Gemeenteblad van Hillegom
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hillegom | Gemeenteblad 2026, 2971 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hillegom | Gemeenteblad 2026, 2971 | beleidsregel |
Vergunningverlening Uitvoering Programma Hillegom 2026
Voor u ligt het Vergunningverlening Uitvoering Programma (VUP) Hillegom 2026. Het VUP is een nadere periodieke uitwerking van het VTH-beleidsplan gemeente Hillegom 2024-2027. (VTH = Vergunningverlening Toezicht en Handhaving). Onder andere de beleidsmatige keuzes uit het VTH-beleidsplan worden hierin vertaald naar uitvoeringsniveau. Het VTH-beleidsplan is tot stand gekomen in samenspraak tussen de teams Vergunningen en Bouw- en Woningtoezicht en afgestemd met interne en externe betrokkenen.
Waarom dit Vergunningverlening Uitvoering Programma (VUP) Hillegom 2026?
De gemeente Hillegom is verplicht om periodiek een uitvoeringsprogramma op te stellen met betrekking tot de vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavende activiteiten in het kader van de Omgevingswet. De Omgevingswet gerelateerde vergunningverleningstaken en de vergunningverleningstaken volgend uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Bijzondere Wetten (BW) hebben echter veel raakvlakken. Ook worden de vergunningstaken als geheel door hetzelfde team van HLTsamen uitgevoerd. Om deze redenen zijn zowel in het VTH-beleidsplan als in het VUP ook de taken volgend uit de APV/BW meegenomen. De Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) voert op mandaatbasis de milieu gerelateerde vergunning- en handhavingstaken voor de gemeente Hillegom uit.
De taken op het gebied van vergunningverlening en toezicht/handhaving zijn organisatorisch gescheiden. De toezicht en handhavingstaken maken daarom geen onderdeel uit van dit uitvoeringsprogramma. Deze taken zijn ondergebracht in het Handhaving Uitvoering Programma (HUP), dat wordt opgesteld door het team Bouw- en Woningtoezicht.
Het uitvoeringsprogramma vloeit dus voort uit het VTH-beleidsplan 2024-2027 en dient de daarin opgenomen beleidsdoelstellingen. Het uitvoeringsprogramma wordt door B&W vastgesteld en bekend gemaakt aan de gemeenteraad.
Voor de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning enerzijds en de handhavende taken anderzijds zijn diverse wettelijke regelingen van belang die de procesgang bepalen en de rechtsmiddelen beschrijven. De betreffende wettelijke regelingen en beleidskaders zijn in dit uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen beschreven.
In dit VUP worden belangrijke ontwikkelingen genoemd die van invloed zijn (geweest) op het opstellen van het VTH-beleidsplan, deze zijn daarmee ook op de uitvoering van de vergunningverlening van invloed.
In dit hoofdstuk worden de kernactiviteiten weergegeven. Het gaat hierbij met name om vergunningverlening t.a.v. de taakvelden Omgevingswet en APV/Bijzondere Wetten. Het grootse deel van de werkzaamheden bestaat uit reguliere werkzaamheden. Aandacht wordt gegeven aan de verwachte werkvoorraad en de komende ontwikkelingen. Verder zijn er activiteiten welke voortvloeien uit de beleidsdoelstellingen van het VTH-beleidsplan. Omdat de Omgevingswet en de Wkb nu daadwerkelijk in werking zijn getreden zullen wij ons in 2026 vooral naast de reguliere werkzaamheden richten op het verder verfijnen van de uitvoeringsprocessen en het verder opdoen van werkervaring met de nieuwe regels.
Om de vergunning-taken adequaat te kunnen uitvoeren moet aan een aantal aspecten worden voldaan. Het gaat hierbij om de borging van de financiën, de borging van de kritieke massa (personeelsformatie), het maken van procesafspraken en de samenwerking met externe partijen. In dit uitvoeringprogramma wordt hieraan aandacht besteed.
Een VUP van een betreffend jaar moet vóór 1 februari van dat jaar (tijdelijk als pilot verruimd naar 1 april) door het college zijn vastgesteld. Achtereenvolgens wordt dit vóór 1 juli van dat jaar aan de raad ter kennisname aangeboden en voor 15 juli naar de Provincie gestuurd.
Voor evaluaties van het voorgaande VUP geldt dat deze vóór 15 juli door het college zijn vastgesteld en dat vóór 1 oktober de raad en de Provincie over de evaluatie zijn geïnformeerd. Dit betekent dat in het voorliggende VUP van 2026 conform de Bestuursovereenkomst de evaluatie van 2024 is verwerkt.
