|
Type maatregel
|
Punten
|
Eenheid / punten per
|
Verplichte criteria
|
Informatie
|
Invullen
|
Behaalde punten
|
Behaald oppervlak collectief
|
Behaald oppervlak openbaar
|
|
Verplichte maatregelen binnen dit kader
|
|
|
|
|
|
Waterberging op eigen terrein
|
-
|
-
|
VERPLICHT
|
Berging van 70mm bui op eigen terrein.
|
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Behoud bestemd groen / natuur / bos / agrarisch met waarde natuur en landschap
|
-
|
-
|
VERPLICHT
|
Een vlak wat binnen het bestemmingsplan / omgevingsplan is aangeduid als 'Behoud bestemd groen / natuur / bos / agrarisch met waarde natuur en landschap' dient behouden te blijven. Wanneer dit om goede redenen niet te behalen is, moet er worden gewerkt volgens de compensatieregeling (zie tabblad Beleid). Dit gebeurt in overleg met de gemeente.
|
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Ten minste twee nieuwe groenmaatregelen gebruiken
|
-
|
-
|
VERPLICHT
|
Om te verzekeren dat er diversiteit is binnen het groen dat aangebracht wordt moeten er tenminste twee verschillende 'maatregelen rondom gebouwen' gebruikt worden.
|
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Toevoegen van ten minste 8 m2 groen per woning
|
-
|
-
|
VERPLICHT
|
Bij nieuwbouwprojecten dient 8 m2 groen per woning worden toegevoegd ten opzichte van de bestaande situatie (zie tabblad Beleid).
|
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Behoud bestaand groen binnen een niet-groene bestemming (bomen invullen in losse pagina)
|
|
|
|
|
|
Behoud bestaande boom - Boomgrootte 1a
|
25
|
stuk
|
Een boom van 20 meter of hoger.
|
Bij voorkeur bomen die goed zijn voor de biodiversiteit zoals een wilg, zomer- en wintereik, ruwe iep, populier, grove den, beuk of de gewone esdoorn. Geen invasieve exoten.
|
0
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Behoud bestaande boom - Boomgrootte 1b
|
20
|
stuk
|
Een boom van tussen de 12 en 20 meter
|
Bij voorkeur bomen die goed zijn voor de biodiversiteit zoals een zachte- en ruwe berk, gewone vogelkers, grijze els of haagbeuk. Geen invasieve exoten.
|
0
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Behoud bestaande boom - Boomgrootte 2
|
15
|
stuk
|
Een boom tussen de 6 en 12 meter hoog.
|
Bij voorkeur bomen die goed zijn voor de biodiversiteit zoals een veldesdoorn, spaanse aak, of hulst. Geen invasieve exoten.
|
0
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Behoud bestaande boom - Boomgrootte 3
|
10
|
stuk
|
Een boom kleiner dan 6 meter.
|
Bij voorkeur bomen die goed zijn voor de biodiversiteit zoals een grauwe wilg, wegedoorn of vuilboom. Geen invasieve exoten.
|
0
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Behoud bestaand (ecologisch) groen
|
2
|
m²
|
Met name bij groen met ecologische waarde.
|
Bij voorkeur zoveel mogelijk inheems.
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Hergebruik verwijderde bomen, hagen, heesters en struiken
|
2
|
m²
|
Bomen, hagen, heesters en/of struiken verplanten en/of hergebruiken vanuit een andere ontwikkeling of sloop.
|
Bij terugplanting moet er genoeg open oppervlak rondom het individu liggen.
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Verbeteren groeiplaatsen bestaande bomen
|
divers
|
In overleg
|
Het verbeteren van een bestaande groeiplaats van een boom met als doel de gezondheid van de boom te waarborgen en/of verbeteren.
|
Het aantal punten is maatwerk. Dit gebeurd in overleg met de gemeente.
|
|
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Maatregelen rondom gebouwen
|
|
|
|
|
|
Bomen en bosplantsoen (bomen invullen in losse pagina)
|
Voorbeelden voor inheemse soorten (zie 40 van 040)
|
|
|
|
|
|
Aanplant solitaire boom - Boomgrootte 1a
|
20
|
stuk
|
Het toekomstbeeld van de boom is hoger dan 20 meter. Bij aanplant een stamomtrek van minimaal 16 cm.
|
Bij voorkeur inheemse bomen. Daarna voor ingeburgerd soorten, daarna soorten die bijdrage leveren aan stedelijke biodiversiteit. En geen invasieve exoten.
