Subsidieregeling culturele evenementen, voorstellingen en tentoonstellingen Gorinchem 2027

Het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem

 

  • -

    gelet op artikel 2 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Gorinchem 2026;

  • -

    gelet op het Beleidskader voor subsidie Gemeente Gorinchem vanaf 2026;

  • -

    overwegende dat de gemeenteraad het cultuurbeleid heeft vastgesteld;

 

Besluit:

  • -

    vast te stellen de Subsidieregeling culturele evenementen, voorstellingen en tentoonstellingen Gorinchem 2027.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    amateurkunstorganisatie: een organisatie of groep waarvan de deelnemers kunst en cultuur beoefenen in de vrije tijd en niet beroepsmatig;

  • b.

    ASV: Algemene Subsidieverordening gemeente Gorinchem 2026;

  • c.

    cofinanciering: eigen inbreng in geld of in natura, van de aanvrager of een organisatie voor een deel van de kosten van de activiteit;

  • d.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem;

  • e.

    communicatieplan/communicatieaanpak: een beschrijving van de wijze waarop de activiteit onder de aandacht wordt gebracht bij het beoogde publiek.

  • f.

    culturele en maatschappelijke betekenis: de mate waarin een activiteit bijdraagt aan cultuurparticipatie, ontmoeting, identiteit en leefbaarheid in de gemeente;

  • g.

    culturele identiteit: kenmerkende culturele eigenschappen, tradities, verhalen en uitingen die verbonden zijn met de gemeente en haar inwoners;

  • h.

    culturele tentoonstelling: een openbaar toegankelijke presentatie van kunst, erfgoed, objecten, beelden of andere culturele uitingen die gedurende een afgebakende periode te bezichtigen is in een fysieke binnen- of buitenruimte en geen onderdeel vormt van de reguliere activiteiten van de aanvrager;

  • i.

    culturele voorstelling: een openbaar toegankelijke uitvoering of vertoning van een culturele uiting, zoals muziek, theater, dans, literatuur of film, die op een bepaald moment of binnen een afgebakend tijdsbestek plaatsvindt;

  • j.

    cultureel evenement: een openbaar toegankelijke activiteit van tijdelijke aard met een publieksgericht karakter, zoals een festival, manifestatie of thematische bijeenkomst, bestaande uit een samenhangend programma van één of meerdere culturele uitingen.

  • k.

    cultuurbeleid: geheel van maatregelen en overwegingen om cultuur te bevorderen, te ondersteunen en te beschermen, en om de culturele functie voor mens en samenleving te waarborgen;

  • l.

    cultuurparticipatie: actieve of passieve deelname van inwoners aan kunst en cultuur;

  • m.

    doelmatigheid: met minimale (subsidie)middelen een optimaal resultaat;

  • n.

    doeltreffend: doelen die concreet, helder en actueel zijn, de mate waarin de doelen daadwerkelijk bereikt kunnen worden;

  • o.

    diversiteit: de mate waarin een activiteit ruimte biedt aan verschillende doelgroepen, culturele achtergronden, kunstvormen, perspectieven of makers;

  • p.

    filmeducatie: educatieve activiteiten die gericht zijn op het ontwikkelen van kennis, inzicht en vaardigheden in het kijken naar, begrijpen van en reflecteren op film als kunst- en mediavorm;

  • q.

    gemeente: de gemeente Gorinchem;

  • r.

    inclusie: gelijke rechten, plichten, mogelijkheden voor alle inwoners van de gemeente;

  • s.

    leefbaarheid: de kwaliteit van de fysieke en sociale leefomgeving, waaronder sociale samenhang, veiligheid, aantrekkelijkheid en mogelijkheden voor ontmoeting en ontplooiing;

  • t.

    niet-commerciële filmvertoningen: filmvertoningen waarbij het culturele of educatieve doel vooropstaat en eventuele inkomsten uit kaartverkoop of andere bronnen niet primair gericht zijn op winst;

  • u.

    publieksbereik: het aantal en de aard van de bezoekers of deelnemers aan een culturele activiteit, en ook de mate waarin deze activiteit toegankelijk is voor publiek;

  • v.

    subsidieplafond: het maximale bedrag dat de gemeente in een bepaalde periode beschikbaar stelt voor subsidies op basis van deze regeling.

