Havenverordening Dijk en Waard

Zaaknummer: 00001230756

 

Raadsvergadering: 16 juni 2026

 

De raad van de gemeente Dijk en Waard;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 april 2026;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

  • 1.

    de Havenverordening Dijk en Waard (navolgend) met bijbehorende situatietekening (bijlage) vast te stellen;

  • 2.

    de Havenverordening vastgesteld door de raad van gemeente Dijk en Waard op 28 november 2023 in te trekken.

Havenverordening Dijk en Waard

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Dijk en Waard

    • b.

      gemeente: de gemeente Dijk en Waard

    • c.

      haven: wateren die in het beheer zijn van de gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, met inbegrip van de aansluitende kaden, kadeterreinen en de bijbehorende kunstwerken en steigers, ingericht voor het aanmeren van schepen;

    • d.

      havenbeheerders: personen die door het college zijn aangewezen als verantwoordelijk voor het beheer van de haven.

    • e.

      oplegging: het voor korte of langere tijd uit de vaart nemen van een vaartuig;

    • f.

      schip: elk vaartuig, met inbegrip van surfplanken, vlotten, vaartuigen zonder waterverplaatsing alsmede watervliegtuigen, welke worden gebruikt of geschikt zijn om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water met inbegrip van drijvende werktuigen - zoals baggerwerktuigen, kranen, bokken - alsmede woonschepen, glijboten en ponten;

    • g.

      schipper: degene die rechtens dan wel feitelijk aan boord van een schip het gezag uitoefent.

    • h.

      sluis:het civieltechnische kunstwerk ontworpen en ingericht voor het gecontroleerd doorlaten van vaartuigen, gelegen op de locatie nabij de haven van Broek op Langedijk zoals weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij de verordening.

Artikel 2 Werkingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de haven en sluis, gelegen in Broek op Langedijk, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij de verordening.

Artikel 3 Havenbeheerders

  • 1.

    Het college wijst havenbeheerders aan die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de haven.

  • 2.

    Het college kan de uitvoering van de artikelen 7, 8, 10, 13, 14, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 28, 30, 33, 38, 39 en 43 opdragen aan de havenbeheerders als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4 Inzage in documenten

De schipper van een vaartuig is verplicht de havenbeheerders desgevraagd inzage te verlenen in de ladingdocumenten, de meetbrief en andere scheepsdocumenten.

Artikel 5 Vergunning

  • 1.

    Alle vergunningen krachtens deze verordening te verlenen, worden verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd. Aan de vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden.

  • 2.

    Vergunningen krachtens deze verordening verleend, zijn persoonlijk en kunnen niet worden overgedragen.

  • 3.

    De houder is verplicht de vergunning op eerste vordering te tonen en desverlangd tegen bewijs van ontvangst af te staan aan hen die belast zijn met het opsporen van overtredingen van deze verordening.

  • 4.

    Het college kan een vergunning of ontheffing in ieder geval weigeren, wijzigen of intrekken als:

    • a.

      dit in het belang van de orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven noodzakelijk is;

    • b.

      de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    • c.

      op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na de verlening daarvan, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan deze is vereist;

    • d.

      ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • e.

      hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

    • f.

      de houder dit verzoekt.

  • 5.

    Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend houdt deze, of een kopie hiervan, aan boord van het schip waarop deze betrekking heeft, tenzij het een schip zonder bemanningsverblijf betreft.

Artikel 6 Instructies en voorwaarden

Het college is bevoegd met inachtneming van het gestelde in deze verordening nadere regels vast te stellen die in het kader van beheer en exploitatie noodzakelijk zijn.

Artikel 7 Inbewaringstelling en overige maatregelen (bestuursdwang)

Het college is bevoegd zinkende of brandende schepen, niet bemande schepen, onbeheerd drijvende schepen en balken, palen, wrakken of andere voorwerpen, te meren, te verhalen en in bewaring te nemen of anderszins adequate maatregelen te nemen dan wel daartoe opdracht te geven aan een derde, voor rekening en risico en desnoods tegen de wil van de rechthebbende(n).

Hoofdstuk 2 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID

Artikel 8 Staat van het schip

  • 1.

    De eigenaar, exploitant of schipper van een vaartuig dat de haven wenst binnen te varen, is verplicht ervoor zorg te dragen dat het vaartuig verkeert in een ordentelijke en veilige staat van onderhoud en uitrusting.

  • 2.

