Besluit tot wijziging van de Mandaatregeling college en burgemeester gemeente Utrecht

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft;

Gelet op:

  • de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • de Mandaatregeling college en burgemeester gemeente Utrecht (hierna: de Mandaatregeling);

Overwegende dat:

  • aanpassing van de Mandaatregeling nodig is in verband met de herziening van de Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1974 en 1983 (AB 1974 en AB 1983);

  • behoefte bestaat aan een mandaat zodat de Hoofdgebiedseconoom in het kader van het reguliere erfpachtbeheer:

    • een beroep kan doen op het eenzijdig wijzigingsbeding uit oude erfpachtvoorwaarden; en

    • op basis daarvan de herziene erfpachtvoorwaarden op individuele erfpachtrechten en appartementsrechten van toepassing kan verklaren;

    • de daarmee samenhangende besluiten en (privaatrechtelijke) (feitelijke en rechts)handelingen kan verrichten in het kader van de uitvoering daarvan;

  • de begrenzing van dit mandaat wordt gekoppeld aan de jaarlijks verschuldigde canon per individueel erfpachtrecht/appartemensrecht;

  • voor wijziging van de erfpachtrechten die zijn gesplitst in appartementsrechten de medewerking van alle appartementseigenaren vereist is en derhalve tevens obligatoire (contractuele) afspraken moeten worden gemaakt totdat alle appartementseigenaren hun medewerking hebben verleend;

  • de Directeur van het organisatieonderdeel Ruimte door voorlegging van dit voorstel aan het college op voorhand heeft ingestemd met het verder verlenen van bevoegdheden aan de functionarissen genoemd in de laatste kolom;

Besluiten het volgende:

Artikel I

De Mandaatregeling wordt als volgt gewijzigd:

  • A.

    Nummer 7.2.4.20 wordt toegevoegd:

7.2.4.20

Gemeentewet: artikel 160 eerste lid sub d: beroep doen op het eenzijdig wijzigingsbeding uit oude erfpachtvoorwaarden (AB 1974 en AB 1983) en op basis daarvan van toepassing verklaren van door het college vastgestelde herziene erfpachtvoorwaarden op individuele erfpachtrechten, inclusief alle daarmee samenhangende besluiten en (feitelijke en rechts)handelingen en de notariële afwikkeling, waaronder het verlenen van volmachten aan notarissen ter uitvoering van het vorenstaande en het maken van obligatoire afspraken voor zover het appartementsrechten betreft. Hiermee wordt gelijkgesteld de afwikkeling van een verzoek van een erfpachter om (eerder) over te stappen naar herziene erfpachtvoorwaarden.

College en Burgemeester

Hoofdgebiedseconoom (tot en met een te ontvangen bedrag (canon) van € 1.000.000 per jaar).

  • B.

    In de toelichting bij de Mandaatregeling wordt tussen de toelichting bij artikel 4.1.1 en artikel 7.3.3.1 een nieuwe alinea ingevoegd, die luidt:

Artikel 7.2.4.20 – Waardebepaling herziening erfpachtvoorwaarden

In oude erfpachtvoorwaarden is de bevoegdheid voor de gemeente opgenomen om na 50 jaar eenzijdig de erfpachtvoorwaarden te wijzigen (herzien). De gewijzigde erfpachtvoorwaarden en financiële uitgangspunten zijn door het college vastgesteld. De herziening per erfpachtrecht/appartementsrecht betreft de uitvoering van dat collegebesluit en wordt gemandateerd. De Directeur kan deze bevoegdheid tot een waarde van € 5.000.000 doorgeven aan zijn medewerkers.

De begrenzing van dit mandaat is gekoppeld aan de jaarlijks verschuldigde canon per individueel erfpachtrecht/appartemensrecht. Dit betreffen eeuwigdurende erfpachtrechten, zonder einddatum. Hierdoor is de totaal per erfpachtrecht/appartementsrecht door de gemeente te ontvangen canon op voorhand niet te berekenen. Om die reden zal voor de begrenzing van het mandaat worden nagegaan of de canon over de eerstvolgende vijf jaar het bedrag van € 5.000.000,- overschrijdt. Als dat het geval is (de te ontvangen canon is dan meer dan € 1.000.000,- per jaar), dan is niet de Directeur, maar het college bevoegd.

Artikel II

Alle in deze wijziging omschreven bevoegdheden worden ook verleend aan de Algemeen directeur en elk van de concerndirecteuren.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld door

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 9 juni 2026

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

Naar boven