemeenteblad.

  • 4.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sociaal domein Den Helder.

Aldus besloten in de collegevergadering van 23 juni 2026.

burgemeester,

J.A. (Jan) de Boer MSc.

secretaris,

K. (Koen) van Veen

Toelichting bij de Subsidieregeling sociaal domein Den Helder

 

Algemeen

Met de Subsidieregeling sociaal domein Den Helder wordt uitvoering gegeven aan het gemeentelijk beleid gericht op het versterken van de sociale basis, het voorkomen van problematiek en het ondersteunen van inwoners bij het behouden of vergroten van hun zelf- en samenredzaamheid.

 

De regeling biedt een samenhangend kader voor subsidieverstrekking aan preventieve, niet‑zorginhoudelijke activiteiten die bijdragen aan maatschappelijke participatie, een veilige leefomgeving, gezonde ontwikkeling en het voorkomen of verminderen van sociale, psychische, financiële of maatschappelijke problematiek.

Bij de toepassing van deze regeling zijn de volgende beleidskaders leidend:

  • -

    de regiovisie sociaal domein;

  • -

    door de gemeenteraad vastgestelde beleidsnota’s binnen het sociaal domein, zoals beleid op het gebied van jeugd, onderwijs, participatie, gezondheid en dementie.

 

Deze beleidskaders worden betrokken bij de beoordeling van subsidieaanvragen, in samenhang met de doelstellingen en voorwaarden zoals opgenomen in deze subsidieregeling.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1 Definities

In artikel 1 zijn definities opgenomen die specifiek van belang zijn voor deze subsidieregeling. Daarnaast zijn ook de definities uit de Algemene subsidieverordening Den Helder van toepassing op deze regeling, tenzij daarvan in deze subsidieregeling is afgeweken.

 

Artikel 4 Aanvraag

In de subsidieaanvraag maakt de aanvrager inzichtelijk aan welke doelstellingen en beleidskaders de aangevraagde activiteiten bijdragen. In de subsidieaanvraag wordt beschreven voor welke activiteiten subsidie wordt aangevraagd en onder welk artikel van de subsidieregeling de aanvraag beoordeelt dient te worden. Daarbij wordt ook gevraagd expliciet te benoemen welk bedrag wordt aangevraagd.

 

Indien activiteiten beschreven kunnen worden vanuit meerdere artikelen wordt er bij subsidieaanvraag gekozen voor het artikel waar het meeste aansluiting bij wordt gevonden en waarvan de aanvraag inschat dat het effect het grootste en/of het meest direct is ten aanzien van de beschreven activiteit.

 

Indien de subsidievrager diverse (gescheiden) activiteiten onderneemt, bijvoorbeeld ondersteuning ter preventie van financiële problematiek (subsidiabel onder artikel 8) maar ook groepsgerichte activiteiten ter voorkoming van verzwaring van problematiek (subsidiabel onder artikel 17) is het de bedoeling dat er aparte subsidieaanvragen per artikel worden ingediend.

 

Daarbij wordt beschreven hoe de activiteiten aansluiten bij de beleidsdoelen zoals opgenomen in deze regeling en in de onderliggende beleidsstukken.

Waar nodig wordt in de toelichting bij afzonderlijke artikelen of in bijlagen nader uitgewerkt welke activiteiten onder een artikel worden verstaan en welke beleidsmatige accenten daarbij gelden.

 

Verder geldt op deze subsidieregeling het bepaalde in artikel 6 van de Asv.

 

Artikel 5 Hoogte van de subsidie en wijze van verdelen

In aanvulling op artikel 5 lid 3 geldt het bepaalde uit 4:25 Awb; wanneer het beschikbare subsidieplafond volledige honorering van de aanvraag niet toelaat wordt de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk afgewezen.

 

 

Artikel 6 Financiële problematiek

Onder activiteiten als bedoeld in het tweede lid worden onder andere verstaan activiteiten uitgevoerd door maatschappelijke organisaties die zich richten op armoedebestrijding en het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen, zoals de voedselbank, Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport en Cultuur en de speelgoedbank. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan het verminderen van de directe gevolgen van armoede en het bevorderen van maatschappelijke participatie.

 

Artikel 8 Preventieve jeugdhulp verbonden aan kinderopvang en scholen

Voor dit artikel zijn bijlage 1 en bijlage 2 bij de regeling opgenomen. Deze bijlagen geven een nadere uitwerking van de inhoud, doelgroep en organisatie van de activiteiten.

 

Voor het vijfde lid geldt dat activiteiten die vallen onder de zorgplicht van scholen, Jeugdwet-maatwerkvoorzieningen, door de gemeente ingekocht aanbod of andere financieringsbronnen, worden geweigerd op grond van artikel 23 van deze regeling.

 

Artikel 11 Inclusiviteit

Voor het bevorderen van maatschappelijk bewustzijn tijdens herdenkingsdagen wordt gedacht aan een organisatie die zich het volgende tot doel stelt:

  • het geven van richting aan de zingeving van herdenken, vieren en het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog;

  • de organisatie van de jaarlijkse herdenkingen op 4 mei;

  • het (doen) ontwikkelen en voeren van kleine educatieprojecten met als thema inclusiviteit;

  • het (doen) adviseren en ondersteunen van personen die herdenkingsinitiatieven organiseren.

 

 

 

Hoofdstuk 4 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: voorkomen en vroegtijdig verhelpen van problemen

Onder problemen wordt in dit hoofdstuk verstaan:

  • -

    sociaal‑maatschappelijke problemen, zoals eenzaamheid, sociaal isolement of verlies van netwerk;

  • -

    psychische of psychosociale problematiek in een lichte of beginnende fase;

  • -

    praktische problemen in het dagelijks functioneren, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, dagstructuur of zelfredzaamheid;

  • -

    problemen die samenhangen met levensgebeurtenissen of gezondheidsveranderingen en die zonder tijdige ondersteuning kunnen leiden tot zwaardere problematiek.

 

Het gaat nadrukkelijk om preventieve en vroegtijdige ondersteuning binnen de sociale basis.

 

Artikel 14 Vroegsignalering en brede uitvraag

De inhoudelijke toelichting bij dit artikel is opgenomen in bijlage 3 “Toelichting artikel 14: Vroegsignalering en brede uitvraag”. In deze bijlage wordt nader uitgewerkt:

  • -

    wat onder preventie, vroegsignalering en brede uitvraag wordt verstaan;

  • -

    voorbeelden van activiteiten die passen binnen dit artikel;

  • -

    wat niet onder dit artikel valt;

  • -

    uitgangspunten voor samenwerking, privacy en verantwoording.

 

Zoals ook in artikel 14 is bepaald vallen activiteiten die primair zijn gericht op financiële problematiek of schuldpreventie niet onder dit artikel en worden gesubsidieerd op grond van artikel 6 van deze regeling.

 

Artikel 17 Voorkomen van verzwaring van problematiek

Voor activiteiten bedoeld ter ondersteuning van inwoners met (beginnende) dementie en hun mantelzorger(s) is artikel 15 van toepassing.

 

Artikel 21 Ondersteunen thuiswonen

Voor activiteiten bedoeld ter ondersteuning van inwoners met (beginnende) dementie en hun mantelzorger(s) is artikel 15 van toepassing.

 

Artikel 24

Met artikel 24, lid 1, onder c, wordt beoogd dat subsidieontvangers kunnen worden betrokken bij de verdere ontwikkeling en evaluatie van gemeentelijk beleid binnen het sociaal domein.

Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om:

  • deelname aan periodiek overleg met de gemeente of samenwerkingspartners over de uitvoering van gesubsidieerde activiteiten;

  • medewerking aan tijdelijke pilots of experimenten die samenhangen met het betreffende beleidsterrein;

  • het aanleveren van informatie of ervaringen ten behoeve van monitoring en evaluatie van beleid.

Van subsidieontvangers wordt uitsluitend medewerking gevraagd voor zover dit redelijk is, aansluit bij de aard en omvang van de gesubsidieerde activiteiten en geen onevenredige belasting vormt. Verduidelijking of concretisering hiervan wordt, indien nodig, vastgelegd in de subsidiebeschikking.

 

Slotopmerking

Deze toelichting biedt duiding bij de toepassing van de subsidieregeling en ondersteunt een consistente en transparante uitvoering. De toelichting schept geen zelfstandige rechten of plichten.

