Gemeenteblad van Lingewaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lingewaard | Gemeenteblad 2026, 301589 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lingewaard | Gemeenteblad 2026, 301589 | beleidsregel |
Beleidsregels handhaving en bestuurlijke boetes Wet goed verhuurderschap gemeente Lingewaard 2026
Op 2 juni 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard de beleidsregels handhaving en bestuurlijke boetes Wet goed verhuurderschap gemeente Lingewaard 2026 vastgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard,
Gelet op artikel 4:81, eerste lid en 5:46, tweede lid, 4:83, 1:3 vierde lid, 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 2, artikel 2a en artikel 19, eerste lid en tweede lid, Wet goed verhuurderschap en artikel 160, eerste lid aanhef onder a, 125 tweede lid van de Gemeentewet,
Overwegende dat de gemeente Lingewaard verantwoordelijk is voor het handhaven van de regels van goed verhuurderschap op basis van de Wet goed verhuurderschap;
Overwegende dat de gemeente Lingewaard ter bevordering van de handhaving van de regels van goed verhuurderschap en leefbaarheid ook een vergunningsplicht voor verhuur van verblijfsruimtes arbeidsmigranten heeft ingevoerd met de Verhuurverordening verblijfsruimte gemeente Lingewaard 2025;
Overwegende dat de gemeente Lingewaard transparante en navolgbare kaders voor handhaving heeft op te stellen voor bewoners, verhuurders en huurders;
besluit de volgende beleidsregels vast te stellen:
Beleidsregels handhaving en bestuurlijke boetes Wet goed verhuurderschap gemeente Lingewaard 2026
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Bedrijfsmatige verhuur: van een bedrijfsmatige verhuur is in ieder geval sprake in één of meer van de volgende gevallen:
De overtreder houdt zich beroepsmatig bezig met regelgeving omtrent huisvesting en exploitatie van onroerende zaken. Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus, sleutelbedrijven en bedrijven die zich bezighouden met huisvesting van hun eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder.
Artikel 2 Reikwijdte beleidsregel
Deze beleidsregel is van toepassing op overtredingen van artikel 2, artikel 2a, artikel 3, eerste lid van de Wgv, de verboden bedoeld in artikel 5, eerste lid onderdeel b, artikel 12, derde lid, van de Wgv en de op basis van artikel 8 van de Wgv aan een verhuurvergunning verbonden voorwaarden.
Artikel 3 Sanctie per overtreding
Bij toepassing van lid 1 wordt bij het opleggen van de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatige verhuurders en andere verhuurders. De last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is voor bedrijfsmatige verhuurders hoger. Ook wordt de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete hoger bij recidive.
Aan de overtreder wordt bij het opleggen van een last onder dwangsom meegedeeld dat bij een volgende of voortdurende overtreding na een afgelopen hersteltermijn een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en dat daarbij zijn gegevens openbaar zullen worden gemaakt (in die gevallen waar artikel 5 voorziet in het opleggen van een bestuurlijke boete).
Artikel 6 Mate van verwijtbaarheid
Bij de berekening van de bestuurlijke boete voor overtredingen als bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregels wordt voor alle overtredingen, zoals genoemd in artikel 5 van deze verordening als uitgangspunt het boetenormbedrag gehanteerd. Deze normbedragen zijn van toepassing als sprake is van normale verwijtbaarheid.
Artikel 7 Geringe financiële draagkracht
Bij de beoordeling of het aannemelijk is dat de situatie bedoeld in het tweede lid zich voordoet, kan het college rekening houden met eventueel aanwezig vermogen, andere inkomsten dan bedoeld in het derde lid, het voordeel dat de overtreder heeft genoten uit de overtreding, draagkracht en vermogen van de andere leden van het huishouden van de overtreder en eventuele andere sancties die zijn opgelegd door bijvoorbeeld een woningcorporaties voor dezelfde overtreding.
Het college kan de boete matigen als de overtreder aannemelijk maakt dat sprake is van geringe financiële draagkracht bij rechtspersonen met een reële onderneming, als de boete naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een faillissement of een daarmee vergelijkbare situatie en dit ernstige gevolgen heeft voor de overtreder en/of werknemers van de overtreder.
Vastgesteld in de vergadering van 02 juni 2026
Burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard,
de secretaris,
drs. I.P. van der Valk
de burgemeester,
dr. P.T.A.M. Kalfs
TOELICHTING OP DE BELEIDSREGELS
De Wet goed verhuurderschap (hierna: de Wet) bevat landelijke algemene regels die een norm stellen voor goed verhuurderschap waar verhuurders en verhuurbemiddelaars naar moeten handelen. Daarnaast is vanaf 1 januari 2025 de Verhuurverordening verblijfsruimte gemeente Lingewaard 2025 (hierna: de verordening) van kracht. Deze verordening regelt een vergunningplicht voor het verhuren van verblijfsruimten voor arbeidsmigranten. Het college is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op de Wet en de verordening. Handhaving kan in verschillende vormen plaatsvinden. Op grond van de Gemeentewet heeft het college het instrument bestuursdwang en dwangsom tot hun beschikking. In de verordening wordt als aanvulling daarop het opleggen van een bestuurlijke boete genoemd omdat dit in de praktijk soms effectiever kan zijn. In deze beleidsregels wordt invulling gegeven aan de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de handhavingsinstrumenten en het opleggen van de bestuurlijke boete. Het college past daarbij een zogenoemde escalatieladder toe.