    Het is verboden met een vaartuig de haven binnen te varen of daarin te verblijven indien de uiterlijke staat van het vaartuig, naar het oordeel van de havenmeester, gevaar oplevert voor de veiligheid, kan leiden tot verontreiniging van het water of de havenomgeving, of op andere wijze overlast veroorzaakt.

  • 3.

    De havenmeester is bevoegd een vaartuig de toegang tot de haven te weigeren of te gelasten dat het vaartuig de haven verlaat, indien niet wordt voldaan aan het in het eerste en tweede lid gestelde.

Artikel 9 Verboden gedragingen

Het is de schipper verboden met zijn vaartuig in de haven op zodanige wijze te liggen of te varen, dat met dat schip of met de meermiddelen en ankers, dan wel door golfslag of zuiging, hinder, schade of ongeluk wordt veroorzaakt en in het algemeen, de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak wordt belemmerd of de veiligheid in gevaar wordt gebracht of redelijkerwijs is aan te nemen, dat de veiligheid in gevaar kan worden gebracht.

Artikel 10 Verbod op zwemmen in de haven en nabij de sluis

  • 1.

    Het is verboden te zwemmen in de haven, alsmede in de onmiddellijke nabijheid van de sluis.

  • 2.

    De havenmeester is bevoegd aanwijzingen te geven ter handhaving van dit verbod.

Artikel 11 Maximumsnelheid

Het is een schipper van een mechanisch voortbewogen schip verboden in de haven te varen met een grotere snelheid dan 6 kilometer per uur.

Artikel 12 Aan de grond lopen

De schipper is verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn schip in de haven niet aan de grond komt.

Artikel 13 Voorzieningen en voorwerpen

  • 1.

    Het is eenieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water, op de steigers of op de dijk te hebben, te plaatsen of aan te brengen, als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, voor het laden en lossen van schepen.

  • 3.

    Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 14 Verboden scheepstoestanden

  • 1.

    Het is de schippers van de hierna bedoelde schepen verboden met een dergelijk schip de haven binnen te lopen:

    • a.

      schepen in zinkende toestand verkerend;

    • b.

      brandende schepen;

    • c.

      schepen, die door de toestand van hun lading of uit andere oorzaak gevaar voor de veiligheid in de haven hinder of gevaar voor de omgeving kunnen opleveren;

    • d.

      te zwaar beladen schepen;

    • e.

      schepen, die onvoldoende zijn uitgerust of bemand.

  • 2.

    In uitzonderlijke situaties kan het college ontheffing verlenen van het in het eerst genoemde verbod.

Artikel 15 Zinkend schip

De schipper of, bij diens ontstentenis, de reder of de eigenaar van een gezonken schip of gezonken voorwerp, is verplicht:

  • a.

    onmiddellijk na het zinken daarvan kennis te geven aan de havenbeheerders en er voor zorg te dragen dat aan de voorschriften van het Binnenvaartpolitiereglement wordt voldaan;

  • b.

    om binnen 24 uur na het zinken van het schip of voorwerp de verwijdering daarvan ten genoegen van het college te hebben zeker gesteld en er zorg voor te dragen dat het gezonken schip of voorwerp binnen de door het college of namens hen door de havenbeheerders te bepalen termijn uit de haven is verwijderd.

Artikel 16 Halen en laten

  • 1.

    Het is verboden zonder toestemming van het college in de haven schepen te water te laten of uit het water te halen met behulp van kranen en/of andere mechanische hulpmiddelen, kanteltrailers daaronder begrepen. De toestemming dient ten minste 24 uur tevoren te worden aangevraagd.

  • 2.

    Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing voor direct aan de haven gevestigde scheepswerven en scheepsconstructiebedrijven.

Artikel 17 Oplegverbod

Het is verboden zonder vergunning van het college een schip in de haven op te leggen.

Artikel 18 Schade

Wanneer een schip schade veroorzaakt aan een eigendom van de gemeente, is de schipper verplicht terstond de havenbeheerder daarvan in kennis te stellen.

Artikel 19 Overlast

  • 1.

    Tenzij bij of krachtens deze verordening anders bepaald is het anderen dan de schipper van een schip niet toegestaan om een zich in de haven bevindend schip vast te houden, zich daarop te begeven, los te maken dan wel daar mee te varen zonder toestemming van de schipper.

  • 2.

    Het is niet toegestaan zonder toestemming van de havenbeheerders in meerpalen, remmingswerken of andere tot de haven behorende kunstwerken te klimmen c.q. daarop te lopen.

