De burgemeester van Amsterdam
Overwegende:
dat de Dapperbuurt in Amsterdam Oost op grond van artikel 2.8 juncto 2.9 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) per 1 januari 2014 is aangewezen als een algemeen overlastgebied voor de duur van één jaar. De aanwijzing van dit overlastgebied is vanaf 2014 op basis van verschillende evaluatierapporten meerdere keren tijdelijk verlengd, waarbij het ook is uitgebreid naar Oosterparkbuurt Zuidoost en Zuidwest en de Parooldriehoek;
dat de huidige aanwijzing van het algemene overlastgebied Oost loopt tot 1 juli 2026;
dat uit onderzoek blijkt dat er reden is om het huidige algemene overlastgebied Oost opnieuw aan te wijzen als algemeen overlastgebied;
dat het aantal incidenten in relatie tot de omvang van dit gebied, dat relatief beperkt is, nog steeds onaanvaardbaar hoog is. Uit onderzoek blijkt dat in de periode juli 2025 – maart 2026 relatief veel meldingen van overlast gedaan zijn bij de politie en de gemeente. Het aantal betreft in totaal 1328, hetgeen gelet op de omvang van dit gebied, dat relatief beperkt is, onaanvaardbaar hoog is;
dat het afgelopen jaar het instrument van verblijfsverboden in het overlastgebied Oost veelvuldig is ingezet om de openbare orde te handhaven. In de periode juli 2025 – maart 2026 zijn er meer dan 280 verblijfsverboden voor de duur van 24 uur opgelegd. Tevens zijn er in die periode 95 langerdurende verblijfsverboden opgelegd.
dat dit gebied al vele jaren is aangewezen als overlastgebied, waaruit blijkt dat sprake is van een structurele overlast vanwege de aard daarvan;
dat er verschillende maatregelen worden genomen om de openbare orde in het gebied te herstellen zoals extra inzet van toezichthoudende en handhavende partners, cameratoezicht en het aanbieden van zorg. De overlast in dit gebied is evenwel dusdanig ernstig dat het ordelijk verloop van het openbare leven ter plaatse in onvoldoende mate met gebruikmaking van alleen deze handhavingsmiddelen kan worden verzekerd;
dat het om voorgaande redenen noodzakelijk is om het algemene overlastgebied Oost opnieuw aan te wijzen als algemeen overlastgebied. Conform bestendig beleid worden overlastgebieden buiten Amsterdam Centrum in beginsel voor de duur van één jaar aangewezen;
dat het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van vrijheden anderzijds door de burgemeester tegen elkaar zijn afgewogen;
dat in deze afweging aan het algemeen belang om verstoring van de openbare orde te voorkomen meer gewicht dient te worden toegekend dan aan het belang van een overtreder om niet in zijn bewegingsvrijheid te worden beperkt;
dat daarom het hierna nader omschreven gebied op grond van artikel 2.8, eerste lid van de APV door de burgemeester van Amsterdam per 1 juli 2026 wordt aangewezen als een (algemeen) overlastgebied, waar artikel 2.9 van de APV van toepassing is. Het eerste lid van voornoemd artikel bepaalt welke gedragingen kunnen leiden tot het opleggen van een verblijfsverbod aan een persoon die de openbare orde verstoort. De betrokken persoon dient zich dan onmiddellijk uit het overlastgebied te verwijderen;
Overwegende voorts:
dat de burgemeester de politie gemandateerd heeft tot het opleggen van verblijfsverboden voor de duur van 24 uur;
dat de burgemeester de directeur Openbare Orde en Veiligheid heeft gemandateerd tot het opleggen van verblijfsverboden voor de duur van één maand en drie maanden;
Brengt ter algemene kennis dat zij op 1 juli 2026 heeft besloten:
Gelet op:
Artikel 2.8 en 2.9 van de APV