Gemeenteblad van Den Helder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Den Helder | Gemeenteblad 2026, 311179 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Den Helder | Gemeenteblad 2026, 311179 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over subsidieverlening in het sociaal domein (Subsidieregeling sociaal domein Den Helder)
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;
gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Den Helder;
overwegende dat het gemeentebestuur een laagdrempelige sluitende zorgketen voor de inwoners wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;
de volgende nadere regels vast te stellen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in hoofdstuk 2 tot en met 7 bedoelde activiteiten voor inwoners van de gemeente Den Helder.
Indien sprake is van meerdere hoofdactiviteiten die betrekking hebben op verschillende artikelen, wordt per artikel een afzonderlijke aanvraag ingediend. De subsidieaanvraag bevat een toelichting op de beoogde resultaten en de bijdrage van de activiteiten aan de doelstellingen van het betreffende artikel.
Artikel 5 Hoogte van de subsidie en wijze van verdelen
Indien het totaal van de aanvragen die voldoen aan deze regeling het voor de betreffende activiteiten vastgestelde subsidieplafond overschrijdt, rangschikt het college de aanvragen op basis van een beoordeling van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van het betreffende artikel. Daarbij worden de volgende criteria betrokken:
Hoofdstuk 2 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: stimuleren van een stabiel en waardig bestaan voor iedere inwoner
Artikel 6 Financiële problematiek
In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die niet algemeen toegankelijk zijn, voor zover:
de activiteiten bestaan uit het bieden van materiële ondersteuning of lichte, niet zorginhoudelijke ondersteuning die direct samenhangt met het verminderen van de gevolgen van armoede en het bevorderen van maatschappelijke participatie, met dien verstande dat geen sprake is van begeleiding, ondersteuning of hulpverlening die naar aard en inhoud is aan te merken als een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet of andere wettelijke regelingen.
Artikel 7 Opvang en tijdelijke ondersteuning van inwoners in hun woonsituatie
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten gericht op opvang en tijdelijke ondersteuning van inwoners in hun tijdelijke woonsituatie:
Artikel 8 Preventieve jeugdhulp verbonden aan kinderopvang en scholen
Subsidie kan worden verstrekt voor groepsgerichte activiteiten voor jeugdigen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar met een (risico op) taal- of ontwikkelachterstanden, die door school of wijkteam zijn doorverwezen. De activiteiten, gericht op het verminderen van achterstanden, vinden plaats op een locatie binnen de wijk Nieuw Den Helder. De aanvraag omvat een toelichting op de aanpak, de grootte van de doelgroep en de wijze waarop de ouders worden betrokken.
In aanvulling op artikel 5 gelden de volgende aanvullende aanvraagvereisten:
Voor aanvragen voor activiteiten zoals in lid 1 bedoeld geldt dat de aanvrager in de aanvraag inzichtelijk maakt voor welke reguliere MBO/VO-schoolonderdelen en/of clusters van scholen primair onderwijs met de daaraan verbonden kinderopvang (bijlage 2) jeugdondersteuning wordt ingezet en op welke wijze de samenwerking met het onderwijs wordt vormgegeven. Bij de beoordeling van de aanvragen jeugdondersteuning is een evenwichtige verdeling naar omvang van de clusters en over de schoollocaties en taakvelden van de jeugdondersteuner uitgangspunt.
Hoofdstuk 3 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: kansen bieden aan inwoners van Den Helder om zich optimaal te ontwikkelen en deel te nemen aan de maatschappij
Artikel 12 Voorkomen en terugdringen afstand tot de arbeidsmarkt
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die:
binnen (vrijwilligers)organisaties worden uitgevoerd die zich inzetten voor de doelen die zijn opgenomen in de programmabegroting van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder voor het jaar waarop de aangevraagde subsidie betrekking heeft. De doelen dragen bij aan participatie, ontwikkeling en zelfredzaamheid van inwoners, en/of;
Hoofdstuk 4 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: voorkomen en vroegtijdig verhelpen van problemen
Hoofdstuk 5 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: doelgroepen voorzieningen bieden die inwoners van Den Helder helpen bij het oplossen van problemen, klachten en tegenslagen
Artikel 16 Preventie verslaving en verslavingszorg
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de ondersteuning van jeugdigen en volwassenen bij het vergroten van bewustzijn van verslavingsrisico’s en/of omgaan met verslavingsproblematiek.
Hoofdstuk 6 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: bijdragen aan een veilige, gezonde en vitale leefomgeving
Subsidie kan worden verstrekt voor algemeen toegankelijke activiteiten die bijdragen aan het bevorderen van een gezonde leefstijl en het versterken van de fysieke en mentale vitaliteit van inwoners, met bijzondere aandacht voor groepen met een verhoogd risico op gezondheidsachterstanden. Het gaat om de volgende activiteiten, zowel collectieve als laagdrempelig individueel, mits deze een preventief karakter hebben en niet-zorginhoudelijk zijn:
Subsidie kan worden verstrekt voor preventieve en ondersteunende activiteiten die bijdragen aan een kansrijke start en kansrijk opgroeien van (ongeboren) kinderen en jeugdigen tot en met 4 jaar, door het tijdig versterken van de gezondheid, het welzijn en de opvoed‑ en ontwikkelomgeving van (aanstaande) ouders en gezinnen in kwetsbare situaties.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die aanvullend zijn op bestaande wettelijke taken, gemeentelijke inkoop en reguliere voorzieningen. Activiteiten die naar hun aard en doelstelling vallen onder de Subsidieverordening peuteropvang en voorschoolse educatie Den Helder 2024 komen niet voor subsidie op grond van dit artikel in aanmerking.
