Gemeenteblad van Roosendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Roosendaal | Gemeenteblad 2026, 309317 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Roosendaal | Gemeenteblad 2026, 309317 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2027 tot en met 2030
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
basisondersteuning+: extra ondersteuning aan kinderen op voorschoollocaties, voor kinderen die meer nodig hebben dan de basisondersteuning die geboden wordt op reguliere voorschool-locaties om mee te kunnen doen, maar die nog geen gespecialiseerde ondersteuning nodig hebben. Het betreft gerichte inzet op de omgeving van het kind door de inzet van (een) extra professional(s) en versterking van professionals in competenties, kennis, vaardigheden, gedrag en attitude; Verwacht wordt dat kinderen hierdoor in mindere mate doorverwezen naar (duurdere) vormen van speciaal (basis)onderwijs en/of specialistische jeugdhulp;
pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie: medewerker die wordt ingezet op/voor gesubsidieerde locatie(s) met voorschoolse educatie, met als doel om de kwaliteit van voorschoolse educatie op de locatie(s) te verhogen, zoals bedoeld in het ‘besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met de verhoging van het minimum aantal uren aanbod voorschoolse educatie en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker’ (Staatsblad 2019, 315);
VE-programma: een erkend programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Ook het programma Uk en Puk wordt hiertoe gerekend. Dit programma wordt doorontwikkeld; in afwachting hiervan geldt de opname in de databank van het huidige programma, zolang het daarin is opgenomen of totdat een door het NJi erkend opvolgend programma beschikbaar is;
warme overdracht: schriftelijke en mondelinge overdracht van informatie (passend binnen de wet gegevensbescherming) van de kinderopvang naar het basisonderwijs over hoe het kind is, hoe de ontwikkeling van het kind verloopt en welke ondersteuning het kind nodig heeft om te zorgen voor een doorgaande ontwikkellijn van het kind;
Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling
Doelstelling van de regeling is (conform het landelijk geldende kwaliteitskader): met behulp van voorschoolse educatie voorkomen en inlopen van onderwijsachterstanden voor aanvang basisonderwijs bij de doelgroeppeuters, zodat de gelijke kansen van deze doelgroep worden bevorderd en de doelgroep zich optimaal kan ontwikkelen zonder daarbij belemmerd te worden door factoren die deze kinderen niet zelf kunnen beïnvloeden. Subdoelen van de regeling zijn het tegengaan van segregatie en het bevorderen van integratie van kinderen en het bieden van een passende plek voor kinderen, bij voorkeur dicht bij huis.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de onder artikel 2 genoemde doelstelling. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn:
Inzet van een peuter-kleuterconsulent in de VE;
Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: de concrete ondersteuning die zij hebben geboden op basis van de hoofdtaken, het aantal kinderen waarvoor de peuter-kleuterconsulent wordt ingezet en het aantal keer dat het hierbij is gelukt om een kind in het regulier onderwijs te plaatsen en welke kwalitatieve en kwantitatieve resultaten zijn behaald.
Artikel 4 Voorwaarden aan de aanvrager
Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen voldoen aan de volgende vereisten:
Subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1, 2, 3 en 6 kan uitsluitend worden aangevraagd door houders die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Inspectie van het Onderwijs en GGD en werken conform de eisen op grond van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang. Subsidie kan worden geweigerd als blijkt dat bij een bestaande of nieuwe houder sprake is van herstellend of bestraffend handhavingstraject. Per situatie wordt dan met de houder besproken of er subsidie voor de betreffende locatie zal worden toegekend.
Een houder kinderopvang gevestigd buiten de gemeente Roosendaal kan in aanmerking komen voor subsidie indien naar het oordeel van het college aantoonbaar is dat een peuter wonend in de gemeente Roosendaal met gegronde redenen gebruik maakt van een locatie van een houder kinderopvang gevestigd buiten de gemeente Roosendaal.
