Gemeenteblad van Almere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2026, 306276 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2026, 306276 | beleidsregel |
Ontheffingenbeleid nul-emissiezone bedrijfs-en vrachtauto’s Almere 2028
Het college van burgemeester en wethouders van Almere, gelezen het collegevoorstel d.d. 28 november 2023
overwegende, dat het bevoegd gezag bij verkeersbesluit van 15 juni 2026,per 1 januari 2028 een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s heeft ingesteld door middel van het plaatsen van een geslotenverklaring voor deze motorvoertuigen en daarin heeft opgenomen dat beleidsregels worden vastgesteld voor een aantal categorieën ontheffingsmogelijkheden;
In dit ontheffingenbeleid wordt verstaan onder:
bijzonder voertuig: vrachtauto met carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31, of de aanduiding voor speciale doeleinden SB of SF, een kermisvrachtauto, een circusvrachtauto, een vrachtauto ingezet voor exceptioneel transport, een verhuisauto, een vrachtauto met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, of een oplegtrekker met 4 of meer assen;
nul-emissiezone: ruimtelijk begrensd gebied dat is gelegen in een gemeente waar, om reden van leefbaarheid, luchtkwaliteit en klimaat, een selectief toelatingsbeleid voor bedrijfs- en vrachtauto’s wordt gehanteerd in relatie tot de door die voertuigen veroorzaakte milieuhinder, luchtverontreiniging en CO2-uitstoot, dat is ingesteld bij verkeersbesluit met de zonaal ingevoerde verkeersborden C22ezb met onderbord conform model C22e1 als bedoeld in artikel 86e van het RVV 1990;
Deze beleidsregels zijn uitsluitend van toepassing op ontheffingen in het kader van de bij verkeersbesluit van 15 juni 2026, met ingang van 1 januari 2028 ingestelde nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s.
Artikel 3 – Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
Het college verleent op aanvraag voor een bedrijfs- of een vrachtauto een ontheffing op kenteken, indien dit voertuig aantoonbaar vervangen wordt door een emissieloos voertuig dat nog niet geleverd is en in het geval van een leasevoertuig de leaseperiode langer is dan een jaar gerekend vanaf het moment van de levering van het leasevoertuig.
Artikel 4 – Ontheffingen voor bijzondere voertuigen met een DET tot en met 12 jaar oud
De ontheffing voor een verhuisauto wordt verleend als de verhuisonderneming die het kenteken aanmeldt, staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel in de categorie ‘Verhuisvervoer’, het aangemelde voertuig een verhuisauto is, en de verhuisonderneming de kentekenhouder is. Om vast te stellen of verhuizen een structurele bedrijfsactiviteit is, kan aanvrager gevraagd worden om een of meer van de volgende stukken te overleggen:
Artikel 6 – Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn
Op basis van de beoordeling van de onder het tweede lid ingediende documenten en de mogelijkheden of alternatieven die er zijn voor het voertuig in het kader van bijvoorbeeld innovatie, stand van de techniek, vergelijkbaarheid of proportionaliteit op het moment van de aanvraag, wordt ontheffing verleend:
In het geval dat ontheffing wordt aangevraagd voor een voertuig zoals bedoeld in lid zeven en het voertuig nog niet op kenteken is gezet, dan kan de ontheffing op een andere manier, bijvoorbeeld per post, worden aangevraagd dan via het digitale portaal van de gemeentelijke website of van het Centraal Loket.
Artikel 7 – Ontheffing voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto’s
Een verleende ontheffing is geldig tot en met 31 december 2027 23:59 uur. Op dit moment wordt op landelijk niveau overleg gevoerd over de wenselijkheid om de maximale geldigheidsduur van ontheffingen voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto’s met twee jaar te verlengen (dus tot en met 31 december 2029, 23:59 uur). Mocht daartoe op enig moment worden besloten, dan zal dit artikel op dit punt worden gewijzigd.
Artikel 8 – Ontheffing voor bedrijfs- en vrachtauto’s die vanwege een handicap zijn aangepast
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone, indien deze bedrijfs- of vrachtauto aantoonbaar in verband met een handicap van de voertuigeigenaar, de bestuurder van het voertuig, van een gezinslid van de eigenaar dan wel de bestuurder of van een persoon aan wie de eigenaar of bestuurder mantelzorg verleent, is aangepast voor een bedrag van ten minste € 500,-.
Artikel 9 – Ontheffing vanwege onvoldoende laadvermogen op bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit (congestie)
Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een bedrijfsauto met emissieklasse 6 of een vrachtauto met een datum eerste toelating vanaf 1 januari 2017 indien de ondernemer of eigenaar dit voertuig als gevolg van een structureel tekort aan transportcapaciteit voor afname op het distributiesysteem voor elektriciteit aantoonbaar niet kan opladen op de eigen bedrijfslocatie en ook geen alternatieve laadmogelijkheden in de nabijheid heeft.
De aanvrager overlegt de volgende documenten:
correspondentie met de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit waaruit blijkt dat op de huidige of te verzwaren aansluiting op de betreffende bedrijfslocatie geen of onvoldoende transportcapaciteit voor afname beschikbaar is, tenzij de capaciteitskaart van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit op het zes-cijferige postcodenummer van de bedrijfslocatie rood kleurt;
Indien een nieuw aan te schaffen voertuig nog niet op kenteken is gezet, kan de aanvrager een schriftelijke aanvraag indienen voor een toezegging dat ontheffing zal worden verleend. Het college beoordeelt deze aanvraag aan de hand van artikel 9 zoals dat geldt op de datum van ontvangst van de aanvraag om toezegging. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan, geeft het college een schriftelijke toezegging af dat een ontheffing zal worden verleend na kentekening van het voertuig en op basis van de regelgeving ten tijde van de toezegging. Na kentekening wordt de toezegging, op verzoek van de aanvrager en na verificatie van het kenteken en de voertuiggegevens, omgezet in een ontheffing op kenteken.
Artikel 13 – Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden
Artikel 14 – Afwijkingsbevoegdheid (hardheidsclausule)
Het college kan overeenkomstig artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht op aanvraag op kenteken ten gunste van een aanvrager een ontheffing verlenen wegens bijzondere omstandigheden die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien of als toepassing ervan gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 15 – Algemene overige bepalingen
Aan een ontheffing wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de bestuurder van een voertuig die zich bevindt in de nul-emissiezone de ontheffing, of een kopie daarvan, op verzoek van de opsporingsambtenaar toont. Aan een kopie van de ontheffing wordt gelijkgesteld een afbeelding daarvan op een smartphone, laptop, tablet of ander mobiel apparaat.
Artikel 17 - Erkenning reeds verleende ontheffingen
Ontheffingen als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 10 en artikel 13, eerder verleend door of namens andere aan het Centraal Loket deelnemende gemeenten met een nul-emissiezone, gelden per 1 januari 2028 ook in de gemeente Almere, zolang de geldigheidsduur ervan niet is verstreken.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 9 juni 2026
Het college van burgemeester en wethouders van Almere,
de secretaris,
A. van Mazijk
de burgemeester,
W.H.J.M. van der Loo
Bedrijven, overheden en kennisinstellingen hebben in 2014 een convenant gesloten om de stedelijke logistiek efficiënter en duurzamer te maken: de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (Green Deal ZES). Vanuit deze Green Deal ZES zijn in de afgelopen jaren diverse regionale pilots uitgevoerd met innovatieve logistieke concepten om stadskernen efficiënter en duurzamer te bevoorraden. Daarbij ging het bijvoorbeeld om overslaglocaties aan de randen van de stad (‘hubs’), de inzet van Light Electric Vehicles (LEV), vervoer over water en nieuwe samenwerkingsvormen binnen de logistieke keten. Circa 200 bedrijven, overheden en organisaties hebben inmiddels de Green Deal ZES ondertekend.
Met het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 hebben de doelstellingen van de Green Deal ZES een nieuwe impuls gekregen. Het Klimaatakkoord zet in op een versnelling naar een volledig emissievrije stadslogistiek: de zogenoemde zero-emissie of nul-emissie stadslogistiek. Dit gebeurt met het instellen van de nul-emissiezones voor bedrijfs- en vrachtauto’s in dertig tot veertig grotere gemeenten vanaf 2025. Deze afspraken zijn een belangrijke aanjager voor emissieloos transport in Nederland in 2050.
In de Uitvoeringsagenda stadslogistiek van 9 februari 2021 hebben gemeenten, de rijksoverheid en andere stakeholders zich gezamenlijk eraan gecommitteerd om de invoering van nul-emissiezones voor stadslogistiek in 2025 te bevorderen. Deze samenwerking richt zich – onder meer – op de totstandkoming en implementatie van eenduidige regels voor de invoering van nul-emissiezones en het inventariseren en het onderzoeken van knelpunten en oplossingsrichtingen bij de invoering van nul-emissiezones.
Een van de afspraken uit de uitvoeringsagenda stadslogistiek is dat gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samenwerken aan een zo uniform mogelijk ontheffingen- en vrijstellingensysteem, bij voorkeur met een gezamenlijk of landelijk loket. Het Centraal Loket en uniform ontheffingenbeleid voorziet in de behoefte bij bedrijfsleven en gemeenten om eenduidig, transparant en klantvriendelijk ontheffingenbeleid aan te kunnen vragen. Een ondernemer hoeft zodoende voor het grootste deel van de ontheffingen, met uitzondering van ontheffingen die door deelnemende gemeenten niet aan het Centraal Loket zijn gemandateerd, maar bij één loket een aanvraag in te dienen. De aanvrager krijgt dan een besluit dat voor meerdere zones geldt en waarvoor in het geval van langdurige ontheffingen slechts één keer leges hoeft te worden betaald. Voor de ontheffingen die niet zijn gemandateerd aan het Centraal Loket betekent dit dat de ontheffing moet worden aangevraagd bij de betreffende gemeente en deze geldt dan ook alleen voor de zone in die gemeente en dan zijn alleen daar leges verschuldigd.
