Beleidsregel bijtincidenten met honden Amersfoort

De burgemeester van de gemeente Amersfoort;

 

Overwegende dat

 

  • -

    er in de gemeente meermaals bijtincidenten met honden hebben plaatsgevonden;

  • -

    het gewenst is om beleid vast te stellen over de uitleg van artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort

Gelet op;

 

  • -

    de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikelen 1:3 lid 4, 4:81 lid1, 4:83: 5:21 en 5:32;

  • -

    de Gemeentewet, artikel 125 en artikel 172 lid 3;

  • -

    de Algemene plaatselijke verordening Amersfoort, artikel 2:59.

Besluit:

 

De “Beleidsregel bijtincidenten met honden Amersfoort” vast te stellen

 

Beleidsregel bijtincidenten met honden Amersfoort

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Hond met hinderlijk gedrag:

    Een hond die een licht bijtincident heeft begaan.

  • 2.

    Hond met gevaarlijk gedrag:

    Een hond die een ernstig bijtincident heeft begaan.

  • 3.

    Licht bijtincident:

    Van een licht bijtincident is sprake wanneer:

    • a.

      een hond een persoon of een ander dier bijt, waarbij de tanden de huid hebben geraakt maar waarbij geen sprake is perforatie;

    • b.

      een hond een persoon of een ander dier bijt, waarbij er sprake is van een punctie of van een beet met één of meerdere huidperforaties, waarbij de huidperforaties minder diep zijn dan de lengte van de hoektand.

  • 4.

    Ernstig bijtincident:

    Van een ernstig bijtincident is sprake wanneer:

    • a.

      een hond een persoon of ander dier bijt en daarbij één of meer wonden toebrengt die minimaal de lengte van een hoektand bedragen of dieper zijn;

    • b.

      een hond een persoon of ander dier bijt en met het hoofd schudt waarbij er sprake is van scheurwonden in twee richtingen vanuit de perforatie;

    • c.

      een persoon of ander dier overlijdt als gevolg van het bijtincident of er is sprake van weefselverlies.

  • 5.

    Aanlijngebod: gebod zoals omschreven in artikel 2:59, tweede lid, APV.

  • 6.

    Muilkorfgebod: gebod zoals omschreven in artikel 2:59, derde lid, APV.

  • 7.

    Gedragscursus:

    Een op de eigenaar of houder en hond gerichte individuele gedragscursus, gegeven door een erkend gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. De gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Gedragstherapeuten (NVGH) of een van de erkende keurmerken hebben: Dierenwelzijn Keurmerk, Stichting Platform Professionele Diergedragsdeskundigen (SPPD), Dierbaar, Certipet, Nederlandse Vereniging van Hondenspecialisten.

  • 8.

    Gedragstest:

    Een onderzoek waarbij de hond wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient altijd te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Gedragstherapeuten moet aangesloten zijn bij NVGH of een van de volgende erkende keurmerken hebben: Dierenwelzijn Keurmerk, Stichting Platform Professionele Diergedragsdeskundigen (SPPD), Dierbaar, Certipet, Nederlandse Vereniging van Hondenspecialisten.

  • 9.

    Risico-assessment:

    Een uitgebreid onderzoek in opdracht van de burgemeester, naar het gedrag van de hond en het recidivegevaar voor een (dreigend) bijtincident, met daarbij een advies voor de burgemeester.

Artikel 2 Maatregelen bij hond met hinderlijk of gevaarlijk gedrag

De burgemeester kan een eigenaar of houder van een hond met hinderlijk of gevaarlijk gedrag een maatregel opleggen zoals beschreven in artikel 3.

Artikel 3 Handhaving en sancties

  • 1.

    Afhankelijk van de aard en ernst van het incident of de overtreding en een eventueel eerder bijtincident, legt de burgemeester een sanctie op volgens onderstaande handhavingstabel.