 

bijlage 1 “opgave kernteam pedagogische basis op en rond kindcentrum of school”.

 

 

OPGAVE KERNTEAM PEDAGOGISCHE BASIS OP EN ROND EEN

KINDCENTRUM OF SCHOOL Onderdeel van de regionale ondersteuningsstructuur in de Kop van Noord-Holland

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Versie 7 oktober 2025

 

Inhoudsopgave

Inleiding ...................................................................................................................................... 3

1. Ontwikkelingsrichting ......................................................................................................... 4

2. Een sterke pedagogische basis .......................................................................................... 7

3. Interprofessioneel samenwerken ...................................................................................... 10

4. Samenstelling en werkwijze van het kernteam ................................................................. 11

5. De drie opgaven van het kernteam ................................................................................... 13

1. Versterken van de pedagogische basis ....................................................................................... 13

2. Werken voor het collectief ............................................................................................................ 14

3. Inzet licht ambulante hulp en toeleiding van individuele casuïstiek ............................................. 15

6. Rollen en taken binnen het kernteam ............................................................................... 16

6.1 Jeugdondersteuner .................................................................................................................... 16

6.2 Jeugdgezondheidszorgmedewerker .......................................................................................... 17

6.3 Leerplichtambtenaar .................................................................................................................. 18

6.4 Intern begeleider / ondersteuningscoördinator .......................................................................... 18

6.5 Pedagogisch ondersteuner ........................................................................................................ 19

7. Tijdpad / fasering .............................................................................................................. 20

Bijlage I Casuïstiek ................................................................................................................... 21 Bijlage II Stappenplan datagedreven werken ............................................................................ 23

 

 

Inleiding

 

In november 2023 hebben de vier gemeenten van De Kop, de samenwerkingsverbanden primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) Vonk en Talland de regionale onderwijs- en zorgagenda vastgesteld 1 . Deze agenda bevat de gezamenlijke ambities om de kansen voor de inwoners van 0 tot 27 jaar (jeugdigen) te maximaliseren. Eén van de activiteiten in deze agenda is de inzet op het versterken van de ondersteuningsstructuur in en rondom de scholen op weg naar inclusiever onderwijs/samenleving door te werken aan preventieve laagdrempelige en toegankelijke ondersteuningsstructuur in en om de scholen.

 

In deze notitie werken we dit uit in de opgave kernteam pedagogische basis op kincentra en de scholen. Uitgangspunt is de ambitie dat elk kindcentrum of school een kernteam van professionals heeft waarbinnen interprofessioneel wordt samengewerkt in een contextgerichte benadering. We beschrijven de beoogde ontwikkeling, de benodigde rollen in het kernteam en het proces om de ambitie te realiseren.

 

 

Kernboodschap

 

Met de opdrachtbeschrijving van de kernteams maken onderwijs en gemeenten samen de ambitie voor inclusiever onderwijs en gelijke kansen concreet. Deze teams versterken de pedagogische basis door kennis en expertise uit verschillende domeinen te verbinden: onderwijs, jeugdondersteuning, gezondheidszorg, leerplicht en andere lokale partners.

 

Vanuit deze samenwerking ontstaat een stevige, pedagogische basis waarin kinderen en gezinnen vroegtijdig worden ondersteund, in hun eigen omgeving en met hun eigen kracht. Het doel is niet alleen het voorkomen van jeugdhulpaanvragen, maar vooral het bevorderen van welzijn, veerkracht en een sterke, zorgzame leer- en ontwikkelomgeving.

 

Het werken met kernteams is daarmee een gezamenlijke beweging van onderwijs en gemeenten om de ontwikkeling van kinderen centraal te stellen — dichtbij, collectief en met oog voor ieders context.

 

 

 

 

 

 

 

1. Ontwikkelingsrichting

 

In de landelijke hervormingsagenda jeugd 2023-2028 2 staat dat steeds meer jeugdigen te maken hebben met uitdagingen, zoals mentale druk, sociale media en zorgen over de toekomst. Tegelijk zien we een groei van individuele hulpvragen en wachtlijsten in de jeugdhulp, zorg en het speciaal onderwijs. Daardoor komt de ondersteuning van de jeugdigen die het meest hulp nodig hebben onder druk te staan 3 .

 

Tegelijkertijd zijn de ambities in Nederland hoog. De landelijke agenda inclusief onderwijs 4 streeft naar inclusief onderwijs in 2035. De beweging naar inclusief onderwijs wordt vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het ministerie van Volksgezondheid, Welkzijn en Sport vormgegeven.

 

Investeren in een stevige basis

 

Met de regionale onderwijs- en zorgagenda kiezen we daarom voor een duidelijke beweging: van individueel naar collectief, en van (curatieve) symptoombestrijding naar het versterken van de basis vanuit de context. We investeren in een stevige pedagogische basis in de klas, op school en in de kinderopvang, zodat jeugdigen kunnen groeien in hun eigen tempo en vanuit hun eigen mogelijkheden.

 

Die beweging vraagt om een nieuwe manier van samenwerken en inzet van interventies uit het sociale domein. Niet alleen rondom individuele leerlingen, maar juist ook voor groepen leerlingen en voor álle jeugdigen in een kindcentrum of school. Domeinoverstijgende samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, gemeenten, gezondheidszorg (GGD) jeugdhulp, leerplicht is hierbij de sleutel. Samen vormen zij het kernteam: een vaste groep professionals die de klas, de leerkracht en de school en kinderopvang ondersteunt. Ieder brengt zijn eigen expertise in, maar altijd met een contextgerichte blik.

 

De meeste basisscholen ontwikkelen zich tot kindcentrum: een plek waar kinderen van 0 tot 13 jaar leren, spelen en zich ontwikkelen. Binnen het kindcentrum werken opvang en onderwijs steeds nauwer samen, vanuit één team en één pedagogische visie. Dat zorgt voor een doorgaande ontwikkellijn, een stevige basis voor alle kinderen en een gezamenlijke samenwerking met partners uit de wijk of regio. Daarnaast werkt het po en vo, en vo en mbo samen aan een doorgaande ontwikkellijn.

 

De kernteams vervullen hierin een spilfunctie. Zij realiseren integrale aanpakken en geven vorm aan de in de Regiovisie Sociaal Domein beoogde focus op aanwezigheid en positieve gezondheid. Kernteams werken datagedreven en versterken de pedagogische basis. Hun interventies zijn handelingsgericht: in eerste instantie gericht op het collectief en, waar dat niet volstaat, op het individu. Zo kunnen zij lichte ondersteuningsbehoeften vroeg en dichtbij opvangen en wordt voorkomen dat hulpvragen meteen doorstromen naar jeugdhulp of extra onderwijsondersteuning.

 

Gemeenten verankeren deze beweging ook in hun verordening jeugdhulp. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen algemene voorzieningen en individuele hulp. Door het vrij toegankelijke aanbod van voorzieningen te vergroten en dit aanbod doelgerichter in te zetten, kunnen kernteams zich sterker richten op het collectief en de context. Dit vraagt om

een bewuste verschuiving in de inrichting van de jeugdbudgetten, zodat preventie en nabijheid structureel worden geborgd 5 .

 

Deze transformatie vraagt niet alleen om samenwerking binnen en tussen de kernteams, maar ook om een andere manier van organiseren en opleiden. We zetten meer in op preventie 6 , op collectieve voorzieningen en op breed opgeleide professionals die domeinoverstijgend samenwerken. Het maken van deze kanteling lukt alleen als professionals, beleidsmakers en bestuurders anders samenwerken, anders organiseren en anders opleiden. Zo bouwen we aan een meer collectieve en preventieve aanpak, met zoveel mogelijk collectieve financiering, integrale voorzieningen en een stevige pedagogische basis. Daarmee krijgt ieder kind de ruimte om te groeien.

 

De onderstaande figuren geeft een toelichting op de inzet.

 

 

 

 

Figuur 1. De regio werkt gezamenlijk aan de opgaven in de diverse agenda’s. Voor elk niveau van ondersteuning is een werkgroep aangesteld die zich focust op een meer integrale samenwerking tussen onderwijs, gemeenten (beleidsmatig/bestuurlijk) en professionals.

 

 

 

Figuur 2. Een verschuiving van middelen en werkwijze/focus is nodig: deze ‘transformatie’ of ‘kanteling’ is een opgave die vooral gaat over de wisselwerking tussen de niveaus.