Voor zover het lokale gezondheidsbeleid wordt vastgesteld of geactualiseerd gedurende de looptijd van deze subsidieregeling, kunnen activiteiten die passen binnen de daarin beschreven ontwikkeling van Kansrijke Start naar Kansrijk Opgroeien voor subsidie in aanmerking komen, mits zij voldoen aan de voorwaarden van dit artikel.
Hoofdstuk 7 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers
Aldus besloten in de collegevergadering van 23 juni 2026.
burgemeester,
J.A. (Jan) de Boer MSc.
secretaris,
K. (Koen) van Veen
Toelichting bij de Subsidieregeling sociaal domein Den Helder
Met de Subsidieregeling sociaal domein Den Helder wordt uitvoering gegeven aan het gemeentelijk beleid gericht op het versterken van de sociale basis, het voorkomen van problematiek en het ondersteunen van inwoners bij het behouden of vergroten van hun zelf- en samenredzaamheid.
De regeling biedt een samenhangend kader voor subsidieverstrekking aan preventieve, niet‑zorginhoudelijke activiteiten die bijdragen aan maatschappelijke participatie, een veilige leefomgeving, gezonde ontwikkeling en het voorkomen of verminderen van sociale, psychische, financiële of maatschappelijke problematiek.
Bij de toepassing van deze regeling zijn de volgende beleidskaders leidend:
Deze beleidskaders worden betrokken bij de beoordeling van subsidieaanvragen, in samenhang met de doelstellingen en voorwaarden zoals opgenomen in deze subsidieregeling.
In artikel 1 zijn definities opgenomen die specifiek van belang zijn voor deze subsidieregeling. Daarnaast zijn ook de definities uit de Algemene subsidieverordening Den Helder van toepassing op deze regeling, tenzij daarvan in deze subsidieregeling is afgeweken.
In de subsidieaanvraag maakt de aanvrager inzichtelijk aan welke doelstellingen en beleidskaders de aangevraagde activiteiten bijdragen. In de subsidieaanvraag wordt beschreven voor welke activiteiten subsidie wordt aangevraagd en onder welk artikel van de subsidieregeling de aanvraag beoordeelt dient te worden. Daarbij wordt ook gevraagd expliciet te benoemen welk bedrag wordt aangevraagd.
Indien activiteiten beschreven kunnen worden vanuit meerdere artikelen wordt er bij subsidieaanvraag gekozen voor het artikel waar het meeste aansluiting bij wordt gevonden en waarvan de aanvraag inschat dat het effect het grootste en/of het meest direct is ten aanzien van de beschreven activiteit.
Indien de subsidievrager diverse (gescheiden) activiteiten onderneemt, bijvoorbeeld ondersteuning ter preventie van financiële problematiek (subsidiabel onder artikel 8) maar ook groepsgerichte activiteiten ter voorkoming van verzwaring van problematiek (subsidiabel onder artikel 17) is het de bedoeling dat er aparte subsidieaanvragen per artikel worden ingediend.
Daarbij wordt beschreven hoe de activiteiten aansluiten bij de beleidsdoelen zoals opgenomen in deze regeling en in de onderliggende beleidsstukken.
Waar nodig wordt in de toelichting bij afzonderlijke artikelen of in bijlagen nader uitgewerkt welke activiteiten onder een artikel worden verstaan en welke beleidsmatige accenten daarbij gelden.
Verder geldt op deze subsidieregeling het bepaalde in artikel 6 van de Asv.
Artikel 5 Hoogte van de subsidie en wijze van verdelen
In aanvulling op artikel 5 lid 3 geldt het bepaalde uit 4:25 Awb; wanneer het beschikbare subsidieplafond volledige honorering van de aanvraag niet toelaat wordt de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk afgewezen.
Artikel 6 Financiële problematiek
Onder activiteiten als bedoeld in het tweede lid worden onder andere verstaan activiteiten uitgevoerd door maatschappelijke organisaties die zich richten op armoedebestrijding en het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen, zoals de voedselbank, Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport en Cultuur en de speelgoedbank. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan het verminderen van de directe gevolgen van armoede en het bevorderen van maatschappelijke participatie.
Artikel 8 Preventieve jeugdhulp verbonden aan kinderopvang en scholen
Voor dit artikel zijn bijlage 1 en bijlage 2 bij de regeling opgenomen. Deze bijlagen geven een nadere uitwerking van de inhoud, doelgroep en organisatie van de activiteiten.
Voor het vijfde lid geldt dat activiteiten die vallen onder de zorgplicht van scholen, Jeugdwet-maatwerkvoorzieningen, door de gemeente ingekocht aanbod of andere financieringsbronnen, worden geweigerd op grond van artikel 23 van deze regeling.
Voor het bevorderen van maatschappelijk bewustzijn tijdens herdenkingsdagen wordt gedacht aan een organisatie die zich het volgende tot doel stelt:
Hoofdstuk 4 Doelstellingen, activiteiten en voorwaarden binnen de ambitie: voorkomen en vroegtijdig verhelpen van problemen
Onder problemen wordt in dit hoofdstuk verstaan:
Het gaat nadrukkelijk om preventieve en vroegtijdige ondersteuning binnen de sociale basis.
