Verkeersbesluit voor het instellen van een tijdelijke voetgangersoversteekplaats aan Rotterdamseweg te Vlaardingen

20237-25-3471

5 januari 2026

vastgesteld hebbend, dat de bestuurlijke bevoegdheid hiertoe op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994 bij het College van Burgemeester en Wethouders ligt, omdat dit verkeersbesluit betrekking heeft op een weg of gedeelte daarvan, zoals genoemd in artikel 1, eerste lid, onder b, van die wet, die onder het beheer van noch het Rijk, noch de provincie, noch het waterschap valt en is gelegen in de gemeente Vlaardingen;

gezien het Mandaatbesluit Ambtenaren 2021 en het Ondermandaatbesluit Ambtenaren 2021;

gelezen het advies van de politie d.d. 11 december 2025, die met dit besluit instemt en waarmee tevens is voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

overwegende dat op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit moet worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

overwegende dat op grond van artikel 15, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit moet worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

overwegende dat op grond van artikel 37 van de besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), in afwijking van artikel 35 geschieden de tijdelijke plaatsing en de tijdelijke maatregel krachtens een verkeersbesluit indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing of tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen;

gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is bepaald, alsmede op de bepalingen ter zake van de Algemene wet bestuursrecht;

Het college van Burgemeester en Wethouders besluit:

  • 1.

    tot het instellen van een tijdelijke voetgangersoversteekplaats (“zebrapad”) op de Rotterdamseweg ter hoogte van de Pompenburgsingel door het aanbrengen van zebramarkering zoals bedoeld in artikel 49 lid 2 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • 2.

    bovengenoemde verkeersmaatregel van kracht is vanaf Q1 2026 tot en met Q4 2029, of zoveel korter als mogelijk is of langer indien noodzakelijk is;

  • 3.

    de zebramarkering aan te brengen zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende tekening;

  • 4.

    te bepalen dat dit verkeersbesluit in werking treedt op de dag van bekendmaking in het Gemeenteblad.

OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT

Aanleiding en bestaande situatie:

  • dat de Rotterdamseweg een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom van Vlaardingen is;

  • dat op de Rotterdamseweg een maximumsnelheid van 50 km/uur geldt;

  • dat aan de Rotterdamseweg ter hoogte van nummer 176 het buurtgebouw Buurtpunt Ambacht is gevestigd;

  • dat deze locatie wordt ingezet als een tijdelijk onderwijsgebouw;

  • dat ter hoogte van de kruising met de Pompenburgsingel reeds een oversteeklocatie aanwezig is, aangeduid met kanalisatiestrepen;

  • dat deze markering niet de herkenbaarheid en veiligheid biedt die hoort bij een formele voetgangersoversteekplaats;

  • dat leerlingen van deze tijdelijke school veilig de Rotterdamseweg moeten kunnen oversteken;

  • dat het daarom wenselijk is de bestaande oversteeklocatie te verbeteren met een eenduidige, veilige en goed herkenbare inrichting voor voetgangers;

  • dat de voetgangersoversteekplaats uitsluitend wordt ingericht voor de duur van de tijdelijke schoollocatie;

Verkeerskundige aspecten zijn:

  • dat de huidige oversteek met kanalisatiestrepen wordt vervangen door een zebrapad en voorzien wordt van de borden L2;

  • dat hiermee de oversteekbaarheid voor voetgangers wordt vergroot en de situatie duidelijker wordt voor de weggebruikers;

  • dat de aansluitende voetpaden en middengeleiders zodanig worden aangepast dat zicht, opstelruimte en toegankelijkheid conform de geldende richtlijnen zijn geborgd;

  • dat deze verkeersmaatregel aansluit bij de toegenomen voetgangersbewegingen in dit gebied en de wens om veilige looproutes te creëren;

  • dat met de aanleg van deze voetgangersoversteekplaats de verkeersveiligheid en herkenbaarheid van de oversteeklocatie worden verbeterd;

Uit het oogpunt van:

  • dat de maatregel (gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet) strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • dat de maatregel (gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet) strekt tot het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • dat de maatregel (gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet) strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.

Is het gewenst om:

  • ter verhoging van de verkeersveiligheid, ter bescherming van de weggebruikers en passagiers, het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan de verkeersborden te plaatsen, een en ander zoals aangegeven op de bijgevoegde tekening.

Belangenafweging

  • bij de afweging van belangen gaat het om de verkeerskundige aspecten, in dit geval de verkeersveiligheid, het beschermen van de weggebruikers en passagiers, het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan, zoals geformuleerd in artikel 2, eerste lid sub a en b van de Wegenverkeerswet 1994;

  • er zijn geen individuele belangen in het geding die de positie van één of meer personen kunnen aantasten;

  • er zijn dan ook geen aanwijzingen dat er sprake is of kan zijn van belangen die strijdig zijn met de gewenste verkeersmaatregelen;

  • daarom kan bij het nemen van het besluit evenmin sprake zijn van onevenredige nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Zorgvuldigheid

 

  • dat bij de voorbereiding van dit besluit dan ook gehandeld is overeenkomstig de zorgvuldigheid die op grond van artikel 3:1 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van besluiten als deze moet worden betracht;

  • dat met de vaststelling van dit besluit dan ook geen sprake is van een besluit met onevenredige nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Vlaardingen,

Namens burgemeester en wethouders van Vlaardingen,

B. Huzen

Teammanager Beheer Openbare Ruimte

MEDEDELINGEN

Bezwaar

Belanghebbenden kunnen ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht tegen dit besluit binnen zes weken na bekendmaking daarvan, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen, onder vermelding van “bezwaarschrift verkeersbesluit”, Postbus 1002, 3130 EB Vlaardingen.

Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en tenminste bevatten:

naam en adres van belanghebbende;

de dagtekening;

een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

de gronden van het bezwaar;

een volmacht, indien het bezwaarschrift niet door de belanghebbende maar door een ander, namens hem, wordt ingediend.

Het maken van bezwaar schorst niet de werking van dit besluit (zie artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht).

De indiener van een bezwaarschrift kan ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, als onverwijlde spoed dat – gelet op de betrokken belangen – vereist, eveneens een voorlopige voorziening (waaronder schorsing) vragen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam.

Afschriften

Afschriften van dit verkeersbesluit zijn verzonden aan:

de politie.

Naar boven