Gemeenteblad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2026, 309555 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2026, 309555 | beleidsregel |
Beleidsregel tot wijziging van de beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GRONINGEN
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 20, 34, 35 en 44 van de Participatiewet;
Vast te stellen de volgende “Beleidsregel tot wijziging van de Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004”
De Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 worden als volgt gewijzigd.
Na artikel 2.8 wordt een nieuw artikel 2.9 ingevoegd luidende:
Artikel 2.9 Kosten levensonderhoud voor belanghebbenden van 18 tot en met 20 jaar
Er is ruimte om van het bedrag genoemd in artikel 20 derde lid van de Participatiewet af te wijken als:
het totaalbedrag van de algemene bijstand en de aanvulling hoger is dan de bijstandsnorm voor een persoon van 21 jaar of ouder genoemd in artikel 21 van de Participatiewet, in een vergelijkbare situatie. Op grond van het vierde lid van artikel 20 van de Participatiewet is verlagen van de aanvulling in dat geval verplicht.
Op het bedrag waarmee de van toepassing zijnde vermogensgrens wordt overschreden zal moeten worden ingeteerd. Uitgangspunt is dat de interingstermijn wordt vastgesteld door dit bedrag te delen door anderhalf maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag per maand. Als sprake is van bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
In de artikelsgewijze toelichting bij de Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 worden de volgende wijzigingen aangebracht.
Na de toelichting bij artikel 2.8 wordt een toelichting bij het nieuwe artikel 2.9 ingevoegd die luidt als volgt:
Artikel 2.9 Kosten levensonderhoud voor belanghebbenden van 18 tot en met 20 jaar
Wanneer een jongere een beroep deed op aanvullende bijstand voor levensonderhoud was het aan de gemeente om hiervoor beleid te ontwikkelen. Met ingang van 1 januari 2026 heeft de wetgever daarvoor een vaste norm bepaald in het derde en vierde lid van artikel 20 van de Participatiewet. Het betreft algemene bijstand, wat logisch is omdat het voor hogere algemene bestaanskosten is bedoeld. De verhoging van de norm geldt per uitkering en is dus voor alleenstaanden en voor gehuwden/samenwonenden hetzelfde bedrag.
De ophoging van de jongerennorm heeft geen fiscale gevolgen, maar kan wel gevolgen hebben voor de hoogte van de huurtoeslag van (eventuele) huisgenoten.
Het bedrag van de verhoging van de jongerennorm kan bij noodzakelijke hogere kosten of bij duidelijk lagere kosten voor levensonderhoud worden afgestemd op de situatie van de jongere. De woonsituatie van de jongere kan hierbij bepalend zijn. Als het alleen lagere woonkosten betreft kan de uitkering ook worden verlaagd op grond van artikel 27 in plaats van artikel 18 van de Participatiewet.
De toelichting bij artikel 3.9 komt te luiden:
Wanneer na intering op het vermogen opnieuw een aanvraag om algemene bijstand wordt ingediend, moet het college beoordelen of het interen op een voor de Participatiewet aanvaardbare wijze heeft plaatsgevonden. De Participatiewet geeft zelf geen norm hiervoor. Doorgaans wordt een norm van anderhalf (1,5) maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm in de jurisprudentie als redelijk beschouwd. Als de individuele situatie van belanghebbende daar aanleiding toe geeft, dan kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld als belanghebbende een aanvullende ziektekostenverzekering heeft afgesloten of hoge woonkosten heeft.
De toelichting bij artikel 3.11 komt te luiden:
Voor de meeste voertuigen geeft de ANWB op zijn website aan hoe de (dag)waarde kan worden berekend. Hiervoor is het kenteken en de kilometerstand van het betreffende voertuig nodig. De kilometerstand kan eventueel worden geschat. Geeft de ANWB voor de waardebepaling van een bepaald voertuig geen richtlijnen, dan kan voor de waardebepaling een andere bekende en relevante website bezocht worden.
De toelichting bij artikel 5.1 komt te luiden:
Artikel 5.1 Bijzondere bijstand met terugwerkende kracht
Op grond van het vijfde lid van artikel 44 van de Participatiewet is het mogelijk om onder voorwaarden bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen, zij het met maximaal drie maanden. Dit artikel geldt zowel voor het aanvragen van algemene als bijzondere bijstand. Om die reden wordt ook verwezen naar (de toelichting bij) artikel 2.1.
In principe dient belanghebbende zich voor het indienen van een aanvraag om bijzondere bijstand te melden op of vóór de dag waarop de kosten ontstaan. Uit coulance overwegingen geldt een melding nog als tijdig op grond van artikel 44, eerste lid van de Participatiewet als die niet later dan een maand na het opkomen van de kosten is gedaan.
Indien sprake is van individuele omstandigheden kan met terugwerkende kracht bijzondere bijstand worden toegekend tot maximaal drie maanden vóór de datum van melding. De te late melding mag echter niet verwijtbaar zijn.
De meest voor de hand liggende individuele omstandigheden waaraan kan worden gedacht zijn te vinden in artikel 2.1, vierde en vijfde lid. Om die reden is dit artikel van overeenkomstige toepassing verklaard. Maar deze verwijzing is niet bedoeld als limitatieve opsomming. Ook op grond van andere omstandigheden kan bijzondere bijstand met terugwerkende kracht worden toegekend. Overigens hoeven niet in alle gevallen de genoemde omstandigheden te leiden tot bijstandsverstrekking.
In dit artikellid wordt vooruitgelopen op een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag om bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de Participatiewet.
De toelichting bij artikel 5.5 komt te luiden:
Artikel 5.5 Kosten van levensonderhoud voor belanghebbenden van 18 tot en met 20 jaar die in een inrichting verblijven
Jongeren van 18 tot en met 20 jaar die in een inrichting verblijven hebben geen recht op algemene bijstand. Dit staat in artikel 13, tweede lid, onderdeel a van de Participatiewet. Bijzondere bijstand is mogelijk als hun onderhoudsplichtige ouders (artikel 1: 395a Burgerlijk Wetboek) niet kunnen bijdragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-309555.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.