Verordening warmtenetten Haarlemmermeer 2026

De raad van de gemeente Haarlemmermeer;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer van 19 mei 2026, kenmerk 13358027;

 

gelet op de artikelen 108, 147 en 149 van de Gemeentewet;

 

overwegende dat de gemeente regie wil voeren op de aanleg, instandhouding en verwijdering van warmtenetten;

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • openbare gronden: openbare gronden zoals bedoeld in de begripsomschrijving van de Telecommunicatiewet en die in beheer of eigendom zijn van de gemeente;

  • spoedeisende werkzaamheden: werkzaamheden, noodzakelijk in verband met een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening van het betreffende warmtenet en waarvan uitstel niet mogelijk is;

  • warmtenet: geheel van tot elkaar behorende met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen ten behoeve van het transport van warmte of eventueel koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van een collectief warmtesysteem, van en naar een verbruiker of het transport van warmte of eventueel koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van een collectief warmtesysteem, van en naar een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte, met uitzondering van:

    • a.

      de leidingen, installaties en hulpmiddelen die zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel;

    • b.

      een binnen installatie;

    • c.

      de leidingen, installaties en hulpmiddelen die zijn gelegen in een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte of op het perceel waarop de productie-installatie is gelegen.

  • warmtenetexploitant: degene die als natuurlijk persoon, handelend in de uitvoering van een beroep of een bedrijf, dan wel als rechtspersoon een warmtenet beheert.

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en verwijdering van warmtenetten in of op openbare gronden.

Hoofdstuk 2 Vergunning warmtenetten

Artikel 2.1 Vereiste vergunning

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college in of op openbare gronden een warmtenet aan te leggen, in stand te houden of te verwijderen.

  • 2.

    Het verbod in het eerste lid geldt eveneens voor het gedeelte van een bouwterrein dat door de gemeente als weg in beheer zal worden genomen.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op:

    • a.

      door het college bepaalde werkzaamheden van niet-ingrijpende aard;

    • b.

      spoedeisende werkzaamheden.

  • 4.

    Het college stelt nadere regels ten aanzien van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden.

  • 5.

    Het college kan, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, één of meer gebieden aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding, maar een vergunning moet worden aangevraagd.

  • 6.

    Het college kan bepalen dat warmtenetten van een bepaalde omvang buiten de reikwijdte van dit artikel vallen.

Artikel 2.2 Publicatie vergunning

  • 1.

    Indien het college voornemens is een vergunning voor de aanleg en instandhouding van een warmtenet te verlenen, maakt het college dit voornemen openbaar door publicatie in het Gemeenteblad en via de website van de gemeente.

  • 2.

    Van het bepaalde in het eerste lid kan het college onder omstandigheden afwijken, in ieder geval wanneer de vergunning voor de aanleg, instandhouding en verwijdering van een warmtenet is aangevraagd door een warmtebedrijf dat het college heeft aangewezen voor de levering van warmte binnen een warmtekavel.

  • 3.

    Het college stelt de te volgen procedure vast voor een transparante en non-discriminatoire uitgifte van de vergunning tot aanleg en instandhouding van een warmtenet, uiterlijk op het moment van publiceren van een voornemen tot vergunningverlening, tenzij naar het oordeel van het college op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de vergunning.

Artikel 2.3 Nadere regels

Het college stelt met het oog op het doel van deze verordening in ieder geval nadere regels vast met betrekking tot de:

  • a.

    wijze van melding en uitvoering van spoedeisende en niet-ingrijpende werkzaamheden;

  • b.

    wijze van uitvoering, de ordening, de planning en de coördinatie van werkzaamheden ten behoeve van de aanleg, instandhouding en verwijdering van een warmtenet;

  • c.

    het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;

  • d.

    afstemming van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;

  • e.

    de manier van werken rond watergangen, stedelijk groen en de verhardingen boven warmteleidingen;

  • f.

    informatie-uitwisseling tussen gemeente en de warmtenetexploitant.

Artikel 2.4 Indienen aanvraag vergunning aanleg warmtenet

  • 1.

    Een aanvraag wordt ingediend bij het college en omvat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:

    • a.

      een globaal haalbaarheidsonderzoek, waarin wordt ingegaan op de technische, financiële en juridische aspecten van het aan te leggen warmtenet, waaronder een vergunningenscan;

    • b.

      een definitief ontwerp;

    • c.

      een uitvoeringsplan met betrekking tot de werkzaamheden voor de aanleg van het warmtenet, een opgave van het voorgenomen tijdvak en de eventuele fasering daarbinnen;

    • d.

      een beschrijving van de wijze waarop en de mate waarin het aan te leggen warmtenet bijdraagt aan het gemeentelijk beleid op het gebied van de energietransitie;

    • e.

      een beschrijving van de maatregelen ter bevordering van de ondergrondse ordening, de openbare orde, veiligheid, beperking van overlast en de bereikbaarheid van gronden en gebouwen;

    • f.

      het overleg en de coördinatie van de werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;

    • g.

      de naam, contactgegevens en, in geval van een rechtspersoon, de statuten van de rechtspersoon die voornemens is het warmtenet aan te leggen en te exploiteren;

    • h.

      een beschrijving van de wijze waarop omwonenden, bedrijven en andere belanghebbenden tijdig vooraf in kennis worden gesteld van de werkzaamheden.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de in te dienen gegevens en bescheiden.