    Ernst van het bijtincident en gedrag van de hond

    1e bijtincident

    2e bijtincident binnen twee jaar na het voorgaande bijtincident

    3e bijtincident binnen twee jaar na het voorgaande bijtincident

    Licht bijtincident

    (hond met hinderlijk gedrag)

    Waarschuwingsbrief of

    aanlijngebod

    Aanlijngebod of

    aanlijn- en muilkorfgebod, met eventueel een preventieve last

    Last onder dwangsom of

    last onder bestuursdwang tot inbeslagname van de hond

    Ernstig bijtincident

    (hond met gevaarlijk gedrag)

    Aanlijn- en muilkorfgebod met eventueel een preventieve last

    Last onder dwangsom, of

    last onder bestuursdwang tot inbeslagname van de hond voor een risico-assessment

    Last onder dwangsom, of

    last onder bestuursdwang tot inbeslagname van de hond

  • 2.

    In het voornemen tot het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod adviseert de burgemeester de eigenaar of houder van de hond dringend om een gedragscursus te volgen. Ook wordt de eigenaar of houder van de hond in het voornemen geadviseerd om de hond te laten nakijken door een dierenarts om uit te sluiten dat de hond gevaarlijk gedrag heeft vertoond vanuit ongemak en/of pijn.

  • 3.

    In het geval van het niet naleven van een opgelegd gebod, zonder dat een bijtincident plaatsvindt, kan een last onder dwangsom worden opgelegd.

  • 4.

    In het geval van het niet naleven van een opgelegd gebod waarbij reeds een last onder dwangsom is opgelegd, kan de burgemeester een last onder bestuursdwang opleggen.

  • 5.

    De burgemeester kan bij een hond met gevaarlijk gedrag besluiten tot het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod met daaraan een last onder dwangsom gekoppeld. Afhankelijk van de ernst van het bijtincident kan worden overgegaan tot last onder bestuursdwang, zoals inbeslagname van de hond.

  • 6.

    Een aanlijn- en/of muilkorfgebod geldt zolang de hond in leven is, tenzij op grond artikel 5 van deze beleidsregels dit gebod wordt opgeheven.

Artikel 4 Gedragstest en risico-assessment

  • 1.

    In opdracht van de eigenaar of houder kan bij de hond een gedragstest of risico-assessment worden afgenomen om aan te tonen dat de hond geen hinderlijk of gevaarlijk gedrag meer zal vertonen.

  • 2.

    De kosten voor het laten uitvoeren van een gedragstest of risico-assessment zijn voor rekening van de eigenaar of houder van de hond.

Artikel 5 Opheffen aanlijn- en/of muilkorfgebod

  • 1.

    De eigenaar of houder van de hond kan één jaar nadat een aanlijngebod of een aanlijn- en/of muilkorfgebod als bedoeld in artikel 3 lid 1 is opgelegd, de burgemeester schriftelijk verzoeken om het opgelegde gebod op te heffen. Vereist is dat in de periode waarin het opgelegde gebod van kracht is geweest, geen overtredingen van het gebod én geen bijtincidenten met de hond hebben plaatsgevonden.

  • 2.

    De eigenaar van de hond kan verzocht worden door middel van een gedragstest of risico-assessment zoals bedoeld in artikel 4 aan te tonen dat de hond geen hinderlijk of gevaarlijk gedrag meer zal vertonen.

  • 3.

    Indien de eigenaar of houder geen gedragstest of risico-assessment op het verzoek zoals bedoeld in lid 2 laat uitvoeren, kan de burgemeester het verzoek tot opheffing als bedoeld in lid 1 afwijzen. Het opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgebod wordt dan niet opgeheven en blijft onverminderd van kracht.

  • 4.

    Als de burgemeester van oordeel is dat de hond geen hinderlijk of gevaarlijk gedrag meer zal vertonen, kan hij het verzoek als bedoeld in het eerste lid inwilligen.

Artikel 6 Inbeslagname van een hond

  • 1.