Artikel 20 Ordeverstoring

  • 1.

    Het is verboden in de haven, al dan niet aan boord van een schip, de orde te verstoren, geluidhinder te veroorzaken, of zich anderszins hinderlijk voor de omgeving te gedragen.

  • 2.

    De schipper van een schip, waarop zich feiten als in lid 1 bedoeld, voordoen dan wel hebben voorgedaan, is verplicht op eerste aanzegging door de havenbeheerder met zijn schip de haven onmiddellijk langs de kortste weg te verlaten.

Artikel 21 Ontzegging toegang

Indien na overtreding van een verbod in deze verordening naar het oordeel van het college ernstige vrees bestaat dat de openbare orde en/of de veiligheid in de haven door de overtreder(s) opnieuw zou kunnen worden verstoord, kunnen zij deze overtreder(s) en/of de schipper van het schip waarop de overtreding plaatsvond voor maximaal drie maanden de toegang tot de haven ontzeggen. Indien de overtreder c.q. de schipper nadien de orde opnieuw verstoort, kan de ontzegging voor een langere periode worden verleend.

Hoofdstuk 3 SLUIS

Artikel 22 Toelating tot de sluis

  • 1.

    Het is uitsluitend toegestaan met een vaartuig gebruik te maken van de sluis, indien het betreffende vaartuig naar het oordeel van de havenbeheerder, gelet op de constructie en stabiliteit, geschikt is om op veilige wijze te worden geschut in de sluis.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het verboden met de navolgende vaartuigen, dan wel als zwemmer, gebruik te maken van de sluis:

    • a.

      jetski’s;

    • b.

      kano’s;

    • c.

      kajaks;

    • d.

      SUP-boards (stand-up paddle boards);

    • e.

      roeiboten;

    • f.

      drakenboten;

    • g.

      overige vaartuigen die naar het oordeel van de havenbeheerder onvoldoende stabiliteit of geschiktheid bezitten, ongeacht of deze zijn voorzien van een motor.

  • 3.

    Het college kan van het in het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen als dit in het belang van de openbare orde en veiligheid noodzakelijk is. Degene aan wie ontheffing is verleend houdt deze, of een kopie daarvan, aan boord van het schip.

  • 4.

    De havenbeheerder is te allen tijde bevoegd de toegang tot de sluis te weigeren aan vaartuigen waarvan de constructie of stabiliteit naar zijn oordeel onvoldoende is voor een veilige schutting.

  • 5.

    De havenbeheerder is voorts bevoegd de toegang tot de sluis te weigeren indien de schipper, of degene die het vaartuig bestuurt, naar het oordeel van de havenbeheerder in een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand verkeert, of onder zodanige invloed verkeert van alcohol, drugs of andere middelen, dat de veiligheid van de schutting of van andere gebruikers in gevaar kan worden gebracht.

Hoofdstuk 4 LIGPLAATSEN

Artikel 23 Ligplaatsen

Op de situatietekening, behorende bij artikel 2 van deze verordening, zijn aangegeven:

  • a.

    de ligplaatsen die zijn bestemd voor het innemen van een passantenligplaats voor de duur van maximaal zeven aaneensluitende dagen; en

  • b.

    de ligplaatsen die zijn bestemd voor het innemen van een vaste ligplaats.

Artikel 24 Innemen van ligplaatsen

  • 1.

    Het is verboden met een schip een ligplaats in de haven in te nemen op andere dan door het college aangewezen ligplaatsen of op een aangewezen ligplaats die bestemd is voor een andere categorie ligplaats.

  • 2.

    Tussen 15 oktober en 15 april is het niet toegestaan met een schip een ligplaats in te nemen in de haven, met uitzondering van vaste ligplaatsen als bedoeld in artikel 25 en winterstalling zoals bedoeld in artikel 26.

  • 3.

    Het innemen van een door het college aangewezen ligplaats is slechts toegestaan na aanmelding bij de havenbeheerder en na verkregen toestemming van de havenbeheerder, dan wel na aanmelding via het digitale havenloket.

  • 4.

    Voor passantenplaatsen wordt toestemming verleend voor het innemen van een ligplaats voor maximaal 7 aaneengesloten dagen, met een maximum van 30 dagen per jaar.

  • 5.

