Beleidsregels Terrassen 2026 e.v.

  • 1.

    Beleidsregels Terrassen 2026 e.v. vast te stellen;

  • 2.

    Beleidsregels Terrassen 2017 e.v. in te trekken.

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Een belangrijke reden voor het opstellen van deze richtlijnen is het behoud en waar mogelijk de vergroting en verbetering van de uitstraling van Valkenswaard. De aanwezigheid van terrassen heeft een positief effect op de uitstraling en beleving van Valkenswaard. Dit geldt vooral voor het centrum en de Statie en in iets mindere mate voor de terrassen elders in Valkenswaard en de kernen Borkel en Schaft en Dommelen. Terrassen bieden naast een algemene kwaliteitsimpuls de mogelijkheid om de profilering van een gebied te ondersteunen. De uitstraling en inrichting van een terras vormt immers een in het oog springend visitekaartje van de horecagelegenheid en daarmee ook van het gebied. Daarnaast zijn de toegankelijkheid en veiligheid van de openbare ruimte belangrijke aanleidingen voor deze beleidsregels. Terrassen moeten in verhouding zijn met andere functies in de openbare ruimte.

1.2 Het begrip terras

In artikel 2.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) wordt het begrip ‘terras’ als volgt omschreven:

een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt

 

  • -

    In Valkenswaard komen de volgende typen terrassen voor:

  • -

    Een gevelterras is direct aan de gevel van de bijbehorende horeca-inrichting gelegen. Gevelterrassen kunnen zomer- en/of winterrassen zijn, die in de regel niet breder mogen zijn dan het bedrijf waartoe zij behoren.

  • -

    Een eilandterras is een los terras dat solitair op het plein of in de openbare ruimte wordt geplaatst, zonder directe koppeling aan de gevel van het betreffende horecapand. De terrassen aan de oostzijde van de Markt worden hier ook toe gerekend.

Doorgaans geldt voor beide typen terrassen dat zij een (semi-)permanent karakter hebben.

 

Daarnaast is soms nog sprake van uitbreidingen van de gevel- of eilandterrassen. Dit doet zich vooral voor in de horecaconcentratiegebieden van de Markt en de Statie bij grote eenmalige evenementen, zoals de zomerkermis. Deze uitbreidingen van de bestaande terrassen bevinden zich meestal geheel of gedeeltelijk op (afgesloten) openbare wegen.

 

Een terras op het eigen terrein dat uitsluitend toegankelijk is via de horeca-inrichting en geheel omringd is door de inrichting, ofwel een binnenterras, is niet terrasvergunningplichtig. Dat wil niet zeggen dat op basis van andere wet- en regelgeving voor het binnenterras geen andere regels gelden. Zo moet een binnenterras zijn toegestaan op grond van het bestemmingsplan en mag ook geen hinder of overlast ontstaan voor de omgeving.

 

Een terras op eigen terrein dat wel rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is (bijvoorbeeld via een hek dat geopend kan worden), is wel terrasvergunningplichtig. Voor een terras op eigen terrein is echter geen precario verschuldigd.

 

Naast de gevel- en eilandterrassen kennen we de volgende terrassen:

 

 

Serres (bestaande all-season-terrassen aan de westzijde van de Markt): dit zijn de bestaande permanente (gezamenlijk) uitgebouwde terrassen aan de westzijde van de Markt. Het is een glazen bouwkundige uitbouw aan de voorzijde van een horeca-inrichting waarin (een deel van) het terras staat opgesteld.

 

Winterterras: is direct aan de gevel van de bijbehorende horeca-inrichting gelegen, is overdekt door een uitvalscherm en mag tijdens het winterseizoen geheel door wanden omsloten zijn. Deze terrassen zijn demontabel.

 

Terrasuitbouw: is een bouwkundige uitbouw aan de gevel van de bijbehorende horeca-inrichting gelegen, waarin (een deel van) het terras staat opgesteld.

Hoofdstuk 2 Beleids- en juridisch kader

In dit hoofdstuk wordt het benodigde beleidskader voor terrassen in het kort in verband gebracht met het vigerende gemeentelijk beleid en de vigerende regelgeving.

2.1 Flankerend gemeentelijk beleidskader

2.1.1 Horecavisie 2020-2024

In 2020 is de Horecavisie 2020-2024 door de raad vastgesteld. In deze visie zijn aanbevelingen opgenomen gericht op het realiseren van de gestelde ambities:

  • -

    Vergroten diversiteit binnen het aanbod;

  • -

    Kwaliteitsverbetering in de bestaande horeca;

  • -

    Verbeteren samenwerking.

