Gemeenteblad van Breda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Breda | Gemeenteblad 2026, 30779 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Breda | Gemeenteblad 2026, 30779 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening gemeentelijke rekenkamer Breda
Burgemeester en wethouders van Breda maken het volgende bekend:
De gemeenteraad heeft in zijn openbare vergadering van 18 december 2025 de Verordening gemeentelijke rekenkamer Breda vastgesteld.
De verordening gaat in op de eerste dag na deze bekendmaking.
Heeft u vragen over dit besluit?
Het is niet mogelijk om bezwaar te maken tegen het besluit waarin de verordening wordt vastgesteld. Heeft u toch vragen? Neem dan contact op met de gemeente via www.breda.nl/contact en vermeld de datum en het nummer van dit gemeenteblad.
Artikel 3 Taak van de rekenkamer
De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Een onderzoek naar de rechtmatigheid bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de wet.
Conform artikel 182 van de wet bepaalt de rekenkamer zelf naar welke onderwerpen zij onderzoek wil verrichten. Bij het inventariseren van mogelijke onderwerpen voor onderzoek betrekt de rekenkamer suggesties die door raadsleden, inwoners, organisaties, ambtenaren en collegeleden van de gemeente Breda onder de aandacht van de rekenkamer zijn gebracht.
Artikelsgewijze toelichting op de Verordening gemeentelijke rekenkamer
Deze verordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer.
Kortheidshalve wordt verwezen naar de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de \Vet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer). De raad moet een onafhankelijke rekenkamer instellen. Zie artikel 81a van de Gemeentewet. Daarnaast moet de raad op grond van artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen waarin de werkzaamheden van de rekenkamer zijn vermeld. De verordening is ontleend aan de modelverordening van de ·vNG. De verordening bevat regels over de rekenkamer, de vergoeding en de werkwijze en verslaglegging over de onderzoeken.
In de verordening zijn geen bepalingen opgenomen die ook al in de gemeentewet zijn opgenomen. D a t betekent dus dat de verordening steeds in samenhang met de hoofdstukken IVa (artikelen 81a tot en met 81k) en hoofdstuk Xla (artikelen 182 tot en met 185a) gelezen dient te worden.
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
In het eerste lid stelt de raad de rekenkamer in. Dit is een wettelijke verplichting (artikel 81a van de Gemeentewet). De raad moet bepalen hoeveel leden de rekenkamer zal hebben (artikel 81b). Daarin voorziet het tweede lid.
De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste lid, van de Gemeentewet). Het eerste lid bevat de bepaling dat de leden van de rekenkamer worden benoemd op de voordracht van een door de auditcommissie samengestelde selectiecommissie. Artikel 81c, vijfde lid, van de wet bevat het voorschrift dat voorafgaand aan benoemingen overleg wordt gevoerd met de rekenkamer. D e wet bepaalt niets over de vorm die dat overleg moet hebben. Daar heeft de raad dus een keuze. In de voorliggende verordening is dit geregeld in de vorm van de deelname van de rekenkamer in de selectiecommissie.
De auditcommissie zorgt dat de rekenkamer vertegenwoordigd is in de selectiecommissie. Wanneer dit door omstandigheden niet mogelijk is, mag de selectiecommissie alleen uit raadsleden bestaan. De selectiecommissie mag zich laten bijstaan door adviseurs uit de organisatie en/of griffie.
Op grond van artikel 81e van de wet zullen de leden van de rekenkamer openbaar moeten maken welke andere functies dan het lidmaatschap van de rekenkamer zij vervullen. Artikel 81 f van de wet noemt de functies die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de rekenkamer. Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, zal de raad dus zeker moeten stellen dat artikel 81 f van de wet aan de benoeming niet in de weg staat. Het vierde lid van artikel 5 bepaalt dat de selectiecommissie de hiervoor benodigde informatie moet verschaffen. De kandidaat-leden zullen dus via de selectiecommissie de informatie moeten verschaffen die op grond van artikel 81e van de wet na benoeming openbaar gemaakt zal moeten worden. Ook zal duidelijk moeten zijn dat een beoogd lid zijn kandidatuur aanvaardt. Tot slot is vereist dat een verklaring omtrent het gedrag wordt overgelegd aan de raad (lid 5).
