Gemeenteblad van Lochem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lochem | Gemeenteblad 2026, 304006 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lochem | Gemeenteblad 2026, 304006 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Participatieverordening gemeente Lochem 2026
Besluit van de raad van de gemeente Lochem tot vaststelling van de Participatieverordening gemeente Lochem 2026.
De raad van de gemeente Lochem;
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Lochem,
gelet op de artikelen 149, 150 en 160 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.2, 10.7 en 10.8 van het Omgevingsbesluit besluit vast te stellen de volgende verordening:
Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten
Het bestuursorgaan past bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.2, 10.7 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.
Hoofdstuk 3 Inwonersparticipatie
Artikel 5. Plan voor inwonersparticipatie
informatie over de procedure en de planning van het proces waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.
Als een bestuursorgaan in het kader van participatie (ook) kiest voor inspraak of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.
Hoofdstuk 4 Overheidsparticipatie (waaronder het uitdaagrecht)
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Lochem, gehouden op 9 juni 2026
De griffier
De voorzitter
Toelichting op de Participatieverordening Lochem 2026
Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden (Stb. 2024, 203, hierna: de wet). Deze wet beoogt het draagvlak voor het beleid van gemeenten, en de uitvoering en evaluatie daarvan, te vergroten door inwoners hierin een grotere rol te geven. Volgens de memorie van toelichting is het, gezien de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan, van belang dat gemeenten inwoners vroegtijdig en zorgvuldig betrekken bij vraagstukken. Tegen die achtergrond voorziet de wet in de eerste plaats in een verbreding van de verplichtingen voor gemeenten. Gemeenten moeten inwoners op grond van de wet niet meer alleen bij de voorbereiding van beleid betrekken, maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan (artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet).
De wet beoogt in de tweede plaats dat gemeenten hun inspraakverordening vervangen door een participatieverordening en dat zij daarin meer recht doen aan alle verschillende middelen die er voor participatie zijn.
Tot slot bevat de wet een bepaling over het uitdaagrecht. Uit artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet volgt dat gemeenten in de nieuwe participatieverordening niet alleen moeten voorzien in de wijze waarop gemeenten inwoners bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van gemeentelijk beleid betrekken, maar aan inwoners en maatschappelijke partijen ook de mogelijkheid moeten bieden zelf het initiatief te nemen.
Het is de burgemeester die op grond van artikel 170, eerste lid, onderdeel a en c, van de Gemeentewet, een zorgplicht heeft. Hij moet toezien op een tijdige voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie zijn betrokken en de kwaliteit van procedures op het vlak van participatie.
Het uitdaagrecht is een onderdeel van overheidsparticipatie. In deze verordening zijn daarvoor voorwaarden opgenomen. In geval toepassing wordt gegeven aan het uitdaagrecht (in de zin dat gemeentelijke taken uit handen worden gegeven) moet de gemeente zich bewust zijn van het feit dat ook dan de aanbestedingsregels moeten worden nageleefd en er sprake kan zijn van risicoaansprakelijkheid. Welke maatregelen nodig zijn en wat daarin van de inwoners en/of maatschappelijke partijen mag worden verwacht, is erg afhankelijk van waar het uitdaagrecht precies op ziet. Per geval moet worden bepaald hoe hier invulling aan wordt gegeven. In de verordening is een bepaling opgenomen waarin is vastgelegd dat de gemeente met de inwoners en maatschappelijke partijen afspraken maakt over de uitvoering van de gemeentelijke taak. En ook wat de gevolgen zijn als de afspraken niet worden nagekomen.
Participatie op grond van andere wetten
In bepaalde gevallen geeft de wet nadere handvaten (verplichtingen) voor participatie. In die gevallen is deze verordening niet van toepassing. Een relevant voorbeeld is de Omgevingswet. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning is namelijk niet het bevoegd gezag, maar de aanvrager aan zet en daarnaast is participatie op grond van de Omgevingswet in beginsel niet verplicht voor de aanvrager. “Samen Buurt Maken” geeft aanvragers (initiatiefnemers) een handvat op welke manier zij wel participatie kunnen organiseren.
Het begrip beleid ziet op het beleid van een bestuursorgaan in brede zin, hieronder vallen ook projecten, programma’s en plannen. Bij beleid gaat het niet om het nemen van concrete besluiten of maatregelen, maar om het beleid waarop deze besluiten of maatregelen kunnen worden gebaseerd. Daarbij omvat het begrip niet alleen het vaststellen van beleid, maar ook de uitvoering en evaluatie daarvan.
In de verordening zijn alle vormen van participatie waarbij de gemeente het initiatief neemt om inwoners en/of ondernemers, maatschappelijke organisaties en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid te betrekken onder het begrip inwonersparticipatie geschaard. Daarmee gelden voor al die vormen van participatie dezelfde spelregels.
Op grond van de wet kunnen ook maatschappelijke partijen om toepassing van het uitdaagrecht vragen. In de wet is echter geen definitie van dit begrip opgenomen. Het is dus aan de gemeente om deze groep af te bakenen. In deze verordening is ervoor gekozen de nadruk te leggen op de lokale binding. Onder maatschappelijke partijen vallen organisaties die als doel hebben om een actieve bijdrage aan de samenleving in de gemeente Lochem te leveren, zonder winstoogmerk. Er kan bij maatschappelijke partijen onder meer worden gedacht aan lokale verenigingen of stichtingen, woongroepen, buurtpreventieteams, vrijwilligersorganisaties, buurtcomités en inwonerscollectieven.