Het Centraal Loket wordt bij mandaatbesluit van de deelnemende gemeenten gemandateerd voor het in behandeling nemen van en het besluiten over ontheffingen die genoemd zijn in paragraaf 1 (langdurige ontheffingen) en paragraaf 2 (dagontheffingen). Deelnemende gemeenten met nul-emissiezones hebben het gemeenschappelijk deel van dit beleid (paragrafen 1, 2 en 4) gezamenlijk vormgegeven. Het in behandeling nemen van en het besluiten over de ontheffingen in paragraaf 3 wordt niet gemandateerd aan het Centraal Loket.
Het ontheffingenbeleid is voor een groot deel gebaseerd op het ontheffingenbeleid voor de milieuzones vracht- en bedrijfsauto’s van diverse gemeenten zoals dat de afgelopen jaren is uitgevoerd. Het ontheffingenbeleid bestaat uit een deel dat alle gemeenten met nul-emissiezones hanteren: de in dat deel opgenomen ontheffingen zijn gelijk getrokken. Daarnaast bestaat het ontheffingen beleid in paragraaf 3 uit gemeente specifieke ontheffingen. Daarbij is de ontheffingstekst voor alle gemeenten gelijk voor de artikelen 13 en 14, maar wordt lokaal beoordeeld op basis van specifieke, lokale omstandigheden en afwegingen.
Voor het in behandeling nemen van aanvragen van ontheffingen zijn leges verschuldigd.
Dit ontheffingenbeleid geldt zowel voor Nederlandse als voor buitenlandse kentekens. Ook voor buitenlandse kentekens kunnen ontheffingen worden aangevraagd.
In dit artikel zijn de definities opgenomen. Bedrijfsauto, emissieklasse, emissieloos voertuig, vrachtauto voor exceptioneel transport, kermis- en circusvrachtauto en vrachtauto zijn gedefinieerd in het RVV 1990. Kampeerwagen is gedefinieerd in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen.
De regels in dit beleid zijn uitsluitend van toepassing op ontheffingen in het kader van de bij verkeersbesluit van 15 juni 2026 met ingang van 1 januari 2028 ingestelde nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s.
Paragraaf 1 – Langdurige ontheffingen
Artikel 3 – Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
In afwachting van de levering van een vervangend emissieloos voertuig verleent het college ontheffing onder de voorwaarden zoals genoemd in dit artikel. In veel gevallen dient na levering van het chassis nog een motor of een op maat gemaakte opbouw gerealiseerd te worden. Ook deze tijd wordt tot de levertijd gerekend. Aanbestedende partijen hebben vaak meer tijd nodig dan een individuele ondernemer (zie vierde lid). Als een voertuig ontheffing heeft gekregen vanwege de bestelling van een emissieloos voertuig, komt hetzelfde (fossiel aangedreven) voertuig niet nogmaals in aanmerking voor een langdurige ontheffing voor het voertuig met het opgegeven kenteken. Er kan immers vanuit gegaan worden dat het uitstootvrije voertuig is geleverd (lid 6) en het vervuilende voertuig vervangt in de zone.
Artikel 4 – Ontheffingen voor bijzondere voertuigen met een DET tot en met 12 jaar oud
Op grond van het RVV 1990 is een aantal categorieën bijzondere voertuigen vrijgesteld van de nul-emissiezone, waarvoor voorheen nog een ontheffing diende te worden aangevraagd. Het gaat om vrachtauto’s met de in het kentekenregister vastgelegde carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31 of de aanduiding speciale doeleinden SB en SF, die jonger zijn dan 13 jaar. Naast deze bijzondere voertuigen zijn er nog andere voertuigen jonger dan 13 jaar waarop de nul-emissiezone eveneens niet van toepassing is: kermis- en circusvrachtauto’s; vrachtauto’s voor exceptioneel transport, verhuisauto’s en vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer. Omdat deze voertuigen niet op voorhand herkenbaar zijn aan een bijzondere aantekening in het kentekenregister en aanvullende informatie betreffende het voertuig en het gebruik ervan nodig is, is een wettelijk verankerde vrijstelling niet mogelijk. Voor deze voertuigen dient nog steeds een ontheffing te worden aangevraagd. Dit geschiedt op dezelfde wijze als bij de milieuzones voor vrachtauto’s, waar de ontheffing werd verleend door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl). De ontheffing als kermis- en circuswagen wordt verleend als de kentekenhouder aantoont dat deze van de Belastingdienst gedeeltelijke vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting heeft gekregen. De ontheffing voor vrachtauto’s voor exceptioneel transport wordt verleend als voor het voertuig een incidentele of jaarontheffing exceptioneel transport is afgegeven door de RDW. De ontheffing voor een verhuisauto wordt verleend als de verhuisonderneming die het kenteken aanmeldt, staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel in de categorie ‘Verhuisvervoer’, als het aangemelde voertuig een verhuisauto is, en de verhuisonderneming de kentekenhouder is. Aantonen van het lidmaatschap van de Organisatie voor Erkende Verhuizers volstaat ook. De ontheffing voor bedrijfsauto’s met zware laadkraan wordt verleend op grond van een keuringsbewijs van de RDW.
