Gemeenteblad van Assen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2026, 303357 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2026, 303357 | beleidsregel |
Protocol onderzoek calamiteiten en meldingen van geweld incidenten Wmo
Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: de Wmo).
De gemeenten van NMD-samenwerking hebben toezichthouders aangewezen om de verplichte meldingen die voortvloeien uit de Wmo wetgeving uit te kunnen voeren. De toezichthouder gebruikt dit protocol bij onderzoeken naar calamiteiten en meldingen van geweld bij aanbieders van Wmo voorzieningen. De toezichthouder Wmo houdt niet alleen toezicht op aanbieders maar op de gehele maatschappelijke ondersteuning, inclusief de toegang en ondersteuning die de gemeente zelf regelt of aanbiedt.
Dit protocol is bestemd voor medewerkers van organisaties die ondersteuning verlenen vanuit de Wmo. Zij dienen op grond van artikel 3.4 Wmo 2015 calamiteiten en geweldsincidenten te melden aan de toezichthouder. In het vervolg van dit protocol wordt in beide gevallen over calamiteit gesproken.
Toezicht dat in goede samenwerking met aanbieders wordt uitgeoefend kan leiden tot kwaliteitsverbetering. Dit is in het belang van de inwoners die gebruik maken van Wmo ondersteuning. Toezicht draagt bij aan het vertrouwen van het publiek in de gemeentelijke rol van opdrachtgever. Onderzoek naar calamiteiten moeten worden beschouwd als een mogelijkheid om te leren. Een goede analyse van wat er fout is gegaan en hoe dat in het vervolg kan worden voorkomen is daarin van groot belang.
Dit protocol heeft alleen betrekking op de verplichte meldingen op grond van de Wmo 2015.
Het heeft geen betrekking op calamiteiten en voorvallen van geweld in het kader van verleende jeugdhulp. Voor jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, de Veilig Thuis organisaties en de Raad voor de Kinderbescherming geldt op grond van artikel 4.1.8 Jeugdwet een meldplicht voor calamiteiten en geweld bij de verlening van jeugdhulp of uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering. Deze meldingen moeten gedaan worden aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), via het Landelijk Meldpunt Zorg.
Omdat de gemeenten ook op de hoogte willen zijn van calamiteiten en geweld samenhangend met verleende jeugdhulp, wordt het zeer op prijs gesteld wanneer de jeugdhulpaanbieders een afschrift van de betreffende melding sturen aan de kwaliteitsmanagers. Dit is echter geen verplichting.
Dit protocol beschrijft de werkwijze die gevolgd wordt bij een calamiteitenmelding en geweld. Dit protocol is opgesteld door NMD-samenwerking en in afstemming met de gemeentelijke beleidsadviseur vastgesteld.
Hoofdstuk 1. Melden van calamiteit
1.1 Omschrijving calamiteit en geweldsincident
Onder een calamiteit wordt verstaan: ‘Een niet -beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid’ (artikel 1.1.1. lid 1 Wmo 2015).
Elke suïcide(poging) van een cliënt die leidt tot ernstig of blijvend letsel of de dood, die mogelijk samenhangt met tekortkomingen in de zorg bijvoorbeeld omdat er sprake was van onvoldoende toezicht, slechte communicatie of fouten bij de overdracht. Niet elke poging suïcide hoeft dus gemeld te worden: een poging zonder ernstig gevolg (bijvoorbeeld zonder letsel) valt buiten de meldplicht.
Onder geweld bij de verstrekking van een voorziening wordt verstaan: ‘seksueel binnendringen van het lichaam van of seksuele handelingen verrichten met een cliënt, alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een aanbieder verblijft’(artikel 1.1.1. lid 1 Wmo)
Onder een incident wordt verstaan: ‘niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden tot schade bij de cliënt’ (artikel 3.4a Wmo 2015).
Bij geweld kan gedacht worden aan ernstig grensoverschrijdend gedrag zowel fysiek, psychisch als seksueel jegens een cliënt, door een beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een aanbieder verblijft.
Psychisch of emotioneel geweld
Seksueel grensoverschrijdend gedrag
1.2 Verschil tussen een calamiteit en een incident
Soms is niet duidelijk of sprake is van een calamiteit of een incident. Wat is het verschil?
Incidenten zijn (in vergelijking met calamiteiten) relatief lichte verstoringen van de dagelijkse gang van zaken bij een zorgaanbieder.
Bij incidenten gaat het bijvoorbeeld om:
Een fout: een afwijking van een situatie ten opzichte van de ideale situatie, met meestal ongewenste gevolgen. Het betreft het handelen van zorgverleners of het nalaten van handelen door zorgverleners, waardoor schade ontstaat voor een cliënt of de zorgverlener zelf. Denk bijvoorbeeld aan het toedienen van de verkeerde medicijnen zonder blijvende schade.