 

 

 

Ontwikkelingen binnen het mbo

 

Het mbo kent een andere ondersteuningsstructuur dan het PO en VO. In het kernteam nemen andere leden plaats. Bovendien financiert het mbo een deel van het kernteam zelf, zoals bijvoorbeeld de inzet van een schoolmaatschappelijk werker (SMW).

 

Daarnaast is het voorveld binnen het mbo breder en spelen daarin andere thema’s een belangrijke rol. Het mbo werkt onder meer samen met leerwerkbedrijven, de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), verslavingszorg voor 18+, woningcorporaties en de schuldhulpverlening. Daarbij komen thema’s aan bod zoals financiële en maatschappelijke zelfredzaamheid, wonen en zelfstandigheid, de arbeidsmarkt en toekomstperspectief. De inhoudelijke intentie om de pedagogische basis voor het collectief te versterken blijft echter onverminderd hetzelfde.

 

Binnen het mbo van Talland en Vonk wordt momenteel gewerkt aan de inrichting van schoolaanwezigheidsteams (SAT’s). De ontwikkeling van kernteams sluit hierop aan en versterkt deze beweging, en andersom. Beide ontwikkelen zich vanuit dezelfde methodiek die in dit document is beschreven: data-gedreven, preventief en interprofessioneel. Het kernteam heeft daarbij een aanvullende rol door interventies uit het voorveld beschikbaar te maken op de mbo-locaties, wat de effectiviteit van zowel de kernteams als de SAT’s ten goede komt.

 

 

 

2. Een sterke pedagogische basis

 

In het vorige hoofdstuk wordt de nadruk gelegd op het ontwikkelen van een andere kijk op inzet van hulp door af te stappen van individueel denken en te focussen op het versterken van de pedagogische basis voor het collectief en/of grote groepen jeugdigen en ouders. In dit hoofdstuk gaan we verder in op wat deze basis precies inhoudt en hoe deze versterkt kan worden.

 

Wat is de pedagogische basis?

 

De pedagogische basis is het deel van de sociale basis dat jeugdigen ondersteunt bij opgroeien, opvoeden en ontwikkelen 7 . Het gaat om de contacten tussen mensen, hun sociale relaties en de verbinding met wat in de leefomgeving aanwezig is. Dit speelt zich af in het dagelijks leven: in gezinnen, op school, de kinderopvang, bij verenigingen of sportclubs en op andere plekken waar jeugdigen elkaar ontmoeten – zowel fysiek als online.

 

Pedagogische relaties ontstaan tussen ouders, jeugdigen, vrienden, buren en andere formele en informele medeopvoeders. Zij reageren op de ontwikkelbehoeften van jeugdigen, reflecteren daarop en spelen er samen op in. Pedagogische (fysieke) leefomgevingen bestaan uit voorzieningen, diensten en plekken waar ouders, opvoeders en jeugdigen gebruik van maken.

 

Hoe meer jeugdigen en ouders in contact komen met verschillende mensen binnen de pedagogische leefomgeving, hoe sterker zij staan bij opgroeien en opvoeden 8 . Het is daarom belangrijk dat iedereen de kans krijgt om anderen te ontmoeten, met elkaar te praten en van elkaar te leren. De kwaliteit van de relaties en de kennis en vaardigheden van de mensen in deze omgeving maken daarbij het verschil.

 

De kracht van de pedagogische basis ligt in de diversiteit van mensen, voorzieningen en omgevingen. Er is geen vaste blauwdruk voor wat elk kind of ouder nodig heeft, omdat onderlinge behoeften kunnen verschillen. Tegelijk ondersteunt de pedagogische basis samenwerking door een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen en gedeeld inzicht te bieden in wat werkt voor iedereen.

 

Hoe kan de pedagogische basis worden versterkt?

Investeren in de pedagogische basis richt zich op het bevorderen van een gezonde en positieve ontwikkeling voor álle kinderen en jongeren 8 . Het investeren in specifieke risicogroepen, of in jeugdigen of ouders die al tekenen laten zien dat het niet goed met hen gaat, wordt aangeduid als preventie. Hoewel pedagogische basis en preventie verschillende invalshoeken hebben 9 , versterken ze elkaar. Door programmering te ontwikkelen die zowel het collectief als specifieke risicogroepen bereikt, wordt de pedagogische basis als geheel versterkt. Daarbij ligt de focus op het stimuleren van versterkende en beschermende factoren:

  • Versterkende factoren 10 : hebben een positief effect, ook als er geen sprake is van risico’s of problemen. Ze kunnen bijvoorbeeld de taalontwikkeling van een kind stimuleren en de mogelijkheden vergroten om talenten te ontdekken en te ontwikkelen.

  • Beschermende factoren 12 : helpen kinderen en jongeren om negatieve effecten van risicofactoren of problemen te verminderen. Ze zorgen ervoor dat problemen minder ernstig zijn, sneller verdwijnen of beter beheersbaar worden.

De centrale vraag is: wat hebben jeugdigen nodig van hun omgeving om zich optimaal te ontwikkelen? Denk aan een positief kindcentrum- of schoolcultuur, het stimuleren van sociale relaties, aanwezigheid op school, de houding en taal van professionals, aandacht voor pro-sociale normen en brede opvoedondersteuning voor ouders.

 

Een sterke pedagogische basis vraagt ook om beleidskeuzes die gezond en veilig gedrag op een kindcentrum of school en in de wijk stimuleren. Denk aan rookvrije schoolpleinen, gezonde voeding, actief buitenspelen of het gebruiken van positieve taal. Door te investeren in een sterke gezonde context wordt gezond en veilig gedrag steeds meer de norm.

 

 

Verschillende publieke organisaties zoals de GGD, het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) en het Trimbos-instituut, werken aan de ontwikkeling van evidence-based programma’s en interventies. Deze worden toegankelijk gemaakt via gespecialiseerde databanken, zodat professionals in het sociaal domein gebruik kunnen maken van wetenschappelijk onderbouwde en effectief bewezen werkwijzen.

 

Praktijkvoorbeelden

 

Zie bijlage 1A voor een praktijkvoorbeeld uit de regio Amsterdam en bijlage 1B voor een praktijkvoorbeeld van een kindcentrum binnen de gemeente Hollands Kroon. De voorbeelden zijn gericht op het versterken van de pedagogische basis vanuit de context.

 

De rol van kindcentra en scholen in het PO en VO (0-18 jaar)

 

Een kindcentrum of school staat dicht bij het kind en gezin en heeft grote invloed op de ontwikkeling van jeugdigen. Kinderen (en hun ouders) komen hier 5 dagen per week. Het is een belangrijke ontmoetingsplek voor jeugdigen, ouders en professionals in de wijk: een maatschappij in het klein. Op een kindcentrum of school leren jeugdigen zich te socialiseren, ontwikkelen zij sociale vaardigheden zoals empathie en verdraagzaamheid, en wordt hun persoonlijke competentie gestimuleerd.

 

Een kindcentrum of school vormt samen met thuis, de sportclub en de wijk de pedagogische basis van jeugdigen. Het is belangrijk dat professionals en ouders als gelijkwaardige partners samenwerken vanuit één gezamenlijke pedagogische visie. Zo kan de school een spilfunctie vervullen als sociale verbinder en bijdragen aan de positieve en brede ontwikkeling van jeugdigen.

 

 

De rol van het mbo en jongvolwassenen (16–27 jaar)

 

Naast de kindcentra en scholen in het PO en VO speelt ook het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) een belangrijke rol in de pedagogische basis. De mbo-instellingen zijn een ontmoetingsplek voor jongeren en jongvolwassenen van 16 tot 27 jaar. In deze levensfase komen nieuwe uitdagingen en kwetsbaarheden naar voren, zoals zelfstandigheid, financiële verantwoordelijkheid, werken en leren combineren, en het ontwikkelen van een sociaal netwerk buiten het gezin.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. Interprofessioneel samenwerken

 

Bij interprofessionele samenwerking werken professionals uit verschillende domeinen planmatig samen aan een veilige en gezonde leer- en ontwikkelomgeving voor jeugdigen. Zij bundelen hun data, kennis en expertise om op kindcentrum-, school-, buurt-, wijk- en gemeentelijk niveau een compleet beeld te krijgen van wat er speelt bij jeugdigen en in hun leefomgeving. Vanuit een gezamenlijk plan werken zij vervolgens aan het versterken van de context en het collectief.