Artikel 5 – Ontheffing voor plug-in hybride vrachtauto
Lid 3 benoemt dat de ondernemer op verzoek van het college bewijsmiddelen moet overhandigen waarmee kan worden aangetoond dat met een plug-in hybride vrachtauto uitsluitend emissieloos wordt gereden in de nul-emissiezone. Dit kan bijvoorbeeld een uitdraai zijn van het motormanagementsysteem waaruit precies blijkt waar het voertuig elektrisch heeft gereden en waar niet. Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat men niet emissieloos binnen de nul-emissiezone heeft gereden, kan de ontheffing worden ingetrokken. Er komen maar weinig voertuigen voor deze ontheffing in aanmerking, omdat het grootste deel emissieklasse 6 is en onder de in het RVV 1990 vastgelegde overgangsregeling valt waarbij ze toegang hebben tot en met 31 december 2029.
Artikel 6 – Ontheffing voor voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn
Ondernemers kunnen ontheffing aanvragen om met hun huidige, niet-emissieloze bedrijfs- of vrachtauto langer toegang tot de nul-emissiezone te krijgen omdat er nog geen emissieloos alternatief verkrijgbaar is. Ook kunnen zij ontheffing krijgen om met een nieuw aan te schaffen niet emissieloos voertuig toegang tot de zone te krijgen omdat voor het huidige voertuig dat om technische redenen niet langer inzetbaar is, nog geen emissieloos alternatief verkrijgbaar is. Of een emissieloos alternatief verkrijgbaar is, kan worden beoordeeld aan de hand van voertuig- en bedrijfskenmerken zoals trekkracht, vermogen van de opbouw van het voertuig (wanneer het vermogen van de opbouw geleverd wordt door de energiebron van de aandrijflijn), het gewicht van de te vervoeren lading, voor het verplaatsen van zeer zware lading over onverharde ondergrond, voor uitzonderlijke logistieke toepassingen waarvoor overslag van grote naar kleine voertuigen niet mogelijk is, of wordt gebruikt voor zowel weg als spoor. Het derde lid van dit artikel geeft aan op basis waarvan het college beoordeelt of een ontheffingsaanvraag kan worden toegekend. Het college neemt daar in ieder geval in mee de in het tweede lid bedoelde documenten en de in het derde lid genoemde mogelijkheden en alternatieven. Hiertoe kan het college zich laten adviseren door een adviescomité van deskundigen, gemeentelijk specialisten en juristen. Dit adviescomité adviseert of bij de aanvraag voor een ontheffing voor een nieuw aan te schaffen niet-emissieloos voertuig, ter vervanging van een bestaand voertuig dat om technische redenen niet langer inzetbaar is, sprake is van een niet-verkrijgbaar emissieloos alternatief. Het adviescomité kan hiertoe aanvullende bewijsstukken opvragen bij de aanvrager. Onder stand van de techniek valt in ieder geval de jaarlijkse update die Panteia uitvoert in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Een ontheffing op grond van dit artikel kan ook worden aangevraagd als het nieuwe, niet-emissieloze voertuig nog niet op kenteken is gezet. Echter, het aanvraagproces om een ontheffing aan te vragen vereist het kenteken waarvoor ontheffing wordt aangevraagd maar in geval van een nog niet geleverd niet-emissieloos voertuig is het kenteken nog niet bekend. De aanvraag kan dan niet via de aanvraag-applicatie gedaan worden. In dat geval dient de aanvraag op een andere manier te worden gedaan, bijvoorbeeld via de post of via e-mail.
Artikel 7 – Ontheffing voor particuliere bedrijfsauto’s en vrachtauto’s
De nul-emissiezone is bedoeld om de stadslogistiek emissievrij te maken. In de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek is daarom vastgelegd dat particulieren die niet bedrijfsmatig gebruik maken van een bedrijfs- of vrachtauto in aanmerking komen voor een ontheffing, mits zij kunnen aantonen dat het voertuig niet bedrijfsmatig gebruikt wordt. Hiervoor moet een aantal documenten aangeleverd worden. Een verleende ontheffing is geldig tot en met 31 december 2027 23:59 uur. Op dit moment wordt op landelijk niveau overleg gevoerd over de wenselijkheid om de maximale geldigheidsduur van ontheffingen voor particuliere bedrijfs- en vrachtauto’s met twee jaar te verlengen (dus tot en met 31 december 2029, 23:59 uur). Mocht daartoe op enig moment worden besloten, dan zal dit artikel op dit punt worden gewijzigd.