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Aanplant solitaire boom - Boomgrootte 1b
|
15
|
stuk
|
Het toekomstbeeld van de boom is tussen de 12 en 20 meter. Bij aanplant een stamomtrek van minimaal 16 cm.
|
Bij voorkeur inheemse bomen. Daarna voor ingeburgerd soorten, daarna soorten die bijdrage leveren aan stedelijke biodiversiteit. En geen invasieve exoten.
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Aanplant solitaire boom - Boomgrootte 2
|
12
|
stuk
|
Het toekomstbeeld van de boom is tussen de 6 en 12 meter. Bij aanplant een stamomtrek van minimaal 16 cm.
|
Bij voorkeur inheemse bomen. Daarna voor ingeburgerd soorten, daarna soorten die bijdrage leveren aan stedelijke biodiversiteit. En geen invasieve exoten.
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Aanplant solitaire boom - Boomgrootte 3
|
8
|
stuk
|
Het toekomstbeeld van de boom is lager dan 6 meter. Bij aanplant een stamomtrek van minimaal 16 cm.
|
Bij voorkeur inheemse bomen. Daarna voor ingeburgerd soorten, daarna soorten die bijdrage leveren aan stedelijke biodiversiteit. En geen invasieve exoten.
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Bosplantsoen of een cluster van bomen en struiken / minibos
|
1
|
m²
|
Bestaat uit een mix van bomen en struiken. Struiken binnen deze maatregel tellen niet meer voor “Struiken – solitair” of “Struiken – cluster”.
|
Bij voorkeur inheemse bomen. Daarna voor ingeburgerd soorten, daarna soorten die bijdrage leveren aan stedelijke biodiversiteit. En geen invasieve exoten.
|
|
0
|
|
|
|
Hagen, struiken en vaste planten
|
Voorbeelden voor inheemse soorten (zie 40 van 040)
|
|
|
|
|
|
Struiken - solitair
|
5
|
stuk
|
Volwassen hoogte minimaal 2 meter
|
Bij voorkeur inheems.
|
|
0
|
|
|
|
Struiken- cluster
|
1
|
per 2 m²
|
Minimaal 2 soorten of meer.
|
Een cluster van diverse soorten struiken, bij voorkeur inheems.
|
|
0
|
|
|
|
Haag - gemengd
|
1
|
per 2 m²
|
Minimaal 2 soorten of meer.
|
Een haag met diverse soorten, bij voorkeur inheems.
|
|
0
|
|
|
|
Haag - één soort
|
1
|
per 4 m²
|
|
Bij voorkeur inheems.
|
|
0
|
|
|
|
Inheemse (vaste) planten(border)
|
1
|
per 2 m²
|
|
Een gemengd assortiment van vaste inheemse planten. Bij voorkeur met
planten met toegevoegde waarde voor biodiversiteit.
|
|
0
|
|
|
|
Grasland en ruigte
|
Voorbeelden voor inheemse soorten (zie 40 van 040)
|
|
|
|
|
|
Inrichting natuurvriendelijke oever
|
1
|
per 2 m²
|
Het talud van de oever is minimaal 1:3.
|
Bij voorkeur flauwer 1:5 tot 1:10.
|
|
0
|
|
|
|
Zoomvegetatie of ruigtevegetatie
|
1
|
per 2 m²
|
Bestaande uit kruidachtige inheemse planten (soms ook half struiken).
|
Gedomineerde lintvormige begroeiing op een standplaats die aan één zijde aanzienlijk meer wordt blootgesteld aan zonlicht. Zomen groeien vooral op plekken waar relatief hoger opgaande houtige begroeiingen (zoals bossen, struwelen en lanen) grenzen aan open terreinen
|
|
0
|
|
|
|
Bloemrijk grasland
|
1
|
per 3 m²
|
Inheemse beplanting
|
Voorkeur voor inheemse soorten.