In het eerste kwartaal van 2027 wordt geëvalueerd hoe de uitvoering, zoals in dit uitvoeringsplan beschreven, gerealiseerd is. In het opvolgende VUP wordt rekening gehouden met deze evaluatie en waar nodig worden zaken bijgestuurd.
Op grond van het Omgevingsbesluit (art 13.5 t/m 13.11) is de gemeente verplicht om jaarlijks een uitvoeringsprogramma op te stellen met betrekking tot de vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavende activiteiten in het kader van het omgevingsrecht. De Omgevingswet gerelateerde taken en de vergunningverleningstaken volgend uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Bijzondere Wetten (BW) hebben echter veel raakvlakken. Ook worden de vergunningstaken als geheel door hetzelfde team van HLTsamen uitgevoerd. Om deze redenen zijn zowel in het VTH-beleidsplan als in het VUP ook de taken volgend uit de APV/BW meegenomen.
Voor u ligt het Vergunningverlening Uitvoering Programma (VUP) Hillegom 2026. Het VUP is een nadere periodieke uitwerking van het VTH-beleidsplan Gemeente Hillegom 2024-2027. Beleidsmatige keuzes uit het VTH-beleidsplan worden hierin vertaald naar uitvoeringsniveau. Als gevolg van de hierboven genoemde keuze is het VUP geschreven voor zowel de Omgevingswet-, de APV-, als de taken volgend uit de Bijzondere Wetten.
De Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) voert op mandaatbasis de milieu gerelateerde vergunning- en handhavingstaken voor de gemeente Hillegom uit.
De taken op het gebied van vergunningverlening en toezicht/handhaving zijn organisatorisch gescheiden. De toezicht en handhavingstaken (van zowel de eigen organisatie als de ODWH) maken daarom geen onderdeel uit van dit uitvoeringsprogramma. Deze taken zijn ondergebracht in het Handhaving Uitvoering Programma (HUP), dat wordt namens het college opgesteld door het team Bouw- en Woningtoezicht.
Het uitvoeringsprogramma vloeit dus voort uit het VTH-beleidsplan 2024-2027 en dient de daarin opgenomen beleidsdoelstellingen. Het uitvoeringsprogramma wordt door B&W vastgesteld en bekend gemaakt aan de gemeenteraad en de Provincie Zuid Holland.
2.1 Wettelijk kader (op hoofdlijnen)
De Omgevingswet vormt de basis van het wettelijk stelsel van de totale Omgevingswet-regelgeving. De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving. Onder de Omgevingswet geldt een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.
De Omgevingswet stelt maatschappelijke doelen met het oog op duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en het beschermen en verbeteren van het leefmilieu. De Omgevingswet gaat uit van het subsidiariteitsbeginsel (decentraal, tenzij). Dit betekent dat de taken en bevoegdheden die de wet benoemt in principe worden uitgevoerd door gemeenten en waterschappen.
De Awb bevat de algemene regels van het bestuursrecht met betrekking tot de verhouding tussen de overheid enerzijds en de inwoners, bedrijven en overige instanties anderzijds alsmede de diverse overheidsorganen onderling. Verder regelt de Awb de bevoegdheden van bestuursorganen tot het nemen van besluiten. Tevens hoe de besluiten moeten worden voorbereid, gemotiveerd, bekendgemaakt en ook het recht tot het maken van bezwaar en het instellen van beroep;
In de APV (decentrale wetgeving) staat de gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid. Elke gemeente heeft een eigen APV en deze geldt voor iedereen binnen de gemeente. Uit de regels van de APV blijkt of ergens een vergunning of melding op het gebied van openbare orde en veiligheid voor nodig is. Voorbeelden van onderwerpen in de APV zijn: evenementen, horeca, vuurwerk, parkeren, geluidshinder, prostitutie, etc.
2.2 Beleidskader (op hoofdlijnen)
De vergunningen en handhaving beleidscyclus vindt zijn basis in de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Hillegom. Ook worden in deze verordening de kwaliteitscriteria voor de uitvoering van de VTH taken van toepassing verklaard. Deze kwaliteitscriteria zijn in breed overleg tussen Rijk, Provincies en VNG vastgesteld.
VTH-Beleidsplan Gemeente Hillegom 2024-2027. In het VTH-Beleidsplan gemeente Hillegom 2024-2027 is op strategisch niveau beschreven hoe de taken op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) gedurende vier jaar worden opgepakt. Het VTH-beleidsplan is een beleidsregel, met dit beleidsplan en de bijbehorende jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s waaronder dit VUP, wordt door het college de kwaliteit van de uitvoering van de VTH geborgd. Het gaat hierbij op uitvoeringsniveau om de taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten.
