Ontheffingenbeleid nul-emissiezone bedrijfs-en vrachtauto’s Almere 2028

Het college van burgemeester en wethouders van Almere, gelezen het collegevoorstel d.d. 28 november 2023

 

gelet op:

 

  • -

    artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994; en

  • -

    de artikelen 62, 86c, 86d, 86e en 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);

overwegende, dat het bevoegd gezag bij verkeersbesluit van 15 juni 2026,per 1 januari 2028 een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s heeft ingesteld door middel van het plaatsen van een geslotenverklaring voor deze motorvoertuigen en daarin heeft opgenomen dat beleidsregels worden vastgesteld voor een aantal categorieën ontheffingsmogelijkheden;

 

BESLUIT:

 

De volgende beleidsregel vast te stellen.

 

Algemene bepalingen:

Artikel 1 – Definities

In dit ontheffingenbeleid wordt verstaan onder:

 

  • -

    bijzonder voertuig: vrachtauto met carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31, of de aanduiding voor speciale doeleinden SB of SF, een kermisvrachtauto, een circusvrachtauto, een vrachtauto ingezet voor exceptioneel transport, een verhuisauto, een vrachtauto met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, of een oplegtrekker met 4 of meer assen;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere;

  • -

    Centraal Loket: gemandateerde die namens het college de in het daartoe verleende mandaat aangeduide ontheffingsaanvragen van de bij verkeersbesluit ingestelde nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s in behandeling neemt en besluit op deze aanvragen;

  • -

    datum eerste toelating (DET): datum waarop het voertuig voor het eerst in gebruik is genomen zoals voor in Nederland geregistreerde voertuigen is vastgelegd in het kentekenregister van de RDW;

  • -

    datum tenaamstelling: datum waarop het voertuig op naam is gesteld zoals voor in Nederland geregistreerde voertuigen is vastgelegd in het kentekenregister van de RDW;

  • -

    eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon op wiens naam het kenteken bij de RDW geregistreerd staat;

  • -

    lease: zowel operationele als financiële lease waaraan een rechtsgeldige leaseovereenkomst ten grondslag ligt;

  • -

    nul-emissiezone: ruimtelijk begrensd gebied dat is gelegen in een gemeente waar, om reden van leefbaarheid, luchtkwaliteit en klimaat, een selectief toelatingsbeleid voor bedrijfs- en vrachtauto’s wordt gehanteerd in relatie tot de door die voertuigen veroorzaakte milieuhinder, luchtverontreiniging en CO2-uitstoot, dat is ingesteld bij verkeersbesluit met de zonaal ingevoerde verkeersborden C22ezb met onderbord conform model C22e1 als bedoeld in artikel 86e van het RVV 1990;

  • -

    plug-in hybride vrachtauto: vrachtauto die in het kentekenregister van de RDW gekenmerkt is met OCV-HEV of OVC-FCHV;

  • -

    RDW: Dienst Wegverkeer als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

  • -

    toegang: recht op verblijf in de zone gedurende de datum of periode waarvoor vrijstelling of ontheffing verleend is;

  • -

    verhuisauto: vrachtauto als bedoeld in artikel 86c van het RVV 1990.

Artikel 2 – Toepassingsbereik

Deze beleidsregels zijn uitsluitend van toepassing op ontheffingen in het kader van de bij verkeersbesluit van 15 juni 2026, met ingang van 1 januari 2028 ingestelde nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s.

 

§ 1 – LANGDURIGE ONTHEFFINGEN

Artikel 3 – Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag voor een bedrijfs- of een vrachtauto een ontheffing op kenteken, indien dit voertuig aantoonbaar vervangen wordt door een emissieloos voertuig dat nog niet geleverd is en in het geval van een leasevoertuig de leaseperiode langer is dan een jaar gerekend vanaf het moment van de levering van het leasevoertuig.

  • 2.

    Bij de aanvraag in verband met de vervanging van een voertuig door een aangekocht emissieloos voertuig wordt ten minste een aankoopbewijs in de vorm van een opdrachtbevestiging met de verwachte levertijd van het voertuig, inclusief eventuele opbouw, overgelegd.

  • 3.

    Bij de aanvraag in verband met de vervanging van een voertuig door een emissieloos leasevoertuig, wordt ten minste een leasecontract met de verwachte levertijd van het te leasen voertuig overlegd.

  • 4.

    Bij de aanvraag in verband met de vervanging door een emissieloos voertuig van een voertuig waarvoor een aanbestedingsprocedure gaande is, wordt ten minste een bewijs van start van de aanbesteding met daarin de gevraagde levertijd overlegd.

  • 5.

    Een ontheffing gebaseerd op het eerste lid wordt verleend voor de duur van de levertijd zoals aangegeven op het aankoopbewijs, het leasecontract of in de aanbesteding opgenomen levertijd van het voertuig, inclusief eventuele opbouw, plus dertig dagen.

  • 6.

    Het te vervangen voertuig komt niet opnieuw in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel.

Artikel 4 – Ontheffingen voor bijzondere voertuigen met een DET tot en met 12 jaar oud

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag een ontheffing op kenteken voor de volgende categorieën bijzondere voertuigen met een datum eerste toelating (DET) tot en met 12 jaar oud die geen toegang hebben tot de nul-emissiezone:

    • a.

      kermis- en circusvrachtauto’s;

    • b.

      vrachtauto’s voor exceptioneel transport;

    • c.

      verhuisauto’s;

    • d.

      vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer.

  • 2.

    De ontheffing voor een kermis- of circusvrachtauto wordt verleend indien uit belastinggegevens blijkt dat het voertuig gedeeltelijke vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting heeft gekregen.

  • 3.

    De ontheffing voor een vrachtauto voor exceptioneel transport wordt verleend na aanlevering van de ontheffing exceptioneel transport met daarop het kenteken van het (trekkende) voertuig en het RDW-klantnummer.

  • 4.

    De ontheffing voor een verhuisauto wordt verleend als de verhuisonderneming die het kenteken aanmeldt, staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel in de categorie ‘Verhuisvervoer’, het aangemelde voertuig een verhuisauto is, en de verhuisonderneming de kentekenhouder is. Om vast te stellen of verhuizen een structurele bedrijfsactiviteit is, kan aanvrager gevraagd worden om een of meer van de volgende stukken te overleggen:

    • a.

      een kopie van het lidmaatschapsbewijs van de Organisatie voor Erkende Verhuizers, dan wel;

    • b.

      verhuisovereenkomsten, waaruit blijkt dat er het hele jaar door wordt verhuisd;

    • c.

      een verzekeringspolis, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen en verhuizingen als activiteit zijn gedekt door een aansprakelijkheidsverzekering;

    • d.

      opleidingscertificaten, waaruit blijkt dat het personeel dat in dienst is, een verhuisopleiding heeft genoten;

    • e.

      Algemene Voorwaarden, welke zien op het uitvoeren van verhuizingen.

  • 5.

    De ontheffing voor een vrachtauto met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer wordt verleend op grond van een keuringsbewijs van de RDW voor dit voertuig. Als de kraan meerdere keren uitschuifbaar is, is het hefvermogen:

    • a.

      minimaal 33 tonmeter als de mast 2 keer uitschuifbaar is;

    • b.

      minimaal 32 tonmeter als de mast 3 keer uitschuifbaar is;

    • c.

      minimaal 31 tonmeter als de mast 4 keer uitschuifbaar is;

    • d.

      minimaal 30 tonmeter als de mast 5 keer uitschuifbaar is;

    • e.

      minimaal 29 tonmeter als de mast 6 keer uitschuifbaar is;

    • f.

      minimaal 29 tonmeter als de mast 7 keer uitschuifbaar is;

    • g.

      minimaal 28 tonmeter als de mast 8 keer uitschuifbaar is.