    Indien tussen de periodes, waarin een schip in de haven aanwezig is, minder dan twee etmalen zijn gelegen, worden deze periodes voor de bepaling van de in lid 4 genoemde termijn, als aaneengesloten beschouwd.

  • 6.

    Het is verboden om langer met een schip een ligplaats in de haven in te nemen dan de termijn waarvoor toestemming is verleend door de havenbeheerders.

  • 7.

    Het in lid 6 bepaalde is niet van toepassing voor overschrijding van de daar genoemde termijn indien en voor zover de weersomstandigheden het vertrek van een schip uit de haven naar het oordeel van de havenbeheerder onverantwoord doen zijn.

  • 8.

    Door de havenbeheerder of middels de havenbetaalautomaat wordt een ligplaats aangewezen.

  • 9.

    Het is niet mogelijk een ligplaats vooraf te reserveren.

  • 10.

    Voor het innemen van een ligplaats is een havenrecht verschuldigd op grond van de Verordening op de heffing en invordering van Liggeld vaartuigen. Het havenrecht wordt voldaan aan de havenbeheerder of middels de havenbetaalautomaat. Indien het havenrecht wordt voldaan middels de havenbetaalautomaat dient de schipper het betaalbewijs zodanig in of op het vaartuig te plaatsen dat het, voor zover redelijkerwijs mogelijk, duidelijk zichtbaar is vanaf de kade of het water.

  • 11.

    De aanmelding en verkregen toestemming voor het innemen van een ligplaats ontheft de schipper niet van de verplichting zich ervan te vergewissen dat die plaats voor zijn schip veilig is.

Artikel 25 Vaste ligplaatsen

Het innemen van een vaste ligplaats is uitsluitend toegestaan voor direct aanwonenden met vergunning verleend door het college.

Artikel 26 Winterstalling

  • 1.

    Het is toegestaan een vaartuig in de haven te stallen gedurende de periode van 15 oktober tot en met 15 april.

  • 2.

    Aanmelding voor winterstalling kan uitsluitend plaatsvinden vanaf 1 oktober bij de havenbeheerder. Het is niet mogelijk om vóór deze datum een plaats voor winterstalling te reserveren.

  • 3.

    Toewijzing van ligplaatsen voor winterstalling geschiedt op volgorde van aanmelding, waarbij het tijdstip van aanmelding bepalend is, tenzij de havenbeheerder op grond van bijzondere omstandigheden anders beslist.

  • 4.

    Voor de winterstalling is een havenrecht verschuldigd op grond van de Verordening op de heffing en invordering van Liggeld vaartuigen. Het havenrecht wordt voldaan aan de havenbeheerder.

Artikel 27 Verbod op bewoning

  • 1.

    Het is verboden een schip in de haven te gebruiken voor bewoning.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor zover het college daarvoor expliciet ontheffing heeft verleend.

Artikel 28 Langszij meren

Behoudens toestemming van het college is het verboden in de haven roeiboten, rubberboten of andere bij een groter schip behorende bijboten langszij van dit schip te meren, anders dan voor het direct in- of uitladen van personen en/of goederen.

Artikel 29 Deugdelijke aanmering

  • 1.

    De schipper is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn schip zolang het een ligplaats inneemt goed en veilig is vastgemaakt en bij voortduring. De schipper moet er voorts zorg voor dragen dat bij wijziging van de waterstand en/of de inzinking van dat schip, de meermiddelen dienovereenkomstig kunnen worden aangepast en dat geen schade aan schepen of kunstwerken wordt toegebracht.

  • 2.

    Het vastmaken mag niet anders geschieden dan aan de daartoe bestemde ringen of meerpalen of aan de palen, meerboeien of dukdalven in de haven geplaatst, of aan de schepen, welke aan zodanige voorwerpen zijn vastgemaakt.

Artikel 30 Verhalen c.a.

  • 1.

    De schipper van een schip is verplicht zijn schip steeds tot verhalen gereed te houden en zodanig te verhalen of te verleggen als door of namens het college wordt bevolen en wel onmiddellijk of binnen een daartoe aangezegde tijd.

  • 2.

    Als geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht een schip te verhalen kan het college het schip voor rekening en risico van de schipper verhalen of doen verhalen.

  • 3.

    Bij ernstige belemmering van de exploitatie of als het in het belang van de veiligheid of openbare orde noodzakelijk is om direct te handelen en het handelen van de schipper niet kan worden afgewacht, kan het college het schip voor rekening en risico van de schipper direct verhalen of doen verhalen.

