Verkeersmaatregel Sint Josephstraat

Ruimte / Mobiliteit / 2026-2496759

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het uitbreiden van het parkeerverbod en verbod stil te staan in de Sint Josephstraat.

 

Overwegingen

De Sint Josephstraat is een erftoegangsweg gelegen in de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud.

Aan de Sint Josephstraat is een school gevestigd. Met name tijdens schooluren van deze school worden regelmatig voertuigen geparkeerd op het smalle gedeelte van de Sint Josephstraat, gelegen ten westen van de Demertstraat. Het betreft voornamelijk voertuigen van bezoekers van de school.

Door het parkeren van voertuigen op dit wegvak ontstaan verkeersonveilige situaties en wordt de bruikbaarheid van de weg beperkt. Bewoners ondervinden hinder doordat het zicht bij het uitrijden van particuliere uitritten wordt belemmerd. Daarnaast hebben afvalinzamelingsvoertuigen, hulpdiensten en andere grotere voertuigen regelmatig moeite om dit gedeelte van de straat te passeren en te manoeuvreren.

Op het deel van de Sint Josephstraat ten westen van de Demertstraat geldt reeds een parkeerverbod en een verbod stil te staan. Om de verkeerssituatie op het gehele smalle gedeelte van de Sint Josephstraat eenduidig en overzichtelijk te maken, is het wenselijk deze bestaande verkeersmaatregelen uit te breiden in de richting van de uitgang van de school.

De voorgenomen maatregel is besproken met de bewoners van de Sint Josephstraat. Daarbij is gebleken dat er draagvlak bestaat voor de uitbreiding van het parkeerverbod en het verbod stil te staan, aangezien dit deel van de straat door de bewoners zelf nauwelijks wordt gebruikt voor parkeren.

Met het instellen van een parkeerverbod en een verbod stil te staan wordt beoogd de verkeersveiligheid te verbeteren, de doorgang voor grotere voertuigen te waarborgen en het uitzicht vanuit uitritten te verbeteren.

Deze maatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beschermen van weggebruikers en passagiers en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c van de Wegenverkeerswet 1994.

 

Belangenafweging

Het belang van de verkeersveiligheid, een goede doorgang voor afvalinzamelingsvoertuigen, hulpdiensten en overige grotere voertuigen, alsmede het belang van een veilig zicht vanuit uitritten, weegt zwaar. De huidige parkeersituatie leidt regelmatig tot hinder en potentieel verkeersonveilige situaties.

Tegenover deze belangen staat het belang van weggebruikers en bezoekers van de school om voertuigen in de directe nabijheid van de school te kunnen parkeren. Door het instellen van een parkeerverbod neemt het aantal beschikbare parkeerplaatsen op het betreffende wegvak af.

Het college acht deze nadelige gevolgen echter beperkt en niet onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Daarbij wordt betrokken dat het betreffende wegvak vanwege de beperkte breedte minder geschikt is voor parkeren, dat de maatregel aansluit op reeds bestaande parkeerrestricties in de straat en dat in de omgeving alternatieve parkeermogelijkheden aanwezig zijn.

Het college is daarom van oordeel dat het belang van de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid en de bruikbaarheid van de weg zwaarder weegt dan het belang van het kunnen parkeren op het betreffende gedeelte van de Sint Josephstraat.

 

Overleg politie

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Sint Josephstraat uit hun besluit van 31 januari 2012, Ruimte / Mobiliteit en Milieu / 2012-03134;

  • 2.

    door het aanbrengen van een gele onderbroken streep als bedoeld in art. 24.1.e het parkeerverbod aan de noordzijde van de Sint Josephstraat, ten westen van de Demertstraat, uit te breiden tot en met nummer 62;

  • 3.

    door het aanbrengen van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in art. 23.1.g het verbod stil te staan aan de zuidzijde van de Sint Josephstraat, ten westen van de Demertstraat, uit te breiden tot nummer 87;

 

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

  • 4.

    de borden B7 van Bijlage I van het RVV 1990 en de stopstrepen om aan te geven dat het verkeer op de Sint Jospehstraat voorrang dient te verlenen aan het verkeer op de Demertstraat;

  • 5.

    het bord C12 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “uitgezonderd bestemmingsverkeer” om een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen, uitgezonderd bestemmingsverkeer, in te stellen voor het oostelijke deel van de Sint Josephstraat 1;

  • 6.

    de gele onderbroken streep als bedoeld in art. 24.1.e van het RVV 1990 om een parkeerverbod in te stellen aan de noordzijde van de Sint Josephstraat vanaf de Demertstraat tot ongeveer 10 meter in westelijke richting;

  • 7.

    de gele doorgetrokken streep als bedoeld in art. 23.1.g van het RVV 1990 om een verbod stil te staan in te stellen aan de zuidzijde van de Sint Josephstraat tussen de Demertstraat en nummer 83.

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht.

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Noteborn,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 30 juni 2026

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

Naar boven