Subsidieverordening Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland

De raad van de gemeente Sluis,

 

  • gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2025;

 

  • gelet op artikel 149 Gemeentewet;

 

  • gelet op titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht;

 

  • gelet op het Besluit specifieke uitkering Regio Deals;

 

  • gelet op het convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland “Zeeuwse aanpak Vitale Regio’s”;

 

  • gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Sluis 2026, in het bijzonder artikel 2 lid 3;

 

  • overwegende dat de gemeente Sluis als penvoerder optreedt in de Regio Deal Zeeuws Vlaanderen en Zeeland;

 

besluit vast te stellen de:

 

Subsidieverordening Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland

Artikel 1 Doelstellingen

Deze subsidieverordening regelt de toekenning van subsidie aan partijen van de middelen die het Rijk in het kader van de Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland aan de gemeente Sluis in haar rol als regiokassier heeft verstrekt.

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1.

    Deze verordening is een bijzondere subsidieverordening als bedoeld in Algemene subsidieverordening gemeente Sluis 2026.

  • 2.

    Voor zover deze verordening geen afwijkende of aanvullende regels stelt, geldt het bepaalde in de Algemene subsidieverordening gemeente Sluis 2026.

  • 3.

    Subsidies in het kader van deze verordening kunnen enkel worden verstrekt in het kader van de Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland “Zeeuwse aanpak Vitale Regio’s”.

Artikel 3 Bevoegdheid college

  • 1.

    Het college kan een projectsubsidie enkel verlenen voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in de specifieke uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regiodeals en het convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland “Zeeuwse aanpak Vitale Regio’s”.

  • 2.

    Het college stelt een subsidieregeling “Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland” vast waarin nadere regels kunnen worden gesteld omtrent:

    • a.

      de wijze van aanvragen;

    • b.

      de te subsidiëren projecten;

    • c.

      diegene die voor subsidie in aanmerking komen;

    • d.

      criteria voor subsidieverlening;

    • e.

      subsidiabele en niet-subsidiabele kosten;

    • f.

      weigeringsgronden;

    • g.

      de wijze van verdeling van het subsidieplafond;

    • h.

      het bedrag en de maatstaven voor berekening;

    • i.

      de wijze van uitbetaling;

    • j.

      de wijze van rapporteren.

Artikel 4 Subsidieplafonds

  • 1.

    Het college kan projectsubsidie verlenen tot het vastgestelde subsidieplafond van € 12.610.000.

  • 2.

    Het subsidieplafond wordt besteed binnen de drie vastgestelde programmalijnen waarbij de volgende plafonds gelden:

    1.

    Fysieke leefomgeving

    € 1.265.000

    2.

    Essentiële basisvoorzieningen

    € 4.100.000

    3.

    Ontwikkelkansen inwoners

    € 7.245.000

Artikel 5 Subsidieverlening

  • 1.

    De aanvraag om projectsubsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college.

  • 2.

    Het college bepaalt welke gegevens bij de aanvraag dienen te worden verstrekt.

  • 3.

    Het college verleent projectsubsidie voor de gehele looptijd van het project met dien verstande dat een project uiterlijk 31 december 2029 dient te zijn afgerond.

  • 4.

    Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking bepalen dat subsidieontvangers hun administratie op een bepaalde wijze dienen in te richten.

  • 5.

    Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking regels stellen omtrent participatie.

  • 6.

    Het college kan de subsidie in ieder geval weigeren:

    • a.

      indien de gevraagde subsidie niet of in onvoldoende mate tegemoet komt aan het bepaalde in het convenant Regio Deal Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland “Zeeuwse aanpak Vitale Regio’s”;

    • b.

      in de in deze verordening of subsidieregeling bedoelde gevallen;

    • c.

      als de subsidieverlening niet past binnen de vastgestelde subsidieplafonds.

  • 7.

    Het college kan een verleningsbeschikking wijzigen of intrekken:

    • a.

      in die gevallen bedoeld in artikel 6 lid 4;

    • b.

      indien een project niet is gestart binnen een periode van 1 jaar, ingaande de dag na verzending van de verleningsbeschikking.

Artikel 6 Voortgang van het project

  • 1.

    Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking bepalen dat subsidieontvangers periodiek inhoudelijke en financiële rapportages toezenden over de voortgang van het project.

  • 2.

    De in lid 1 genoemde rapportage bevat in elk geval:

    • a.

      een ingevuld format voortgangsrapportage;

    • b.

      gegevens die het college nodig heeft om aan de minister te rapporteren over de rechtmatige besteding van de specifieke uitkering.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid doet een subsidieontvanger onverwijld uit eigen beweging melding van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze invloed hebben op de voortgang van het project of de hoogte van de subsidie.

  • 4.

    Als gevolg van een rapportage of melding kan de verleende subsidie verlaagd worden, kunnen aanvullende afspraken over de gesubsidieerde activiteiten gemaakt worden of kunnen verplichtingen behorende bij de subsidie aangepast worden.

Artikel 7 Subsidievaststelling

  • 1.

    De subsidieontvanger dient uiterlijk 3 maanden na afloop van de bij het project behorende einddatum een aanvraag tot subsidievaststelling in.

  • 2.

    Een aanvraag tot subsidievaststelling bevat in elk geval:

    • a.

      een overzicht van de gemaakte kosten in de projectperiode;

    • b.

      de werkelijk ontvangen bijdragen;

    • c.

      een afrondende inhoudelijke rapportage waaruit blijkt hoe de doelen en resultaten van het project zijn bereikt, de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd en aan de voorwaarden die bij de subsidieverlening behoren is voldaan;

    • d.

      een accountantsverklaring voor zover het college dit als voorwaarde bij verleningsbeschikking heeft opgenomen;

    • e.

      overige bij subsidieregeling of subsidievoorwaarden genoemde gegevens.

  • 3.

    Het college kan eisen stellen aan:

    • a.

      de vorm waarin de in het tweede lid genoemde gegevens worden overgelegd;

    • b.

      de periode dat de subsidieontvanger de subsidieadministratie bewaart.

  • 4.

    Het college stelt een subsidie vast binnen 3 maanden na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling.

  • 5.

    Indien de subsidievaststelling lager wordt vastgesteld dan eerder verleend en uitbetaald kan het college het te veel betaalde subsidiebedrag terugvorderen.

Artikel 8 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking per 1 november 2025.

  • 2.

    Voor zover in of bij deze verordening geen afwijkende of aanvullende regeling wordt gegeven geldt de Algemene subsidieverordening gemeente Sluis 2026.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening Regio Deal Zeeuws Vlaanderen en Zeeland”.

Sluis, 30 oktober 2025

DE RAAD VOORNOEMD,

De griffier, De voorzitter,

mr. P.T.G. Claeijs mr. M.M.D. Vermue

Naar boven