Artikel 14 Vroegsignalering en brede uitvraag
De inhoudelijke toelichting bij dit artikel is opgenomen in bijlage 3 “Toelichting artikel 14: Vroegsignalering en brede uitvraag”. In deze bijlage wordt nader uitgewerkt:
Zoals ook in artikel 14 is bepaald vallen activiteiten die primair zijn gericht op financiële problematiek of schuldpreventie niet onder dit artikel en worden gesubsidieerd op grond van artikel 6 van deze regeling.
Artikel 17 Voorkomen van verzwaring van problematiek
Voor activiteiten bedoeld ter ondersteuning van inwoners met (beginnende) dementie en hun mantelzorger(s) is artikel 15 van toepassing.
Artikel 21 Ondersteunen thuiswonen
Voor activiteiten bedoeld ter ondersteuning van inwoners met (beginnende) dementie en hun mantelzorger(s) is artikel 15 van toepassing.
Met artikel 24, lid 1, onder c, wordt beoogd dat subsidieontvangers kunnen worden betrokken bij de verdere ontwikkeling en evaluatie van gemeentelijk beleid binnen het sociaal domein.
Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om:
Van subsidieontvangers wordt uitsluitend medewerking gevraagd voor zover dit redelijk is, aansluit bij de aard en omvang van de gesubsidieerde activiteiten en geen onevenredige belasting vormt. Verduidelijking of concretisering hiervan wordt, indien nodig, vastgelegd in de subsidiebeschikking.
Deze toelichting biedt duiding bij de toepassing van de subsidieregeling en ondersteunt een consistente en transparante uitvoering. De toelichting schept geen zelfstandige rechten of plichten.
bijlage 1 “opgave kernteam pedagogische basis op en rond kindcentrum of school”.
OPGAVE KERNTEAM PEDAGOGISCHE BASIS OP EN ROND EEN
KINDCENTRUM OF SCHOOL Onderdeel van de regionale ondersteuningsstructuur in de Kop van Noord-Holland
Inleiding ...................................................................................................................................... 3
1. Ontwikkelingsrichting ......................................................................................................... 4
2. Een sterke pedagogische basis .......................................................................................... 7
3. Interprofessioneel samenwerken ...................................................................................... 10
4. Samenstelling en werkwijze van het kernteam ................................................................. 11
5. De drie opgaven van het kernteam ................................................................................... 13
1. Versterken van de pedagogische basis ....................................................................................... 13
2. Werken voor het collectief ............................................................................................................ 14
3. Inzet licht ambulante hulp en toeleiding van individuele casuïstiek ............................................. 15
6. Rollen en taken binnen het kernteam ............................................................................... 16
6.1 Jeugdondersteuner .................................................................................................................... 16
6.2 Jeugdgezondheidszorgmedewerker .......................................................................................... 17
6.3 Leerplichtambtenaar .................................................................................................................. 18
6.4 Intern begeleider / ondersteuningscoördinator .......................................................................... 18
6.5 Pedagogisch ondersteuner ........................................................................................................ 19
7. Tijdpad / fasering .............................................................................................................. 20
Bijlage I Casuïstiek ................................................................................................................... 21 Bijlage II Stappenplan datagedreven werken ............................................................................ 23
In november 2023 hebben de vier gemeenten van De Kop, de samenwerkingsverbanden primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) Vonk en Talland de regionale onderwijs- en zorgagenda vastgesteld 1 . Deze agenda bevat de gezamenlijke ambities om de kansen voor de inwoners van 0 tot 27 jaar (jeugdigen) te maximaliseren. Eén van de activiteiten in deze agenda is de inzet op het versterken van de ondersteuningsstructuur in en rondom de scholen op weg naar inclusiever onderwijs/samenleving door te werken aan preventieve laagdrempelige en toegankelijke ondersteuningsstructuur in en om de scholen.
In deze notitie werken we dit uit in de opgave kernteam pedagogische basis op kincentra en de scholen. Uitgangspunt is de ambitie dat elk kindcentrum of school een kernteam van professionals heeft waarbinnen interprofessioneel wordt samengewerkt in een contextgerichte benadering. We beschrijven de beoogde ontwikkeling, de benodigde rollen in het kernteam en het proces om de ambitie te realiseren.
Met de opdrachtbeschrijving van de kernteams maken onderwijs en gemeenten samen de ambitie voor inclusiever onderwijs en gelijke kansen concreet. Deze teams versterken de pedagogische basis door kennis en expertise uit verschillende domeinen te verbinden: onderwijs, jeugdondersteuning, gezondheidszorg, leerplicht en andere lokale partners.
Vanuit deze samenwerking ontstaat een stevige, pedagogische basis waarin kinderen en gezinnen vroegtijdig worden ondersteund, in hun eigen omgeving en met hun eigen kracht. Het doel is niet alleen het voorkomen van jeugdhulpaanvragen, maar vooral het bevorderen van welzijn, veerkracht en een sterke, zorgzame leer- en ontwikkelomgeving.
Het werken met kernteams is daarmee een gezamenlijke beweging van onderwijs en gemeenten om de ontwikkeling van kinderen centraal te stellen — dichtbij, collectief en met oog voor ieders context.