In de Voorjaarsbesluitvorming Klimaat van het kabinet van 26 april 2023 zijn afspraken gemaakt voor een aanvullend klimaatpakket.1 In dit aanvullende pakket is onder andere de uitbreiding van nul-emissiezones voor gemeenten opgenomen, met name gericht op mobiliteit. Hierdoor wordt de mogelijkheid geboden voor gemeenten om vanaf 2028 de nul-emissiezones uit te breiden naar particuliere bestelauto's. Dit besluit is genomen door het Kabinet. Als tijdens een steekproefcontrole wordt geconstateerd dat het voertuig toch bedrijfsmatig wordt gebruikt, kan de ontheffing worden ingetrokken. Kampeerwagens zijn voor het overgrote deel in particulier bezit en komen ook in aanmerking voor deze ontheffing. Voor kampeerwagens in bedrijfsbezit kunnen andere ontheffingsmogelijkheden van toepassing zijn.
Artikel 8 – Ontheffing voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s die vanwege een handicap zijn aangepast
Op basis van dit artikel wordt ontheffing verleend voor een bedrijfs- of vrachtauto die geen toegang heeft tot de nul-emissiezone indien deze is aangepast voor een bedrag van minimaal € 500,- (zegge: vijfhonderd euro). De aanpassing is gedaan vanwege de handicap van de voertuigeigenaar of bestuurder, een gezinslid of een persoon voor wie de eigenaar of bestuurder mantelzorger is. Ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag dient een aantal bewijsstukken te worden overgelegd; deze zijn nader omschreven in het tweede lid van artikel 8.
Artikel 9 – Ontheffing vanwege onvoldoende laadvermogen op bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit (congestie)
Een ontheffing op grond van dit artikel wordt afgegeven indien de ondernemer of eigenaar een voertuig als gevolg van een structureel tekort aan transportcapaciteit voor afname op het distributiesysteem voor elektriciteit (congestie) aantoonbaar niet kan opladen op de eigen bedrijfslocatie en ook geen alternatieve laadmogelijkheden in de nabijheid heeft. Een huisadres kan een bedrijfslocatie zijn, mits aantoonbaar volgens handelsregister en er sprake is van parkeren op eigen terrein. De strekking van het artikel is verbreed omdat de aanwezigheid van transportcapaciteit tot aan de bedrijfslocatie los moet worden gezien van de realisatie van een (verzwaarde) aansluiting. Het niet kunnen opladen op de eigen bedrijfslocatie vanwege een structureel tekort aan transportcapaciteit (congestie) is iets anders dan het niet kunnen opladen op de eigen bedrijfslocatie omdat daar nog geen (verzwaarde) aansluiting is gerealiseerd.
Als een ondernemer één of twee voertuigen heeft die geen toegang hebben tot de nul-emissiezone, kan deze bij vervanging door een elektrisch voertuig de laadvoorziening vaak binnen de bestaande stroomaansluiting van het bedrijf oplossen. In dat geval komt men niet in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel. Als een ondernemer voor de laadvoorziening voor een groter aantal elektrische voertuigen op diens bedrijfslocatie grotere transportcapaciteit op de netaansluiting of een uitbreiding van de netaansluiting nodig heeft, en de netbeheerder deze uitbreiding niet tijdig kan leveren, dan kan de ondernemer voor (een deel van) de voertuigen ontheffing aanvragen. De ontheffing wordt verleend voor uitsluitend de voertuigen die bij vervanging door een elektrisch voertuig tot een overschrijding van de beschikbare transportcapaciteit op de bedrijfslocatie zorgen.
Een ontheffing op grond van dit artikel wordt alleen verleend voor een bedrijfsauto met emissieklasse 6 of vrachtauto met datum eerste toelating vanaf 1 januari 2017. Euro 6 bakwagens en opleggertrekkers met DET tussen 1 januari 2017 en 1 januari 2025, en Euro 6 bedrijfsauto’s met DET tot 1 januari 2025 vallen nog onder de overgangsregeling. De ontheffing op grond van dit artikel is niet bedoeld als route om voor oudere voertuigen, die sinds 1 januari 2025 geen toegang meer hebben, alsnog toegang tot zones te krijgen via de ontheffing wegens netcongestie. Alleen recente dieselvoertuigen die aangeschaft zijn of moeten worden omdat er op de bedrijfslocatie sprake is van netcongestie kunnen ontheffing krijgen.