 

Interprofessioneel samenwerken betekent ook dat professionals van elkaar leren. Door regelmatig samen te reflecteren op ervaringen, versterken zij hun gezamenlijke aanpak en vergroten ze hun handelingsrepertoire. Succesvolle samenwerking vraagt bovendien om vertrouwen en gelijkwaardigheid: iedere professional brengt eigen expertise in, maar samen bepalen zij hoe de ondersteuning het beste aansluit bij de behoeften van jeugdigen en hun omgeving.

 

Door data en signalen vroegtijdig te delen, kunnen professionals sneller inspelen op patronen. Daarmee verschuift de aandacht van signaleren naar voorkomen: problemen worden eerder gezien én aangepakt, nog voordat er zwaardere zorg nodig is. Door te kijken en te handelen vanuit de context ontstaat bovendien een bredere blik op ontwikkeling. Professionals richten hun interventies op de klas en de leefomgeving, waardoor individuele ontwikkel- en gedragsproblemen vaak voorkomen kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

4. Samenstelling en werkwijze van het kernteam

 

Het kernteam heeft een multidisciplinaire samenstelling van professionals uit het onderwijs, jeugdhulp, leerplicht en gezondheidszorg. Het kernteam werkt samen om de pedagogische basis in en om een kindcentrum of school te versterken. Dit doen zij door gezamenlijk in beeld te brengen wat leerlingen op een school of groep scholen nodig hebben, stemmen hun handelen op elkaar af en ontwikkelen een preventief aanbod passend bij de ondersteuningsbehoefte.

 

Vaste samenstelling

Onderwijs de intern begeleider / ondersteuningscoördintor 11

Gemeente de jeugdondersteuner

Leerplicht de leerplichtambtenaar

GGD de jeugdgezondheidsmedewerker

 

 

Optionele deelnemers (sluiten zoveel als mogelijk aan)

Kinderopvang de pedagogisch coördinator

Welzijn de jongerenwerker

Onderwijs de orthopedagoog (PO) of consultent (VO) van het swv

 

In alle kindcentra en scholen is er een kernteam en zijn alle benoemde rollen daarin belegd. De accenten kunnen per kindcentrum of school verschillen. Zo kunnen de taken bij een rol over meerdere professionals zijn verdeeld. Ook kan de ureninzet per taak verschillen afhankelijk van wat vanuit de context nodig is.

 

Het voorveld en de stakeholders

 

Het voorveld en de stakeholders bestaan uit alle partners die zich rondom het kindcentrum of de school bezighouden met een veilige en gezonde ontwikkeling en ontwikkelomgeving voor jeugdigen. Dit zijn professionals van de gemeente (individuele jeugdhulp, inkomensproblematiek, maatschappelijke ondersteuning), samenwerkingsverbanden PO en VO (specialisten op het gebied van gedrag, jonge risicokinderen, taal, ontwikkelproblemen etc), het medisch domein (artsen, fysiotherapeuten, logopedisten etc) en het veiligheidsdomein (politie, veilig thuis etc). Deze professionals zitten niet in de vaste samenstelling van het kernteam, maar het kernteam kan deze professionals wel uitnodigen om mee te denken en te werken met het kernteam voor het opstellen en uitvoeren van een programma voor het collectief.

 

 

 

 

 

Figuur 3. Voorbeeld samenstelling kernteam en voorveld

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 5.

    De drie opgaven van het kernteam

  •  

1. VERSTERKEN VAN DE PEDAGOGISCHE BASIS

 

Professionals uit het kernteam werken vroegtijdig integraal met elkaar samen met als doel: versterken van de pedagogische basis in en om een kindcentrum of school vanuit de context en voor het collectief. De professionals werken samen op het schaalniveau kindcentrum of school. De uitdaging voor deze professionals ligt in het werken vanuit de hoofdopgave: programmering gericht op de populatie jeugdigen in het kindcentrum of school en tegelijk rekening houden met de kaders van school en gemeentebesturen, bestuurders van kinderopvangorganisaties. Het is daarom van belang dat deze bestuurders aan de voorkant gezamenlijk heldere kaders meegeven aan de kernteams die de professionals ruimte bieden om gezamenlijk te programmeren en samen te werken.

 

De bedoeling van het kernteam

 

  • ontwikkelt een gezamenlijke aanpak voor het versterken van de pedagogische basis (veilige en gezonde leef- en ontwikkelomgeving) door middel van programmering in en om een kindcentrum of school en in de wijk: inzet van effectieve evidence based programma’s en werkwijzen. Zie bijlage II voor een globaal stappenplan.

  • heeft de focus op het versterken van de context voor het collectief en doet hierin wat nodig is:

    • °

      werkt volgens het Multi-Dimensional Multi-Tiered System of Support (MDMTSS) 12 .

    • °

      Volgens het gedachtegoed van Positieve Gezondheid (rekening houden met alle leefgebieden)

  • werkt datagedreven: kwantitatieve (cijfers) en kwalitatieve (verhalen) data over welzijn, opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen wordt vanuit verschillende disciplines gebundeld tot een dataset (contextanalyse). Een dataset is geen doel, maar een middel om samen het gesprek aan te gaan.

  • werkt met een brede blik op onderwijs, opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen;

  • zet binnen de aanpak in op factoren die positief gedrag of omstandigheden bevorderen (beschermde factoren) rondom de gesignaleerde ontwikkelpunten;

  • zoekt actief de samenwerking op met partners uit het voorveld om programmering voor het collectief mogelijk te maken;

  • stimuleert actief schoolaanwezigheid, draagt bij aan voorkomen van thuiszitters en vroegtijdig signalering van verzuim;

 

Werkwijze van het kernteam

 

  • werkt cyclisch en planmatig met elkaar samen door middel van een jaarplan en jaarplanning;

  • voert structureel gemiddeld één keer per 6 weken (8 keer per jaar) overleg op het kindcentrum of de school. Overleg kan bijvoorbeeld gaan over data, programmering, samenwerking of evaluatie;

  • zorgt voor een tweejaarlijkse update van de dataset;

  • houdt trends en ontwikkelingen bij door de jaren heen;

  • gaat op basis van data in gesprek over signalen, zorgen, risico- en beschermende factoren

  • en evalueren gezamenlijk de ontwikkelingsbehoeften van jeugdige;

  • zorgt voor jaarlijkse evaluatie en bijstelling van de programmering;

  • betrekt bij de totstandkoming van programmering ouders en jeugdigen;

  • zet in op optimalisering van de ouderbetrokkenheid.

 

Afstemming en sturing

 

De bestuurders van onderwijs, kinderopvang en gemeente houden in OOGO lokaal en regionaal overzicht. De jaarlijkse evaluaties en de actuele jaarplannen van de kernteams zijn beschikbaar voor de organisaties die vertegenwoordigd zijn in het kernteam. De kernteams leveren hun jaarlijkse evaluatie aan bij de gemeente en het samenwerkingsverband, zodat op de punten die de aandacht vragen van het OOGO kunnen worden geagendeerd. Ook op regionaal niveau vindt gesprek plaats in het PHO Onderwijs-zorg over de aandachtspunten en sturing op benodigde acties.

 

 

Figuur 4. Datagedreven werken op verschillende niveaus (tussen praktijk en beleid)

 

2. WERKEN VOOR HET COLLECTIEF

 

De bedoeling

 

Professionals van het kernteam zijn regelmatig fysiek aanwezig op de school en doen wat nodig is in de basis voor het collectief:

 

  • De jeugdondersteuner is zichtbaar en beschikbaar op het plein, bij kennismaking(en), koffie-ochtenden/bijeenkomsten etc.

  • De jeugdondersteuner biedt consultatie en gevraagd / ongevraagd adviseren van het schoolteam met betrekking tot: pedagogisch klimaat in de basis, positieve gezondheid, schoolaanwezigheid, casuïstiek, gezonde (psychosociale) ontwikkeling, psycho-educatie, meldcode, voorliggende ondersteuning etc.

  • De JGZ-medewerker is beschikbaar voor 0 – 4 jarigen binnen de kinderopvang en voor 4 – 12 jarigen binnen de school voor opvoedadvies aan het team met betrekking tot opvoeding en ontwikkeling.

  • De leerplichtambtenaar is zichtbaar op school voor bijvoorbeeld preventief spreekuur.

