Gemeenteblad van Wageningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wageningen | Gemeenteblad 2026, 297636 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wageningen | Gemeenteblad 2026, 297636 | beleidsregel |
Protocol geheimhouding gemeente Wageningen
De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Wageningen, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,
gelet op artikel 87 en verder van de Gemeentewet, artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.1, lid 1 en 2, van de Wet open overheid,
besluiten de volgende regeling Protocol geheimhouding gemeente Wageningen vast te stellen.
Artikel 2 Opleggen geheimhouding op schriftelijke informatie
Geheimhouding kunnen we alleen opleggen als sprake is van een belang zoals genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid (Woo). Het belang dat aan de orde is moet zwaarder wegen dan het belang van openbaarmaking. Deze belangenafweging is deugdelijk en kan het besluit om geheimhouding op te leggen, dragen. Het enkel verwijzen naar artikelen uit de Woo is onvoldoende. De belangenafweging om geheimhouding op te leggen nemen we op in een openbaar raads- of collegevoorstel zonder hierbij de geheim te houden informatie prijs te geven.
Bij het besluit tot geheimhouding leggen we vast op welke datum de geheimhouding eindigt (vervaldatum). Alleen als we geen vervaldatum kunnen bepalen, dan noemen we een materieel feit waarop de geheimhouding eindigt (bijvoorbeeld het sluiten van een definitieve overeenkomst). Ook de duur van de geheimhouding motiveren we goed.
Mondelinge informatie die in een besloten vergadering van de raad of een commissie ter kennis van de aanwezigen komt, is geheim, tenzij de raad of commissie anders beslist. De geheimhoudingsplicht van deze mondelinge informatie geldt dus van rechtswege. Als sprake is van mondelinge informatie, dan delen we de verplichting tot geheimhouding tijdens de besloten vergadering. Het verslag van deze besloten vergadering is dan het geheime document.
Stukken die niet openbaar zijn op basis van artikel 5.1 van de Woo worden vaak vertrouwelijk genoemd. Onder geheim wordt bij stukken vaak aan de uitsluitend op basis van artikel 5.1 van de Woo opgelegde geheimhouding gedacht. Ook in artikel 2:5 van de Awb wordt echter gesproken over vertrouwelijkheid. Dit wordt als verwarrend ervaren. Duidelijkheid is hier geboden. Voor de raad en raadsleden is in principe alleen het in een vergadering behandelde of een aan de raad en raadsleden aangeboden stuk relevant. Bij die stukken wordt het onderscheid tussen vertrouwelijk of geheim niet gemaakt. Dit geheimhoudingsprotocol gaat derhalve over het (mondeling) behandelde en stukken gericht aan de raad waar op basis van de gemeentewet en (uitsluitend) op basis van artikel 5.1 van de Woo oplegging van geheimhouding aan de orde is.
Artikel 4 Delen van geheime informatie met anderen
We hanteren het beleid dat overleg tussen raads- en steunfractieleden (of tussen leden van verschillende fracties) over verstrekte geheime informatie mogelijk is, ook als er leden van de fractie niet aanwezig zijn geweest bij de besloten vergadering. Ook kunnen alle raadsleden en steunfractieleden kennisnemen van het (audio)verslag van een besloten vergadering. Dit geldt niet voor de toegankelijkheid van geheime informatie m.b.t. de (her)benoeming van de burgemeester die ingevolge o.a. art. 61 in samenhang met art. 61c Gemeentewet uitsluitend voor de raadsleden mogelijk is.
Deze registers bevatten in ieder geval de volgende gegevens: een algemene omschrijving van het onderwerp, datum besluit tot geheimhouding, orgaan dat het besluit tot geheimhouding heeft genomen, vervaldatum of omschrijving materieel feit waarop de geheimhouding eindigt en een omschrijving van de documenten waarop geheimhouding geheel of gedeeltelijk is opgelegd. In de registers genoemd in het eerste en tweede lid wordt ook opgenomen of en zo ja, op welke datum een document is gedeeld met de raad.
