Gemeenteblad van Noordwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noordwijk | Gemeenteblad 2026, 299128 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noordwijk | Gemeenteblad 2026, 299128 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Individuele jeugdhulpvoorziening: een specialistische jeugdhulpvoorziening die door het college wordt toegekend en verstrekt aan de in de gemeente Noordwijk woonachtige jeugdige en/of ouder na een toegangsbeoordeling. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan in natura of als persoonsgebonden budget (pgb) worden verstrekt;
Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep en zonder kosten wordt verleend;
Persoonsgebonden Budget (pgb) : persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die in de vorm van een individuele voorziening is toegekend van derden te betrekken;
Pgb-budgetplan: het Pgb-budgetplan is een verplicht onderdeel van het ondersteuningsplan bij de aanvraag van een persoonsgebonden budget (pgb). Hierin beschrijft de zorgvrager de persoonlijke, specifieke, persoonsgebonden jeugdhulp die beoogd wordt. De kosten van deze jeugdhulp moeten inzichtelijk zijn in het pgb-budgetplan;
Professionele ondersteuning: ondersteuning geleverd door een MBO/HBO of WO-opgeleid persoon met algemene deskundigheid en brede kennis van jeugdhulp en die beschikt over een geldige registratie in het Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) dan wel een geldige registratie in het BIG-register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, passend bij de aard en zwaarte van de verleende hulp. De jeugdhulpaanbieder waarvoor de persoon werkzaam is of Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’er) staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Er wordt gebruik gemaakt van de norm ‘verantwoorde werktoedeling’ voor het selecteren van de juiste professional;
Wet langdurige hulp (Wlz): De Wet langdurige hulp is er voor jeugdigen en volwassenen die blijvend behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als gevolg van een somatische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap;
Hoofdstuk 2. Gebruikelijke hulp, algemene- en voorliggende voorzieningen
Artikel 2 Beoordeling (boven) gebruikelijke hulp en eigen kracht
Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren:
Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de hulpvraag behoort tot de opvoedingsopgaven en/of normale uitdagingen zoals omschreven door het Nederlands Jeugdinstituut. Indien dit het geval is worden voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen in beginsel geacht aanwezig te zijn, tenzij uit het onderzoek blijkt dat gelet op de individuele omstandigheden ondersteuning noodzakelijk is.
Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp voor de jeugdige.
Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Artikel 4 Voorliggende voorzieningen
Het college verstrekt geen voorziening voor jeugdhulp als er:
met betrekking tot de problematiek een recht bestaat op zorg op grond van de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, de Zorgverzekeringswet of op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; of
Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van de Jeugdwet te treffen.
Artikel 5 Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning
Het college stemt de jeugdhulp waaraan een jeugdige of een ouder behoefte heeft, ten minste af op het aanbod van activiteiten, diensten of middelen op grond van:
zodat deze zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en ondersteunt de jeugdige en zijn ouder(s) actief bij het verkrijgen van toegang tot de andere voorziening(en) of bij behoud van de continuïteit van de zorg op grond van de benodigde zorg.
Hoofdstuk 3. Sociaal wijkteam en toegang tot individuele voorzieningen
Artikel 7 Toegang tot hulp via het medisch domein
Jeugdhulp die na een verwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend door een aanbieder die geen contract- of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt – behoudens verstrekking van een persoonsgebonden budget – niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking, indien het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieder.