 

3. INZET LICHT AMBULANTE HULP EN TOELEIDING VAN INDIVIDUELE CASUÏSTIEK

 

 

De bedoeling

 

Voor individuele casuïstiek kan het ondersteuningsteam van de school een beroep doen op één of meer SKJ-geregistreerde leden van kernteam voor:

 

  • -

    ondersteuning met laagdrempelige en enkelvoudige (opvoed)ondersteuning aan ouder(s) en/of kind. Kan de verbinding leggen met instanties, professionals en maatschappelijke organisaties;

  • -

    toeleiding naar passende (voorliggende) hulp en warme overdracht (dit kan ook in het geval van OZA);

  • -

    voorbereiding van een aanvraag van een individuele voorziening jeugdhulp (rol jeugdondersteuning).

 

De werkwijze

 

  • -

    Algemeen bekijken en beoordelen casuïstiek altijd vanuit de context. En doen daar het benodigde onderzoek voor.

  • -

    Wanneer de behoefte helder is, wordt eerst onderzocht of er een passende collectieve voorziening is rond de school of in de nabijheid. Het kernteam beziet ook of er meerdere vragen (van verschillende jeugdigen in de wijk/gemeente) kunnen worden verbonden in een collectief aanbod.

  • -

    Neemt de leer- en ontwikkelpunten van individuele casuïstiek mee naar het kernteamoverleg (ten behoeve van het versterken van de pedagogische basis) en past indien nodig MIS-K toe.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6. Rollen en taken binnen kernteam

 

6.1. Jeugdondersteuner

 

De taken van de jeugdondersteuner zijn terug te vinden in diverse functies, zoals:schoolmaatschappelijk werker (SMW), brugfunctionaris, jongerenwerker of jeugdondersteuner op school. Er wordt gekeken naar welke taken passend zijn voor de functie waaraan ze gekoppeld worden. In het kernteam moeten alle taken belegd zijn.

 

De taken zijn onderverdeeld in taken voor het collectief en taken voor het individu. De basisfunctie jeugdondersteuner richt zich in eerste instantie op het context en collectief werken. Afhankelijk van de leerlingenpopulatie en lokale context van de school wordt bepaald in welke mate inzet nodig is en verantwoordelijkheden worden toegekend, hierbij is ruimte voor maatwerk. Met een SKJ-registratie kan de jeugdondersteuner ook toeleiden naar passende, voorliggende jeugdhulp.

 

Taken en verantwoordelijkheden

Inzet voor het collectief

De ondersteuning richt zich op vragen die in brede(re) zin van invloed kunnen zijn op het welbevinden van een kind waarbij de focus ligt op het versterken van de pedagogische basis vanuit de context en voor het collectief. De ‘basisfunctie jeugdondersteuner’ werkt vanuit een kernteam datagedreven samen en doet wat nodig is op de signalen en behoeften van het collectief.

 

De jeugdondersteuner is outreachend en pro-actief. De jeugdondersteuner is drempelloos te benaderen, zichtbaar en beschikbaar op vaste momenten in het kindcentrum of de school. Zij draagt bij aan een sterke pedagogische basis: veerkrachtige jeugdigen en ouders, gelijke kansen, sociale inclusie, talentontwikkeling en het verbreden van het wereldbeeld van kind en ouders. De jeugdondersteuner verzacht de situatie van het kind door samen te werken met ouders en “te doen wat nodig is”.

 

De jeugdondersteuner werkt samen met andere professionals in het kernteam en met die in het voorveld. Deze samenwerking is gericht op het bevorderen van het welbevinden van jeugddigen door hun competenties, of die van hun opvoedomgeving, te versterken. De jeugdondersteuner signaleert wat er in het collectief nodig en organiseert de daarvoor benodigde inzet.

 

  • Datagedreven werken in een kernteam: signaleren van trends, kansen, ontwikkeltaken, verdelen van taken & bewustwording (professionalisering).

  • Adviseren en ondersteunen van de school m.b.t. groepsinterventies, in samenwerking met partners rondom de school;

  • Structurele (integrale) afstemming met partners uit het kernteam en het voorveld over gezamenlijke thema’s en behoeften, gesignaleerde zorg en kansen en komen tot een gezamenlijke programmering voor versterking van de pedagogische basis.

  • Zichtbaar en beschikbaar op het plein, bij kennismaking(en), koffieochtenden/bijeenkomsten etc.

  • Vastgelegd inloopmoment voor ouders, school en leerlingen;

  • In samenwerking met het schoolteam het organiseren van informatiethemabijeenkomsten;

  • Organiseert collectief aanbod voor jeugdigen/ouders met vergelijkbare vraag;

 

Inzet voor het individu

De jeugdondersteuner met SKJ-registratie is onderdeel van het ondersteuningsteam van het kindcentrum of de school. Ze biedt laagdrempelige en enkelvoudige (opvoed)ondersteuning aan ouder(s) en/of kind en is toeleider naar passende (voorliggende) hulp. Zij vervult daarin een brugfunctie tussen jeugdigen, ouders, school en (jeugd)hulpverlening zodat het jeugdigen in staat stelt zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen en het onderwijs succesvol te doorlopen en af te ronden.

 

  • Schoolondersteuning; consultatie en gevraagd en ongevraagd adviseren van het ondersteuningsteam (m.b.t. casuïstiek, gezonde (psychosociale) ontwikkeling, pedagogisch klimaat, psycho-educatie, meldcode, voorliggende ondersteuning etc.).

  • Vroegtijdig signaleren en organiseren van het vroeg samenwerken op kind;

  • Focus op schoolaanwezigheid, mogelijk maken dat jeugdigen kunnen meedoen, op school en daarbuiten;

  • Richt begeleiding voor jeugdigen op degenen die invloed hebben op de situatie

  • Ondersteunen en versterken van jeugdigen;

  • Verbinden van thuis en school (indien nodig door middel van huisbezoek)

  • Creëert randvoorwaarden basisbehoeften (ondersteunen bij aanvragen, regelingen);

  • Vergroot ouderbetrokkenheid i.s.m. met het schoolteam;

  • Toeleiding naar passende (voorliggende) hulp en warm overdragen (dit kan ook in het geval van OZA) door inzet van MIS-K;

 

 

6.2 Jeugdgezondheidszorgmedewerker

 

De jeugdgezondheidszorg biedt preventieve zorg voor alle jeugdigen tot 18 jaar. De taken van de jeugdgezondheidsmedewerker zijn terug te vinden in functies van: jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, doktersassistenten en praktijkondersteuners.

 

Taken en verantwoordelijkheden

Inzet voor het collectief

  • Datagedreven werken in een kernteam: signaleren van trends, kansen, ontwikkeltaken, verdelen van taken & bewustwording (professionalisering).

  • Adviseren en ondersteunen van de school m.b.t. groepsinterventies, in samenwerking met partners rondom de school;

  • Structurele (integrale) afstemming met partners uit het kernteam en het voorveld over gezamenlijke thema’s en behoeften, gesignaleerde zorg en kansen en komen tot een gezamenlijke programmering voor versterking van de pedagogische basis.

  • geven van preventieve voorlichting aan groepen, gericht op het versterken van de eigen kracht van ouders en jeugdigen (bv. overgewicht, kindermishandeling en gameverslaving)

 

Inzet voor het individu

  • het systematisch volgen van de lichamelijke, psychosociale en cognitieve ontwikkeling van psychosociale ontwikkeling van jeugdigen tussen 0 en 18 jaar

  • beoordelen van de ontwikkeling in relatie tot de sociale, pedagogische en fysieke omgeving van jeugdigen en het gezin waarin ze opgroeien

  • tijdig signaleren van problemen en vroegtijdig opsporen van specifieke stoornissen

  • beoordelen of extra ondersteuning, hulp of zorg nodig is en direct de juiste zorg of hulp erbij halen

  • Stimuleert schoolaanwezigheid door middel van de MAZL-methodiek zoals opgenomen in het regionale schoolaanwezigheidspact.

 

6.3 Leerplichtambtenaar

 

De leerplichtambtenaar richt zich op het voorkomen van schooluitval en het bevorderen van schooldeelname. Jeugdigen van 5 tot en met 16 jaar vallen onder de leerplicht en moeten daarom dagelijks naar school. Voor jongeren van 16 tot 18 jaar die nog geen startkwalificatie hebben, geldt een kwalificatieplicht.

