Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Rhenen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft,
overwegende dat
• het in het kader van doelmatige toezicht en handhaving van de wet- en regelgeving noodzakelijk is toezichthouders aan te wijzen als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht;
• bij toezicht en handhaving samengewerkt wordt met het Team Operationele Versterking van het RIEC Midden-Nederland en de politie Midden-Nederland;
• dat bij het thema ondermijning wordt samengewerkt met de Heuvelrug-gemeenten (Renswoude, Veenendaal, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede);
• het daarom noodzakelijk is om de hierboven genoemde externe partijen ook aan te wijzen als toezichthouders voor de gemeente Rhenen;
gelet op
o artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht;
o artikel 6:2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rhenen;
o artikel 18.6 van de Omgevingswet;
o artikel 16 Asbestverwijderingsbesluit 2005;
o artikel 18.1a Wet milieubeheer;
o artikel 33 lid 1 Huisvestingswet 2014;
o artikel 92 lid 3 Woningwet;
o artikel 18 Wet goed verhuurderschap;
o artikel 17 Leegstandswet;
o artikel 41 lid 1 sub b van de Alcoholwet;
o artikel 34 lid 2 van de Wet op de kansspelen;
o artikel 4.2 van de Wet basisregistratie personen;
o artikel 5 van de Verordening winkeltijden Rhenen 2016,
o artikel 4.5 van de Marktverordening gemeente Rhenen 1998;
o artikel 21 van de Afvalstoffenverordening gemeente Rhenen 2024;
o artikel 159 Wegenverkeerswet 1994 jo. artikel 142 lid 1 sub a Wetboek van Strafvordering;
o artikel 16 lid 1 Leerplichtwet 1969;
o de mandaat-, delegatie- en volmachtsbesluiten van de gemeente Rhenen;
besluiten
- vast te stellen het gewijzigde “categoraal aanwijzingsbesluit toezichthouders”.