Gemeenteblad van Maasgouw
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maasgouw | Gemeenteblad 2026, 308906 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maasgouw | Gemeenteblad 2026, 308906 | beleidsregel |
Beleidsregels inkomen en vermogen gemeente Maasgouw 2026
Artikel 1 - Hersteltermijn bij uw aanvraag (artikel 4:5 lid 1 Algemene wet bestuursrecht)
Wanneer de gegevens voor de beoordeling van uw aanvraag niet compleet zijn, geven wij u een hersteltermijn om de ontbrekende gegevens alsnog aan te leveren. Een hersteltermijn voor uw aanvraag is minimaal 5 en maximaal 10 werkdagen. Dit kan anders zijn als u meer tijd nodig heeft om de gevraagde gegevens te verzamelen (bijvoorbeeld omdat u gegevens bij een andere instantie moet opvragen). Als u dit aangeeft, kunnen we u een langere termijn geven. De maximale hersteltermijn is echter nooit langer dan 8 weken. De termijn van de hersteltermijn gaat lopen op de dag na verzending.
Artikel 2 - Hersteltermijn tijdens bijstand (artikel 54 Pw en artikel 17 IOAW)
Zorgt u ervoor dat u al uw gegevens op tijd en volledig bij ons inlevert. Zo voorkomt u dat wij uw recht op uitkering opschorten. Dit betekent dat wij de betaling van uw uitkering uitstellen totdat u alle gegevens heeft ingeleverd en wij uw recht op uitkering opnieuw hebben beoordeeld. Wij geven u een hersteltermijn om de ontbrekende gegevens alsnog aan te leveren. Deze hersteltermijn bedraagt minimaal 5 en maximaal 10 werkdagen. Dit kan anders zijn als u meer tijd nodig heeft om de gevraagde gegevens te verzamelen (bijvoorbeeld omdat u gegevens bij een andere instantie moet opvragen). Als u dit aangeeft, kunnen we u een langere termijn geven. De maximale hersteltermijn is echter nooit langer dan 8 weken. De termijn van de hersteltermijn gaat lopen op de dag na verzending.
Artikel 3 - verkorte aanvraagprocedure / hergebruik van gegevens
Artikel 43a Pw en artikel 15a IOAW regelen dat als u na het eindigen van uw bijstands- of IOAW-uitkering opnieuw een aanvraag doet, u niet meer alle gegevens hoeft in te leveren die u bij de vorige aanvraag of tijdens het ontvangen van bijstand of IOAW al heeft ingeleverd, of waarover wij uit andere systemen kunnen beschikken.
In de volgende situaties hoeft u niet meer alle gegevens in te leveren (verkorte aanvraag):
Wij controleren in elk geval of er wijzigingen zijn in de volgende gegevens:
Als er (andere) wijzigingen zijn in uw situatie, levert u hierover (nieuwe) bewijsstukken in bij de aanvraag.
We nemen voor de vaststelling van uw vermogen hetzelfde bedrag als in uw vorige bijstandsperiode.
Als een verkorte aanvraag wordt ingediend terwijl dit niet voor u is bedoeld, dan verloopt de aanvraag alsnog via de reguliere procedure.
Artikel 4 - Betekenis "onverwijld uit eigen beweging" in artikel 17 lid 1 Pw en artikel 13 IOAW
"Onverwijld uit eigen beweging" betekent dat u zelf alle belangrijke informatie aan ons doorgeeft, zonder dat wij u daarom hoeven te vragen. U geeft dit aan ons door via de applicatie “Mijn Inkomen” (of op een andere manier, maar in elk geval schriftelijk). U heeft hiervoor 5 werkdagen (te rekenen vanaf de dag na de verandering) de tijd. U bent zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van veranderingen die van invloed kunnen zijn op uw uitkering, ook als wij u daar niet naar vragen. Als u twijfelt of u iets moet doorgeven, neem dan contact met ons op.
Artikel 5 - Waarde voertuigen bij het vaststellen van vermogen
De waarde van een auto stellen we vast volgens de ANWB-koerslijst (het verkopen van een auto aan een particulier). Of als u de auto recent heeft gekocht, u een bewijsstuk van de betaalde prijs inlevert en wij deze prijs reëel achten, gaan wij bij de vermogensvaststelling uit van deze betaalde prijs en niet van de koerslijst.
De waarde van auto’s die door hun leeftijd niet meer in de koerslijst staan, stellen we vast op ‘nul’. Dit is anders als de auto bijzonder is (bijvoorbeeld duur merk of oldtimer).
De waarde van een motor stellen we vast volgens verkoopwaardes op websites zoals Autotrader of Autoscout24. We gaan uit van de gemiddelde verkoopwaarde van vergelijkbare motoren. Staan er meer dan vijf vergelijkbare motoren op de site? Dan nemen we een gemiddelde van de vijf goedkoopst aangeboden motoren.