  • 6.

    Het college weigert een aanvraag voor een ontheffing voor een bijzonder voertuig met een DET van 13 jaar of ouder als bedoeld in dit artikel.

  • 7.

    De ontheffing vervalt van rechtswege vanaf 13 jaar na DET van het voertuig.

Artikel 5 – Ontheffing voor plug-in hybride vrachtauto

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag een ontheffing op kenteken voor een plug-in hybride vrachtauto, indien deze aantoonbaar emissieloos rijdt in de nul-emissiezone.

  • 2.

    De aanvrager verklaart schriftelijk bij de aanvraag:

    • a.

      elektrisch te rijden in de nul-emissiezone; en

    • b.

      voertuigdata bij te houden met daarbij de gereden routes.

  • 3.

    Aan de ontheffing wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de ontheffinghouder, op verzoek van het college, binnen zes weken voertuigdata verstrekt waaruit blijkt dat emissieloos wordt gereden in de nul-emissiezone.

  • 4.

    Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat het voertuig niet emissieloos binnen de nul-emissiezone heeft gereden, kan de ontheffing worden ingetrokken.

  • 5.

    Het voertuig waarvan de ontheffing is ingetrokken, komt voor de gemeente Almere niet meer in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel.

  • 6.

    De ontheffing vervalt van rechtswege op 31 december 2029 om 23:59 uur.

Artikel 6 – Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor voertuigen waarvoor aantoonbaar nog geen vergelijkbaar emissieloos alternatief voertuig verkrijgbaar is.

  • 2.

    Bij de aanvraag wordt een of meer van de volgende documenten overlegd met betrekking tot het voertuig waarvoor ontheffing wordt aangevraagd:

    • a.

      offertes van twee leveranciers die verklaren dat het beoogde voertuig en/of de/het gewenste voertuig(-configuratie) met de vereiste specificaties niet emissieloos verkrijgbaar is; en

    • b.

      één kenteken van de aanhanger behorend bij het huidige voertuig, waaruit blijkt dat de aanhanger van dezelfde eigenaar is als het voertuig waarvoor ontheffing wordt aangevraagd; of

    • c.

      een bewijsstuk waaruit het benodigde elektrische vermogen blijkt van de opbouw van het voertuig; of

    • d.

      een bewijsstuk waaruit blijkt dat het voertuig voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt voor ondeelbare lading en de massa hiervan; of

    • e.

      een bewijsstuk waaruit blijkt dat het voertuig wordt ingezet voor verplaatsingen van zeer zware lading die in grote volumes over onverharde ondergrond moet worden verplaatst; of

    • f.

      een bewijsstuk waaruit blijkt dat het voertuig wordt ingezet voor uitzonderlijke logistieke toepassingen waarvoor overslag van grote naar kleine voertuigen niet mogelijk is; of

    • g.

      een bewijsstuk waaruit blijkt dat een specialistisch voertuig dat zowel op de weg als op het spoor moet kunnen rijden, in elektrische uitvoering zo zwaar zou worden dat het niet door de RDW goedgekeurd kan worden.

  • 3.

    Op basis van de beoordeling van de onder het tweede lid ingediende documenten en de mogelijkheden of alternatieven die er zijn voor het voertuig in het kader van bijvoorbeeld innovatie, stand van de techniek, vergelijkbaarheid of proportionaliteit op het moment van de aanvraag, wordt ontheffing verleend:

    • a.

      wanneer de toegestane maximum massa van de aanhanger bedoeld in het tweede lid, onder b, groter is dan de jaarlijks vast te stellen richtwaarde;

    • b.

      wanneer het benodigde elektrische vermogen bedoeld in het tweede lid, onder c, groter is dan de jaarlijks vast te stellen richtwaarde;

    • c.

      wanneer naar het oordeel van het college er geen emissieloos alternatief is waarmee de aanvrager redelijkerwijs zijn werkzaamheden kan uitvoeren;

    • d.

      wanneer naar het oordeel van het college een voertuig voor toepassingen als bedoeld in het tweede lid, onder d, e of f, niet emissieloos verkrijgbaar is;

    • e.

      wanneer het in het tweede lid, onder g, bedoelde bewijsstuk wordt overlegd.

  • 4.

    De duur van een ontheffing als bedoeld in dit artikel is voor een bestaand voertuig telkens maximaal een jaar.

  • 5.

    Per aanhanger wordt voor één voertuig op kenteken ontheffing verleend op grond van dit artikel.

  • 6.

    Voor bestaande voertuigen kan een ontheffing worden verleend tot en met 31 december 2029.

  • 7.

    Ook voor een nieuw aan te schaffen voertuig dat niet emissieloos is en een bestaand voertuig vervangt kan ontheffing verleend worden tot en met 31 december 2029.

  • 8.

    In het geval dat ontheffing wordt aangevraagd voor een voertuig zoals bedoeld in lid zeven en het voertuig nog niet op kenteken is gezet, dan kan de ontheffing op een andere manier, bijvoorbeeld per post, worden aangevraagd dan via het digitale portaal van de gemeentelijke website of van het Centraal Loket.

  • 9.

    De ontheffing vervalt met ingang van 1 januari 2030.

Artikel 7 – Ontheffing voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto’s

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto in particulier bezit, wanneer deze voertuigen aantoonbaar uitsluitend particulier worden gebruikt.

  • 2.

    De aanvrager overlegt bij de aanvraag de volgende documenten:

    • a.

      een kwartaalrekening inzake betaalde motorrijtuigenbelasting of een uitdraai van bankafschriften waaruit de betaling van het afgelopen half jaar blijkt; en

    • b.

      autoverzekeringspapieren; en

    • c.

      recente foto’s van de betreffende bedrijfs- of vrachtauto waarop het voertuig zowel van binnen als buiten zichtbaar is inclusief het kenteken; en

    • d.

      een schriftelijke verklaring waarin de aanvrager verklaart de bedrijfs- of vrachtauto alleen voor eigen privégebruik in te zetten en te blijven inzetten.

  • 3.

    Een verleende ontheffing is geldig tot en met 31 december 2027 23:59 uur. Op dit moment wordt op landelijk niveau overleg gevoerd over de wenselijkheid om de maximale geldigheidsduur van ontheffingen voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto’s met twee jaar te verlengen (dus tot en met 31 december 2029, 23:59 uur). Mocht daartoe op enig moment worden besloten, dan zal dit artikel op dit punt worden gewijzigd.

Artikel 8 – Ontheffing voor bedrijfs- en vrachtauto’s die vanwege een handicap zijn aangepast

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone, indien deze bedrijfs- of vrachtauto aantoonbaar in verband met een handicap van de voertuigeigenaar, de bestuurder van het voertuig, van een gezinslid van de eigenaar dan wel de bestuurder of van een persoon aan wie de eigenaar of bestuurder mantelzorg verleent, is aangepast voor een bedrag van ten minste € 500,-.

  • 2.

    De aanvrager overlegt bij de aanvraag ten minste:

    • a.

      een betaalbewijs van een onderneming die aantoonbaar gespecialiseerd is in voertuigaanpassingen voor gehandicapten en waaruit de aanpassing blijkt, of;

    • b.

      een foto van het voertuig waarop de aanpassing in of aan het voertuig zichtbaar is en een foto waarop het voertuig en het kenteken zichtbaar zijn; en

    • c.

      een kopie van de gehandicaptenparkeerkaart van de voertuigeigenaar, de bestuurder van het voertuig, van een gezinslid van de eigenaar dan wel de bestuurder of van een persoon aan wie de eigenaar mantelzorg verleent.

