De burgemeester van Amsterdam
Overwegende:
dat de Da Costabuurt op grond van artikel 2.8 juncto 2.9 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) per 1 juli 2021 is aangewezen als algemeen overlastgebied voor de duur van één jaar. De aanwijzing van dit overlastgebied is vanaf 2021 op basis van verschillende evaluatierapporten meerdere keren tijdelijk verlengd;
dat de huidige aanwijzing van het algemene overlastgebied Da Costabuurt loopt tot 1 juli 2026;
dat uit onderzoek blijkt dat er reden is om het huidige algemene overlastgebied Da Costabuurt opnieuw aan te wijzen als algemeen overlastgebied;
dat de Da Costabuurt een relatief klein gebied is waar de openbare orde onder druk staat.
De Da Costabuurt ligt tegen het centrum aan en is daardoor een drukbezochte buurt. Het kent een aantal grote winkelstraten die in de regel veel publiek trekken. Uit informatie van stadsdeel West blijkt dat in het gebied veel personen zonder vaste woon- of verblijfplaats verblijven. Er is veel sprake van (hinderlijk) gebruik van alcohol en drugs en opdringen aan passanten;
dat het aantal incidenten in relatie tot de omvang van dit gebied, dat relatief beperkt is, nog steeds onaanvaardbaar hoog is. Uit onderzoek blijkt dat in de periode juli 2025 – maart 2026 relatief veel meldingen van overlast gedaan zijn bij de politie en de gemeente. Het aantal betreft in totaal 306, hetgeen gelet op de omvang van dit gebied, dat relatief beperkt is, onaanvaardbaar hoog is;
dat het afgelopen jaar het instrument van verblijfsverboden in het overlastgebied Da Costabuurt aanzienlijk veel is ingezet om de openbare orde te handhaven. In het afgelopen jaar zijn er 55 verblijfsverboden voor de duur van 24 uur opgelegd. Tevens zijn circa 6 langerdurende verblijfsverboden opgelegd;
dat uit informatie van de politie en het stadsdeel blijkt dat het instrument van verblijfsverboden in het overlastgebied Da Costabuurt een passend en toereikend middel is om de overlast beheersbaar te houden;
dat het om voorgaande redenen noodzakelijk is om het gebied Da Costabuurt opnieuw aan te wijzen als algemeen overlastgebied. Conform bestendig beleid worden overlastgebieden buiten Amsterdam Centrum in beginsel voor de duur van één jaar aangewezen;
dat het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van vrijheden anderzijds door de burgemeester tegen elkaar zijn afgewogen;
dat in deze afweging aan het algemeen belang om verstoring van de openbare orde te voorkomen meer gewicht dient te worden toegekend dan aan het belang van een overtreder om niet in zijn bewegingsvrijheid te worden beperkt;
dat daarom het hierna nader omschreven gebied op grond van artikel 2.8, eerste lid van de APV door de burgemeester van Amsterdam per 1 juli 2026 wordt aangewezen als een (algemeen) overlastgebied, waar artikel 2.9 van de APV van toepassing is. Het eerste lid van voornoemd artikel bepaalt welke gedragingen kunnen leiden tot het opleggen van een verblijfsverbod aan een persoon die de openbare orde verstoort. De betrokken persoon dient zich dan onmiddellijk uit het overlastgebied te verwijderen;
Overwegende voorts:
dat de burgemeester de politie gemandateerd heeft tot het opleggen van verblijfsverboden voor de duur van 24 uur;
dat de burgemeester de directeur Openbare Orde en Veiligheid heeft gemandateerd tot het opleggen van verblijfsverboden voor de duur van één maand en drie maanden;
Brengt ter algemene kennis dat zij op 1 juli 2026 heeft besloten:
Gelet op:
Artikel 2.8 en 2.9 van de APV