In de landelijke hervormingsagenda jeugd 2023-2028 2 staat dat steeds meer jeugdigen te maken hebben met uitdagingen, zoals mentale druk, sociale media en zorgen over de toekomst. Tegelijk zien we een groei van individuele hulpvragen en wachtlijsten in de jeugdhulp, zorg en het speciaal onderwijs. Daardoor komt de ondersteuning van de jeugdigen die het meest hulp nodig hebben onder druk te staan 3 .
Tegelijkertijd zijn de ambities in Nederland hoog. De landelijke agenda inclusief onderwijs 4 streeft naar inclusief onderwijs in 2035. De beweging naar inclusief onderwijs wordt vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het ministerie van Volksgezondheid, Welkzijn en Sport vormgegeven.
Investeren in een stevige basis
Met de regionale onderwijs- en zorgagenda kiezen we daarom voor een duidelijke beweging: van individueel naar collectief, en van (curatieve) symptoombestrijding naar het versterken van de basis vanuit de context. We investeren in een stevige pedagogische basis in de klas, op school en in de kinderopvang, zodat jeugdigen kunnen groeien in hun eigen tempo en vanuit hun eigen mogelijkheden.
Die beweging vraagt om een nieuwe manier van samenwerken en inzet van interventies uit het sociale domein. Niet alleen rondom individuele leerlingen, maar juist ook voor groepen leerlingen en voor álle jeugdigen in een kindcentrum of school. Domeinoverstijgende samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, gemeenten, gezondheidszorg (GGD) jeugdhulp, leerplicht is hierbij de sleutel. Samen vormen zij het kernteam: een vaste groep professionals die de klas, de leerkracht en de school en kinderopvang ondersteunt. Ieder brengt zijn eigen expertise in, maar altijd met een contextgerichte blik.
De meeste basisscholen ontwikkelen zich tot kindcentrum: een plek waar kinderen van 0 tot 13 jaar leren, spelen en zich ontwikkelen. Binnen het kindcentrum werken opvang en onderwijs steeds nauwer samen, vanuit één team en één pedagogische visie. Dat zorgt voor een doorgaande ontwikkellijn, een stevige basis voor alle kinderen en een gezamenlijke samenwerking met partners uit de wijk of regio. Daarnaast werkt het po en vo, en vo en mbo samen aan een doorgaande ontwikkellijn.
De kernteams vervullen hierin een spilfunctie. Zij realiseren integrale aanpakken en geven vorm aan de in de Regiovisie Sociaal Domein beoogde focus op aanwezigheid en positieve gezondheid. Kernteams werken datagedreven en versterken de pedagogische basis. Hun interventies zijn handelingsgericht: in eerste instantie gericht op het collectief en, waar dat niet volstaat, op het individu. Zo kunnen zij lichte ondersteuningsbehoeften vroeg en dichtbij opvangen en wordt voorkomen dat hulpvragen meteen doorstromen naar jeugdhulp of extra onderwijsondersteuning.
Gemeenten verankeren deze beweging ook in hun verordening jeugdhulp. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen algemene voorzieningen en individuele hulp. Door het vrij toegankelijke aanbod van voorzieningen te vergroten en dit aanbod doelgerichter in te zetten, kunnen kernteams zich sterker richten op het collectief en de context. Dit vraagt om
een bewuste verschuiving in de inrichting van de jeugdbudgetten, zodat preventie en nabijheid structureel worden geborgd 5 .
Deze transformatie vraagt niet alleen om samenwerking binnen en tussen de kernteams, maar ook om een andere manier van organiseren en opleiden. We zetten meer in op preventie 6 , op collectieve voorzieningen en op breed opgeleide professionals die domeinoverstijgend samenwerken. Het maken van deze kanteling lukt alleen als professionals, beleidsmakers en bestuurders anders samenwerken, anders organiseren en anders opleiden. Zo bouwen we aan een meer collectieve en preventieve aanpak, met zoveel mogelijk collectieve financiering, integrale voorzieningen en een stevige pedagogische basis. Daarmee krijgt ieder kind de ruimte om te groeien.
De onderstaande figuren geeft een toelichting op de inzet.
Figuur 1. De regio werkt gezamenlijk aan de opgaven in de diverse agenda’s. Voor elk niveau van ondersteuning is een werkgroep aangesteld die zich focust op een meer integrale samenwerking tussen onderwijs, gemeenten (beleidsmatig/bestuurlijk) en professionals.
Figuur 2. Een verschuiving van middelen en werkwijze/focus is nodig: deze ‘transformatie’ of ‘kanteling’ is een opgave die vooral gaat over de wisselwerking tussen de niveaus.
Het mbo kent een andere ondersteuningsstructuur dan het PO en VO. In het kernteam nemen andere leden plaats. Bovendien financiert het mbo een deel van het kernteam zelf, zoals bijvoorbeeld de inzet van een schoolmaatschappelijk werker (SMW).
Daarnaast is het voorveld binnen het mbo breder en spelen daarin andere thema’s een belangrijke rol. Het mbo werkt onder meer samen met leerwerkbedrijven, de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), verslavingszorg voor 18+, woningcorporaties en de schuldhulpverlening. Daarbij komen thema’s aan bod zoals financiële en maatschappelijke zelfredzaamheid, wonen en zelfstandigheid, de arbeidsmarkt en toekomstperspectief. De inhoudelijke intentie om de pedagogische basis voor het collectief te versterken blijft echter onverminderd hetzelfde.