Artikel 9 – Ontheffing vanwege onvoldoende laadvermogen op bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit (congestie)

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfsauto met emissieklasse 6 of een vrachtauto met een datum eerste toelating vanaf 1 januari 2017 indien de ondernemer of eigenaar dit voertuig als gevolg van een structureel tekort aan transportcapaciteit voor afname op het distributiesysteem voor elektriciteit aantoonbaar niet kan opladen op de eigen bedrijfslocatie en ook geen alternatieve laadmogelijkheden in de nabijheid heeft.

  • 2.

    De aanvrager overlegt de volgende documenten:

    • a.

      een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd;

    • b.

      correspondentie met de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit waaruit blijkt dat op de huidige of te verzwaren aansluiting op de betreffende bedrijfslocatie geen of onvoldoende transportcapaciteit voor afname beschikbaar is, tenzij de capaciteitskaart van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit op het zes-cijferige postcodenummer van de bedrijfslocatie rood kleurt;

    • c.

      inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel dat aantoont dat de bedrijfslocatie waar de congestie zich voordoet op naam van de aanvrager staat;

    • d.

      energierekening, kwartierwaarden en aansluit- of transportovereenkomst van deze bedrijfslocatie, waaruit het huidig gebruik en het gecontracteerd transportvermogen of maximale aansluitcapaciteit blijkt;

    • e.

      een door het Centraal Loket aangeleverd formulier waarop de aanvrager heeft ingevuld:

      • 1.

        welke huidige voertuigen met inbegrip van het aantal en types, op de betreffende bedrijfslocatie ’s nachts worden gestald en worden gebruikt voor dienstverlening in één of meer nul-emissiezones;

      • 2.

        welke van deze voertuigen nu elektrisch zijn en dagelijks worden geladen op betreffende bedrijfslocatie;

      • 3.

        hoeveel voertuigen in de vlootvervangingsstrategie van de aanvrager elektrisch worden op de betreffende bedrijfslocatie, per wanneer de voertuigen een laadbehoefte op deze locatie hebben en hoeveel elektriciteit daarvoor nodig is;

      • 4.

        hoeveel en welke van de aanwezige en aan te schaffen voertuigen binnen de aanwezige netcapaciteit op de bedrijfslocatie kunnen worden opgeladen, rekening houdend met de mogelijkheden van slim laden;

      • 5.

        welke alternatieve laadmogelijkheden de aanvrager met redelijke inspanning heeft onderzocht, en waaruit blijkt dat deze mogelijkheden geen oplossing bieden voor de voertuigen waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd.

  • 3.

    Het college verleent een ontheffing op basis van dit artikel voor een voertuig voor een periode van twee jaar en kan deze op aanvraag verlengen met telkens twee jaar, tot uiterlijk de realisatiedatum en inbedrijfstelling van de verzwaarde aansluiting op betreffende bedrijfslocatie.

  • 4.

    Indien een nieuw aan te schaffen voertuig nog niet op kenteken is gezet, kan de aanvrager een schriftelijke aanvraag indienen voor een toezegging dat ontheffing zal worden verleend. Het college beoordeelt deze aanvraag aan de hand van artikel 9 zoals dat geldt op de datum van ontvangst van de aanvraag om toezegging. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan, geeft het college een schriftelijke toezegging af dat een ontheffing zal worden verleend na kentekening van het voertuig en op basis van de regelgeving ten tijde van de toezegging. Na kentekening wordt de toezegging, op verzoek van de aanvrager en na verificatie van het kenteken en de voertuiggegevens, omgezet in een ontheffing op kenteken.

  • 5.

    Het college verleent op aanvraag een ontheffing op grond van dit artikel voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig, gerekend vanaf de datum eerste toelating:

    • a.

      voor de duur van ten hoogste 5 jaar bij een bedrijfsauto of opleggertrekker.

    • b.

      voor de duur van ten hoogste 8 jaar bij een vrachtwagen niet zijnde opleggertrekker;

    • c.

      de aanvrager kan een ontheffing voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig in beginsel tot 60 dagen na datum eerste toelating aanvragen.

Artikel 10 - Ontheffing voor dierenambulances

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone, indien dit voertuig aantoonbaar fungeert als dierenambulance en aldus wordt ingezet voor spoedeisend vervoer van dieren.

  • 2.

    De aanvrager overlegt bij de aanvraag ten minste:

    • a.

      het tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap van het voertuig;

    • b.

      kopie van beschikking van de Belastingdienst voor vrijstelling van motorrijtuigenbelasting.

  • 3.

    De ontheffing wordt verleend tot en met 31 december 2027 23:59 uur.

 

§ 2 – DAGONTHEFFINGEN

Artikel 11 – Dagontheffing voor bedrijfsauto’s

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag een dagontheffing op kenteken voor een bedrijfsauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone.

  • 2.

    Een dagontheffing wordt per kenteken en per zone maximaal twaalf keer per kalenderjaar verleend.

  • 3.

    De dagontheffing is geldig voor een periode van dertig uur, die begint om 00:00 uur op de in de aanvraag aangegeven kalenderdag en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag.

  • 4.

    De dagontheffing kan tot en met dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als het voertuig eerder die kalenderdag in de nul-emissiezone is geweest.

  • 5.

    Bij verkoop van het voertuig, vervreemding of overdracht van het kenteken naar een andere kentekenhouder blijft het aantal reeds verleende dagontheffingen in het betreffende kalenderjaar en voor de betreffende zone(s) staan.

Artikel 12 – Dagontheffing voor vrachtauto’s

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag een dagontheffing op kenteken voor een vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone.

  • 2.

    Een dagontheffing wordt per kenteken en per zone maximaal twaalf keer per kalenderjaar verleend.

  • 3.

    De dagontheffing is geldig voor een periode van dertig uur, die begint om 00:00 uur op de in de aanvraag aangegeven kalenderdag en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag.

  • 4.

    De dagontheffing kan tot en met dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als het voertuig eerder die kalenderdag in de nul-emissiezone is geweest.

  • 5.

    Bij verkoop van het voertuig, vervreemding of overdracht van het kenteken naar een andere kentekenhouder blijft het aantal reeds verleende dagontheffingen in het betreffende kalenderjaar en voor de betreffende zone(s) staan.

 

§ 3 – GEMEENTESPECIFIEKE ONTHEFFINGEN

Artikel 13 – Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag [CM2.1]een ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto, indien wordt aangetoond dat de bedrijfseconomische omstandigheden van het bedrijf in verband met aanschafkosten van een voertuig dat aan de toegangseisen van de zone voldoet dit noodzakelijk maken.

  • 2.

    Het college verleent de ontheffing indien de aanvrager aantoont dat:

    • a.

      sprake is van afhankelijkheid van de nul-emissiezone voor zijn omzet; en

    • b.

      in verband met de aanschafkosten van een voertuig dat aan de toegangseisen van de zone voldoet zijn onderneming in zodanige bedrijfseconomische omstandigheden dreigt te komen dat een ontheffing noodzakelijk is.

  • 3.

    De nul-emissiezone als bedoeld in lid 2 onder a is de nul-emissiezone van de gemeente die het dichtst bij het vestigingsadres van de aanvrager gelegen is, of de nul-emissiezone van de gemeente waarin de aanvrager de grootste omzet met het voertuig behaalt.