Artikel 5 Voorwaarden aan de aanvraag
De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden:
Voor aanvragen voor activiteiten genoemd in artikel 3, lid 1 en artikel 3, lid 3 dient expliciet inzichtelijk te worden gemaakt welk subsidiebedrag verzocht wordt aan de gemeente (geënt op de niet-Focusgebieden Nationaal Programma Roosendaal (NPR)) en welk subsidiebedrag verzocht wordt aan NPR, ten bate van de focusgebieden van het NPR;
Het subsidiebedrag is gebaseerd op de noodzakelijke en werkelijke kosten. Subsidiabele kosten zijn:
Het subsidietarief voor de pedagogisch beleidsmedewerker VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 526,00 per doelgroeppeuter per locatie. De totaal aan te vragen subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt berekend op basis van het geschatte aantal doelgroeppeuters per locatie voor het betreffende jaar;
Voor eenmalige projecten of pilots genoemd onder artikel 3, lid 5 kan een eenmalige subsidie worden aangevraagd. Deze projecten of pilots dragen bij aan de in artikel 2 genoemde doelstelling, zijn in lijn met de in artikel 3 genoemde activiteiten en sluiten aan bij onderwijsachterstandenbeleid zoals deze geldig is op het moment van de aanvraag.
Het subsidieplafond voor het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep dat voldoet aan de wettelijke norm genoemd onder artikel 3, lid 1 en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 2.800.000 per jaar. Dit is gebaseerd op een totaal van 415 VE-doelgroeppeuters per jaar, maximaal 640 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar;
Het subsidieplafond voor het aanbieden van activiteiten gericht op het vergroten van ouderbetrokkenheid, in aanvulling op de structurele ouderbetrokkenheid die onderdeel uitmaakt van de VE genoemd onder artikel 3, lid 3 bedraagt € 117.500 per jaar, waarvan € 40.000 maximaal verzocht kan worden aan NPR ;
Het subsidieplafond voor een eenmalige subsidie genoemd onder artikel 3, lid 6 is afhankelijk van de binnen het subsidieplafond beschikbare niet ingezette middelen voor onderwijsachterstanden. Het subsidieplafond voor de eenmalige subsidie als bedoeld in artikel 3, lid 6 wordt gevormd door de niet-ingezette middelen na toekenning van subsidies op grond van artikel 7, leden 1 tot en met 4
Het totale subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 3.177.094. Dit totale plafond wordt gevormd door de subsidieplafonds zoals benoemd onder artikel 7, lid 1, 2 ,3 en 4. Wanneer er na het toekennen van subsidies nog budget resteert, vormt het resterende bedrag het subsidieplafond van artikel 7, lid 1 het budget voor een eenmalige subsidie genoemd onder artikel 3, lid 6.
Artikel 10 Samenloop van subsidies
De aanvraag voor subsidie wordt afgewezen indien voor de activiteiten, als bedoeld in artikel 3, op grond van andere nadere regels reeds gefinancierd wordt of kan worden als voorliggende voorziening(en).
De subsidieontvanger is verplicht:
Zich in te spannen om zo veel mogelijk in te zetten op de vorming van gecombineerde groepen (groepen met doelgroeppeuters en niet-doelgroeppeuters). Subsidie voor nieuwe groepen kan worden geweigerd als een groep bij aanvraag van de subsidie gemiddeld per week op groepsniveau minder dan 3 doelgroeppeuters telt;
De eindverantwoording van de jaarlijkse subsidie wordt door de houder uiterlijk op 30 april in het jaar erop volgend, digitaal ingediend met de daarvoor door het college vastgestelde formulieren en formats, inclusief tussentijdse verwante effectmeting binnen de Uitgangspunten Kwaliteit Voorschoolse Educatie en het geldende lokaal kwaliteitskader.
Vaststelling vindt plaats op basis van de vergelijking van de prognose van het verwachte aantal te bereiken doelgroepkinderen bij de subsidieaanvraag en de werkelijke situatie welke is opgegeven in de verantwoording. De vaststelling vindt daarmee plaats op basis van de werkelijke realisatie. Hierbij wordt uitgegaan van een minimale bezettingsgraad van 92%. Daaronder volgt een terugvordering op basis van werkelijke realisatie. Boven een bezettingsgraad van 100% volgt een additionele subsidie op basis van werkelijke realisatie.
Het college kan, in bijzondere gevallen, één of meer bepalingen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken.
Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Roosendaal op 23 juni 2026,
de secretaris,
de burgemeester,
Tussentijdse realisatie doelgroeppeuters per locatie via de verplichte bijlage subsidieregeling Voorschoolse Educatie, welke te vinden is via de website: Subsidie jeugd, onderwijs en peuteropvang | Gemeente Roosendaal
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-309317.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.