Het tweede lid van dit artikel geeft aan op basis waarvan het College beoordeelt of het een ontheffingsaanvraag toekent. Het College neemt daar in ieder geval in mee de in het tweede lid bedoelde documenten. Hiertoe kan het college zich laten adviseren door een adviescomité van deskundigen en gemeentelijke specialisten. Dit adviescomité adviseert of de aanvrager ondanks het niet op korte termijn kunnen verzwaren van diens netaansluiting op de bedrijfslocatie geen alternatieve mogelijkheden heeft om (een deel van) de voertuigen in diens voertuigenpark op te laden. Bijvoorbeeld door een alternatief contract met de netbeheerder af te sluiten waardoor de ondernemer buiten de piekuren meer stroom krijgt, door het toepassen van slim laden, waarbij de laadsnelheid wordt aangepast op basis van de beschikbare netcapaciteit, of door gebruik te maken van publieke laadpalen of laadpunten bij bedrijven die deze punten openstellen voor derden. Het College kan hiertoe aanvullende bewijsstukken opvragen bij de aanvrager. Het in onderdeel e bedoelde formulier staat ook op de website opwegnaarzes.nl.
Het derde lid van dit artikel beschrijft dat ontheffing voor een voertuig voor een periode van twee jaar kan worden verleend, met de mogelijkheid voor verlenging en maximale looptijd tot realisatiedatum en inbedrijfstelling van de verzwaarde aansluiting. In het vijfde lid is toegevoegd dat voor een nieuw aan te schaffen voertuig dat nog niet eerder op kenteken is gezet ten hoogste 5 jaar in het geval van een bedrijfsauto of opleggertrekker en ten hoogste 8 jaar in het geval van een bakwagen kan worden verleend.
Een ondernemer kan een ontheffing op grond van dit artikel ook aanvragen voor een nieuw nog niet op kenteken gezet voertuig. Het aanvraagproces om een ontheffing aan te vragen vereist opgave van het kenteken waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, maar in geval van een nog niet geleverd voertuig is het kenteken nog niet bekend. In dergelijke gevallen ontvangt de aanvrager bij een positieve beoordeling een toezegging die bij kentekening op aanvraag na verificatie wordt omgezet in een ontheffing.
Net als volgens artikel 6 lid 8 kan een aanvrager een ontheffing voor een nog niet eerder op kenteken gezet voertuig in beginsel tot 60 dagen na datum eerste toelating aanvragen. Met een goede motivatie kan het Centraal Loket hiervan afwijken. Zonder goede motivatie wordt de aanvraag behandeld als een aanvraag voor een bestaand voertuig, waarvoor een ontheffing voor een twee jaar wordt afgegeven. Als een voertuig gekentekend is met inrichtingscode 99 en bij een op- of ombouwer staat, dan kan de aanvraag worden gedaan uiterlijk 30 dagen na de op-/ombouwwerkzaamheden.
Artikel 10 – Ontheffing voor dierenambulances
Organisaties die dierenambulances inzetten kunnen ontheffing krijgen omdat het hier gaat om vervoer in spoedeisende en levensbedreigende situaties. Hiermee onderscheidt deze inzet zich van andere logistieke toepassingen waarbij dieren worden vervoerd. De Belastingdienst verleent op verzoek een vrijstelling Motorrijtuigenbelasting (MRB) aan dierenambulances. De aanvrager dient een kopie van beschikking van de Belastingdienst voor vrijstelling van motorrijtuigenbelasting te overleggen als bewijs dat het voertuig als dierenambulance wordt ingezet.
Artikel 11 – Dagontheffing voor bedrijfsauto’s
Voor bedrijfsauto’s die maximaal 12 keer per jaar per gemeente in een nul-emissiezone komen, kan een dagontheffing worden aangevraagd. Deze dagontheffing begint altijd om 00:00 uur van de kalenderdag waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. Voor een maximale flexibiliteit voor ondernemers kan de ontheffing voorafgaand aan, maar ook op dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als de bedrijfsauto eerder die kalenderdag al in de nul-emissiezone is geweest.
Artikel 12 – Dagontheffing voor vrachtauto’s
Voor vrachtauto’s die maximaal 12 keer per jaar per gemeente in een nul-emissiezone komen, kan een dagontheffing worden aangevraagd. Deze ontheffing begint altijd om 00:00 uur van de kalenderdag waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd en eindigt om 06:00 uur op de volgende kalenderdag. Voor een maximale flexibiliteit voor ondernemers kan de ontheffing tot en met dezelfde kalenderdag aangevraagd worden, ook als de vrachtauto eerder die kalenderdag al in de nul-emissiezone is geweest.
Paragraaf 3 – Gemeente specifieke ontheffingen
Artikel 13 – Ontheffing voor bedrijfs- of vrachtauto’s in verband met bedrijfseconomische omstandigheden
Het is denkbaar dat een onderneming in de problemen komt door de instelling van een nul-emissiezone, doordat een investering in een emissieloos voertuig op korte termijn financieel niet mogelijk is en dat door het zich niet meer kunnen begeven in de nul-emissiezone wellicht te veel omzet wegvalt. Voor deze ondernemingen is deze ontheffing.
De beoordeling van deze ontheffingsaanvraag gaat als volgt. Eerst wordt door een externe partij in opdracht van het college gekeken of de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd, gelet op alle omstandigheden van het geval, en adviseert hierover het college (stap 1). Vervolgens kijkt het college of er voor de ondernemer geen alternatieven zijn (stap 2).