  • w.

    toegankelijkheid: de mate waarin een activiteit fysiek, financieel, sociaal en informatief bereikbaar is voor het beoogde publiek;

  • x.

    verbindend stadsmoment: een activiteit die naast cultuurparticipatie ook van betekenis is voor de stad en haar inwoners. Daarbij ligt het accent op samen activiteiten mogelijk maken, uitvoeren, elkaar ontmoeten, tradities delen en het gevoel versterken dat inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. Op deze manier draagt de inzet van cultuur bij aan cultuurparticipatie, sociale samenhang en een aantrekkelijke en leefbare stad.

  • y.

    vrijwilligersvergoedingen: vergoedingen in geld of natura aan vrijwilligers, waaronder kleine attenties of cadeaubonnen;

  • z.

    wereldcinema: films uit verschillende landen en culturen die een culturele of maatschappelijke betekenis hebben, en die meestal niet in het reguliere commerciële bioscoopaanbod te zien zijn.

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van deze subsidieregeling is het stimuleren van een toegankelijk en divers cultureel aanbod in Gorinchem dat cultuurparticipatie, ontmoeting en publieksbereik bevordert en bijdraagt aan de culturele identiteit en leefbaarheid van de stad.

Artikel 3. Activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt:

    • a.

      voor activiteiten in de vorm van culturele voorstellingen uitgevoerd door lokale amateurkunstorganisaties;

    • b.

      voor activiteiten in de vorm van culturele evenementen met een lokaal of regionaal karakter;

    • c.

      voor activiteiten in de vorm van culturele tentoonstellingen in publiek toegankelijke binnen- en buitenruimten, voor zover deze geen onderdeel vormen van de reguliere activiteiten van structureel door de gemeente gesubsidieerde culturele instellingen;

    • d.

      per kalenderjaar voor niet-commerciële filmvertoningen van wereldcinema en daarmee samenhangende activiteiten, zoals filmeducatie, nagesprekken en lezingen, die bijdragen aan kennis over film en de daarin behandelde culturele en maatschappelijke thema’s.

  • 2.

    De activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c:

    • a.

      vinden plaats in Gorinchem;

    • b.

      zijn toegankelijk voor iedereen of voor een duidelijk omschreven specifieke doelgroep en worden als zodanig openbaar aangekondigd;

    • c.

      hebben een tijdelijk of projectmatig karakter;

    • d.

      dragen bij aan de doelstellingen van het gemeentelijk cultuurbeleid, in het bijzonder cultuurparticipatie, diversiteit, inclusie, toegankelijkheid en publieksbereik;

    • e.

      zijn van culturele en maatschappelijke betekenis voor Gorinchem door bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan leefbaarheid, ontmoeting, inclusie, sociale samenhang of versterking van de identiteit en het karakter van de stad.

  • 3.

    De activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d:

    • a.

      vinden plaats in Gorinchem;

    • b.

      zijn toegankelijk voor publiek en worden openbaar aangekondigd;

    • c.

      bestaan uit een samenhangend aanbod van filmvertoningen van wereldcinema en daarmee samenhangende activiteiten gedurende het kalenderjaar;

    • d.

      dragen bij aan cultuurparticipatie, filmeducatie en publieksbereik.

Artikel 4. Aanvrager

Het college verstrekt uitsluitend subsidie aan een organisatie die:

  • a.

    KVK geregistreerd is en volledige rechtsbevoegdheid heeft;

  • b.

    geen winstoogmerk heeft;

  • c.

    een vestigingsadres in de gemeente heeft;

  • d.

    werkt bij voorkeur samen met lokale partners.

Hoofstuk 2 Financiële bepalingen

Artikel 5. Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verband houden met de voorbereiding, uitvoering en afronding van een activiteit zoals benoemd in artikel 3 eerste lid.

  • 2.

