Overwegende,
dat zich in de woonplaats Nijmegen in de wijk Oosterhout de Weefgewichtstraat bevindt;
dat het tracé van de Weefgewichtstraat loopt van de Volsellastraat tot aan de Terralaan;
dat er vanuit zuidelijke richting via en brug over het water ter hoogte van de Imbrexstraat een fietspad aansluit op de Weefgewichtstraat;
dat fietsers op het zuidelijke deel van het fietspad voorrang hebben op overig verkeer, maar dat het fietspad eindigt op de aansluiting Weefgewichtstraat;
dat fietsers hier hun route vervolgen via de weefgewichtstraat of de Imbrexstraat;
dat er op deze aansluiting onduidelijkheid is over de voorrangssituatie;
dat deze onduidelijkheid kan worden weggenomen door op het einde van het fietspad ten zuiden van de aansluiting Weefgewichtstraat de voorrang te regelen met verkeersbord B6 en haaientanden;
dat de voorrang zodanig wordt geregeld dat bestuurders op het verplichte fietspad op dit punt bestuurders op de kruisende weg voor moeten laten gaan;
dat hiermee wordt bijgedragen aan een veilige verkeerssituatie op de aansluiting fietspad-Weefgewichtstraat en er aan weggebruikers duidelijkheid wordt geboden;
dat in dit geval een groter belang wordt toegekend aan het voorkomen van onveilige verkeerssituaties en aan het verkrijgen van duidelijkheid voor de weggebruiker, dan aan het handhaven van de bestaande verkeerssituatie in de straat;
dat de voorrangssituatie op dit punt mogelijk in de toekomst wijzigt wanneer de fietsverbinding onderdeel wordt van de nieuwe snelfietsroute VeluweWaalpad;
dat de bovenvermelde maatregel wordt genomen op basis van artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 om de veiligheid op de weg te verzekeren, om weggebruikers en passagiers te beschermen en om de bruikbaarheid van de weg te waarborgen;
dat het treffen van een verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;
dat terzake overleg met de verkeersadviseur en tevens de gemachtigde van de korpschef van de politie-eenheid Oost-Nederland heeft plaatsgevonden;
dat, gelet op het bepaalde in het Mandaatbesluit gemeente Nijmegen 2019, onderdeel mandaatregister Stadsbeheer, aan de concernmanager afdeling Stadsbeheer en aan de manager bureau Dienstverlening, (onder voorwaarden) mandaat is verleend tot het nemen van tijdelijke en definitieve verkeersbesluiten op basis van de Wegenverkeerswet 1994
gelet op de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer;