Algemeen Reglement Burgerbegroting Maastricht 2026

Burgemeester en wethouders van Maastricht,

 

  • gelet op artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet;

  • gelet op het besluit van de gemeenteraad d.d. 17 december 2019, waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen van regels voor de Burgerbegroting aan het college is gedelegeerd;

besluit vast te stellen het navolgende

 

Algemeen Reglement Burgerbegroting Maastricht 2026

 

Burgerbegrotingproces

 

Artikel 1 – Definities

  • 1.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Maastricht.

  • 2.

    Draagvlakverkenning: een formulier waarop de initiatiefnemer inventariseert hoe direct omwonenden tegenover het project staan.

  • 3.

    Initiatiefnemer: de natuurlijke (privépersoon) of rechtspersoon (bijvoorbeeld een vereniging of stichting) die een projectvoorstel voor de Burgerbegroting indient. De initiatiefnemer is de contactpersoon voor de gemeente en verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie tijdens de adviesronde (ronde 2) en uitvoeringsronde (ronde 4). In overleg met de gemeente is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor (een deel van) de uitvoering.

  • 4.

    Thema’s: onderwerpen waarop voorstellen voor de Burgerbegroting kunnen worden ingediend.

  • 5.

    Totaalbudget: het maximale bedrag dat voor een specifieke editie van de Burgerbegroting beschikbaar is.

  • 6.

    Projectbudget: het voor een afzonderlijk project benodigde budget.

  • 7.

    Uitvoerbaarheid en haalbaarheid: een projectvoorstel moet naar het oordeel van de gemeente Maastricht op de door initiatiefnemer voorgestelde wijze (planning, budget en wet- en regelgeving) binnen twaalf maanden uitgevoerd kunnen worden.

  • 8.

    Website: de website www.thuisinmaastricht.nl/burgerbegroting

Artikel 2 – Doelstelling en opbouw

  • 1.

    De Burgerbegroting heeft tot doel om inwoners zelf te laten bepalen wat met een gedeelte van het gemeentelijk budget gebeurt. Dit vindt plaats door middel van een georganiseerd proces.

  • 2.

    Dit proces bestaat uit vier rondes die vooraf worden gegaan door de Meedenkfase. In deze fase kunnen initiatiefnemers hun projectideeën bespreken en toetsen in het Meedenkhuis. De vier rondes bestaan uit:

    • a.

      Ronde 1: de indieningsronde. De ronde waarbinnen initiatiefnemers projecten kunnen indienen;

    • b.

      Ronde 2: de adviesronde. De ronde waarbinnen initiatiefnemers adviezen krijgen vanuit de gemeentelijke organisatie om hun projectvoorstellen te completeren, verduidelijken en/of verbeteren. Op het eind van deze adviesronde volgt een definitief ambtelijk advies inzake uitvoerbaarheid per project, op basis waarvan bepaald wordt welke projecten doorgaan naar de volgende ronde;

    • c.

      Ronde 3: de stemmingsronde. De ronde waarbinnen inwoners kiezen welke van de als uitvoerbaar aangemerkte projecten daadwerkelijk gerealiseerd worden;

    • d.

      Ronde 4: de uitvoeringsronde. De ronde waarbinnen de uitvoering van de gekozen projecten plaatsvindt.

  • 3.

    Het college bepaalt voorafgaand aan iedere editie van de Burgerbegroting de start- en einddatum van iedere ronde.

Artikel 3 – Startbesluit

  • 1.

    Aan het begin van iedere editie van de Burgerbegroting neemt het college een startbesluit.

  • 2.

    Dit startbesluit bevat in ieder geval de volgende punten:

    • a.

      Het totaalbudget;

    • b.

      De thema’s waarop initiatiefnemer voorstellen kunnen indienen

    • c.

      De fasering, inclusief start- en einddatum van iedere ronde.

Artikel 4 - Indienen van projecten

  • 1.

    Een project kan zowel door een (volwassen) natuurlijk persoon als rechtspersoon worden ingediend. In het geval van een rechtspersoon moet het project passen binnen de doelstelling hiervan. Personen of organisaties kunnen door het college uitgesloten worden van deelname,

  • 2.

    Een persoon of organisatie mag per editie maximaal 1 project indienen.

  • 3.