    Subsidiabele kosten kunnen onder meer zijn:

    • a.

      kosten voor de organisatie, productie en uitvoering van de activiteit;

    • b.

      huur van locaties, techniek en faciliteiten;

    • c.

      promotie- en communicatiekosten, voor zover deze redelijk zijn, in verhouding staan tot de omvang van de activiteit en aanvullend zijn op de communicatie via de gemeentelijke communicatieplatformen;

    • d.

      honoraria van kunstenaars, uitvoerders of begeleiders;

    • e.

      overige kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit.

  • 3.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen kosten voor:

    • a.

      consumpties en representatie;

    • b.

      reguliere exploitatie, personeel- en/of overhead die niet direct aan de activiteit zijn toe te rekenen;

    • c.

      investeringen in duurzame goederen of materialen, tenzij deze aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de activiteit en vooraf door het college zijn geaccepteerd;

    • d.

      vrijwilligersvergoedingen.

Artikel 6. Hoogte subsidie

  • 1.

    Een subsidie, zoals benoemd in artikel 3 lid 1 sub a, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten op basis van een begroting van de activiteit, met een maximum van € 10.000 per jaar per aanvrager.

  • 2.

    Een subsidie, zoals benoemd in artikel 3 lid 1 sub b, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten op basis van een begroting van de activiteit, met een maximum van € 10.000 per jaar per aanvrager.

  • 3.

    Een subsidie, zoals benoemd in artikel 3 lid 1 sub c, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten op basis van een begroting van de activiteit, met een maximum van € 7.500 per jaar per aanvrager.

  • 4.

    Een subsidie, zoals benoemd in artikel 3 lid 1 sub d, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten op basis van een begroting van de activiteit, met een maximum van € 50.000 per jaar.

  • 5.

    Het college kan afwijken van het maximum van € 10.000 per activiteit per aanvrager per jaar als bedoeld in artikel 6 lid 1 en 2 als sprake is van een verbindend stadsmoment.

Artikel 7. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze regeling.

  • 2.

    Het subsidieplafond, zoals benoemd in het eerste lid, wordt vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad.

  • 3.

    Voor subsidies als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub a, b en c vindt verstrekking plaats op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 4.

    Voor subsidies, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 sub d, waarbij sprake is van meer dan één aanvrager, vindt verstrekking plaats aan de hoogstgeplaatste in de door het college aangebrachte rangschikking op basis van de beoordelingscriteria, genoemd in artikel 9 lid 2. Als twee of meer aanvragers als hoogstgeplaatste in de rangschikking worden opgenomen, wordt middels loting bepaald aan wie de subsidie wordt verstrekt.

Hoofdstuk 3 Aanvraag subsidie

Artikel 8. Aanvraagvereisten

De aanvraag om een subsidie bevat, naast de in artikel 6 van de ASV genoemde gegevens:

  • a.

    informatie over publieksbereik;

  • b.

    lijst met lokale samenwerkingspartners;

  • c.

    communicatieplan/communicatieaanpak.

Hoofdstuk 4 Beoordeling subsidieaanvraag

Artikel 9. Beoordelingscriteria

  • 1.

    Volledige en tijdig ingediende subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d die voldoen aan de voorwaarden uit art 3 en 4 worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a.

      Divers en kwalitatief aanbod wereldcinema: de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan een divers, kwalitatief en aanvullend aanbod van wereldcinema en aan het culturele aanbod in Gorinchem;

    • b.

      Culturele en maatschappelijke betekenis: de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan bewustwording, dialoog en ontmoeting via filmvertoningen en publieksactiviteiten;

    • c.

      Filmeducatie en jongerenbereik: de mate waarin de aanvrager inzet op filmeducatie en het actief betrekken van jongeren;

    • d.

      Samenhang en balans in het aanbod: de mate waarin sprake is van een evenwichtige en inhoudelijk samenhangende programmering van filmvertoningen en aanvullende activiteiten;

    • e.

      Samenwerking: de mate waarin wordt samengewerkt met lokale culturele, maatschappelijke en onderwijspartners.

  • 2.

