De raad van de gemeente Den Helder;
gelezen het raadsvoorstel nummer 533253 van de fracties van Beter voor Den Helder, Behoorlijk Bestuur voor Den Helder & Julianadorp, PVV Den Helder, fractie Pastoor en Samen Actief over het wijzigen van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Den Helder 2024 van 26 november 2025;
gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;
kennis genomen hebbende van de voorbereidende commissievergadering Bestuur en Middelen op 6 januari 2026;
besluit:
het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Den Helder 2024 als volgt te wijzigen:
Toelichting bij het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Den Helder 2024
Artikelsgewijs
Artikel 32 Moties
In artikel 1 is de definitie van het begrip ‘motie’ gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, of procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom is het college formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken.
Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft (tweede lid).
Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats (derde lid). Dergelijke moties benaderen de in artikel 33 geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. De mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad.
In de wet wordt één specifieke motie uitgewerkt, namelijk in artikel 49. Dit betreft de ‘motie van wantrouwen’ waarbij de raad uitspreekt het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad actie te ondernemen.
Het aanhouden van een motie is binnen de raad een werkwijze die al enige tijd goed gebruik is. In de wet is over het aanhouden van moties niets opgenomen. Om het aanhouden van moties te formaliseren is lid 5 opgenomen. Hierbij kan verwezen worden naar een soortgelijke regeling die is opgenomen in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer.