Gemeenteblad van Den Helder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Den Helder | Gemeenteblad 2026, 29535 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Den Helder | Gemeenteblad 2026, 29535 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Den Helder, houdende regels over huisvesting (Huisvestingsverordening 2026 Den Helder)
De raad van de gemeente Den Helder;
gelezen het raadsvoorstel nummer 0000535385 van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van 16 december 2025;
gelet op artikelen 4, 12, 40 en 41 van de Huisvestingswet 2014;
kennis genomen hebbende van de voorbereidende commissievergadering Stadsontwikkeling en -beheer op 6 januari 2026;
de volgende verordening vast te stellen.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Huurtoeslaggrens: de jaarlijks door de rijksoverheid vastgestelde maximum huurgrens, waaronder welke gesproken wordt van sociale huurwoningen en huurder in aanmerking kan komen voor huurtoeslag. Boven deze grens wordt gesproken van geliberaliseerde of vrije sector woningen, waarbij de verhuurders meer vrijheid hebben de huurprijs te bepalen. Per 1 januari 2015 ligt de huurtoeslaggrens op €710,68. Deze wordt jaarlijks geïndexeerd.
Mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, zijnde hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Artikel 2.0. Reikwijdte hoofdstuk
In afwijking van het bepaalde in lid 1 is het bepaalde in dit hoofdstuk niet van toepassing op:
door woningcorporaties gelabelde woningen voor doelgroepen (jongerenwoningen, aangepaste woningen, zorggeschikte woningen, 55+ woningen, studentenwoningen), uitsluitend in die gevallen waarin de woningzoekende aan wie urgentie is verleend niet binnen de doelgroep van de betreffende gelabelde woning valt.
Artikel 2.1. Voorrang bij urgentie
Voor de in artikel 2.0. onder het eerste lid aangewezen categorieën woonruimte wordt bij de toewijzing van passende woonruimte voorrang verleend aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is en die een huishoudinkomen hebben lager dan de inkomensgrens van artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Woningzoekenden kunnen hiertoe een aanvraag tot het verlenen van voorrang bij urgentie indienen bij burgemeester en wethouders.
Voorrang kan uitsluitend worden verleend aan woningzoekenden die passen binnen één van de onderstaande categorieën en mits zij voldoen aan de bijbehorende criteria:
Mantelzorg geïndiceerden. Dit zijn woningzoekenden die intensieve mantelzorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning verlenen of ontvangen. Aanvragen voor urgentie voor deze categorie woningzoekenden lopen via de sociale wijkteams van de gemeente Den Helder. De wijkteams beoordelen of er sprake is van een situatie met intensieve mantelzorg;
Woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen (zoals Blijf van mijn Lijf-huis), die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten. Aanvragen voor urgentie voor deze categorie lopen via de instantie waar een woningzoekende op dat moment tijdelijk verblijft.
Burgemeester en wethouders kunnen voor aanvragen tot het verlenen van voorrang bij urgentie in uitzonderlijke gevallen het bepaalde in het tweede en derde lid, behoudens het tweede lid, aanhef en onder d, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing leidt tot een dusdanige onevenredigheid voor woningzoekenden dat dit als onbillijk moet worden beschouwd.
Artikel 2.3. Werking van de urgentieverlening
Indien de woningzoekende aan wie urgentie is verleend niet binnen de vastgestelde termijn van 4 maanden woonruimte heeft gevonden, wordt binnen een tweede termijn van 4 maanden eenmalig een passende woonruimte aangeboden. Deze laatstgenoemde termijn kan worden verlengd met nogmaals een termijn van 4 maanden indien geen passend aanbod beschikbaar is gekomen;
Hoofdstuk 2A. Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming
Artikel 2A.1. Verbod op in gebruik geven woonruimte
Het is verboden om een woonruimte, als bedoeld in artikel 2A.0. zonder vergunning van burgemeester en wethouders, in gebruik te geven, in welke vorm dan ook, binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar.
In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 41, lid 3, onderdeel a, van de Wet wordt tevens aangeleverd: een uittreksel uit de basisregistratie personen waaruit een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad blijkt tussen de eigenaar en degene aan wie de woonruimte in gebruik wordt gegeven.
In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 41, lid 3, onderdeel b, van de Wet wordt tevens aangeleverd: een kopie van de schriftelijke overeenkomst tussen de eigenaar en degene aan wie de woonruimte in gebruik wordt gegeven, waaruit blijkt dat de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik wordt genomen.
In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 41, lid 3, onderdeel c, van de Wet wordt tevens aangeleverd: een schriftelijke motivatie, voorzien van bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat de in gebruik te geven woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte.
Artikel 2A.4. Intrekkingsgronden
De vergunning, als bedoeld in artikel 2A.2., kan worden ingetrokken indien blijkt dat de vergunning is verstrekt:
Artikel 2A.5. Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
De vergunning, als bedoeld in artikel 2A.2., kan worden geweigerd of ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 3.1. Overleg bij wijziging
Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening plegen burgemeester en wethouders overleg overeenkomstig artikel 6 van de wet.
Artikel 3.2. Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, ten gunste van de eigenaar van een woonruimte, afwijken van de bepalingen in Hoofdstuk 2A., indien toepassing van de bepalingen in dit hoofdstuk tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-29535.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.