Artikel 31 IJsgang

Bij ijsgang of dichtgevroren water in de haven is de schipper van een schip verplicht:

  • a.

    indien hij met dat schip een ligplaats wenst in te nemen of te verlaten dan wel het bevel daartoe ontvangt, voor zijn rekening en risico zo nodig het ijs te breken of een sleepboot te gebruiken;

  • b.

    zodanige maatregelen te nemen, dat met zijn schip geen schade kan worden toegebracht aan andere schepen of aan kunstwerken zoals oeververdedigingen, steigers en remmingswerken.

Artikel 32 Veiligheid toegang

De schipper van een gemeerd of ten anker liggend schip is verplicht ervoor zorg te dragen dat het aan en van boord gaan veilig kan plaatsvinden en dat de toegangsmiddelen tot dat schip ten minste voldoen aan de daaraan in het Arbeidsomstandighedenbesluit gestelde eisen.

Artikel 33 Overpad

Schippers van in de nabijheid liggende schepen hebben het recht om zich over andersmans schip te begeven, indien dit nodig is voor het laden en lossen of voor het bereiken van de wal. Indien een schipper geen toestemming wil geven voor dit overpad, is hij verplicht om op last van het college verplicht zijn schip te verplaatsen.

Artikel 34 Ontmeren

De schipper van een schip, dat langszij een ander schip gemeerd ligt is verplicht:

  • a.

    het andere schip, indien de schipper daarvan dit wenst, gelegenheid te geven te ontmeren en te vertrekken;

  • b.

    zijn plaats te ruilen voor een schip dat de ligplaats langszijde het andere schip behoeft, mits de schipper van het betreffende schip de noodzaak daartoe aantoont ten overstaan van de havenbeheerders.

Artikel 35 Meerschade

De schipper is verplicht door het aanbrengen van fenders, kurkenzakken, drijfbalken of op enig andere deugdelijke wijze, niet zijnde autobanden, ervoor zorg te dragen dat ten gevolge van het meren, gemeerd liggen of ontmeren van zijn schip geen schade aan enig persoon of goed wordt toegebracht.

Artikel 36 Bedrijfsverbod

Het is verboden zonder vergunning van het college:

  • a.

    in de haven een schip in gebruik te hebben als magazijn, werkplaats of tot het uitoefenen van een nering.

  • b.

    als onderdeel van een bedrijfsvoering met één of meer schepen een ligplaats in te nemen met het oogmerk deze te verhuren of te verhandelen.

  • c.

    een ligplaats in de haven in te nemen teneinde in of vanuit de haven met enig schip tegen betaling rondvaarten en/of toertochten te maken of te doen maken.

Hoofdstuk 5 BEPALINGEN BETREFFENDE MILIEUHINDER

Artikel 37 Afvalcontainers

Onverminderd het bepaalde in de Verordening fysieke leefomgeving Dijk en Waard is het verboden zich van huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van een in de haven liggend schip te ontdoen anders dan door gebruikmaking van de daartoe bij de haven geplaatste afvalstoffencontainers.

Artikel 38 Verboden handelingen

  • 1.

    Het is verboden in de haven:

    • a.

      een schip te slopen;

    • b.

      aan een schip slijp-, las- , verfspuit- en/of gritwerkzaamheden uit te voeren;

    • c.

      een schip te reinigen met gebruik van reinigingsmiddelen die schadelijk zijn voor het milieu;

    • d.

      antifouling of andere verfsoorten aan te brengen of te verwijderen;

    • e.

      werkzaamheden uit te voeren waarbij verfresten, algen of olie in het water kunnen geraken;

    • f.

      anderszins vloeistoffen, uitgezonderd water, en voorwerpen of zelfstandigheden welke dan ook, over boord of van de wal in het water te werpen, te laten vallen, te pompen of te laten vloeien.

  • 2.

    Het gestelde in lid 1 is niet van toepassing op lozingen waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is vereist en is verleend.

  • 3.

    De schipper van een schip is verplicht:

    • a.

      zodanige maatregelen te nemen, dat het te water geraken van de in lid 1 bedoelde vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden, wordt voorkomen;

    • b.

      onmiddellijk na het desondanks te water geraken van de in lid 1 bedoelde vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden daarvan kennis te geven aan de havenbeheerders en er zorg voor te dragen, dat deze vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden onmiddellijk of, bij gebreke van dien, binnen de door of namens het college te bepalen tijd uit de haven worden verwijderd.