3.1 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
De Wet ‘kwaliteitsborging voor het bouwen’ (Wkb) is op 1 januari 2024 in werking getreden.
De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit te verbeteren. De rol van de gemeente als bevoegd gezag is veranderd door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. Zowel de bouwtechnische toets als het toezicht tijdens de bouw worden voor nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1 (zoals eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden) in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging uitgevoerd door een onafhankelijke kwaliteitsborger en niet meer door de gemeente. De gemeente behoudt wel haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor (toezicht op) welstand, monumenten en bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen).
Bron afbeelding: Rijksoverheid
De Wkb is voor nieuwbouw tegelijk met de Omgevingswet (1 januari 2024) in werking getreden en wordt gefaseerd ingevoerd. Voor verbouwactiviteiten wordt dit volgens de huidige verwachting 1 januari 2029. Begonnen is met bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 1 (eenvoudige bouwwerken zoals eengezinswoningen, woonboten, vakantiewoningen en eenvoudige bedrijfspanden).
Drie jaar na de inwerkingtreding wordt de werking van de Wkb door de minister geëvalueerd. Afhankelijk van de evaluatie volgt mogelijk uitbreiding van het systeem naar andere meer complexe bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 2 en 3. Op zijn vroegst is dit in 2029. Dit is echter niet meer in de wet meegenomen en wordt een nieuw traject. Voor vergunningen die al vóór 1 januari 2024 zijn aangevraagd, blijft de oude regelgeving gelden. Ook voor lopende bezwaar- en beroepsprocedures geldt de Wkb niet.
In dit hoofdstuk worden de kernactiviteiten van 2026 weergegeven. Het grootse deel van de werkzaamheden bestaat uit de reguliere werkzaamheden. Verder zijn er activiteiten welke voortvloeien uit de beleidsdoelstellingen van het VTH-beleidsplan. Aandacht wordt gegeven aan de verwachte werkvoorraad.
In de evaluatie van het Vergunningverlening Uitvoering Programma Hillegom 2024 zijn een aantal actiepunten genoemd. Deze zullen, indien van toepassing, bij de onderstaande activiteiten in een blauwe kleur worden vermeld.
4.1 Kernactiviteiten, reguliere werkzaamheden
Het grootse deel van de werkzaamheden van team Vergunningen bestaat (uiteraard) uit het behandelen van aanvragen om vergunningen. Het gaat hierbij om de taakvelden Omgevingswet en APV/Bijzondere Wetten. Deze werkzaamheden zijn dus direct aan een specifieke aanvraag of melding te relateren. Naast deze directe werkzaamheden zijn er ook taken die betrekking hebben op hetzelfde taakveld, maar waar geen aanvraag of melding aan ten grondslag ligt. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om de volgende werkzaamheden:
Genoemde werkzaamheden worden voor de HLT-gemeenten volgens dezelfde processen afgehandeld, echter onder toepassing van het geldende gemeente-specifieke beleid. Met betrekking tot de aantallen en de daaruit volgende werkzaamheden, hoeft er daarom voor de taakuitvoering per gemeente geen onderscheid te worden gemaakt. Er wordt uitgegaan van de aantallen van de HLT-gemeenten als geheel, als één werkvoorraad.
Onder invloed van de Omgevingswet zal het ambitieniveau van de HLT-gemeenten medebepalend zijn voor de hoeveelheid aanvragen en uitvoeringsprocessen. Deze invloed zal zich echter eventueel pas na jaren laten gelden, na eventuele aanpassing van de op 1 januari 2024 (van rechtswege) ontstane huidige situatie.
De werkvoorraad, dat wil zeggen het aantal aanvragen dat wordt ingediend, is gezien het bovenstaande slechts alleen door beleidsmatige keuzes beperkt stuurbaar. Als een aanvrager de noodzaak ziet een vergunningaanvraag in te dienen of een melding te doen, moeten wij deze behandelen conform de geldende wetten/regels en termijnen. Daarbij zijn er factoren die het aantal aanvragen beïnvloeden, zoals conjunctuur en maatschappelijke ontwikkelingen. Maar daar heeft een gemeente geen invloed op. Voor een prognose van de werkvoorraad zijn wij aangewezen op gegevens en tendensen uit het verleden. Deze gegevens zijn uiteraard bekend:
De aantallen in de tabel betreffen zowel aanvragen om een omgevingsvergunning als principeverzoeken. (Van de overige werkzaamheden onder 4.1 worden de aantallen niet bijgehouden.)