De waarde van een camper stellen we vast aan de hand van vergelijkbare campers op www.marktplaats.nl of www.camperscaravans.nl. We gaan uit van de gemiddelde waarde van de vergelijkbare campers. Staan er meer dan vijf vergelijkbare campers op de site? Dan nemen we een gemiddelde van de vijf goedkoopst aangeboden campers.
Is de waarde van een auto, motor of camper meer dan € 5.000? Dan merken we alleen het bedrag boven de € 5.000 aan als vermogen. Maar heeft u een tweede voertuig of schaft u die aan in de bijstandsperiode? Dan nemen we de totale waarde/het gehele bedrag van het tweede voertuig mee bij het vermogen, ook al heeft het eerste voertuig de waarde van € 5.000 niet overschreden.
Artikel 6 - Saldo lopende bankrekening bij vaststellen vermogen
Als we uw vermogen vaststellen, houden we rekening met alle middelen en dus ook met het saldo op uw bankrekeningen. Een deel van dat saldo is echter bedoeld voor het levensonderhoud van die lopende maand. Bij uw aanvraag om bijstand en eventuele latere heronderzoeken laten we daarom op het totaal van al uw bankrekeningen een extra bedrag vrij van maximaal een maanduitkering. Onder de maanduitkering verstaan we de voor u van toepassing zijnde bijstandsnorm, zonder vakantietoeslag. Deze vrijlating wordt als eerste toegepast. Daarna kijken we naar de vermogensgrens die de Pw stelt.
Deze vrijlating passen we alleen toe op het positieve saldo op uw bankrekeningen. Heeft u meerdere bankrekeningen? Bent u getrouwd en heeft u allebei een bankrekening? Dan tellen we de bedragen bij elkaar op en laten maximaal één keer het bedrag van de bijstandsnorm (exclusief vakantietoeslag) vrij. Als u een bewindvoerder heeft, passen we de vrijlating toe op de beheerrekening.
Artikel 7 - Moment vaststellen vermogen bij echtscheiding/verlating
Het vermogen stellen we vast bij uw aanvraag en bij veranderingen tijdens de bijstand. Er zijn situaties dat wij uw vermogen nog niet goed vast kunnen stellen, bijvoorbeeld als u in een echtscheidingsprocedure zit of als uw relatie is beëindigd. We stellen uw vermogen dan eerst voorlopig vast en wachten met het definitief vaststellen totdat de echtscheiding/boedelscheiding is afgerond.
Blijkt uw vermogen na de echtscheiding of boedelscheiding alsnog hoger te zijn dan de vermogensgrens, dan vorderen wij de te veel betaalde uitkering van u terug.
Artikel 8 - Vaststellen vermogen bij co-ouderschap
Bij het vaststellen van het vermogen van een co-ouder houden we rekening met de vermogensgrens van een alleenstaande ouder.
Bij het vaststellen van het vermogen van een ouder die bijstand ontvangt, nemen we ook de bankrekening(-en)/vermogen van het minderjarig kind mee, als de ouder over de bankrekening van dat kind kan beschikken.
Bij een co-ouderschapregeling openen beide ouders vaak samen een speciale kindrekening waarop beiden een bijdrage storten voor de kosten van levensonderhoud (en bijvoorbeeld ook kinderbijslag). Bij deze speciale kindrekening rekenen we de helft van het saldo als vermogen bij de ene en de andere helft van het saldo bij de andere ouder. De andere ouder zorgt namelijk ook voor de helft in het levensonderhoud van het kind. Uit de bankafschriften moet duidelijk blijken dat het om een kindrekening gaat.
Artikel 9 - Reserveren uitvaartkosten bij vaststellen vermogen
Heeft u een verzekering voor de kosten van begrafenis of crematie? Dit kan een verzekering in natura zijn of een verzekering die in geld uitbetaalt.
Een uitvaartverzekering die in natura uitkeert, betaalt geen geld maar geeft diensten en/of producten. Een naturaverzekering rekenen we niet tot uw vermogen.
Een uitvaartverzekering die in geld uitbetaalt, rekenen we niet tot uw vermogen als:
Artikel 10 - Verlaging uitkering wegens het ontbreken van woonlasten
Als u geen woonlasten heeft, omdat deze bijvoorbeeld (tijdelijk) door iemand anders worden betaald, verlagen we uw uitkering (op grond van artikel 27 Pw en artikel 18 lid 1 Pw) met het bedrag van de minimum basishuur (eenpersoonshuishouden voor een alleenstaande of meerpersoonshuishouden voor gehuwden). Dit bedrag volgt uit de Wet op de huurtoeslag.
In artikel 20 lid 3 Pw is geregeld dat de norm van een jongere van 18, 19 of 20 jaar wordt verhoogd, als de jongere voor de kosten van levensonderhoud geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
Van een situatie als bedoeld in artikel 20 lid 3 Pw is in elk geval sprake als:
Artikel 12 - Vrijlaten van giften in individuele gevallen
Onder een gift als bedoeld in artikel 31 Pw wordt verstaan: een of meerdere bijdrage(n) van een persoon of instelling waarmee de ontvanger wordt bevoordeeld, en waarvoor niets wordt terugverlangd. De gift wordt vrijwillig gegeven en er wordt niets voor teruggevraagd.