2.1.2 Masterplan Centrum

Diverse projecten binnen het Masterplan Centrum zijn uitgevoerd om de aantrekkelijkheid en aantrekkingskracht van het winkelcentrum te behouden en te versterken. Valkenswaard heeft met haar kernwinkelgebied en horeca een bovenlokale functie en om deze te behouden en verder te ontwikkelen, is bij de inrichting van het centrum gestreefd naar een hoge kwaliteit.

De aanpak heeft zich gericht op het tegengaan van leegstand, betere circulatie, meer beleving en aantrekkingskracht om de regiofunctie te waarborgen. Daarnaast is ruimte gecreëerd voor nieuwe functies die de levendigheid en aantrekkelijkheid van het centrum verder versterken.

 

2.1.3 Beeldkwaliteitsplan Centrum

In het beeldkwaliteitsplan zijn bepaalde voorwaarden gesteld aan de inrichting van terrassen, waarbij nog wel ruimte is voor eigen inbreng van ondernemers. De aanvraag voor een terrasvergunning wordt getoetst door de gemeentelijke stedenbouwkundige aan de criteria die zijn opgenomen in het beeldkwaliteitsplan. Aan de terrassen gelegen binnen het Masterplan Centrum worden hogere kwaliteitseisen gesteld dan aan die in de hierbuiten gelegen gebieden. Het Beeldkwaliteitsplan Centrum wordt hierbij gezien als toetsingscriterium.

 

2.1.4 Mobiliteitsplan / Nota parkeernormen

In deze plannen wordt het kader geduid waarbinnen enkele wezenlijke onderdelen zich kunnen ontwikkelen ten gunste van een kwaliteitsimpuls van de Valkenswaardse horeca. Deze onderdelen betreffen de verkeersstructuur, een kwantitatief en kwalitatief goed voorzieningenaanbod van het openbaar vervoer, voldoende en goed bereikbare parkeerplaatse en fietsenstallingen.

 

2.1.5 Horecastappenplan

Voor een positieve uitstraling van de horeca is het belangrijk dat aantasting van de openbare orde en overlast voor de omgeving zo veel mogelijk worden voorkomen. Controle en handhaving van wet- en regelgeving zijn hiervoor noodzakelijk.

 

In het Horecastappenplan is het beleid uiteengezet ten aanzien van het handhavingsinstrumentarium voor de horeca. Voor de meest voorkomende en ernstige overtredingen is een handhavingsscenario beschreven. Dit betekent dat is aangegeven wie wanneer wat doet. Door het volgen van de aangegeven stappen worden handhavingsacties beter op elkaar afgestemd. Daarnaast biedt het Horecastappenplan voor ondernemers en derden meer inzicht in het bestuurs- en strafrechtelijke optreden.

2.2 Juridisch kader

2.2.1 Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Deze beleidsnota is van toepassing op alle terrassen zoals bedoeld in de APV. Voor het plaatsen van deze terrassen is van gemeentewege in alle gevallen een vergunning vereist. Op grond van artikel 2.28b eerste lid van de APV is het verboden om zonder vergunning van de burgemeester een terras te exploiteren. In artikel 2.28 staat een aantal redenen op grond waarvan een vergunning om een terras te exploiteren door de burgemeester kan worden geweigerd. Dit kan onder andere zijn omdat de exploitatie van een terras in strijd is met een geldend bestemmingsplan of omdat de woon-/leefsituatie in de omgeving van het terras en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Daarnaast kunnen op grond van artikel 1.4 van de APV voorschriften of beperkingen aan een vergunning of ontheffing worden gekoppeld.

 

2.2.2 Omgevingsplan

Het omgevingsplan bevat niet alleen de regels over de bestemming van gronden (zoals het bestemmingsplan), maar ook bredere regels over de fysieke leefomgeving, zoals milieu, gezondheid en duurzaamheid.

Het omgevingsplan biedt het toetsingskader voor de mogelijkheden van een terras. In sommige gevallen voldoen bestaande terrassen momenteel niet volledig aan de regels in het geldende omgevingsplan. Bij de actualisering zal worden onderzocht of deze afwijkingen kunnen worden opgelost.

 

2.2.3 Alcoholwet (AHW)

In tegenstelling tot het omgevingsplan en de APV, die bepalen of een terras op een bepaalde (op de openbare weg gelegen) locatie is toegestaan, richt de Alcoholwet zich primair op de verstrekking van alcoholhoudende dranken. Dit gebeurt met het oog op de volksgezondheid en de sociaal-hygiënische aspecten van het horecabedrijf. De wet stelt onder andere eisen aan de leidinggevenden binnen het horecabedrijf. Daarnaast bepaalt de Alcoholwet dat een terras onderdeel is van een horeca-inrichting en als zodanig expliciet in de vergunning moet worden opgenomen.