    Aan de in het eerste lid genoemde criteria worden punten toegekend, met per criterium een maximum zoals aangegeven in de beoordelingsmatrix in bijlage, welke deel uitmaakt van deze regeling. Het totaal aantal te behalen punten bedraagt 100. De aanvragen worden door het college opgenomen in een rangschikking waarbij de aanvraag met het hoogste aantal punten op de eerste plaats in de rangschikking wordt geplaatst, daarna de aanvraag met het één na hoogste aantal punten enz.

  • 3.

    De aanvrager is verantwoordelijk voor het aantonen van de wijze waarop aan de beoordelingscriteria wordt voldaan.

  • 4.

    Alleen aanvragen die minimaal 75 punten behalen, komen voor subsidie in aanmerking en worden in de rangschikking opgenomen.

Artikel 10. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Gorinchem kan het college subsidie weigeren indien:

  • a.

    de activiteit een commercieel karakter heeft of primair gericht is op het genereren van winst;

  • b.

    de activiteit het karakter heeft van een feest, receptie, jubileum of vergelijkbare bijeenkomst zonder overwegend cultureel doel;

  • c.

    de activiteit een grootschalig buitenevenement betreft waarbij commerciële inkomsten een belangrijke financieringsbron vormen;

  • d.

    de uitvoeringskosten niet in verhouding staan het aantal bezoekers.

Artikel 11. Verplichtingen subsidieontvanger

In aanvulling op artikel 11 en/of 12 van de ASV dient de subsidieontvanger te voldoen aan de volgende verplichtingen:

  • a.

    zorgt voor adequate publiciteit;

  • b.

    vermeldt de gemeente als subsidieverstrekker;

  • c.

    bevordert toegankelijkheid en inclusie;

  • d.

    werkt waar mogelijk samen met lokale partners.

Hoofdstuk 5 Vaststelling subsidie

Artikel 12. Subsidievaststelling

  • 1.

    In afwijking van artikel 14 lid 1 sub b ASV wordt een subsidie tot en met €10.000 ambtshalve vastgesteld, in afwijking van artikel 14 lid 2 ASV dient de subsidieontvanger binnen 8 weken na afloop van de activiteit de volgende documenten in:

    • a.

      een kort financieel verslag;

    • b.

      een kort inhoudelijk verslag, zoals een foto van de uitgevoerde activiteit(en).

  • 2.

    Het verzoek tot subsidievaststelling van meer dan €10.000 gebeurt conform de artikelen 15 en 16 ASV.

Hoofdstuk 6 Hardheidsclausule, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een of meerdere artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 9 indien onverkorte toepassing ervan gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 14. Overgangs- en slotbepalingen

  • 1.

    De Nadere regel culturele initiatieven vanuit stichtingen of verenigingen uit de gemeente Gorinchem 2020 wordt ingetrokken per 31 december 2026 en is van toepassing op aanvragen voor activiteiten die plaatsvinden tot en met 31 december 2026.

  • 2.

    Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend en subsidies die zijn verstrekt voor 31 december 2026 zijn de bepalingen van de oude Nadere regel culturele initiatieven vanuit stichtingen of verenigingen uit de gemeente Gorinchem 2020 van toepassing.

  • 3.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juni 2026 en is van toepassing op aanvragen voor activiteiten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2027.

  • 4.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling culturele evenementen, voorstellingen en tentoonstellingen Gorinchem 2027.

Bijlage 1 Beoordelingsmatrix

 

Criterium

Toelichting

Max. punten

Divers en kwalitatief aanbod wereldcinema

Bijdrage aan een divers, kwalitatief en aanvullend aanbod van wereldcinema en het culturele aanbod in Gorinchem.

30

Culturele en maatschappelijke betekenis

Bijdrage aan bewustwording, dialoog en ontmoeting via filmvertoningen en publieksactiviteiten.

25

Filmeducatie en jongerenbereik

Inzet op filmeducatie en het actief betrekken van jongeren.

20

Samenwerking

Samenwerking met lokale culturele, maatschappelijke en onderwijspartners.

15

Samenhang en balans in het aanbod

Evenwicht en inhoudelijke samenhang tussen vertoningen en aanvullende activiteiten.