|
|
0
|
|
|
|
Bloemrijk gazon
|
1
|
per 4 m²
|
Laag gras met meer extensief beheer, zodat laagblijvende bloemen tot bloei
kunnen komen
|
|
|
0
|
|
|
|
Infiltratie en opslag
|
|
|
|
|
|
|
Wadi of greppel met beplanting
|
1
|
per 2 m²
|
De wadi is voor minstens 60% bekleed met beplanting of kruidenrijk gras. De wadi infiltreert in de grond of is voorzien van een overstort op een sloot of op het riool, zodat de wadi niet overloopt.
|
Voorkeur voor inheemse soorten. Bij een infiltratiewadi bedraagt de infiltratiewaarde minimaal 1 meter per dag. Bij een aansluiting op het riool of sloot bedraagt de afvoer minimaal 1 liter per seconde.
|
|
0
|
|
|
|
Wadi of greppel met gazon
|
1
|
per 3 m²
|
De wadi is bekleed met kort gemaaid gazon De wadi infiltreert in de grond of is voorzien van een overstort op een sloot of op het riool, zodat de wadi niet overloopt.
|
Voorkeur voor inheemse soorten. Bij een infiltratiewadi bedraagt de infiltratiewaarde minimaal 1 meter per dag. Bij een aansluiting op het riool of sloot bedraagt de afvoer minimaal 1 liter per seconde.
|
|
0
|
|
|
|
Wadi of greppel ingepast in bestaand groen of met ander materiaal
|
1
|
per 4 m²
|
De wadi is ingepast in een locatie waar voorheen al groen was of gemaakt met een ander materiaal zoals zand. De wadi infiltreert in de grond of is voorzien van een overstort op een sloot of op het riool, zodat de wadi niet overloopt.
|
Bij een infiltratiewadi bedraagt de infiltratiewaarde minimaal 1 meter per dag. Bij een aansluiting op het riool of sloot bedraagt de afvoer minimaal 1 liter per seconde.
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Parkeervoorziening: half verharding;
doorgroeibare verharding of waterpasserende verharding
|
1
|
per 3 m²
|
De werking van de voorziening is hydrologisch onderbouwd.
|
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Regenton
|
5
|
per 100L
berging
|
Een regenton om regenwater op te vangen. Bevat minimaal 100L
water, met een vulautomaat, bladvanger en druppelslang.
|
Het opgeslagen regenwater kan gebruikt worden om planten te bewateren in tijden van droogte.
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Watervoorziening
|
|
|
|
|
|
|
Poel of vijver
|
1
|
per 2 m²
|
Er staat permanent water in de poel/vijver (hij mag niet droog vallen).
|
De poel/vijver is minimaal 30 m² en maximaal 500 m² groot, en niet dieper dan 1,5 meter onder het maaiveld. Het talud van de noordelijke oever is 1:5 of flauwer. De overige oevers hebben een talud van 1:3 of flauwer. De oevers van de poel/vijver zijn voor meer dan 80% beplant in de volle grond, en de beplanting is 100% inheems. De poel zelf bevat waterplanten. Wanneer een habitat voor amfibieën gewenst is, is het van belang dat er geen vissoorten voorkomen in de poel/vijver, of dat er voldoende luwe delen zijn
|
|
0
|
|
|
|
Sloot
|
1
|
per 3 m²
|
|
|
|
0
|
|
|
|
Gevelgroen
|
|
|
|
|
|
Gevelbeplanting
|
Voorbeelden voor inheemse soorten (zie 40 van 040)
|
|
|
|
|
|
Geveltuin - grondgebonden klimmende planten.
|
1
|
per 2 m²
|
De planten wortelen in de volle grond
|
Voorkeur voor inheemse soorten. Een gevel met een klimconstructie die voorzien is van klimplanten die via de klimconstructie groeien of zelfhectende klimplanten die direct tegen de gevel groeien. De klimplanten wortelen in de volle grond of in bakken met een substraat laag aan de gevel. Oppervlak gebaseerd op grondgebonden oppervlak.