Het aantal Wabo aanvragen lag in 2023 gemiddeld op het niveau van 2022. Alleen de maand december gaf een grote uitschieter naar boven. De aanleiding hiervan was de toen aanstaande komst van de Omgevingswet en de invoering van de Wkb op 1 januari 2024. Veel aanvragers kozen nog snel voor de vertrouwde regelgeving van de Wabo. Dit was overigens een landelijke tendens.
Het aantal Omgevingswet aanvragen lag in 2024 gemiddeld op het niveau van 2023.
Aktie voor 2026 uit de evaluatie van het VUP 2024:
Rekening houden met aanbod van aanvragen als in 2023/2024, behalve de aantallen van december 2023, dat was een uitschieter naar aanleiding van de toen aankomende inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Het is aannemelijk er van uit te gaan dat voor 2026 het aantal aanvragen ongeveer in de lijn van de voorgaande jaren zal liggen. Met name omdat de huidige bestemmingsplannen (van rechtswege) zijn overgegaan in het Omgevingsplan. Voor bepaalde aanvragen (nieuwe bouwwerken gevolgklasse 1) zal een onafhankelijke kwaliteitsborger de bouwplannen toetsen. De invloed hiervan op het werkaanbod zal vooralsnog zeer beperkt zijn, omdat dit alleen (nieuwbouw)aanvragen betreft welke vallen onder gevolgklasse 1.
Voorbeelden van deze bouwwerken in gevolgklasse 1 zijn grondgebonden eengezinswoningen, bedrijfsbebouwing niet hoger dan 2 lagen en eenvoudige fiets- en voetgangersbruggen. Deze bouwwerken worden (alleen bouwtechnisch) getoetst door een gecertificeerde onafhankelijke kwaliteitsborger. Het bevoegd gezag (het college) wordt door de kwaliteitsborger geïnformeerd over het resultaat van de toetsing via een bouwmelding. Na de bouw wordt de gerealiseerde toestand via een gereedmelding aan het bevoegd gezag kenbaar gemaakt. Het bevoegd gezag controleert of de kwaliteitsborging is uitgevoerd volgens de regels en of het bouwwerk naar het oordeel van de kwaliteitsborger voldoet aan de technische regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Als dit in orde is, stemt het bevoegd gezag ermee in dat het bouwwerk in gebruik kan worden genomen.
Er is een grote diversiteit aan aanvragen mogelijk. Dit varieert tussen beperkt van omvang en invloed (bijvoorbeeld dakkapel) tot complex (bijvoorbeeld groot woongebouw met aanverwante bijeenkomst- en zorgfuncties). Daarnaast zijn er binnen het proces ook grote verschillen mogelijk. Volgt de juridische procedure de kortst mogelijke weg, of wordt er via bezwaar en beroep tot en met de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State doorgeprocedeerd? Dit is in principe voor zowel eenvoudige als complexe plannen mogelijk.
Alle mogelijke aanvraagtypen zijn daarom niet uitgesplist en achtereenvolgens voorzien van een urenprognose, omdat de (combinatie van) aantallen, de aanvraagtypologie en het verloop van de procedure niet plan-baar zijn.
Evenals bij de Omgevingswet werkvoorraad is ook hier het aantal aanvragen slechts alleen door beleidsmatige keuzes beperkt stuurbaar. Hiervoor gelden verder dezelfde redenen als genoemd bij de Omgevingswet paragraaf.
Opvallend is dat er in 2024 gemiddeld meer aanvragen en meldingen zijn gedaan dan de jaren daarvoor. Het betreft hier met name bijvoorbeeld de aanvragen voor gebruik openbare grond en aanverwante zaken. Daarnaast is er veel tijd besteed aan voorlichting.
Ook bij APV/Bijzondere Wetten geldt dat er een grote diversiteit aan aanvragen mogelijk is, waarbij het proces volgens verschillende juridische scenario’s kan verlopen.
Ook hier zijn alle mogelijke aanvraagtypen niet uitgesplist en achtereenvolgens voorzien van een urenprognose.
Aktie voor 2026 uit de evaluatie van het VUP 2024:
Het werkaanbod wordt sterk beïnvloed door externe factoren, zoals wij bijvoorbeeld ervaren hebben tijdens de Coronapandemie en (in mindere mate) door de prijsstijgingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de inflatie. De pandemie is inmiddels voorbij, naar verwachting zal het aantal aanvragen APV/Bijzondere Wetten vergelijkbaar zijn met 2024.