  • 4.

    Bij de aanvraag worden de volgende documenten overlegd:

    • a.

      tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap;

    • b.

      door aanvrager in te vullen financieel beoordelingsformulier verstrekt door het Centraal Loket;

    • c.

      jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar;

    • d.

      BTW-aangiften van het huidige jaar;

    • e.

      de kentekens van het voertuigenpark in eigendom en lease van de onderneming van de aanvrager;

    • f.

      een bewijsstuk dat met het voertuig de grootste omzet wordt behaald in de gemeente als dit niet de dichtstbijzijnde gemeente is;

    • g.

      voor zover aanwezig, een offerte van een leverancier van een voor de nul-emissiezone geschikt(e) voertuig(en) inclusief de eventueel noodzakelijke aanpassingen; en

    • h.

      indien aan de orde, een standplaatsvergunning of marktvergunning.

  • 5.

    Een ontheffing op basis van dit artikel wordt in beginsel verleend voor telkens maximaal één jaar.

  • 6.

    Ontheffingen in verband met bedrijfseconomische omstandigheden, verleend door een andere gemeente met een nul-emissiezone, geven met ingang van de inwerkingtreding van dit ontheffingenbeleid eveneens toegang tot de nul-emissiezone van gemeente Almere.

Artikel 14 – Afwijkingsbevoegdheid (hardheidsclausule)

  • 1.

    Het college kan overeenkomstig artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht op aanvraag op kenteken ten gunste van een aanvrager een ontheffing verlenen wegens bijzondere omstandigheden die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien of als toepassing ervan gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.

  • 2.

    De aanvrager dient in ieder geval een document met toelichting op de aanvraag aan te leveren.

  • 3.

    Bij de afweging tot het verlenen van een ontheffing op grond van dit artikel neemt het college in ieder geval mee:

    • a.

      de noodzaak om in de nul-emissiezone te rijden met het betreffende voertuig en de voorhanden zijnde alternatieven;

    • b.

      de te verwachten frequentie van het aantal ritten in de nul-emissiezone.

§ 4 – OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 15 – Algemene overige bepalingen

  • 1.

    De aanvraag voor een ontheffing wordt in beginsel digitaal ingediend via het daarvoor bestemde aanvraagformulier op het daartoe bestemde digitale portaal van de gemeentelijke website of van het Centraal Loket.

  • 2.

    Aan een ontheffing kunnen door het college voorschriften of beperkingen worden verbonden in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu.

  • 3.

    De aanvrager van een ontheffing kan om aanvullende bewijsstukken gevraagd worden, indien dit voor de beoordeling noodzakelijk is.

  • 4.

    Aan een ontheffing wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de bestuurder van een voertuig die zich bevindt in de nul-emissiezone de ontheffing, of een kopie daarvan, op verzoek van de opsporingsambtenaar toont. Aan een kopie van de ontheffing wordt gelijkgesteld een afbeelding daarvan op een smartphone, laptop, tablet of ander mobiel apparaat.

Artikel 16 – Weigerings- en intrekkingsgronden langdurige ontheffing

  • 1.

    Het college wijst een aanvraag af wanneer een ontheffing als bedoeld in artikel 13 wordt aangevraagd:

    • a.

      voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone door een ondernemer of eigenaar die zich na ingangsdatum van de nul-emissiezone in het gebied van deze zone heeft gevestigd;

    • b.

      voor een bedrijfsauto of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone met een datum tenaamstelling na ingangsdatum van de nul-emissiezone, of;

    • c.

      door een ondernemer of eigenaar die na ingangsdatum van de nul-emissiezone werk heeft aangenomen in deze zone met een bedrijfsauto of vrachtauto die niet voldoet aan de eisen van de nul-emissiezone.

  • 2.

    Het college trekt een verleende ontheffing in:

    • a.

      indien ter verkrijging daarvan aantoonbaar onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      indien gewijzigd beleid dit noodzakelijk maakt;

    • c.

      veranderde wet- en regelgeving dit noodzakelijk maakt;

    • d.

      op verzoek van de ontheffinghouder;

    • e.

      als geconstateerd wordt dat niet meer wordt voldaan aan de voorschriften, voorwaarden dan wel beperkingen die aan de ontheffing zijn verbonden en waaronder de ontheffing is verleend;

    • f.

      als de datum tenaamstelling van een voertuig waarvoor op grond van paragraaf 1 en 3 ontheffing is verleend, is gewijzigd.

Artikel 17 - Erkenning reeds verleende ontheffingen

Ontheffingen als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 10 en artikel 13, eerder verleend door of namens andere aan het Centraal Loket deelnemende gemeenten met een nul-emissiezone, gelden per 1 januari 2028 ook in de gemeente Almere, zolang de geldigheidsduur ervan niet is verstreken.

Artikel 18 – Inwerkingtreding

Dit beleid treedt in werking met ingang van de publicatiedatum van het definitieve verkeersbesluit en ontheffingenbeleid.

Artikel 19 – Citeertitel

Dit beleid wordt aangehaald als: Ontheffingenbeleid nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s Almere 2028.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 9 juni 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Almere,

de secretaris,

A. van Mazijk

de burgemeester,

W.H.J.M. van der Loo

Toelichting

Algemeen deel

 

Bedrijven, overheden en kennisinstellingen hebben in 2014 een convenant gesloten om de stedelijke logistiek efficiënter en duurzamer te maken: de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (Green Deal ZES). Vanuit deze Green Deal ZES zijn in de afgelopen jaren diverse regionale pilots uitgevoerd met innovatieve logistieke concepten om stadskernen efficiënter en duurzamer te bevoorraden. Daarbij ging het bijvoorbeeld om overslaglocaties aan de randen van de stad (‘hubs’), de inzet van Light Electric Vehicles (LEV), vervoer over water en nieuwe samenwerkingsvormen binnen de logistieke keten. Circa 200 bedrijven, overheden en organisaties hebben inmiddels de Green Deal ZES ondertekend.

 

Met het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 hebben de doelstellingen van de Green Deal ZES een nieuwe impuls gekregen. Het Klimaatakkoord zet in op een versnelling naar een volledig emissievrije stadslogistiek: de zogenoemde zero-emissie of nul-emissie stadslogistiek. Dit gebeurt met het instellen van de nul-emissiezones voor bedrijfs- en vrachtauto’s in dertig tot veertig grotere gemeenten vanaf 2025. Deze afspraken zijn een belangrijke aanjager voor emissieloos transport in Nederland in 2050.

 

In de Uitvoeringsagenda stadslogistiek van 9 februari 2021 hebben gemeenten, de rijksoverheid en andere stakeholders zich gezamenlijk eraan gecommitteerd om de invoering van nul-emissiezones voor stadslogistiek in 2025 te bevorderen. Deze samenwerking richt zich – onder meer – op de totstandkoming en implementatie van eenduidige regels voor de invoering van nul-emissiezones en het inventariseren en het onderzoeken van knelpunten en oplossingsrichtingen bij de invoering van nul-emissiezones.