 

Taken en verantwoordelijkheden

Inzet voor het collectief

  • Datagedreven werken in een kernteam: signaleren van trends, kansen, ontwikkeltaken, verdelen van taken & bewustwording (professionalisering).

  • Werkt preventief samen met het ondersteuningsteam om schoolaanwezigheid te stimuleren.

  • Ouders en leerlingen laagdrempelige informatie bieden over de gevolgen als leerlingen ongeoorloofd verzuimen.

  • Adviseur van ondersteuningsteams over (on)geoorloofd verzuim en het lokale beleid hieromtrent.

 

Inzet voor het individu

  • Samen met leerling, ouders en ondersteuningsteam zoeken naar mogelijke oplossingen om schooldeelname te bevorderen.

  • Onderzoeken achterliggende zorgen of problemen. In dat geval kan de leerplichtambtenaar doorverwijzen naar vrijwillige hulpverlening of verplichte hulp.

  • Bij verwijtbaar verzuim kan de leerplichtambtenaar een proces-verbaal opmaken tegen de leerling (vanaf 12 jaar) en/of de ouder(s). Dit gebeurt als een leerling lessen blijft missen zonder geldige reden. Een proces-verbaal tegen ouders is ook mogelijk als een jongere niet ingeschreven staat op een school.

  • Waar nodig verlenen van vrijstelling van onderwijs.

 

6.4 Intern begeleider (IB) 13 / Ondersteuningscoördinator (oco)

 

De intern begeleider/oco richt zich op de kwaliteit van de basisondersteuning en de extra ondersteuning binnen de school. In het ondersteuningsteam en het kernteam ontwikkelt de intern begeleider/oco kansen en mogelijkheden voor inclusief en passend onderwijs.

 

Taken en verantwoordelijkheden

Inzet voor het collectief

  • Datagedreven werken in een kernteam: signaleren van trends, kansen, ontwikkeltaken, verdelen van taken & bewustwording (professionalisering).

  • Analyseert de leeropbrengsten en toetsresultaten

  • Het schoolteam adviseren op het afstemmen van het onderwijs op de behoeften van de jeugdigen.

  • Interventies en innovaties op het gebied van leerlingenondersteuning, schoolontwikkeling en coaching van leerkrachten.

 

Inzet voor het individu

  • Samen met leerling, ouders en ondersteuningsteam zoeken naar mogelijke oplossingen om de ontwikkeldoelen te bereiken.

 

6.5 Pedagogisch coördinator

 

De pedagogisch coördinator richt zich op de kwaliteit van de kinderopvang, voorschoolse educatie (leeftijd 0-4 jaar) en de BSO (4-12 jaar). De taken van de pedagogisch coördinator zijn terug te vinden in functies van: beleidsmedewerker kinderopvang, pedagogisch coach, zorgcoördinator of kwaliteitsmedewerker. Dit hangt af van de lokale context en beschikbare functies.

 

Taken en verantwoordelijkheden

 

Inzet voor het collectief

  • Datagedreven werken in een kernteam: signaleren van trends, kansen, ontwikkeltaken, verdelen van taken & bewustwording (professionalisering).

  • Heeft zicht op de zorgzwaarte en zorgrisico’s in de kinderopvang en richt zich op versterking van de pedagogische basis van de kinderen 0 to 4 jaar.

  • Heeft zicht op de zorgzwaarte en zorgrisico’s in de kinderopvang en richt zich op een gezamenlijke aanpak en programmering op versterking van de pedagogische basis met scholen voor de kinderen van 2 tot 12 jaar en overgang naar het VO.

  • Analyseert de opbrengsten van het VVE-programma.

  • Werkt in het kernteam samen aan de doorlopende ontwikkel lijn van VVE van kinderopvang en school.

  • Ondersteunt de pedagogisch coaches in het analyseren en programmeren van de coachingsdoelstellingen om pedagogisch medewerkers te versterken in de pedagogische basis op de groep

  • Organiseert ouderavonden, informatie-themabijeenkomsten en programmeert opvoedondersteuning aan ouders en pedagogisch professionals. Werkt samen met scholen.

 

Inzet voor het individu

 

  • Samen met de coaches, pedagogisch professionals van de kinderopvang signaleren, organiseren in laagdrempelige oplossingen voor ondersteuningsvragen.

  • Ondersteunen van zorg vraagstukken in het begeleiden van ouders in het acceptatieproces en verwijzingsproces naar opvolgend zorgniveau.

  • Ondersteunen van pedagogisch professionals die kinderen van 0 tot 4 jaar begeleiden en verzorgen die niet gezond ontwikkelen en binnen het thema inclusie zo lang mogelijk binnen de pedagogische basis kunnen worden opgevangen.

  • Begeleiden of doorverwijzen van laagdrempelige zorg als opvoedingsvraagstukken, veiligheid van het kind, schuldproblematiek, gezinsorganisatie in de lijn van kinderen en ouders.

 

7. Tijdpad / fasering

 

Periode

Activiteit

Wie

16-30 September

Afstemmen en reflectie concept opdrachtomschrijving bij achterban ROG: onderwijs, gemeenten/jeugdhulp en GGD

ROG Achterban

30 september

Conceptversie bespreken bij ROG

ROG

30 september – 7 oktober

Aanscherping n.a.v. input ROG

+ tweede feedbackronde ROG ROG

ROG

14 oktober

Opdrachtomschrijving agenderen bij RBOO XL

ROG & RBOO

14 – 20 oktober

Ruimte voor aanscherping opdrachtomschrijving

ROG

30 oktober 2025

Bespreken notitie in PHO onderwijs en zorg.

Doel: niet vaststellen maar informeren en gesprek

PHO

 

Verdere uitwerking implementatieproces

  • Op basis van contextanalyses benodigde/gewenste inzet op verschillende rollen in het kernteam met opvang/schooldirecteuren bepalen

  • Rekening houdend met beschikbare budgetten passend uitvraag formuleren

  • Benodigde inzet inkopen/uitvragen vanuit budgetplafond

  • Voor overige punten zie oplegger RBOO 14 oktober

Streven kernteams starten in schooljaar 2026-2027

  • Scholing van professionals

  • Ontwikkelen eenvoudige (ruimte voor eigen accenten) format voor jaarplan en rapportage jaarplan.

  • IB’er en Jeugdondersteuner maken stand van zaken-document van kernteam in januari 2027 [samenstelling, eerste ervaringen en acties tweede helft schooljaar]. Aanleveren januari bij gemeente.

  • Agenderen bevindingen geclusterd voor OGOO maart 2027

  • Schooljaar 2027-2028 werken volgens ingeregelde werkwijze

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE I ( Verduidelijking: van bijlage 1) CASUÏSTIEK

 

A. Praktijkvoorbeeld regio Amsterdam 14

 

 

Dit voorbeeld laat zien hoe interprofessioneel en datagedreven werken kan worden vormgegeven om zorgen en signalen tijdig op te vangen en programma’s te ontwikkelen die de pedagogische basis versterken. In dit voorbeeld staat een wijkgerichte aanpak centraal.

 

Thriving Teens: een integrale aanpak om het mentaal welbevinden van tieners te versterken.

 

In enkele Amsterdamse gebieden is uit data gebleken dat er meer aandacht nodig is voor het mentaal welbevinden van tieners in Amsterdam. Terwijl veel programma’s zich op oudere tieners richten, is uit onderzoek gebleken dat juist de leeftijd tussen 9 en 12 jaar bepalend voor het leggen van een sterke basis voor mentaal welzijn.

 

Vanuit het programma Thriving Teens wordt daarom integraal gewerkt aan een contextgerichte en systeemgerichte aanpak om dit te verbeteren. In elk stadsdeel werd een systeemkaart ontwikkeld, gebaseerd op kwantitatieve data (literatuuronderzoek rondom beschermende factoren), gecombineerd met gesprekken met jongeren, ouders en professionals om een beter beeld te krijgen van hoe wat er speelt in de praktijk.

 

“Een belangrijk voorbeeld is dat het welzijn van tieners sterk wordt beïnvloed wanneer hun opvoeders geldzorgen hebben. Volgens promovendus Eline Meuleman zijn gesprekken met lokale betrokkenen belangrijk om te begrijpen wáár die geldzorgen vandaan komen. In dit geval hoorden de onderzoekers dat opvoeders de weg naar hulp vaak niet weten te vinden, zeker niet wanneer zij weinig mentale ruimte hebben door bijvoorbeeld stress.”