    De burgemeester kan besluiten tot inbeslagname van de hond, door middel van een last onder bestuursdwang:

    • a.

      in gevallen waarin (herhaaldelijk) een overtreding van het opgelegde gebod wordt geconstateerd, of

    • b.

      bij ernstige vrees voor het ontstaan van een bijtincident.

  • 2.

    Bij de in het eerste lid genoemde inbeslagname van de hond zal in opdracht van de burgemeester een risico-assessment worden afgenomen bij de hond.

  • 3.

    Wanneer uit het uitgevoerde risico-assessment, als bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de hond niet kan worden teruggeplaatst, dan wordt op basis van de uitkomst van het risico-assessment een passende maatwerkoplossing ingezet.

  • 4.

    Alle kosten van de bestuursdwang en de daarbij behorende risico-assessment worden op de eigenaar van de hond verhaald.

Artikel 7 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als `Beleidsregels bijtincidenten met honden Amersfoort 2026 ’.

  • 2.

    Dit beleid treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

Amersfoort, 23 juni 2026

De burgemeester van Amersfoort,

Toelichting  

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de beleidsregel wordt gehanteerd, gedefinieerd. Om te beoordelen of er sprake is van een hond met hinderlijk of gevaarlijk gedrag is onder andere afhankelijk van de ernst van het bijtincident. Een hondenbeet kan variëren van een oppervlakkige beet met schrammen, tot ernstige bijtwonden waarvoor behandeling in het ziekenhuis nodig is. Om onderscheid te maken in de verschillende bijtniveaus en daarmee de ernst van het bijtincident sluiten we aan op de bijtschaal van Dr. Sophia Yin. Deze bijtschaal deelt hondenbeten in, in zes niveaus, gebaseerd op de ernst van het bijtgedrag. De schaal loopt van waarschuwend gedrag door de hond zonder contact tot dodelijke beten. Deze bijtschaal is wereldwijd geaccepteerd en wordt gebruikt door asielen, gedragstherapeuten, medische professionals en juristen. Het doel is om objectief en transparant te bepalen hoe ernstig een bijtincident is, zodat professionals beter kunnen inschatten welk risico een hond vormt en welke maatregelen nodig zijn.

 

Schaal van Sophia Yin:

Niveau 1 – Luchtbijt

Snappen of luchtbijten zonder contact.

Niveau 2 – Bijna bijt (tandcontact, geen punctie)

Tanden raken de huid, maar er is géén gaatje.

Niveau 3 – Bijt met oppervlakkige punctie(s)

Er is één of meerdere huidperforaties, maar minder diep dan de lengte van de hoektand.

Niveau 4 – Ernstige beet met diepe punctie(s)

Diepere wond(en) dan de lengte van de hoektand; vaak ook scheuren door bijten + schudden.

Niveau 5 – Meervoudige diepe beten/aanval

Meerdere diepe beten, herhaalde aanvallen in één incident.

Niveau 6 – Dodelijk

Slachtoffer komt om het leven of er is weefselverlies door consumptie.

 

Ten behoeve van een consistente en proportionele toepassing binnen het gemeentelijk beleid wordt deze schaal als volgt geduid:

  • Niveau 1 (luchtbijt) wordt niet aangemerkt als een bijtincident in de zin van het beleid, nu er geen sprake is van fysiek contact of letsel.

  • Niveau 2 en 3 worden gekwalificeerd als lichte bijtincidenten.

    Deze categorie wordt beschouwd als beperkt van ernst en kan aanleiding geven tot lichtere interventies.

  • Niveau 4, 5 en 6 worden aangemerkt als ernstige bijtincidenten.

    Deze categorie rechtvaardigt een verzwaarde bestuurlijke beoordeling en kan aanleiding geven tot het treffen van zwaardere maatregelen.

Artikel 2 Maatregelen bij hond met hinderlijk of gevaarlijk gedrag

In (het voornemen tot) het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod adviseert de burgemeester de eigenaar of houder van de hond dringend om een gedragscursus te volgen. Ook wordt de eigenaar of houder van de hond in het voornemen geadviseerd om de hond te laten nakijken door een dierenarts om uit te sluiten dat de hond gevaarlijk gedrag heeft vertoond vanuit ongemak en/of pijn.