Binnen het mbo van Talland en Vonk wordt momenteel gewerkt aan de inrichting van schoolaanwezigheidsteams (SAT’s). De ontwikkeling van kernteams sluit hierop aan en versterkt deze beweging, en andersom. Beide ontwikkelen zich vanuit dezelfde methodiek die in dit document is beschreven: data-gedreven, preventief en interprofessioneel. Het kernteam heeft daarbij een aanvullende rol door interventies uit het voorveld beschikbaar te maken op de mbo-locaties, wat de effectiviteit van zowel de kernteams als de SAT’s ten goede komt.
2. Een sterke pedagogische basis
In het vorige hoofdstuk wordt de nadruk gelegd op het ontwikkelen van een andere kijk op inzet van hulp door af te stappen van individueel denken en te focussen op het versterken van de pedagogische basis voor het collectief en/of grote groepen jeugdigen en ouders. In dit hoofdstuk gaan we verder in op wat deze basis precies inhoudt en hoe deze versterkt kan worden.
De pedagogische basis is het deel van de sociale basis dat jeugdigen ondersteunt bij opgroeien, opvoeden en ontwikkelen 7 . Het gaat om de contacten tussen mensen, hun sociale relaties en de verbinding met wat in de leefomgeving aanwezig is. Dit speelt zich af in het dagelijks leven: in gezinnen, op school, de kinderopvang, bij verenigingen of sportclubs en op andere plekken waar jeugdigen elkaar ontmoeten – zowel fysiek als online.
Pedagogische relaties ontstaan tussen ouders, jeugdigen, vrienden, buren en andere formele en informele medeopvoeders. Zij reageren op de ontwikkelbehoeften van jeugdigen, reflecteren daarop en spelen er samen op in. Pedagogische (fysieke) leefomgevingen bestaan uit voorzieningen, diensten en plekken waar ouders, opvoeders en jeugdigen gebruik van maken.
Hoe meer jeugdigen en ouders in contact komen met verschillende mensen binnen de pedagogische leefomgeving, hoe sterker zij staan bij opgroeien en opvoeden 8 . Het is daarom belangrijk dat iedereen de kans krijgt om anderen te ontmoeten, met elkaar te praten en van elkaar te leren. De kwaliteit van de relaties en de kennis en vaardigheden van de mensen in deze omgeving maken daarbij het verschil.
De kracht van de pedagogische basis ligt in de diversiteit van mensen, voorzieningen en omgevingen. Er is geen vaste blauwdruk voor wat elk kind of ouder nodig heeft, omdat onderlinge behoeften kunnen verschillen. Tegelijk ondersteunt de pedagogische basis samenwerking door een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen en gedeeld inzicht te bieden in wat werkt voor iedereen.
Hoe kan de pedagogische basis worden versterkt?
Investeren in de pedagogische basis richt zich op het bevorderen van een gezonde en positieve ontwikkeling voor álle kinderen en jongeren 8 . Het investeren in specifieke risicogroepen, of in jeugdigen of ouders die al tekenen laten zien dat het niet goed met hen gaat, wordt aangeduid als preventie. Hoewel pedagogische basis en preventie verschillende invalshoeken hebben 9 , versterken ze elkaar. Door programmering te ontwikkelen die zowel het collectief als specifieke risicogroepen bereikt, wordt de pedagogische basis als geheel versterkt. Daarbij ligt de focus op het stimuleren van versterkende en beschermende factoren:
Versterkende factoren 10 : hebben een positief effect, ook als er geen sprake is van risico’s of problemen. Ze kunnen bijvoorbeeld de taalontwikkeling van een kind stimuleren en de mogelijkheden vergroten om talenten te ontdekken en te ontwikkelen.
Beschermende factoren 12 : helpen kinderen en jongeren om negatieve effecten van risicofactoren of problemen te verminderen. Ze zorgen ervoor dat problemen minder ernstig zijn, sneller verdwijnen of beter beheersbaar worden.
De centrale vraag is: wat hebben jeugdigen nodig van hun omgeving om zich optimaal te ontwikkelen? Denk aan een positief kindcentrum- of schoolcultuur, het stimuleren van sociale relaties, aanwezigheid op school, de houding en taal van professionals, aandacht voor pro-sociale normen en brede opvoedondersteuning voor ouders.
Een sterke pedagogische basis vraagt ook om beleidskeuzes die gezond en veilig gedrag op een kindcentrum of school en in de wijk stimuleren. Denk aan rookvrije schoolpleinen, gezonde voeding, actief buitenspelen of het gebruiken van positieve taal. Door te investeren in een sterke gezonde context wordt gezond en veilig gedrag steeds meer de norm.
Verschillende publieke organisaties zoals de GGD, het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) en het Trimbos-instituut, werken aan de ontwikkeling van evidence-based programma’s en interventies. Deze worden toegankelijk gemaakt via gespecialiseerde databanken, zodat professionals in het sociaal domein gebruik kunnen maken van wetenschappelijk onderbouwde en effectief bewezen werkwijzen.