Artikel 6 Opheffen geheimhouding
Een besluit tot geheimhouding kan altijd worden opgeheven. Ook wanneer de vervaldatum nog niet is verstreken of een materieel feit zich nog niet heeft voorgedaan. Het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, kan ook besluiten tot opheffing. Hierop gelden twee uitzonderingen. Als de geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan zowel de commissie als het bestuursorgaan dat de commissie heeft ingesteld, de geheimhouding opheffen. Als de geheime informatie is verstrekt aan de raad, dan kan alleen de raad de geheimhouding nog opheffen.
Als er geen geheimhouding op informatie meer ligt, betekent dit niet automatisch dat het betreffende document integraal openbaar kan worden gemaakt. Het is nog steeds mogelijk dat (onderdelen van) informatie niet openbaar zijn op grond van (bijvoorbeeld) de Woo, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) of een wet met een bijzonder openbaarmakingsregime zoals genoemd in artikel 8.8 van de Woo.
De steller van het oorspronkelijke college- of raadsvoorstel c.q. de secretaris van de commissie, of diens opvolger, draagt zorg voor opheffing van de geheimhouding volgens de reguliere procedure, als bij het besluit tot geheimhouding niets is besloten over de opheffing hiervan (zie artikel 2 lid 3). Dat gaat via een nieuw college- (indien het college bevoegd is om de geheimhouding op te heffen) of raadsbesluit (indien de gemeenteraad de bevoegdheid heeft om de geheimhouding op te heffen). Bij het voorstel voegt de steller het document toe dat openbaar gemaakt kan worden.
Artikel 8 Sluiten van de deuren
Als de deuren sluiten, dan mogen raadsleden, steunfractieleden, leden van het college, functioneel betrokken ambtenaren, notulisten en griffiepersoneel al dan niet aanwezig zijn, tenzij de vergadering anders beslist. Dit geldt niet voor een bespreking van geheime informatie m.b.t. de (her)benoeming van de burgemeester die ingevolge o.a. art. 61 in samenhang met art. 61c Gemeentewet uitsluitend voor de raad toegankelijk is.
Van een vergadering met gesloten deuren wordt altijd een (eventueel geluids- of video) verslag opgemaakt. Dit verslag wordt niet openbaar gemaakt tenzij de raad anders beslist. Deze afweging vindt niet op basis van de Woo plaats, maar op basis van het uitgangspunt dat raadsleden en/ of steunfractieleden in een besloten vergadering vrijuit moeten kunnen spreken.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 februari 2026
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 7 april 2026
Aldus vastgesteld door de burgemeester op 9 april 2026
Openbaarheid is één van de grondbeginselen van onze democratische rechtsstaat. Het gaat hier niet alleen om openbaarheid van besluitvorming, maar ook om openbaarheid van informatie. De openbaarheid draagt enerzijds bij aan de legitimatie van dat bestuur, anderzijds aan de controle op dat bestuur. Openbaarheid vormt, met andere woorden, een wezenlijk element van het gemeentelijk handelen. Met het uitgangspunt ‘openbaarheid, tenzij’ moet een bestuursorgaan de afweging tussen openbaar en niet openbaar zorgvuldig maken. Helderheid over de juridische kaders en specifieke lokale spelregels en procedures is daarbij behulpzaam.
Hoewel openbaarheid het uitgangspunt is, wegen in sommige gevallen andere belangen (tijdelijk) zwaarder. Bijvoorbeeld als het gaat om economische of financiële belangen van de gemeente. In zo’n geval kunnen we besluiten geheimhouding op informatie te leggen.
Het is goed om te melden dat in de Algemene Wet Bestuursrecht in artikel 2:5 is bepaald dat een geheimhoudingsplicht geldt voor alle gegevens waarvan iemand het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden. Dit scenario kan worden gezien als een soort vangnetconstructie. Hiervoor is het niet perse nodig dat er een expliciet besluit tot het opleggen van geheimhouding is genomen en of er “vertrouwelijk” of “geheim” op de stukken staat, maar kan de verplichting reeds uit de aard van de informatie en de daarbij betrokken belangen voortvloeien. Uit de jurisprudentie blijkt dat in een dergelijk geval een raadslid zelf de vertrouwelijkheid van documenten moet inschatten.
