Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2026, 304912 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2026, 304912 | beleidsregel |
Beleidsregel bijtincidenten met honden Amersfoort
Een op de eigenaar of houder en hond gerichte individuele gedragscursus, gegeven door een erkend gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. De gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Gedragstherapeuten (NVGH) of een van de erkende keurmerken hebben: Dierenwelzijn Keurmerk, Stichting Platform Professionele Diergedragsdeskundigen (SPPD), Dierbaar, Certipet, Nederlandse Vereniging van Hondenspecialisten.
Een onderzoek waarbij de hond wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient altijd te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Gedragstherapeuten moet aangesloten zijn bij NVGH of een van de volgende erkende keurmerken hebben: Dierenwelzijn Keurmerk, Stichting Platform Professionele Diergedragsdeskundigen (SPPD), Dierbaar, Certipet, Nederlandse Vereniging van Hondenspecialisten.
Artikel 2 Maatregelen bij hond met hinderlijk of gevaarlijk gedrag
De burgemeester kan een eigenaar of houder van een hond met hinderlijk of gevaarlijk gedrag een maatregel opleggen zoals beschreven in artikel 3.
Artikel 3 Handhaving en sancties
Afhankelijk van de aard en ernst van het incident of de overtreding en een eventueel eerder bijtincident, legt de burgemeester een sanctie op volgens onderstaande handhavingstabel.
In het voornemen tot het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod adviseert de burgemeester de eigenaar of houder van de hond dringend om een gedragscursus te volgen. Ook wordt de eigenaar of houder van de hond in het voornemen geadviseerd om de hond te laten nakijken door een dierenarts om uit te sluiten dat de hond gevaarlijk gedrag heeft vertoond vanuit ongemak en/of pijn.
Artikel 5 Opheffen aanlijn- en/of muilkorfgebod
De eigenaar of houder van de hond kan één jaar nadat een aanlijngebod of een aanlijn- en/of muilkorfgebod als bedoeld in artikel 3 lid 1 is opgelegd, de burgemeester schriftelijk verzoeken om het opgelegde gebod op te heffen. Vereist is dat in de periode waarin het opgelegde gebod van kracht is geweest, geen overtredingen van het gebod én geen bijtincidenten met de hond hebben plaatsgevonden.
Indien de eigenaar of houder geen gedragstest of risico-assessment op het verzoek zoals bedoeld in lid 2 laat uitvoeren, kan de burgemeester het verzoek tot opheffing als bedoeld in lid 1 afwijzen. Het opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgebod wordt dan niet opgeheven en blijft onverminderd van kracht.
In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de beleidsregel wordt gehanteerd, gedefinieerd. Om te beoordelen of er sprake is van een hond met hinderlijk of gevaarlijk gedrag is onder andere afhankelijk van de ernst van het bijtincident. Een hondenbeet kan variëren van een oppervlakkige beet met schrammen, tot ernstige bijtwonden waarvoor behandeling in het ziekenhuis nodig is. Om onderscheid te maken in de verschillende bijtniveaus en daarmee de ernst van het bijtincident sluiten we aan op de bijtschaal van Dr. Sophia Yin. Deze bijtschaal deelt hondenbeten in, in zes niveaus, gebaseerd op de ernst van het bijtgedrag. De schaal loopt van waarschuwend gedrag door de hond zonder contact tot dodelijke beten. Deze bijtschaal is wereldwijd geaccepteerd en wordt gebruikt door asielen, gedragstherapeuten, medische professionals en juristen. Het doel is om objectief en transparant te bepalen hoe ernstig een bijtincident is, zodat professionals beter kunnen inschatten welk risico een hond vormt en welke maatregelen nodig zijn.
Snappen of luchtbijten zonder contact.
Niveau 2 – Bijna bijt (tandcontact, geen punctie)
Tanden raken de huid, maar er is géén gaatje.
Niveau 3 – Bijt met oppervlakkige punctie(s)
Er is één of meerdere huidperforaties, maar minder diep dan de lengte van de hoektand.
Niveau 4 – Ernstige beet met diepe punctie(s)
Diepere wond(en) dan de lengte van de hoektand; vaak ook scheuren door bijten + schudden.
Niveau 5 – Meervoudige diepe beten/aanval
Meerdere diepe beten, herhaalde aanvallen in één incident.
Slachtoffer komt om het leven of er is weefselverlies door consumptie.
