Subsidieregeling duurzame dorpen en wijken 2026 - 2027

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland;

 

Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, van de Algemene Subsidieverordening 2023 gemeente Smallingerland;

 

besluit:

Vast te stellen de Subsidieregeling duurzame dorpen en wijken 2026 – 2027.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland;

  • 2.

    Energietransitie: overgang van het gebruik van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen;

  • 3.

    Warmteprogramma: door het college vastgesteld programma onder de omgevingswet waarin de gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving beschrijft.

Artikel 2 Doel

De subsidie heeft tot doel het stimuleren van het opstarten, ontwikkelen en versnellen van projecten op het gebied van energietransitie, om zo de ambities om in 2050 aardgasvrij en energieneutraal te zijn te helpen realiseren.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor het vormgeven en uitvoeren van een project op het gebied van energiebesparing, duurzame energieopwekking of energieopslag in de gemeente Smallingerland.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan stichtingen, coöperaties of verenigingen die statutair gevestigd zijn in de gemeente Smallingerland.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 200.000,00 voor de gehele looptijd van de regeling.

Artikel 6 Aanvraagperiode

Een aanvraag voor subsidie dient te zijn ontvangen uiterlijk op 31 december 2027.

Artikel 7 Aanvraag

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde bescheiden.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd voor zover:

  • 1.

    De aanvrager niet valt binnen de in artikel 4 bedoelde doelgroep van de regeling;

  • 2.

    De aanvraag is ontvangen buiten de in artikel 6 genoemde termijn;

  • 3.

    De aangevraagde activiteiten plaatsvinden buiten de gemeente Smallingerland;

  • 4.

    De activiteit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende voldoet aan de in artikel 2 genoemde doelstelling van de regeling of een of meerdere van de in artikel 9 genoemde toetsingscriteria;

  • 5.

    De te verstrekken subsidie minder dan € 750,00 bedraagt;

  • 6.

    Aan de aanvrager op het moment van ontvangst van de aanvraag voor een project in hetzelfde kalenderjaar binnen dezelfde categorie als bedoeld in artikel 9 reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling, behoudens de situaties als bedoeld in artikel 16;

  • 7.

    De activiteiten naar het oordeel van het college financieel of praktisch onuitvoerbaar zijn;

  • 8.

    De activiteiten zijn uitgevoerd voordat de subsidie is ontvangen, tenzij het college toestemming verleent de activiteiten eerder uit te voeren.

  • 9.

    Het subsidieplafond bereikt is.

  • 10.

    De subsidie betrekking heeft op ondersteuning die door het Friese Energiehuis kan worden geboden.

Artikel 9 Toetsingscriteria

In deze subsidieregeling worden de volgende categorieën aanvragers onderscheiden, die aan de volgende criteria dienen te voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen:

  • a.

    Duurzame beginners:

    • 1.

      De aanvraag is ingediend door twee of meer wijk- of dorpsbewoners, verenigd in een stichting, vereniging of coöperatie, al dan niet in oprichting;

    • 2.

      Er zijn ten minste twintig huishoudens als deelnemer verbonden aan het project; en

    • 3.

      Het project past binnen de kaders van de het warmteprogramma of de doelen van het programma duurzaamheid;

  • b.

    Duurzame doorzetters:

    • 1.

      De aanvraag wordt ingediend door een stichting, coöperatie of vereniging, niet zijnde in oprichting;

    • 2.

      Er zijn ten minste dertig huishoudens als deelnemer verbonden aan het project;

    • 3.

      Het project bevat collectieve meerwaarde die moet blijken uit het feit dat het project makkelijk opschaalbaar of dupliceerbaar is; en

    • 4.

      Het project past binnen de kaders van het warmteprogramma of de doelen van het programma duurzaamheid;

  • c.

    Duurzame koplopers:

    • 1.

      De aanvraag wordt ingediend door een stichting, coöperatie of vereniging, niet zijnde in oprichting;

    • 2.

      De aanvrager heeft aantoonbare ervaring met het opzetten en uitvoeren van grotere projecten met als doel energiebesparing, duurzame energieopwekking of energieopslag;

    • 3.

      Er zijn ten minste vijftig huishoudens als deelnemer verbonden aan het project;

    • 4.