Zie bijlage 1A voor een praktijkvoorbeeld uit de regio Amsterdam en bijlage 1B voor een praktijkvoorbeeld van een kindcentrum binnen de gemeente Hollands Kroon. De voorbeelden zijn gericht op het versterken van de pedagogische basis vanuit de context.
De rol van kindcentra en scholen in het PO en VO (0-18 jaar)
Een kindcentrum of school staat dicht bij het kind en gezin en heeft grote invloed op de ontwikkeling van jeugdigen. Kinderen (en hun ouders) komen hier 5 dagen per week. Het is een belangrijke ontmoetingsplek voor jeugdigen, ouders en professionals in de wijk: een maatschappij in het klein. Op een kindcentrum of school leren jeugdigen zich te socialiseren, ontwikkelen zij sociale vaardigheden zoals empathie en verdraagzaamheid, en wordt hun persoonlijke competentie gestimuleerd.
Een kindcentrum of school vormt samen met thuis, de sportclub en de wijk de pedagogische basis van jeugdigen. Het is belangrijk dat professionals en ouders als gelijkwaardige partners samenwerken vanuit één gezamenlijke pedagogische visie. Zo kan de school een spilfunctie vervullen als sociale verbinder en bijdragen aan de positieve en brede ontwikkeling van jeugdigen.
De rol van het mbo en jongvolwassenen (16–27 jaar)
Naast de kindcentra en scholen in het PO en VO speelt ook het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) een belangrijke rol in de pedagogische basis. De mbo-instellingen zijn een ontmoetingsplek voor jongeren en jongvolwassenen van 16 tot 27 jaar. In deze levensfase komen nieuwe uitdagingen en kwetsbaarheden naar voren, zoals zelfstandigheid, financiële verantwoordelijkheid, werken en leren combineren, en het ontwikkelen van een sociaal netwerk buiten het gezin.
3. Interprofessioneel samenwerken
Bij interprofessionele samenwerking werken professionals uit verschillende domeinen planmatig samen aan een veilige en gezonde leer- en ontwikkelomgeving voor jeugdigen. Zij bundelen hun data, kennis en expertise om op kindcentrum-, school-, buurt-, wijk- en gemeentelijk niveau een compleet beeld te krijgen van wat er speelt bij jeugdigen en in hun leefomgeving. Vanuit een gezamenlijk plan werken zij vervolgens aan het versterken van de context en het collectief.
Interprofessioneel samenwerken betekent ook dat professionals van elkaar leren. Door regelmatig samen te reflecteren op ervaringen, versterken zij hun gezamenlijke aanpak en vergroten ze hun handelingsrepertoire. Succesvolle samenwerking vraagt bovendien om vertrouwen en gelijkwaardigheid: iedere professional brengt eigen expertise in, maar samen bepalen zij hoe de ondersteuning het beste aansluit bij de behoeften van jeugdigen en hun omgeving.
Door data en signalen vroegtijdig te delen, kunnen professionals sneller inspelen op patronen. Daarmee verschuift de aandacht van signaleren naar voorkomen: problemen worden eerder gezien én aangepakt, nog voordat er zwaardere zorg nodig is. Door te kijken en te handelen vanuit de context ontstaat bovendien een bredere blik op ontwikkeling. Professionals richten hun interventies op de klas en de leefomgeving, waardoor individuele ontwikkel- en gedragsproblemen vaak voorkomen kunnen worden.
4. Samenstelling en werkwijze van het kernteam
Het kernteam heeft een multidisciplinaire samenstelling van professionals uit het onderwijs, jeugdhulp, leerplicht en gezondheidszorg. Het kernteam werkt samen om de pedagogische basis in en om een kindcentrum of school te versterken. Dit doen zij door gezamenlijk in beeld te brengen wat leerlingen op een school of groep scholen nodig hebben, stemmen hun handelen op elkaar af en ontwikkelen een preventief aanbod passend bij de ondersteuningsbehoefte.
Onderwijs de intern begeleider / ondersteuningscoördintor 11
Leerplicht de leerplichtambtenaar
GGD de jeugdgezondheidsmedewerker
Optionele deelnemers (sluiten zoveel als mogelijk aan)
Kinderopvang de pedagogisch coördinator
Onderwijs de orthopedagoog (PO) of consultent (VO) van het swv
In alle kindcentra en scholen is er een kernteam en zijn alle benoemde rollen daarin belegd. De accenten kunnen per kindcentrum of school verschillen. Zo kunnen de taken bij een rol over meerdere professionals zijn verdeeld. Ook kan de ureninzet per taak verschillen afhankelijk van wat vanuit de context nodig is.
Het voorveld en de stakeholders
Het voorveld en de stakeholders bestaan uit alle partners die zich rondom het kindcentrum of de school bezighouden met een veilige en gezonde ontwikkeling en ontwikkelomgeving voor jeugdigen. Dit zijn professionals van de gemeente (individuele jeugdhulp, inkomensproblematiek, maatschappelijke ondersteuning), samenwerkingsverbanden PO en VO (specialisten op het gebied van gedrag, jonge risicokinderen, taal, ontwikkelproblemen etc), het medisch domein (artsen, fysiotherapeuten, logopedisten etc) en het veiligheidsdomein (politie, veilig thuis etc). Deze professionals zitten niet in de vaste samenstelling van het kernteam, maar het kernteam kan deze professionals wel uitnodigen om mee te denken en te werken met het kernteam voor het opstellen en uitvoeren van een programma voor het collectief.