Calamiteiten moeten altijd gemeld worden, incidenten niet altijd, tenzij er sprake is van geweld. Aanbieders van ondersteuning moeten incidenten wel registreren en analyseren om van fouten te kunnen leren. Het is aan de betrokkenen om in te schatten en af te wegen of men te maken heeft met een calamiteit of een incident.
Neem bij twijfel contact op met het toezicht Wmo van NMD-samenwerking.
De beoordeling of mogelijk tekortschietende kwaliteit van de zorgaanbieder aan de calamiteit ten grondslag ligt wordt gedaan tijdens het vooronderzoek. Zie hiervoor hoofdstuk 2 van dit protocol.
De toezichthouder onderhoudt contacten met de rijksinspectie gedurende het onderzoek waar nodig en na afloop van het onderzoek. De toezichthouder werkt waar nodig samen met de rijksinspectie volgens het “afsprakenkader en draaiboek voor de afstemming van het Wmo toezicht van de gemeente en het nalevings - en stelseltoezicht van de rijksinspecties in het sociaal domein ”.
2.1 Acuut nemen van maatregelen
De toezichthouder beoordeelt, op grond van de melding en aanvullende informatie, of sprake is van een acute bedreiging van de veiligheid van cliënten of medewerkers waardoor direct maatregelen genomen moeten worden. Dat kan, in overleg met de gemeente, aanleiding zijn om af te wijken van de stappen van dit protocol.
De toezichthouder heeft de wettelijke bevoegdheid alle documenten te onderzoeken die relevant zijn in het kader van het onderzoek. Hieronder vallen ook persoonsgebonden gegevens van cliënten en medewerkers. De bevoegdheid van de Wmo -toezichthouder is bepaald in artikel 6.1 van de Wmo 2015 in combinatie met artikel 5.11 tot en met artikel 5.20 van de Algemene wet bestuursrecht. De toezichthouder behandelt de gegevens vertrouwelijk en gebruikt deze alleen voor het onderzoek.
2.2 Beoordeling melding door toezichthouder (vooronderzoek)
De toezichthouder sluit de melding na de beoordeling in elk geval af als:
Als de toezichthouder besluit de melding af te sluiten, deelt hij dit schriftelijk en onderbouwd mee aan de betrokken gemeente(n) en aanbieder(s).
2.2.2 . Zelfonderzoek aanbieder
De toezichthouder kan naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek van de aanbieder deze
De aanbieder stelt de toezichthouder binnen de vastgestelde onderzoekstermijn (6 weken) schriftelijk, in overeenstemming met de verwachtingen uit de bijlage van de brief ‘opdracht intern onderzoek’ (opgenomen als bijlage 2), op de hoogte van het verrichte onderzoek, de resultaten en de verbetermaatregelen.
Indien de toezichthouder het noodzakelijk acht plant deze een overleg in met de aanbieder (onderzoekscommissie) om het rapport van het zelfonderzoek en de aanbevelingen van de toezichthouder te bespreken.
Wanneer de toezichthouder constateert dat de aanbieder het onderzoek zorgvuldig heeft uitgevoerd, en voldoende maatregelen heeft genomen of gaat nemen om herhaling te voorkomen, beëindigt de toezichthouder het onderzoek en brengt met een rapport de partijen op de hoogte van het verrichte onderzoek en de resultaten. Hierbij worden de stappen in hoofdstuk 3 gevolgd.
Wanneer er meerdere zorgaanbieders betrokken zijn bij een calamiteit kan besloten worden tot een netwerkonderzoek. Wanneer er aanbieders betrokken zijn die vanuit de Wet Langdurige
Zorg of Zorgverzekeringswet worden gefinancierd dan wordt de Inspectie Gezondheidszorg en
Jeugd (=rijksinspectie) betrokken.
2.2.4. Onderzoek door de toezichthouder
In overleg met de gemeente kan de toezichthouder besluiten om zelf het onderzoek uit te voeren. In onderstaande gevallen verricht de toezichthouder in ieder geval het onderzoek:
Processtappen van het onderzoek door de toezichthouder:
Toezichthouder maakt een verslag van de gesprekken met de hierboven genoemde personen en legt dat aan hen voor. Zij krijgen de gelegenheid om binnen één week te reageren op eventuele feitelijke onjuistheden in het verslag. De ontvangen correcties worden in het verslag verwerkt dan wel gemotiveerd terzijde gelegd.
In aansluiting op de genoemde bevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 5:11 5:20) en de verplichting om persoonsgegevens vertrouwelijk te behandelen (§2.1), wordt hieronder nader uiteengezet hoe de verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens binnen het calamiteiten- en geweldsprotocol juridisch is geborgd. Gegevens worden alleen gedeeld voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van meld en toezichttaken en altijd binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders.
2.3.1 Verwerkingsverantwoordelijke
Het college van burgemeester en wethouders is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van meldingen en toezicht. De toezichthouder handelt namens het college bij de uitvoering van deze taak.