  • 3.

    Indien voor de aanleg, instandhouding of verwijdering van een warmtenet zowel een aanvraag op grond van deze verordening als een aanvraag op grond van een andere wet is ingediend, al dan niet bij een ander bestuursorgaan, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte.

Artikel 2.5 Beslistermijnen

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het college kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.

  • 3.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 2.6 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  • 2.

    Degene aan wie de vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  • 3.

    De voorschriften en beperkingen kunnen onder meer betrekking hebben op:

    • a.

      plaats, tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;

    • b.

      de termijn waarbinnen gestart moet worden met de aanleg van warmtenetten in of op openbare gronden;

    • c.

      het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;

    • d.

      het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;

    • e.

      het samenwerken met gemeentelijke projecten in de openbare ruimte;

    • f.

      de realisatie van gemeentelijk beleid op het gebied van de energietransitie, waaronder in ieder geval (doch niet uitsluitend) begrepen de realisatie van gemeentelijk beleid gericht op het aardgasvrij maken van een gebied.

  • 4.

    Openbare gronden worden direct na het beëindigen van werkzaamheden in de oude staat teruggebracht, tenzij door het college anders is bepaald.

  • 5.

    Het college is bevoegd de uitvoering van de in artikel 2.1, eerste lid, vergunde werkzaamheden op te schorten indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is (breekverbod).

Artikel 2.7 Weigeringsgronden

  • 1.

    Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      de ondergrondse ordening;

    • c.

      de openbare veiligheid;

    • d.

      de bescherming van het milieu;

    • e.

      de volksgezondheid;

    • f.

      het voorkomen of beperken van overlast;

    • g.

      de bereikbaarheid van gronden en gebouwen;

    • h.

      het voorkomen van schade aan en de bescherming van de gebruiksmogelijkheden van gemeentelijke eigendommen, waaronder begrepen stedelijke groenvoorzieningen;

    • i.

      de energietransitie;

    • j.

      de coördinatie met werkzaamheden of activiteiten van de gemeente of derden.

  • 2.

    Een vergunning kan worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Artikel 2.8 Wijziging en intrekking

  • 1.

    De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:

    • a.

      ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;

    • c.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    • d.

      van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

    • e.

      de warmtenetexploitant het warmtenet buiten gebruik heeft gesteld;

    • f.

      de houder dit verzoekt.

  • 2.

    Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de verplichting worden verbonden om het betreffende warmtenet aan te passen of te verwijderen.

Artikel 2.9 Melding spoedeisende en niet-ingrijpende werkzaamheden

  • 1.

    De rechthebbende op een warmteleiding dient de spoedeisende werkzaamheden en niet-ingrijpende werkzaamheden te melden aan het college.

  • 2.

    Het college is bevoegd spoedeisende werkzaamheden en niet-ingrijpende werkzaamheden stil te leggen en over de uitvoering aanwijzingen te geven die de rechthebbende op de warmteleiding dient op te volgen, indien het college dit, alle belangen afwegend, noodzakelijk acht.

Artikel 2.10 Overdraagbaarheid

Een vergunning is overdraagbaar na verkregen toestemming van het college. In geval van een voorgenomen overdracht doet de houder van de vergunning hiervan onmiddellijk digitaal of schriftelijk mededeling onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende.

Hoofdstuk 3 Handhaving

Artikel 3.1 Strafbepaling

Overtreding van artikel 2.1, eerste lid, en artikel 2.6, derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 3.2 Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:

    • a.

      de buitengewone opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142 Wetboek van Strafvordering, die in dienst en/of werkzaam zijn in opdracht van de gemeente Haarlemmermeer;

    • b.

      de politieambtenaren van de politie, voor zover zij werkzaam zijn binnen een territoriaal onderdeel dat (een deel van) de gemeente Haarlemmermeer omvat;

    • c.

      militairen van de Koninklijke Marechaussee als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering, voor zover zij werkzaam zijn binnen een territoriaal onderdeel dat (een deel van) de gemeente Haarlemmermeer omvat.

  • 2.

    Het college kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4.1 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 4.2 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening warmtenetten Haarlemmermeer 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 juni 2026.

De griffier,

J. van der Rhee B.Ha.

De voorzitter,

M.H.F. Schuurmans-Wijdeven

Naar boven