 

2.2.4 Omgevingswet

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) komen te vervallen. De regels over vergunningplichtige bouwwerken zijn nu opgenomen in de Omgevingswet en het daarbij horende Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast bevat het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels over vergunningsvrije bouwactiviteiten.

Op grond van de Omgevingswet moeten vergunningplichtige bouwwerken worden getoetst aan het gemeentelijke omgevingsplan en het welstandsbeleid, indien van toepassing.

 

2.2.5 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat de bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen, inclusief verbouwingen.

De eisen in het Bbl hebben onder andere betrekking op (brand)veiligheid, toegankelijkheid, bruikbaarheid en milieu. Het Bbl stelt landelijke minimumeisen, maar gemeenten kunnen aanvullende regels opnemen in het omgevingsplan. Bij de realisatie of verbouwing van een terras moet worden voldaan aan de voorschriften uit het Bbl en het geldende omgevingsplan.

 

2.2.6 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat milieuregels voor bedrijven, waaronder horecabedrijven. Het Bal stelt eisen op verschillende milieuaspecten, zoals geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, afval en afvalwater.

Hoofdstuk 3 Voorschriften terrassen

De volgende voorschriften gelden bij een terrasvergunning.

3.1 Artikel 1 Tijden

De terrasvergunningen gelden voor het hele jaar. Het terras dient dagelijks voor de horeca-inrichting ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening geldende sluitingstijd gesloten te zijn. Deze tijden gelden niet wanneer er voor de horeca-inrichting een (al dan niet permanente) ontheffing van het sluitingsuur is verleend. In dat geval gelden de tijden van de ontheffing. Na die tijd mogen er geen bezoekers meer op het terras aanwezig zijn.

 

In geval van overlast kan een ondernemer verplicht worden het terras alsnog eerder te sluiten en/of het terrasmeubilair te verwijderen, dan wel door middel van een ketting of soortgelijke voorziening tegen diefstal en vandalisme te beveiligen en onbruikbaar te maken.

 

Een winterterras mag alleen in het winterseizoen (periode vanaf 15 oktober tot 1 april) aanwezig zijn.

3.2 Artikel 2 Vrije doorgang

Verkeersveiligheid en bruikbaarheid van de openbare weg

De voor de rijbaan bestemde gedeelten van de openbare weg dienen volledig obstakelvrij te zijn. De terrassen dienen zodanig te worden ingericht, dat voor voetgangers minimaal een obstakelvrije doorgang van 1.20 meter op het trottoir vrij blijft.

 

Op drukke wandel- en looproutes in het kernwinkelgebied (Eindhovenseweg – Corridor – Kerverij - Leenderweg), Markt West en de Statie dient in plaats van 1.20 meter een vrije doorgang aangehouden te worden van 1.80 meter.

Tussen gevel- en eilandterrassen dient minimaal een doorgang van 1.80 aangehouden te worden.

Afhankelijk van de functie van de openbare ruimte of situatie ter plaatse kunnen deze normen nog naar boven bijgesteld worden.

3.3 Artikel 3 Afmetingen

Minimale diepte van terrassen

Het in acht nemen van de obstakelvrije zone van minimaal 1.20 meter kan tot gevolg hebben dat de mogelijkheid van het exploiteren van een terras beperkt wordt tot een gebruik van minder dan 1 meter. Hoewel het plaatsen van terrasmeubilair dan nog wel mogelijk is, zal dit in de praktijk ten koste gaan van de obstakelvrije zone ten gevolge van het gebruik door bezoekers.

Gelet hierop wordt tevens een minimale diepte voor een terras vastgesteld, die – naast de obstakelvrije zone – beschikbaar moet zijn voor het exploiteren van een terras. Deze minimale diepte dient zodanig te zijn dat in alle redelijkheid een terras kan worden geëxploiteerd. In een optimale situatie is een diepte van minimaal 2 meter de norm. Wanneer dit tot gevolg heeft dat een bepaald terras niet zou kunnen worden gerealiseerd, kan de burgemeester overwegen een diepte van 1,5 meter aan te houden. In alle andere gevallen behoort de exploitatie van een terras niet tot de mogelijkheden. Bij toegestane wegafsluitingen ten behoeve van evenementen kan hiervan afgeweken worden.