Als de jeugdhulpaanbieder na een verwijzing beoordeelt welke specifieke vorm van jeugdhulp nodig is en/of wat de omvang en de duur van de jeugdhulp is, houdt hij zich daarbij aan de regels in deze verordening en de afspraken die hij met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de dienstomschrijving
Artikel 10 Toegangsbeoordeling individuele voorziening
Bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag, wordt er in eerste instantie gekeken naar of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of de ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden. Bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag worden de volgende punten afgewogen:
Er kan geen gebruik worden gemaakt van een individuele voorziening indien:
behandeling van uiteenlopende problematiek van ouders en/of het gezinssysteem prioriteit behoeft alvorens (individuele) jeugdhulp zinvol is. Te denken valt aan maatschappelijke, psychische, relationele of financiële problematiek. Op dat moment zijn de zorgverzekeringswet en/of schuldhulpverlening en/of de Wmo voorliggend;
Artikel 11 Toekennen individuele voorziening
Het college besluit over toekenning van een individuele voorziening. Als aanvraag wordt aangemerkt het ondertekende ondersteuningsplan wat is opgesteld door het Sociaal wijkteam en de jeugdige en/of diens ouders/verzorgers. Zonder ondertekend ondersteuningsplan kan geen individuele voorziening worden toegekend.
Hoofdstuk 4 Individuele voorzieningen
Artikel 13 Voorwaarden aan de jeugdhulpaanbieder
Er wordt geen individuele voorziening ingezet bij jeugdhulp aanbieders waarbij:
er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de integriteit van de aanbieder. Hiervan is in ieder geval sprake indien de aanbieder in de vier jaar voorafgaand aan het moment van beoordeling door het college:
de jeugdhulpaanbieder zich niet professioneel gedraagt. Hiervan is onder andere sprake indien de aanbieder zich intimiderend opstelt, geen voorbeeldfunctie toont of er meerdere incidenten hebben plaatsgevonden binnen de uitvoering van zijn/haar functie. Een jeugdhulpaanbieder dient financieel gezond te zijn en er dient aan de financiële verplichtingen voldaan te worden, zodat de continuïteit van de zorg voor de jeugdige voldoende gewaarborgd is. De aanbieder kan worden gevraagd de meest recente jaarrekening te overleggen. In het geval van een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid kan om een balans of resultatenrekening gevraagd worden, waaruit in ieder geval de gerealiseerde omzet en kosten gesplitst naar personele kosten en materiële kosten zijn opgenomen.
Het college kan afzien van het inzetten van een individuele voorziening bij een jeugdhulpaanbieder indien ten aanzien van die aanbieder een actieve aanwijzing of herstelopdracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd loopt, voor zover dit relevant is voor de veiligheid, kwaliteit of continuïteit van de in te zetten jeugdhulp.
Er wordt geen pgb verstrekt ten behoeve van inzet aan een jeugdhulpaanbieder van wie van in de vijf jaar voorafgaand aan het moment van beoordeling het contract met de jeugdhulpregio is ontbonden wegens het niet voldoen aan de contractuele voorwaarden voor zover dit relevant is voor kwaliteit, veiligheid of rechtmatigheid.
Voordat het college toepassing geeft aan dit artikel, baseert het college zich op verifieerbare feiten en omstandigheden, stelt het de aanbieder in de gelegenheid te reageren (hoor- en wederhoor) en motiveert het college waarom inzet van jeugdhulp via deze aanbieder niet verantwoord is, gelet op de belangen van de jeugdige en de vereiste proportionaliteit.
Artikel 14 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met:
Artikel 16 Individueel jeugdhulpvervoer en maatwerk
Indien een jeugdige begeleiding nodig heeft tijdens het vervoer naar de jeugdhulplocatie kan er vervoer worden geregeld inclusief begeleiding. In het beginsel zijn ouders verantwoordelijk voor de begeleiding van hun kind. Wanneer de ouder(s) deze begeleiding niet kunnen realiseren, kan er bij hoge uitzondering gekeken worden naar inzet van ambulante hulpverlening.
Hoofdstuk 6 Persoonsgebonden budget
Artikel 17 Toekennen Individuele jeugdhulpvoorziening via pgb
Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een Pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger daartoe een Pgb-plan in. Het Pgb-plan dient ter onderbouwing van de aanvraag. Het college beoordeelt de Pgb-vaardigheid.
Het college verstrekt uitsluitend een Pgb als:
naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 20 (Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een Pgb) is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het Pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Voor informele hulp als bedoeld in artikel 19 (onderscheid formele en informele hulp) wordt alleen een PGB verstrekt voor de vormen zoals genoemd in de toelichting bij deze verordening. Dit in verband met de doelmatigheid van de geboden hulp in combinatie met de complexere problematiek in de andere profielen. Tenzij het college anders besluit in belang van het kind.