 

De eigenaar of houder ontvangt een voorgenomen besluit opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod waarin de aanleiding wordt beschreven en de voorgenomen maatregel(en) zijn opgenomen.

Vervolgens zijn er drie mogelijkheden:

  • 1.

    De eigenaar of houder is het eens met het voornemen. Het voornemen wordt omgezet in een besluit.

  • 2.

    De eigenaar of houder is het niet eens met het voornemen. Is de eigenaar of houder het niet eens met het voornemen, dan kan binnen de aangegeven termijn een zienswijze worden ingediend bij de gemeente. De zienswijze wordt beoordeeld en het voornemen wordt wel of niet omgezet in een besluit.

  • 3.

    De eigenaar of houder geeft geen reactie. Het voornemen wordt omgezet in een besluit.

Besluit tot opleggen van aanlijn- en/of muilkorfgebod

Het besluit kan een aanlijn- en/of muilkorfgebod zijn. Als dat besluit is genomen, moet de hond vanaf dat moment meteen worden aangelijnd en, indien van toepassing, een muilkorf dragen.

 

Bezwaar tegen besluit

De eigenaar of houder kan binnen zes weken, nadat het besluit aan de eigenaar/houder bekend is gemaakt, bezwaar maken tegen het besluit. In het besluit staat beschreven welke rechtsmiddelen ingezet kunnen worden tegen het besluit.

 

Artikel 3 Handhaving en sancties

Op basis van de aard en ernst van de overtreding wordt een sanctie opgelegd zoals bepaald in artikel 3 van de beleidsregels. Omdat bijtincidenten veel van elkaar kunnen verschillen in omstandigheden, is het van belang om evenredige en passende maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen. Een hond kan met of zonder duidelijke reden bijten. In elke situatie worden de feiten en omstandigheden beoordeeld. Hierdoor kan de burgemeester gemotiveerd afwijken van de sancties zoals vastgelegd in de handhavingstabel.

 

Waarschuwingsbrief

In de waarschuwingsbrief staat dat het vanuit oogpunt van openbare orde en veiligheid onacceptabel is dat een persoon of dier gebeten wordt. In de waarschuwingsbrief vragen we de eigenaar/houder van de hond dat hij alle maatregelen treft om herhaling van een nieuw incident te voorkomen. We willen verdere hinderlijke gedragingen voorkomen door preventieve maatregelen in te zetten. Daarom adviseren we in de brief de eigenaar of houder van de hond om de hond te laten nakijken door een dierenarts om uit te sluiten dat de hond hinderlijk gedrag heeft vertoond vanuit ongemak en/of pijn. Tot slot informeren we de eigenaar/houder over gedragscursussen voor een individueel, therapeutisch (trainings)advies.

Tegen een waarschuwingsbrief staat geen bezwaar en beroep open, omdat een waarschuwing geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

 

In gevallen waarin (herhaaldelijk) een overtreding van het opgelegde gebod wordt geconstateerd, kan de burgemeester een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen op grond van afdeling 5.3.1 e.v. van de Awb. Ook kan de burgemeester een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen indien het aanlijn- en/of muilkorfgebod is overtreden en daardoor opnieuw een bijtincident heeft plaatsgevonden.

 

Last onder dwangsom

Als er geen sprake is van een acuut (dreigende) onveilige situatie voor de openbare ruimte, legt de gemeente eerst een last onder dwangsom op. De eigenaar of gebruiker moet dan binnen een gestelde termijn de overtreding beëindigen. Doet hij dat niet, dan moet hij een geldbedrag – de dwangsom – betalen, per overtreding of in één keer.

 

Last onder bestuursdwang

Als de eigenaar niet voldoet aan de last onder dwangsom, past de gemeente bestuursdwang toe. In dat geval wordt de hond in beslag genomen. Daarmee stopt de overtreding direct en wordt herhaling voorkomen.