Figuur 3. Voorbeeld samenstelling kernteam en voorveld
1. VERSTERKEN VAN DE PEDAGOGISCHE BASIS
Professionals uit het kernteam werken vroegtijdig integraal met elkaar samen met als doel: versterken van de pedagogische basis in en om een kindcentrum of school vanuit de context en voor het collectief. De professionals werken samen op het schaalniveau kindcentrum of school. De uitdaging voor deze professionals ligt in het werken vanuit de hoofdopgave: programmering gericht op de populatie jeugdigen in het kindcentrum of school en tegelijk rekening houden met de kaders van school en gemeentebesturen, bestuurders van kinderopvangorganisaties. Het is daarom van belang dat deze bestuurders aan de voorkant gezamenlijk heldere kaders meegeven aan de kernteams die de professionals ruimte bieden om gezamenlijk te programmeren en samen te werken.
ontwikkelt een gezamenlijke aanpak voor het versterken van de pedagogische basis (veilige en gezonde leef- en ontwikkelomgeving) door middel van programmering in en om een kindcentrum of school en in de wijk: inzet van effectieve evidence based programma’s en werkwijzen. Zie bijlage II voor een globaal stappenplan.
heeft de focus op het versterken van de context voor het collectief en doet hierin wat nodig is:
werkt volgens het Multi-Dimensional Multi-Tiered System of Support (MDMTSS) 12 .
De bestuurders van onderwijs, kinderopvang en gemeente houden in OOGO lokaal en regionaal overzicht. De jaarlijkse evaluaties en de actuele jaarplannen van de kernteams zijn beschikbaar voor de organisaties die vertegenwoordigd zijn in het kernteam. De kernteams leveren hun jaarlijkse evaluatie aan bij de gemeente en het samenwerkingsverband, zodat op de punten die de aandacht vragen van het OOGO kunnen worden geagendeerd. Ook op regionaal niveau vindt gesprek plaats in het PHO Onderwijs-zorg over de aandachtspunten en sturing op benodigde acties.
Figuur 4. Datagedreven werken op verschillende niveaus (tussen praktijk en beleid)
Professionals van het kernteam zijn regelmatig fysiek aanwezig op de school en doen wat nodig is in de basis voor het collectief:
3. INZET LICHT AMBULANTE HULP EN TOELEIDING VAN INDIVIDUELE CASUÏSTIEK
Voor individuele casuïstiek kan het ondersteuningsteam van de school een beroep doen op één of meer SKJ-geregistreerde leden van kernteam voor:
6. Rollen en taken binnen kernteam
|
6.4 Intern begeleider (IB) 13 / Ondersteuningscoördinator (oco) |
|
De intern begeleider/oco richt zich op de kwaliteit van de basisondersteuning en de extra ondersteuning binnen de school. In het ondersteuningsteam en het kernteam ontwikkelt de intern begeleider/oco kansen en mogelijkheden voor inclusief en passend onderwijs. Taken en verantwoordelijkheden
|
BIJLAGE I ( Verduidelijking: van bijlage 1) CASUÏSTIEK
A. Praktijkvoorbeeld regio Amsterdam 14
Dit voorbeeld laat zien hoe interprofessioneel en datagedreven werken kan worden vormgegeven om zorgen en signalen tijdig op te vangen en programma’s te ontwikkelen die de pedagogische basis versterken. In dit voorbeeld staat een wijkgerichte aanpak centraal.
Thriving Teens: een integrale aanpak om het mentaal welbevinden van tieners te versterken.
In enkele Amsterdamse gebieden is uit data gebleken dat er meer aandacht nodig is voor het mentaal welbevinden van tieners in Amsterdam. Terwijl veel programma’s zich op oudere tieners richten, is uit onderzoek gebleken dat juist de leeftijd tussen 9 en 12 jaar bepalend voor het leggen van een sterke basis voor mentaal welzijn.
Vanuit het programma Thriving Teens wordt daarom integraal gewerkt aan een contextgerichte en systeemgerichte aanpak om dit te verbeteren. In elk stadsdeel werd een systeemkaart ontwikkeld, gebaseerd op kwantitatieve data (literatuuronderzoek rondom beschermende factoren), gecombineerd met gesprekken met jongeren, ouders en professionals om een beter beeld te krijgen van hoe wat er speelt in de praktijk.
“Een belangrijk voorbeeld is dat het welzijn van tieners sterk wordt beïnvloed wanneer hun opvoeders geldzorgen hebben. Volgens promovendus Eline Meuleman zijn gesprekken met lokale betrokkenen belangrijk om te begrijpen wáár die geldzorgen vandaan komen. In dit geval hoorden de onderzoekers dat opvoeders de weg naar hulp vaak niet weten te vinden, zeker niet wanneer zij weinig mentale ruimte hebben door bijvoorbeeld stress.”
Andere factoren die een rol spelen zijn onder meer: de toenemende druk die jongeren ervaren vanuit leeftijdsgenoten, scholen, ouders en sociale media, het zoeken naar hun eigen identiteit, uitdagingen waarmee ouders geconfronteerd worden, en de mate van binding met de wijk. Ook veiligheid en zekerheid, het gevoel verdwaald te raken in het systeem, het belang van gezonde gewoonten, de constante aanwezigheid van de online wereld, het bespreekbaar maken van mentale gezondheid, steunende relaties en onderwijs op maat spelen allemaal een rol.