Dit Protocol geheimhouding (verder: protocol) bevat de Wageningse uitwerking van wetgeving over hoe we omgaan met geheimhouding. Dit protocol moet in samenhang met de wettelijke bepalingen, artikel 87 ev. van de Gemeentewet en de Woo, worden gelezen.
Iedereen die kennis draagt van informatie waarop geheimhouding rust of die niet-openbaar is, mag deze informatie niet delen met anderen.
Doe je dat wel dan handel je in strijd met artikel 89, tweede lid van de Gemeentewet, artikel 2:5 van de Awb en de door de raad vastgestelde Gedragscode. Ook is het schenden van de geheimhoudingsplicht strafbaar op grond van artikel 272 Wetboek van Strafrecht. Er kan dus een straf volgen. In het geval dat geheimhouding is opgelegd, kan daarnaast de raad nog een sanctie opleggen. De raad kan besluiten om een raads- of steunfractielid voor maximaal drie maanden uit te sluiten van toegang tot stukken waarop geheimhouding rust.
Los van het opleggen van geheimhouding, is sommige informatie hoe dan ook niet (of nog niet) openbaar. Informatie kan niet openbaar zijn op grond van de Wet open overheid (Woo), de Algemene Verordening Gegevensbescherming of een wet met een bijzonder openbaarmakingsregime zoals genoemd in artikel 8.8 van de Woo (bijvoorbeeld de Aanbestedingswet, Wet Bibob). In deze gevallen leggen we geen geheimhouding op.
Artikel 2 Opleggen geheimhouding
Wanneer we geheimhouding opleggen, dan gebeurt dat in een openbaar besluit. Hierin motiveren we goed waarom het belang van openbaarheid minder zwaar weegt. Geheimhouding kan alleen worden opgelegd ter bescherming van de volgende belangen:
Artikel 4 Delen van geheime informatie met anderen
Er zijn situaties denkbaar waarin het wenselijk en/of noodzakelijk zou kunnen zijn om in vertrouwelijkheid informatie met een externe partij (derden) te delen. De Gemeentewet is dan niet van toepassing. Hierop is artikel 2:5 van de Awb en artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Wanneer geheime informatie is verstrekt aan de raad, dan mag na de verstrekking alleen nog de raad deze informatie aan anderen (bestuursorganen en derden) verstrekken (artikel 88, zesde lid, eerste volzin Gemeentewet). Uit artikel 88, zesde lid van de Gemeentewet volgt dat de raad hierover regels kan stellen. Dat is vastgelegd in artikel 46 van het Reglement van Orde voor de Politieke Avond van de gemeente Wageningen 2024.
In dit protocol onderscheiden we twee situaties. Allereerst de gevallen waarin de raad zelf besluit wanneer hij verstrekking aan anderen nodig acht. Zo is in artikel 12, lid 3 en artikel 45 het Reglement van Orde voor de Politieke Avond van de gemeente Wageningen 2024 vastgelegd dat ook steunfractieleden geheime documenten mogen raadplegen. Daarnaast mag het college en de burgemeester besluiten om geheime documenten aan derden te verstrekken wanneer zij dit noodzakelijk vinden voor het dagelijks bestuur. Hierbij kun je denken aan de situatie dat advies wordt gevraagd aan een advocaat of accountant. Dit besluit wordt openbaar en de raad wordt hiervan in kennis gesteld.
Geheime informatie kan niet meer met één raadslid gedeeld worden. De gehele raad heeft recht om op de hoogte te zijn van de geheime informatie. Dat geldt ook voor steunfractieleden. Wanneer een raadslid of steunfractielid niet aanwezig was bij de beraadslaging achter gesloten deuren, mag hij dus wel het verslag raadplegen.
Wanneer geheime informatie aan een commissie wordt verstrekt waaraan raadsleden deelnemen, dan wordt deze informatie ook aan de gehele raad verstrekt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-297636.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.