De burgemeester kan besluiten om een hond in beslag te nemen in onder andere de volgende situaties:

  • Meerdere bijtincidenten in het verleden, waardoor sprake kan zijn van een escalerend patroon van agressie.

  • De eigenaar heeft de hond niet onder controle, bijvoorbeeld:

    • de hond loopt zonder toezicht los in de openbare ruimte,

    • de eigenaar zet de hond aan tot agressie,

    • er is ontsnappingsgevaar, of

    • de eigenaar weigert maatregelen te nemen om een nieuw bijtincident te voorkomen.

  • De hond is onvoldoende getraind of gesocialiseerd, waardoor de kans op onvoorspelbaar of agressief gedrag groter is.

Tijdens de periode van inbeslagname wordt een risico assessment uitgevoerd. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de risico’s voor de openbare orde en veiligheid, maar ook naar het welzijn van de hond.

Op basis van de uitkomst van het onderzoek zijn er drie mogelijke vervolgstappen:

  • 1.

    De hond gaat onder voorwaarden terug naar de eigenaar.

  • 2.

    De hond wordt herplaatst bij een andere eigenaar.

  • 3.

    Als uiterst middel euthanasie.

Alle kosten van bestuursdwang worden verhaald op de eigenaar.

Dat gaat onder andere om:

  • transport van de hond,

  • opvang en verzorging,

  • en het uitvoeren van het risico assessment.

Preventieve last onder dwangsom

Als er een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aanwezig is dat de eigenaar zich niet aan een aanlijn- en/of muilkorfgebod zal houden, kan de burgemeester een preventieve last onder dwangsom opleggen. Hiermee wordt vooruitlopend op een overtreding al verplicht dat de hond wordt aangelijnd en/of gemuilkorfd. Het doel is om te voorkomen dat daadwerkelijk een bijtincident plaatsvindt.

 

Spoedeisende bestuursdwang

De burgemeester mag op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Awb onmiddellijk ingrijpen om overtredingen van wettelijke voorschriften te stoppen of te voorkomen.

De burgemeester kan besluiten een hond in beslag te nemen wanneer:

  • 1.

    de eigenaar of houder een hond heeft die door de burgemeester als gevaarlijk is aangewezen;

  • 2.

    deze hond een bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van een ernstig bijtincident én direct ingrijpen noodzakelijk is.

Artikel 4 Gedragstest en risico-assessment

Is de eigenaar/houder het niet eens met het voornemen dan mag hij voor eigen rekening een gedragstest uit laten voeren, om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Dit is een onderzoek waarbij de hond op verschillende onderdelen wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient altijd te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Deze gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij de Externe link:www.nvgh.nl of bij de Externe link:www.sppd.nl.

 

Uit het advies van de gedagstherapeut moet blijken dat de door de burgemeester voorgenomen maatregel niet noodzakelijk is. Zie voor meer informatie: Externe link:www.uu.nl/organisatie/veterinaire-service-en-samenwerking/hond-maatschappij

 

Als een eigenaar of houder een gedragstest laat uitvoeren, stelt hij de burgemeester hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. Wanneer meer tijd nodig is om een gedragstest uit te laten voeren verzoekt hij om de zienswijzetermijn te verlengen. De burgemeester ontvangt het advies over het gedrag van de hond en betrekt dit bij zijn besluit.

 

Artikel 5 Opheffen aanlijn- en/of muilkorfgebod

Het opheffen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod kan alleen onder de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Minimaal één jaar geen incidenten

    De eigenaar kan pas een schriftelijk verzoek tot opheffing indienen na minimaal één jaar, gerekend vanaf de datum waarop het gebod is opgelegd. Eigenaar heeft voldaan aan de last en in dat jaar mogen geen nieuwe incidenten met de hond hebben plaatsgevonden.

  • 2.