 

Andere factoren die een rol spelen zijn onder meer: de toenemende druk die jongeren ervaren vanuit leeftijdsgenoten, scholen, ouders en sociale media, het zoeken naar hun eigen identiteit, uitdagingen waarmee ouders geconfronteerd worden, en de mate van binding met de wijk. Ook veiligheid en zekerheid, het gevoel verdwaald te raken in het systeem, het belang van gezonde gewoonten, de constante aanwezigheid van de online wereld, het bespreekbaar maken van mentale gezondheid, steunende relaties en onderwijs op maat spelen allemaal een rol.

 

Op basis van deze inzichten ontwikkelt een kernteam 15 , samen met partners uit onderwijs, welzijn en gemeente, per gebied een aanpak die aansluit bij de specifieke behoeften van de wijk. Het programma benadrukt de noodzaak van een integrale aanpak. Veel onderliggende oorzaken van problemen liggen namelijk buiten de macht van tieners en ouders zelf.

 

“Bijvoorbeeld: zelfbeheersing helpt bij het omgaan met schermtijd, maar technologiebedrijven ontwerpen apps en platforms vaak verslavend om winst te maximaliseren. Ook kan buitenspelen de slaap en concentratie verbeteren, maar als een buurt geen veilige speelplekken heeft, wordt buitenspelen minder aantrekkelijk of zelfs gevaarlijk.”

 

 

De kernvraag die hierbij steeds centraal staat is: hoe kunnen we de omgeving zo inrichten dat jonge tieners zich gesteund en begrepen voelen?

 

 

De gemeente speelt een belangrijke rol bij het anders inrichten van de omgeving. Zij kan zorgen voor een sociale infrastructuur die het mogelijk maakt dat verschillende partijen zoals scholen, welzijnsorganisaties, sportverenigingen en jongerenwerk samenwerken. Zo kijken zij samen vanuit een breder systeem naar een opgave zoals mentale gezondheid. Dit stimuleert de samenwerking tussen deze partijen en zorgt ervoor dat er vooral wordt ingezet op veranderingen in het hele systeem, in plaats van losse acties gericht op het individu.

 

 

Het proces is cyclisch en gericht op duurzame verbetering: leren, bijstellen en samenwerken staan centraal. Zo ontstaat een gezamenlijke aanpak die bijdraagt aan het versterken van het mentaal welbevinden van jonge tieners en aan een veerkrachtige pedagogische basis.

 

 

B. Praktijkvoorbeeld kindcentrum gemeente Hollands Kroon

 

Dit voorbeeld laat zien hoe gedrag van een individu opgepakt kan worden door het versterken van de pedagogische context in de klas.

 

Sam gooit zijn schrift op de grond

 

De boodschap van deze casus is: pak gedragsproblemen eerst pedagogisch en preventief in de klas aan, versterk beschermende factoren, en gebruik jeugdhulp alleen als volgende stap.

 

Situatie

 

Sam (8 jaar) zit in groep 5. Hij heeft moeite zich aan de regels te houden en gooit regelmatig zijn schrift of boeken op de grond. Dit zorgt voor onrust in de klas en frustratie bij de leerkracht. Tot nu toe is de reflex

geweest om Sam uit de klas te halen en met hem in gesprek te gaan. Soms wordt zelfs gedacht aan doorverwijzing naar jeugdhulp.

 

Kernvraag

Hoe kan de leerkracht – samen met het team – ervoor zorgen dat Sam tóch tot leren komt, zonder dat de eerste stap een individuele doorverwijzing is?

 

Analyse

  • -

    Het gedrag laat zien dat Sam spanning of frustratie ervaart, mogelijk door leer- of sociale druk.

  • -

    Het probleem uit zich in de klas, dus de aanpak moet óók in de klas plaatsvinden. - Een individuele oplossing (jeugdhulp) is pas passend als bredere interventies niet werken.

 

Aanpak in de klas (beschermende factoren versterken)

 

  • 1.

    Structuur en voorspelbaarheid

    • °

      Zorg dat regels en verwachtingen duidelijk en zichtbaar zijn.

    • °

      Gebruik vaste routines (bijv. start van de dag altijd hetzelfde).

  • 2.

    Positieve aandacht en relatie

    • °

      Geef complimenten bij gewenst gedrag, hoe klein ook.

    • °

      Laat Sam merken dat hij erbij hoort, ook als het lastig gaat.

  • 3.

    Keuzes geveno Laat Sam kleine keuzes maken (bijv. welk schrift eerst gebruiken), zodat hij meer regie ervaart.

  • 4.

    Rust creëren

    • °

      Zorg voor een rustige werkplek of korte “time-in” momenten in de klas (niet buitensluiten, maar even resetten).

  • 5.

    Samenwerken met klasgenoten helpen en verantwoordelijkheid nemen.positieve rollen ervaart. o Stimuleer een klas waar kinderen elkaar helpen en verantwoordelijkheid nemen. o Zet Sam soms in als helper, zodat hij positieve rollen ervaart.

  • 6.

    Reflectie met het team

    • °

      Wat zien we gebeuren in de klas als we deze aanpak toepassen?

  • 7.

    oo Welke signalen geven ouders of Sam zelf?Wat werkt wél, en waar moeten we bijsturen?

 

 

 

BIJLAGE II ( verduidelijking: van bijlage 1 ) STAPPENPLAN DATAGEDREVEN WERKEN

 

 

 

 

 

 

Bijlage 2: Overzicht scholenclusters en kinderopvang

 

Scholenclusters

Aantal leerlingen

2024-2025

 

Schoolbestuur

Verbonden kinderopvang

 

 

 

 

 

 

 

 

Scholen aan Zee

1226

Scholen aan Zee

 

Juniorcollege

 

 

 

Lyceum aan Zee

 

 

 

Beroepsonderwijs aan Zee

 

 

 

Villa aan Zee

 

 

 

 

 

 

 

Linie-oost

 

 

 

De Optimist

54

Kopwerk

Kappio: PSZ Zeepaardje

Dr. Jac. P. Thijsse

201

Meerwerf

Monter: KDV Bruintje Beer en PSZ De Strandlopers

Driemaster

94

Sarkon

Monter: IKC KDV Driemaster

Haven48

149

Meerwerf

PSZ Haven 48

 

498

 

 

Tuindorp-Geleerdenbuurt

 

 

 

Floriant

86

Meerwerf

Monter: KDV De Tovertuin en PSZ De Tovertuin

De Verrekijker

143

Kopwerk

Kappio: PSZ Het Avontuur

De Windwijzer

194

Sarkon

Monter: KDV WieleWielestap

 

423

 

 

Linie Noord-west

 

 

 

Koningin Julianaschool

199

Kopwerk

Kappio: KDV ‘t Maanvliegje

De Kluft

213

Meerwerf

Bloem: PSZ ’t Kluffie

Comenius

122

St. Algemeen Basisonderwijs Comenius

Monter: PSZ Comenius

 

534

 

 

De Schooten

 

 

 

Schoter Duijn

131

Kopwerk

Monter: KDV Duinstampers en PSZ Duijnrakkers

De Dijk

279

Meerwerf

Monter: KDV Dijkbouwers en PSZ Dijkklimmers

De Vlieberg

150

Sarkon

Monter: KDV De Kleine Vlieberg en PSZ De Wadlopers

 

560

 

 

Julianadorp

 

 

 

De Verrekijker

100

Kopwerk

Kappio: PSZ De Sterrekijkers

Prinses Margriet School

363

Meerwerf

Monter :KDV [in oprichting]

De Kameleon

103

Sarkon

Monter: PSZ De Kameleon

De Rank

218

Kopwerk

Kappio: KDV de Duindansers

De Vloedlijn

290

Meerwerf

 

De Hofstee

186

Sarkon

Monter: KDV De Zeezwaluw en PSZ De Stormvogels (GP)

 

1260

 

 

Nieuw Den Helder

 

 

 

De Lichtijn

90

LEV-WN

De Kleine Reiziger: Lichtlijn

De Fontein

220

Kopwerk

Kappio: KDV/PSZ ’t Fonteintje

De Duynvaerder

160

Meerwerf

Monter: KDV Koraaleiland, PSZ Koraaleiland en PSZ Bonte Bijtjes

t Tuselant

156

Meerwerf

Monter: PSL De Woelwaters

De Trimaran

136

Sarkon

Monter: KDV Hummeltjeshonk

 

762

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 3. Toelichting bij preventie en brede uitvraag

 

1. Wat bedoelen we met deze activiteiten?

De activiteiten onder artikel 14 zijn algemeen toegankelijk en gericht op het voorkomen en vroegtijdig herkennen van problemen bij inwoners. Ze dragen bij aan een sterke sociale basis.