 

Een van de afspraken uit de uitvoeringsagenda stadslogistiek is dat gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samenwerken aan een zo uniform mogelijk ontheffingen- en vrijstellingensysteem, bij voorkeur met een gezamenlijk of landelijk loket. Het Centraal Loket en uniform ontheffingenbeleid voorziet in de behoefte bij bedrijfsleven en gemeenten om eenduidig, transparant en klantvriendelijk ontheffingenbeleid aan te kunnen vragen. Een ondernemer hoeft zodoende voor het grootste deel van de ontheffingen, met uitzondering van ontheffingen die door deelnemende gemeenten niet aan het Centraal Loket zijn gemandateerd, maar bij één loket een aanvraag in te dienen. De aanvrager krijgt dan een besluit dat voor meerdere zones geldt en waarvoor in het geval van langdurige ontheffingen slechts één keer leges hoeft te worden betaald. Voor de ontheffingen die niet zijn gemandateerd aan het Centraal Loket betekent dit dat de ontheffing moet worden aangevraagd bij de betreffende gemeente en deze geldt dan ook alleen voor de zone in die gemeente en dan zijn alleen daar leges verschuldigd.

 

Het Centraal Loket wordt bij mandaatbesluit van de deelnemende gemeenten gemandateerd voor het in behandeling nemen van en het besluiten over ontheffingen die genoemd zijn in paragraaf 1 (langdurige ontheffingen) en paragraaf 2 (dagontheffingen). Deelnemende gemeenten met nul-emissiezones hebben het gemeenschappelijk deel van dit beleid (paragrafen 1, 2 en 4) gezamenlijk vormgegeven. Het in behandeling nemen van en het besluiten over de ontheffingen in paragraaf 3 wordt niet gemandateerd aan het Centraal Loket.

 

Het ontheffingenbeleid is voor een groot deel gebaseerd op het ontheffingenbeleid voor de milieuzones vracht- en bedrijfsauto’s van diverse gemeenten zoals dat de afgelopen jaren is uitgevoerd. Het ontheffingenbeleid bestaat uit een deel dat alle gemeenten met nul-emissiezones hanteren: de in dat deel opgenomen ontheffingen zijn gelijk getrokken. Daarnaast bestaat het ontheffingen beleid in paragraaf 3 uit gemeente specifieke ontheffingen. Daarbij is de ontheffingstekst voor alle gemeenten gelijk voor de artikelen 13 en 14, maar wordt lokaal beoordeeld op basis van specifieke, lokale omstandigheden en afwegingen.

 

Voor het in behandeling nemen van aanvragen van ontheffingen zijn leges verschuldigd.

 

Dit ontheffingenbeleid geldt zowel voor Nederlandse als voor buitenlandse kentekens. Ook voor buitenlandse kentekens kunnen ontheffingen worden aangevraagd.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Algemene bepalingen

 

Artikel 1 – Definities

 

In dit artikel zijn de definities opgenomen. Bedrijfsauto, emissieklasse, emissieloos voertuig, vrachtauto voor exceptioneel transport, kermis- en circusvrachtauto en vrachtauto zijn gedefinieerd in het RVV 1990. Kampeerwagen is gedefinieerd in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen.

 

Artikel 2 – Toepassingsbereik

 

De regels in dit beleid zijn uitsluitend van toepassing op ontheffingen in het kader van de bij verkeersbesluit van 15 juni 2026 met ingang van 1 januari 2028 ingestelde nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s.

 

Paragraaf 1 – Langdurige ontheffingen

 

Artikel 3 – Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig

 

In afwachting van de levering van een vervangend emissieloos voertuig verleent het college ontheffing onder de voorwaarden zoals genoemd in dit artikel. In veel gevallen dient na levering van het chassis nog een motor of een op maat gemaakte opbouw gerealiseerd te worden. Ook deze tijd wordt tot de levertijd gerekend. Aanbestedende partijen hebben vaak meer tijd nodig dan een individuele ondernemer (zie vierde lid). Als een voertuig ontheffing heeft gekregen vanwege de bestelling van een emissieloos voertuig, komt hetzelfde (fossiel aangedreven) voertuig niet nogmaals in aanmerking voor een langdurige ontheffing voor het voertuig met het opgegeven kenteken. Er kan immers vanuit gegaan worden dat het uitstootvrije voertuig is geleverd (lid 6) en het vervuilende voertuig vervangt in de zone.

 

Artikel 4 – Ontheffingen voor bijzondere voertuigen met een DET tot en met 12 jaar oud

 

Op grond van het RVV 1990 is een aantal categorieën bijzondere voertuigen vrijgesteld van de nul-emissiezone, waarvoor voorheen nog een ontheffing diende te worden aangevraagd. Het gaat om vrachtauto’s met de in het kentekenregister vastgelegde carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31 of de aanduiding speciale doeleinden SB en SF, die jonger zijn dan 13 jaar. Naast deze bijzondere voertuigen zijn er nog andere voertuigen jonger dan 13 jaar waarop de nul-emissiezone eveneens niet van toepassing is: kermis- en circusvrachtauto’s; vrachtauto’s voor exceptioneel transport, verhuisauto’s en vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer. Omdat deze voertuigen niet op voorhand herkenbaar zijn aan een bijzondere aantekening in het kentekenregister en aanvullende informatie betreffende het voertuig en het gebruik ervan nodig is, is een wettelijk verankerde vrijstelling niet mogelijk. Voor deze voertuigen dient nog steeds een ontheffing te worden aangevraagd. Dit geschiedt op dezelfde wijze als bij de milieuzones voor vrachtauto’s, waar de ontheffing werd verleend door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). De ontheffing als kermis- en circuswagen wordt verleend als de kentekenhouder aantoont dat deze van de Belastingdienst gedeeltelijke vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting heeft gekregen. De ontheffing voor vrachtauto’s voor exceptioneel transport wordt verleend als voor het voertuig een incidentele of jaarontheffing exceptioneel transport is afgegeven door de RDW. De ontheffing voor een verhuisauto wordt verleend als de verhuisonderneming die het kenteken aanmeldt, staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel in de categorie ‘Verhuisvervoer’, als het aangemelde voertuig een verhuisauto is, en de verhuisonderneming de kentekenhouder is. Aantonen van het lidmaatschap van de Organisatie voor Erkende Verhuizers volstaat ook. De ontheffing voor bedrijfsauto’s met zware laadkraan wordt verleend op grond van een keuringsbewijs van de RDW.

 

Artikel 5 – Ontheffing voor plug-in hybride vrachtauto

 

Lid 3 benoemt dat de ondernemer op verzoek van het college bewijsmiddelen moet overhandigen waarmee kan worden aangetoond dat met een plug-in hybride vrachtauto uitsluitend emissieloos wordt gereden in de nul-emissiezone. Dit kan bijvoorbeeld een uitdraai zijn van het motormanagementsysteem waaruit precies blijkt waar het voertuig elektrisch heeft gereden en waar niet. Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat men niet emissieloos binnen de nul-emissiezone heeft gereden, kan de ontheffing worden ingetrokken. Er komen maar weinig voertuigen voor deze ontheffing in aanmerking, omdat het grootste deel emissieklasse 6 is en onder de in het RVV 1990 vastgelegde overgangsregeling valt waarbij ze toegang hebben tot en met 31 december 2029.

