Beleidsregels nulbeleid coffeeshop Heuvelland

De burgemeester van de gemeente Vaals;

 

  • overwegende dat het gebruik van drugs de geestelijke en lichamelijke gezondheid bedreigt;

  • overwegende dat de gemeente Vaals sinds 15 april 1996 een nuloptiebeleid hanteert omtrent coffeeshops;

  • overwegende dat de aanwezigheid van een coffeeshop ongewenste effecten kan hebben voor het sociale leven in de gemeente, het woon- en leefklimaat in de omgeving en de openbare orde en veiligheid;

  • overwegende dat in nabijgelegen steden zoals Maastricht en Heerlen coffeeshops aanwezig zijn om aan de behoeften van gebruikers uit de gemeente Vaals te voldoen;

  • de gemeente Vaals vanuit het oogpunt van volksgezondheid het wenselijk vindt de verkoop en het gebruik van softdrugs, met name aan de jeugd, tegen te gaan;

  • overwegende dat in artikel 2.27 1e lid onder a van de APV Vaals 2026 is opgenomen dat onder een openbare inrichting een besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in omvang als zij bedrijfsmatig was, rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt;

  • overwegende dat in de geldende APV de burgemeester de bevoegdheid heeft tot het verlenen van een exploitatievergunning voor een openbare inrichting waaronder een coffeeshop, artikel 2.28 1e lid van de APV Vaals 2026;

  • overwegende dat de burgemeester in een beleidsregel wil vastleggen in welk geval de exploitatie van een openbare inrichting in ieder geval is verboden;

  • overwegende dat een verbod van de exploitatie van een openbare inrichting voor de burgemeester aanleiding kan zijn om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om over te gaan tot sluiting van de openbare inrichting als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet;

  • overwegende dat de burgemeester omtrent zijn bevoegdheid in artikel 13b van de Opiumwet afzonderlijke beleidsregels heeft vastgesteld;

  • gelet op de Algemene Plaatselijke Verordening Vaals 2026, de Opiumwet en de Algemene wet bestuursrecht.

Besluit

 

vast te stellen de “Beleidsregels nulbeleid coffeeshop Heuvelland”

Artikel 1  

De exploitatie van een openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2.28 1e lid APV Vaals 2026, te verbieden, als in die openbare inrichting een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet:

 

  • a.

    aanwezig is of zal zijn;

  • b.

    is of wordt verkocht;

  • c.

    is of zal worden afgeleverd;

  • d.

    wordt of zal worden verstrekt, of;

  • e.

    zulks door andere of aanwezigen in de inrichting wordt geduld of wordt toegestaan.

Artikel 2  

In welke exploitatievergunning wordt het de exploitant of de houder van de exploitatievergunning verboden in de openbare inrichting een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet aanwezig te hebben, te verkopen, af te leveren of te verstrekken dan wel te dulden of toe te staan dat zulks door anderen of aanwezigen in de inrichting wordt geduld of toegestaan.

Artikel 3  

Onmiddellijk door middel van het toepassen van een bestuurlijke sanctie op te treden tegen openbare inrichtingen die het gestelde onder artikel 1 en 2 van deze beleidsregel overtreden.

Artikel 4  

In voorkomend geval wordt tevens gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 13b van de Opiumwet overeenkomstig voor deze bestuursbevoegdheid vastgestelde beleidsregel ‘Damoclesbeleid 2026’.

Artikel 5  

Dit besluit treedt in werking een dag na bekendmaking.

Artikel 6  

Dit besluit kan aangehaald worden als: ‘Beleidsregel nulbeleid coffeeshops Heuvelland’.

Vastgesteld te Vaals, 25 juni 2026

De burgemeester van de gemeente Vaals

mr. H.M.H. Leunessen

Toelichting op de Beleidsregel nulbeleid coffeeshops Heuvelland

Doelstelling van het beleid en lokale context

De algemene doelstelling van dit regionaal afgestemde beleid is het voorkomen en beheersen van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden binnen het Heuvelland.

Drugshandel vormt op zichzelf reeds een ernstige verstoring van de openbare orde. In Maastricht & Heuvelland is een stringente aanpak noodzakelijk gelet op het feit dat sprake is van verschillende legale en illegale drugsmarkten waarop soft-, hard- en synthetische drugs worden geproduceerd en verhandeld, welke handel overlast en een grote mate van onveiligheid(sgevoelens) bij burgers in de directe omgeving tot gevolg heeft.

Criminelen zijn actief in de drugshandel omdat hier grote winsten mee behaald kunnen worden. Vanwege deze grote winsten wordt geweld en intimidatie dan ook niet geschuwd. Ten behoeve van de handel in drugs hebben criminelen locaties nodig om bijvoorbeeld drugs te produceren, op te slaan, te verwerken, te verstrekken of te verhandelen. In de gehele keten van drugshandel (van productie tot verkoop) worden woningen en lokalen in de stad op verschillende manieren misbruikt. Dit misbruik heeft een ondermijnend effect op de samenleving en tast het vertrouwen in de overheid aan. De handel in drugs is daarmee de ruggengraat van ondermijnende criminaliteit. In Maastricht & Heuvelland zijn er steeds meer negatieve effecten van ondermijnende criminaliteit op de directe leefomgeving. Kwetsbare groepen in de samenleving worden door criminelen misbruikt en geïntimideerd en op deze manier meegezogen in de harde criminele wereld.

 

Het feit dat de Heuvelland gemeenten zowel problematiek ervaren uit drugstoerisme gezien de specifieke ligging als grensgemeente en daarnaast het gegeven dat er reeds al een concentratie van coffeeshops in de steden Maastricht en Heerlen is die een aanzuigende werking hebben op zowel lokale als internationale handelaren in verdovende middelen, maakt dat de bestrijding van de handel en de daarmee gepaard gaande onveiligheid één van de speerpunten is van het beleid.

 

Naast de reeds beschreven risico’s is het van belang te benadrukken dat de grensligging niet alleen leidt tot een verhoogde mobiliteit van drugshandelaren, maar tevens tot een structurele verwevenheid van lokale en internationale criminele netwerken. De nabijheid van de Belgische en Duitse grens maakt het mogelijk dat illegale goederenstromen zich snel en relatief ongezien kunnen verplaatsen, waardoor toezicht, opsporing en handhaving aanzienlijk worden bemoeilijkt. Dit grensoverschrijdende karakter vergroot bovendien de kans op ontduiking van nationale regelgeving en creëert een aantrekkelijk klimaat voor criminele organisaties die opereren op Europees niveau.

 

Verkooppunten hebben een aanzuigende werking op drugskopers en- verkopers waarbij het geen verschil maakt of de handel bestaat uit de verkoop van hard- en/of softdrugs; de inbreuk op de openbare orde en de aantasting van het woon- en leefklimaat zijn voor softdrugs en harddrugs nagenoeg identiek.

 

Het landelijke karakter en de omvang van de heuvellandgemeenten maakt het moeilijker om deze stedelijke en grensoverschrijdende problematiek zelfstandig aan te pakken bij een vermenging van gedogen en handhaven, laat staan zelf te reguleren op individuele locaties.

 

Vanwege deze problematiek is reeds al gekozen voor een zeer stringent regionaal afgestemd handhavingsbeleid. De Heuvelland gemeenten wensen om deze problematiek verder te bestrijden daarom gezamenlijk een nuloptiebeleid te hanteren en deze beleidsregel geeft hier uitvoering aan.

Naar boven