Inmiddels is de Omgevingswet samen met de Wkb op 1 januari 2024 in werking getreden. Deze verandering heeft grote impact op de wijze van vergunningverlening. Flexibiliteit in benadering en contact zijn onder invloed van de Omgevingswet nog belangrijker. Mede hierom is er ook een organisatiestructuurverandering doorgevoerd. Wij moeten inspelen op maatwerk vraagstukken (burgerinitiatieven, co-creatie en meervoudige, complexe vragen). Ook is de doorlooptijd/beslistermijn van het vergunningentraject verkort naar 8 weken (geen fatale termijn, deze termijn kan 1 maal met maximaal 6 weken worden verlengd.) Initiatieven welke niet aan vastgesteld beleid voldoen, worden in samenwerking met alle adviseurs tegelijkertijd aan de intaketafel besproken. Dit vergt complementaire kwaliteiten van de medewerkers. Daarnaast is onder invloed van de Wkb juist de technische toetsing van de bouwplannen (vooralsnog voor bouwwerken gevolgklasse 1) meer naar de achtergrond verschoven doordat deze toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke kwaliteitsborger. Er vindt dus een verschuiving plaats waarbij het meer om de ruimtelijke- en omgevingsaspecten gaat dan om de bouwtechnische toetsing van een bouwwerk. Voor dat laatste onderdeel is de bouwende partij zelf verantwoordelijk door middel van het contracteren van een onafhankelijke kwaliteitsborger.
De ingrijpende transitie naar de Omgevingswet vergde veel voorbereiding. Dit proces loopt nog steeds door in de uitvoeringsfase, welke gestart is in 2024. Daarom heeft dit VUP van 2026 veel overeenkomsten met het VUP van voorgaande jaren. We werken volgens een hernieuwd strak ingericht werkproces met daarbij duidelijke afspraken met onze ketenpartners. Door met de Omgevingswet te werken, ontstaan nieuwe inzichten om de processen welke voorbereid waren te verbeteren. En beleid wordt hierop verder afgestemd. Daarom staat ook 2026 nog steeds in het teken van het verwerven van kennis en ervaring. Ook applicaties moeten verder worden doorontwikkeld en ingericht.
De belangrijkste onderdelen worden hieronder op hoofdlijnen beschreven. In het werkplan van het team zal dit verder concreet worden uitgewerkt en afgestemd met andere teams en interne/externe partijen
Aktie voor 2026 naar uit de evaluatie van het VUP 2024:
Het behandelproces omgevingsvergunningen is opnieuw ingericht en afgestemd met andere teams en externe partijen. Applicaties zijn hierop ingeregeld, met aangepaste sjablonen. Medewerkers hebben trainingen gevolgd en doen steeds meer ervaring op met de nieuwe regelgeving en software. Dit is vooral in 2025 opgepakt, ook in 2026 wordt hiervoor verder inzet gevraagd op het gebied van verdere inrichting op detailniveau, afstemming en doorontwikkeling.
Voor het registreren en procesmatig afhandelen van de aanvragen om vergunningen werd tot 1 mei 2023 gebruik gemaakt van de applicatie SquitXo. Deze applicatie was niet geschikt voor de Omgevingswet. De opvolger van SquitXo is Rx.Mission. Door het herhaalde uitstellen van de omgevingswet, is er indertijd voor gekozen een deel van Rx.Mission in te richten voor het registreren van de Wabo aanvragen, vanaf 1 mei 2023. Aflopende contracten, onzekerheid over de definitieve invoering van de Omgevingswet en uitfasering van SquitXo lagen aan deze keuze ten grondslag.
Een complicerende factor is dat alle aanvragen die voor 1 januari 2024 zijn binnengekomen, volgens de oude regels (Wabo) behandeld moeten worden, deze oude processen lopen na 1 januari 2024 nog geruime tijd door. Alles dat op 1 januari 2024 en daarna is binnengekomen, moet volgens de regels van de Omgevingswet worden afgehandeld in Rx.Mission. De verwachting is dat de laatste Wabo aanvragen in 2026 kunnen worden afgehandeld. Alle oude zaken uit SquitXo welke nog openstaan, zijn overgeheveld naar Rx.Mission.