STAP 1 Bedreiging continuïteit onderneming
Om te beoordelen of sprake is van een situatie waarbij het bedrijf in ernstige financiële problemen dreigt te komen, toetst het college de financiële positie van de onderneming. Hierbij wordt gekeken naar de draagkracht, waaronder wordt verstaan de mate waarin de onderneming in staat is om investeringen te doen. Hiertoe wordt op basis van de door de aanvrager aan te leveren jaarrekeningen gelet op de ontwikkeling van de omzet en het resultaat uit onderneming en daarmee de ontwikkeling van de vermogenspositie van de onderneming. Onder vermogenspositie wordt hier verstaan de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen op de balans en de ontwikkeling duidt op het toevoegen of het onttrekken aan het eigen vermogen. Het privévermogen en inkomsten buiten de onderneming blijven buiten beschouwing. Financiële gegevens worden in beginsel beschouwd over een periode van drie historische jaren plus een prognose van een jaar. In relatie tot de tenaamstelling van de vrachtauto waarvoor ontheffing wordt aangevraagd, kan er soms sprake zijn van een leaseconstructie, of het kan gaan om een gehuurde vrachtauto, of het kan een dochteronderneming betreffen. In dergelijke gevallen wordt de advisering gebaseerd op geconsolideerde jaarrekeningen. De ontwikkeling van de vermogenspositie kan worden gewaardeerd en uitgedrukt in 3 mogelijke categorieën van draagkracht in relatie tot de mogelijkheid van het doen van een investering voor de nul-emissiezone: beperkte draagkracht, voldoende draagkracht en ruim voldoende draagkracht.
De kosten van de benodigde investeringen worden in eerste instantie gebaseerd op door de desbetreffende onderneming aangeleverde prijsindicaties, eventueel onderbouwd met een offerte. Zo nodig onderzoekt het college, eventueel via het Centraal Loket, zelf de kosten.
Ontheffing wordt verleend als uit de beoordeling blijkt dat de investering door de onderneming in een emissieloos voertuig, of het ontzeggen van de toegang tot de nul-emissiezone voor het huidige voertuig, naar het oordeel van het college te grote consequenties heeft voor het voortbestaan van de onderneming.
Bij de beoordeling of door de eisen van de nul-emissiezone de continuïteit van de desbetreffende onderneming wordt bedreigd, wordt gekeken naar de onderneming van de hoofdgebruiker in het geheel. Er wordt niet beoordeeld of de continuïteit van een bepaald bedrijfsonderdeel wordt bedreigd. Het begrip bedrijfsonderdeel laat zich niet of nauwelijks afbakenen, waardoor bij toepassing discussies zouden kunnen ontstaan over wat onder dit begrip moet worden verstaan. Een en ander laat onverlet dat zich de situatie kan voordoen dat de continuïteit van een cruciaal bedrijfsonderdeel of een cruciale bedrijfsactiviteit van een onderneming wordt bedreigd en dat daardoor de continuïteit van de gehele onderneming in gevaar komt. Maar in dergelijke gevallen beschouwt het college de continuïteit van de desbetreffende onderneming logischerwijs in haar geheel.
Op basis van deze beoordelingssystematiek kan over het gros van de aanvragen een oordeel worden gegeven. De systematiek is een hulpmiddel en in gevallen waarin met de beoordelingssystematiek geen (sluitende) beslissing kan worden genomen, neemt het college op basis van aanvullende gegevens in een tweede stap ook andere factoren in overweging.
STAP 2 Mogelijke alternatieven
Bij het bepalen of een onderneming geen alternatieven heeft, kijkt het college onder andere naar de mogelijkheid van dagontheffingen, de inzet van schonere voertuigen uit het wagenpark, de huur van schonere voertuigen, het inhuren van een andere transporteur die wel een schoon voertuig heeft, inzet van lichtere voertuigen uit het wagenpark en de aanschaf van een tweedehands voertuig.
Op grond van stappen 1 en 2 beslist het college over het verlenen van de ontheffing voor het voertuig. Het kenteken van het voertuig wordt toegevoegd aan het ontheffingenregister van het Centraal Loket. De ontheffing wordt voor maximaal één jaar verleend.