Vrijgevigheid wordt aangemoedigd, maar is niet onbeperkt mogelijk binnen een bijstandsuitkering.
Giften kunnen eenmalig zijn of regelmatig terugkeren (bijvoorbeeld per kwartaal of vaker).
Giften worden tot aan de wettelijke vrijlatingsgrens niet tot de middelen gerekend.
De wettelijke vrijlatingsgrens geldt per uitkering en niet per uitkeringsgerechtigde. Een echtpaar heeft gezamenlijk recht op de vrijlating tot drempelbedrag, niet per persoon.
Wanneer zijn giften verantwoord?
Bij de beoordeling of een gift in een individueel geval verantwoord is in de zin van artikel 31 lid 2 sub s Pw, beschouwt het college in elk geval de volgende categorieën als verantwoord:
Voor giften in natura (niet zijnde besparingsbijdragen als bedoeld in artikel 18 lid 8 Pw) wordt aangesloten bij de bepaling in artikel 34 lid 2 sub a Pw; bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn).
Schadevergoedingen waarvan wij het passend en verantwoord vinden dat u deze naast uw bijstandsuitkering ontvangt, tellen wij niet bij uw middelen (artikel 31 lid 2 sub s Pw). Dit geldt ook voor uitkeringen en schadevergoeding die daartoe door de minister zijn aangewezen (artikel 31 lid 2 sub l Pw).
We maken onderscheid tussen materiële en immateriële schadevergoedingen:
Een materiële schadevergoeding is een vergoeding voor schade die direct in geld uit te drukken is. Het gaat om een vergoeding voor schade of verlies van iets dat belanghebbende al had. Bijvoorbeeld vervanging van een kapotte auto of brandschade in huis. Het kunnen reeds gemaakte kosten zijn of kosten die nog gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld juridische kosten of kosten voor huishoudelijke hulp.
De schadevergoeding die de belanghebbende ontvangt voor materiële schade wordt niet als vermogen aangemerkt, tenzij de schadevergoeding niet wordt gebruikt voor het wegnemen van de schade.
Schadevergoeding die is bedoeld ter compensatie van het verlies van arbeidsvermogen/gemist loon, wordt aangemerkt als inkomen voor de periode waarop de vergoeding betrekking heeft.
De hoogte van deze immateriële schadevergoeding, ook wel smartengeld genoemd, wordt vaak bepaald door een rechter of schadeverzekeraar.
De vergoeding voor blijvende schade wordt toegerekend aan de statistisch te verwachten resterende levensduur van de persoon, te rekenen vanaf het moment van ontstaan van de schade, en herleid tot een maandbedrag. Is dit bedrag lager dan 10% van de huidig geldende bijstandsnorm (geldt zowel voor de gehuwden- als de alleenstaandennorm)? Dan wordt de schadevergoeding vrijgelaten. Is het bedrag hoger dan 10% van de bijstandsnorm? Dan wordt het meerdere vermenigvuldigd met de maanden in bijstand na het ontstaan van de schade. Dus vanaf schade datum of begin bijstand (als schade nog vóór aanvang bijstand ontstond) tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Het aldus verkregen bedrag is het deel van de schadevergoeding dat als vermogen in aanmerking wordt genomen.
Voor het berekenen van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt gebruik gemaakt van deze websites:
https://www.svb.nl/nl/aow/aow-leeftijd/uw-aow-leeftijd
Voor de statistisch te verwachten resterende levensduur van de persoon zie onderstaande links:
https://www.berekenhet.nl/pensioen/resterende-levensverwachting.html
https://www.vzinfo.nl/levensverwachting/leeftijd-en-geslacht
B = leeftijd datum ontstaan schade
C = gemiddelde leeftijd overlijden
E = toepasselijke bijstandsnorm
H = maandbedrag aan schadevergoeding boven 10% van de bijstandsnorm
A : (C – B = D) = jaarbedrag : 12 = F
wat is het percentage van F t.o.v. E = percentage
-> is dit lager dan 10%? -> niet meenemen als vermogen (vrijlaten)
-> is dit hoger dan 10%? -> alles boven 10% omrekenen naar een totaal bedrag (zie de tweede formule hieronder) en wel meenemen als vermogen (en evt. terugvorderen).
G – B = jaarbedrag x 12 x H = bedrag aan schadevergoeding waarmee het vermogen is toegenomen.
Vervolgens, als de vergoeding (voor een deel) als vermogen wordt aangemerkt, wordt dit afgezet tegen:
Afhankelijk hiervan wordt beoordeeld of er achteraf toegenomen vermogen is en welk deel hiervan moet worden teruggevorderd. Dit volgt uit de regels van de Participatiewet.
Artikel 14 - Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslissen wij.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-308906.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.