SquitXo was in de loop der jaren zo efficiënt ingericht en doorontwikkeld, dat we daar maximaal profijt uit konden halen. Rx.Mission was op 1 januari 2024 nog niet zo functioneel ingericht als SquitXo. Dat kon ook niet, omdat door de leverancier nog steeds aan de applicatie wordt gewerkt en er onderdelen ontwikkeld moeten worden. Dit loopt de komende jaren door.
In 2024 is een aanbestedingstraject gestart voor het vergunningenregistratiesysteem. Dit traject is in 2025 afgerond, met als resultaat dat Rx.Mission het vergunningenregistratiesysteem blijft.
Aktie voor 2026 uit de evaluatie van het VUP 2024:
De inrichting van Rx.Mission voor de Omgevingswet is gereed en in gebruik genomen. Door de leverancier wordt deze applicatie verder doorontwikkeld. In 2026 zal de nadruk vooral liggen op verdere inrichting van Rx.Mission.
4.2.2 Onderhoud sjablonen Rx.Mission
Om maximaal profijt te hebben en houden van Rx.Mission is het van belang dat we alle documentsjablonen welke we in Rx.Mission hebben, up-to-date houden. Dit is een continu proces. Naar aanleiding van praktijkervaringen zullen deze sjablonen ook in 2026 onderhouden en verder geoptimaliseerd worden.
Aktie voor 2026 uit de evaluatie van het VUP 2024:
In 2026 zal de nadruk liggen op onderhoud aan de sjablonen en inspelen op wets- en proceswijzigingen.
4.2.3 Vragenbomen toepasbare regels in het DSO
De organisatorische verantwoordelijkheid voor de inhoud van het DSO ligt inmiddels bij team Planvorming.
Aktie voor 2026 uit de evaluatie van het VUP 2024: De inrichting van het DSO loopt verder door in 2026. Vanuit team Vergunningen zal regelmatig een vakinhoudelijke bijdrage verwacht worden om in het DSO op te nemen. Bij de toedeling van werk van de betrokken medewerkers moet hier rekening mee worden gehouden.
4.2.4. Proces afhandeling initiatieven
Om een aanvraag te kunnen beoordelen moeten er afhankelijk van het initiatief interne en/of externe adviezen worden gevraagd. De inzet is om de diverse disciplines zoveel als praktisch mogelijk aan de omgevingstafel te krijgen. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om de disciplines erfgoed/welstand, flora en fauna, brandveiligheid etc. Dit betekent niet dat aan alle aspecten voor 100 % moet worden voldaan. Vanuit de ja-mits houding worden de verschillende belangen tegen elkaar afgewogen. Het gaat erom dat met elkaar de afweging wordt gemaakt in hoeverre een initiatief als geheel passend is binnen het omgevingsplan en bijdraagt aan de omgevingsvisie. Niet ieder initiatief hoeft echter naar de omgevingstafel. De adviseringsprocessen zijn samen met onze partners ingericht en uitgelijnd, en aangesloten op de processen van de intake- en omgevingstafel.
Inmiddels wordt al geruime tijd gewerkt met de Intake- en Omgevingstafels. Alle initiatieven die daarvoor in aanmerking komen, lopen via de intake- en omgevingstafel. De Intake- en Omgevingstafel zijn in de lijn geborgd.
Aan de betrokken teams en medewerkers zijn specifieke rollen toebedeeld.
Aktie voor 2026 uit de evaluatie van het VUP 2024:
In 2026 zal het inzetten van de Intake- en omgevingstafel worden voortgezet.
Met de invoering van de Omgevingswet is ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ingevoerd. De Wkb heeft als doel de (borging van) bouwkwaliteit en het bouwtoezicht onder de verantwoordelijkheid van marktpartijen te plaatsen door het invoeren van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging. De Wkb verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke kwaliteitsborger. Zoals eerder opgemerkt treedt de Wkb gefaseerd in werking. Er is gelijktijdig met de invoering van de Omgevingswet gestart met eenvoudige (nieuw)bouwwerken (gevolgklasse 1). Na 3 jaar volgt een evaluatie door het Rijk, daarna worden eventueel de complexere bouwwerken ook onder de Wkb gebracht. Dit zal dus niet eerder dan 2029 zijn.
Als gevolg van de Wkb zal de huidige omgevingsvergunning voor het bouwen in twee activiteiten worden opgesplitst, een bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit. Zie het schema.
Afhankelijk van de activiteit zal een initiatief een bepaald proces doorlopen. Deze processen zijn opnieuw ingericht en afgestemd.