 

Maximale oppervlakte van een terras

Wanneer rekening wordt gehouden met het gestelde ten aanzien van diepte en obstakelvrije zone, zijn locaties voorhanden die volledig benut zouden kunnen worden voor het plaatsen van een terras. Aangezien dit niet overeen hoeft te stemmen met een ter plaatse beoogd straatbeeld, is de burgemeester bevoegd aan het terras een maximumoppervlakte te verbinden.

Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen op plaatsen waar de voor de voetgangers bestemde gedeelten van de openbare weg heel royaal zijn of op het voor parkeren bestemde gedeelte van de openbare weg (bijvoorbeeld Mgr. Kuijpersplein in Borkel en Schaft).

 

Terrassen op de Corridor zijn alleen toegestaan in de daarvoor aangegeven gebieden (zie bijlage 1).

 

Contouren van het terras

Middels pinnen/markeringen in de bestrating, aangebracht door medewerkers van de gemeente, worden de contouren van het terras weergegeven. Deze contouren corresponderen met de afmetingen van het terras, zoals opgenomen in de plattegrondtekening, behorende bij de terrasvergunning.

3.4 Artikel 4 Terrasmeubilair

Op terrassen zijn toegestaan: terrasafscheidingen, stoelen, banken, tafels, zonweringen, parasols, terrasverwarming, buffetkast, tv-schermen en menuborden.

Voor terrassen binnen het centrumgebied van Valkenswaard dienen deze elementen te voldoen aan de esthetische en ruimtelijke eisen uit het Beeldkwaliteitsplan Centrum.

Alle elementen moeten zich (uitgeklapt) binnen het vergunde terrasoppervlakte bevinden.

Voorzieningen voor de plaatsing c.q. verankering van terrasafscheidingen en parasols in de bestrating mogen alleen worden getroffen in overleg met de afdeling Beheer Openbare Ruimte. Bij verankering van parasols beneden 30 cm van het maaiveld kan eveneens een vergunning benodigd zijn vanwege mogelijke archeologische waarden. Verankeringen dienen eenvoudig verwijderd te kunnen worden.

 

Zonwering

  • 1.

    Mag slechts worden aangebracht aan de oorspronkelijke gevel van het pand, boven een gevelterras, in de vorm van een uitvalscherm.

  • 2.

    Mag niet worden voorzien van of aangevuld met zogenoemde 'zij- en frontflappen' tussen de zonwering en de terrasafscheiding.

  • 3.

    Mag alleen worden aangebracht als deze is toegestaan in het omgevingsplan.

Terrasverwarming

Terrasverwarming is toegestaan mits het gebruik ervan geen overlast veroorzaakt of (brand)gevaarlijke situaties met zich meebrengt.

 

TV-schermen

  • 1.

    Het plaatsen van TV-schermen op terrassen, met een geldige exploitatievergunning, is toegestaan bij grote evenementen (EK voetbal, WK voetbal, de Tour de France en het Songfestival) binnen de openingstijden van de inrichting.

  • 2.

    Hiervoor hoeft geen vergunning aangevraagd te worden.

  • 3.

    Echter, onder bijzondere omstandigheden kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten dit alsnog te verbieden.

  • 4.

    TV-schermen zijn naar binnen gericht, zodat de wedstrijden niet te zien zijn van buiten het terras.

  • 5.

    Voor het tonen van onvoorziene, bijzondere gebeurtenissen kan een ontheffing worden aangevraagd.

3.5 Artikel 5 Kosten

De kosten die verbonden zijn aan een vergunning zijn legeskosten en een vergoeding voor het gebruik van gemeentegrond (precario). Daarnaast is het mogelijk dat er schade is toegebracht aan de openbare weg of gemeentelijke eigendommen op de plaats waar het terras is/was gesitueerd. De schade en/of herstelkosten komen voor rekening van de ondernemer.

 

3.5.1 Artikel 5.1 Leges

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een terrasvergunning worden legeskosten in rekening gebracht conform de tarieventabel van de legesverordening. Dit geldt ook wanneer de vergunning wordt geweigerd.

 

3.5.2 Artikel 5.2 Precario

Voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond wordt precariobelasting geheven. Hieronder valt ook het plaatsen van een terras.

 

Wanneer op grond van bovenstaande beleidsregels een terrasvergunning verleend kan worden, wordt voor het gebruik van de gemeentegrond precariobelasting geheven, conform de precarioverordening. Het precariotarief is afhankelijk van de locatie. Van precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Indien een terras is gelegen op eigendom, niet zijnde gemeentelijk eigendom, dan is uiteraard geen precariobelasting verschuldigd. Wel is in dit geval een gemeentelijke vergunning voor de exploitatie van een terras noodzakelijk.

Bijlage 1 Corridor compleet terrassen

 

Naar boven