Artikel 14 – Afwijkingsmogelijkheid
De afwijkingsmogelijkheid, ook wel hardheidsclausule genoemd, geeft het college mogelijkheden voor maatwerk bij het beoordelen van bijzondere gevallen die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien, of die bij toepassing van het beleid gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Een voorbeeld: bij het opstellen van deze beleidsregels is er bijvoorbeeld wel al landelijke aandacht voor netcongestie, maar wat de concrete gevolgen daarvan zijn per gemeente en hoe zich dat gaat uiten in de laadinfrastructuur is nog niet duidelijk. Ook een ontheffingsmogelijkheid in de beleidsregel opnemen ten aanzien van een ontheffing hiervoor is nog niet mogelijk vanwege de vele onzekerheden. Met de invoering van de nul-emissiezones zullen emissieloze bedrijfs- en vrachtauto’s meer en meer laadinfra nodig hebben. De netcapaciteit in Nederland loopt tegen haar grenzen aan, wat ertoe kan leiden dat ondernemers geen laadinfra voor al hun voertuigen kunnen realiseren. Naar verwachting kunnen ondernemers met enkele voertuigen binnen hun eigen aansluiting voldoende laadinfra realiseren. Maar ondernemers met meer dan vijf voertuigen kunnen knelpunten ondervinden. [CM4.1]Of dat inderdaad zo is, is afhankelijk van een aantal zaken zoals: moeten die voertuigen per se in de nul-emissiezones komen, zijn er geen (tijdelijke) alternatieven goed beschikbaar? Als dat daadwerkelijk blijkt, dan kunnen ondernemers een beroep doen op de hardheidsclausule vanwege het knelpunt netcongestie. Dit zal per geval bekeken worden qua problemen en oplossingen.
Paragraaf 4 – Overige bepalingen
Artikel 15 – Algemene overige bepalingen
Het college stelt een digitaal formulier via de gemeentelijke website ter beschikking voor het doen van een aanvraag. Dit digitale formulier is via een link op de gemeentelijke website te benaderen. Er zijn leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Het college kan voorschriften of beperkingen verbinden aan een verleende ontheffing in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu. Bijvoorbeeld het voorschrift dat de voertuigbestuurder die zich bevindt in de nul-emissiezone op verzoek van de handhaver de ontheffing of een papieren of digitale kopie daarvan laat zien.
Artikel 16 – Weigerings- en intrekkingsgronden langdurige ontheffing
De publicatiedatum van het verkeersbesluit en ontheffingenbeleid zal per gemeente verschillen. De langdurige ontheffingen, met uitzondering van de ontheffing vanwege bedrijfseconomische omstandigheden en de afwijkingsbevoegdheid, hebben een geldigheid in de zones van gemeenten die de beoordeling van ontheffingsaanvragen hebben gemandateerd aan het Centraal Loket. In dit artikel wordt bepaald in welke omstandigheden een aanvraag voor langdurige ontheffing kan worden geweigerd. Hierbij is een compromis gesloten tussen gemeenten die vroeg het verkeersbesluit en ontheffingenbeleid vaststellen, soms al begin 2024, en gemeenten die dat later doen, soms pas in de loop van 2025 of 2026.
Aanvragen voor een langdurige ontheffing voor niet-emissieloze voertuigen met een DET na 31 december 2024 worden geweigerd. Dit betekent voor gemeenten waar het ontheffingenbeleid in 2024 wordt vastgesteld, dat er nog niet-emissieloze voertuigen met ontheffing binnen de zone kunnen rijden met een DET in het restant van 2024. Voor gemeenten waar het ontheffingenbeleid vanaf 1 januari 2025 wordt vastgesteld, kan bij het publiceren ervan de indruk ontstaan dat de mogelijkheid om ontheffingen aan te vragen met terugwerkende kracht wordt beperkt. Dit zal extra aandacht in de communicatie over de invoering van de zone krijgen.
Als een ondernemer of eigenaar zich in een nul-emissiezone vestigt na 30 juni 2026, kan een aanvraag voor elk van de soorten langdurige ontheffing worden geweigerd omdat deze ondernemer op de hoogte had kunnen zijn van het beleid van de gemeente waarin de zone is gelegen.
Een langdurige ontheffing die een ondernemer aanvraagt voor een niet-emissieloos voertuig dat hij wil inzetten voor werk in de nul-emissiezone dat hij na 30 juni 2028 heeft aangenomen, kan worden geweigerd omdat de ondernemer op de hoogte had kunnen zijn van het beleid van de gemeente. Dit betekent voor gemeenten waar het ontheffingenbeleid in 2025 of 2026 wordt vastgesteld, dat er nog niet-emissieloze voertuigen met ontheffing binnen de zone kunnen rijden voor werk dat de eigenaar in het restant van 2026 heeft aangenomen.
Het college kan een verleende ontheffing voor toegang tot de nul-emissiezone intrekken als aanvrager aantoonbaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, als beleid of wet- en regelgeving wijzigt, als de ontheffinghouder erom vraagt, als er niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de ontheffing is verleend, of als de datum tenaamstelling wijzigt van een voertuig waarvoor ontheffing wegens late levertijd is verleend. Als het voertuig wordt verkocht, vervreemd of als het kenteken naar een andere kentekenhouder wordt overgedragen, vervalt de ontheffing.
Kentekenhouders dienen het van de hand doen van hun voertuig te melden. Het Centraal Loket zal regelmatig de tenaamstelling van deze categorie voertuigen controleren.
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van dit beleid.
Dit besluit wordt aangehaald als: Ontheffingenbeleid nul-emissiezone bedrijfs-en vrachtauto’s Almere 2028
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-306276.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.