Aktie voor 2026 uit de evaluatie van het VUP 2024:
In 2024 en 2025 zijn de werkprocessen verder afgestemd op de Omgevingswet en de Wkb. Werken met een private kwaliteitsborger was niet alleen nieuw voor onze organisatie maar ook voor de initiatiefnemers en de uitvoerende partijen. Dit proces zal gedurende 2026 in de praktijk verder getest worden. Zo nodig kan het werkproces worden bijgesteld.
4.2.6 Inrichting adviseringsprocessen
Om een aanvraag te kunnen beoordelen moeten er afhankelijk van het initiatief interne en/of externe adviezen worden gevraagd. Hiervoor wordt de samenwerkingsruimte van Rx.Mission gebruikt. Het voordeel hiervan is dat alle partijen op basis van de toegekende autorisatie de aangeleverde stukken in kunnen zien.
Aktie voor 2026 naar aanleiding van deze evaluatie:
4.3 Activiteiten vanuit beleidsdoelstellingen VTH-beleidsplan.
In de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Hillegom heeft de gemeenteraad doelen gesteld waarop de kwaliteit van het VTH-beleid in elk geval betrekking moeten hebben. Deze doelen zijn de kwaliteit van dienstverlening (conform dienstverleningsconcept), de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten en (beschikbaarheid van) financiën. Op grond van de Omgevingswet c.q. het Omgevingsbesluit en met in acht name van de door de gemeenteraad gestelde doelen moet het college van burgemeester en wethouders als bevoegd gezag beleid voeren t.a.v. de uitvoering van de VTH taken. Dit beleid, VTH-beleidsplan gemeente Hillegom 2024-2027, omvat onder andere het stellen van uitvoeringsdoelen en het beschrijven van de activiteiten om deze doelen te realiseren. In voorliggend vergunningverlening uitvoeringsprogramma wordt uitgewerkt hoe hier uitvoering aan wordt gegeven. Het college zal dit uitvoeringsprogramma periodiek evalueren.
4.3.1 Het werken conform de Omgevingswet en de Wkb.
Het uitvoering geven aan de regelgeving uit de Omgevingswet en de Wkb zijn benoemd als beleidsdoelstelling in het VTH-beleidsplan gemeente Hillegom 2024-2027. Dit zijn namelijk de speerpunten voor de komende jaren. In de voorgaande paragrafen is hieraan reeds aandacht besteed, m.n. hoe dit wordt vertaald naar de uitvoering m.b.t. vergunningverlening.
Er zijn ook nog andere onderdelen die een relatie hebben met de Omgevingswet, zoals bijvoorbeeld integraal werken o.b.v. ja-mits, het beoordelen van uitkomsten vanuit het participatieproces en het opstellen van een nota kwaliteit leefomgeving (voorheen welstandsnota). Dit zal in samenspraak met andere teams worden opgepakt.
5.2 Financiële borging uitvoering
In de HLT-begroting zijn de uitvoeringskosten van de reguliere VTH taken structureel opgenomen. Daarnaast kan naar aanleiding van politieke keuzes en/of prioritering eventueel ook incidenteel geld of capaciteit ingezet worden om bepaalde knelpunten aan te pakken. De financiële borging van de uitvoering van de reguliere VTH taken is opgenomen in de (meer)jaarlijkse begrotingscyclus.
Hillegom beschikt over een kwaliteitsverordening VTH; de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Hillegom. In deze verordening is vastgelegd dat de VTH taken worden uitgevoerd overeenkomstig de kwaliteitscriteria welke op dat moment geldend zijn, deze criteria zijn gebaseerd op de afspraken zoals gemaakt tussen het Rijk, het IPO en de VNG. In de huidige situatie zijn dit de kwaliteitscriteria 2.3. Hiermee is het kwaliteitsniveau op het gebied van kennis, kunde en capaciteit voor kwaliteit en inzet van de medewerkers geborgd.
Het organogram van de VTH-taakuitvoering is als bijlage 1 toegevoegd.
Hieronder wordt per functie de structurele Vergunningen formatie weergegeven. Wanneer er een aanleiding is, kan de formatie eventueel tijdelijk uitgebreid worden door inhuur. Externe medewerkers en inhuur zijn niet meegenomen in deze formatie, omdat dit door het jaar heen kan wijzigen afhankelijk van situatie en omstandigheden.
De uitvoering van de taken is ondergebracht bij HLTsamen. Onderstaande formatie werkt voor de 3 gemeenten gezamenlijk.
* Voor 1 fte wordt gerekend met 1636 werkbare uren. Hiervan gaat 20% af voor teamoverleg, organisatiebijeenkomsten, studie, growing concern etc. Er is 1308 uur beschikbaar voor productie.