  • 4.

    Het is verboden door laden en lossen van een schip door stof, stank of anderszins jegens personen, dieren, goederen of schepen, schade of overlast te veroorzaken.

  • 5.

    Het is verboden in de haven open vuur te stoken, vuurkorven te gebruiken of gerechten op open vuur te roosteren.

  • 6.

    Het is verboden aan boord van een schip roet te blazen.

  • 7.

    Het is verboden rook, gassen, stoom of heet water op zodanige plaats of op zodanige wijze uit een schip te laten ontsnappen, dat daardoor gevaar, hinder of schade kan ontstaan voor personen, dieren, goederen of vaartuigen.

  • 8.

    Het is verboden, tenzij met toestemming door of namens het college, schepen geheel of gedeeltelijk met gassen te behandelen of te doen behandelen. Bij het aanvragen van de toestemming dient tevens de naam en de samenstelling van het te gebruiken gas te worden opgegeven.

Artikel 39 Gevaarlijke stoffen

De schipper van een schip dat voorwerpen, vaste stoffen, gassen of vloeistoffen aan boord heeft, die gevaar, schade of hinder voor de omgeving kunnen veroorzaken, is verplicht zijn schip langs de kortste weg de haven te doen verlaten indien hem een daartoe strekkend bevel door havenbeheerder of namens het college is gegeven.

Artikel 40 Eisen aan stookinstallatie

De schipper of bij diens ontstentenis de reder of de eigenaar van een schip, is verplicht er zorg voor te dragen dat elke stookinstallatie zodanig is ingericht, wordt onderhouden en bediend, dat een nagenoeg rookloze verbranding wordt verkregen.

Artikel 41 Geluidhinder motoren

  • 1.

    Het is verboden in de haven op of in een gemeerd schip één of meer verbrandingsmotoren te gebruiken tussen 22.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends en op zon- en feestdagen anders dan voor aankomen in of het direct vertrekken uit de haven.

  • 2.

    Verbrandingsmotoren moeten zodanig ingebouwd of opgesteld en voorzien zijn van zodanig goede geluiddempers dat bij gebruik van de motoren in de haven geen ernstige hinder of overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt.

Artikel 42 Geluidhinder apparatuur

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in de Verordening fysieke leefomgeving Dijk en Waard is het verboden in de haven aan boord van een schip een radio of andere geluidsapparatuur zodanig te gebruiken dat deze ernstige geluidhinder veroorzaakt voor de omgeving.

  • 2.

    Het in lid 1 bepaalde is niet van toepassing op geluidsversterkers, voor zover deze gebruikt worden voor het veilig manoeuvreren van schepen.

Hoofdstuk 6 Handhaving

Artikel 43 Aanwijzingen

  • 1.

    De havenbeheerder kan mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven in het belang van de orde en veiligheid in de haven, in het bijzonder ter regeling van het scheepvaartverkeer, het nemen van ligplaats en ter voorkoming van gevaar, schade of hinder.

  • 2.

    Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing onmiddellijk op te volgen.

Artikel 44 Strafbepaling

Overtreding van één van de bij deze verordening vastgestelde verbodsbepalingen, niet-nakoming van een ingevolge deze verordening opgelegde verplichting en niet-naleving van één of meer voorschriften aan een vergunning verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 45 Naleving

Het college wijst de personen aan die belast zijn met de zorg voor het toezicht op de naleving en handhaving van deze verordening, het opsporen van de daarin genoemde strafbare feiten en de zorg voor de orde en veiligheid in de haven, de regeling van het verkeer daaronder begrepen.

Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 46 Intrekking oude verordening

De Havenverordening zoals vastgesteld op 28 november 2023 door de raad van gemeente Dijk en Waard wordt ingetrokken.

Artikel 47 Overgangsbepaling

  • 1.

    Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 46, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2.

    Besluiten van het college die genomen zijn voor inwerkingtreding van deze verordening, die recht geven op het innemen van een ligplaats in de haven, worden geacht te zijn genomen op grond van deze verordening, ook indien deze verordening daarvoor geen overeenkomstige besluiten kent.

Artikel 48 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag nadat zij op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

Artikel 49 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Havenverordening Dijk en Waard.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Dijk en Waard van 16 juni 2026

De griffier,

M. (Menno) Horjus,

de voorzitter,

M.F. (Maarten) Poorter

Bijlage  

 

Naar boven