10

Totaal

 

100

 

Divers en kwalitatief aanbod wereldcinema (maximaal 30 punten)

Beoordeeld wordt in welke mate de aanvraag bijdraagt aan een divers en kwalitatief aanbod van wereldcinema in Gorinchem. Omdat bij het indienen van de aanvraag de definitieve filmtitels vaak nog niet bekend zijn, wordt gekeken naar de programmerings-visie en de onderbouwing van het voorgenomen aanbod. Daarbij wordt beoordeeld in hoeverre de programmering ruimte biedt aan verschillende landen, culturen, perspectieven, thema’s en doelgroepen en in hoeverre het aanbod een aanvulling vormt op het bestaande culturele aanbod in Gorinchem. Een concreet, onderscheidend en goed onderbouwd programmeerplan wordt hoger gewaardeerd.

Aan dit criterium kunnen 0, 15, 25 of maximaal 30 punten worden toegekend bij een beoordeling van respectievelijk onvoldoende, voldoende, goed en zeer goed.

 

Culturele en maatschappelijke betekenis (maximaal 25 punten)

Beoordeeld wordt de mate waarin de filmvertoningen en bijbehorende activiteiten bijdragen aan bewustwording van maatschappelijke en culturele thema’s, dialoog en uitwisseling van perspectieven en ontmoeting tussen verschillende groepen inwoners. Activiteiten zoals nagesprekken, lezingen en publieksbijeenkomsten worden hierbij nadrukkelijk meegewogen. Een concreet uitgewerkte aanpak met actieve publieksbetrokkenheid wordt hoger gewaardeerd.

Aan dit criterium kunnen 0, 10, 20 of maximaal 25 punten worden toegekend bij een beoordeling van respectievelijk onvoldoende, voldoende, goed en zeer goed.

 

Filmeducatie en jongerenbereik (maximaal 20 punten)

Beoordeeld wordt in welke mate de aanvrager inzet op filmeducatie en het bereiken van jongeren. Daarbij wordt gekeken naar de inzet van educatieve programma’s, samenwerking met onderwijsinstellingen, het aanbieden van specifieke jongerenactiviteiten of vertoningen en de mate waarin jongeren actief worden betrokken. Het betreft hierbij nadrukkelijk buitenschoolse activiteiten en initiatieven die aanvullend zijn op het reguliere onderwijsaanbod. De gemeente treedt niet in de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen. Een concreet onderbouwde en structurele aanpak wordt hoger gewaardeerd.

Aan dit criterium kunnen 0, 10, 15 of maximaal 20 punten worden toegekend bij een beoordeling van respectievelijk onvoldoende, voldoende, goed en zeer goed.

 

Samenwerking (maximaal 15 punten)

Beoordeeld wordt de mate waarin wordt samengewerkt met lokale partners, zoals culturele instellingen, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Daarbij wordt gekeken naar het aantal samenwerkingen en de diversiteit van de betrokken lokale partijen. Een groot en gevarieerd lokaal samenwerkingsnetwerk, wordt hoger gewaardeerd.

Aan dit criterium kunnen 0, 5, 10 of maximaal 15 punten worden toegekend bij een beoordeling van respectievelijk onvoldoende, voldoende, goed en zeer goed.

 

Samenhang en balans in het aanbod (maximaal 10 punten)

Beoordeeld wordt of er sprake is van een evenwichtige samenstelling van het activiteiten-aanbod, waarbij het zwaartepunt ligt op de filmvertoningen. Daarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen filmvertoningen en aanvullende activiteiten, de inhoudelijke samenhang tussen programmaonderdelen en de mate waarin activiteiten elkaar versterken. Aanvullende activiteiten moeten ondersteunend zijn aan het filmprogramma en bijdragen aan de beleving, verdieping of ontmoeting rondom de vertoningen. Een samenhangend en evenwichtig programma, waarin filmvertoningen het grootste onderdeel vormen, wordt hoger gewaardeerd.

Aan dit criterium kunnen 0, 5 of maximaal 10 punten worden toegekend bij een beoordeling van respectievelijk onvoldoende, voldoende en goed.

Naar boven