 

Artikel 6 – Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn

 

Ondernemers kunnen ontheffing aanvragen om met hun huidige, niet-emissieloze bedrijfs- of vrachtauto langer toegang tot de nul-emissiezone te krijgen omdat er nog geen emissieloos alternatief verkrijgbaar is. Ook kunnen zij ontheffing krijgen om met een nieuw aan te schaffen niet emissieloos voertuig toegang tot de zone te krijgen omdat voor het huidige voertuig dat om technische redenen niet langer inzetbaar is, nog geen emissieloos alternatief verkrijgbaar is. Of een emissieloos alternatief verkrijgbaar is, kan worden beoordeeld aan de hand van voertuig- en bedrijfskenmerken zoals trekkracht, vermogen van de opbouw van het voertuig (wanneer het vermogen van de opbouw geleverd wordt door de energiebron van de aandrijflijn), het gewicht van de te vervoeren lading, voor het verplaatsen van zeer zware lading over onverharde ondergrond, voor uitzonderlijke logistieke toepassingen waarvoor overslag van grote naar kleine voertuigen niet mogelijk is, of wordt gebruikt voor zowel weg als spoor. Het derde lid van dit artikel geeft aan op basis waarvan het college beoordeelt of een ontheffingsaanvraag kan worden toegekend. Het college neemt daar in ieder geval in mee de in het tweede lid bedoelde documenten en de in het derde lid genoemde mogelijkheden en alternatieven. Hiertoe kan het college zich laten adviseren door een adviescomité van deskundigen, gemeentelijk specialisten en juristen. Dit adviescomité adviseert of bij de aanvraag voor een ontheffing voor een nieuw aan te schaffen niet-emissieloos voertuig, ter vervanging van een bestaand voertuig dat om technische redenen niet langer inzetbaar is, sprake is van een niet-verkrijgbaar emissieloos alternatief. Het adviescomité kan hiertoe aanvullende bewijsstukken opvragen bij de aanvrager. Onder stand van de techniek valt in ieder geval de jaarlijkse update die Panteia uitvoert in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Een ontheffing op grond van dit artikel kan ook worden aangevraagd als het nieuwe, niet-emissieloze voertuig nog niet op kenteken is gezet. Echter, het aanvraagproces om een ontheffing aan te vragen vereist het kenteken waarvoor ontheffing wordt aangevraagd maar in geval van een nog niet geleverd niet-emissieloos voertuig is het kenteken nog niet bekend. De aanvraag kan dan niet via de aanvraag-applicatie gedaan worden. In dat geval dient de aanvraag op een andere manier te worden gedaan, bijvoorbeeld via de post of via e-mail.

 

Artikel 7 – Ontheffing voor particuliere bedrijfsauto’s en vrachtauto’s

 

De nul-emissiezone is bedoeld om de stadslogistiek emissievrij te maken. In de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek is daarom vastgelegd dat particulieren die niet bedrijfsmatig gebruik maken van een bedrijfs- of vrachtauto in aanmerking komen voor een ontheffing, mits zij kunnen aantonen dat het voertuig niet bedrijfsmatig gebruikt wordt. Hiervoor moet een aantal documenten aangeleverd worden. Een verleende ontheffing is geldig tot en met 31 december 2027 23:59 uur. Op dit moment wordt op landelijk niveau overleg gevoerd over de wenselijkheid om de maximale geldigheidsduur van ontheffingen voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto’s met twee jaar te verlengen (dus tot en met 31 december 2029, 23:59 uur). Mocht daartoe op enig moment worden besloten, dan zal dit artikel op dit punt worden gewijzigd.

 

In de Voorjaarsbesluitvorming Klimaat van het kabinet van 26 april 2023 zijn afspraken gemaakt voor een aanvullend klimaatpakket.1 In dit aanvullende pakket is onder andere de uitbreiding van nul-emissiezones voor gemeenten opgenomen, met name gericht op mobiliteit. Hierdoor wordt de mogelijkheid geboden voor gemeenten om vanaf 2028 de nul-emissiezones uit te breiden naar particuliere bestelauto's. Dit besluit is genomen door het Kabinet. Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat het voertuig toch bedrijfsmatig wordt gebruikt, kan de ontheffing worden ingetrokken. Kampeerwagens zijn voor het overgrote deel in particulier bezit en komen ook in aanmerking voor deze ontheffing. Voor kampeerwagens in bedrijfsbezit kunnen andere ontheffingsmogelijkheden van toepassing zijn.

 

Artikel 8 – Ontheffing voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s die vanwege een handicap zijn aangepast

 

Op basis van dit artikel wordt ontheffing verleend voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone indien deze is aangepast voor een bedrag van minimaal € 500,- (zegge: vijfhonderd euro). De aanpassing is gedaan vanwege de handicap van de voertuigeigenaar of bestuurder, een gezinslid of een persoon voor wie de eigenaar of bestuurder mantelzorger is. Ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag dient een aantal bewijsstukken te worden overgelegd; deze zijn nader omschreven in het tweede lid van artikel 8.

 

Artikel 9 – Ontheffing vanwege onvoldoende laadvermogen op bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit (congestie)

 

Een ontheffing op grond van dit artikel wordt afgegeven indien de ondernemer of eigenaar een voertuig als gevolg van een structureel tekort aan transportcapaciteit voor afname op het distributiesysteem voor elektriciteit (congestie) aantoonbaar niet kan opladen op de eigen bedrijfslocatie en ook geen alternatieve laadmogelijkheden in de nabijheid heeft. Een huisadres kan een bedrijfslocatie zijn, mits aantoonbaar volgens handelsregister en er sprake is van parkeren op eigen terrein. De strekking van het artikel is verbreed omdat de aanwezigheid van transportcapaciteit tot aan de bedrijfslocatie los moet worden gezien van de realisatie van een (verzwaarde) aansluiting. Het niet kunnen opladen op de eigen bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit (congestie) is iets anders dan het niet kunnen opladen op de eigen bedrijfslocatie omdat daar nog geen (verzwaarde) aansluiting is gerealiseerd.

 

Als een ondernemer één of twee voertuigen heeft die geen toegang hebben tot de nul-emissiezone, kan deze bij vervanging door een elektrisch voertuig de laadvoorziening vaak binnen de bestaande stroomaansluiting van het bedrijf oplossen. In dat geval komt men niet in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel. Als een ondernemer voor de laadvoorziening voor een groter aantal elektrische voertuigen op diens bedrijfslocatie grotere transportcapaciteit op de netaansluiting of een uitbreiding van de netaansluiting nodig heeft, en de netbeheerder deze uitbreiding niet tijdig kan leveren, dan kan de ondernemer voor (een deel van) de voertuigen ontheffing aanvragen. De ontheffing wordt verleend voor uitsluitend de voertuigen die bij vervanging door een elektrisch voertuig tot een overschrijding van de beschikbare transportcapaciteit op de bedrijfslocatie zorgen.

 

Een ontheffing op grond van dit artikel wordt alleen verleend voor een bedrijfsauto met emissieklasse 6 of vrachtauto met datum eerste toelating vanaf 1 januari 2017. Euro 6 bakwagens en opleggertrekkers met DET tussen 1 januari 2017 en 1 januari 2025, en Euro 6 bedrijfsauto’s met DET tot 1 januari 2025 vallen nog onder de overgangsregeling. De ontheffing op grond van dit artikel is niet bedoeld als route om voor oudere voertuigen, die sinds 1 januari 2025 geen toegang meer hebben, alsnog toegang tot zones te krijgen via de ontheffing wegens netcongestie. Alleen recente dieselvoertuigen die aangeschaft zijn of moeten worden omdat er op de bedrijfslocatie sprake is van netcongestie kunnen ontheffing krijgen.