    Een project kan uitsluitend worden ingediend via het gemeentelijk subsidieloket, met behulp van een vast projectformulier per thema.

  • 4.

    Op het projectformulier dient initiatiefnemer in ieder geval informatie te verstrekken over de volgende punten:

    • a.

      Volledige contactgegevens van de initiatiefnemer, alsmede een geldig bankrekeningnummer op naam van de initiatiefnemer;

    • b.

      Vermelding van het thema waarvoor dit project wordt ingediend, inclusief onderbouwing van de wijze waarop het project hieraan bijdraagt;

    • c.

      Beschrijving van hoe het project wordt uitgevoerd, planning, begroting met offertes (bij levering en diensten door derden) ter onderbouwing. De taakomschrijving in artikel 1 lid 3 is ook op deze contactpersoon van toepassing;

    • d.

      Bij een project in de fysieke ruimte met duidelijke impact op omwonenden en/of gebruikers dient de initiatiefnemer een draagvlakverkenning aan te leveren waaruit blijkt hoe de direct omwonenden tegenover het project staan..

    • e.

      Begroting, met inachtneming van de volgende punten:

      • Alle kosten dienen afzonderlijk en (indien van toepassing) inclusief btw te worden opgenomen;

      • Kosten voor vrijwilligers mogen worden opgenomen voor de hiervoor gehanteerde maximumbedragen per uur van de Belastingdienst. Dit met een maximum van 10% van het totale projectbedrag.

      • Het tarief voor 2027 is nog niet bekend, maar in 2026 bedraagt dit bedrag voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder maximaal €5,75 per uur. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar bedraagt dit bedrag maximaal €3,40 per uur. Voor beide leeftijdscategorieën geldt een maximum van €220,00 per maand en een maximum van €2.200,00 per jaar per vrijwilliger.

      • Begeleidingskosten door professionals mogen enkel worden opgenomen voor een maatschappelijk uurtarief van maximaal 50 euro per uur, met een limiet van 20% van het totale projectbedrag.

      • Initiatiefnemers mogen zichzelf voor de realisatie van hun project niet tegen betaling inzetten voor een commercieel of een maatschappelijk tarief. Wel mogen ze zichzelf inzetten tegen een vrijwilligerstarief

      • Beheer en onderhoud: hierin maken we onderscheid tussen

        • a)

          Beheerkosten bij zelfbeheer (beheer door de initiatiefnemer/buurt zelf): Beheerkosten kunnen dan worden opgenomen voor aanschaf van gereedschappen t.b.v. het beheer.

        • b)

          Beheerkosten bij onderhoud door de gemeente: de gemeente zal het plan toetsen bij de adviesronde op beheeraspecten. Mogelijke beheerkosten worden eenmalig bij de begroting opgesteld.

      • Voor ieder thema zal door de Gemeente een post van 5% onvoorziene kosten worden opgenomen. De initiatiefnemer hoeft hiermee bij het indienen van het project geen rekening te houden. Deze post wordt pas uitgekeerd als hierop daadwerkelijk een beroep gedaan moet worden tijdens de uitvoering.

  • 5.

    Een project voor de Burgerbegroting dient, om in behandeling te worden genomen, te voldoen aan de volgende criteria:

    • a.

      Het project past binnen één van de thema’s.

    • b.

      Het project komt ten goede aan de inwoners van Maastricht, vindt plaats binnen de gemeentegrenzen van Maastricht en past binnen de bevoegdheden en het beleid van de gemeente Maastricht.

    • c.

      Het project vindt plaats in de openbare ruimte of op privéterrein met een openbaar karakter, met schriftelijke toestemming van de eigenaar (tenzij de initiatiefnemer zelf de eigenaar is). Bij het ontbreken van deze toestemming kan het projectvoorstel niet in behandeling genomen worden.

    • d.

      Het project is voor iedereen vrij toegankelijk. In het geval van projecten voor een kleine en/of besloten groep dient deze uitzondering naar het oordeel van het college overtuigend gemotiveerd te worden.

    • e.

      Rechtspersonen mogen maximaal €10.000,00 aanvragen per project. Natuurlijke personen mogen maximaal €5.000,00 aanvragen per project.

    • f.

      Het project heeft een realisatieperiode die niet langer duurt dan 12 maanden vanaf de datum van toekenning van de financiële bijdrage uit het budget Burgerbegroting.

    • g.