Ten behoeve van een consistente en proportionele toepassing binnen het gemeentelijk beleid wordt deze schaal als volgt geduid:
Artikel 2 Maatregelen bij hond met hinderlijk of gevaarlijk gedrag
In (het voornemen tot) het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod adviseert de burgemeester de eigenaar of houder van de hond dringend om een gedragscursus te volgen. Ook wordt de eigenaar of houder van de hond in het voornemen geadviseerd om de hond te laten nakijken door een dierenarts om uit te sluiten dat de hond gevaarlijk gedrag heeft vertoond vanuit ongemak en/of pijn.
De eigenaar of houder ontvangt een voorgenomen besluit opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod waarin de aanleiding wordt beschreven en de voorgenomen maatregel(en) zijn opgenomen.
Vervolgens zijn er drie mogelijkheden:
Besluit tot opleggen van aanlijn- en/of muilkorfgebod
Het besluit kan een aanlijn- en/of muilkorfgebod zijn. Als dat besluit is genomen, moet de hond vanaf dat moment meteen worden aangelijnd en, indien van toepassing, een muilkorf dragen.
De eigenaar of houder kan binnen zes weken, nadat het besluit aan de eigenaar/houder bekend is gemaakt, bezwaar maken tegen het besluit. In het besluit staat beschreven welke rechtsmiddelen ingezet kunnen worden tegen het besluit.
Artikel 3 Handhaving en sancties
Op basis van de aard en ernst van de overtreding wordt een sanctie opgelegd zoals bepaald in artikel 3 van de beleidsregels. Omdat bijtincidenten veel van elkaar kunnen verschillen in omstandigheden, is het van belang om evenredige en passende maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen. Een hond kan met of zonder duidelijke reden bijten. In elke situatie worden de feiten en omstandigheden beoordeeld. Hierdoor kan de burgemeester gemotiveerd afwijken van de sancties zoals vastgelegd in de handhavingstabel.
In de waarschuwingsbrief staat dat het vanuit oogpunt van openbare orde en veiligheid onacceptabel is dat een persoon of dier gebeten wordt. In de waarschuwingsbrief vragen we de eigenaar/houder van de hond dat hij alle maatregelen treft om herhaling van een nieuw incident te voorkomen. We willen verdere hinderlijke gedragingen voorkomen door preventieve maatregelen in te zetten. Daarom adviseren we in de brief de eigenaar of houder van de hond om de hond te laten nakijken door een dierenarts om uit te sluiten dat de hond hinderlijk gedrag heeft vertoond vanuit ongemak en/of pijn. Tot slot informeren we de eigenaar/houder over gedragscursussen voor een individueel, therapeutisch (trainings)advies.
Tegen een waarschuwingsbrief staat geen bezwaar en beroep open, omdat een waarschuwing geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.
In gevallen waarin (herhaaldelijk) een overtreding van het opgelegde gebod wordt geconstateerd, kan de burgemeester een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen op grond van afdeling 5.3.1 e.v. van de Awb. Ook kan de burgemeester een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen indien het aanlijn- en/of muilkorfgebod is overtreden en daardoor opnieuw een bijtincident heeft plaatsgevonden.
Als er geen sprake is van een acuut (dreigende) onveilige situatie voor de openbare ruimte, legt de gemeente eerst een last onder dwangsom op. De eigenaar of gebruiker moet dan binnen een gestelde termijn de overtreding beëindigen. Doet hij dat niet, dan moet hij een geldbedrag – de dwangsom – betalen, per overtreding of in één keer.
Als de eigenaar niet voldoet aan de last onder dwangsom, past de gemeente bestuursdwang toe. In dat geval wordt de hond in beslag genomen. Daarmee stopt de overtreding direct en wordt herhaling voorkomen.
De burgemeester kan besluiten om een hond in beslag te nemen in onder andere de volgende situaties:
Tijdens de periode van inbeslagname wordt een risico assessment uitgevoerd. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de risico’s voor de openbare orde en veiligheid, maar ook naar het welzijn van de hond.
Op basis van de uitkomst van het onderzoek zijn er drie mogelijke vervolgstappen:
Alle kosten van bestuursdwang worden verhaald op de eigenaar.
Preventieve last onder dwangsom
Als er een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aanwezig is dat de eigenaar zich niet aan een aanlijn- en/of muilkorfgebod zal houden, kan de burgemeester een preventieve last onder dwangsom opleggen. Hiermee wordt vooruitlopend op een overtreding al verplicht dat de hond wordt aangelijnd en/of gemuilkorfd. Het doel is om te voorkomen dat daadwerkelijk een bijtincident plaatsvindt.
De burgemeester mag op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Awb onmiddellijk ingrijpen om overtredingen van wettelijke voorschriften te stoppen of te voorkomen.
De burgemeester kan besluiten een hond in beslag te nemen wanneer:
Artikel 4 Gedragstest en risico-assessment
Is de eigenaar/houder het niet eens met het voornemen dan mag hij voor eigen rekening een gedragstest uit laten voeren, om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Dit is een onderzoek waarbij de hond op verschillende onderdelen wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient altijd te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Deze gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij de Externe link:www.nvgh.nl of bij de Externe link:www.sppd.nl.
Uit het advies van de gedagstherapeut moet blijken dat de door de burgemeester voorgenomen maatregel niet noodzakelijk is. Zie voor meer informatie: Externe link:www.uu.nl/organisatie/veterinaire-service-en-samenwerking/hond-maatschappij
Als een eigenaar of houder een gedragstest laat uitvoeren, stelt hij de burgemeester hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. Wanneer meer tijd nodig is om een gedragstest uit te laten voeren verzoekt hij om de zienswijzetermijn te verlengen. De burgemeester ontvangt het advies over het gedrag van de hond en betrekt dit bij zijn besluit.
Artikel 5 Opheffen aanlijn- en/of muilkorfgebod
Het opheffen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod kan alleen onder de volgende voorwaarden:
Artikel 6 Afstand doen of inbeslagname van een gevaarlijke hond
Dit artikel beschrijft wanneer de burgemeester een hond in beslag kan nemen, welke stappen daarna volgen en welke kosten voor rekening van de eigenaar komen.
De burgemeester kan op grond van artikel 5:32 van de Awb een hond in beslag nemen in twee situaties:
Het doel van inbeslagname is het onmiddellijk wegnemen van het risico voor de openbare orde en veiligheid.
Uitvoeren van een risico‑assessment
Na inbeslagname kan de burgemeester opdracht geven om een risico‑assessment uit te laten voeren. Dit is een deskundig onderzoek naar:
Deze beoordeling helpt om een zorgvuldig besluit te nemen over het vervolg. Mogelijke vervolgstappen na het risico‑assessment zijn:
Als uiterst middel euthanasie. In uitzonderlijke situaties kan het voorkomen dat een opvanglocatie, na zorgvuldige afweging door deskundigen, besluit dat inslapen vanuit dierenwelzijnsoverwegingen de meest diervriendelijke optie is. Bijvoorbeeld wanneer herplaatsing aantoonbaar niet mogelijk is en een dierwaardig bestaan niet kan worden gegarandeerd. De beoordeling hiervan is uitsluitend voorbehouden aan professionele gedragsdeskundigen en maakt geen onderdeel uit van het bestuurlijk optreden naar aanleiding van een bijtincident.
De bedoeling van het assessment is om een risicoschatting te geven over de hond. Het risico-assessment geeft inzicht in het probleem veroorzakend gedrag van de hond. Aan de hand van de resultaten wordt als eerste ingezet op het oplossen en omgaan met het probleem gevende gedrag, door training/opvoeding, therapie, aanlijngebod, muilkorven, castratie etc.. Pas wanneer duidelijk is dat het gedrag van de hond (zoals ernstige agressie of extreme angst) niet te verhelpen is en er sprake is van een zeer slechte levenskwaliteit van de hond, er sprake is van voortdurend lijden, of wanneer de hond een onaanvaardbaar gevaar vormt voor de omgeving of zichzelf, is euthanasie het laatste middel.
Mogelijkheid tot vrijwillige afstand
De eigenaar kan er ook voor kiezen om vrijwillig afstand te doen van de hond.
Dit kan op eigen initiatief of op advies van de gemeente, wanneer duidelijk is dat terugplaatsing niet verantwoord is.
Kosten voor rekening van de eigenaar
Alle kosten die verbonden zijn aan de toepassing van bestuursdwang worden bij de eigenaar in rekening gebracht. Dit betreft onder andere:
Dit volgt uit de algemene regels van de Awb: wie een overtreding veroorzaakt, betaalt de kosten die voortvloeien uit het ingrijpen door de overheid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-304912.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.