    Beoordeling door de burgemeester

    De burgemeester beoordeelt het verzoek. Als de burgemeester vindt dat het gedrag van de hond niet langer als hinderlijk of gevaarlijk kan worden beschouwd, kan het gebod worden opgeheven. De eigenaar ontvangt hiervan een schriftelijke bevestiging.

Artikel 6 Afstand doen of inbeslagname van een gevaarlijke hond

Dit artikel beschrijft wanneer de burgemeester een hond in beslag kan nemen, welke stappen daarna volgen en welke kosten voor rekening van de eigenaar komen.

De burgemeester kan op grond van artikel 5:32 van de Awb een hond in beslag nemen in twee situaties:

  • a.

    Wanneer de eigenaar of houder herhaaldelijk een opgelegd gebod overtreedt, zoals een aanlijn- en/of muilkorfgebod.

  • b.

    Wanneer er ernstige vrees bestaat voor een nieuw bijtincident, bijvoorbeeld omdat de hond recent agressief gedrag heeft vertoond of omdat de situatie direct gevaar oplevert voor mens of dier.

Het doel van inbeslagname is het onmiddellijk wegnemen van het risico voor de openbare orde en veiligheid.

 

Uitvoeren van een risico‑assessment

Na inbeslagname kan de burgemeester opdracht geven om een risico‑assessment uit te laten voeren. Dit is een deskundig onderzoek naar:

  • het gedrag en karakter van de hond,

  • het risico dat de hond vormt voor mens en dier,

  • de mogelijkheden tot terugplaatsing of begeleiding,

  • en het welzijn van de hond.

Deze beoordeling helpt om een zorgvuldig besluit te nemen over het vervolg. Mogelijke vervolgstappen na het risico‑assessment zijn:

  • Terugplaatsing onder voorwaarden bij de eigenaar, als dat verantwoord is.

  • Herplaatsing bij een andere, geschikte eigenaar, wanneer terugplaatsing niet veilig of wenselijk is.

Als uiterst middel euthanasie. In uitzonderlijke situaties kan het voorkomen dat een opvanglocatie, na zorgvuldige afweging door deskundigen, besluit dat inslapen vanuit dierenwelzijnsoverwegingen de meest diervriendelijke optie is. Bijvoorbeeld wanneer herplaatsing aantoonbaar niet mogelijk is en een dierwaardig bestaan niet kan worden gegarandeerd. De beoordeling hiervan is uitsluitend voorbehouden aan professionele gedragsdeskundigen en maakt geen onderdeel uit van het bestuurlijk optreden naar aanleiding van een bijtincident.

 

De bedoeling van het assessment is om een risicoschatting te geven over de hond. Het risico-assessment geeft inzicht in het probleem veroorzakend gedrag van de hond. Aan de hand van de resultaten wordt als eerste ingezet op het oplossen en omgaan met het probleem gevende gedrag, door training/opvoeding, therapie, aanlijngebod, muilkorven, castratie etc.. Pas wanneer duidelijk is dat het gedrag van de hond (zoals ernstige agressie of extreme angst) niet te verhelpen is en er sprake is van een zeer slechte levenskwaliteit van de hond, er sprake is van voortdurend lijden, of wanneer de hond een onaanvaardbaar gevaar vormt voor de omgeving of zichzelf, is euthanasie het laatste middel.

 

Mogelijkheid tot vrijwillige afstand

De eigenaar kan er ook voor kiezen om vrijwillig afstand te doen van de hond.

Dit kan op eigen initiatief of op advies van de gemeente, wanneer duidelijk is dat terugplaatsing niet verantwoord is.

 

Kosten voor rekening van de eigenaar

Alle kosten die verbonden zijn aan de toepassing van bestuursdwang worden bij de eigenaar in rekening gebracht. Dit betreft onder andere:

  • vervoer van de hond;

  • opvang en verzorging;

  • medische controles;

  • het risico assessment door deskundigen.

Dit volgt uit de algemene regels van de Awb: wie een overtreding veroorzaakt, betaalt de kosten die voortvloeien uit het ingrijpen door de overheid.

Naar boven