      Het project bevat minimaal een beschrijving van hoe het initiatief bijdraagt aan een van de burgerbegrotingthema’s, een plan van aanpak, planning, begroting en offerte(s) ter onderbouwing (bij levering en/of diensten door derden) van de begroting.

    • h.

      In het subsidieportaal dienen natuurlijke personen (privépersonen) in te loggen met DigiD en rechtspersonen (Stichtingen en verenigingen) met Eherkenning. De tenaamstelling van de initiatiefnemer op het projectplan dient hetzelfde te zijn als de tenaamstelling van het opgegeven IBAN-nummer.

    • i.

      Er mag geen toegangsprijs worden gevraagd voor een project dat door de Burgerbegroting wordt gefinancierd.

    • j.

      De aanvraag bij de Burgerbegroting dient betrekking te hebben op een nieuw project of initiatief. Van een nieuw project is in ieder geval sprake indien éen of meer van de volgende elementen aantoonbaar wezenlijk verschillen ten opzichte van eerdere aanvragen:

      • Doel of maatschappelijke opgave

      • Beoogde doelgroep of wijk/ stadsdeel

      • Kernactiviteiten of aanpak

      • Samenwerkingspartners

      • Verwachte maatschappelijke effecten

    • k.

      Het project mag geen mechanische of technische installaties bevatten die in de openbare ruimte geplaatst gaat worden, zoals een evenementenkast, watertappunt of pompinstallatie.

  • 6.

    In een door het college vastgestelde periode kunnen indieners het advies krijgen om hun projectvoorstel volledig te maken, te verduidelijken en/of te verbeteren.

  • 7.

    Een project voor de Burgerbegroting wordt niet in behandeling genomen als:

    • a.

      Het een indiening van een project betreft dat in een eerdere editie van de Burgerbegroting is afgewezen omdat het niet uitvoerbaar was en/of;

    • b.

      Het een project betreft dat in eerdere edities van de Burgerbegroting al is gekozen en/of is uitgevoerd.

    • c.

      Het een project betreft dat grotendeels overeenkomt met een project dat in een eerdere editie is uitgevoerd, en primair kan worden gezien als een voortzetting, opschaling, herhaling of doorontwikkeling van dat eerdere project.

    • d.

      Het een indiening van een project betreft waarbij de Burgerbegroting dient als een structurele bron van financiering.

    • e.

      Het een indiening van een project betreft waar reeds een andere subsidieregeling in voorziet.

Artikel 5 – Weigeringsgronden

Een projectvoorstel wordt geweigerd als sprake is van een of meer van de volgende punten:

  • a.

    Het project voldoet niet aan een of meerdere criteria, zoals gesteld in artikel 4 lid 5;

  • b.

    Het projectformulier is onvolledig ingevuld en ook na tweemaal een schriftelijk verzoek tot completering niet voldoende aangevuld binnen de gestelde termijn;

  • c.

    Initiatiefnemer heeft onvoldoende invulling gegeven aan het advies om het projectvoorstel volledig te maken, te verduidelijken en/of te verbeteren, zoals gesteld in artikel 4 lid 6;

  • d.

    Het project of de projectdoelstellingen zijn in strijd met het algemeen belang of de openbare orde;

  • e.

    Het project levert schade op aan de openbare ruimte en/of levert gevaar op voor het veilig en doelmatig gebruik daarvan;

  • f.

    Uit de draagvlakverkenning is al vooraf duidelijk dat zodanige weerstand tegen het project te verwachten is, dat realisatie van het project niet mogelijk is;

  • g.

    Het project heeft een overwegend commercieel, politiek en/of religieus karakter;

  • h.

    Het project lijkt grotendeels bedoeld te zijn voor realiseren van omzet van (de onderneming van) de initiatiefnemer en/of is te relateren aan een omzet gedreven activiteit;

  • i.

    Het project betreft aanpassing van een gedeelte van de openbare ruimte die al in de meerjarenplanning is opgenomen;

  • j.

    Het project wordt al op een andere wijze door de gemeente Maastricht gesubsidieerd of gefinancierd;

  • k.

    Het project is ingediend door een college-, raads- of burgerlid en/of een stichting waarbij deze persoon bij het projectvoorstel penvoerder is.

  • l.

    Het project heeft fondsenwerving en/of acquisitie tot doel.