Uitgangspunt in de verordening is dat de bestuursorganen binnen de gemeente, elk ten aanzien van hun eigen taken en bevoegdheden, bepalen of inwonersparticipatie plaatsvindt en of het mogelijk is overheidsparticipatie (waaronder ook het uitdaagrecht valt) toe te passen. Voor zover de toepassing van de verordening op grond van de Omgevingswet niet uitgesloten of beperkt is (zie de passage over participatie bij omgevingsvergunningen in het algemeen deel van de toelichting), is deze verordening leidend. Vervolgens is hier wel een aantal uitzonderingen op geformuleerd. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten, maar ook als er voor het bestuursorgaan heel weinig ruimte is gelaten om (beleids)keuzes te maken of als het interne en bestuurlijke aangelegenheden van de gemeente betreft. In die gevallen heeft inwonersparticipatie of toepassing van overheidsparticipatie geen toegevoegde waarde. Wel moet er steeds aandacht zijn voor het feit dat participatie zich niet alleen over de voorbereiding, maar ook over de uitvoering en evaluatie uitstrekt. Als participatie bij de voorbereiding geen toegevoegde waarde heeft, geldt dat niet noodzakelijkerwijs ook voor de uitvoering of evaluatie. Als er een beroep op een uitzonderingsgrond wordt gedaan en er van inwonersparticipatie of overheidsparticipatie wordt afgezien, dan moet dat worden onderbouwd.
Hoofdstuk 2 – Inwonersparticipatie
Dit hoofdstuk heeft alleen betrekking op inwonersparticipatie. Het derde hoofdstuk gaat specifiek in op overheidsparticipatie (én het uitdaagrecht).
Artikel 5. Plan voor inwonersparticipatie
Dit artikel regelt dat het bestuursorgaan een plan voor de inwonerparticipatie opstelt. Dit zorgt dat er duidelijkheid is over het proces, het doel en de vorm(en) van participatie. Benadrukt is dat het plan in lijn moet zijn met het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid. Verder zijn de elementen opgenomen die in ieder geval in het participatieplan moeten staan. De vorm van een participatieplan is vrij. Het plan kan onderdeel zijn van een voordracht, projectplan of beleidsstuk, maar ook een losstaand document is mogelijk. Van belang is vooral dat inzichtelijk is waar het participatieplan te vinden is en het duidelijkheid biedt. Verder is geregeld dat het college voor het opstellen van het plan zorgt als het om een bevoegdheid van de gemeenteraad gaat.
Een bestuursorgaan kan op grond van de verordening inspraak verlenen, ook als de wet daartoe niet verplicht. Inspraak kan naast een andere vorm van participatie plaatsvinden. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Deze afdeling is in beginsel van toepassing als inspraak wordt verleend. Het bestuursorgaan kan hier echter van afwijken en een andere inspraakprocedure vaststellen. Voor de uniforme openbare voorbereidingsprocedure geldt dat het doel is om zorgvuldige besluitvorming te waarborgen, de uitkomsten hiervan te legitimeren, de rechten en belangen van burgers te beschermen en beleid met andere overheden te coördineren. De procedure voorziet daartoe in de wijze waarop een bestuursorgaan ontwerpbesluiten ter inzage moet leggen, hoe belanghebbenden hierop kunnen reageren en hoe bestuursorganen met deze reacties moeten omgaan. Zo moeten belanghebbenden zowel schriftelijk als mondeling kunnen reageren en moet de termijn voor de reactie minimaal zes weken bedragen. Dit geldt dus ook als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op inspraak wordt toegepast.
Artikel 7. Onderwerp van inspraak
Dit artikel geeft een afbakening en benoemt de onderwerpen waarvoor geen inspraak wordt verleend.
Artikel 8. Eindverslag inwonersparticipatie
Op grond van dit artikel stelt het bestuursorgaan, nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, een eindverslag op. Dit eindverslag kan worden opgenomen in een losstaand document, maar het kan ook een onderdeel van een voordracht of een passage in een brief zijn. Hierbij is een aantal elementen opgesomd die in elk geval een plaats moeten krijgen in het verslag. Verder is geregeld dat het college voor het opstellen van het verslag zorgt als het om een bevoegdheid van de gemeenteraad gaat. Het ligt voor de hand om degenen die hebben deelgenomen aan de inwonersparticipatie het eindverslag toe te sturen en/of daarbij te betrekken. Het eindverslag is openbaar.
Hoofdstuk 4 Overheidsparticipatie (waaronder het uitdaagrecht)
Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen de gemeente vragen mee te participeren. Dat vraagt altijd een afweging. Nog nadrukkelijker moet die afweging worden gemaakt wanneer de gemeente wordt uitgedaagd om een gemeentelijke taak uit handen te geven aan een aantal inwoners en/of maatschappelijke organisatie(s). Alvorens een dergelijke afweging kan worden gemaakt is het nodig dat de gemeente over voldoende informatie beschikt. De artikelen 9, 10 en 11 geven regels waaraan de initiatiefnemer(s) en het bestuursorgaan tenminste moeten voldoen.
Het ligt voor de hand dat bij een verzoek om overheidsparticipatie (waaronder het uitdaagrecht) het college in overleg gaat met de initiatiefnemer(s).
Het college heeft de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen en bepaalde artikelen uit de verordening nader uit te werken.
Om maatwerk te garanderen en onevenredig bezwarende uitkomsten van de toepassing van deze verordening te voorkomen, heeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan moet wel onderbouwen waarom het afwijkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-304006.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.