Op grond van artikel 81c, tweede lid, van de wet benoemt de raad de voorzitter van de rekenkamer in functie. Verder zal vastgesteld moeten worden dat bij de te benoemen leden van de rekenkamer is voldaan aan artikel 81f van de wet, waarin de incompatibiliteiten worden geregeld: de "geloofsbrieven" van de kandidaten.
Op grond van artikel 81c, derde lid, kan de raad plaatsvervangende leden benoemen. Dit is overigens vooralsnog feitelijk niet de bedoeling. De wet bepaalt verder niets over hun rol. De plaatsvervangende leden kunnen tijdelijk invallen als een van de leden door ziekte of anderszins langere tijd niet in staat is zijn functie uit te oefenen. Ook kunnen ze opgeroepen worden om voor een speciaal project tijdelijk de rekenkamer aan te vullen.
De rekenkamer is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het aan haar ter beschikking gestelde budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Deze zelfstandigheid van de rekenkamer ten opzichte van de raad is een borg voor een behoorlijke uitvoering van haar taak. De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad.
De raad stelt de vergoeding voor de voorzitter en de leden vast. De vergoeding heeft als peildatum de ingangsdatum van de verordening.
Het tweede lid bepaalt dat rekenkamerleden die belast zijn met onderzoekswerkzaamheden die verder gaan dan de reguliere begeleiding een vergoeding van € 80,- per onderzoeksuur kunnen ontvangen. Het gaat dan om onderzoekswerkzaamheden die het rekenkamerlid zelfstandig uitvoert voor (delen van) een onderzoek waarbij geen extern onderzoeksbureau betrokken is. Het begeleiden van (delen van) onderzoek waarbij een extern bureau betrokken is, valt onder de reguliere begeleiding, waarvoor de leden de in lid 1 genoemde vergoeding ontvangen.
De onafhankelijkheid van de rekenkamer blijkt onder andere uit het feit dat zij zelfstandig bepaalt welke onderzoeken zullen worden ingesteld. De rekenkamer kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Omdat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamer niet voldoet aan een gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.
De rekenkamer maakt een onderscheid tussen onderzoeksrapporten zoals bedoeld in artikel 185 lid 1 van de wet, en informatieproducten. Waar het in de verordening gaat over onderzoeksrapporten, gaat het over onderzoeksrapporten zoals bedoeld in artikel 12a van de verordening. Een onderzoeksrapport zoals bedoeld in artikel 12a van de verordening kan verschillende vormen aannemen en hoeft niet altijd een schriftelijke rapportage te zijn.
De rekenkamer waarborgt de juistheid van haar bevindingen door de onderzochte partijen in de gelegenheid te stellen onjuistheden in het concept onderzoeksrapport aan te geven. Dit is de procedure van feitelijk hoor en wederhoor. Meestal zijn de onderzochte partijen een organisatieonderdeel van de gemeente. Ingeval van partijen buiten de gemeente wordt beoordeeld of en op welke wijze deze partijen een reactie op (een voor die partij relevant deel van) het concept onderzoeksrapport kunnen geven. De rekenkamer bepaalt zelf hoe zij de opmerkingen uit het feitelijk hoor en wederhoor verwerkt.
Een onderzoeksrapportage met conclusies en aanbevelingen wordt aan het betreffende orgaan, doorgaans het college, voorgelegd voor een bestuurlijke reactie. Dit is de procedure van bestuurlijk hoor en wederhoor. Het eindrapport, inclusief bestuurlijke reactie van het college en eventueel een nawoord van de rekenkamer, wordt aangeboden aan de gemeenteraad.
De rekenkamer is een orgaan van de raad en de onderzoeksrapporten worden dan ook voorgelegd en behandeld in de raad. Dit artikel voorziet hierin. Wanneer een onderzoeksrapport van de rekenkamer aanbevelingen bevat, wordt door de rekenkamer ten behoeve van de raadsbehandeling van het rapport een raadsvoorstel opgesteld. Dit raadsvoorstel legt de aanbevelingen uit het rapport ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad.
In artikel 185a van de wet is vastgelegd dat het college de raad jaarlijks een overzicht stuurt van de aan het college gedane voorstellen, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. In artikel 15 lid 2 van de verordening is daarover vastgelegd dat het college dit jaarlijks voor 1 april verstrekt. De rekenkamer doet in haar rapporten tevens aanbevelingen aan de raad. In artikel 15 lid 1 is daarom eenzelfde bepaling opgenomen over de aanbevelingen die de raad heeft ontvangen. Hiermee ontstaat een volledig overzicht van de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-30779.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.