|
|
0
|
|
n.v.t
|
|
Geveltuin - grondgebonden planten
|
1
|
per 3 m²
|
De planten wortelen in de volle grond
|
Voorkeur voor inheemse soorten. Oppervlak wordt gebaseerd op grondgebonden oppervlak.
|
|
0
|
|
n.v.t
|
|
Groene gevels met substraat
|
1
|
per 4 m²
|
Een groene gevel in substraat, niet in volle grond dus.
|
Diverse vormen mogelijk, zoals modulaire cassettes, panelen of bakken. Planten groeien in substraat. Bewatering en bemesting noodzakelijk . Oppervlak gebaseerd op oppervlak aan susbtraat.
|
|
0
|
|
n.v.t
|
|
Muurplanten
|
Voorbeelden voor inheemse soorten (zie 40 van 040)
|
|
|
|
|
|
Behoud muurplanten (bij restauratie)
|
1
|
per 4 m²
|
Behoud van muren met muurplanten
|
In geval van restauraties moeten de muurplanten zo veel mogelijk ontweken worden. Herstel van mortel moet plaatsvinden met kalkmortel. Vochtigheidsgraad moet behouden worden. Oppervlak gaat hier om het muuroppervlak.
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Transplanteren muurplanten
|
1
|
per 6 m²
|
Uitvoering door ecoloog
|
Muurplanten kunnen los of met delen muur verwijderd worden en binnen een andere muur geplaatst worden. Deze muur moet voldoen aan het gewenste milieu van de planten.
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Muurplanten in nieuwbouw
|
1
|
per 8 m²
|
Muren aangebracht met gewenst milieu voor muurplanten
|
Muren gemaakt zoals historisch gedaan werd met oneven stenen en kalkspecie of alleen stapelstenen.
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Maatregelen op het dak
|
|
|
|
|
|
Groendak - intensief
|
1
|
per 2 m²
|
Bevat een houdbare draagconstructie; met een minimale substraatdike van 20 tot meer dan 70 cm. Bevat vaste planten, (dwerg) heesters, struiken en evt. bomen welke biodiversiteit bevorderen.
|
In combinatie met waterberging en met inheemse planten, struiken en bloemrijke beplanting; kleine bomen hebben minimaal 70 cm aan substraat nodig om goed te kunnen wortelen;
|
|
0
|
|
n.v.t
|
|
Groendak - extensief
|
1
|
per 3 m²
|
Bevat een houdbare draagconstructie; met een minimale substraatdikte van 12-15 cm. Bevat grassen en kruiden welke biodiversiteit bevorderen.
|
In combinatie met waterberging; en bij voorkeur een dakbloemenweide met inheemse planten.
|
|
0
|
|
n.v.t
|
|
Groendak - verblijfsdak
|
1
|
per 3 m²
|
Bevat een houdbare draagconstructie; het dak is toegankelijk voor mensen, en bevat (eetbare) biodiverse groenvoorzieningen, en/of recreatievoorzieningen (bankjes etc.); en/of schaduwvoorziening.
|
Bij voorkeur multifunctioneel en toegankelijk voor openbaar publiek.
|
|
0
|
|
n.v.t
|
|
Groendak - sedumkruiden
|
1
|
per 4 m²
|
Bevat een houdbare draagconstructie; met een minimale substraat-dikte van 6 - 8 cm (mineraal), bij voorkeur 10-15cm substraat.
|
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Bruindak
|
1
|
per 5 m²
|
Bevat een houdbare draagconstructie.
|
Een bruin dak wordt in principe niet aangeplant of ingezaaid, maar laat de vegetatie spontaan ontwikkelen. Bij voorkeur de bestaande toplaag afgraven van braakliggende grond nabij de ontwikkeling en eventueel met materialen als stenen en stammen toevoegen.
|
|
0
|
n.v.t
|
n.v.t
|
|
Eigen invulling
|
|
|
|
|
|
Maatregel niet benoemd
|
|
In overleg
|
In overleg
|
Een maatregel die niet benoemd is in dit puntensysteem. De toekenning van punten gebeurd in samenspraak met de gemeente.
Innovatieve ideeën worden beloond
|
|
0
|
0
|
0
|
|
Totaal behaalden punten
|
|
0
|
0
|
0
|