Artikel 19 Onderscheid formele en informele hulp
Van formele hulp is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door onderstaande personen:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of
Van informele hulp is sprake als de jeugdhulp geboden wordt door:
een bloed- of aanverwant in de eerste- of tweede graad van de budgethouder omdat zij onderdeel uitmaken van het sociale netwerk, alsmede andere personen met wie de jeugdige of diens ouders een duurzame sociale relatie onderhouden en die een wezenlijke rol spelen in het dagelijks leven van de jeugdige.
Artikel 20 Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een Pgb
De hoogte van het PGB voor informele jeugdhulp bedraagt minimaal 100% van het wettelijk minimumloon en maximaal het maximale tarief, gebaseerd op de PGB-tarieven zoals jaarlijks vastgesteld door de gemeente. Het maximale tarief wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het wettelijk minimumloon, met uitzondering van logeren.
Het is niet toegestaan het budget voor professionele hulpverlening in te zetten voor niet-professionele hulpverlening. Daarnaast is het niet toegestaan om het budget in te zetten voor kosten met betrekking tot bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers, voeren van pgb-administratie, ondersteuning bij aanvragen of beheren van een pgb, vervoer en administratie van een zorgverlener en aanvraag van een Verklaring Omtrent Gedrag.
Artikel 24 pgb voor de inzet van informele hulp
Artikel 28 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet benaderen jeugdige en/of de ouders, op verzoek of zelfstandig, de gemeente wanneer er feiten of omstandigheden veranderen. Dit omvat alles waarvan kan worden aangenomen dat verandering leidt tot heroverweging van het besluit tot inzet van een jeugdhulpvoorziening.
Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele jeugdhulpvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Artikel 29 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s
Het college wijst één of meer toezichthouders aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening, het toekenningsbesluit, beleidsregels en – voor zover van toepassing – contractuele afspraken voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de beoordeling van de rechtmatige en doelmatige inzet en besteding van individuele voorzieningen en Pgb’s, waaronder de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Het college onderzoekt met inachtneming van de Jeugdwet en de daarop gebaseerde regelgeving, de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen en de naleving van de door de gemeente gestelde kwaliteitseisen. Onder kwaliteitseisen wordt in dit artikel verstaan: eisen die door of namens de gemeente zijn gesteld of krachtens deze verordening, beleidsregels, het toekenningsbesluit en/of contractuele afspraken, voor zover deze zien op rechtmatigheid, doelmatigheid en controleerbaarheid (zoals administratie- en verantwoordingsverplichtingen, VOG-eisen, meldplichten en planmatige vastlegging/evaluatie en niet op de professionele standaard of zorginhoudelijke kwaliteit.
Artikel 30 Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik
Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties.
Hoofdstuk 10 Overige bepalingen
Artikel 34 Inspraak en medezeggenschap
Het college legt periodiek ontwikkelingen en belangrijke te nemen besluiten op het gebied van jeugdhulp voor aan een vertegenwoordiging van ingezetenen, zoals een inwonersadviesraad, waarover zij advies kunnen uitbrengen. In de overleggen kunnen onderwerpen worden aangedragen voor de agenda en worden deelnemers voorzien van de voor hen benodigde informatie en ondersteuning om adequaat deel te kunnen nemen aan het overleg.
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juni 2026
De gemeenteraad van Noordwijk
R. van Dijk
griffier
mr. B.B. Schneiders
voorzitter
Richtlijnen gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen met een gemiddeld ontwikkelprofiel
Richtlijnen afbakening specialistische jeugdhulp tov Wet Passend Onderwijs
Alle ondersteuningsvormen die behoren bij Passend Onderwijs beschouwt de gemeente HILLEGOM/LISSE/TEYLINGEN niet als specialistische jeugdhulp, waaronder (niet limitief):
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-299128.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.