Artikel 6 – Uitvoerbaarheid

  • 1.

    Aan het einde van de adviesronde wordt de lijst met als uitvoerbaar aangemerkte projecten gepubliceerd op de website. Initiatiefnemers worden per mail geïnformeerd.

  • 2.

    Om als uitvoerbaar te worden aangemerkt dienen projecten te voldoen aan de criteria uit artikel 4 lid 5, zonder dat sprake is van een of meer van de weigeringsgronden uit artikel 5.

Artikel 7 – De stemming

  • 1.

    Bij een tekort van meer dan 5% van het totale budget, bepalen deelnemers door middel van stemming welke projecten daadwerkelijk uitgevoerd worden. Dit gebeurt tijdens een online stemronde die wordt gevolgd dor een fysiek event. De spelregels voor de online stemronde en het fysieke event worden vooraf kenbaar gemaakt op www.thuisinmaastricht.nl/burgerbegroting-maastricht

  • 2.

    Bij een tekort van minder dan 5% van het totale budget, organiseren we een dialoogsessie met indieners om consensus te bereiken.

  • 3.

    De projecten met de meeste stemmen worden gehonoreerd. Een project met minder stemmen kan voorrang krijgen boven een project met meer stemmen als het eerstgenoemde in tegenstelling tot het project met meer stemmen wel nog gefinancierd kan worden uit het restantbudget.

  • 4.

    De online stemmen tellen mee voor 40%. De stemmen tijdens het fysiek event tellen mee voor 60%. Dat komt omdat de voorkeur gegeven wordt aan stemmen tijdens fysieke bijeenkomst na een proces van consensusvorming.

  • 5.

    Als na de stemming sprake is van een restantbudget binnen het totale budget, dan wordt dit bedrag toegevoegd aan het totaalbudget van de volgende editie van de Burgerbegroting.

Artikel 8 – Uitvoering en verantwoording

  • 1.

    Team Burgerbegroting draagt zorg voor de opstart van de uitvoeringsronde. Tijdens de opstart wordt per gekozen project een ambtelijk verantwoordelijke aangesteld, de financieringswijze bepaald en het uitbetalingsproces opgestart. De opstart wordt binnen 3 maanden gerealiseerd. De opstart telt niet mee in de 12 maanden realisatie per project.

  • 2.

    Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer zelf zorgt voor uitvoering van het project. In voorkomende gevallen kan er voor gekozen worden om het project te laten uitvoeren door de gemeente Maastricht of een derde.

  • 3.

    Indien een project wordt uitgevoerd door de initiatiefnemer, dan krijgt deze het hiervoor benodigde budget toegekend door middel van een subsidie. Het subsidiebedrag is inclusief eventueel verschuldigde btw. Op deze subsidie zijn de voorwaarden uit de Subsidieregeling Burgerbegroting van toepassing.

  • 4.

    Natuurlijke personen kunnen per editie van de Burgerbegroting maximaal €5.000 subsidie ontvangen. Mocht dit niet toereikend zijn, dan dient voor een andere financieringswijze van de uitvoering gekozen te worden.

  • 5.

    Rechtspersonen kunnen per editie van de Burgerbegroting maximaal €10.000 subsidie ontvangen.

  • 6.

    De initiatiefnemer informeert de gemeente over de voortgang van het project. Majeure afwijkingen dienen vooraf ter instemming worden voorgelegd en mogen nooit meer dan 5% van het aangevraagde budget bedragen.

  • 7.

    De initiatiefnemer zorgt na realisatie van het project voor een verantwoording aan het subsidieloket conform de bepalingen uit de Subsidieregeling Burgerbegroting. Middelen die niet besteed of die niet aantoonbaar rechtmatig zijn besteed, kunnen worden teruggevorderd.

Artikel 9 – Slotbepalingen

  • 1.

    Dit reglement treedt in werking op de dag na wettelijke publicatie, onder gelijktijdig vervallen van het Algemeen Reglement Burgerbegroting Maastricht 2025.

  • 2.

    Van dit reglement kan bij onvoorziene omstandigheden en indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Burgerbegroting door het college worden afgeweken.

Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 9 juni 2026

Burgemeester en Wethouders van Maastricht,

De Secretaris a.i.,

G.G.H.M. Haanen

De Burgemeester,

W.A.G. Hillenaar

Naar boven