2.3.2 Wettelijke grondslag (art. 6 AVG)
De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats op basis van:
2.3.3 Verwerking van bijzondere persoonsgegevens (art. 9 AVG)
Voor de verwerking van gezondheidsgegevens en andere bijzondere categorieën gegevens gelden de uitzonderingsgronden:
2.3.4 Dataminimalisatie en gegevensdeling
Gegevens worden uitsluitend verwerkt en gedeeld voor zover dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van de meld- en toezichttaken. Delen met derden, zoals de Rijksinspectie, politie of het Openbaar Ministerie, gebeurt alleen wanneer dit noodzakelijk is en binnen de wettelijke kaders. Per gegevensdeling wordt de juridische basis kort vastgelegd (bijvoorbeeld Wmo taak, strafvordering of het afsprakenkader met de IGJ).
De toezichthouder stuurt het conceptrapport naar de aanbieder. De aanbieder krijgt (maximaal) 2 weken de gelegenheid om feitelijke onjuistheden te melden aan de toezichthouder. Het rapport kan daarop worden aangepast. De aanbieder mag binnen deze termijn een zienswijze over de inhoud van het rapport kenbaar maken aan de toezichthouder. Deze wordt in een bijlage toegevoegd aan het rapport.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
• Als een medewerker van NMD-samenwerking betrokken is bij de calamiteit (beroepshalve of private relatie met de aanbieder en/of cliënt), besteedt deze het onderzoek uit aan een andere toezichthouder van een andere gemeente. Die toezichthouder voert het onderzoek uit volgens dit protocol.
• Deze regeling treedt in werking nadat het college van B&W haar heeft vastgesteld.
• Deze regeling heet: Protocol onderzoek calamiteiten en meldingen van geweld Wmo.
• In situaties waarin dit protocol niet voorziet handelt de toezichthouder in overleg met de gemeente.
• Dit protocol wordt indien nodig geëvalueerd en waar nodig bijgesteld en opnieuw vastgesteld.
Aanbieder Natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren.
Calamiteit Een niet -beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een Wmo -voorziening, die heeft plaatsgevonden gedurende de betrokkenheid van een instelling en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt kan leiden of heeft geleid.
Cliënt Persoon die gebruik maakt van een voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of door of namens wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2. eerste lid van de Wmo 2015.
Geweld Ernstig grensoverschrijdend gedrag zowel fysiek, psychisch als seksueel jegens een cliënt, door een beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een aanbieder verblijft’.
Incident Niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden tot schade bij de cliënt.
Maatwerkvoorzieningen Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en Wmo dienstverlening, zoals:
Melder Aanbieder, cliënt, burger en/of ambtenaar die een melding heeft gedaan van een calamiteit/geweldsincident.
Melding Een bericht van een aanbieder, cliënt, burger en/of ambtenaar aan de toezichthouder over een calamiteit of melding van geweld bij de verstrekking van een voorziening.
Rijksinspectie Een rijksinspectie is een toezichthoudende dienst die onder een ministerie ressorteert en bij of krachtens de wet is belast met het toezicht op de uitvoering of naleving van wet- en regelgeving. Deze diensten controleren binnen specifieke domeinen—zoals onderwijs, zorg of veiligheid—of burgers en organisaties zich aan de wet houden.
Toezicht Het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen, het zich daarna vormen van een oordeel hierover (o.a. aan de hand van een toetsingskader) en het naar aanleiding daarvan op adviseren aan het college van B&W over te nemen vervolgstappen.
Toezichthouder Door college aangewezen als toezichthouder Wmo, bedoeld in artikel 6.1. van de Wmo 2015.
Bijlage 2. Richtlijnen rapportage over een calamiteit of geweld bij de verstrekking van een voorziening
In deze richtlijn wordt uiteengezet aan welke voorwaarden de rapportage moet voldoen die de aanbieder stuurt aan de toezichthouder Wmo naar aanleiding van een calamiteit of geweld bij de verstrekking van een voorziening. Op basis van de rapportage kijkt de toezichthouder Wmo zowel naar de inhoud van de calamiteit of het geweld als naar de onderzoeksmethode.
Het onderzoeksproces moet adequaat en zorgvuldig verlopen en eventuele tekortkomingen leiden tot SMART geformuleerde verbetermaatregelen die worden geborgd door de bestuurder van de aanbieder.
De colleges van burgemeester en wethouders hechten veel belang aan de inbreng van de betrokken cliënt, diens wettelijk vertegenwoordiger of nabestaande bij het vaststellen van de feiten en het beschrijven van de gebeurtenissen.
De analyse van de aanbieder geschiedt door personen die voldoende deskundig en onafhankelijk zijn. Waar mogelijk wordt deze analyse uitgevoerd door een team (onderzoekscommissie) dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle betrokken disciplines. Vervolgens is het de verantwoordelijkheid van de bestuurder van de aanbieder om ervoor te zorgen dat de zakelijke inhoud van de rapportage met alle betrokkenen wordt gedeeld.
In de rapportage dienen de volgende aspecten aan de orde moeten komen, tenzij die niet van toepassing zijn.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-303357.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.