Op basis van deze inzichten ontwikkelt een kernteam 15 , samen met partners uit onderwijs, welzijn en gemeente, per gebied een aanpak die aansluit bij de specifieke behoeften van de wijk. Het programma benadrukt de noodzaak van een integrale aanpak. Veel onderliggende oorzaken van problemen liggen namelijk buiten de macht van tieners en ouders zelf.
“Bijvoorbeeld: zelfbeheersing helpt bij het omgaan met schermtijd, maar technologiebedrijven ontwerpen apps en platforms vaak verslavend om winst te maximaliseren. Ook kan buitenspelen de slaap en concentratie verbeteren, maar als een buurt geen veilige speelplekken heeft, wordt buitenspelen minder aantrekkelijk of zelfs gevaarlijk.”
De kernvraag die hierbij steeds centraal staat is: hoe kunnen we de omgeving zo inrichten dat jonge tieners zich gesteund en begrepen voelen?
De gemeente speelt een belangrijke rol bij het anders inrichten van de omgeving. Zij kan zorgen voor een sociale infrastructuur die het mogelijk maakt dat verschillende partijen zoals scholen, welzijnsorganisaties, sportverenigingen en jongerenwerk samenwerken. Zo kijken zij samen vanuit een breder systeem naar een opgave zoals mentale gezondheid. Dit stimuleert de samenwerking tussen deze partijen en zorgt ervoor dat er vooral wordt ingezet op veranderingen in het hele systeem, in plaats van losse acties gericht op het individu.
Het proces is cyclisch en gericht op duurzame verbetering: leren, bijstellen en samenwerken staan centraal. Zo ontstaat een gezamenlijke aanpak die bijdraagt aan het versterken van het mentaal welbevinden van jonge tieners en aan een veerkrachtige pedagogische basis.
B. Praktijkvoorbeeld kindcentrum gemeente Hollands Kroon
Dit voorbeeld laat zien hoe gedrag van een individu opgepakt kan worden door het versterken van de pedagogische context in de klas.
Sam gooit zijn schrift op de grond
De boodschap van deze casus is: pak gedragsproblemen eerst pedagogisch en preventief in de klas aan, versterk beschermende factoren, en gebruik jeugdhulp alleen als volgende stap.
Sam (8 jaar) zit in groep 5. Hij heeft moeite zich aan de regels te houden en gooit regelmatig zijn schrift of boeken op de grond. Dit zorgt voor onrust in de klas en frustratie bij de leerkracht. Tot nu toe is de reflex
geweest om Sam uit de klas te halen en met hem in gesprek te gaan. Soms wordt zelfs gedacht aan doorverwijzing naar jeugdhulp.
Hoe kan de leerkracht – samen met het team – ervoor zorgen dat Sam tóch tot leren komt, zonder dat de eerste stap een individuele doorverwijzing is?
Aanpak in de klas (beschermende factoren versterken)
BIJLAGE II ( verduidelijking: van bijlage 1 ) STAPPENPLAN DATAGEDREVEN WERKEN
Bijlage 3. Toelichting bij preventie en brede uitvraag
1. Wat bedoelen we met deze activiteiten?
De activiteiten onder artikel 14 zijn algemeen toegankelijk en gericht op het voorkomen en vroegtijdig herkennen van problemen bij inwoners. Ze dragen bij aan een sterke sociale basis.
Activiteiten die helpen voorkomen dat inwoners problemen krijgen in het dagelijks leven, zoals geldzorgen, opvoedvragen, psychische belasting, eenzaamheid of praktische problemen.
Activiteiten die beginnende problemen vroeg opmerken, bijvoorbeeld door contact in wijksteunpunten of andere laagdrempelige plekken. Het doel is dat inwoners op tijd lichte ondersteuning krijgen, zodat verergering wordt voorkomen.
Een gesprek waarin gekeken wordt naar de hele situatie van een inwoner aan de hand van het model Positieve Gezondheid. Zo worden risico’s en kwetsbaarheden eerder zichtbaar en kan passende, lichte ondersteuning of toeleiding worden geboden.
De activiteiten zijn open voor alle inwoners, zonder verwijzing of indicatie.
Ze zijn laagdrempelig in taal, locatie, openingstijden en kosten.
2. Voorbeelden van activiteiten die passen onder artikel 14
a. Vroegsignalering binnen wijksteunpunten en andere laagdrempelige plekken:
b. Brede uitvraag en toeleiding door een multidisciplinair team:
c. Lichte ondersteuning en samenredzaamheid
d. Voorkomen van isolement, eenzaamheid of ontregeling:
3. Wat valt niet onder dit artikel?
De activiteiten zijn niet zorginhoudelijk. Ze vallen niet onder de Wmo‑maatwerkvoorzieningen, de Jeugdwet of de Zorgverzekeringswet.
Als tijdens de uitvoering blijkt dat gespecialiseerde zorg nodig is, wordt de inwoner doorverwezen naar de juiste toegang.
5. Toegankelijkheid en bereiken van kwetsbare groepen
6. Resultaten en verantwoording
In de subsidieaanvraag staat hoe de organisatie de resultaten meet. Voorbeelden zijn:
De organisatie rapporteert hierover volgens de afspraken uit de subsidieregeling.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-311179.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.