 

Het tweede lid van dit artikel geeft aan op basis waarvan het College beoordeelt of het een ontheffingsaanvraag toekent. Het College neemt daar in ieder geval in mee de in het tweede lid bedoelde documenten. Hiertoe kan het college zich laten adviseren door een adviescomité van deskundigen en gemeentelijke specialisten. Dit adviescomité adviseert of de aanvrager ondanks het niet op korte termijn kunnen verzwaren van diens netaansluiting op de bedrijfslocatie geen alternatieve mogelijkheden heeft om (een deel van) de voertuigen in diens voertuigenpark op te laden. Bijvoorbeeld door een alternatief contract met de netbeheerder af te sluiten waardoor de ondernemer buiten de piekuren meer stroom krijgt, door het toepassen van slim laden, waarbij de laadsnelheid wordt aangepast op basis van de beschikbare netcapaciteit, of door gebruik te maken van publieke laadpalen of laadpunten bij bedrijven die deze punten openstellen voor derden. Het College kan hiertoe aanvullende bewijsstukken opvragen bij de aanvrager. Het in onderdeel e bedoelde formulier staat ook op de website opwegnaarzes.nl.

 

Het derde lid van dit artikel beschrijft dat ontheffing voor een voertuig voor een periode van twee jaar kan worden verleend, met de mogelijkheid voor verlenging en maximale looptijd tot realisatiedatum en inbedrijfstelling van de verzwaarde aansluiting. In het vijfde lid is toegevoegd dat voor een nieuw aan te schaffen voertuig dat nog niet eerder op kenteken is gezet ten hoogste 5 jaar in het geval van een bedrijfsauto of opleggertrekker en ten hoogste 8 jaar in het geval van een bakwagen kan worden verleend.

 

Een ondernemer kan een ontheffing op grond van dit artikel ook aanvragen voor een nieuw nog niet op kenteken gezet voertuig. Het aanvraagproces om een ontheffing aan te vragen vereist opgave van het kenteken waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, maar in geval van een nog niet geleverd voertuig is het kenteken nog niet bekend. In dergelijke gevallen ontvangt de aanvrager bij een positieve beoordeling een toezegging die bij kentekening op aanvraag na verificatie wordt omgezet in een ontheffing.

 

Net als volgens artikel 6 lid 8 kan een aanvrager een ontheffing voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig in beginsel tot 60 dagen na datum eerste toelating aanvragen. Met een goede motivatie kan het Centraal Loket hiervan afwijken. Zonder goede motivatie wordt de aanvraag behandeld als een aanvraag voor een bestaand voertuig, waarvoor een ontheffing voor een twee jaar wordt afgegeven. Als een voertuig gekentekend is met inrichtingscode 99 en bij een op- of ombouwer staat, dan kan de aanvraag worden gedaan uiterlijk 30 dagen na de op-/ombouwwerkzaamheden.

 

Artikel 10 – Ontheffing voor dierenambulances

 

Organisaties die dierenambulances inzetten kunnen ontheffing krijgen omdat het hier gaat om vervoer in spoedeisende en levensbedreigende situaties. Hiermee onderscheidt deze inzet zich van andere logistieke toepassingen waarbij dieren worden vervoerd. De Belastingdienst verleent op verzoek een vrijstelling Motorrijtuigenbelasting (MRB) aan dierenambulances. De aanvrager dient een kopie van beschikking van de Belastingdienst voor vrijstelling van motorrijtuigenbelasting te overleggen als bewijs dat het voertuig als dierenambulance wordt ingezet.

 

Paragraaf 2 – Dagontheffingen

 

Artikel 11 – Dagontheffing voor bedrijfsauto’s

 

Voor bedrijfsauto’s die maximaal 12 keer per jaar per gemeente in een nul-emissiezone komen, kan een dagontheffing worden aangevraagd. Deze dagontheffing begint altijd om 00:00 uur van de kalenderdag waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. Voor een maximale flexibiliteit voor ondernemers kan de ontheffing voorafgaand aan, maar ook op dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als de bedrijfsauto eerder die kalenderdag al in de nul-emissiezone is geweest.

 

Artikel 12 – Dagontheffing voor vrachtauto’s

 

Voor vrachtauto’s die maximaal 12 keer per jaar per gemeente in een nul-emissiezone komen, kan een dagontheffing worden aangevraagd. Deze ontheffing begint altijd om 00:00 uur van de kalenderdag waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. Voor een maximale flexibiliteit voor ondernemers kan de ontheffing tot en met dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als de vrachtauto eerder die kalenderdag al in de nul-emissiezone is geweest.

 

Paragraaf 3 – Gemeente specifieke ontheffingen

 

Artikel 13 – Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden

 

Het is denkbaar dat een onderneming in de problemen komt door de instelling van een nul-emissiezone, doordat een investering in een emissieloos voertuig op korte termijn financieel niet mogelijk is en dat door het zich niet meer kunnen begeven in de nul-emissiezone wellicht te veel omzet wegvalt. Voor deze ondernemingen is deze ontheffing.

 

De beoordeling van deze ontheffingsaanvraag gaat als volgt. Eerst wordt door een externe partij in opdracht van het college gekeken of de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd, gelet op alle omstandigheden van het geval, en adviseert hierover het college (stap 1). Vervolgens kijkt het college of er voor de ondernemer geen alternatieven zijn (stap 2).

 

STAP 1 Bedreiging continuïteit onderneming

 

Om te beoordelen of sprake is van een situatie waarbij het bedrijf in ernstige financiële problemen dreigt te komen, toetst het college de financiële positie van de onderneming. Hierbij wordt gekeken naar de draagkracht, waaronder wordt verstaan de mate waarin de onderneming in staat is om investeringen te doen. Hiertoe wordt op basis van de door de aanvrager aan te leveren jaarrekeningen gelet op de ontwikkeling van de omzet en het resultaat uit onderneming en daarmee de ontwikkeling van de vermogenspositie van de onderneming. Onder vermogenspositie wordt hier verstaan de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen op de balans en de ontwikkeling duidt op het toevoegen of het onttrekken aan het eigen vermogen. Het privévermogen en inkomsten buiten de onderneming blijven buiten beschouwing. Financiële gegevens worden in beginsel beschouwd over een periode van drie historische jaren plus een prognose van een jaar. In relatie tot de tenaamstelling van de vrachtauto waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, kan er soms sprake zijn van een leaseconstructie, of het kan gaan om een gehuurde vrachtauto, of het kan een dochteronderneming betreffen. In dergelijke gevallen wordt de advisering gebaseerd op geconsolideerde jaarrekeningen. De ontwikkeling van de vermogenspositie kan worden gewaardeerd en uitgedrukt in 3 mogelijke categorieën van draagkracht in relatie tot de mogelijkheid van het doen van een investering voor de nul-emissiezone: beperkte draagkracht, voldoende draagkracht en ruim voldoende draagkracht.

 

De kosten van de benodigde investeringen worden in eerste instantie gebaseerd op door de desbetreffende onderneming aangeleverde prijsindicaties, eventueel onderbouwd met een offerte. Zo nodig onderzoekt het college, eventueel via het Centraal Loket, zelf de kosten.

 

Ontheffing wordt verleend als uit de beoordeling blijkt dat de investering door de onderneming in een emissieloos voertuig, of het ontzeggen van de toegang tot de nul-emissiezone voor het huidige voertuig, naar het oordeel van het college te grote consequenties heeft voor het voortbestaan van de onderneming.