Wanneer melding wordt gemaakt of om een andere reden onderzoek wordt gedaan en sprake is van een overtreding, gaat het college met de veronderstelde overtreder in beginsel eerst in gesprek. Als dat niet helpt om de overtreding te beëindigen, mag het college een last onder bestuursdwang/last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen. Omdat niet iedere verplichting een even erge schending is van de normen van goed verhuurderschap, wordt op ieder artikel uit de Wet (of verordening) anders gereageerd. De ernst van de schending bepaalt het boetebedrag en/of de hoogte van de dwangsom.
Bij verplichtingen waar een herstelactie mogelijk is, zal aan de overtreder een herstelsanctie in de vorm van een last onder dwangsom worden opgelegd. Aan de overtreder kan bij het opleggen van een herstelsanctie worden gemeld dat bij een volgende of voortdurende overtreding na een afgelopen hersteltermijn een bestuurlijke boete zal worden opgelegd en dat zijn gegevens openbaar zullen worden gemaakt.
De bestuurlijke boete is een punitieve sanctie. Bij een voortdurende overtreding of een tweede overtreding zal, nadat de eerder opgelegde last onder dwangsom is verbeurd, worden overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete en zullen de gegevens van de overtreder openbaar worden gemaakt. De overtreder is op dat moment al meerdere keren op zijn strijdig handelen met wet- en regelgeving gewezen en heeft zijn gedrag niet aangepast. Als de verhuurder of verhuurbemiddelaar na een eerste bestuurlijke boete nog steeds zijn gedrag niet aanpast, kan de verhoogde bestuurlijke boete voor recidive worden opgelegd. Hierbij geldt artikel 8 van de Wet. Bij verplichtingen waar een herstelactie richting huurder onmogelijk is, zoals verplichtingen gericht tegen onrechtmatig financieel gewin en verplichtingen tegen discriminatie en intimidatie, of waar een overtreding zwaarder wordt gekwalificeerd, kiest het college ervoor bij een overtreding geen herstelsanctie op te leggen. Het college zal in die gevallen direct een bestuurlijke boete opleggen. Dit met als doel mogelijke overtreders van daden waartegen geen herstelactie mogelijk is af te schrikken en overtreders bij dergelijk zwaarwegende overtredingen passend te sanctioneren. Gekozen kan nog worden om bij het eerste gesprek met de veronderstelde overtreder te melden dat bij het geen gevolg geven aan de waarschuwing een bestuurlijke boete zal worden opgelegd en dat gegevens openbaar zullen worden gemaakt. Indien de verhuurder of verhuurbemiddelaar na een eerste bestuurlijke boete nog steeds zijn gedrag niet aanpast, kan de verhoogde bestuurlijke boete voor recidive worden opgelegd.
1.3 Algemene uitgangspunten boetebeleid
Deze beleidsregel voorziet in een boetebeleid bij verschillende overtredingen van de Wet. Omdat het college van mening is dat niet iedere opzichzelfstaande verplichting een even erge schending van de normen van goed verhuurderschap oplevert zijn de boetebedragen gedifferentieerd, waarbij met name de ernst van de betreffende overtreding de hoogte van het boetenormbedrag bepaalt.
Sommige overtredingen hebben in beginsel een administratief karakter. Deze kwalificeert het college als minder erge overtredingen, waar ook een relatief lager boetenormbedrag aan wordt gekoppeld. De kwalificatie per artikel is terug te vinden onder artikel 3 van de beleidsregels.
Bij een aantal van deze verplichtingen die zijn gericht op het voldoen aan de administratieve eisen, is de relatie met financieel gewin echter dusdanig groot dat het college bij deze overtredingen kiest voor een relatief hoger boetenormbedrag. Binnen de categorie financieel gewin wordt bij het teveel vragen van huur extra onderscheid gemaakt, in verhouding tot de mate waarin teveel huur wordt gevraagd. Verder wordt ten aanzien van de overtreder onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatig en niet-bedrijfsmatig. Van bedrijfsmatig wordt gesproken indien een overtreder ten minste twee zelfstandige woonruimten verhuurt. Reden om in de boetenormbedragen onderscheid te maken tussen bedrijfsmatig en niet-bedrijfsmatig is dat van iemand die bedrijfsmatig handelt ook meer verwacht mag worden. Hoewel de regels voor elke verhuurder gelden en elke verhuurder deze in beginsel ook behoort te kennen, ziet het college voor diegenen die bedrijfsmatig handelen een extra verantwoordelijkheidsplicht.
Omdat intimidatie en discriminatie van zichzelf verwijtbare gedragen zijn, zijn deze uitgesloten van artikel 6 van het beleid. De mate van verwijtbaarheid is meegewogen in de hoogte van het boetebedrag.
Daarnaast gelden de algemene regels van goed verhuurderschap en de handhavingsinstrumenten die daaraan gekoppeld zijn ook voor verhuurbemiddelaars, die namens een verhuurder handelingen verrichten om een overeenkomst van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten tot stand te brengen.
Tot slot is ook recidive reden voor een verhoogd boetenormbedrag ten opzichte van het boetenormbedrag bij een eerste bestuurlijke boete. Een overtreder is dan immers al meermaals op de regels gewezen en de eerste boete was kennelijk niet afschrikwekkend genoeg. Bij cumulatie van verschillende overtredingen zal bij een eerste boete het maximum gelden van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (per 1 januari 2026: €27.500) en bij recidive het maximum van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (per 1 januari 2026: €110.000). Door een escalatieladder toe te passen en de boetenormbedragen te differentiëren naar de categorie overtreding en overtreder wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-301589.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.