Binnen het team vergunningverlening zijn verschillende werkwijzen vastgelegd om de kwaliteit te waarborgen en de uitvoering sturing en uniformiteit te geven. Er is o.a. een procesbeschrijving vastgesteld voor:
Genoemde procesbeschrijvingen zijn vastgelegd in het VTH-Beleidsplan Gemeente Hillegom 2024-2027.
Daarnaast zijn de overige werkafspraken vastgelegd in het Handboek Wabo vergunningverlening.
5.4 Borging beschikbaarheid samenwerkingspartners
Om het uitvoeringsplan te realiseren is de inzet en samenwerking met externe partijen essentieel. Bij het opstellen van het VTH-Beleidsplan Gemeente Hillegom 2024-2027 is de wijze van samenwerking met externe partijen eerder beschreven.
De VTH-beleidscyclus betreft een gesloten cyclus. In deze cyclische aanpak zijn de strategische en operationele cycli met elkaar verbonden. Dit is planmatig geborgd door deze telkens te monitoren en aan te passen. Op deze wijze wordt constante verbetering bewerkstelligd. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande gemeentelijke planning- en control-cyclus. Binnen de VTH-beleidscyclus staan drie documenten centraal: het integraal beleid, het uitvoeringsprogramma en het evaluatieverslag. Het VTH-beleid wordt periodiek uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma staat concreet weergegeven welke uitvoeringsactiviteiten het college voornemens is in de betreffende periode uit te voeren. Hierbij wordt rekening gehouden met de evaluatieresultaten uit het verleden en met de doelen in het beleid. Ten slotte evalueert het college periodiek welke activiteiten feitelijk zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de in het VTH-beleid geformuleerde doelen. Deze evaluatie wordt vastgelegd in een evaluatieverslag (jaarverslag). De evaluatie van het inmiddels vastgestelde VUP 2024 is verwerkt in het voorliggende VUP 2026.
6.1 Interbestuurlijk Toezicht volgens nieuwe bestuursovereenkomst
Het college van Hillegom heeft zich via de Bestuursovereenkomst Generiek Interbestuurlijk Toezicht 2022 gecommitteerd aan het huidige Uitvoeringsprogramma Generiek Interbestuurlijk Toezicht 2024 van de Provincie Zuid Holland. De vormgeving hiervan zet in op een dynamisch toezicht met een IBT-ladder en een dashboard.
Interbestuurlijk toezicht betekent dat er over meerdere bestuurslagen toezicht is, namelijk van rijk, naar provincie, naar gemeente. Al sinds 2012 legt het college verantwoording af aan de Provincie over een aantal toezichtgebieden waaronder het omgevingsrecht, waar ook de VTH taken onder vallen. Hierbij wordt onder andere ook gekeken naar het binnen bepaalde termijnen opstellen en vaststellen van een VUP en de evaluatie hiervan. De overeenkomst heeft consequenties voor het moment waarop over het VUP en de evaluatie hiervan moet worden besloten en wanneer de raad en Provincie hierover moeten worden geïnformeerd.
Een VUP van een betreffend jaar moet vóór 1 februari van dat jaar door het college zijn vastgesteld. Achtereenvolgens wordt dit vóór 1 juli van dat jaar aan de raad ter kennisname aangeboden en voor 15 juli naar de Provincie gestuurd. Tijdelijk loopt een pilot (van 23 juni 2025 tot 31 december 2026) waarin de termijn van 1 februari is verruimd naar 1 april. Deze behoefte leeft bij een aantal gemeenten.
Voor evaluaties van het voorgaande VUP geldt dat deze vóór 15 juli door het college zijn vastgesteld en dat vóór 1 oktober de raad en de Provincie over de evaluatie zijn geïnformeerd. Dit betekent dat in het voorliggende VUP van 2026 conform de bestuursovereenkomst de evaluatie van 2024 is verwerkt.
Jaarlijks wordt volgens deze cyclus gewerkt om aan de bestuursovereenkomst te voldoen.
In het eerste kwartaal van 2027 wordt geëvalueerd hoe de uitvoering zoals in dit uitvoeringsprogramma beschreven gerealiseerd is. In het Vergunningverlening Uitvoering Programma 2028 wordt inhoudelijk rekening gehouden met deze evaluatie en waar nodig worden zaken bijgestuurd. Dit Vergunningverlening Uitvoering Programma is daarmee een onderdeel van de gehele beleidscyclus fysieke leefomgeving.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-2971.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.