 

Bij de beoordeling of door de eisen van de nul-emissiezone de continuïteit van de desbetreffende onderneming wordt bedreigd, wordt gekeken naar de onderneming van de hoofdgebruiker in het geheel. Er wordt niet beoordeeld of de continuïteit van een bepaald bedrijfsonderdeel wordt bedreigd. Het begrip bedrijfsonderdeel laat zich niet of nauwelijks afbakenen, waardoor bij toepassing discussies zouden kunnen ontstaan over wat onder dit begrip moet worden verstaan. Een en ander laat onverlet dat zich de situatie kan voordoen dat de continuïteit van een cruciaal bedrijfsonderdeel of een cruciale bedrijfsactiviteit van een onderneming wordt bedreigd en dat daardoor de continuïteit van de gehele onderneming in gevaar komt. Maar in dergelijke gevallen beschouwt het college de continuïteit van de desbetreffende onderneming logischerwijs in haar geheel.

 

Op basis van deze beoordelingssystematiek kan over het gros van de aanvragen een oordeel worden gegeven. De systematiek is een hulpmiddel en in gevallen waarin met de beoordelingssystematiek geen (sluitende) beslissing kan worden genomen, neemt het college op basis van aanvullende gegevens in een tweede stap ook andere factoren in overweging.

 

STAP 2 Mogelijke alternatieven

 

Bij het bepalen of een onderneming geen alternatieven heeft, kijkt het college onder andere naar de mogelijkheid van dagontheffingen, de inzet van schonere voertuigen uit het wagenpark, de huur van schonere voertuigen, het inhuren van een andere transporteur die wel een schoon voertuig heeft, inzet van lichtere voertuigen uit het wagenpark en de aanschaf van een tweedehands voertuig.

 

Beoordeling

 

Op grond van stappen 1 en 2 beslist het college over het verlenen van de ontheffing voor het voertuig. Het kenteken van het voertuig wordt toegevoegd aan het ontheffingenregister van het Centraal Loket. De ontheffing wordt voor maximaal één jaar verleend.

 

Artikel 14 – Afwijkingsmogelijkheid

 

De afwijkingsmogelijkheid, ook wel hardheidsclausule genoemd, geeft het college mogelijkheden voor maatwerk bij het beoordelen van bijzondere gevallen die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien, of die bij toepassing van het beleid gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

 

Een voorbeeld: bij het opstellen van deze beleidsregels is er bijvoorbeeld wel al landelijke aandacht voor netcongestie, maar wat de concrete gevolgen daarvan zijn per gemeente en hoe zich dat gaat uiten in de laadinfrastructuur is nog niet duidelijk. Ook een ontheffingsmogelijkheid in de beleidsregel opnemen ten aanzien van een ontheffing hiervoor is nog niet mogelijk vanwege de vele onzekerheden. Met de invoering van de nul-emissiezones zullen emissieloze bedrijfs- en vrachtauto’s meer en meer laadinfra nodig hebben. De netcapaciteit in Nederland loopt tegen haar grenzen aan, wat ertoe kan leiden dat ondernemers geen laadinfra voor al hun voertuigen kunnen realiseren. Naar verwachting kunnen ondernemers met enkele voertuigen binnen hun eigen aansluiting voldoende laadinfra realiseren. Maar ondernemers met meer dan vijf voertuigen kunnen knelpunten ondervinden. [CM4.1]Of dat inderdaad zo is, is afhankelijk van een aantal zaken zoals: moeten die voertuigen per se in de nul-emissiezones komen, zijn er geen (tijdelijke) alternatieven goed beschikbaar? Als dat daadwerkelijk blijkt, dan kunnen ondernemers een beroep doen op de hardheidsclausule vanwege het knelpunt netcongestie. Dit zal per geval bekeken worden qua problemen en oplossingen.

 

Paragraaf 4 – Overige bepalingen

 

Artikel 15 – Algemene overige bepalingen

 

Het college stelt een digitaal formulier via de gemeentelijke website ter beschikking voor het doen van een aanvraag. Dit digitale formulier is via een link op de gemeentelijke website te benaderen. Er zijn leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Het college kan voorschriften of beperkingen verbinden aan een verleende ontheffing in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu. Bijvoorbeeld het voorschrift dat de voertuigbestuurder die zich bevindt in de nul-emissiezone op verzoek van de handhaver de ontheffing of een papieren of digitale kopie daarvan laat zien.

 

Artikel 16 – Weigerings- en intrekkingsgronden langdurige ontheffing

 

De publicatiedatum van het verkeersbesluit en ontheffingenbeleid zal per gemeente verschillen. De langdurige ontheffingen, met uitzondering van de ontheffing vanwege bedrijfseconomische omstandigheden en de afwijkingsbevoegdheid, hebben een geldigheid in de zones van gemeenten die de beoordeling van ontheffingsaanvragen hebben gemandateerd aan het Centraal Loket. In dit artikel wordt bepaald in welke omstandigheden een aanvraag voor langdurige ontheffing kan worden geweigerd. Hierbij is een compromis gesloten tussen gemeenten die vroeg het verkeersbesluit en ontheffingenbeleid vaststellen, soms al begin 2024, en gemeenten die dat later doen, soms pas in de loop van 2025 of 2026.

 

Aanvragen voor een langdurige ontheffing voor niet-emissieloze voertuigen met een DET na 31 december 2024 worden geweigerd. Dit betekent voor gemeenten waar het ontheffingenbeleid in 2024 wordt vastgesteld, dat er nog niet-emissieloze voertuigen met ontheffing binnen de zone kunnen rijden met een DET in het restant van 2024. Voor gemeenten waar het ontheffingenbeleid vanaf 1 januari 2025 wordt vastgesteld, kan bij het publiceren ervan de indruk ontstaan dat de mogelijkheid om ontheffingen aan te vragen met terugwerkende kracht wordt beperkt. Dit zal extra aandacht in de communicatie over de invoering van de zone krijgen.

 

Als een ondernemer of eigenaar zich in een nul-emissiezone vestigt na 30 juni 2026, kan een aanvraag voor elk van de soorten langdurige ontheffing worden geweigerd omdat deze ondernemer op de hoogte had kunnen zijn van het beleid van de gemeente waarin de zone is gelegen.

 

Een langdurige ontheffing die een ondernemer aanvraagt voor een niet-emissieloos voertuig dat hij wil inzetten voor werk in de nul-emissiezone dat hij na 30 juni 2028 heeft aangenomen, kan worden geweigerd omdat de ondernemer op de hoogte had kunnen zijn van het beleid van de gemeente. Dit betekent voor gemeenten waar het ontheffingenbeleid in 2025 of 2026 wordt vastgesteld, dat er nog niet-emissieloze voertuigen met ontheffing binnen de zone kunnen rijden voor werk dat de eigenaar in het restant van 2026 heeft aangenomen.

 

Het college kan een verleende ontheffing voor toegang tot de nul-emissiezone intrekken als aanvrager aantoonbaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, als beleid of wet- en regelgeving wijzigt, als de ontheffinghouder erom vraagt, als er niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de ontheffing is verleend, of als de datum tenaamstelling wijzigt van een voertuig waarvoor ontheffing wegens late levertijd is verleend. Als het voertuig wordt verkocht, vervreemd of als het kenteken naar een andere kentekenhouder wordt overgedragen, vervalt de ontheffing.

 

Kentekenhouders dienen het van de hand doen van hun voertuig te melden. Het Centraal Loket zal regelmatig de tenaamstelling van deze categorie voertuigen controleren.

 

Artikel 17 – Inwerkingtreding

 

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van dit beleid.

 

Artikel 18 – Citeertitel

 

Dit besluit wordt aangehaald als: Ontheffingenbeleid nul-emissiezone bedrijfs-en vrachtauto’s Almere 2028

Bijlage  

 

Contour van de nul-emissiezone in de gemeente Almere

 

 

 


1

Kamerbrief over voorjaarsbesluitvorming Klimaat | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Naar boven