 

Preventie:

Activiteiten die helpen voorkomen dat inwoners problemen krijgen in het dagelijks leven, zoals geldzorgen, opvoedvragen, psychische belasting, eenzaamheid of praktische problemen.

 

Vroegsignalering:

Activiteiten die beginnende problemen vroeg opmerken, bijvoorbeeld door contact in wijksteunpunten of andere laagdrempelige plekken. Het doel is dat inwoners op tijd lichte ondersteuning krijgen, zodat verergering wordt voorkomen.

 

Brede uitvraag:

Een gesprek waarin gekeken wordt naar de hele situatie van een inwoner aan de hand van het model Positieve Gezondheid. Zo worden risico’s en kwetsbaarheden eerder zichtbaar en kan passende, lichte ondersteuning of toeleiding worden geboden.

 

Algemeen toegankelijk:

De activiteiten zijn open voor alle inwoners, zonder verwijzing of indicatie.

Ze zijn laagdrempelig in taal, locatie, openingstijden en kosten.

 

2. Voorbeelden van activiteiten die passen onder artikel 14

 

a. Vroegsignalering binnen wijksteunpunten en andere laagdrempelige plekken:

  • Inloop, ontmoeting en informele contactmomenten.

  • Korte gesprekken waarin beginnende sociaal‑maatschappelijke, psychische of praktische problemen worden opgemerkt.

  • Outreachend werken: actief contact zoeken met inwoners waar zorgen spelen.

 

b. Brede uitvraag en toeleiding door een multidisciplinair team:

  • Werken met verschillende deskundigheden binnen het wijksteunpunt.

  • Brede uitvraag op zes levensdomeinen (model Positieve Gezondheid).

  • Herkennen van risico’s en kwetsbaarheden en, waar nodig, toeleiden naar lichte, algemene ondersteuning of informele hulp.

 

c. Lichte ondersteuning en samenredzaamheid

  • Praktische ondersteuning, zoals hulp bij administratie, ordenen van post en het regelen van dagelijkse zaken.

  • Groepsinformatie en trainingen, zoals omgaan met stress, gezond leven, opvoedondersteuning of financiële zelfredzaamheid.

  • Versterken van het netwerk van inwoners, bijvoorbeeld door koppeling aan vrijwilligers of maatjesprojecten.

 

d. Voorkomen van isolement, eenzaamheid of ontregeling:

  • Activiteiten die inwoners helpen meedoen in de wijk.

  • Vroege signalering van terugtrekgedrag, verlies van netwerk of veranderend gedrag.

  • Snelle inzet van lichte ondersteuning om grotere problemen te voorkomen.

 

3. Wat valt niet onder dit artikel?

 

De activiteiten zijn niet zorginhoudelijk. Ze vallen niet onder de Wmo‑maatwerkvoorzieningen, de Jeugdwet of de Zorgverzekeringswet.

Als tijdens de uitvoering blijkt dat gespecialiseerde zorg nodig is, wordt de inwoner doorverwezen naar de juiste toegang.

 

4. Samenwerking en privacy

 

  • De subsidieaanvrager werkt samen met relevante partners in de wijk, zoals wijkteams, scholen, huisartsen, woningcorporaties, welzijnsorganisaties en vrijwilligers.

  • Signalen worden alleen gedeeld als dat nodig is, met toestemming van de inwoner waar mogelijk.

  • Organisaties handelen volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

  • Er zijn duidelijke afspraken over wie welke rol heeft, zodat inwoners niet onnodig worden doorverwezen.

 

5. Toegankelijkheid en bereiken van kwetsbare groepen

 

  • Activiteiten gebruiken eenvoudige taal en vinden zoveel mogelijk plaats dichtbij inwoners.

  • Organisaties beschrijven hoe zij kwetsbare inwoners bereiken, zoals ouderen met een klein netwerk, jongeren met schooluitval, inwoners met beperkte gezondheid, mensen met geldzorgen of taalachterstand.

 

6. Resultaten en verantwoording

 

In de subsidieaanvraag staat hoe de organisatie de resultaten meet. Voorbeelden zijn:

 

  • aantal bereikte inwoners;

  • aantal vroeg gesignaleerde problemen;

  • aantal toeleidingen naar lichte of informele ondersteuning;

  • ervaren effect bij inwoners (bijvoorbeeld via een korte vragenlijst of gesprek).

 

De organisatie rapporteert hierover volgens de afspraken uit de subsidieregeling.


1

Samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland. (2023, oktober 5). Regionale Onderwijs en Zorg Agenda https://www.swvkopvannoordholland.nl/img/uploads/231005_Regionale_Onderwijs_en_Zorgagenda.pdf

2

Rijksoverheid. (2023). Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. https://open.overheid.nl/documenten/addec5d5- 279c-40de-b607-7b64e8441602/file

3

Wienen, B. (2025). Laat/d de pedagogische basis met rust!. Instondo.

4

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2024, 10 mei). Bijlage 11: Beleidskader definiëring inclusief onderwijs. Rijksoverheid. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inclusief- onderwijs/documenten/rapporten/2024/05/10/bijlage-11-beleidskader-definiering-inclusief-onderwijs

5

Dit vraagt om betrokkenheid van inkoop.

6

Nederlands Jeugdinstituut. (2025, maart). De potentie van preventie. https://www.nji.nl/system/files/2025 03/Depotentie-van-preventie.pdf

7

Nederlands Jeugdinstituut. (2022, december). Opgroeien doe je samen: Bouwen aan een stevige pedagogische basis. https://www.nji.nl/system/files/2022-12/Opgroeien%20doe%20je%20samen.pdf

8

Nederlands Jeugdinstituut. (z.j.). De pedagogische basis in het kort. Geraadpleegd op 17 september 2025, van https://www.nji.nl/pedagogische-basis/de-pedagogische-basis-in-het-kort

8

Van den Berg, B., Donker, A., & Tuenter, T. (2023, april). De waarde van de pedagogische basis. Nederlands Jeugdinstituut. https://www.nji.nl/system/files/2023-05/De-waarde-van-de-pedagogische-basis.pdf

9

Nederlands Jeugdinstituut. (2025, maart). De potentie van preventie. https://www.nji.nl/system/files/202503/De potentie-van-preventie.pdf

10

Nederlands Jeugdinstituut. (2022, december). Opgroeien doe je samen: Bouwen aan een stevige pedagogische basis. https://www.nji.nl/system/files/2022-12/Opgroeien%20doe%20je%20samen.pdf

12

Ince, D., Van Yperen, T., & Valkestijn, M. (2018). Top tien beschermende factoren voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen. Nederlands Jeugdinstituut. https://www.nji.nl/system/files/2021-05/Top-tien positieveontwikkeling-jeugd_0.pdf

11

Binnen het mbo wordt deze functie ‘begeleider passend onderwijs’ genoemd

12

Kearney, C. A., & Graczyk, P. (2020). A multidimensional, multi-tiered system of supports model to promote school attendance and address school absenteeism. Clinical Child and Family Psychology Review, 23(3), 316– 337. https://doi.org/10.1007/s10567-020-00317-1

13

Binnen het primair onderwijs wordt deze functie soms aangeduid als kwaliteitscoördinator (ko). 16 Het mbo gebruikt voor deze functie de term begeleider passend onderwijs. De precieze invulling en uitwerking van deze rol wordt momenteel verder ontwikkeld door het mbo zelf.

14

Nederlandse Jeugdinstituut. (z.d.). Thriving Teens: Werken aan mentaal welbevinden van jonge Amsterdamse tieners. Geraadpleegd op 6 oktober 2025, van https://www.nji.nl/welbevinden/thriving-teens

15

Dit kernteam bestaat uit een verbindingsfunctionaris van de GGD, een accounthouder gezondheid van het stadsdeel en een onderzoeker van de VU Amsterdam.

Naar boven