      Aanvrager laat middels gespreksverslagen zien dat er voorafgaand aan de aanvraag minimaal twee gesprekken hebben plaatsgevonden met de betrokken energie-ambtenaar van de gemeente over de opzet van het projectplan, waarbij die gesprekken niet langer dan zes maanden voorafgaand aan ontvangst van de subsidieaanvraag plaats hebben gevonden en moeten zijn afgerond met een positief advies van de energieambtenaar voor het uitvoeren van de activiteiten;

    • 5.

      Het project past binnen de kaders van het warmteprogramma of de doelen van het programma duurzaamheid; en

    • 6.

      Het project is aanvullend op het huidige aanbod binnen de gemeente Smallingerland.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      Advies-, proces- en ontwikkelkosten;

    • b.

      Organisatiekosten;

    • c.

      Communicatiekosten;

    • d.

      Kosten voor juridisch advies;

    • e.

      Kosten voor de uitvoering van fysieke maatregelen.

  • 2.

    Kosten als bedoeld in het eerste lid, onder e, komen slechts voor subsidie in aanmerking, voor zover zij minder bedragen dan 50% van de totale kosten.

Artikel 11 Niet subsidiabele kosten

  • 1.

    Kosten die niet rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen, komen niet voor subsidie in aanmerking.

  • 2.

    Kosten voortvloeiend uit activiteiten waarvoor het Friese Energiehuis ondersteuning biedt.

Artikel 12 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, voor zover die redelijk en noodzakelijk zijn in relatie tot het doel van deze regeling, tot een maximum van:

  • a.

    € 7.500 voor de in artikel 9, onder a bedoelde categorie;

  • b.

    € 12.500 voor de in artikel 9, onder b bedoelde categorie;

  • c.

    € 25.500 voor de in artikel 9, onder c bedoelde categorie;

Artikel 13 Verdeelsystematiek

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst.

  • 2.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger is verplicht om een eindproduct op te leveren bestaande uit een plan van aanpak en eindrapportage. Deze eindrapportage mag door de gemeente vrijelijk verspreid worden.

Artikel 15 Bevoorschotting en betaling

Het voorschot van subsidies als bedoeld in artikel 12, a t/m c bedraagt maximaal €5.000,- van het verleende subsidiebedrag en wordt verstrekt tegelijkertijd met de subsidieverlening.

Artikel 16 Wijziging subsidie

  • 1.

    De subsidievaststellingbeschikking voor een subsidie als bedoeld in artikel 9, onder a, kan op verzoek van de subsidieontvanger worden vervangen door een subsidieverleningsbeschikking voor een subsidie als bedoeld in onderdeel b van dat artikel.

  • 2.

    Een verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt getoetst aan de criteria als genoemd in artikel 9 onder b.

  • 3.

    De subsidieverleningsbeschikking voor een subsidie als bedoeld in artikel 9, onder b, kan, indien de subsidie nog niet is vastgesteld, op verzoek van de subsidieontvanger worden gewijzigd naar een subsidieverleningsbeschikking voor een subsidie als bedoeld in onderdeel c van dat artikel.

  • 4.

    Een verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt getoetst aan de criteria als genoemd in artikel 9 onder c.

  • 5.

    Een verzoek als bedoeld in het eerste en derde lid wordt slechts gehonoreerd indien zij betrekking heeft op activiteiten in hetzelfde kalenderjaar als de oorspronkelijke aanvraag.

Artikel 17 Prestatieverantwoording

  • 1.

    De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 12 dient binnen 8 weken na uitvoering van de activiteiten een verzoek tot vaststelling in bij het college.

  • 2.

    Het verzoek tot vaststelling bevat in ieder geval:

    • a.

      En inhoudelijke beschrijving van de uitgevoerde activiteiten zoals die in het plan van aanpak staan beschreven, die door de gemeente ook gebruikt mag worden voor kennisdeling; en

    • b.

      en financieel verslag, op dezelfde wijze gecategoriseerd als de bij de aanvraag overgelegde begroting en toegelicht per post.

Artikel 18 Hardheidsclausule

Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op de doelstelling van deze subsidieregeling, naar haar oordeel leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking en geldt tot en met 31 december 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen die voor die datum zijn ontvangen.

Artikel 20 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling duurzame dorpen en wijken 2026 – 2027.

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 7 april 2026,

secretaris,

Siebren van der Berg

burgemeester,

Fred Veenstra

Naar boven